Categorie archief: Gelezen in 2026

De goede grap van Norman Foreman – Julietta Henderson

Flaptekst
De 12-jarige Norman en zijn beste vriend Jax waren een legendarisch komisch-duo-in-wording, met als doel over vijf jaar optreden op het Edinburgh Fringe Festival. Maar als Jax onverwacht overlijdt, stort Normans wereld in. Hij besluit als eerbetoon aan Jax om alsnog op te treden op de Fringe, niet over vijf jaar, maar over vijf weken. Zijn moeder wil niets liever dan Norman steunen, dus laden ze de auto in (en haar tachtigjarige collega – lang verhaal) en gaan op weg. Norman heeft alleen nog een verrassing voor zijn moeder: hij wil onderweg op zoek gaan naar zijn vader, die al voor zijn geboorte uit beeld was…

Recensie
De Australische Julietta Henderson is opgegroeid in een gezin van boekenliefhebbers, dus dat ze ervoor koos om te gaan schrijven is eigenlijk niet zo heel erg vreemd. Aanvankelijk deed ze dit alleen als journalist en reisboekenauteur, maar later ook als schrijver van romans. In 2021 debuteerde ze met De goede grap van Norman Foreman, waarvoor ze zich heeft laten inspireren door het idee dat wanneer iemand die veel verdriet in zijn leven heeft meegemaakt, het prachtig kan zijn als er uit al die ellende iets goeds voortkomt.

Norman is nog maar twaalf jaar oud en zijn enige en beste vriend Jax één jaar jonger. Ze hebben zichzelf ten doel gesteld om over vijf jaar als komisch duo op te treden op het Edinburgh Fringe Festival. Als Jax plotseling overlijdt, valt deze droom geheel in duigen, maar Norman neemt de beslissing om toch aan het festijn deel te nemen, maar dan wel over vijf weken. Met steun van zijn moeder Sadie en haar 80-jarige collega Leonard ondernemen ze de reis naar de Schotse hoofdstad, maar onderweg houden ze diverse keren halt om op zoek te gaan naar zijn onbekende vader.

In de eerste twee, drie hoofdstukken vraag je je werkelijk af waar het verhaal naartoe gaat, wat de exacte bedoeling van de auteur is en waarom zo goed als alles wat ze in dat beginstadium schrijft per se gekscherend en met een enorme knipoog moet zijn. Al heel snel – die beginhoofdstukken zijn behoorlijk kort – merk je dat er wel degelijk een structuur is en dat Henderson absoluut een bedoeling heeft. Heel geleidelijk aan komt de lezer meer te weten over de twee protagonisten, vanuit wier regelmatig afwisselende perspectief de gebeurtenissen worden verteld. Deze twee personages zijn de tweeëndertigjarige Sadie en haar twaalfjarige zoon Norman. Hoewel het er in eerste instantie niet op lijkt, kom je stukje bij beetje steeds meer over hen te weten. Ze zijn derhalve goed uitgewerkt en naarmate de plot vordert, zie je ze als persoon groeien.

De leukigheid uit het begin blijft, en dat is achteraf bezien ook goed, want dat hoort helemaal bij dit verhaal, de personages en – maar dat blijkt aan het eind – de droom van Norman. Omdat de auteur eveneens ruim voldoende aandacht besteedt aan serieuzere thema’s komt de humor geregeld in een ander daglicht te staan opdat alles gerelativeerd kan worden. Door diverse onderwerpen die Henderson aansnijdt, zijn diverse fragmenten aandoenlijk, met name die waarbij Norman betrokken is. Een van de overige personages, de tachtigjarige Leonard, is een uitstekende tegenhanger van Sadie en haar zoon. Hij weet, ondanks een persoonlijk verdriet, overzicht te behouden en doet er alles aan om ervoor te zorgen dat Norman zijn droom kan waarmaken.

Het tempo ligt vanaf het allereerste moment behoorlijk hoog en daarnaast gebeurt er ook nog eens ontzettend veel. Soms is het een rollercoaster aan gebeurtenissen, de een op het oog absurder dan de andere, maar die serieuze ondertoon blijft immer behouden. De bijzonder vlotte en ongecompliceerde schrijfstijl van de auteur is er eveneens debet aan dat het verhaal in een razende vaart voorbijvliegt. Het is prettig voor de lezer dat er af en toe momenten van rust zijn; hij kan dan als het ware even de zinnen verzetten.

In feite is De goede grap van Norman Foreman (een schitterende allitererende naam en titel) enigszins genre-overschrijdend, want behalve roman heeft het tevens de kenmerken van een feelgood. Daarin is de auteur de gids die de lezer van een rustig begin, een aanzienlijk en wervelend tussenstuk naar een eind leidt dat voor iedereen bevredigend is. Dat heeft ze al met al prima gedaan.   

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Julietta Henderson
Titel: De goede grap van Norman Foreman

ISBN: 9789049808488
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2021

De eindscore – Don Winslow

Flaptekst
De eindscore van Don Winslow bevat zes spannende novelles waardoor je met andere ogen naar misdaad kijkt.

Een onmogelijke miljoenenoverval op een casino, een ambitieuze, hardwerkende student die illegale drank bezorgt om bij te verdienen, een eerlijke agent die een hartverscheurende keuze moet maken tussen loyaliteit aan zijn baan en zijn liefde voor een familielid… én nog veel meer.

Recensie
In 2022 kondigde Don Winslow aan dat hij zou stoppen met schrijven, want hij had zich voorgenomen om zich op politiek activisme te richten. Omdat dit, zo geeft hij aan, geen bijzonder resultaat opleverde, is hij weer teruggekeerd naar zijn eigenlijke vakgebied en dat leidde ertoe dat in 2026 zijn bundel De eindscore werd uitgebracht. Het idee voor enkele van de zes verhalen die hierin verzameld zijn, had hij al jaren in zijn hoofd, maar andere zijn geheel nieuw. Geen van deze novelles is dus eerder uitgebracht of in een uitgebreidere versie verschenen.

