Categorie archief: Gelezen in 2022

Ik zal je vinden – Linwood Barclay

Beschrijving
Techmiljonair Miles Cookson heeft meer geld dan hij ooit kan uitgeven, en alles waar hij ooit van heeft gedroomd – behalve tijd. Recent is er een terminale ziekte bij hem geconstateerd, en er is vijftig procent kans dat die erfelijk overdraagbaar is. Voor Miles betekent dit dat hij in zijn verleden moet gaan graven. Twintig jaar geleden is hij namelijk spermadonor geweest. Nu lopen er negen kinderen van hem rond die op het punt staan bepaalde zaken van hem te erven.

Terwijl Miles op zoek gaat naar de kinderen die hij nooit heeft gekend, begint de jonge documentairemaker Chloe Swanson aan een zoektocht naar haar biologische vader. Als Miles en Chloe uiteindelijk met elkaar in contact komen, wordt hun ontmoeting overschaduwd door een reeks mysterieuze en beangstigende gebeurtenissen: een voor een verdwijnen de andere erfgenamen zonder een spoor achter te laten, alsof ze nooit hebben bestaan. Is een van Miles’ kinderen zijn concurrenten aan het uitschakelen? In dat geval moet ook Chloe vrezen voor haar leven.

Recensie
Multimiljonair Miles Cookson hoort dat hij een progressieve hersenaandoening heeft die voor vijftig procent erfelijk is. Twintig jaar eerder was hij zaaddonor en als gevolg daarvan is hij de biologische vader van negen kinderen. Nu wil hij hen vinden om te vertellen dat hij ze één miljoen dollar nalaat. De eerste die hij ontmoet is Chloe Swanson, die middels DNA-analyse heeft ontdekt dat ze een halfbroer heeft: Todd Cox. Als ze naar hem toegaan, blijkt hij te zijn verdwenen en de caravan waarin hij woont is grondig schoongemaakt. Wanneer plotseling ook enkele andere erfgenamen verdwijnen, vraagt Miles zich af wie het op zijn geld gemunt heeft.

Van de titel Ik zal je vinden gaat iets dreigends uit. Het maakt je tevens nieuwsgierig: je vraagt je namelijk af wie gevonden moet worden, wat de dader – gemakshalve moet ervan uitgegaan worden dat die er is – allemaal doet om iemand te vinden en wat hij met hem of haar van plan is. De proloog, die relatief lang is, versterkt dit gevoel, want de lezer wordt een paar keer misleid en de inleiding eindigt met een onvervalste cliffhanger. Daarna springt het verhaal drie weken terug in de tijd en omdat het hoofdstukkenlang over het wel en wee van de hoofdpersonages gaat, zakt de spanning drastisch in. De plot bevat daarentegen diverse onverwachte ontwikkelingen, die echter niet direct tot gevolg hebben dat het evenredig spannend wordt. Dat wordt het pas in de ontknoping, waarin zich tevens een handjevol verrassingen voordoet.

Ik zal je vinden heeft een bovengemiddelde hoeveelheid verhaallijnen, waarvan de lezer zich aanvankelijk afvraagt wat hun onderlinge verband is en wat de exacte rol van het merendeel van de vertellende personages is. Van een aantal is dat, zodra ze ten tonele verschijnen, wel duidelijk, maar dan blijft het in het ongewisse in wiens opdracht ze handelen. Deze opzet is een bewuste keuze van de auteur, hij heeft daarmee immers de intentie het verhaal meer spanning te geven. Hij gaat echter voorbij aan het feit dat dit bij veel lezers voor verwarring kan zorgen. Zij missen, met name in de eerste helft van de plot, een heldere structuur. Uiteindelijk weet Barclay al die verschillende lijnen wel op een knappe manier samen te brengen, waarna ze als één geheel eindigen in een spectaculaire, maar volkomen ongeloofwaardige ontknoping.

Het aantal personages dat de revue passeert is aanzienlijk, maar, zonder enkele anderen tekort te doen, het zijn voornamelijk Cookson en Swanson die het meest tot de verbeelding spreken. De interactie tussen beide tegenpolen is soms vermakelijk en Cooksons ziekte en de daarbij behorende ongemakken worden goed en realistisch in beeld gebracht. Ondanks allerlei plotwendingen heeft de auteur niet kunnen voorkomen dat het verhaal wat voorspelbaarheden bevat. Dat geldt voor het doen en laten van sommige personages, maar eveneens voor het verloop van bepaalde scènes en situaties.

Barclay heeft met zijn voorgaande boeken laten zien dat hij een begenadigd verhalenverteller en auteur is, maar deze keer valt dat niet helemaal op te maken. De spanning is minimaal en doordat de uitwerking van het goed gevonden thema en de meeste personages niet ten volle wordt benut, is Ik zal je vinden, dat vakkundig is vertaald door Waldemar Noë, een aangenaam, maar overwegend oppervlakkig verhaal.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Linwood Barclay
Titel: Ik zal je vinden

ISBN: 9789022593691
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2021

De Das – Fredrik Persson Winter

Beschrijving
Elk jaar, in de nacht van 5 op 6 november, slaat hij toe, de Das. Een seriemoordenaar die inbreekt in de kelder van het huis van zijn prooi. Zijn slachtoffers worden de grond in gesleept en verdwijnen vervolgens spoorloos.

