De stille vader – Inge Spaan & Bobby Lammers

Flaptekst
Rechercheur Oscar van Rhijn verruilt Leiden voor de Achterhoek. Een nieuwe start, zegt hij zelf. Na jaren in de drukte van de Randstad zoekt hij een plek waar hij zijn werk op een andere manier kan doen.

Nog voordat hij de kans heeft gekregen zijn nieuwe collega’s goed te leren kennen, raken een vader en zijn zesjarige zoon vermist tijdens een fietstocht. Het onderzoek roept steeds meer vragen op, zeker wanneer de regio opnieuw wordt opgeschrikt door een dodelijke schietpartij. Zijn de zaken met elkaar verbonden, of lijkt dat alleen maar zo?

Oscar bijt zich vast in beide onderzoeken en ontdekt dat achter vertrouwde gezichten gevaarlijke geheimen schuilgaan, terwijl niemand de hele waarheid lijkt te vertellen…

Recensie
Op een terras in Leiden vroegen Inge Spaan en Bobby Lammers zich af hoe het zou zijn om samen een boek te gaan schrijven. Beiden vonden het een leuk idee en ook hun uitgever stond hiervoor open. Vervolgens gingen ze ermee aan de slag, wisselden met elkaar allerlei gedachten uit en uiteindelijk ontstond er een gestroomlijnd verhaal. Met hun in 2026 verschenen thriller De stille vader, dat tevens het eerste deel is van een nieuwe serie die zich in de Achterhoek afspeelt, is hun gezamenlijke debuut een feit.

Hierin draait het voornamelijk om Oscar van Rhijn, een rechercheur die Leiden verruilt voor de veel rustigere regio de Achterhoek. Deze overgang noemt hij het begin van een nieuw leven. Wat hij echter niet verwacht, is dat hij al meteen wordt geconfronteerd met de vermissing van een vader en zijn zesjarige zoontje. Terwijl het onderzoek nog in volle gang is en er enkele vorderingen zijn gemaakt, blijven er nog voldoende vragen over en die zelfs toenemen als er een man gevonden wordt die in zijn woning is doodgeschoten. Oscar en zijn collega’s doen er alles aan beide zaken op te lossen, maar worden hierin belemmerd door diverse geheimen en onwaarheden.

In een korte proloog is de lezer getuige van een groot probleem van een kleine jongen. Behalve dat je benieuwd bent naar de toedracht van wat er in de weergegeven in-en intrieste scène wordt beschreven, komen de verwarring en hoop die het jochie in zijn (benarde) situatie heeft erg goed naar voren. Dit veelbelovende begin van het verhaal krijgt niet meteen een vergelijkbaar vervolg, want de auteurs hebben er – heel begrijpelijk – voor gekozen om eerst aandacht te besteden aan een aantal personages die van wezenlijk belang zijn voor de verdere gebeurtenissen. Hierdoor leer je hen niet alleen kennen, maar krijgt je tegelijkertijd enig inzicht in hun leefomstandigheden, hun dagelijkse bezigheden of wat hen overkomen is. Dit zorgt ervoor dat er als het ware een band tussen de lezer en de hoofdfiguren ontstaat, hetgeen vanzelfsprekend bevorderlijk is voor de beleving van het verhaal.

Het rustige begin – van échte actie en veel spektakel moet de thriller het sowieso niet hebben – wekt de indruk dat het er nogal gemoedelijk aan toegaat, maar zoals wel vaker bedriegt de schijn, want er vindt wel degelijk een en ander plaats. In de aanvangsfase is dit niet direct zichtbaar, maar naarmate de plot vordert, neemt het aantal ontwikkelingen toe en doen zich eveneens meer wendingen voor. Van zinderende spanning is echter geen sprake, maar doordat de vele hoofdstukken vanuit afwisselende perspectieven worden verteld, de auteurs ze af en toe met een cliffhanger laten eindigen en zich bij tijd en wijle enkele onverwachte voorvallen voordoen, ontstaat er wel degelijk een bepaalde geladenheid waardoor de diverse verwikkelingen steeds meer gaan intrigeren en je te weten wilt komen hoe de vork exact in de steel zit.

