Categorie archief: Gelezen in 2022

De stenen goden – Jeroen Windmeijer

Beschrijving
De Middelburgse antropologiestudent Anthoni Eskens doet op Paaseiland onderzoek naar de moai, de mysterieuze beelden die al eeuwenlang tot de verbeelding spreken. Al snel ontdekt hij dat er op het eiland een felle, onderhuidse strijd woedt over de oorsprong van de moai. Als er mensen beginnen te verdwijnen, lijkt het erop dat sommigen het niet bij discussiëren laten…

In Middelburg treft Monique Fierloos, conservator van het Zeeuws Museum, voorbereidingen voor een grote tentoonstelling over ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen en Paaseiland. Een Paaseilandse beeldhouwer is uitgenodigd om voor het museum een beeld te maken, maar een in een nabijgelegen dorp gevonden moai zet de verhoudingen op scherp. En dan valt de eerste dode…

Recensie
Over de locatie van De stenen goden, het in maart 2022 verschenen afsluitende deel van de ‘Latijns-Amerika’-trilogie hoefde Jeroen Windmeijer niet lang na te denken. Paaseiland (Rapa Nui) heeft namelijk alles wat hij in zijn boeken zoekt: religie, mythologie, een geschiedenis die voor een groot deel nog onbekend is en het is een eiland dat, mede door de reusachtige voorouderbeelden, tot de verbeelding spreekt. Dat het op 5 april 2022 precies driehonderd jaar geleden is dat Jacob Roggeveen Paaseiland als eerste westerling in zicht had, is een aardige bijkomstigheid.

Monique Fierloos, conservator bij het Zeeuws Museum in Middelburg, bereidt een tentoonstelling voor over Jacob Roggeveen en Paaseiland. De beste beeldhouwer van het eiland, Hotu Nui, is overgekomen om een moai voor het museum te maken. Er ontstaat een controverse over dit beeld, maar ook over een klein beeldje dat veertig jaar eerder gevonden is. Tegelijkertijd bevindt de Middelburgse student culturele antropologie Anthoni Eskens zich drie weken op Paaseiland voor zijn afstudeeronderzoek. Hij komt erachter dat de oorsprong van de moai, de reusachtige beelden, ter discussie staat en dat het niet bij woorden alleen blijft.

De korte proloog, waarin een kleine moai wordt gevonden, geeft de mysterieuze sfeer waar het verhaal van doordrenkt is al enigszins weer. De lezer wordt meteen nieuwsgierig gemaakt en vraagt zich af wat voor geheimzinnigs of onverklaarbaars hem allemaal te wachten staat. De twee hierop volgende verhaallijnen, afwisselend verteld vanuit de perspectieven van antropologiestudent Anthoni Eskens en conservator Monique Fierloos, doen wat de mystiek betreft niet onder voor de inleiding. Het verschil is – uiteraard – dat steeds duidelijker wordt welke rol het beeldje in het geheel speelt. Samen met de geschiedenis van Paaseiland is dit stenen figuurtje overigens het enige dat beide subplots met elkaar verbindt.

Ondanks een paar onverwachte momenten die voor een lichte spanning zorgen, lijkt het erop dat het spanningsveld in De stenen goden grotendeels ondergeschikt is gemaakt aan het informatieve en mysterieuze karakter van de plot. De auteur geeft bijzonder veel interessante informatie over onder andere de reusachtige voorouderbeelden, het leven van Jacob Roggeveen en zijn ‘ontdekking’ van Rapa Nui, maar ook enkele theorieën over de zondvloed. En passant benoemt hij tevens een aantal actuele thema’s, zoals de microplastics, de klimaatverandering en de roofkunst in musea. Pas aan het eind van het verhaal, wanneer zowel in Middelburg als op Paaseiland enkele dreigende situaties ontstaan, hebben de thrillerkenmerken de overhand en wordt het aanzienlijk spannender.

Behalve aan de voornoemde theoretische feiten en hypothesen besteedt Windmeijer eveneens voldoende aandacht aan de personages en hun onderlinge verstandhouding. Zonder dat er uitvoerig op hun karakters ingegaan wordt, krijg je zonder meer een goede indruk van hen en heb je snel door dat sommigen zich iets beter – of op zijn minst anders – voordoen dat ze werkelijk zijn. Dat maakt hen in bepaald opzicht tot ietwat markante, wellicht zelfs dubieuze, persoonlijkheden. In de ontknoping en epiloog blijkt dat deze karakterschets niet geheel ten onrechte is. Voor het verhaal is het goed dat ze erin voorkomen, want ze fungeren als mooie tegenhanger op degenen die geen dubbele agenda hebben.

Mede dankzij de korte hoofdstukken en de fijne, toegankelijke schrijfstijl leest De stenen goden erg vlot. Doordat het boek een informatief en leerzaam karakter heeft, lijkt het niet voor de volle honderd procent een thriller te zijn. Maar het mysterie rond Paaseiland en de voorouderbeelden zorgen daarentegen wel voor een spanningsboog die de lezer bezighoudt vanaf het begin tot en met het zowel spannende, dramatische als onrechtvaardige einde. Al met al weet Windmeijer opnieuw te boeien en te intrigeren.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jeroen Windmeijer
Titel: De stenen goden

ISBN: 9789402764437
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2022

Branco & Julia – Gert-Jan van den Bemd

Beschrijving
De paden van de wat oudere curiosa- en antiekhandelaar Branco en de jonge kunstenares Julia kruisen elkaar. Beiden kopen los van elkaar oude foto’s op de Feira da Ladra, de rommelmarkt van Lissabon. Branco ziet ze als inspiratiebron voor een roman die hij wil gaan schrijven, Julia wil de foto’s gebruiken als uitgangsmateriaal voor haar schilderijen. Hun gedeelde bezit leidt noodgedwongen tot een gezamenlijke speurtocht naar de herkomst van de foto’s en de vrouw die erop staat afgebeeld.

Recensie
In de vierde klas van de middelbare school kreeg Gert-Jan van den Bemd van zijn docent een groot compliment over opstel dat hij geschreven had. Hoewel hij al korte verhalen schreef, was dit voor hem wel de aanzet om zich op het schrijven te gaan concentreren. Het duurde echter nog dertien jaar voor zijn eerste verhaal in een tijdschrift werd gepubliceerd en in 2018 debuteerde hij met zijn goed ontvangen roman De verkeerde vriend. In datzelfde jaar kreeg hij een idee voor zijn boek Branco & Julia, dat uiteindelijk in het voorjaar van 2022 is verschenen.