Op een dag vindt uitgever Annika Granlund voor de deur van haar kantoor een met modder besmeurd manuscript. De titel is De Das en het verhaal is een morbide biografie van een seriemoordenaar die ondergronds leeft. Annika ziet kans met dit manuscript haar noodlijdende uitgeverij te redden, die failliet zal gaan als ze niet snel een bestseller vindt.

Ze besluit het uit te geven, ook al is het een controversieel verhaal. Haar beslissing blijkt dramatische gevolgen te hebben en langzaam maar zeker raakt ze weer in de greep van de duistere krachten die ze als kind dacht te hebben overwonnen.

Wie is de Das? Wie schreef het boek? En wie of wat houdt zich schuil onder de grond?

Recensie
Onder de naam Fredrik Persson schreef de Zweedse advocaat en auteur Fredrik Persson Winter twee jeugdboeken. Omdat een derde werd afgewezen, begon hij uit frustratie aan een kort verhaal waarin een monster voorkwam. Het idee daarvoor kreeg hij door een geluid van graafmachines. Uiteindelijk heeft hij zijn ideeën verwerkt in zijn in 2022 verschenen debuutthriller De Das. Behalve auteur is hij ook een van de makers van de in Zweden succesvolle podcast Fantastisk Podd, dat over het schrijven van sciencefiction, fantasy en horror gaat.

Annika Granlund werkt bij een kleine uitgeverij en op een ochtend vindt ze een bemodderd manuscript, met als titel Ik ben de Das, voor de deur van haar kantoor. Ze leest het door, is er enthousiast over en, ondanks dat de auteur zes jaar eerder spoorloos is verdwenen, geeft ze het uit. Het boek is echter omstreden, omdat jaarlijks, in de nacht van 5 op 6 november, een mysterieuze moord wordt gepleegd. De slachtoffers lijken namelijk in de grond te verdwijnen, waarna er van hen geen spoor meer te vinden is.

Na de proloog, waarin inspecteur Cecilia Wreede op de laatste plaats delict van de jaarlijks toeslaande moordenaar de Das rondloopt, begint ieder hoofdstuk met een paar regels in cursief. Die zinnetjes zijn het verhaal van degene die zich de Das noemt en maken deel uit van het manuscript dat Annika Granlund gevonden heeft. Het is de bedoeling dat die regeltjes de lezer nieuwsgierig maken, maar eveneens voor een verhoogde spanningsboog zorgen. Dat lukt echter niet, want daarvoor zijn ze te kort, ben je, ondanks de niet al te lange hoofdstukken, snel kwijt wat er gezegd wordt en hebben ze totaal geen spanning. Het komt er min of meer op neer dat je niet geneigd bent meteen te willen weten hoe het vervolg van die cursieve fragmenten is.

Het verhaal, dat uit drie delen (akten genoemd) bestaat, wordt afwisselend verteld vanuit de perspectieven van Granlund en Wreede, waarbij eerstgenoemde het meest aan het woord is. Zowel in het eerste als tweede deel gaat het, wat Granlund betreft, voornamelijk over haar privésituatie, de problemen die haar werkgever heeft en de daaraan gerelateerde noodzaak het door haar gevonden manuscript in boekvorm uit te geven. Dit is allemaal aardig om te lezen en te weten, maar spannende momenten levert dat niet op. Een eerste spannend voorval doet zich pas in hoofdstuk vierentwintig (er zijn er negenentachtig) voor en dat heeft dan nog niet eens betrekking op de misdaad en het bijbehorende onderzoek. Vervolgens wordt het pas in de ontknoping enigszins thrillerachtig, maar niet zodanig dat het verrassend of opzienbarend wordt.

De twee belangrijkste personages (Wreede en Granlund) zijn redelijk tot goed uitgewerkt, over hen komt de lezer het meest te weten. Toch kun je je moeilijk met hen vereenzelvigen. Dat komt voornamelijk door hun gedrag. De inspecteur leidt aan tunnelvisie, – dat hoeft niet per se nadelig voor haar karakter te zijn – maar ze is, tegen beter weten in, nogal overtuigd van haar gelijk. Granlund wordt gedurende de plot irritanter en onredelijker; de sympathie die ze had kunnen hebben, is ver te zoeken. De plot is over het algemeen oppervlakkig en is in de eerste twee delen vooral gericht op de persoonlijke perikelen van beide protagonisten. Pas in de derde akte ligt de nadruk iets meer op het politieonderzoek. Veel te laat en te weinig voor een thriller.