Een sterk element in het boek is de regionale setting en de ambiance die hiervan uitstraalt. Een groot deel van het verhaal speelt zich af in het dorpje Sinderen en het noaberschap (simpel gezegd: intensieve burenhulp) dat in het oosten en noorden van Nederland vaak gebruikelijk is, is daar een goed voorbeeld van. Daarnaast is te merken dat Lammers ervaringsdeskundige is, want de werkzaamheden en het optreden van de politie zijn zeer realistisch en doen nergens geforceerd aan. Eigenlijk geldt dit eveneens voor de andere aangelegenheden, want de lezer kan zich voorstellen dat die in werkelijkheid ook kunnen plaatsvinden.

Met uitzondering van de aanvangsfase speelt De stille vader zich in een tamelijk hoog tempo af en is in een uitermate vlotte en beeldende schrijfstijl geschreven. Oscar van Rhijn en een aantal anderen zijn interessante personages waar we nog veel meer van gaan horen, maar de échte sterrenrol is weggelegd voor teckel Floyd. Al met al is dit een gezamenlijk thrillerdebuut dat naar heel wat meer smaakt.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Inge Spaan & Bobby Lammers
Titel: De stille vader

ISBN: 9789402778779
Pagina’s: 336
Eerste uitgave: 2026

Haar laatste adem – M.J. Arlidge & Alex Khan

Flaptekst
Het stadje Burnley in Lancashire gaat gebukt onder armoede, drugs, geweld en mensenhandel. Dan plegen kort na elkaar twee inwoners zelfmoord. Maar was het wel zelfmoord of gaat er iets duisters schuil in deze gemeenschap?

Inspecteur Jane Hacker groeide op in Burnley, maar vluchtte na de dood van haar oudere broer naar Londen. Nu is ze terug om voor haar zieke moeder te zorgen en geeft ze leiding aan een team rechercheurs dat haar intuïtie niet vertrouwt.

Het is hoog tijd dat Jane eindelijk de waarheid over het verleden en heden van de stad onder ogen gaat zien om een sadistische moordenaar op te sporen, voordat er meer slachtoffers vallen.

Recensie
Een paar jaar geleden startte de Britse succesauteur M.J. Arlidge De Crime Writer’s Room, een boekenreeksproject waarbij hij samenwerkt met verschillende andere thrillerschrijvers. Het concept houdt in dat hij zelf de hoofdplot en opzet bedenkt, de uitwerking hierna aan de andere auteur overlaat, maar haar of hem tijdens het schrijfproces blijft ondersteunen. Haar laatste adem (2026) is het vijfde boek uit de serie en werd (mede) geschreven door Alex Khan.

Burnley is een middelgrote stad in het noordwesten van Engeland, waar veel armoede is en er behoorlijk wat drugs wordt gebruikt. De Londense inspecteur Jane Hacker is gevraagd om de lokale politie tijdelijk te ondersteunen. Ze wordt meteen geconfronteerd met een zelfmoord, maar omdat ze daaraan twijfelt, heropent ze het onderzoek. Korte tijd later wordt het lichaam van een man gevonden en ook hij lijkt zichzelf van het leven te hebben beroofd. Omdat Jane vermoedt dat er een link tussen beide zaken bestaat, wil ze dat er snel helderheid komt. Daarnaast zit een trauma uit haar eigen verleden haar ook nog in de weg.

Wat in de korte proloog voor drie jongens begint als stoere-knapen-bravoure eindigt daarin voor hen als een nachtmerrie. Omdat de lezer zich de schrik en angst van een van hen goed kan voorstellen – hij vindt namelijk een van de slachtoffers – is er een lichte spanning en word je enigszins nieuwsgierig naar wat er allemaal komen gaat. Dit min of meer veelbelovende begin zet echter niet meteen door, want lange tijd heeft de plot tamelijk veel overeenkomsten met enkele van de vele Britse politieseries die op televisie te zien zijn (geweest). Hierdoor krijg je de indruk dat de plot heel erg volgens het thrillerboekje verloopt, met name omdat het in die fase in grote lijnen nogal clichématig is. Stilaan treedt er een kentering op en toont het verhaal een eigen gezicht, hoewel de basis ervan toch niets anders is dan het politieonderzoek.