Branco, een man van middelbare leeftijd en handelaar in antiek en curiosa, heeft de ambitie om een roman te schrijven. Op de Feira de Ladra, de grootste vlooienmarkt van Lissabon, koopt hij een doos oude foto’s die als inspiratie voor zijn roman moeten dienen. De jonge kunstenares Julia Rey schaft ook enkele van die foto’s aan. Voor haar vormen ze een bron voor haar schilderijen. Als Valério, Julia’s agent, een ontmoeting tussen hen beiden regelt, leidt dat tot een speurtocht waarin ze de identiteit van de vrouw die op de foto’s staat afgebeeld proberen te achterhalen.

De proloog (misschien kun je beter spreken van prologen, want voordat de eigenlijke inleiding begint, is er nog een kort tekstfragment) zet meteen de toon voor het hele plot. Je wordt nieuwsgierig gemaakt, er rijzen vragen in je op, je voelt je verbonden met de verteller en je ziet de beschreven scènes voor je. Daarnaast heeft dat begin een licht filosofische inslag, hoewel dat absoluut niet de aard van de roman is. Ondanks dat de lezer op die eerste bladzijden al globaal kennismaakt met de personages, gebeurt dat pas echt in de daaropvolgende hoofdstukken, waarin vanuit elkaar afwisselende perspectieven Branco en Julia hun verhaal doen.

Aanvankelijk is dat even wennen, want beide verhaallijnen zijn in de eerste persoon (dus in de ik-vorm) geschreven. Omdat je er in die aanvangsfase nog van uitgaat dat het verhaal alleen door Branco wordt verteld, levert dat voor een kort moment wat verwarring op, maar dat is echter van korte duur. De door Van den Bemd gekozen vertelwijze valt goed te verdedigen, want de lezer kan zich daardoor met zowel Branco als Julia vereenzelvigen en transformeert hij tot een van beiden, natuurlijk afhankelijk van wie er op dat moment aan het woord is. Ook leer je de twee protagonisten erg goed kennen, je komt erachter waar ze zich mee bezig houden en waarom ze geworden zijn zoals ze zijn.

De schrijfstijl van de auteur is toegankelijk, levendig en buitengewoon beeldend en op momenten maakt hij gebruik van mooie metaforen. Hoewel Branco & Julia  in de kern volledig fictief is, komt het heel realistisch over. Uiteraard komt dat voor een groot deel door de setting, zoals bijvoorbeeld het rondstruinen op de Feira in Lissabon of de natuurgetrouwe beschrijving van de kleine Franse plaatsjes. Maar ook de speurtocht naar de vrouw op de foto’s is waarheidsgetrouw, want wie zou immers niet willen weten wie ze is en hoe haar leven er destijds uit heeft gezien. Hoewel het boek onmiskenbaar een roman is, heeft het desondanks een bepaalde spanning. Die wordt onder andere gecreëerd doordat verschillende hoofdstukken eindigen met een cliffhanger, maar eveneens doordat je nieuwsgierig blijft naar alle bevindingen van Branco, Julia en in mindere mate haar agent Valério.

In de proloog wordt het woord verandering een aantal keren genoemd. Dat is in feite wat er in feite in het leven van Branco en Julia gebeurt. Er verandert iets en wat dat is, is op een bijzonder mooie, inlevende en intrigerende manier door de auteur beschreven. Hierdoor, maar tevens door de innemende personages, is Branco & Julia een roman die je continu bezighoudt.

(Met dank aan New Book Collective voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Gert-Jan van den Bemd
Titel: Branco & Julia

ISBN: 9789022338704
Pagina’s: 264

Eerste uitgave: 2022

Verlos ons van het kwade – Linda Jansma

Beschrijving
Nadat de familie Van Foreest hun leven weer enigszins op orde heeft na het noodlot dat hen trof, ontstaan er opnieuw problemen. Dat heeft alles te maken met de nieuwe bewoonster van een al jaren leegstaand huis in Laren. De vrouw verliet twintig jaar geleden ’t Gooi na een dodelijk ongeval. Waarom is zij teruggekomen en waarom probeert zij op slinkse wijze het leven van Renée en Francis van Foreest binnen te dringen?

Recensie
Medio 2018 verscheen In naam van de vader, een thriller die het jaar daarvoor in vier delen én exclusief voor Kobo-lezers werd uitgebracht, waarin het draait om de rijke advocatenfamilie Van Foreest. Hoewel Linda Jansma nooit de bedoeling had hier een vervolg op te schrijven, kwam deze er toch. Veel lezers waren namelijk benieuwd hoe het met enkele personages verder ging. Dat tweede, en tevens laatste deel, is Verlos ons van het kwade en is in januari 2022 verschenen.

Nadat haar broer Joël twintig jaar geleden bij een ongeval omkwam, verliet Naomi Steinbeck plotseling haar toenmalige woonplaats Laren. Nu is ze weer teruggekeerd en woont ze tijdelijk in de al jaren leegstaande woning van haar in Spanje wonende ouders. Dat ze teruggekomen is, heeft een bedoeling. Ze wil namelijk het leven van de familie Van Foreest, die na een aantal schandalen alles weer op orde lijkt te hebben, binnendringen. Behalve dat ze van hen antwoorden verwacht te krijgen over de dood van haar broer, heeft ze zichzelf ook een bijzondere opdracht gegeven.

Een proloog waarin teruggeblikt wordt op een voorval van een jaar eerder, en een door journaliste Naomi Steinbeck geschreven artikel in wording, zijn voor de lezer een hernieuwde kennismaking met een aantal leden van de familie Van Foreest. Omdat in de plot mondjesmaat meer informatie over hen bekend wordt gemaakt, is het – ondanks een enkele verwijzing naar bepaalde scènes uit dat boek – niet per se noodzakelijk om In naam van de vader te lezen. De inleiding zorgt er eveneens voor dat je enigszins nieuwsgierig gemaakt wordt naar het doen en laten van de familieleden en vooral naar wat Steinbeck voor hen in petto heeft. Deze nieuwsgierigheid heeft echter niet tot gevolg dat er een groot spanningsveld ontstaat. Het blijft vooralsnog alleen beperkt tot het willen weten.

Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven en daardoor leer je deze personages goed tot vrij goed kennen. Het is daarom niet lastig om je een behoorlijk beeld van hen te kunnen vormen. Vanwege al die wisselende gezichtspunten zijn er ook diverse verhaallijnen, maar daarvan is meteen duidelijk dat ze met elkaar te maken hebben. Uiteindelijk komen ze, zoals in feite wel te verwachten is, in de ontknoping samen. De afloop van alle verwikkelingen die in de plot voorkomen levert de grootste spanning op. Het tempo aan het eind van het boek ligt een stuk hoger, er doen zich een paar verrassingen voor en op de meeste vragen wordt een antwoord gegeven. Desondanks laat Jansma de lezer met een licht onbevredigend gevoel achter, want gerechtigheid blijkt niet in alle gevallen te zegevieren.

De schrijfstijl van de auteur is zoals je van haar mag verwachten: vlot, aangenaam, toegankelijk en verzorgd. Een aantal scènes wordt zodanig beschreven dat de sfeer daarvan goed op de lezer wordt overgebracht. De ene keer is dat beklemmend, de andere keer invoelend of begrijpend. Behalve deze weergave van emoties is het verhaal eveneens beeldend. Situaties als bijvoorbeeld die met Cato, de jongste dochter van Francis en Renée van Foreest, kan de lezer zonder veel moeite voor zich zien. De omstandigheden waarin dit vijftienjarige meisje terechtgekomen is, zijn daarnaast helaas nog steeds actueel. Gelukkig komt die problematiek niet overdreven vaak voor, maar Jansma brengt het in haar thriller wel onder de aandacht.

Het boek, dat uit maar liefst negenennegentig hoofdstukken bestaat, bevat voor een groot deel weinig elementen van een spannend verhaal. De vele intriges, terugblikken en wraakgevoelens zijn aanvankelijk overheersend, maar na twee derde komt daar verandering in en hebben de thrilleraspecten de overhand. Op tijd om de lezer een aantal spannende momenten voor te schotelen, te laat om hem continu te laten verrassen. Bij elkaar genomen is Verlos ons van het kwade geen hoogvlieger, maar evenmin een tegenvaller.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Linda Jansma
Titel: Verlos ons van het kwade

ISBN: 9789461095787
Pagina’s: 350

Eerste uitgave: 2022

Het holst van de nacht – Michael Connelly

Beschrijving
Techmiljonair Miles Cookson heeft meer geld dan hij ooit kan uitgeven, en alles waar hij ooit van heeft gedroomd – behalve tijd. Recent is er een terminale ziekte bij hem geconstateerd, en er is vijftig procent kans dat die erfelijk overdraagbaar is. Voor Miles betekent dit dat hij in zijn verleden moet gaan graven. Twintig jaar geleden is hij namelijk spermadonor geweest. Nu lopen er negen kinderen van hem rond die op het punt staan bepaalde zaken van hem te erven.

Terwijl Miles op zoek gaat naar de kinderen die hij nooit heeft gekend, begint de jonge documentairemaker Chloe Swanson aan een zoektocht naar haar biologische vader. Als Miles en Chloe uiteindelijk met elkaar in contact komen, wordt hun ontmoeting overschaduwd door een reeks mysterieuze en beangstigende gebeurtenissen: een voor een verdwijnen de andere erfgenamen zonder een spoor achter te laten, alsof ze nooit hebben bestaan. Is een van Miles’ kinderen zijn concurrenten aan het uitschakelen? In dat geval moet ook Chloe vrezen voor haar leven.

Recensie
Op zestienjarige leeftijd was Michael Connelly (1956) er getuige van dat een man een pistool in de bosjes probeerde te verbergen. Hierdoor raakte hij geïnteresseerd in misdaad en de boeken van Raymond Chandler. Na zijn afstuderen was hij jarenlang misdaadjournalist en op zijn zesendertigste debuteerde hij als auteur met The Black Echo (Tunnelrat, 1999). Zijn grote bekendheid dankt hij vooral aan Harry Bosch, een (ex-)rechercheur die in zijn meeste boeken voorkomt. Daaronder bevindt zich onder andere Het holst van de nacht (2022), waarin Renée Ballard, een personage gebaseerd op de werkelijk bestaande rechercheur Mitzi Roberts, de hoofdrol heeft.

Net als ieder jaar kent Hollywood ook in 2020 een onrustige oudjaarsavond en -nacht. Vlak na de jaarwisseling krijgen rechercheur Renée Ballard en haar tijdelijk partner Lisa Moore de melding dat bij een straatfeest iemand dodelijk geraakt is door een kogel. Later blijkt dat dit opzettelijk is gebeurd. Ballard ontdekt dat er een verband bestaat met een moord van jaren geleden en dat oud-rechercheur Harry Bosch deze in behandeling had. Ze schakelt zijn hulp in, maar merkt eveneens dat de moordenaar weet dat ze achter hem aanzitten.

Zoals de titel al doet vermoeden, speelt een groot deel van het verhaal zich ’s avonds en ’s nachts af. Dat varieert van een oudjaarsnacht waarop een moord plaatsvindt tot een aantal serieverkrachtingen waarbij de daders geraffineerd en goed voorbereid te werk gaan. Rechercheur Renée Ballard houdt zich met beide zaken bezig en staat er – de hulp van Harry Bosch niet meegerekend – min of meer alleen voor. Ondanks dat dit tijdens de plot niet wordt aangehaald, vindt ze dat geen probleem, want uit de drie voorgaande delen van de reeks is wel gebleken dat ze dat het liefst heeft. In zekere zin is ze een einzelgänger, iemand die graag haar eigen gang gaat, en hoewel ze daar in feite toe verbannen is, vindt ze het helemaal niet erg om nachtdiensten te draaien.

Het verhaal wordt deze keer volledig vanuit het perspectief van Ballard verteld en hierdoor merk je dat ze sterker in haar schoenen staat dan voorheen. Ze is daadkrachtiger en geeft meer tegengas. Hieruit valt op te maken dat ze een positieve groei heeft doorgemaakt en er zijn enkele aanwijzingen dat deze ontwikkeling zich nog verder lijkt door te zetten. De rol die Bosch in het geheel heeft, is beperkt maar niet onbelangrijk. Beide personages vormen dan ook opnieuw een doortastend en uitstekend koppel.

