Auteursarchief: leeskees

Bloeddorstige driften – Jean-Christophe Grangé

Flaptekst
Jeanne Korowa, briljant officier van justitie met een desastreus liefdesleven, onderzoekt samen met François Taine een serie bijzonder gewelddadige moorden in Parijs: afgehakte ledematen, kannibalisme en macabere mise-en-scènes. Jeanne maakt misbruik van haar positie en installeert afluisterapparatuur in het bureau van Antoine Féraud, de psychoanalyticus die wekelijks haar ex-vriend ontvangt. Ze beluistert per ongeluk een vreemde sessie waarbij een vader spreekt over de bloeddorstige driften van zijn autistische zoon en diens daden. Autisme, vruchtbaarheid en prehistorie: ze leiden Jeanne naar Nicaragua, Guatemala en Argentijnse moerassen. Aan het einde van de rit zal ze in het woud een waarheid ontdekken die ze liever nooit had willen kennen.

Recensie
De Franse auteur Jean-Christophe Grangé debuteerde in 1994 met Le vol des cigognes (De vlucht van de ooievaars, 2002) en is sindsdien een vaste verschijning in de Franse bestsellerlijsten. Daarnaast is hij tevens onderzoeksjournalist en reist hiervoor regelmatig de wereld rond en zijn ervaringen verwerkt hij vervolgens in zijn boeken. Van zijn thriller Bloeddorstige driften (2011) zijn in geen mum van tijd meer dan 300.000 exemplaren verkocht. Een opvallend feit is dat al zijn boeken zijn verfilmd.

Onderzoeksrechter Jeanne Korowa wordt door haar collega François Taine gevraagd om samen met hem bij de plaats delict van een gruwelijke moord aanwezig te zijn. Vervolgens worden meer identieke moorden gepleegd, waarbij afgehakte ledematen, kannibalisme en zware verminkingen geen uitzondering zijn. Tegen alle regels in vraagt Korowa, die overigens aan een andere zaak werkt, de praktijkruimte van een psychiater van afluisterapparatuur te voorzien. Als ze een gesprek hoort van een sessie waarin de vader over zijn bloeddorstige zoon vertelt, gaat ze op onderzoek uit en stuit ze op een waarheid die ze liever niet had geweten.

Het verhaal wordt volledig verteld vanuit het perspectief van protagonist Jeanne Korowa en zonder dat de auteur heel erg in haar verleden graaft of ontzettend veel over haar leven prijsgeeft, leert de lezer haar toch behoorlijk goed kennen en kan hij zich haar karakter wel enigszins voor de geest halen. Zo heeft de onderzoeksrechter een nogal traumatische gebeurtenis meegemaakt toen ze jong was en waar ze de gevolgen nog min of meer van ondervindt. Haar liefdesleven loopt bepaald niet op rolletjes en dat frustreert haar danig. In de loop van de plot verdwijnen deze zaken naar de achtergrond, want de missie waar ze zich op gestort heeft – de moordenaar van haar collega vinden – slokt al haar tijd (en geld) op en de lezer ziet haar veranderen van een tamelijk wanhopige, soms naïeve vrouw in een standvastige dame die van aanpakken weet en daardoor haar mannetje staat.

De zaken waar Korowa aanvankelijk aan werkt worden in het begin nog wel benoemd, maar zodra ze die van haar collega Taine onder ogen heeft gekregen, verdwijnen uit beeld. Aan de ene kant jammer, omdat ook deze voor interessante wendingen konden zorgen, maar aan de andere kant zijn de moorden dusdanig luguber en bijzonder dat alles daaromheen voor meer dan voldoende spanning, afwisseling en bij tijd en wijle spektakel zorgt. De auteur hanteert hierbij, de beginfase uitgezonderd, een continu hoog tempo waardoor de gebeurtenissen voorbij vliegen. Toch heeft Grangé wel degelijk een aantal rustmomenten ingebouwd, en die hebben het verhaal en de lezer ook wel nodig. De plot speelt zich niet alleen in Frankrijk af, maar eveneens in Nicaragua, Guatemala en Argentinië. Korowa beleeft hier het een en ander, maar krijgt daarnaast een stukje geschiedenis van de landen te horen. Deze waargebeurde feiten zijn een waardevolle en boeiende toevoeging aan het geheel.

In eerste instantie is het even wennen aan de afwijkende en vaak staccato schrijfstijl van de auteur, maar dit gaat redelijk snel. Hierna weet je al niet beter en ga je mee in de levendige beschrijvingen van de bij vlagen hachelijke situaties. Voorvallen die op het oog niets met elkaar te maken lijken te hebben, worden in de plot subtiel samengebracht en smelten samen tot één geheel. Veel omstandigheden zijn weliswaar tamelijk ongeloofwaardig, maar goed beschouwd passen ze prima in dit verhaal, dat zo nu en dan iets wegheeft van een avonturenroman. Uiteraard wordt de moordenaar ontmaskerd en op zich is diens identiteit verrassend, hoewel in de plot wel het vermoeden rijst dat hij niet helemaal zuiver op de graat is. Desalniettemin is Bloeddorstige driften een thriller die de lezer van begin tot eind bezighoudt.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jean-Christophe Grangé
Titel: Bloeddorstige driften

ISBN: 9789044516944
Pagina’s: 538

Eerste uitgave: 2011

Zing voor me morgen – Deniz Kuypers

Flaptekst
Nadat zijn ouders het contact hebben verbroken om het boek dat hij schreef over zijn vader, gaat de verteller van Zing voor me morgen op zoek naar antwoorden. Waarom bleef zijn moeder bij een man die haar mishandelde? Deze zoektocht leidt hem vier generaties terug naar zijn overgrootmoeder, Levina, die zwanger werd van een man die er al een ander gezin op nahield. Dit gebeurde ook met haar dochter en kleindochter, de moeder van de verteller. Is dit toeval, of zijn dit foute keuzes die doorklinken in opeenvolgende generaties?