Het idee achter het schrijven van De Das is goed, maar het is Persson Winter niet gelukt daar een goede invulling aan te geven. Hij bewijst zonder meer dat hij het beheerst om een vlot lopend verhaal te schrijven, – zijn schrijfstijl is toegankelijk en fijn – maar zijn debuut ontbeert het aan spanning, plotwendingen en verrassingen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Fredrik Persson Winter
Titel: De Das

ISBN: 9789044984897
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2022

De fjord – Jørn Lier Horst

Beschrijving
Het is vijftien jaar geleden dat Simon Meier zijn huis uit liep en spoorloos verdween. En een dag geleden dat het lichaam van politicus Bernard Clausen gevonden werd in zijn vakantiehuisje aan de Noorse kust. Als Wisting op de zaak wordt gezet, ontdekt hij algauw dat hij wellicht ook de missende link naar de verdwijning van Simon Meier heeft gevonden. Maar om echt uit te vinden wat er destijds gebeurde, zal hij moeten samenwerken met een oude vijand. Zijn onderzoek leidt hem door de duistere wereld van Clausens interesses en bezigheden. En de oplossing lijkt dichter bij huis te liggen dan hij ooit had kunnen vermoeden.

Recensie
Het was eigenlijk de bedoeling dat het niet in het Nederlands vertaalde Nøkkelvitnet (2014) de enige thriller was die Jørn Lier Horst zou schrijven. Het succes was echter dusdanig dat een tweede en derde niet uitbleven. Uiteindelijk koos hij ervoor om zijn baan als rechercheur op te zeggen om vervolgens fulltime auteur te worden. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een van de meest gelauwerde Noorse thrillerauteurs en vooral bekend van de serie rond inspecteur William Wisting. In 2021 verscheen het dertiende deel van de reeks: De fjord, dat tevens het tweede uit het ‘Cold Case Kwartet’ is.

Inspecteur William Wisting krijgt van de procureur-generaal de geheime opdracht om uit te zoeken waar het enorme geldbedrag dat in de vakantiewoning van de onlangs overleden politicus Bernhard Clausen gevonden is vandaan komt. Tijdens het onderzoek stuiten hij en zijn team op de onopgeloste zaak van de vijftien jaar eerder verdwenen Simon Meier en het heeft er alle schijn van dat er een verband bestaat tussen zijn verdwijning en het gevonden geld. Ze ontdekken eveneens dat Clausen een aantal geheimen heeft meegenomen in zijn graf. Het achterhalen van wat er allemaal precies gebeurd is, wordt hierdoor een stuk lastiger.

De fjord, het tweede deel van het ‘Cold Case Kwartet’ en alweer het dertiende met inspecteur William Wisting in de hoofdrol, laat zich uitstekend afzonderlijk van zijn voorgangers lezen. Ondanks dat er een paar niet van belang zijnde verwijzingen naar De Katharinacode, het voorgaande boek van deze vierluik, in voorkomen, staat het verhaal volledig op zichzelf. Zonder dat Lier Horst de eerste hoofdstukken gebruikt om het handjevol terugkerende personages uitgebreid te introduceren, komt je tijdens de plot ruim voldoende over hen te weten om je een vrij goed beeld van hen te kunnen vormen. Opvallend daarbij zijn de gemoedelijkheid en rust die de aimabele Wisting uitstraalt, maar de goede band die hij met zijn dochter Line heeft, is eveneens een van zijn sterke kanten.

Het verhaal bestaat uit overwegend korte hoofdstukken, die er echter niet voor zorgen dat de plot zich in een razend tempo afspeelt. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat Wisting en zijn team geen vorderingen maken, maar door hun gedetailleerde en nauwkeurige onderzoek vallen de diverse puzzelstukjes steeds meer op hun plaats. Dit gaat, zonder dat er sprake is van enorme verrassingen, gepaard met een aantal interessante ontwikkelingen. De fjord moet wel even op gang moet komen, maar als dat eenmaal is gebeurd, wordt het stapsgewijs intrigerender. Een van de gevolgen daarvan is dat het spanningsveld, dat aanvankelijk nog ontbreekt, geleidelijk aan iets groter wordt. De ontknoping heeft enkele actiescènes en daardoor bereikt de spanning daar zijn hoogtepunt.

Qua opzet wijkt De fjord niet veel af van het voorgaande deel van het kwartet: de plot wordt verteld vanuit de afwisselende perspectieven van voornamelijk Wisting en Line – later zijn er tevens een paar hoofdstukken waarin Adrian Stiller van de Landelijke Recherche leidend is, maar ten opzichte van het vorige deel is zijn rol dit keer aanzienlijk minder. Wat ook niet anders is, is de beeldende en breedvoerige schrijfstijl van de auteur. De sfeer van het onderzoek, de onderlinge relatie tussen de personages en in geringere mate de Noorse omgeving, komen daarom goed en natuurgetrouw over.