Het holst van de nacht, dat uit drie delen bestaat, is een politiethriller pur sang. De twee onderzoeken waar Ballard zich mee bezighoudt zijn boeiend en realistisch genoeg om de lezer een goede indruk te geven van een aantal werkzaamheden die door de LAPD worden uitgevoerd. De plot kenmerkt zich overigens niet door een overdosis aan spanning. Pas in het derde deel van het verhaal, met name in de ontknoping, wordt het door opeenvolgende actiescènes echt spannend. Bovendien doen zich dan diverse ontwikkelingen voor die mogelijke gevolgen voor de toekomst van Ballard hebben. De epiloog speelt daarop in en kan gezien worden als één grote cliffhanger.

Om de geloofwaardigheid te vergroten heeft de auteur een aantal actuele gebeurtenissen in de plot verwerkt. Denk hierbij in het bijzonder aan de coronapandemie en het dragen van een mondkapje, maar in mindere mate ook aan de bestorming van het Capitool en Black Lives Matter. Connelly is daarin zonder meer geslaagd, want in deze door David Orthel vertaalde thriller neemt hij de lezer niet alleen mee in de waarheidsgetrouwe en fascinerende wereld van de LAPD, maar tevens in een aantal nachten van het nimmer slapende Hollywood.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Michael Connelly
Titel: Het holst van de nacht

ISBN:  9789402318302
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2022

Verdoemd – Jérôme Loubry

Beschrijving
In een chique wijk in Port-au-Prince wordt voor de tweede keer in een week een vermoord echtpaar aangetroffen. Hun verminkte lichamen liggen in hun slaapkamer, aan het voeteneinde van het huwelijksbed: zonder handen en met pinnen in de ogen. Naast de slachtoffers worden kleine doodskisten van origami gevonden.

Alles wijst op een rituele moord. In Haïti, waar voodoo een officiële godsdienst is, berichten de kranten dan ook snel over een voodoo-seriemoordenaar. Inspecteur Simon Bélage wil van die verklaring niets weten. In zijn ogen is voodoo puur bijgeloof en ligt het motief van de moorden eerder bij de kinderhandel en corruptie die het land teisteren. Samen met zijn partner Marcus en dochter Rachelle gaat hij op onderzoek uit. Hun zoektocht leidt naar een oud weeshuis dat de sinistere bijnaam ‘het vrolijke graf’ draagt. Bélage duikt in het duistere verleden van het inmiddels allang gesloten rusthuis, en legt meer bloot dan hem lief is. Wat heeft zich al die jaren geleden tussen deze muren afgespeeld? En hoeveel mensen zullen daar nu nog de prijs voor moeten betalen?

Recensie
De Franse auteur Jérôme Loubry, die in zijn eigen land als een van de meest veelbelovende thrillerauteurs wordt gezien, brak internationaal door met het in 2020 verschenen boek Toevluchtsoord. Omdat hij per se over voodoo wilde schrijven, heeft hij onderzoek gedaan en kwam een aantal misstanden tegen die in Haïti plaatsvinden. De keuze om de in maart 2020 uitgebrachte thriller Verdoemd, dat overigens zijn tweede in het Nederlands vertaalde boek is, zich in dat land te laten afspelen was voor hem daarna een logische.

In Pétionville, een rijk deel van Haïti’s hoofdstad Port-au-Prince, vindt opnieuw een moord op een echtpaar plaats. Hun lichamen zijn gruwelijk verminkt en hun dood wordt al snel beschouwd als een voodoomoord. Inspecteur Simon Bélage gelooft daar niet in, volgens hem heeft het eerder te maken met kinderhandel en corruptie. Hij gaat op onderzoek uit en uiteindelijk komt hij terecht bij het voormalige en al twintig jaar geleden verlaten weeshuis ‘Het Gelukkige Graf’. De inspecteur duikt in de geschiedenis en komt tot een verschrikkelijke ontdekking.

Het verhaal speelt zich voor het grootste deel af in het exotische Haïti. De auteur kiest hiermee voor een originele locatie, die hij buitengewoon beeldend en bij tijd en wijle schrijnend weergeeft. Het enorme contrast tussen de rijkste en armste mensen van het land komt enigszins tot uiting, maar ook de misstanden waar het land onder gebukt ging – en nog steeds gaat – worden onder de aandacht gebracht. De plot bevat daarom veel schrijnende en aangrijpende situaties. Wat echter als een rode draad door de verhaallijn heenloopt, is de voodoo, een van de officiële religies van het land. Dit geeft het verhaal een bijzonder en lichtelijk mysterieus tintje.

Verdoemd bestaat uit een viertal delen en wordt vanuit verschillende perspectieven verteld. Behalve dat de lezer hierdoor het een en ander over de vertellers komt te weten, zorgt deze opzet eveneens voor afwisseling. Daarnaast zijn er verschillende verhaallijnen die aanvankelijk niets met elkaar te maken lijken te hebben, maar gedurende de plot almaar dichter naar elkaar toe groeien en op den duur keurig samenkomen. De subplot in het heden vindt plaats in januari 2010, de maand waarin Haïti werd opgeschrikt door een enorme aardbeving en van de schok die dit met zich teweegbrengt heeft de auteur in de ontknoping handig gebruikgemaakt.

Hoewel het verhaal zonder meer enkele scènes heeft met een iets verhoogde spanning, is het met de spannende momenten over het algemeen nogal karig gesteld. Vanaf het begin wordt je wel nieuwsgierig gemaakt naar het verloop van de plot, naar wie de moorden heeft gepleegd en wat de werkelijke reden daarvoor was. Als op een bepaald moment de identiteit van de moordenaar bekend wordt gemaakt, is dat voor de oplettende lezer niet zo heel verrassend meer. In een vroegtijdig stadium krijg je namelijk al sterke vermoedens wie de dader is. Ook van een paar andere situaties weet je eigenlijk zo goed als zeker wat er aan de hand is. Dit wil overigens niet zeggen dat het boek erg voorspelbaar is, dat is het geenszins, maar extreem verrassend is het evenmin.