Recensie
Om aan zijn herinneringen van vroeger te ontsnappen verhuisde Deniz Kuypers een kleine twintig jaar geleden naar de Verenigde Staten. Hier is hij over niet alleen over zijn leven gaan nadenken, maar ook over dat van zijn Turkse vader, die aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw naar Nederland kwam. Hij ging op zoek naar aspecten van diens leven en heeft deze in zijn derde roman De atlas van overal (2021) beschreven. De auteur had ook veel vragen over de familie van moederskant en over deze speurtocht schreef hij Zing voor me morgen (2023).

In de roman vertelt Kuypers over drie generaties vrouwen: overgrootmoeder Levina, oma Nel en moeder Lucia. Alle drie werden ze zwanger van een man die al getrouwd was en tevens een gezin onderhield. Is dit een samenloop van omstandigheden of speelt er toch meer waarover nooit gesproken is? En is de ware reden dat de ouders van de verteller geen contact meer met hem willen hebben omdat hij leugens zou hebben verspreid in zijn vorige boek? Allemaal vragen waarop hij een antwoord wil hebben.

Het boek is onderverdeeld in drie delen en ik elk daarvan staat – in chronologie – de achtergrond van het drietal vrouwen (Levina, Nel en Lucia) centraal. In deze afzonderlijke, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden verhalen vertelt de auteur veel over het leven van zijn overgrootmoeder, zijn oma en zijn moeder, hoewel er van/over de laatste eigenlijk niet eens zo heel erg veel prijsgegeven wordt. Kuypers doet dit aan de hand van waargebeurde feiten, waarvoor hij nogal wat research heeft gepleegd en ook uit informatie die hij van een familielid heeft ontvangen. Toch is een groot deel van het boek, het is niet voor niets een roman, fictief. Veel ervan is dus uit zijn eigen brein ontsponnen, in de trant van ‘zo had het geweest kunnen zijn’. Desondanks leest het boek niet als zodanig, want het is geschreven alsof alles werkelijk gebeurd is.

De sfeer en omstandigheden van iedere periode wordt erg goed weergegeven. De omstandigheden waarin Levina terecht is gekomen, zijn precies zoals ze destijds waren, wat de opvattingen waren over een ongehuwde vrouw die in verwachting was. Het gevoel dat ze moet hebben gehad is invoelbaar. Dit geldt eveneens voor dat van Nel, vooral ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Fragmenten en hoofdstukken die zich dan afspelen, bevatten zelfs een klein beetje spanning, en zo nu en dan is het enigszins aangrijpend. Desalniettemin leest de roman voor een erg groot deel toch als een soort verslag, een opsomming van feiten en gebeurtenissen. Hierdoor leven de personen over het algemeen niet zo heel erg en komen velen van hen, ondanks dat de lezer een erg goede indruk van ze krijgt, ietwat statisch over.

Centraal in de plot staat het onderzoek naar de drie vrouwen, naar wie ze waren, naar hoe ze hebben geleefd, etc. etc. De auteur heeft daardoor voldoende inzicht in hun geschiedenis gekregen, heeft veel eromheen verzonnen, maar onduidelijk blijft of al zijn vragen zijn beantwoord, dit wordt namelijk niet verteld. De lezer krijgt aan het eind heel sterk de indruk dat dit niet het geval is. Voor Kuypers zal het hele proces ongetwijfeld bevredigend zijn geweest, maar het heeft er alle schijn van dat hij dit vooral voor zichzelf gedaan heeft en dat de roman met name bedoeld is als een familiedocument. De lezer heeft er in principe niet zo heel veel mee. Zing voor me morgen, dat zonder meer goed geschreven is, onthult veel, laat in wezen ook zien dat iedere familie verborgen verhalen heeft, maar is goed beschouwd niet voor een groot publiek bedoeld.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Deniz Kuypers
Titel: Zing voor me morgen

ISBN: 9789025474706
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2023

Illusie – Camilla Läckberg & Henrik Fexeus

Flaptekst
Het is december in Stockholm en de Zweedse minister van Justitie wordt bedreigd. Tegelijkertijd wordt er een stapel menselijke botten gevonden in de metro van Stockholm. Het skelet blijkt afkomstig te zijn van een hooggeplaatste financier. Het team van politie-inspecteur Mina Dabiri wordt nog steeds gekweld door het traumatische incident van afgelopen zomer – dat eindigde in de dood van een collega – en roept de hulp in van mentalist Vincent Walder om te helpen met de zaak. Wat gebeurt er in de tunnels diep onder Stockholm? En wie zit er achter de minister aan?

Recensie
Met Illusie, het in 2024 verschenen slotdeel van de door Camilla Läckberg en Henrik Fexeus geschreven trilogie rond rechercheur Mina Dabiri en mentalist Vincent Walder, komt vooralsnog ook een eind aan de samenwerking tussen beide auteurs, die elkaar al geruime tijd kennen en bevriend zijn geraakt. Beiden zijn individueel erg succesvol en hun co-auteurschap heeft hen evenmin windeieren gelegd, want het drieluik doet wat dat betreft niet onder voor hun andere werk.

Op een koude decemberdag vlak voor de kerstdagen, krijgt Niklas Stockenberg, minister van Justitie en tevens ex-man van Mina Dabiri, een berichtje dat hij nog veertien dagen te leven heeft. Niet lang daarna wordt in het gangenstelsel van de metro van Stockholm een stapel menselijke botten gevonden, waarvan blijkt dat die van een belangrijke financier zijn. Het rechercheteam waar Dabiri deel van uitmaakt onderzoekt deze zaak, waarbij opnieuw gebruik wordt gemaakt van de diensten van Walder. Terwijl het team alles in het werk stelt om de bedreiger van de minister te vinden, ontdekt het tevens dat de metrotunnels nog meer geheimen verbergt.

Hoewel Illusie de afsluiting van de trilogie is en er derhalve al het een en ander heeft plaatsgevonden, is dit deel goed afzonderlijk van de voorgaande twee boeken (Box en Cultus) te lezen. De auteurs komen, heel summier en waar nodig, zo nu en dan terug op wat daarin gebeurd is, waardoor een en ander verhelderd wordt. Toch is het niet onverstandig het drieluik op volgorde van verschijnen te lezen, vooral om de ontwikkeling van de terugkerende personages – en dat is meer dan een handvol – te volgen, maar eigenlijk toch ook omdat in dit verhaal enkele verbanden worden gelegd waar in de voorgaande boeken al aandacht werd besteed.