Zes spannende novelles waardoor je met andere ogen naar misdaad kijkt. Deze korte zin, die aan de beknopte beschrijving van de inhoud voorafgaat, spreekt in feite al boekdelen, want nadat je de afzonderlijke verhalen gelezen hebt, kun je eigenlijk niet anders dan concluderen dat ze inderdaad afwijken van een reguliere én langere misdaadroman. In de eerste plaats is dat omdat de auteur een beperkt aantal woorden gebruikt om de essentie van het kortverhaal bij de lezer over te brengen, maar vooral omdat de twists, en met name de uiteindelijke afloop, volledig anders zijn dan je vaak gewend bent. Winslow laat telkens zien dat er bij op het oog heel gewone en keurige mensen – de meesten zijn dat ook echt – maar íets in hun leven hoeft te gebeuren om een drastische ommekeer in hun vaak rustige en zorgeloze bestaan te veroorzaken.

Doordat de auteur de personages op een dusdanige manier neerzet dat ze je buren zouden kunnen zijn, komen ze bijzonder realistisch over en heb je nergens het gevoel dat ze deel uitmaken van een fictieve wereld. Ook de diverse omstandigheden waarin ze komen te verkeren, kunnen zich in werkelijkheid zomaar voordoen – of hebben zich voor hetzelfde geld al voorgedaan. Hierdoor leef je met elk van hen mee, zelfs met degenen die het niet al te nauw met de wet- en regelgeving nemen, en kun je je eveneens voorstellen waarom ze doen wat ze doen. In een verhaal met geringe omvang is het over het algemeen lastig om uitgebreid aandacht aan de personages en gebeurtenissen te besteden (of in ieder geval een van de twee), maar Winslow laat zien dat hij hier geen enkel probleem mee heeft. Zowel de karakters als de voorvallen komen volledig tot hun recht en zijn bijgevolg erg goed uitgewerkt.

Iedere novelle is afgestemd op de periode of situatie waarin een en ander zich afspeelt en ze hebben elk hun eigen strekking. Geen moment en geen verhaal is identiek, dus de lezer is verzekerd van zes verschillende, gevarieerde en van elkaar afwijkende vertellingen. De ene keer is de misdaad trouwens zichtbaarder dan de andere keer, of de spanning is niet altijd volop aanwezig. Er is echter wel een overeenkomst, want de diverse proza bevatten stuk voor stuk een ruime hoeveelheid plotwendingen waardoor je de facto nooit weet hoe de afloop zal zijn. Als een plot al een enigszins te voorzien verloop heeft, blijven de ontwikkelingen je dermate in beslag nemen dat je hier gewoonweg niet meer bij stilstaat en ze met veel interesse blijft volgen.

Zoals in het voorwoord van Reed Farrel Coleman al vermeld wordt, is het taalgebruik van Winslow afgestemd op de geest van het verhaal en de personages. Bijvoorbeeld rauw wanneer dat vereist is, of humoristisch als een scène zich daarvoor leent. Daarnaast is de schrijfstijl vlot, eigentijds en beeldend en is het tempo over het algemeen heel behoorlijk. Aan alles is te merken dat de auteur een begenadigd verhalenverteller is, want hij bezit het vermogen de lezer van begin tot eind te blijven boeien. Daarom is elke novelle in De eindscore, dat vertaald is door Catherine Smit, op zijn eigen manier intrigerend.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Don Winslow
Titel: De eindscore

ISBN: 9789402777000
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2026

Ongebroken – Wangari Maathai

Flaptekst
Wangari Maathai werd in 1940 geboren in het dorp Nyeri in Kenia. Ze heeft van jongs af aan alles op alles gezet om zich goed te scholen. In 1960 won ze een Kennedy-beurs. Ze studeerde af in de biologie aan de universiteit van Pittsburgh en promoveerde aan de Universiteit van Nairobi. Ze werd daarmee de eerste vrouw uit Oost-Afrika met een doctorstitel. Toen ze terugkeerde naar Kenia was ze geschokt door het verval van de bossen en de landbouwgrond als gevolg van de ontbossing. Maathai besloot de problemen op te lossen door bomen te gaan planten. Ze richtte de Green Belt Movement (gbm) op, gefocust op groepen vrouwen die proberen het landschap te bewaren en de kwaliteit van het leven te verbeteren. Zo helpt ze, wereldwijd, de vrouwen bij het creëren van zelfstandigheid. Maathais weg naar succes was niet gemakkelijk. In de jaren zeventig en tachtig stond ze onder toezicht van de regering Daniel Arap Moi. Ze was het doelwit van laster en werd gevangengezet. In 2002 werd Maathai verkozen tot het Keniaanse parlement en werd onderminister voor Milieu, Grondstoffen en Natuurbescherming. In oktober 2004 won ze de Nobelprijs voor de Vrede. In Ongebroken beschrijft ze op persoonlijke en toegankelijke wijze haar leven en overtuigingen. Een boek met een begeesterde, hoopvolle boodschap.

Recensie
De naam Wangari Maathai (ze is in 2011 overleden) zal bij velen niet meteen een belletje doen rinkelen, maar in 2004 was ze de eerste Afrikaanse vrouw die de Nobelprijs voor de Vrede won. Ze ontving hem wegens haar tomeloze strijd voor duurzame ontwikkeling, de democratisering van Kenya en een wereld in vrede. Haar inzet en werkzaamheden die ze verrichtte om dit te bereiken, heeft ze opgetekend in haar in 2006 verschenen autobiografie Ongebroken. Hierin vertelt ze overigens niet alleen over deze thema’s maar brengt ze onder andere haar jeugd, haar studie in de Verenigde Staten en de politieke omstandigheden van haar land eveneens ter sprake.

Hoewel dit boek het levensverhaal van Maathai is, geeft ze relatief weinig persoonlijks prijs. Toch is dit ruim voldoende om een tamelijk goede indruk van deze vrouw te krijgen, een indruk die overigens mede gebaseerd is op haar vele bezigheden. De auteur begint haar memoires met een korte uitweiding over haar eerste levensjaren. Voor de lezer is het al meteen duidelijk dat ze als jong meisje veel om de natuur gaf – op zich niet zo heel erg vreemd, omdat ze destijds in een nog volop begroeid gebied opgroeide. Dankzij een in feite onschuldige vraag die een neef stelde, kreeg ze de kans om naar school te gaan en deze mogelijkheid heeft ze ten volle benut. Ze koos later voor een wetenschappelijke studie die haar, zo blijkt uit haar relaas, goed van pas is gekomen. Ze was toentertijd wel een van de weinige vrouwen die een opleiding kon volgen, dus zou je kunnen stellen dat ze veel geluk heeft gehad, maar ook ouders die achter haar bleven staan en hun dochter volledig steunden.