De schrijfstijl van Loubry is uitermate fijn en eigentijds en in een hoog verteltempo loodst hij de lezer door zijn verhaal heen. Hij schetst een waarheidsgetrouw beeld van Haïti en de ellende die erin voorkomt, maar de zes kinderen en hun dialogen zijn desondanks onnatuurlijk. Een kind van zeven praat en denkt immers niet als een volwassene. Dit neemt allemaal niet weg dat Verdoemd uitermate interessant, boeiend en absoluut niet verkeerd is, maar je kunt je echter afvragen of het wel een thriller is.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Jérôme Loubry
Titel: Verdoemd

ISBN: 9789022594469
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2022

Het zwarte koninkrijk – Szczepan Twardoch

Beschrijving
Warschau, 1939. Jakub Shapiro, vroeger koning van de onderwereld, strijdt een uitzichtloze strijd. Zijn gangsterrijk valt uiteen en het luxe leven is voorbij, zijn vrouw en zonen verlaten hem. Zijn oude geliefde Ryfka neemt hem onder haar hoede. Ze heeft maar één doel: overleven. Tienerzoon Dawid begint voedsel het Joodse getto binnen te smokkelen om zijn moeder en broer in leven te houden. Als de stad in puin ligt, vecht Ryfka met alles wat ze heeft voor het leven van Shapiro, terwijl Dawid nog maar één ding wil: wraak.

Recensie
Szczepan Twardoch leek iemand te zijn van het kaliber twaalf ambachten, dertien ongelukken. Hij heeft namelijk een aantal baantjes gehad, allerlei bedrijfjes opgericht die alle failliet zijn gegaan en is overal waar hij aan de slag ging ontslagen. Schrijven, dat altijd een hobby van hem is geweest, was volgens hem het enige dat overbleef. Hierin bleek hij wel succesvol te zijn, want hij heeft voor enkele korte verhalen prijzen gewonnen en na het verschijnen van De koning (2019) werd hij in zijn thuisland Polen een bestsellerauteur en medio 2021 werd de opvolger Het zwarte koninkrijk uitgebracht.

Voordat de oorlog in 1939 uitbrak, was Jakub Shapiro een bekend bokser en tevens de koning van de onderwereld van Warschau. De Duitse inval veranderde zijn leven dramatisch, want zijn zorgvuldig opgebouwde imperium viel uiteen en zijn vrouw en kinderen verlieten hem. De enige die zich nog om hem bekommerde was Ryfka Kij, een voormalig bordeelhoudster. Ze heeft maar één doel: samen met hem de oorlog overleven. Shapiro’s zoon Dawid denkt echter met gemengde gevoelens aan zijn vader, die hij al jaren niet heeft gezien. Daarbij zint hij maar op één ding en dat is wraak.

Het zwarte koninkrijk, dat afzonderlijk van het voorgaande boek De koning gelezen kan worden, wordt verteld vanuit de elkaar afwisselende perspectieven van voormalig bordeelhoudster Ryfka en Dawid, de zoon van Jakub Shapiro en het bevat daardoor twee verhaallijnen die in feite niets met elkaar te maken hebben. Toch, maar dat is pas aan het eind van de roman, vloeien beide subplots op een subtiele wijze samen en vormen ze – overigens heel kort – één geheel. De enige overeenkomst die tussen beide verhalen bestaat, is het leven van met name Ryfka, Jakub en Dawid vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wanneer Ryfka en Dawid aan het woord zijn, is dat geen realtimeverslag van wat ze op dat moment aan het doen zijn, maar een terugblik naar wat ze gedaan hebben en hoe ze geleefd hebben. Dat doen ze vanuit het ‘hiermaals’ en later ‘het grauw’. Twee termen die niet nader verduidelijkt worden, maar waarvan je wel kunt nagaan wat daar de betekenis van is. Het relaas van Ryfka leest aanvankelijk nogal moeizaam. Dat komt onder andere doordat ze regelmatig woorden in tegenwoordige en verleden tijd direct achter elkaar gebruikt, maar ook omdat het even wennen is aan de schrijfstijl die Twardoch voor haar verhaal gebruikt. Wat dat laatste betreft, verloopt hetgeen Dawid vertelt wat vloeiender.

Ondanks dit deels stroeve begin zijn alle scènes die de revue passeren bijzonder beeldend. De lezer ziet de ellende die de oorlog teweeg heeft gebracht voor zich: de puinhopen van de stad Warschau, de honger die veel mensen hebben gehad, de deporaties van de joden, et cetera, et cetera. Het aantal personages dat in het verhaal voorkomt, is vrij beperkt en omdat het vooral Ryfka en Dawid zijn waar de meeste aandacht naar uit gaat, kom je over hen aardig wat te weten. Je merkt eveneens dat ze zich tijdens de plot meer en meer ontwikkelen tot de persoon die ze in het hiermaals zijn. Ook het karakter Jakub wordt niet vergeten, de auteur richt zich wat hem betreft vooral op zijn lichamelijke verval. Hij is niet meer de man die hij ooit is geweest.

Het laatste hoofdstuk heeft een andere strekking dan de voorgaande, want – behalve dat het wordt verteld door Jakubs vrouw Emilia – het heeft een afwijkende toonzetting. Het is emotioneler en toont de liefde van een moeder voor haar kind. Het zwarte koninkrijk, dat een niet al te hoog tempo heeft, krijgt hiermee een trieste, maar ook wel mooie afsluiting. Twardoch laat met dit en zijn roman zien dat hij zowel intrigerend, inlevend als realistisch kan schijven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Szczepan Twardoch
Titel: Het zwarte koninkrijk

ISBN: 9789046827963
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2021

Ik zal je vinden – Linwood Barclay

Beschrijving
Techmiljonair Miles Cookson heeft meer geld dan hij ooit kan uitgeven, en alles waar hij ooit van heeft gedroomd – behalve tijd. Recent is er een terminale ziekte bij hem geconstateerd, en er is vijftig procent kans dat die erfelijk overdraagbaar is. Voor Miles betekent dit dat hij in zijn verleden moet gaan graven. Twintig jaar geleden is hij namelijk spermadonor geweest. Nu lopen er negen kinderen van hem rond die op het punt staan bepaalde zaken van hem te erven.

Terwijl Miles op zoek gaat naar de kinderen die hij nooit heeft gekend, begint de jonge documentairemaker Chloe Swanson aan een zoektocht naar haar biologische vader. Als Miles en Chloe uiteindelijk met elkaar in contact komen, wordt hun ontmoeting overschaduwd door een reeks mysterieuze en beangstigende gebeurtenissen: een voor een verdwijnen de andere erfgenamen zonder een spoor achter te laten, alsof ze nooit hebben bestaan. Is een van Miles’ kinderen zijn concurrenten aan het uitschakelen? In dat geval moet ook Chloe vrezen voor haar leven.