Meteen in het eerste hoofdstuk heeft de lezer door dat wat zich ook gaat voordoen een race tegen de klok wordt, het vooruitzicht is dus veelbelovend. Toch spelen de gebeurtenissen zich in het grootste deel van het verhaal niet in een razend tempo af, pas in de eindfase wordt de snelheid opgeschroefd en komt alles in een stroomversnelling terecht. Dit houdt echter niet in dat de spanning ondermaats is, verre van zelfs, alleen wordt die heel geleidelijk aan opgebouwd, een werkwijze die de auteurs in de twee eerdere delen eveneens hebben gehanteerd. Het duo weet de lezer hoe dan ook bezit te houden, want hij speurt en puzzelt als het ware met de recherche mee, waarbij ze telkens een heel klein beetje meer prijsgeven, waardoor de oplossing langzaamaan steeds dichterbij komt.

De meest in het oog springende personages zijn opnieuw Mina Dabiri en Vincent Walder, maar aan de anderen wordt eveneens ruim voldoende aandacht besteed. Ieder van hen heeft een gezicht en je hebt het gevoel ze al erg lange tijd te kennen. Aanvankelijk lijkt het erop dat ze allen nog precies hetzelfde zijn en dat ze zo goed als geen ontwikkeling hebben doorgemaakt, maar in feite is dit uiterlijke schijn, want aan het eind blijkt dat ieder van hen veranderd is, de een overigens wel iets meer dan de ander en aantal van hen zorgt zo nu en dan voor een verrassing. Wat niet veranderd is, is hoe Walder tegen Dabiri aankijkt, soms is dit op het bezetene af. Op den duur is dit ietwat storend, ondanks dat in de ontknoping enige verheldering volgt.

Dit laatste deel bevat voldoende wendingen en onverwachte situaties, maar in een paar gevallen kan de lezer wel zien aankomen wat er aan de hand is, enkele hints in het drieluik geven hier aanleiding toe. Desalniettemin is Illusie een waardige afsluiter van de trilogie die als geheel bijzonder boeiend is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Camilla Läckberg & Henrik Fexeus
Titel: Illusie

ISBN: 9789044361957
Pagina’s: 544

Eerste uitgave: 2024

Tussen morgenzee en avondland – Ramy El-Dardiry

Flaptekst
Wanneer Amir hoort dat zijn vader Nessim een week eerder in Alexandrië is begraven, probeert hij die informatie weg te stoppen, de stad en zijn vader te vergeten. Hij wil in Nederland wortelen en carrière maken, en zijn leven niet laten beïnvloeden door de dood van een man die zijn gezin ooit in de steek liet. Tevergeefs. De stad kruipt via een droom zijn hoofd in.

Ook Nessim heeft de stad ooit geprobeerd te vergeten. In zijn jeugd ziet hij de plek veranderen. De nationalistische plannen van de Egyptische regering bieden geen ruimte voor de levendige, internationale gemeenschap. Steeds meer families vertrekken en ook Nessim wil naar Europa. Misschien dat de liefde tussen hem en een Joods meisje daar wel een kans krijgt.

Recensie
De ster van Ramy El-Dardiry lijkt rijzende. In 2020, dus nog niet eens zo heel lang geleden, won hij de El Hizjra Literatuurprijs, een aanmoedigingsprijs voor literair talent. Drie jaar later was het opnieuw raak, want zijn in 2023 verschenen debuut Tussen morgenzee en avondland werd in datzelfde jaar bekroond met De Bronzen Uil. Voor deze roman heeft hij zich laten inspireren door een grote hoeveelheid mensen, plaatsen, boeken en films, maar autobiografisch is het boek in geen geval. Alle personages en gebeurtenissen zijn volledig fictief.

Marije en Nessim, de ouders van Amir, zijn al geruime tijd geleden gescheiden. Zijn vader woont sindsdien weer in Alexandrië, zijn moeder nog steeds in Limburg. Op een dag hoort Amir dat zijn vader een week daarvoor is overleden en begraven. Hij houdt deze informatie voor zich, omdat hij niet herinnerd wil worden aan de Egyptische stad en de man die zijn gezin voor een ander verliet. Dit gaat echter niet zomaar, want Alexandrië blijft in zijn dromen namelijk tevoorschijn komen. Hierdoor lukt het hem niet, net als Nessim destijds, de stad te vergeten.

De roman bestaat uit twee delen die ieder een iets andere strekking hebben, maar desalniettemin één heel duidelijke gemeenschappelijke factor hebben, namelijk de stad of streek waar een aantal personages, of ze het nu willen of niet, een connectie mee heeft. Deze locaties, de Egyptische havenstad Alexandrië en het Limburgse natuurgebied Sint-Jansberg hebben beide een belangrijk aandeel in de plot en El-Dardiry laat hen daarom, alsof ze twee individuen zijn, hun eigen verhaal vertellen. Een aardig idee, soms interessant, maar heel erg levendig is dit allemaal niet. Door de toon is vooral wat Alexandrië te zeggen heeft nog weleens saai. Haaks daarop staan de lotgevallen van Amir, zijn verloofde Guusje, Nessim en Marije. Met hen kan de lezer zich zonder meer identificeren en de verhaallijnen vanuit hun perspectief – die van Guusje en Marije zijn overigens aanzienlijk beknopter – zijn écht uit het leven gegrepen en spreken daarom aanmerkelijk meer aan.