Vervolgens heeft het verhaal een nagenoeg chronisch verloop en omdat de auteur het een en ander vertelt over de kolonisatie door de Engelsen, hun uiteindelijke vertrek uit Kenya, de dictatoriale jaren erna en het latere democratiseringsproces, krijgt de lezer een redelijk goed beeld van de politieke situatie van het land en vanzelfsprekend ook de ontwikkeling die het heeft doorgemaakt. Voor wie hier in meer of mindere mate in geïnteresseerd is, is de autobiografie erg leerzaam en wellicht zelfs een eyeopener. Soms sla je stijl achterover wat de autoriteiten uitspookten om henzelf, maar tevens familie en vrienden te bevoordelen. Hieruit blijkt eens en te meer dat een dictatuur over het algemeen behoorlijk corrupt is.

De schrijfstijl van Maathai is, ondanks de thematiek, bijzonder prettig en toegankelijk. Hierdoor is het boek absoluut geen zware worsteling, sterker nog, het leest uitermate vlot weg. Behalve de informatievere gedeelten zijn er eveneens veel fragmenten die een stuk ongedwongener zijn. Deze zorgen voor een iets luchtigere noot in het geheel. Er zijn momenten dat je echt met de auteur te doen hebt. Ze wordt dan flink tegenwerkt, belandt diverse keren onterecht in de gevangenis en wordt regelmatig bedreigd en geïntimideerd. Als je dit leest, kun je niets anders dan alleen maar respect voor deze vrouw hebben, want uit iedere moeilijke situatie putte ze kracht en zette ze vol goede moed haar werk voort.

Ongebroken – een prima en toepasselijke titel – is veel meer dan alleen het verhaal van een moedige en dappere Kenyaanse vrouw die strijd voerde tegen de vernietiging van de natuur, van haar land en van de democratie. De autobiografie laat namelijk ook zien dat met inzet, kracht en doorzettingsvermogen veel valt te bereiken, kortom een inspiratiebron die voor velen van toepassing kan zijn. 

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Wangari Maathai
Titel: Ongebroken
ISBN: 9789044507232
Pagina’s: 430

Eerste uitgave: 2006

Het laatste slachtoffer – Alexander Colin

Flaptekst
Op een verlaten industrieterrein wordt een gruwelijke ontdekking gedaan. Het tafereel lijkt het zoveelste macabere werk van de Regisseur, de seriemoordenaar die het land al maanden in zijn greep houdt. Zijn methode is even sadistisch als theatraal: hij ontvoert mensen in duo’s en maakt van hun laatste dagen een zorgvuldig geënsceneerd schouwspel. Maar er is één verschil – dit keer heeft een van zijn slachtoffers het overleefd.

Wanneer traumatherapeut Max West ingeschakeld wordt om het laatste slachtoffer te begeleiden, raakt ze gefascineerd door de raadsels rondom de dader. Wie is deze man, die zijn misdaden als een voorstelling regisseert? En waarom lijkt het alsof zijn verhaal nog niet is afgelopen?

Terwijl Max dieper graaft in het trauma van haar nieuwe patiënt, groeit het gevoel dat iemand de gebeurtenissen van dichtbij volgt. Misschien zelfs dichterbij dan ze denkt.

Recensie
Dat Alexander Colin zijn liefde voor schrijven niet van een vreemde heeft – zijn vader gaf deze passie aan hem door, maar ook zijn grootmoeder had er een belangrijke rol in – blijkt uit het feit dat hij in 2021 met een kortverhaal derde werd bij de Zilveren Strop. Twee jaar later bracht hij zijn eerste thriller Angsteiland (2023) uit en zijn vierde boek, Het laatste slachtoffer, is in het voorjaar van 2026 uitgebracht.

Hierin wordt traumatherapeut Max West, die overigens een fascinatie heeft voor de schaduwzijde van de mens, benaderd door een vrouw met het verzoek haar dochter Amelie, die uit handen van een seriemoordenaar is ontsnapt, te helpen. Ze stemt hiermee in, maar anderhalve sessie later neemt haar cliënt de beslissing met de therapie te stoppen. Max is echter niet van plan het hierbij te laten, want ze is ervan overtuigd dat ze het meisje kan helpen. Ze begint zich in de zaak van de moordenaar te verdiepen en komt er geleidelijk aan achter dat de werkelijkheid anders is dat op het eerste gezicht lijkt.

Aanvankelijk wordt de lezer deelgenoot gemaakt van een paar scènes die in feite niet zo opzienbarend zijn, maar heel kort daarna is zijn stemming volledig omgeslagen want het eerste hoofdstuk eindigt onthutsend en enigszins luguber. Hierdoor zit je meteen in het verhaal en ben je nieuwsgierig naar het vervolg, maar eveneens naar wat aan de geschetste omstandigheden is voorafgegaan. Doordat de voortgang vanuit elkaar afwisselende perspectieven wordt verteld, kom je stukje bij beetje steeds meer te weten, waarbij met de regelmaat van de klok allerlei sprongen in tijd plaatsvinden. Hierdoor kom je te weten wat zich in het verleden heeft afgespeeld, maar eveneens wat zich allemaal in het heden voordoet. Een groot voordeel daarvan is dat je een goed beeld krijgt van de gehele situatie.

Het boek heeft verschillende verhaallijnen, waarvan het in eerste instantie lijkt dat sommige niets met elkaar te maken lijken te hebben. Niets is echter minder waar, want dit onderlinge verband wordt stapsgewijs inzichtelijker en dat doet de auteur op een erg geraffineerde wijze. Daarbij zet hij de lezer veelvuldig op het verkeerde been en plotwendingen, waaronder vele onverwachte, zijn niet van de lucht. Als je denkt te weten hoe een en ander in elkaar steekt, blijkt even later dat je veronderstelling helemaal niet juist was, met andere woorden: er is een ruime hoeveelheid verrassingen. Zelfs in het allerlaatste hoofdstuk laat Colin je nog verbijsterd achter, want dan volgt er een onthulling over een daad van een van de personages die je min of meer verbouwereerd achterlaat, maar waaruit je eveneens kunt opmaken dat sommige dingen weer van voren af aan beginnen.