Met De fjord, dat vakkundig is vertaald door Kim Snoeijing, toont Lier Horst andermaal aan dat hij een van de succesvolste thrillerauteurs van Noorwegen is. De kennis die hij als rechercheur heeft opgedaan, heeft hij bekwaam in het verhaal verwerkt. Het politieonderzoek en de verschillende personages hebben derhalve een geloofwaardige uitstraling.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jørn Lier Horst
Titel: De fjord

ISBN: 9789044933031
Pagina’s: 376

Eerste uitgave: 2021

2084: Het einde van de wereld – Boualem Sansal

Beschrijving
Ati woont in Abistan, een immens rijk vernoemd naar de profeet Abi. In dit rijk is de bevolking onderworpen aan één god. Iedere persoonlijke gedachte wordt uitgebannen, dankzij een surveillancesysteem dat overal aanwezig is en toegang heeft tot ieders ideeën en handelingen. Officieel leven de mensen unaniem in de vreugde van het geloof, zonder vragen te stellen. Wanneer Ati na een verblijf in een sanatorium naar huis reist, ziet en hoort hij dingen dingen hem doen twijfelen aan de opgelegde zekerheden. Hij begint een onderzoek naar het bestaan van een volk van afvalligen, die geen geloof hebben en in getto’s wonen.

Recensie
Nadat de Algerijnse auteur Boualem Sansal op vijftigjarige leeftijd met pensioen ging, begon hij aan het schrijven van romans. De moord op president Mohamed Boudiaf in 1992 en de opkomst van het islamitisch fundamentalisme is zijn vaderland waren voor hem de inspiratie om over Algerije te schrijven. In 1999 debuteerde hij met Le Semant des barbare, dat in Frankrijk met de Prix du Premier Roman werd bekroond. Zijn roman Onvoltooide geschiedenis was in 2011 zijn Nederlandstalige debuut. Twee jaar later verscheen 2084: Het einde van de wereld, een dystopische roman waarvoor hij een aantal prijzen heeft gewonnen.

Ati is begin dertig en woont in Qodsabad, de hoofdstad van het gigantische rijk Abistan. Het land is vernoemd naar de profeet Abi, de gezant van hun god Yölah. De bewoners van het land lijken tevreden te zijn met het leven dat ze leiden. Ze doen wat er van hen verwacht wordt en zijn trouw aan hun geloof aan één god. Als Ati, nadat hij een jaar in een sanatorium verbleef, terugkeert naar zijn woonplaats hoort hij onderweg dingen waardoor hij aan het ogenschijnlijk gelukkige en zekere bestaan in Abistan gaat twijfelen. Niet veel later gaat hij op zoek naar antwoorden.

Voordat het verhaal begint, richt Sansal zich in een kort waarschuwingsbericht tot de lezers. Hierin laat hij hen weten dat alles wat in zijn roman staat verzonnen is. De wereld die hij daarin schetst bestaat niet en, maar dat vertelt hij niet, is louter ontsproten aan zijn fantasie. In het begin van het verhaal wordt duidelijk waarom hij de lezer probeert gerust te stellen. Want Abistan, het rijk waarover hij vertelt, is namelijk een totalitaire staat waarin de bewoners geen enkele zeggenschap hebben, waarin ze gedwee hun religieuze leiders (moeten) volgen, waarin verklikkers en spionnen rondlopen en waarin andersdenkenden en misdadigers en plein public worden onthoofd. Kortom, het is geen land waarin je plezierig en gelukkig zou kunnen leven, maar omdat de bewoners niet beter weten, en daarnaast dermate geïndoctrineerd zijn, zijn ze in de veronderstelling dat ze het goed hebben.

De auteur weet het beklemmende gevoel van het leven in een dergelijke dystopie uitstekend over te brengen. Je voelt als het ware de willoosheid van zijn bewoners, ziet de beelden van een allesverwoestende oorlog voor zich, maar ook de ellende die daardoor veroorzaakt is. Verder kan hij zich bijzonder goed vereenzelvigen met Ati, vooral omdat hij zich als een van de bijzonder weinigen afvraagt of het leven in Abistan wel zo goed is als het wordt voorgedaan. In zeker opzicht kan hij als dissident worden beschouwd, al wordt hij niet als zodanig benoemd. Feit is wel dat hij door de machthebbers in de gaten wordt gehouden. Hij is dus min of meer kwetsbaar en daardoor heeft hij zonder meer de sympathie van de lezer.

Het verhaal bestaat uit vier delen, boeken genoemd. Voorafgaand aan ieder deel geeft de auteur een korte samenvatting van wat de lezer in dat gedeelte kan verwachten. De reden daarvan is niet duidelijk en van toegevoegde waarde is het evenmin. Wat verder opvalt, is dat de roman zo goed als geen dialogen heeft. Sansal vertelt en beschrijft voornamelijk. Dat gebeurt over het algemeen op een beeldende en toegankelijke schrijfwijze, hoewel er wel degelijk passages zijn waar iets moeilijker doorheen te komen is. Deze zijn sterieler en een beetje saai. Ondanks de toegankelijkheid zul je je aandacht wel bij het verhaal moeten houden, alleen al om te voorkomen dat je anders het spoor enigszins bijster raakt.