Omdat de auteur een Egyptische achtergrond heeft, weet hij als geen ander hoe het is om als immigrant in Nederland te leven, waarbij het er eigenlijk niet toe doet of je er wel of niet geboren bent. Veel mensen kijken anders tegen je aan en blijven dat doen. Amir kan daarom beschouwd worden als de personificatie van hen die zich in zo’n situatie bevinden. Behalve deze problematiek heeft El-Dardiry ook nog diverse andere thema’s in zijn roman verwerkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gemengde huwelijken en cultuurverschillen. Mede daardoor, maar eveneens omdat enkele waargebeurde historische feiten aangehaald worden, is het verhaal over het algemeen behoorlijk realistisch. Soms krijg je zelfs de indruk dat de auteur uit eigen ervaringen put, hoewel hij zelf aangeeft dat hier in feite geen sprake van is.

Vaak komen de gevoelens van de personages erg goed over, zoals de worsteling waar Amir mee zit als hij hoort dat zijn vader overleden is, terwijl hij hem al vele jaren geleden dood heeft verklaard. Maar tevens de innerlijke strijd van de jonge Nessim als hij hevig verliefd wordt op een meisje van joodse afkomst, iets dat zeker in het Egypte in de jaren zestig van de vorige eeuw absoluut niet kon, wordt goed overgebracht. Ondanks dat de diverse persoonlijke dilemma’s en andere problematiek meestal niet de meest eenvoudige zijn, heeft de auteur zijn debuut zodanig geschreven dat het geen al te zware kost is. Soms is het even doorbijten, maar het grootste deel is de roman erg toegankelijk en vlot, waarbij regelmatig ook nog eens mooi en bijna poëtisch taalgebruik wordt gehanteerd.

Dit alles maakt dat Tussen morgenzee en avondland, de prachtige titel wordt aan het eind duidelijk, een prima debuut van een veelbelovende auteur is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Ramy El-Dardiry
Titel: Tussen morgenzee en avondland

ISBN: 9789021463865
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2023

De geheime droom van het land – Héctor Abad

Flaptekst
Anita Angel is dood. Ze is gestorven op La Oculta, de finca van de familie in de Colombiaanse bergen. Haar kinderen Pilar, Eva en Antonio keren terug naar het familielandgoed om afscheid van haar te nemen. Voor alle drie is La Oculta een bijzondere plek: de plaats waar ze het gelukkigst waren, maar waar ze ook geweld en terreur hebben ervaren. Met elkaar kijken ze terug op een familiegeschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis van Colombia.

Recensie
Hoewel Héctor Abad al diverse boeken op zijn naam had staan, brak hij in 2006 internationaal door met de roman Het vergeten dat ons wacht, dat overigens vier jaar later in een Nederlandse vertaling werd uitgebracht. Zes jaar later verscheen De geheime droom van het land (2016), een kroniek van een familie die met het geweld waar Colombia jarenlang onder gebukt ging te maken heeft gehad. Een thema dat in meer van zijn boeken terug te vinden is.

Op een dag krijgt de in New York wonende Antonio Ángel een telefoontje van zijn zus Eva. Ze vertelt hem dat hun moeder op La Oculta, hun finca in de Colombiaanse bergen is gestorven. Antonio keert terug naar zijn vaderland om samen met zijn zussen Eva en Pilar afscheid van hun moeder te nemen. Voor elk van hen heeft de finca een betekenis, want ze waren er gelukkig, maar door de gewelddadigheden waar het land mee te maken had, hebben ze er ook minder fijne tijd gehad.

Het verhaal wordt afwisselend verteld vanuit de perspectieven van de kinderen van moeder Anita Ángel: Pilar, Eva en Antonio. In feite kan er daarom gesproken worden van drie verhaallijnen, maar omdat hierin La Oculta, de finca, die al meer dan een eeuw in het bezit van de familie is, centraal staat en derhalve als een rode draad door de roman heen loopt, is het eigenlijk één langgerekte historische vertelling. Niet alleen over henzelf, hun voorouders, de regio waar de boerderij annex buitenverblijf staat, maar ook over het land Colombia. Natuurlijk is een groot deel hiervan fictief, maar de auteur heeft veel waargebeurde feiten in de roman verwerkt, waardoor de lezer niet aldoor het gevoel heeft een geheel verzonnen boek te lezen.

Pilar, Eva en Antonio zijn, hoewel ze broer en zussen zijn, drie totaal uiteenlopende personages, met ieder hun eigen karakter, hun eigen visie op allerlei zaken en uiteraard hun eigen herinneringen over en gevoel met La Oculta (Het Verborgene). Als persoon zijn ze zonder meer interessant, maar wat ze te vertellen hebben, is dat niet altijd. Antonio houdt zich veel bezig met de historie van het dorp en de finca, en hoewel veel van wat hij daarover vertelt interessant is, is het bij vlagen ook weleens behoorlijk saai. De verhalen van zijn zussen zijn over het algemeen een stuk persoonlijker en leven daardoor iets meer. Een aantal hoofdstukken over een gebeurtenis die Eva overkomen is en waarover ze uitgebreid vertelt, is zelfs spannend. Het gewelddadige verleden van Colombia komt hierin goed tot uiting.

De auteur heeft verschillende thema’s in de roman verwerkt, waaronder de al genoemde. Hij kaart bijvoorbeeld ook homoseksualiteit, seksuele ontdekking in het algemeen en feminisme aan. Soms gebeurt dit heel erg zichtbaar, maar regelmatig heeft hij een dergelijk onderwerp heel subtiel in een voorval geïmplementeerd waardoor het niet meteen opvalt. De schrijfstijl van Abad is enigszins variabel, de ene keer erg toegankelijk, beeldend en inlevend, de andere keer een stuk statischer en droger. Hierdoor kan de roman, die zo nu en dan wat stof tot nadenken biedt, niet volledig boeien. De geheime droom van het land is absoluut niet slecht, maar kan evenmin overtuigen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Héctor Abad
Titel: De geheime droom van het land

ISBN: 9789044535761
Pagina’s: 412

Eerste uitgave: 2016

De witte koning – Juan Gómez-Jurado

Flaptekst
Ik hoop dat je me niet vergeten bent. Zullen we spelen?

Wanneer Antonia Scott dit bericht ontvangt, weet ze heel goed wie het heeft gestuurd. Ze weet ook dat ze het spel van de Witte Koning onmogelijk kan winnen. Maar Antonia Scott houdt niet van verliezen.