De schrijfstijl van de auteur is vlot, toegankelijk en hedendaags. Daarnaast wordt alles ook nog eens bijzonder aanschouwelijk in beeld gebracht, waardoor je het spektakel – zo kunnen de gebeurtenissen absoluut genoemd worden – zonder problemen op je netvlies ziet verschijnen. Het verhaal wordt gedragen door een aantal personages, waarvan Max de belangrijkste is. Over haar kom je ruim voldoende te weten en derhalve is ze naar behoren uitgewerkt. Voor de anderen geldt dit in iets mindere mate, maar wel dusdanig dat je ook van hen een gedegen indruk krijgt. In een enkel geval worden ook een paar persoonlijke perikelen naar voren gebracht – met name die van Max – en dan blijkt dat ze nog te kampen heeft met een onverwerkt en traumatisch verleden. Dit is zonder meer een interessante toevoeging.

Alles bij elkaar genomen is Het laatste slachtoffer een spannende en intrigerende thriller die de lezer van begin tot eind weet te boeien en nieuwsgierig maakt naar de volgende belevenissen van Max West, want dat die gaan komen, valt uit het dankwoord van de auteur op te maken.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Alexander Colin
Titel: Het laatste slachtoffer

ISBN: 9789026374227
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2026

Fatale zaken – Lucie Whitehouse

Flaptekst
Na haar ontslag bij de Londense politie keert Robin Lyons terug naar Birmingham waar ze noodgedwongen samen met haar puberdochter bij haar ouders intrekt. Ze probeert haar leven opnieuw op te bouwen. Maar wanneer haar beste vriendin wordt vermoord en een jonge vrouw verdwijnt, kan Robin niet werkloos toekijken. Terwijl ze haar eigen onderzoek start, ontdekt ze een web van geheimen, corruptie en gevaarlijke connecties.

Recensie
De eerdere boeken van Lucie Whitehouse waren psychologische thrillers, maar Fatale zaken, dat in 2026 in een Nederlandse vertaling is verschenen, noemt ze een literaire misdaadroman. Het is tevens het eerste deel van een serie, iets waar ze zich nog nooit eerder aan heeft gewaagd. De aanleiding voor het schrijven van dit boek was een ongebruikelijke, want een tv-producent vroeg haar of ze een idee had voor een vrouwelijke rechercheur. Tot haar eigen verbazing had ze meteen een antwoord en enige tijd later creëerde ze Robin Lyons, het nieuwe seriepersonage.

Deze vijfendertigjarige vrouw werkt bij de Metropolitan Police in Londen, maar is momenteel op non-actief gesteld. Vanwege persoonlijke problemen is ze genoodzaakt om met haar dertienjarige dochter bij haar ouders in Birmingham te gaan wonen. Ze kan aan het werk bij privédetective Maggie Hammond en samen duiken ze in de vermissing van een jonge vrouw. Niet veel later hoort Robin dat bij een woningbrand het lichaam van haar goede vriendin Corinna is gevonden. Vervolgens probeert ze er alles aan te doen om te achterhalen wie voor de brand en haar dood verantwoordelijk is.

Het verhaal wordt in zijn geheel verteld vanuit het perspectief van Lyons en daardoor komt de lezer behoorlijk veel over haar te weten. Niet in de laatste plaats omdat de thrilleraspecten van de plot een tamelijk ondergeschikte rol hebben. De auteur lijkt zich tot vlak voor het eind volledig te richten op de ontwikkeling van de protagonist. Een op het oog eindeloze trits flashbacks, herinneringen en gedachten zorgen ervoor dat je exact weet hoe Robin in elkaar steekt, maar ook dat ze als persoon eigenlijk niet evolueert. Ze is gedreven en eigenzinnig – waar uiteraard niets op tegen is – en verliest daarbij uit het oog dat ze zich aan bepaalde gedragsregels moet houden. Dit doet ze echter niet en daardoor maakt ze het zichzelf en anderen erg moeilijk. Van fouten moet en kun je leren, maar voor haar gaat dit niet op en dat is een van de redenen dat ze niet altijd als een prettig iemand overkomt.

Zoals hiervoor al genoemd is, ontbreken de thrillerkenmerken in het grootste deel van de plot. Pas in de laatste paar hoofdstukken is daar in beperkte mate sprake van en dan wordt het zowaar nog een klein beetje spannend. Voor het zover is, hebben de privéperikelen van Lyons de overhand. Het overwegend saaie detectivewerk van haar en Maggie Hammond brengen nog wat afwisseling, hoewel de wendingen op minder dan één hand te tellen zijn. Omdat er feitelijk bijzonder weinig gebeurt – de werkzaamheden vorderen zo goed als niet en er is nauwelijks voortgang – wil het niet vlotten met het verhaal. Door het stroperige tempo is het voor de lezer een heuse worsteling om het eind te halen. Als hij de ontknoping eenmaal heeft bereikt, wacht hem als beloning die minimale spanning en een epiloog waarin hij een globale indruk van de toekomst van Lyons krijgt.

Whitehouse heeft een overwegend simpele en eenvoudige schrijfstijl waardoor het lezen van dit boek in principe geen enkele inspanning hoeft te vergen. Desalniettemin zijn het verhaal en de gebeurtenissen soms dermate onsamenhangend dat je dan met de beste wil van de wereld niet weet waar de auteur het over heeft. Verder springt ze middenin actieve dialogen of scènes van heden naar verleden, en andersom. Op die momenten raak je het spoor enigszins bijster en weet je niet altijd meer wat er precies aan de hand is. Daarnaast weidt de auteur regelmatig uit over allerlei prietpraat en het meeste daarvan is volstrekt overbodig. Het hoe en waarom daarvan is een raadsel, maar waarschijnlijk gaat het erom dat het verhaal realistisch op de lezer overkomt. Iets dat overigens niet gelukt is. Fatale zaken, in een vertaling van Ineke van Bronswijk, is al met al een matige thriller die snel in het vergeethoekje zal belanden.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Lucie Whitehouse
Titel: Fatale zaken

ISBN: 9789026173806
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2026

Het kippencollectief – Susan Juby

Flaptekst
Wanneer Prudence Burns de verlaten boerderij van een verre oom erft, besluit ze vol New Yorks idealisme en met een overdaad aan energie om er een eco-farm van te maken. Maar eenmaal aangekomen op het Canadese platteland, treft ze niet veel meer aan dan een maanlandschap, een halfgeschoren, getraumatiseerd schaap en de norse voorman Earl.
Prudence schakelt de hulp in van haar lusteloze buurjongen, de alcoholische, mislukte wannabe-blogger Seth, die straatvrees heeft sinds het dramatische voorval met zijn toneellerares; en van Sara, een overgeorganiseerde elfjarig meisje dat een nieuw thuis zoekt voor haar showkippen (en misschien stiekem ook voor zichzelf…).
Samen zetten ze de hele lokale bevolking op zijn kop en krijgen ze te maken met de nodige plattelandse realiteit; maar met onverwoestbaar doorzettingsvermogen, een grote portie geluk en veel creativiteit weet Prudence de boerderij op een ludieke manier leven in te blazen.