Het leidende personage daarin is Jane Hacker en mede omdat er behoorlijk veel over de privéomstandigheden van de 38-jarige inspecteur wordt verteld – zowel die in het heden als die uit het verleden – leert de lezer haar vrij goed kennen. Ze komt over als een krachtige politiefunctionaris, maar in haar persoonlijke omgeving is ze als gevolg van een gebeurtenis tijdens haar kindertijd eveneens kwetsbaar. Dit maakt haar aan de ene kant menselijk en sympathiek, terwijl ze tegelijkertijd keihard en meedogenloos kan zijn. Haar houding is overigens begrijpelijk, maar dankzij haar vastberadenheid komt ze wel achter een verschrikkelijk geheim. Ze weet privé en zakelijk overigens goed te scheiden, want haar werk doet ze met verve en mede daardoor blijf je de voortgang van het speurwerk geboeid en met belangstelling volgen.

De plot bevat een ruime hoeveelheid ontwikkelingen en nadat het verhaal een ander karakter heeft gekregen, weet de auteur de lezer regelmatig te verrassen met allerlei onverwachte wendingen en zijn er momenten dat hij je volledig de verkeerde richting instuurt waardoor situaties geheel anders verlopen dan je aanvankelijk verwachtte. Bijgevolg, maar ook omdat je zelf probeert de zaken op te lossen, ontstaat er voldoende spanning, die doorloopt tot en met de absoluut niet te voorziene ontknoping. Khan heeft bovendien een aantal maatschappelijke problemen in het verhaal verwerkt en die zorgen ervoor dat alles er zeker niet oninteressanter op wordt.

Haar laatste adem, dat bijzonder vlot, beeldend en pakkend geschreven is, is een echte whodunit die de lezer zo goed als vanaf het begin aan zich weet te binden. Een enigszins storende factor is dat iemand van tweeënzestig jaar al oud wordt genoemd. Tegenwoordig kan dat écht niet meer gezegd worden, dus de auteur had beter kunnen en moeten weten. Afgezien daarvan is dit hoe dan ook een thriller die er mag zijn, mede dankzij de zeer zorgvuldige vertaling van Mireille Vroege.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: M.J. Arlidge & Alex Khan
Titel: Haar laatste adem

ISBN: 9789049214944
Pagina’s: 384
Eerste uitgave: 2026

De bewaker – Niccolò Ammaniti

Flaptekst
In een afgelegen dorpje op Sicilië woont de 13-jarige Nilo Vasciaveo met z’n moeder en z’n tante. Vriendjes heeft hij niet, maar dat vindt Nilo niet erg. Officieel heeft zijn familie een marmerverwerkingsbedrijf, maar dat is slechts een dekmantel. Al van jongs af aan heeft zijn moeder hem ingeprent dat hun familie een geheime opdracht heeft: eeuwenlang zijn de Vasciaveo’s al de bewakers van iets fabelachtigs, iets wat leeft in hun badkamer.

Wanneer een mooie, vrijgevochten vrouw en haar dochter in hun dorpje neerstrijken, raakt het leven van de Vasciaveo’s uit balans. Bewaker zijn betekent ook dat je zelf gevangen bent. Iets wat Nilo niet langer kan verdragen, nadat hij voor het eerst de liefde heeft ontdekt.

Recensie
Niccolò Ammaniti maakte aan het begin van zijn carrière deel uit van het schrijversgezelschap ‘De jonge kannibalen’, die als uitgangspunt het schrijven van een nieuw soort literatuur had. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een succesvol auteur en heeft hij diverse prijzen in de wacht gesleept. Zo ontving hij voor zijn in 2026 verschenen roman De bewaker, die hij schreef toen hij met de voortgang van een groots romanproject worstelde en hierdoor tot rust kwam en zichzelf herontdekte, de Premio Costa Smeralda, een Italiaanse literatuurprijs.

De protagonist in het verhaal is de dertienjarige Nilo Vasciaveo, die samen met zijn moeder en tante in het Siciliaanse dorpje Triscina woont. Voor de buitenwereld hebben de twee vrouwen een marmerverwerkingsbedrijf, maar de werkelijkheid is anders. Dit heeft voornamelijk te maken met een geheime opdracht die al eeuwenlang door de familie moet worden uitgevoerd: het bewaken van iets dat momenteel in hun badkamer verblijft. Als op een dag een graatmagere vrouw en haar dochter in het plaatsje arriveren, verandert het leven van de drie en raakt Nilo voor het eerst in de ban van de liefde.