Na al die tijd op de vlucht te zijn geweest, heeft de realiteit haar eindelijk ingehaald. Antonia is een meester in zichzelf wijsmaken dat de strijd nog niet gestreden is, maar nu wordt het haar langzaam duidelijk dat dit gevecht haar door de vingers glipt. Als ze opgeeft zal ze niet alleen zichzelf, maar ook al haar geliefden verliezen.

Recensie
De eerste twee delen van de door Juan Gómez-Jurado geschreven trilogie met Antonia Scott en Jon Gutiérrez waren stuk voor stuk een enorm succes. Het derde en afsluitende deel, De witte koning (2022) doet daar niet voor onder, want de verkoopcijfers breken immers record na record. Met dit boek is het drieluik en dus ook het avontuur van beide protagonisten, maar de auteur laat het, zo valt in zijn nawoord te lezen, van de lezer afhangen of beiden nog eens zullen terugkeren. Vooralsnog zullen zijn liefhebbers het echter nog met deze korte serie moeten doen.

Antonia Scott ontvangt een enigszins cryptisch en in bepaald opzicht bedreigend berichtje van iemand die zich W. noemt. Ze weet echter precies wie haar de boodschap Ik hoop dat je met niet vergeten bent. Zullen we spelen? gestuurd heeft en ook dat ze deze man, die zich De witte koning noemt, op geen enkele manier kan verslaan. Toch geeft ze niet op, want ze houdt er niet van om te verliezen. Dus gaat ze door met haar gevecht en realiseert ze zich tegelijkertijd dat dit gevolgen kan hebben voor iedereen die ze liefheeft.

Lezers die dit afsluitende deel van de trilogie los van de voorgaande twee boeken te willen lezen, zullen bedrogen uitkomen en weinig van de gebeurtenissen begrijpen. Het is derhalve écht noodzakelijk het drieluik op volgorde van verschijnen te volgen, en bij voorkeur ook nog eens zo kort mogelijk na elkaar. Pas dan haal je het maximale rendement uit je leeservaring, maar het belangrijkste is echter dat je dan geen enkel detail mist en evenmin in je geheugen hoeft te graven om weer boven water te halen wat er allemaal gebeurd is. En dat laatste is veel, erg veel en De witte koning doet in dat opzicht absoluut niet onder voor zijn voorgangers.

Het verhaal begint eigenlijk al meteen goed, want de aanvangsfase bevat volop actie en spanning, waardoor de lezer meteen bij lotgevallen van Scott en Gutiérrez betrokken is. Dit blijft overigens niet de hele plot doorgaan, want de auteur heeft voldoende rustmomenten ingebouwd, hoewel op de achtergrond toch altijd iets blijft broeien. Aan het eind van de eerste delen – de thriller bestaat uit vier gedeelten – is het telkens behoorlijk opwindender. In het slotdeel werkt Gómez-Jurado steeds meer naar een climax toe en als gevolg daarvan ligt de spanningsboog daarin een stuk hoger. Daarnaast zijn er meer dan voldoende wendingen waardoor je, samen met de personages, telkens voor een andere situatie komt te staan.

Ook dit keer is de schrijfstijl van de auteur beeldend, op het filmische af. Zo beleef je de beschrijving van een bijzonder snelle autorit door de stad Madrid alsof je er zelf bij bent. Er zijn voorbeelden te over. Het tempo van het verhaal ligt overwegend hoog en zo nu en wordt er zelfs nog een schepje bovenop gedaan, maar omdat er ook nog weleens pas op de plaats gemaakt wordt, is het nog net geen rollercoaster. Beide protagonisten hebben niet aan kracht ingeboet en het is duidelijk te merken dat Scott ten opzichte van het allereerste begin (dus deel één van de trilogie) een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Gutiérrez, haar tegenhanger en kompaan, heeft zijn relativerende vermogen behouden, ondanks dat hij de capriolen van zijn collega niet altijd kan waarderen.

In De witte koning worden alle losse eindjes, ook die uit de voorgaande twee delen, aan elkaar geknoopt en uiteindelijk vormen de drie ogenschijnlijk afzonderlijke verhalen één afgerond geheel. Aan de belevenissen van Scott en Gutiérrez is in principe een eind gekomen, maar de auteur zet in de epiloog de deur op een vrij grote kier open, dus de mogelijk om het markante duo te zien terugkeren is nog volop aanwezig. Als dit er onverhoopt niet van gaat komen, dan heeft Gómez-Jurado de trilogie afgesloten met het beste van de drie delen.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Juan Gómez-Jurado
Titel: De witte koning

ISBN: 9789022597590
Pagina’s: 382

Eerste uitgave: 2022

Twee weken weg – R.C. Sherriff

Flaptekst
Al twintig jaar reist het gezin Stevens begin september vanuit hun Londense voorstad naar dezelfde vakantiebestemming: Bognor Regis, een badplaats ten zuidwesten van Londen. Twee weken lang genieten vader, moeder en hun drie kinderen ’s morgens van een potje cricket, gevolgd door een duik in zee. Vervolgens een heerlijk luie middag, wegdommelend in hun enige luxe, een gehuurd strandhuisje. ’s Avonds het avondeten in hun vertrouwde, ietwat sjofele pension, en tot slot een heerlijke wandeling over het strand of de boulevard, naar de pier of de muziektent.

De dagen versmelten, de gedachte aan het einde van de vakantie wordt resoluut verdrongen. De kinderen knopen kortstondige vriendschappen aan, de oudste dochter beleeft haar eerste zomerliefde. Ondertussen probeert de vader zich op te laden voor de sleur die hem de komende vijftig weken wacht, en doet de moeder braaf alsof ook zij geniet van hun jaarlijkse uitspatting.

Recensie
R.C. (Robert Cedric) Sherriff heeft vooral bekendheid geworven met zijn toneelstuk Journey’s End, dat is gebaseerd op zijn ervaringen als legerofficier tijdens de Eerste Wereldoorlog en in 1928 voor het eerst op de planken werd uitgevoerd en dat twee jaar later als roman verscheen. In 1931 bracht hij The Fortnight in September uit, waarvoor hij inspiratie putte uit zijn eigen vakanties aan zee en erg succesvol was. Het boek is in 2021 voor het eerst in een Nederlandse vertaling op de markt gebracht, met als titel Twee weken weg.