Recensie
Haar eerste boek (Alice, I think, 2000) schreef Susan Juby op een nogal ongebruikelijke plek, namelijk in de bus op weg naar haar toenmalige werk in een plaatselijk café. Enkele opleidingen en veel meer boeken later is ze inmiddels een gevierd auteur geworden en schrijft ze zowel voor kinderen, jongeren en volwassenen. Haar eerste boek dat in een Nederlandse vertaling verscheen, is het in 2016 uitgebrachte Het kippencollectief. Dit is tevens haar eerste op volwassen lezers gerichte roman.

Op een dag krijgt de nog jonge New Yorkse Prudence Burns bericht dat ze de boerderij van haar onlangs overleden oudoom Harold erft. Ze ziet dit helemaal zitten en vertrekt vol goede moed en idealen naar het kleine eiland aan de Canadese kust om er een nieuw bestaan op te bouwen. Als ze er arriveert, laat ze zich niet ontmoedigen door de vervallen staat van het pand en het land eromheen. Ze wil het boerenbedrijf laten floreren, waarbij ze de humeurige Earl, de verslaafde Seth en de eigenwijze elfjarige Sara inschakelt om dit doel te verwezenlijken.

Het verhaal wordt afwisselend verteld door verschillende perspectieven, namelijk de jonge erfgename Prudence, de oude en narrige Earl, de eveneens jonge kluizenaar en verslaafde Seth en het meisje Sara. Al snel heb je in de gaten dat dit kwartet zowel afzonderlijk als gezamenlijk een apart en bijzonder is. Eigenlijk gaat dit in zekere zin ook op voor het merendeel van de andere personages, die overigens een veel kleinere rol in het geheel hebben. Ondanks dat de vier uitermate markant zijn, maken ze zich hoe dan ook geliefd bij de lezer, waardoor hij hen in zijn hart sluit. Even zo opmerkelijk zijn de vele situaties waarin ze terechtkomen, de ene nog bizarder en kolderieker dan de andere. Centraal daarin staat de geërfde boerderij, want zonder dit bedrijf zou het viertal zo goed als geen enkele zinvolle rol van betekenis hebben.

De protagonisten worden overigens goed neergezet en zijn ruim voldoende uitgewerkt, hoewel dit er aanvankelijk niet op leek. De auteur geeft echter gedurende de plot steeds meer stukjes prijs waardoor een totaalbeeld van hen ontstaat. Dit geldt eveneens voor het verhaal zelf, want in het begin lijkt het niet veel om handen te hebben en te verzanden in een nietszeggend niemendalletje. Na verloop van tijd verandert dit ten goede, want het aantal ontwikkelingen en plotwendingen neemt zienderogen toe en daarnaast benoemt de auteur enkele maatschappelijke vraagstukken, zonder hier overigens al te diep en uitvoerig op in te gaan. Niet erg, want dat was ook helemaal niet de bedoeling, haar intentie was een vermakelijk en gemakkelijk lezend verhaal te schrijven en daarin is ze absoluut geslaagd.

Juby’s schrijfstijl is erg luchtig en ze maakt gebruik van een flinke hoeveelheid humor, hetgeen in feite onvermijdelijk is gezien de talloze ongewone en soms ronduit hilarische omstandigheden. Aardig is dat de verhaallijnen van Prudence, Earl, Seth en Sara zich af en toe aanvullen, waardoor je van een enkele scène vanuit een net iets ander perspectief te zien krijgt. Verder heeft de auteur het taalgebruik van ieder van hen afgestemd op hun achtergrond en hoe ze als persoon zijn, dus om Earl als voorbeeld te nemen als een mopperende oudere man.

Zoals genoemd is dit de Juby’s eerste roman voor volwassenen, maar er zijn momenten dat je kunt merken dat ze ook voor een veel jongere doelgroep heeft geschreven. De plot is in grote lijnen ongecompliceerd, lichtvoetig en zonder allerlei ingewikkelde poespas, terwijl de opbouw verzorgd en dik in orde is. Aan het eind gooit de auteur er nog een vleugje feelgood tegenaan en vormt het verhaal in principe een afgerond geheel. Daarmee voldoet Het kippencollectief geheel aan de verwachting om een ontspannend en amusant verhaal te lezen.   

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Susan Juby
Titel: Het kippencollectief
ISBN: 9789020633467
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2016

Onaangenaam bezoek – Robert Goddard

Flaptekst
Op een mooie herfstmiddag in 1882 zit William Trenchard rustig in zijn tuin een pijp te roken. Het knarsende hekje verraadt bezoek en een onbekend persoon betreedt het tuinpad. William weet nog niet dat de onverwachte gast zijn leven en alles wat hij lief heeft, zal verwoesten.

De onverwachte bezoeker stelt zich zelf voor als James Norton, maar claimt in werkelijkheid Sir James Davenall te zijn. De ware James Davenall heeft echter elf jaar geleden zelfmoord gepleegd. William is diep geschokt want Davenall was destijds de verloofde van zijn vrouw Constance. Hij weigert dan ook Norton te geloven. Ook Davenalls rancuneuze familieleden erkennen Norton niet als erfgenaam en zorgen ervoor dat William – die vreest zijn echtgenote te verliezen – een bondgenootschap met hen sluit. De indringer schijnt echter alle troeven in handen te hebben en William gaat er psychisch welhaast aan onderdoor, alvorens alle schokkende geheimen van de familie Davenall uiteindelijk onthuld worden

Recensie
Nadat Robert Goddard zonder al te veel succes allerlei baantjes had versleten, besloot hij medio jaren tachtig van de vorige eeuw om fulltime thrillerauteur te worden. Zijn werk kenmerkt zich niet alleen doordat de personages op gewone mensen lijken en waarmee de lezer zich over het algemeen kan identificeren, maar eveneens door de historische setting. Drie jaar na zijn debuut (Verjaard bedrog, 1986) verscheen zijn derde thriller Painting the darkness, dat ‘pas’ in 2000 in het Nederlands is vertaald, met als titel Onaangenaam bezoek.