Ammaniti staat niet bekend als een doorsnee-auteur, want in zijn boeken komen zo goed als altijd diverse bevreemdende en absurdistische situaties en omstandigheden voor, dus voor de lezer vergt dit vaak behoorlijk wat voorstellingsvermogen. In zijn nieuwste roman is het niet anders, omdat de neventaak van de gezusters Vasciaveo en hun twee Indiase assistenten dusdanig onvoorstelbaar en onrealistisch is dat je het verhaal eigenlijk niet serieus zou moeten nemen. Toch zit er meer achter die activiteit dan op het eerste gezicht lijkt. Met name vanwege de link met de Siciliaanse maffia – deze criminele organisaties is immers op het Italiaanse eiland ontstaan – en het feit dat de uitgevoerde verrichting symbool staat voor de angst die deze groepering inboezemt.

De gebeurtenissen, en dat zijn er nogal wat, worden zo goed als volledig vanuit het perspectief van de jonge Nilo verteld, maar door de manier waarop dit gebeurt, heb je absoluut niet in de gaten dat hij in feite nog steeds een kind is. Aan de andere kant is het te merken dat hij op weg is naar volwassenheid. Het proces dat hij daarbij doormaakt en de worstelingen en vertwijfelingen die daarmee gepaard kunnen gaan, komen over het algemeen goed naar voren. De jongen is in zekere zin ook een slachtoffer van zijn thuissituatie: hij heeft als gevolg van het geheime iets in de badkamer namelijk een erg beperkte vrijheid en daarom voelt hij zich weleens een gevangene in zijn eigen omgeving. Dit is niet uniek onder zijn leeftijdgenoten, dus hij is enigszins representatief voor velen van hen.

Ondanks de ogenschijnlijk zware thematiek houdt de auteur het in de regel tamelijk luchtig. Dit uit zich bijvoorbeeld in ettelijke bizarre en kolderieke scènes. Slechts sporadisch moet de lezer een klein beetje moeite doen om door een paar fragmenten heen te komen, vooral omdat die minder aansprekend zijn. Het is echter wel noodzakelijk dat deze (Grieks) mythologische gedeelten in het verhaal voorkomen, want ze zijn van wezenlijk belang voor de plot en de geheimzinnige bezigheden van de vrouwen. Je kunt zelfs concluderen dat dit min of meer de basis van het verhaal vormt. Naast deze oudheidkundige aspecten zijn er eveneens enkele eigentijdsere zaken te bespeuren, want het vervoermiddel waar Nilo op rijdt, is een fatbike en een van de personages profileert zich op het OnlyFans platform.

Hoewel dit boek een roman is, is het vooral genre-overschrijdend, want het heeft eveneens de kenmerken van een thriller, een coming of age en is in geringe mate zelfs speculatief. De bewaker, in een zeer verzorgde vertaling van Manon Smits, kan dit allemaal hebben, want de compacte roman, die een bijzonder, maar passend einde heeft, boeit van begin tot eind.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Niccolò Ammaniti
Titel: De bewaker

ISBN: 9789048880652
Pagina’s: 208
Eerste uitgave: 2026

De perfecte leugen – Jo Spain

Flaptekst
Wanneer Erin op een ochtend de deur van hun appartement opent voor een collega-agent van haar man Danny, ziet ze de schok op het gezicht van de man. Erin draait zich om, om nog net te kunnen zien hoe Danny naar het balkon loopt en vanaf de vierde verdieping zijn dood tegemoet springt…

Achttien maanden later staat Erin terecht voor de moord op haar man. In de anderhalf jaar hiervoor is ze erachter gekomen dat Danny niet was wie ze dacht. Ze dacht dat hij perfect was, dat hun leven perfect was. Maar dit alles was gebouwd op de perfecte leugen.