Recensie
Multimiljonair Miles Cookson hoort dat hij een progressieve hersenaandoening heeft die voor vijftig procent erfelijk is. Twintig jaar eerder was hij zaaddonor en als gevolg daarvan is hij de biologische vader van negen kinderen. Nu wil hij hen vinden om te vertellen dat hij ze één miljoen dollar nalaat. De eerste die hij ontmoet is Chloe Swanson, die middels DNA-analyse heeft ontdekt dat ze een halfbroer heeft: Todd Cox. Als ze naar hem toegaan, blijkt hij te zijn verdwenen en de caravan waarin hij woont is grondig schoongemaakt. Wanneer plotseling ook enkele andere erfgenamen verdwijnen, vraagt Miles zich af wie het op zijn geld gemunt heeft.

Van de titel Ik zal je vinden gaat iets dreigends uit. Het maakt je tevens nieuwsgierig: je vraagt je namelijk af wie gevonden moet worden, wat de dader – gemakshalve moet ervan uitgegaan worden dat die er is – allemaal doet om iemand te vinden en wat hij met hem of haar van plan is. De proloog, die relatief lang is, versterkt dit gevoel, want de lezer wordt een paar keer misleid en de inleiding eindigt met een onvervalste cliffhanger. Daarna springt het verhaal drie weken terug in de tijd en omdat het hoofdstukkenlang over het wel en wee van de hoofdpersonages gaat, zakt de spanning drastisch in. De plot bevat daarentegen diverse onverwachte ontwikkelingen, die echter niet direct tot gevolg hebben dat het evenredig spannend wordt. Dat wordt het pas in de ontknoping, waarin zich tevens een handjevol verrassingen voordoet.

Ik zal je vinden heeft een bovengemiddelde hoeveelheid verhaallijnen, waarvan de lezer zich aanvankelijk afvraagt wat hun onderlinge verband is en wat de exacte rol van het merendeel van de vertellende personages is. Van een aantal is dat, zodra ze ten tonele verschijnen, wel duidelijk, maar dan blijft het in het ongewisse in wiens opdracht ze handelen. Deze opzet is een bewuste keuze van de auteur, hij heeft daarmee immers de intentie het verhaal meer spanning te geven. Hij gaat echter voorbij aan het feit dat dit bij veel lezers voor verwarring kan zorgen. Zij missen, met name in de eerste helft van de plot, een heldere structuur. Uiteindelijk weet Barclay al die verschillende lijnen wel op een knappe manier samen te brengen, waarna ze als één geheel eindigen in een spectaculaire, maar volkomen ongeloofwaardige ontknoping.

Het aantal personages dat de revue passeert is aanzienlijk, maar, zonder enkele anderen tekort te doen, het zijn voornamelijk Cookson en Swanson die het meest tot de verbeelding spreken. De interactie tussen beide tegenpolen is soms vermakelijk en Cooksons ziekte en de daarbij behorende ongemakken worden goed en realistisch in beeld gebracht. Ondanks allerlei plotwendingen heeft de auteur niet kunnen voorkomen dat het verhaal wat voorspelbaarheden bevat. Dat geldt voor het doen en laten van sommige personages, maar eveneens voor het verloop van bepaalde scènes en situaties.

Barclay heeft met zijn voorgaande boeken laten zien dat hij een begenadigd verhalenverteller en auteur is, maar deze keer valt dat niet helemaal op te maken. De spanning is minimaal en doordat de uitwerking van het goed gevonden thema en de meeste personages niet ten volle wordt benut, is Ik zal je vinden, dat vakkundig is vertaald door Waldemar Noë, een aangenaam, maar overwegend oppervlakkig verhaal.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Linwood Barclay
Titel: Ik zal je vinden

ISBN: 9789022593691
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2021

De Das – Fredrik Persson Winter

Beschrijving
Elk jaar, in de nacht van 5 op 6 november, slaat hij toe, de Das. Een seriemoordenaar die inbreekt in de kelder van het huis van zijn prooi. Zijn slachtoffers worden de grond in gesleept en verdwijnen vervolgens spoorloos.

Op een dag vindt uitgever Annika Granlund voor de deur van haar kantoor een met modder besmeurd manuscript. De titel is De Das en het verhaal is een morbide biografie van een seriemoordenaar die ondergronds leeft. Annika ziet kans met dit manuscript haar noodlijdende uitgeverij te redden, die failliet zal gaan als ze niet snel een bestseller vindt.

Ze besluit het uit te geven, ook al is het een controversieel verhaal. Haar beslissing blijkt dramatische gevolgen te hebben en langzaam maar zeker raakt ze weer in de greep van de duistere krachten die ze als kind dacht te hebben overwonnen.

Wie is de Das? Wie schreef het boek? En wie of wat houdt zich schuil onder de grond?

Recensie
Onder de naam Fredrik Persson schreef de Zweedse advocaat en auteur Fredrik Persson Winter twee jeugdboeken. Omdat een derde werd afgewezen, begon hij uit frustratie aan een kort verhaal waarin een monster voorkwam. Het idee daarvoor kreeg hij door een geluid van graafmachines. Uiteindelijk heeft hij zijn ideeën verwerkt in zijn in 2022 verschenen debuutthriller De Das. Behalve auteur is hij ook een van de makers van de in Zweden succesvolle podcast Fantastisk Podd, dat over het schrijven van sciencefiction, fantasy en horror gaat.

Annika Granlund werkt bij een kleine uitgeverij en op een ochtend vindt ze een bemodderd manuscript, met als titel Ik ben de Das, voor de deur van haar kantoor. Ze leest het door, is er enthousiast over en, ondanks dat de auteur zes jaar eerder spoorloos is verdwenen, geeft ze het uit. Het boek is echter omstreden, omdat jaarlijks, in de nacht van 5 op 6 november, een mysterieuze moord wordt gepleegd. De slachtoffers lijken namelijk in de grond te verdwijnen, waarna er van hen geen spoor meer te vinden is.

Na de proloog, waarin inspecteur Cecilia Wreede op de laatste plaats delict van de jaarlijks toeslaande moordenaar de Das rondloopt, begint ieder hoofdstuk met een paar regels in cursief. Die zinnetjes zijn het verhaal van degene die zich de Das noemt en maken deel uit van het manuscript dat Annika Granlund gevonden heeft. Het is de bedoeling dat die regeltjes de lezer nieuwsgierig maken, maar eveneens voor een verhoogde spanningsboog zorgen. Dat lukt echter niet, want daarvoor zijn ze te kort, ben je, ondanks de niet al te lange hoofdstukken, snel kwijt wat er gezegd wordt en hebben ze totaal geen spanning. Het komt er min of meer op neer dat je niet geneigd bent meteen te willen weten hoe het vervolg van die cursieve fragmenten is.