Hierin begeven we ons naar 1882, wanneer ondernemer William Trenchard plotseling wordt bezocht door een hem onbekende man. Deze James Norton beweert de elf jaar gelden door zelfmoord omgekomen James Davenall te zijn, en tevens dat hij destijds met Trenchards vrouw Constance was verloofd. Zowel William als de Davenalls geloven niet dat Norton is wie hij zegt te zijn, maar de laatste doet er alles aan te bewijzen dat hij de waarheid spreekt. De anderen blijven zich verzetten, hetgeen ten koste gaat van allerlei geheimen en de geestelijke gezondheid van Trenchard.

De uitleg van de uitdrukking ‘het venijn zit in de staart’ kan met een beetje flexibiliteit opgaan voor deze thriller, want in de ontknoping komt naar voren met welk geheim een aantal leden van de welgestelde familie Davenall jarenlang heeft rondgelopen en dat absoluut niet aan de oppervlakte mag komen. Deze climax ziet de lezer gedurende de plot in het geheel niet aankomen en zijn vermoeden hoe de vork exact in de steel zit en waardoor hij soms denkt dat enkele gebeurtenissen licht voorspelbaar zijn, wordt daarmee meteen overboord gegooid. Goddard heeft het verhaal op een dusdanig ingenieuze manier in elkaar gezet dat deze eindfase als een volslagen verrassing binnenkomt.

Voor het zover is leidt de auteur de lezer door allerlei familiegeheimen, diverse intriges en enkele rechtszaken. Omdat de Davenalls hierin centraal staan, lijkt dit boek in grote lijnen op een familiedrama waarin op het eerste gezicht niet erg veel spanning te bespeuren valt. Of het moeten de onderlinge en in enkele gevallen getroebleerde verhoudingen zijn die sowieso voor de nodige beroering zorgen. Toch zijn er wel degelijk meer dan genoeg situaties die fascinerend zijn en je aan het verhaal gekluisterd houden. Het duurt echter wel een even voor het zover is, want de aanloop naar die momenten neemt wel wat tijd in beslag. Desondanks vraag je je voortdurend af wat er aan de hand is, wie de waarheid vertelt en hoe de verschillende gebeurtenissen zich zullen ontwikkelen. Kortom, Goddard zorgt ervoor dat je vanaf het begin nieuwsgierig bent en blijft.

Het verhaal speelt zich in een niet al te vlot tempo af, maar omdat er behoorlijk wat gebeurt, merkt de lezer daar vrij weinig van. Plotwendingen wisselen elkaar af, de ene keer iets sneller dan de andere keer, maar er zijn er meer dan voldoende. Hierdoor, en mede door de gedragingen van sommige personages, weet je nooit waar je echt aan toe bent. Deze personages zijn overigens op een zeer menselijke manier neergezet, waardoor je zo goed als nergens de indruk krijgt dat het merendeel van hen tot de bovenklasse behoort. In feite kun je je heel goed in hen verplaatsen en dus voorstellen hoe ze handelen en reageren.

De schrijfstijl van Goddard is aangenaam, waarbij hij zich soms ook lijkt te verplaatsen naar het eind van de negentiende eeuw. Een sterk aspect is de sfeer die van zowel die periode als van de omstandigheden wordt gecreëerd. Het verhaal leeft hierdoor stukken meer. Over het geheel genomen houdt Onaangenaam bezoek het midden tussen roman en thriller, maar weet naarmate de plot vordert steeds meer te intrigeren, waardoor het boek op een gegeven moment lastig is weg te leggen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Robert Goddard
Titel: Onaangenaam bezoek
ISBN: 9789055017171
Pagina’s: 520

Eerste uitgave: 2000

Vrijstaat – Lena Sundström & Jens Mikkelsen

Flaptekst
Wanneer het lichaam wordt gevonden van de Malmöse opiniemaker Rebecca Rönn, denkt de politie aanvankelijk dat het om een roofmoord gaat.

Journalist Sven ontdekt dat het slachtoffer wellicht over informatie beschikte die haar het leven heeft gekost. Maar de politie beschouwt de zaak als opgelost en Sven staat alleen in zijn zoektocht naar antwoorden.

Buitenlandcorrespondent Anne koopt na haar scheiding een verlaten pand in de wijk Kirseberg in Malmö. Als Sven zijn jeugdliefde Anne na vijfentwintig jaar weer tegenkomt, duiken ze samen in de zaak. Algauw raken de twee journalisten verwikkeld in een bloedstollende zoektocht naar de waarheid. En wat ze ontdekken is vele malen duisterder dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden.

Recensie
Dat de in Zweden veelgeprezen en bekroonde onderzoeksjournalisten Lena Sundström en Jens Mikkelsen elkaar niet zo heel erg goed kenden, was voor eerstgenoemde geen belemmering om contact met haar collega op te nemen en hem te vertellen dat ze samen een misdaadroman zouden schrijven. De laatste was hier helemaal niet enthousiast over, maar hij is toch overstag gegaan. Hun samenwerking leidde ertoe dat in 2024 hun gezamenlijke debuut Fristaden (Vrijstaat, 2026) werd uitgebracht en dat vervolgens bekroond werd als beste Zweedse thrillerdebuut van dat jaar.

Op het ochtendjournaal hoort journalist Sven Nygren dat Rebecca Rönn, een bekende beleidsmaker uit Malmö, wordt vermist. Als later haar lichaam wordt gevonden, neemt de politie aan dat ze beroofd en vermoord is. De vermoedelijke dader wordt snel gegrepen en daarmee is de zaak afgedaan. Nygren denkt er echter anders over en gaat op onderzoek uit. Na verloop van tijd krijgt hij hierbij hulp van voormalig buitenlandcorrespondent Anne Suyin en samen komen ze erachter dat er veel meer aan de hand is dan aanvankelijk leek.