Recensie
Jo Spain, een van de meest populaire auteurs van Ierland, heeft, net als veel van haar landgenoten, familie en vrienden die in het buitenland wonen. Dat iemand haar of zijn dierbaren niet kan bezoeken als ze in problemen zitten of als ze steun nodig hebben, heeft haar geïnspireerd tot het schrijven van haar in 2021 verschenen thriller The perfect lie (De perfecte leugen, 2022). Hoewel ze het boek al voor de covid-pandemie geschreven heeft, heeft ze het opgedragen aan degenen die zich ver van huis bevonden toen de epidemie de wereld angst aanjoeg.

De Ierse Erin woont al een paar jaar in de Verenigde Staten en is getrouwd met Danny, een rechercheur van de NYPD. Op een dag, het is nog vroeg, staat een collega van hem voor de deur en niet veel later springt haar man van het balkon op de vierde verdieping van hun appartement, wat hij uiteraard niet overleeft. Anderhalf jaar later staat Erin terecht voor de moord op haar man, maar in tussentijd is ze erachter gekomen dat hij zich tijdens hun huwelijk anders heeft voorgedaan dan hij in werkelijkheid was en dat al die tijd op een leugen was gebaseerd.

Het verhaal, dat spectaculair en veelbelovend begint, nieuwsgierig maakt en zich in verschillende jaren afspeelt, wordt voor het grootste deel verteld vanuit het perspectief van Erin, maar er zijn tevens enkele hoofdstukken waarin Ally, een proctor (toezichthouder) aan de Harvard universiteit, leidend is. Geruime tijd vraag je je af wat het onderlinge verband tussen beide verhaallijnen is en ongeveer halverwege blijkt wat de connectie is, hoewel er later in de plot nog een feit onthuld wordt dat een samenhang met beide subplots heeft. Ondanks de flitsende start wil het lange tijd niet vlotten en dreigt een en ander als een nachtkaars uit te gaan. Er gebeurt eigenlijk tamelijk weinig en hetgeen verteld wordt, bestaat voornamelijk uit allerlei persoonlijke perikelen van diverse personages. Voordat het écht langdradig wordt, zorgt de auteur – dit is prettig voor de lezer – voor een aantal onthullingen waardoor je wel bij de les blijft, maar die er niet voor zorgen dat het opzienbarend wordt.

De opbouw en de wijze waarop de gebeurtenissen in beeld worden gebracht, zorgen er grotendeels voor dat de spanning zo goed als achterwege blijft. Een enkel moment is er sprake van enige opwinding, maar dit soort momenten is te beperkt en pas in de eindfase krijg je als het ware een klein beetje waar voor je geld. Door af en toe gebruik te maken van cliffhangers en lichte wendingen is te zien dat Spain er wel het nodige aan doet om sfeer te creëren die een bepaalde beklemming moet veroorzaken. Zo nu en dan lukt haar dat ook en bij vlagen wil de lezer absoluut weten wat er exact aan de hand is en wat die leugens – dat daar sprake van is, is van meet af aan helder – zijn. Toch komt dit allemaal matig uit de verf waardoor de omstandigheden nogal tam overkomen en dat in zekere zin ook zijn. Het meest interessant zijn misschien nog wel de ondervragingen in de rechtbank, ofschoon de vonken er daar ook niet van af spatten.

Het uitgangspunt is in beginsel helemaal niet verkeerd, maar de uitwerking ervan is verre van optimaal. Er zijn soms situaties waarvan onduidelijk is wat die er toe doen, de lezer probeert wel te achterhalen wat er exact is gebeurd, maar kan door het ontbreken van aanwijzingen – ook al zouden die minimaal zijn – zijn vinger er maar niet achter leggen en op de leugen die er toe doet, wordt zo goed als geen nadruk gelegd. Daarom kan De perfecte leugen in wezen als een mislukt project worden beschouwd, alle goede bedoelingen van de auteur ten spijt.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Jo Spain
Titel: De perfecte leugen

ISBN: 9789026159442
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2022

New York – Edward Rutherfurd

Flaptekst
Er is geen stad die meer tot de verbeelding spreekt dan New York.
De stad is veel bezongen, veel besproken, maar zelden zo compleet en indrukwekkend beschreven als in deze roman. Als lezer begin je je wandeling door de geschiedenis van New York in de tijd van Peter Stuyvesant en volg je steeds enkele tot de verbeelding sprekende families, zodat je de stad zich door hun ogen ziet ontwikkelen tot wat die nu is. Wandel door Central Park, over Fifth Avenue en over de Brooklyn Bridge. Lees over het New York van de Indiaanse nederzettingen van Manhattan en het Nederlandse Nieuw-Amsterdam tot de Engelse overname, van de Onafhankelijkheidsoorlog, de grote beurskrach van 1929 en de bouw van het Empire State Building tot de nadagen van 9/11.
New York laat een onuitwisbare indruk achter.