De familie Stevens (vader, moeder en drie kinderen) woont al twintig jaar op hetzelfde adres in een voorstad van Londen. Even zolang gaan ze in september twee weken met vakantie naar Bognor Regis, een kustplaats in het zuidoosten van Engeland. Tijdens die veertien dagen vergeten ze hun dagelijkse bezigheden, spelen potjes cricket, zwemmen in zee en zijn vooral aan het genieten. Korte vriendschappen worden gesloten, een eerste verliefdheid dient zich aan en niemand probeert te denken aan de vijftig weken die hen weer te wachten staan, de moeder wellicht uitgezonderd, want zij was heel stiekem liever thuisgebleven.

Het verhaal wordt voorafgegaan met een inleiding uit No leading lady, de in 1968 geschreven autobiografie van de auteur. Hierin vertelt hij hoe deze roman tot stand gekomen is, het succes ervan, maar ook dat het pretentieloos en vrij van bombast is. Sherriff slaat daarmee de spijker op zijn kop, want van zijn bewering is geen enkel woord gelogen. Al meteen bij aanvang van de plot merkt de lezer dat de diverse wederwaardigheden van het gezin Stevens alledaags en eenvoudig zijn. Dit heeft deels te maken met de tijd waarin alles zich afspeelt – het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw, toen het er een stuk minder jachtig aan toeging en de omgangsvormen volstrekt anders waren dan tegenwoordig – maar ook omdat de schrijfstijl van de auteur erg ongecompliceerd en ongedwongen is.

De belevenissen van de Stevensen – soms vinden ze de meest banale dingen al enerverend en spannend – worden niet specifiek vanuit één of meer perspectieven verteld, maar meer alsof er één alles overziende verteller aan het woord is, die zo goed als tot in detail de dagelijkse bezigheden en beslommeringen van de vijf gezinsleden belicht. In feite zijn deze aangelegenheden niet eens zo heel erg opzienbarend, maar omdat de meeste daarvan voor veel lezers (en ook voor niet-lezers) herkenbaar zijn, heeft zo goed als iedereen hier wel een gevoel bij en spreekt hun doen en laten continu tot de verbeelding. Dat het verhaal zich bijna een eeuw geleden afspeelt, is daarbij niet altijd van belang, maar de lezer zal zich dit op momenten wel moeten realiseren. Veel was destijds immers volledig anders.

Hoewel de plot zich in een overwegend traag tempo voortbeweegt en er bij tijd en wijle niets lijkt te gebeuren, verveelt de roman eigenlijk nooit. Dit komt omdat er toch wel kleine veranderingen plaatsvinden, zowel bij de personages als de omstandigheden. Enkele protagonisten ontwikkelen zich overduidelijk en zo nu en dan zijn er een paar kleine wendingen die de loop van de veertiendaagse vakantie net iets interessanter maken, zowel voor het gezin als de lezer. Maar goed beschouwd is en blijft Twee weken weg een kalme en bedaarde roman waar de vonken niet vanaf vliegen, en dat er zo goed als niets gebeurt, is juist de kracht van dit verhaal.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: R.C. Sherriff
Titel: Twee weken weg

ISBN: 9789025471057
Pagina’s: 352

Eerste uitgave: 2021

Transit – Hella S. Haasse

Flaptekst
Xenia, achttien jaar, heeft een tijd door Europa gezworven en komt aan op het Centraal Station van Amsterdam. Iks (zoals ze zichzelf noemt) hoopt onderdak te vinden bij haar vrienden Alma en Daan, die ze voor haar rondzwervingen achterliet in de stad. Die hoop wordt al snel de bodem in geslagen. Ze treft Daan aan in de meest deplorabele en desolate toestand waarin een zwerver zich kan bevinden, en haar speurtocht naar Alma loopt op niets uit. Alleen een toevallige samenloop van omstandigheden, waarbij ze de oude Cluysman ontmoet, een teruggetrokken intellectueel, voorkomt dat zij zelf op straat moet leven.

Recensie
Hella S. Haasse is een van de meest bekende auteurs van Nederland en heeft een groot aantal prijzen gewonnen. Haar eerste roman Kleren maken de vrouw verscheen in 1947 en een jaar later schreef ze met Oeroeg haar eerste Boekenweekgeschenk, wat tevens een van haar bekendste boeken is. Een ander geschenkboek van haar hand is Transit, dat op de eerste dag van de Boekenweek 1994 werd uitgebracht. In 2023 werd ze op Hebban in een niet officiële verkiezing verkozen als een van de schrijfsters die tot de vrouwelijke Grote Drie zouden moeten behoren.

Nadat ze een paar jaar door Europa heeft gezworven, keert de achttienjarige Iks Westervliet terug naar Amsterdam, waar ze altijd gewoond heeft. Zodra ze het Centraal Station verlaten heeft, ziet ze een van haar vroegere vrienden, Daan, in erbarmelijke staat op straat staan en haar hoop om onderdak te krijgen bij haar vriendin Alma wordt snel de grond ingeboord, omdat niemand weet waar ze is. Iks is nu bang om zelf op straat terecht te komen, maar de vondst van een sleutelbos en haar ontmoeting met de op hoge leeftijd zijnde intellectueel Arnold Cruysman verandert alles.

Dit korte verhaal wordt zo goed als volledig verteld vanuit het perspectief van Iks (Xenia) Westervliet, maar er is tevens een belangrijke rol weggelegd voor voormalig professor Arnold Cruysman. De relatie tussen beide personages loopt aanvankelijk nog wat stroef, maar aan de andere kant is de barricade die tussen hen bestaat snel opgeruimd. Natuurlijk is het niet zo heel erg vreemd dat ze enigszins sceptisch tegenover elkaar staan, want vóór hun plotselinge en onverwachte ontmoeting kenden ze elkaar niet. Ze raken echter al gauw aan elkaar gewend, hun verstandhouding gaat er zienderogen op vooruit en ze steken vervolgens ook nog wat van elkaar op waardoor ze anders tegen bepaalde opvattingen gaan aankijken.