Aan het begin van het verhaal, waarin al een klein beetje dreiging te bespeuren valt, worden de diverse personages geïntroduceerd zodat de lezer op dat moment een globale indruk van hen krijgt. In de loop van de plot kom je geleidelijk aan meer over de meeste van hen te weten, met als gevolg dat de belangrijkste twee (de journalisten Sven Nygren en Anne Suyin) uiteindelijk behoorlijk goed uitgewerkt zijn. Het tweetal heeft een gezamenlijk verleden en de spanning die daarmee gepaard gaat, is vanaf het ogenblik dat ze elkaar weer tegen het lijf lopen bij iedere nieuwe ontmoeting voel- en merkbaar, ondanks dat ze daarnaast ook op een professionele manier met elkaar omgaan.

Vrijstaat is een typische Scandinavische thriller, want het tempo ligt over het geheel bezien niet ongelooflijk hoog en de auteurs brengen verschillende maatschappelijke thema’s onder de aandacht van de lezer. Enkele voorbeelden daarvan zijn de vluchtelingenproblematiek, populisme en dakloosheid. Door deze items te benoemen en ze in het verhaal te verwerken, komt de gebeurtenissen die plaatsvinden behoorlijk realistisch over. Er worden eveneens diverse situaties geschetst waar een normaal mens met zijn gezonde verstand niet bij kan. Deze scènes zijn dermate afschuwelijk dat je er feitelijk geen woorden voor hebt en je je afvraagt of zoiets in de echte wereld ook voorkomt. Je hoopt en verwacht van niet, maar geheel ondenkbeeldig is het evenmin.

De auteurs leggen de nadruk vooral op het grondige onderzoek dat de journalisten verrichten – gezien hun eigen achtergrond zoeken ze het dus dicht bij huis – en naarmate de ontwikkelingen vorderen, beginnen hun naspeuringen, en daardoor het verhaal zelf ook, meer en meer te intrigeren. Tevens zijn er verschillende wendingen, spannende momenten en enkele verrassingen, overigens alle zonder dat de lezer écht op het verkeerde been wordt gezet. Niettemin weet je nergens waar je aan toe bent, want daarvoor is het gelukkig allemaal te onvoorspelbaar. Het eind lijkt enigszins dood te bloeden, maar de auteurs geven daar toch nog een draai aan waardoor een en ander anders verloopt dan je aanvankelijk aannam.

Dankzij de bijzonder toegankelijke en vlotte schrijfstijl van het schrijversduo vlieg je door de thriller heen, ondanks dat de omstandigheden niet altijd even florissant zijn. Vrijstaat is derhalve een debuut dat er mag zijn en waarvan je absoluut niet merkt dat dit het eerste boek van de auteurs is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur:Lena Sundström & Jens Mikkelsen
Titel: Vrijstaat

ISBN: 9789400518674
Pagina’s: 512

Eerste uitgave: 2026

Weg van hier – Clémence Michallon

Flaptekst
Frida en Gabriel waren ooit zo close dat ze elkaars zinnen konden afmaken, maar na een onbeschrijflijke tragedie een paar jaar terug zijn ze uit elkaar gegroeid. Nu willen ze proberen hun band te herstellen en spreken ze af in een luxe resort in de woestijn van Utah. Het lijkt een goed plan, totdat een van de andere gasten dood wordt aangetroffen.
Wanneer de lokale politie arriveert en de verdenking op Gabriel valt, rakelt dit bij Frida herinneringen op aan hun jeugd in een sekte in New York State, hun dramatische ontsnapping en de tragedie die later volgde. Frida heeft altijd in Gabriels goedheid geloofd, maar tegelijkertijd weet ze als geen ander dat mensen je onaangenaam kunnen verrassen. Zelfs degenen die het dichtst bij je staan.

Recensie
Omdat De stille huisgenoot, het in 2023 verschenen debuut van de Frans-Amerikaanse auteur Clémence Michallon zich in de winter afspeelt en het in dit boek dus altijd koud is, besloot ze dat ze voor haar volgende thriller naar een warme en mooie plek wilde gaan. Vervolgens gingen haar gedachten terug naar ruim vijftien jaar geleden toen ze met haar ouders in een prachtig hotel verbleef dat in de woestijn van Utah ligt. Dit onderkomen vormde voldoende inspiratie voor het schrijven van Weg van hier, dat in februari 2026 in een Nederlandse vertaling is uitgebracht.

Hierin willen Frida en Gabriel hun onderlinge band, die tot een tragische gebeurtenis negen jaar eerder erg sterk is geweest, herstellen. Dit doen ze in een luxe resort vlak bij het woestijnplaatsje Escalante. Een aantal dagen na hun aankomst wordt een van de andere hotelgasten vermoord aangetroffen en tot overmaat van ramp wordt Gabriel als verdachte aangemerkt. Meteen komen bij Frida herinneringen naar boven drijven. Naar de sekte waarin beiden zijn opgegroeid, naar hun spectaculaire ontsnapping en naar een persoonlijk drama dat jaren later plaatsvond. Ze vraagt zich ook af of ze Gabriel wel écht kent, of alleen maar denkt hem goed te kennen.

Het zal duidelijk zijn dat Frida en Gabriel – ze zijn zich in de sekte als broer en zus gaan beschouwen, ofschoon ze dit biologisch gezien niet zijn – de belangrijkste personages in dit verhaal zijn. Omdat de auteur de gebeurtenissen zowel in het heden als het verleden laat afspelen, komt de lezer tamelijk veel over het tweetal te weten en kan hij zich een goed beeld over hen vormen. De terugblikken beginnen vijfentwintig jaar eerder en hebben een chronologisch verloop naar het moment dat zich in Gabriels leven een tragisch voorval voordoet. Aanvankelijk tast je hierover nog in het duister, maar naarmate de plot vordert, krijg je een aan zekerheid grenzend vermoeden wat de ware toedracht daarvan is. Toch is deze verhaallijn, die voornamelijk het verblijf in de sekte beschrijft, de meest interessante, want daaruit valt enigszins op te maken hoe beklemmend het wonen in zo’n besloten gemeenschap moet zijn.

In de andere verhaallijn – die in het heden – is de rode draad de moord op een van de hotelgasten. Hoewel de voortgang daarvan aanmerkelijk minder boeiend is, is wel te merken dat Frida en Gabriel nog steeds te kampen hebben met hun min of meer traumatische tijd bij de sekte; de psychische gevolgen daarvan moeten niet onderschat worden. Eigenlijk is dit het enige dat een beetje indruk maakt, want voor het overige gaat het er nogal tam aan toe, is er geen enkele spanning en ook nog eens behoorlijk voorspelbaar. Zo is bijvoorbeeld van meet af aan helder wie de moordenaar is, wat diens motieven zijn en hoe de hulpsheriffs zullen handelen. Dientengevolge is het aantal verrassingen zo goed als nihil en zijn de plotwendingen minimaal en weinig opzienbarend.