Het verhaal, dat uit drie delen (akten genoemd) bestaat, wordt afwisselend verteld vanuit de perspectieven van Granlund en Wreede, waarbij eerstgenoemde het meest aan het woord is. Zowel in het eerste als tweede deel gaat het, wat Granlund betreft, voornamelijk over haar privésituatie, de problemen die haar werkgever heeft en de daaraan gerelateerde noodzaak het door haar gevonden manuscript in boekvorm uit te geven. Dit is allemaal aardig om te lezen en te weten, maar spannende momenten levert dat niet op. Een eerste spannend voorval doet zich pas in hoofdstuk vierentwintig (er zijn er negenentachtig) voor en dat heeft dan nog niet eens betrekking op de misdaad en het bijbehorende onderzoek. Vervolgens wordt het pas in de ontknoping enigszins thrillerachtig, maar niet zodanig dat het verrassend of opzienbarend wordt.

De twee belangrijkste personages (Wreede en Granlund) zijn redelijk tot goed uitgewerkt, over hen komt de lezer het meest te weten. Toch kun je je moeilijk met hen vereenzelvigen. Dat komt voornamelijk door hun gedrag. De inspecteur leidt aan tunnelvisie, – dat hoeft niet per se nadelig voor haar karakter te zijn – maar ze is, tegen beter weten in, nogal overtuigd van haar gelijk. Granlund wordt gedurende de plot irritanter en onredelijker; de sympathie die ze had kunnen hebben, is ver te zoeken. De plot is over het algemeen oppervlakkig en is in de eerste twee delen vooral gericht op de persoonlijke perikelen van beide protagonisten. Pas in de derde akte ligt de nadruk iets meer op het politieonderzoek. Veel te laat en te weinig voor een thriller.

Het idee achter het schrijven van De Das is goed, maar het is Persson Winter niet gelukt daar een goede invulling aan te geven. Hij bewijst zonder meer dat hij het beheerst om een vlot lopend verhaal te schrijven, – zijn schrijfstijl is toegankelijk en fijn – maar zijn debuut ontbeert het aan spanning, plotwendingen en verrassingen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Fredrik Persson Winter
Titel: De Das

ISBN: 9789044984897
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2022

De fjord – Jørn Lier Horst

Beschrijving
Het is vijftien jaar geleden dat Simon Meier zijn huis uit liep en spoorloos verdween. En een dag geleden dat het lichaam van politicus Bernard Clausen gevonden werd in zijn vakantiehuisje aan de Noorse kust. Als Wisting op de zaak wordt gezet, ontdekt hij algauw dat hij wellicht ook de missende link naar de verdwijning van Simon Meier heeft gevonden. Maar om echt uit te vinden wat er destijds gebeurde, zal hij moeten samenwerken met een oude vijand. Zijn onderzoek leidt hem door de duistere wereld van Clausens interesses en bezigheden. En de oplossing lijkt dichter bij huis te liggen dan hij ooit had kunnen vermoeden.

Recensie
Het was eigenlijk de bedoeling dat het niet in het Nederlands vertaalde Nøkkelvitnet (2014) de enige thriller was die Jørn Lier Horst zou schrijven. Het succes was echter dusdanig dat een tweede en derde niet uitbleven. Uiteindelijk koos hij ervoor om zijn baan als rechercheur op te zeggen om vervolgens fulltime auteur te worden. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een van de meest gelauwerde Noorse thrillerauteurs en vooral bekend van de serie rond inspecteur William Wisting. In 2021 verscheen het dertiende deel van de reeks: De fjord, dat tevens het tweede uit het ‘Cold Case Kwartet’ is.

Inspecteur William Wisting krijgt van de procureur-generaal de geheime opdracht om uit te zoeken waar het enorme geldbedrag dat in de vakantiewoning van de onlangs overleden politicus Bernhard Clausen gevonden is vandaan komt. Tijdens het onderzoek stuiten hij en zijn team op de onopgeloste zaak van de vijftien jaar eerder verdwenen Simon Meier en het heeft er alle schijn van dat er een verband bestaat tussen zijn verdwijning en het gevonden geld. Ze ontdekken eveneens dat Clausen een aantal geheimen heeft meegenomen in zijn graf. Het achterhalen van wat er allemaal precies gebeurd is, wordt hierdoor een stuk lastiger.

De fjord, het tweede deel van het ‘Cold Case Kwartet’ en alweer het dertiende met inspecteur William Wisting in de hoofdrol, laat zich uitstekend afzonderlijk van zijn voorgangers lezen. Ondanks dat er een paar niet van belang zijnde verwijzingen naar De Katharinacode, het voorgaande boek van deze vierluik, in voorkomen, staat het verhaal volledig op zichzelf. Zonder dat Lier Horst de eerste hoofdstukken gebruikt om het handjevol terugkerende personages uitgebreid te introduceren, komt je tijdens de plot ruim voldoende over hen te weten om je een vrij goed beeld van hen te kunnen vormen. Opvallend daarbij zijn de gemoedelijkheid en rust die de aimabele Wisting uitstraalt, maar de goede band die hij met zijn dochter Line heeft, is eveneens een van zijn sterke kanten.

Het verhaal bestaat uit overwegend korte hoofdstukken, die er echter niet voor zorgen dat de plot zich in een razend tempo afspeelt. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat Wisting en zijn team geen vorderingen maken, maar door hun gedetailleerde en nauwkeurige onderzoek vallen de diverse puzzelstukjes steeds meer op hun plaats. Dit gaat, zonder dat er sprake is van enorme verrassingen, gepaard met een aantal interessante ontwikkelingen. De fjord moet wel even op gang moet komen, maar als dat eenmaal is gebeurd, wordt het stapsgewijs intrigerender. Een van de gevolgen daarvan is dat het spanningsveld, dat aanvankelijk nog ontbreekt, geleidelijk aan iets groter wordt. De ontknoping heeft enkele actiescènes en daardoor bereikt de spanning daar zijn hoogtepunt.