Ofschoon de plot volledig fictief is, zijn er situaties die min of meer herkenbaar zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het doel van IS: het oprichten van een Islamitische Staat, actueel toen Sansal zijn boek schreef. Een dystopische wereld zoals de auteur in 2084: Het einde van de wereld weergeeft, is misschien té ver gezocht, maar dat er groeperingen zijn (geweest) die zo’n grootmacht nastreven, is niet ondenkbeeldig.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Boualem Sansal
Titel: 2084: Het einde van de wereld

ISBN: 9789044537048
Pagina’s: 284

Eerste uitgave: 2016

Shuggie Bain – Douglas Stuart

Beschrijving
Hugh ‘Shuggie’ Bain brengt in de jaren tachtig zijn jeugd door in een vervallen sociale huurwoning in Glasgow. Agnes, zijn moeder, is alles voor Shuggie. Zij behoudt haar trots door er altijd goed uit te zien. Toch zoekt ze steeds vaker troost in drank. Shuggie probeert intussen uit alle macht normaal te zijn, ook al ziet iedereen dat hij ‘anders’ is dan de andere jongens. Agnes steunt haar zoon, maar haar verslaving begint alles te overschaduwen, zelfs de liefde voor haar Shuggie.

Recensie
Nadat Douglas Stuart tweeëndertig afwijzingen had gekregen, was er eindelijk een uitgever die het aandurfde om zijn debuutroman Shuggie Bain (2021) te publiceren. Dat heeft geen van beide windeieren gelegd, want in 2020, het jaar waarin het oorspronkelijk verscheen, won de roman de prestigieuze Booker Prize en is het in minimaal achtendertig talen vertaald. Het boek, waar hij tien jaar lang aan heeft geschreven, is gebaseerd op zijn eigen jeugd, maar niet per definitie autobiografisch.

De vijfjarige Hugh ‘Shuggie’ Bain woont samen met zijn familie bij de ouders van zijn moeder Agnes. Nadat zijn aan alcohol verslaafde moeder zich voor de zoveelste keer heeft misdragen, verhuizen ze, zonder vader, naar een vervallen sociale huurwoning in een buitenwijk van Glasgow. Agnes doet er alles aan om er goed uit te blijven zien, maar haar drankzucht neemt steeds grotere vormen aan. Ondanks dat Shuggie haar verzorgt en ondersteunt, wil hij niets anders dan een normaal leven leiden; anderen vinden echter dat hij anders is.

Het verhaal begint in 1992, wanneer Shuggie zestien jaar oud is en alleen op een kamer woont. In dit eerste hoofdstuk komt de lezer een paar dingen over hem te weten. Daaruit valt op te maken dat de jongen al het een en ander heeft meegemaakt dat hoe dan ook van invloed is geweest op zijn leven tot dusver. Wat dat is geweest wordt uitgebreid uit de doeken gedaan in het vervolg, want meteen na dit begin vindt er een sprong terug in de tijd plaats en verplaatst de plot zich naar 1981. Vanaf dat moment leer je Shuggie, maar ook zijn moeder Agnes goed kennen en kom je te weten hoe het leven van vooral hen door de jaren heen verloopt.

De auteur laat dat vanuit wisselende perspectieven zien, maar het zijn voornamelijk Shuggie en zijn moeder die hun verhaal vertellen. Wat daarbij het meest in het oog springt, is dat de rode draad het alcoholisme van Agnes is en dat zij daardoor de meeste aandacht in de roman opeist. Het lijkt er daarom op dat het uitsluitend om haar gaat, maar de rol die Shuggie heeft moet zeker niet onderschat worden. Ondanks haar zo goed als voortdurende dronkenschap blijft hij als enige van de drie kinderen trouw aan zijn moeder en laat hij met regelmaat zijn onbaatzuchtige liefde voor haar zien. Desondanks is Shuggie Bain ook een roman waarin armoede, ongeluk en triestheid belangrijke elementen zijn.

Deze laatste drie kenmerken zijn tekenend voor de sfeer van het verhaal. Die is er ook een van een troosteloos en uitzichtloos bestaan. Het verval en de groeiende werkloosheid waar grote delen van Glasgow gedurende de jaren tachtig van de vorige eeuw mee te maken hadden, komen bijzonder goed tot uiting. Alle waargebeurde feiten en natuurgetrouwe omstandigheden hebben tot gevolg dat de roman uitermate realistisch is. Dit wordt versterkt door de schrijfstijl van Stuart, die is ongecompliceerd en alledaags en omdat hij veelvuldig gebruikmaakt van het platte en enigszins volkse dialect dat, zeker in de armere wijken, gesproken werd, wordt dit nog eens extra benadrukt.

Vanaf het allereerste hoofdstuk ben je bij het wel en wee van de personages betrokken – er doen zich soms situaties voor die ronduit aandoenlijk en aangrijpend zijn – en zit je in wezen al midden in het verhaal. Naarmate de plot vordert, gaat het meer en meer intrigeren en krijg je een band met de meeste personages, hoewel het vooral Shuggie is die je hart verovert. Met Shuggie Bain heeft Stuart een indringend en indrukwekkend debuut geschreven, waarmee hij de lat voor een volgende roman erg hoog heeft gelegd.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Douglas Stuart
Titel: Shuggie Bain

ISBN: 9789046827574
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2021

De Katharinacode – Jørn Lier Horst

Beschrijving
Het is weer de tijd van het jaar: voor de vierentwintigste keer pakt William Wisting het dossier van de verdwijning van Katharina Haugen. De zaak werd nooit opgelost en elke jaar belt Wisting met Katharina’s echtgenoot, Martin Haugen. Het terugkerende contact tussen de politieinspecteur en de weduwnaar is in de loop der jaren uitgegroeid tot een vriendschap. Maar dit jaar is het donker in Haugens huis als Wisting er aankomt. Haugen is spoorloos verdwenen.