Recensie
Er zijn niet veel steden ter wereld die enorm tot de verbeelding spreken, maar New York is daar zonder twijfel één van. Daarnaast is het, vanwege zijn veelomvattendheid, immensiteit en diversiteit eveneens een van de meest complexere steden die er op aarde zijn. De Brit Edward Rutherfurd (een pseudoniem van Francis Edward Wintle) vatte het idee op om over de geschiedenis van de nu grootste stad van de Verenigde Staten een roman te schrijven. Het boek met de vanzelfsprekende titel New York werd in 2009 uitgebracht en verscheen drie jaar later in een Nederlandse vertaling.

Het verhaal, dat in feite de bestaansgeschiedenis van New York is, begint in 1664, bestrijkt vervolgens een periode van een kleine vierenhalve eeuw, waarna het uiteindelijk eindigt in 2009. Dankzij het chronologische verloop is de lezer getuige van de groei van deze stad, die destijds als een kleine nederzetting begon en in al die tijd gestaag uitgroeide tot de metropool die het nu is. Door de manier waarop deze expansie beschreven wordt – de auteur heeft talloze waargebeurde feiten en namen van werkelijk bestaande personen in de roman verwerkt – krijg je een goed beeld van de ontwikkeling van New York, maar ook welke voor- en tegenspoed dit allemaal met zich meebracht.

In de proloog, dat eigenlijk het voorwoord is, vermeldt Rutherfurd dat dit boek bovenal een roman is. Het is er echter wel een die de werkelijkheid als achtergrond heeft. De vele personages zijn weliswaar fictief, maar zoals gezegd, geldt dit niet voor de grote hoeveelheid gebeurtenissen. Een aantal voorbeelden hiervan zijn de slavernij en de bijbehorende rassendiscriminatie, de Amerikaanse burgeroorlog, de massale emigratie naar de Verenigde Staten, de beurskrach van 1929 en de terroristische aanslag op het World Trade Center op 11 september 2001, die bij velen vast en zeker nog vers in het geheugen ligt. Het gevolg van dit alles is dat de lezer het boek niet als uitsluitend fictief beschouwt, ondanks dat alle karakters uit het brein van de auteur zijn ontsproten.

Hoewel het aantal personen dat in de roman voorkomt aanzienlijk is, draait het verhaal vooral om een aantal families, waarbij het geslacht Master het meest wordt gevolgd. Hun geschiedenis is er natuurlijk een van velen, dus in bepaald opzicht staan zij symbool voor al die anderen in een vergelijkbare sociale klasse. Dit is er overigens een van enorme rijkdom en daar wordt behoorlijk de nadruk op gelegd. Helaas gaat dat ten koste van het wel en wee van een aantal andere families, waaronder een Joodse, een Italiaanse en een slavengezin. Zij waren veel minder welgesteld en soms zelfs arm. Om tegenwicht te bieden, was het interessant geweest dat de auteur meer aandacht aan had besteed aan deze gezinnen en hun aanmerkelijk slechtere omstandigheden. Nu krijg je de indruk dat het vooral de rijken waren die de stad hebben gemaakt tot wat hij geworden is.