Qua opzet wijkt De fjord niet veel af van het voorgaande deel van het kwartet: de plot wordt verteld vanuit de afwisselende perspectieven van voornamelijk Wisting en Line – later zijn er tevens een paar hoofdstukken waarin Adrian Stiller van de Landelijke Recherche leidend is, maar ten opzichte van het vorige deel is zijn rol dit keer aanzienlijk minder. Wat ook niet anders is, is de beeldende en breedvoerige schrijfstijl van de auteur. De sfeer van het onderzoek, de onderlinge relatie tussen de personages en in geringere mate de Noorse omgeving, komen daarom goed en natuurgetrouw over.

Met De fjord, dat vakkundig is vertaald door Kim Snoeijing, toont Lier Horst andermaal aan dat hij een van de succesvolste thrillerauteurs van Noorwegen is. De kennis die hij als rechercheur heeft opgedaan, heeft hij bekwaam in het verhaal verwerkt. Het politieonderzoek en de verschillende personages hebben derhalve een geloofwaardige uitstraling.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jørn Lier Horst
Titel: De fjord

ISBN: 9789044933031
Pagina’s: 376

Eerste uitgave: 2021

2084: Het einde van de wereld – Boualem Sansal

Beschrijving
Ati woont in Abistan, een immens rijk vernoemd naar de profeet Abi. In dit rijk is de bevolking onderworpen aan één god. Iedere persoonlijke gedachte wordt uitgebannen, dankzij een surveillancesysteem dat overal aanwezig is en toegang heeft tot ieders ideeën en handelingen. Officieel leven de mensen unaniem in de vreugde van het geloof, zonder vragen te stellen. Wanneer Ati na een verblijf in een sanatorium naar huis reist, ziet en hoort hij dingen dingen hem doen twijfelen aan de opgelegde zekerheden. Hij begint een onderzoek naar het bestaan van een volk van afvalligen, die geen geloof hebben en in getto’s wonen.

Recensie
Nadat de Algerijnse auteur Boualem Sansal op vijftigjarige leeftijd met pensioen ging, begon hij aan het schrijven van romans. De moord op president Mohamed Boudiaf in 1992 en de opkomst van het islamitisch fundamentalisme is zijn vaderland waren voor hem de inspiratie om over Algerije te schrijven. In 1999 debuteerde hij met Le Semant des barbare, dat in Frankrijk met de Prix du Premier Roman werd bekroond. Zijn roman Onvoltooide geschiedenis was in 2011 zijn Nederlandstalige debuut. Twee jaar later verscheen 2084: Het einde van de wereld, een dystopische roman waarvoor hij een aantal prijzen heeft gewonnen.

Ati is begin dertig en woont in Qodsabad, de hoofdstad van het gigantische rijk Abistan. Het land is vernoemd naar de profeet Abi, de gezant van hun god Yölah. De bewoners van het land lijken tevreden te zijn met het leven dat ze leiden. Ze doen wat er van hen verwacht wordt en zijn trouw aan hun geloof aan één god. Als Ati, nadat hij een jaar in een sanatorium verbleef, terugkeert naar zijn woonplaats hoort hij onderweg dingen waardoor hij aan het ogenschijnlijk gelukkige en zekere bestaan in Abistan gaat twijfelen. Niet veel later gaat hij op zoek naar antwoorden.

Voordat het verhaal begint, richt Sansal zich in een kort waarschuwingsbericht tot de lezers. Hierin laat hij hen weten dat alles wat in zijn roman staat verzonnen is. De wereld die hij daarin schetst bestaat niet en, maar dat vertelt hij niet, is louter ontsproten aan zijn fantasie. In het begin van het verhaal wordt duidelijk waarom hij de lezer probeert gerust te stellen. Want Abistan, het rijk waarover hij vertelt, is namelijk een totalitaire staat waarin de bewoners geen enkele zeggenschap hebben, waarin ze gedwee hun religieuze leiders (moeten) volgen, waarin verklikkers en spionnen rondlopen en waarin andersdenkenden en misdadigers en plein public worden onthoofd. Kortom, het is geen land waarin je plezierig en gelukkig zou kunnen leven, maar omdat de bewoners niet beter weten, en daarnaast dermate geïndoctrineerd zijn, zijn ze in de veronderstelling dat ze het goed hebben.

De auteur weet het beklemmende gevoel van het leven in een dergelijke dystopie uitstekend over te brengen. Je voelt als het ware de willoosheid van zijn bewoners, ziet de beelden van een allesverwoestende oorlog voor zich, maar ook de ellende die daardoor veroorzaakt is. Verder kan hij zich bijzonder goed vereenzelvigen met Ati, vooral omdat hij zich als een van de bijzonder weinigen afvraagt of het leven in Abistan wel zo goed is als het wordt voorgedaan. In zeker opzicht kan hij als dissident worden beschouwd, al wordt hij niet als zodanig benoemd. Feit is wel dat hij door de machthebbers in de gaten wordt gehouden. Hij is dus min of meer kwetsbaar en daardoor heeft hij zonder meer de sympathie van de lezer.

Het verhaal bestaat uit vier delen, boeken genoemd. Voorafgaand aan ieder deel geeft de auteur een korte samenvatting van wat de lezer in dat gedeelte kan verwachten. De reden daarvan is niet duidelijk en van toegevoegde waarde is het evenmin. Wat verder opvalt, is dat de roman zo goed als geen dialogen heeft. Sansal vertelt en beschrijft voornamelijk. Dat gebeurt over het algemeen op een beeldende en toegankelijke schrijfwijze, hoewel er wel degelijk passages zijn waar iets moeilijker doorheen te komen is. Deze zijn sterieler en een beetje saai. Ondanks de toegankelijkheid zul je je aandacht wel bij het verhaal moeten houden, alleen al om te voorkomen dat je anders het spoor enigszins bijster raakt.

Ofschoon de plot volledig fictief is, zijn er situaties die min of meer herkenbaar zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het doel van IS: het oprichten van een Islamitische Staat, actueel toen Sansal zijn boek schreef. Een dystopische wereld zoals de auteur in 2084: Het einde van de wereld weergeeft, is misschien té ver gezocht, maar dat er groeperingen zijn (geweest) die zo’n grootmacht nastreven, is niet ondenkbeeldig.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Boualem Sansal
Titel: 2084: Het einde van de wereld

ISBN: 9789044537048
Pagina’s: 284

Eerste uitgave: 2016