Hoewel er geen jaartal wordt genoemd, is het duidelijk dat Transit zich aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw afspeelt. Dit uit zich onder andere door de beschrijving van kleding, maar ook door enkele geschetste omstandigheden. Denk hierbij onder andere aan rondzwervende verslaafden of de rolluiken die winkels tegen inbraken en vandalisme moesten beschermen. Toch is dit geen gedateerd verhaal, want veel van dergelijke situaties komen nog steeds voor, het boekje toont hiermee aan dat wat destijds gebeurde nog steeds actueel is. Met enkele ooit door Cruysman gemaakte aantekeningen laat de auteur zelfs zien dat haar personage, op het moment dat hij zijn notities maakte, over toekomstvisie beschikte. Hierin heeft hij het over geweld en oorlog en iedereen die de huidige media volgt, kan zien en lezen dat de wereld daar op dit moment onder gebukt gaat.

De schrijfstijl van Haasse is overwegend toegankelijk en zonder meer beeldend. Vanaf het begin wordt de lezer nieuwsgierig gemaakt naar het pad dat Iks gaat volgen, of het haar lukt om Daan weer mens te laten worden en of ze Alma nog weet te vinden. Uiteindelijk slaagt ze ten dele in haar missie en ondanks dat je aan het eind weet wat er met iedereen gebeurd is of wat ze momenteel doen, blijven er nog wel een paar vragen openstaan. Van sommige personages wil je namelijk wel meer te weten komen, het verhaal lijkt hierdoor enigszins onaf. Waarschijnlijk is dit ook de precies de bedoeling van de auteur, want in transit suggereert – zoals aan het eind van het boek door een automobilist wordt opgemerkt – dat je op doorreis bent. En dat is exact wat Iks in feite doet en daardoor heeft ze er geen behoefte aan om achterom te kijken of om meer over anderen te weten te komen.

Voor een boekje van deze omvang – het is immers niet eenvoudig om in een beperkt aantal woorden een volledig en goed verhaal te vertellen – heeft Haasse prima werk geleverd. Transit is van begin tot eind interessant en boeiend en geeft ook nog eens een boodschap af.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Hella S. Haasse
Titel: Transit

ISBN: 9074336086
Pagina’s: 92

Eerste uitgave: 1994

Amerika, Amerika – Marieke de Vries

Flaptekst
In Amerika Amerika geeft NOS-correspondent Marieke de Vries een unieke kijk achter de schermen van haar werk als correspondent in de Verenigde Staten.

In aanloop naar de verkiezingen blikt ze terug op grote gebeurtenissen die het nieuws in Amerika beheersten: de verder toenemende polarisatie tijdens de pandemie, de massale protesten van de Black Lives Matter-beweging na de tragische dood van George Floyd, de tumultueuze verkiezingen en de weigering van een president zich bij de uitslag neer te leggen, de bestorming van het Capitool, de sobere inauguratie van Joe Biden in een zwaar belegerd Washington en de vervolging van Donald Trump.

Amerika Amerika biedt zowel een kijkje in het ongewone leven van een buitenlandverslaggever, de blik van een insider op Amerika in aanloop naar de presidentsverkiezingen op 5 november 2024. Daarnaast toont dit boek de mens achter de liberale en conservatieve stemmers in het diep verdeelde land van de onbegrensde mogelijkheden.

Recensie
Marieke de Vries werkt sinds 1 april 2019 in de Verenigde Staten als verslaggever voor het NOS Journaal en daardoor ziet en hoort ze natuurlijk erg veel, maar het meeste daarvan past niet in de diverse nieuwsbulletins. Haar uitgever kwam op een dag met het voorstel om deze verhalen op te schrijven en ze vervolgens als boek uit te brengen. Dit leidde er uiteindelijk toe dat in september 2024 Amerika, Amerika verscheen, waarin niet alleen talloze inwoners van de grootmacht aan het woord komen, maar dat eveneens laat zien wat het werk van een correspondent inhoudt.

‘Woon je echt in D.C.?’ Deze ogenschijnlijk heel gewone vraag die De Vries, woonachtig in Washington, regelmatig te horen krijgt, is niet zo onschuldig als hij in eerste instantie lijkt. De hoofdstad van de VS, zo blijkt aan het begin van het boek, staat voor Trump-aanhangers namelijk synoniem voor corruptie, smerige politieke spelletjes en een onaangename herinnering aan 6 januari 2021 (de bestorming van Het Capitool). Uit de vele veelal korte gesprekken die de auteur gevoerd heeft, komen deze onderwerpen vaak naar voren en voor een grote groep Republikeinen zijn dat argumenten om te willen terugkeren naar het Amerika van de jaren vijftig van de vorige eeuw. De Democraten denken hier uiteraard heel anders over en, ondanks dat vooral de conservatieve Amerikaan aan het woord komt, laat De Vries toch zien dat de tegenstellingen in het land groter zijn dan ooit. Maar, zo valt te lezen, zijn er ook steeds meer tegengeluiden te horen. Veel jongeren zijn anders over bepaalde zaken gaan denken en willen daarom een tolerantere samenleving, waarin afwijkende meningen en uitingen geaccepteerd worden.

De onderwerpen en gebeurtenissen die in Amerika, Amerika ter sprake komen, zijn natuurlijk ook al door de diverse media naar buiten gebracht, maar het verschil is dat De Vries er een iets andere draai aan geeft. De verhalen zijn persoonlijker – aan verschillende meningen wordt ruimte gegeven – en de lezer krijgt in grote lijnen mee wat een verslaggever moet doen om bovenop het nieuws te zitten en daar vervolgens te blijven zitten. Zo bevonden de auteur en haar team zich op die bewuste zesde januari, ondanks de waarschuwende opmerking van niemand minder dan Steve Bannon in september van het jaar ervoor om de hoofdstad te mijden, wel degelijk in Washington D.C. om verslag te doen van wat zich die dag allemaal voordeed, maar tevens om korte interviewtjes met het publiek te houden.