Op dezelfde dag krijgt Wisting bezoek van Adrian Stiller, een jonge rechercheur van de afdeling Georganiseerde misdaad. Hij heeft een verband ontdekt tussen de verdwijning van Katharina en de zaak waar hij aan werkt. De samenwerking met de gecompliceerde Stiller blijkt een ware uitdaging voor de rustige, ervaren Wisting.

Recensie
Voordat de Noorse auteur Jørn Lier Horst fulltime auteur werd, was hij hoofdrechercheur bij de afdeling moordzaken van de politie in het district Vestfold. Daarvoor heeft hij criminologie, filosofie en psychologie gestudeerd. In 2004 debuteerde hij als auteur met de thriller Nøkkelvitnet (Key wittness), dat gebaseerd is op een waargebeurde moord en niet in het Nederlands vertaald is. Dat gebeurde een jaar later wel met Toen Felicia verdween, het tweede deel van een reeks waarin hoofdinspecteur William Wisting de hoofdrol heeft. In 2017 verscheen De Katharinacode, het eerste deel van het Cold Case Kwartet.

De verdwijning van Katharina Haugen, vierentwintig jaar geleden, houdt William Wisting nog steeds bezig. Haar omvangrijke dossier kent hij grotendeels uit zijn hoofd en ieder jaar brengt hij op de dag dat ze verdween haar man Martin een bezoek; hij beschouwt hem inmiddels als een vriend. Ook dit jaar gaat hij weer naar hem toe, maar zijn woning is verlaten. Een dag later krijgt hij bezoek van Adrian Stiller van de Landelijke Recherche. De zaak van de vermiste Nadia Krogh is heropend en hierbij is de hulp van Wisting nodig. Dan ontdekken ze dat er een verband bestaat tussen beide vermissingen.

Hoewel dit alweer het twaalfde boek is waarin William Wisting voorkomt, is De Katharinacode uitstekend afzonderlijk van de andere te lezen. Het verhaal staat op zichzelf, nergens wordt verwezen naar een van de voorgaande delen en de terugkerende personages worden ruim voldoende uitgewerkt om de lezer een goed beeld van en over hen te geven. In het begin worden ze kort geïntroduceerd en gedurende de plot krijgt je geleidelijk aan wat meer over hen te weten. Tijdens de eerste hoofdstukken geeft de auteur ook wat informatie over de zaak-Katharina en uit wat daarover bekend wordt gemaakt, valt af te leiden dat haar verdwijning vierentwintig jaar geleden een mysterie was en dat nu in feite nog steeds is.

Dat wordt het nog meer als Adrian Stiller met een andere cold case op de proppen komt. De vraag is namelijk wat de vermissing van Nadia Krogh met die andere oude zaak te maken heeft. De enige overeenkomst die er is, is Martin Haugen – hij is daarom de rode draad in het door Stiller en Wisting geleide onderzoek. Dat onderzoek verloopt, net als het verhaal zelf, in een niet al te hoog tempo. Stukje bij beetje komt er nieuwe informatie naar voren, maar wel dusdanig dat de twee zaken met elkaar gelinkt kunnen worden. Dit is niet opzienbarend, want deze ontwikkeling was eigenlijk al van begin af aan te voorzien.

Ondanks het trage verloop dat De Katharinacode heeft, is het wel boeiend en interessant. Zonder dat het verhaal bol staat van actie (pas in de ontknoping is hier in geringe mate sprake van) en een zinderende spanning ontbreekt, is er wel continu een latente spanningsboog aanwezig. Die bestaat er vooral uit dat de lezer wil weten wat er werkelijk met Katherina Haugen en Nadia Krogh gebeurd is, maar toch ook wat het politieonderzoek gaat opleveren. Om dat speurwerk enigszins te sturen, heeft Stiller een ietwat onorthodox plan bedacht, waarbij hij journaliste Luna, de dochter van Wisting, bij betreft. Dit is een mooie toevoeging en heeft hoe dan ook een belangrijke meerwaarde voor zowel het onderzoek als het verhaal.