De schrijfstijl van de auteur is vlot en toegankelijk, waardoor de op het oog informatievere gedeelten verre van eentonig of saai zijn. De belevenissen en/of wetenswaardigheden van de diverse families zijn boeiend en vervelen nergens. Sterker nog, met een aantal van hen leef je zelfs mee, terwijl je je aan enkele anderen wel hebt kunnen storen. Dit is in zekere zin wel een goed teken, want dat houdt vaak in dat je helemaal opgaat in het verhaal. Rutherfurd heeft dit zonder meer kunnen bereiken en dat maakt dat New York een intrigerende roman is die een grondig en overzichtelijk indruk geeft van de totstandkoming van de huidige wereldstad.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Edward Rutherfurd
Titel: New York

ISBN: 9789026129476
Pagina’s: 800

Eerste uitgave: 2012

Het huis met de palm – Esther Verhoef

Flaptekst
De 34-jarige Ellis is op weg naar Nederland als ze instort en op de spoedeisende hulp van een Frans ziekenhuis terechtkomt. Het is er chaotisch en overvol, en Ellis is helemaal alleen. Gelukkig ontfermt kamergenote Sophie zich liefdevol over haar. Als Ellis uit het ziekenhuis ontslagen wordt, biedt Sophie zelfs aan haar bij haar thuis te verplegen. Maar Sophies beweegredenen zijn niet zuiver. Ellis komt terecht in een nachtmerrieachtige rollercoaster waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt.

Recensie
Na een schrijfproces van twee jaar bracht Esther Verhoef in april 2025 haar jongste thriller Het huis met de palm uit. Voor dit boek, waarvan gezegd wordt dat dit misschien wel haar meest verrassende is, heeft ze zich deels laten inspireren door een half vervallen jachtslot in de Dordogne. Van het verlaten gebouw, gelegen op een open plek met bossen eromheen, kreeg ze toen de rillingen. Op dat moment wist ze ook dat het pand ooit in een van haar verhalen zou voorkomen.

In plaats van in Nederland komt Ellis, nadat ze op een treinperron in elkaar is gezakt, op de drukke en chaotische spoedeisende hulp van een Frans ziekenhuis terecht. Ze kent hier niemand, maar na haar operatie maakt ze kennis met Sophie, met wie ze een goede klik lijkt te hebben. De vrouw biedt aan om Ellis na ontslag uit het ziekenhuis bij haar thuis te laten herstellen. Al snel blijkt dat Sophie hier haar eigen duistere redenen voor heeft en vanaf dat moment moet Ellis er alles aan doen om uit handen van de Française te blijven.

Een van de meest positieve aspecten van dit boek is dat het bijzonder vlot leest en je het daarom erg snel uit hebt. Misschien maar goed ook, want het verhaal zelf maakt namelijk zo goed als geen indruk en daarom is deze thriller er een om zo snel mogelijk te vergeten. De spanning die voor dit genre onontbeerlijk is, is praktisch afwezig. Er zijn slechts enkele situaties die de lezer enigszins het gevoel geven een spannend boek te lezen. Voor het overige is het een tamme bedoening, te beginnen bij een nogal langdurige uiteenzetting van de omstandigheden waarin Ellis zich bevindt en de belabberde toestand op (en van) de spoedeisende hulp. Hierna kabbelt de plot rustig verder, hoewel de lezer meteen in de gaten heeft dat Sophie iets duisters over zich heeft. Omdat de lezer feilloos doorziet wat haar plannen zijn en wat ze doet om die te verwezenlijken, kan de auteur hem absoluut niet verrassen.

Door middel van talloze flashbacks krijg je een goed beeld van protagonist Ellis; zij is derhalve naar behoren uitgewerkt. De terugblikken zorgen er tevens voor dat je meer inzicht krijgt in haar handel en wandel, maar veel empathie en sympathie roept ze ondanks haar problematiek niet op, ofschoon het wel lukt om enig begrip voor haar gedragingen op te brengen. De andere personages waar aandacht aan wordt besteed, zijn overwegend oppervlakkig en spreken in het geheel niet aan; de enige die genegenheid verdient, is de hond Paco.

Omdat er in de loop van de plot behoorlijk wat gebeurt, is het tempo overwegend hoog. Ook zijn er diverse wendingen, maar omdat de lezer het merendeel daarvan al ziet aankomen en ook nog eens een vermoeden heeft hoe een en ander afloopt, hebben ze niet het beoogde effect. Slechts sporadisch loopt het anders dan verwacht, maar dergelijke twists zijn op één hand te tellen. Wanneer zich zoiets voordoet, is het zowaar een klein beetje spannend en helaas van veel te korte duur. Verhoef laat wel zien dat ze een verhaal kan vertellen en op haar schrijfstijl valt eveneens weinig aan te merken. Deze is verzorgd en toegankelijk. Af en toe is de opbouw verwarrend, wat veroorzaakt wordt door onduidelijkheid over de periode waarin een bepaalde scène zich afspeelt. De overgang van heden naar verleden (of andersom) is dan verre van helder waardoor het voor de lezer ietwat schimmig wordt.