Op de schrijfstijl van de auteur valt niet zo heel erg veel af te dingen. Die is vlot, toegankelijk en ongecompliceerd, precies wat nodig is voor een boek dat uitstekend als tussendoortje gelezen kan worden. De afwisseling tussen heden en verleden is in principe niet verkeerd, maar een direct onderling verband is zelfs met een vergrootglas niet te vinden; de enige overeenkomst die er is, zijn Frida en Gabriel, de afzonderlijke verhalen hebben helemaal niets met elkaar gemeen. Is Weg van hier, in een prima verzorgde vertaling van Ineke de Groot, vervelend om te lezen? Nee, dat niet, maar een blijvende indruk laat de tweede thriller van Michallon absoluut niet achter. Daarvoor is het niet spannend genoeg, zijn er te weinig verrassende ontwikkelingen en is het bij tijd en wijle veel te doorzichtig.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Clémence Michallon
Titel: Weg van hier

ISBN: 9789044552065
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2026

Het eiland – Sara B. Elfgren

Flaptekst
Mirjam is verrast wanneer haar halfzus Nia haar uitnodigt voor haar Girls Only verjaardagsfeest op Tallholmen, het Zweedse eiland waar ze als kinderen hun zomers doorbrachten. Na een jaar zonder contact lijkt dit dé kans om hun band te herstellen.

Maar het eiland draagt sporen van het verleden, en de relatie tussen de zussen is complex. De aanwezigheid van Nia’s controlerende echtgenoot werpt een schaduw over de avond. Wat begint als een ongemakkelijke hereniging, verandert langzaam in een beklemmende confrontatie met oude wonden en verborgen dreiging.

Wanneer de nacht valt en de spanning tussen de zussen oploopt, blijkt dat het gevaar dichterbij is dan Mirjam ooit had kunnen vermoeden.

Recensie
De Zweedse scenario- en toneelschrijfster Sara Bergmark Elfgren is als auteur vooral bekend geworden door haar fantasyboeken voor jongvolwassenen, maar voor de radio schreef ze eveneens een veelgeprezen mockumentary-thriller. Medio februari 2026 verscheen Het eiland, dat wordt beschouwd als een psychologische thriller met een gotische sfeer en omdat Elfgren een sterke band met de archipel van Stockholm heeft, speelt het verhaal zich in die omgeving af.

Op een zonovergoten middag in augustus ontvangt Mirjam een uitnodiging van haar halfzus Nia om haar verjaardag op het eiland Tallholmen, waar ze in hun jeugd vaak kwamen, te komen vieren. Omdat ze haar zus al een ruim jaar niet meer gezien of gesproken heeft, gaat ze hierop in en hoopt dat hun onderlinge contact daardoor verbetert. Als ze op het eiland is, heerst er een ongemakkelijke ambiance, want Nia’s controlerende echtgenoot Konrad drukt een behoorlijk stempel op de dag en avond, met gevolg dat het gevaar niet ver weg is.

Het had zo mooi kunnen zijn, vooral omdat de korte proloog ervoor zorgt dat je enigszins nieuwsgierig wordt naar toedracht van de scène die daarin beschreven wordt. Deze inleiding krijgt echter geen passend vervolg, want nadat de lezer in het begin kennismaakt met protagonist Mirjam zakt het verhaal al tamelijk snel volledig in en verzandt het vervolgens in een aaneenschakeling van herinneringen, diverse uiteenzettingen van persoonlijke (relatie)problematiek, normale huis- tuin- en keukenpraat en het vieren van een alcoholrijke verjaardag. Door middel van talloze flashbacks doet de auteur er alles aan om zowel Mirjam als Nia – overigens niet geheel zonder succes – een gezicht te geven. Het probleem is echter dat al die terugblikken niet alleen voor een enorme vertraging zorgen, maar eveneens veroorzaken dat de eventueel aanwezige spanning zo goed als in zijn geheel verdwijnt.

Zoals hiervoor al even benoemd, is Mirjam het belangrijkste personage en daarom wordt de plot voornamelijk vanuit haar perspectief verteld. Je komt derhalve ruim voldoende over haar te weten, maar ook de achtergrond van haar halfzus blijft niet onbelicht. Het valt daarbij op dat hetgeen beiden tot dusver in hun leven hebben meegemaakt min of meer parallel loopt, met dien verstande dat Nia, sinds ze met Konrad is getrouwd, met aanzienlijk meer extremiteiten te maken heeft gekregen. Toch houd je aan beide vrouwen een dubbel gevoel over. Als ze nog onschuldige tieners zijn, kun je nog wel sympathie voor hen opbrengen, maar vele jaren later – ze zijn inmiddels volwassen vrouwen – hebben ze een houding die tegen gaat staan. Het tweetal komt dan, ongetwijfeld gevoed door enkele negatieve ervaringen, minder standvastig en zelfverzekerder over.

Het verhaal bevat thema’s als huiselijk geweld, een controlerende echtgenoot en met een beetje fantasie het niet kunnen verlaten van een eiland. Elfgren probeert hier een eigen draai aan te geven, maar de genoemde onderwerpen, alsmede de barre weersomstandigheden, zijn – voornamelijk omdat hier al zoveel thrillers over zijn geschreven – dermate uitgekauwd dat van iedere vorm van originaliteit zo goed als geen sprake meer is. Ook dit is een van de oorzaken dat het met de spanning absoluut niet wil vlotten. Er zijn slechts enkele momenten, met name in de ontknoping (het beste deel van het boek), dat er sprake is van een vleugje opwinding. Voor het overige is het in feite een behoorlijk tamme en eentonige bedoening.

De auteur laat zonder meer zien dat ze een verhaal kan schrijven, maar een thriller vergt andere capaciteiten en kwaliteiten dat een jeugdboek. Deze twee elementen zijn niet afdoende benut, met tot gevolg dat Het eiland, keurig vertaald door Corry van Bree, als een waakvlammetje begint, maar als een nachtkaars uitgaat.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Sara B. Elfgren
Titel: Het eiland

ISBN: 9789026178900
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2026