In een bijzonder vlotte, toegankelijke, zeer gedetailleerde en vooral beeldende schrijfstijl loodst Lier Horst de lezer door het Noorse landschap en maakt hem deelgenoot van minutieus recherchewerk. Over het geheel genomen is De Katharinacode niet bijster spannend, maar wel degelijk intrigerend. Pakkend vanaf de allereerste bladzijde en door zowel het tempo als de aandacht voor persoonlijke relaties, is het een Scandithriller bij uitstek.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jørn Lier Horst
Titel: De Katharinacode

ISBN: 9789044979442
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2020

Het complot tegen Nederland – Rob Bakker

Beschrijving
Amsterdam, tijdens de Eurotop verblijft de Duitse bondskanselier in de best bewaakte suite van het best bewaakte hotel van de stad. Toch wordt hij op een ochtend dood aangetroffen: vermoord … Terwijl elkaar tegenwerkende Duitse en Nederlandse autoriteiten zich koortsachtig op de zaak storten, ontvouwt zich een complot dat een weergaloze en zeer doordachte planning verraadt. De politieke thriller Het Complot Tegen Nederland is het verhaal van een succesvolle aanslag en de (euro)politieke gevolgen ervan. Het Complot Tegen Nederland begint waar De Dag van de Jakhals eindigde!

Recensie
Rob Bakker is een veelzijdig man; hij is onder andere journalist, historicus, ondernemer, docent en auteur. Na zijn opleiding journalistiek werkte hij voor diverse magazines, waaronder het satirische maandblad MAD. Later schreef hij het script voor de dramaserie Laden maar en begon hij tevens met het schrijven van boeken. Hij debuteerde in 1981 met de roman Graven en zijn eerste thriller was het in 2000 uitgebrachte FE!. Eind 2021 verscheen Het complot tegen Nederland, zijn nieuwste publicatie.

Aan de vooravond van de Eurotop in Amsterdam wordt de Duitse bondskanselier ’s nachts om het leven gebracht. Hij verbleef in een gerenommeerd en onder Franse vlag opererend hotel dat op dat moment zwaar beveiligd werd. De autoriteiten staan voor een raadsel omdat het onmogelijk leek tot de suite van de kanselier door te dringen. De Duitse en Nederlandse politie werken moeizaam samen om de moord op te lossen. Alle verrichtingen worden in de gaten gehouden door een geheime organisatie die zich De Vrienden van de Vrede noemt. Hebben zij een aandeel in de moord of is iemand anders daar verantwoordelijk voor?

Het complot tegen Nederland, dat begint met een proloog waarin een scène uit de oorlog in voormalig Joegoslavië aantoont dat destijds verschrikkelijke en onmenselijke daden zijn verricht, bevat al in het eerste hoofdstuk een interessante ontwikkeling: de moord op de Duitse bondskanselier. De auteur creëert meteen een spanningsveld en daardoor is de start veelbelovend. Deze hoopgevende aanvangsfase wordt gedurende de plot volledig waargemaakt, want – op één hoofdstuk na – de spanning in het verhaal neemt gestaag toe en er zijn talloze spannende momenten. Er zijn diverse plotwendingen, het verhaal boeit meer en meer en doordat Bakker er waargebeurde feiten in heeft verwerkt, komt het realistisch over en intrigeert het sowieso.

Het verhaal heeft drie verhaallijnen: de moord op de kanselier en het onderzoek naar de dader, het doen en laten van de moordenaar, maar ook het Joegoslavië-tribunaal dat gelijktijdig met de Eurotop plaatsvindt. Hierdoor wordt het verhaal vanuit verschillende perspectieven verteld en krijgt de lezer een uitstekend en volledig beeld van wat zich allemaal afspeelt en heeft afgespeeld. Het is van meet af aan duidelijk dat er een onderling verband tussen de subplots bestaat, maar naarmate het verhaal vordert komen ze dichter en dichter naar elkaar toe, tot ze in de actierijke ontknoping samenvallen. Er wordt, behalve door de autoriteiten, overigens ook nog door een andere partij jacht op de moordenaar gemaakt. Dit zorgt voor een extra dimensie in het verhaal, maar niet zodanig om het als afzonderlijke verhaallijn te beschouwen.

Ondanks de overwegend lange hoofdstukken heeft Het complot van Nederland over het algemeen een behoorlijk tempo. Het lijkt er zo nu en dan op dat er niet zo heel veel gebeurt, maar dat is schijn. De hoofdstukken bevatten allerlei perspectiefwisselingen en in het hele boek komen ettelijke scènes voor met een hoog actiegehalte. Dit alles heeft dus een gunstige uitwerking op de snelheid. De schrijfstijl van Bakker is overwegend beeldend en zonder meer toegankelijk. Het tweede hoofdstuk, waarin de lezer meer achtergrondinformatie over De Vrienden voor de Vrede krijgt, is wat minder boeiend en enigszins saai. De gegeven informatie is echter wel van belang en daardoor noodzakelijk.