Hoewel de gesprekjes over het algemeen niet bijzonder uitvoerig op allerlei zaken ingaan, krijgt de lezer zonder meer een goede indruk van wat er bij de Amerikaanse bevolking leeft. De geïnterviewden komen meteen ter zake en draaien nergens om heen. Soms is hun verontwaardiging bij wijze van spreken te proeven en heb je te doen met mensen die vertellen over hun schrijnende omstandigheden. Een enkele keer sla je spreekwoordelijk steil achterover als je leest dat kogels en contant geld zijn uitgedeeld om mensen te bewegen zich tijdens de coronapandemie te laten vaccineren. Uit dergelijke voorbeelden, maar ook uit de besluitvorming die de afzonderlijke staten zelf kunnen nemen, valt op te maken dat Amerika, ongeacht welke partij de regering vormt, nog immer een land van uitersten is.

Amerika, Amerika, waarin ieder hoofdstuk voorafgegaan wordt door een foto van een daarin besproken thema, kan deels beschouwd worden als een autobiografie, maar is daarnaast eveneens een globale weergave van de politieke situatie in de VS vanaf het moment dat Trump in beeld kwam. De Vries laat, zonder een eigen standpunt in te nemen, zowel de Democraat als de Republikein aan het woord, beschrijft hoe zij over belangrijke onderwerpen denken en ook dat velen in onwaarheden en complottheorieën geloven. Daarom geeft het boek een goede en boeiende impressie van wat ooit het land van de onbegrensde mogelijkheden werd genoemd.

 

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Marieke de Vries
Titel: Amerika, Amerika

ISBN: 9789026366246
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2024

Himalaya – Michael Palin

Flaptekst
Michael Palins epische reizen hebben hem in alle uithoeken van de wereld gebracht. Hij reisde van de noord- naar de zuidpool, doorkruiste alle landen rond de Grote Oceaan en stak de Sahara-woestijn over. Zijn zesde reis, door het uitgestrekte en meedogenloze Himalaya-gebergte, is ook nu weer vol avontuur, mysterie en uitdaging. Er is sowieso geen gemakkelijk manier om dit te doen en Michael Palin maakt het zichzelf niet eenvoudig.

Recensie
Michael Palin is niet alleen bekend van Monty Python’s Flying Circus en diverse films waarin hij als acteur speelde, maar vanaf 1980 eveneens van de vele reisprogramma’s die hij voor de Britse omroep BBC maakte. Hij wordt daarom ook wel beschouwd als een wereldreiziger. Zijn reizen en programma’s veroorzaakten een massale toename van het toerisme (het Palin-effect). Van al zijn rondzwervingen over de wereld hield hij dagboeken bij, die alle in boekvorm zijn uitgebracht. Hieronder het in 2004 verschenen Himalaya, waarin hij beschrijft hoe zijn van 12 mei 2003 tot en met 7 april 2004 onderneming door diverse landen rondom het gelijknamige hooggebergte in het midden van Azië verlopen is.

In een tijdsbestek van elf maanden reist Palin, samen met zijn productieteam van de BBC – er werden tegelijkertijd opnamen gemaakt voor een reisprogramma – door gebieden in Pakistan, Noordwest-India, Nepal, Tibet, China, Nagaland en Assam, Bhutan en Bangladesh, waar de reis eindigde. Zoals een goed reisdagboek betaamt, geeft de auteur een heldere beschrijving van de desbetreffende reisdag. De ene keer is dit beknopt, de andere keer een stuk uitgebreider, al naar gelang wat hij die dag heeft meegemaakt. Vaak geeft hij beknopte (achtergrond)informatie over een land, een gebeid, een plaats, een gebouw of een bezienswaardigheid. Deze kennis is zonder meer van toegevoegde waarde en is bijzonder lezenswaardig.

Vanzelfsprekend heeft Palin ontmoetingen en gesprekken met diverse lokale bewoners en hier geeft hij een ongetwijfeld globale weergave van. De lezer kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat veel, zo niet de meeste, van deze afspraken al vooraf geregeld zijn. Soms moet dit ook wel, zoals bijvoorbeeld zijn onderhoud met de Dalai Lama, maar van spontaniteit is dan eigenlijk geen sprake meer. Desondanks zijn al die conversaties absoluut interessant, want hierdoor kom je weer wat meer te weten over bepaalde zaken. Hoewel je niet van een gemiste kans kunt spreken, is het jammer dat een babbeltje met ‘de gewone man’ zo goed als niet in het boek voorkomt, want over het algemeen is zoiets uitermate boeiend.

Het verslag van de rondreis is zeer toegankelijk en helder geschreven, zelfs zodanig dat het er vaak op lijkt dat je zelf met de auteur meereist. Natuurlijk ontbreekt een humoristische ondertoon evenmin, maar heel gepast en beslist met mate. Verder is de auteur erg open en schroomt hij niet te vertellen over problemen, ziektes, angsten en andere ongemakken waarmee hij en zijn team te maken krijgen. Het hoort er immers allemaal bij. Tijdens de reis heeft Palin veel te horen gekregen, zoals misstanden en politieke situaties, maar hierover neemt hij geen standpunt in. Hij vermeldt dit in het boek en daar blijft het bij. Misschien is dat tactisch gezien ook wel de beste keuze.

De vele belevenissen van de auteur worden begeleid met een grote hoeveelheid schitterende foto’s van fotograaf Basil Pao. Deze versterken de indruk die je van de gebieden en landen krijgt en zijn daarom sfeerverhogend. Niettemin is het opvallend dat Palin op behoorlijk wat foto’s afgebeeld staat, vast en zeker omdat het om zijn boek over deze prachtige, maar vermoeiende reis gaat. Dit feit neemt echter niet weg dat Himalaya een fascinerend verslag is van een geweldig mooi avontuur.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Michael Palin
Titel: Himalaya

ISBN: 9789076341897
Pagina’s: 288 (gebonden uitgave)
Eerste uitgave: 2004