Dat het verhaal als een nachtkaars uitgaat, kan niet worden gezegd, de moordenaar is immers uitgeschakeld. Toch is het wel onbevredigend dat niet iedereen die bij de dood van de kanselier betrokken is, ontmaskerd is. Desondanks is Het complot van Nederland (de titel dekt de lading van het verhaal niet helemaal) een prima thriller en een goed voorbeeld van een politiek steekspel waarin het er veel van weg heeft dat het recht van de sterkste de overwinnaar geworden is.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Rob Bakker
Titel: Het complot tegen Nederland

ISBN: 9789493192256
Pagina’s: 266

Eerste uitgave: 2021

X manieren om te sterven – Stefan Ahnhem

Beschrijving
Het is al bijna donker als een opblaasboot de haven van Råå uit vaart, met aan boord een man die een zwaard op zijn rug heeft. Zijn missie wordt bepaald door de dobbelstenen: er moet iemand sterven. Maar wie, dat weet hij nog niet. De politie van Helsingborg is weken bezig geweest met meerdere, complexe moordzaken. De slachtoffers zijn gemarteld, gewurgd en verbrand. En elke moord is vol precisie uitgevoerd. Als ze ze eindelijk opgelost denken te hebben, wordt er opnieuw een lichaam ontdekt. Fabian Risk en zijn team beseffen dat alles wat ze dachten te weten niet waar is.

Recensie
Zonder gezicht, de in 2014 verschenen debuutthriller van Stefan Ahnhem, was meteen een bestseller en de filmrechten hiervan werden kort na uitgifte aan zeven landen verkocht. Het is tevens het eerste deel van een serie met inspecteur Fabian Risk. In 2021 werd X manieren om te sterven uitgebracht, dat samen met zijn voorgaande boek Motief X (2020) een tweeluik vormt. Zijn thrillers kenmerken zich door de spanning en sfeer van Nordic noir, maar vanwege zijn achtergrond als scenarist tevens door de filmische scènes.

Helsingborg wordt nog steeds geteisterd door een diverse, op het oog willekeurige, moorden en de politie heeft geen enkel aanknopingspunt die naar de dader kan leiden. Wanneer op een van de plaatsen delict een dobbelsteen wordt gevonden, krijgt ze het vermoeden dat de moordenaar door middel van het lot beslist wie omgebracht moet worden. Ondertussen is het onderzoek dat Risk naar een van zijn collega’s uitvoert ook nog in volle gang en hebben de diverse teamleden te kampen met persoonlijke perikelen. Zal het hen desondanks lukken beide zaken tot een goed einde te brengen?

Om het geheugen van de lezer die Motief X, het eerste deel van het tweeluik, al geruime tijd geleden gelezen heeft even op te frissen, geeft Ahnhem voorafgaand aan het verhaal een korte samenvatting van wat zich allemaal heeft afgespeeld. Dit is een goede keuze, waardoor je weer helemaal bij de les bent en tevens meteen weer bij de personages en wat er gebeurd is betrokken bent. Omdat X manieren om te sterven een vervolg is (het bestaat uit de delen drie en vier), is het ten zeerste aan te raden om bij deel één te beginnen. Als je dit niet doet, kom je niet in dit verhaal en is er in bepaald opzicht niet zo heel veel touw aan vast te knopen.

Het verhaal wordt afwisselend vanuit verschillende perspectieven verteld, maar Risk is toch degene waar het vooral om draait. Hij is degene die de echte jacht op de moordenaar maakt, degene die – zonder medeweten van zijn collega’s – onderzoek doet naar een van hen en ook degene over wiens privéleven het meest wordt verteld. De perspectiefwisselingen zorgen ervoor dat de lezer continu nieuwsgierig blijft naar wat er nog allemaal gaat gebeuren, vooral omdat veel hoofdstukken eindigen met een cliffhanger. Het liefst zou je direct te weten willen komen hoe het verdergaat. Hierdoor komt de spanningsboog aan het begin van het verhaal al aardig strak te staan, iets dat tijdens de hele plot hoe dan ook gehandhaafd blijft. Daarnaast volgen de gebeurtenissen zich in rap tempo op en zijn er talloze onverwachte plotwendingen. De lezer hoeft zich geenszins niet te vervelen.

Als de ontknoping in zicht is, neemt de actie toe en lijkt de dader in het Deense attractieprak Tivoli een soort armageddon te veroorzaken. Er wordt dan actief jacht op hem gemaakt, maar met behulp van de dobbelstenen lijkt het erop dat hij Risk telkens weet af te troeven. Uiteindelijk komt het tot een treffen tussen de politieman en de moordenaar, maar wie van hen tweeën aan het langste touw trekt, laten ze door het lot (van een dobbelsteen) beslissen. Dat die kleine kubusvormige voorwerpen zo’n belangrijke rol hebben in het doen en laten van de dader is origineel en interessant, maar of het helemaal realistisch is, valt te betwijfelen. Erg is dit overigens niet, want het doet absoluut geen afbreuk aan het verhaal.

De schrijfstijl van Ahnhem is, behalve filmisch, rechttoe rechtaan – moeilijke zinsconstructies zijn niet aan hem besteed. In X manieren om te sterven weet de auteur de lezer voldoende te verrassen om hem van begin tot eind in spanning en op het puntje van de stoel te laten zitten. Deze nieuwste Risk is er opnieuw een die er zijn mag en door een onvervalste cliffhanger in het laatste hoofdstuk weet je dat de inspecteur zijn kruit nog niet verschoten heeft.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Stefan Ahnhem
Titel: X manieren om te sterven

ISBN: 9789044359848
Pagina’s: 510

Eerste uitgave: 2021