Het huis met de palm bevat een aantal onwaarschijnlijkheden en ongeloofwaardigheden, maar het eind slaat werkelijk alles. De dan geschetste omstandigheden zijn in feite te bizar voor woorden en je kunt je in het geheel niet voorstellen dat iets dergelijks in de westerse wereld voor kan komen. Hierdoor, maar ook door de overige tekortkomingen, kan deze thriller beslist niet overtuigen. Verhoef kan vele malen beter!  

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Esther Verhoef
Titel: Het huis met de palm

ISBN: 9789044658811
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2025

De joodse messias – Arnon Grunberg

Flaptekst
Xavier Radek, woonachtig in Basel, is een jongeman met een missie: hij wil meer weten over het lijden van de joden. Daarom besluit hij de ‘vijanden van het geluk’ te gaan troosten. Hoewel zijn ouders Xaviers gedrag afdoen als een puberale stoornis, raakt hij bevriend met Awromele, zoon van een rabbijn, die hem adviseert Jiddische lessen te nemen en zich te laten besnijden.

Na een problematische besnijdenis raakt Xavier volledig overtuigd van zijn messianistische aspiraties: hij gaat schilderen en vertrekt met Awromele naar het Venetië van het Noorden, alwaar hij zich aanmeldt bij de Rietveld Academie. Awromele vindt werk als vakkenvuller bij Albert Heijn. Dan trekken ze verder, dwars door de Europese woestijn naar het beloofde land…

Recensie
De toenmalige uitgever van Arnon Grunberg wilde dat hij iets zou schrijven voor de Jiddische Bibliotheek, maar eigenlijk voelde de auteur daar niet zo heel veel voor. Toch ging hij er, na lang aandringen, mee akkoord en dat leidde ertoe dat in 2004 De joodse messias werd uitgebracht en al snel allerlei lovende recensies kreeg. Het idee voor de protagonist kreeg hij in Marokko, toen hij een fotograaf uit Basel ontmoette die aan de Rietveld Academie in Amsterdam had gestudeerd en vertelde dat zijn grootvader een SS’er was.

Het personage waar het om gaat, is de nog jonge Xavier Radek. Hij woont in het Zwitserse Basel en heeft zichzelf ten doel gesteld om meer over het lijden van de joden te weten te komen en hen vervolgens te gaan troosten. Op een dag sluit hij  vriendschap met Awromele, de zoon van een rabbijn en neemt hij zich voor Jiddisch te leren en zich te laten besnijden. De ingreep gaat niet zoals het moet, maar Xavier laat zijn ideaal niet los. Beiden verhuizen naar Amsterdam en komen uiteindelijk in het beloofde land Israël terecht.

Na het lezen van deze roman kun je eigenlijk niet anders dan stellen dat dit voor een groot deel een bevreemdend boek is. Dit komt onder andere door de behoorlijk afwijkende personages, de vele bizarre, ongewone en opmerkelijke omstandigheden en de loop die het verhaal aanneemt. Werkelijk niemand is normaal en van geen enkele situatie kan de lezer zich voorstellen dat die zich ooit in de echte wereld heeft voorgedaan of zelfs maar zou kunnen voordoen. Toch zijn de talloze onderwerpen die Grunberg in de plot heeft verwerkt absoluut niet ondenkbeeldig, want – om er maar een paar te noemen – homofilie, zelfmutilatie en psychische problematiek zijn van alledag en zijn in de werkelijke maatschappij uiteraard niet weg te denken. Eigenlijk heeft de roman, ruim twintig jaar na verschijnen, nog steeds iets actueels waardoor je hem in feite als tijdloos of als ‘evergreen’ kunt beschouwen.

Hoewel Xavier Radek het personages is waar het allemaal om draait, brengt de auteur een groot aantal anderen onder de aandacht van de lezer. De belangrijkste daarvan is Awromele Michalovitz, die een grote invloed heeft op het reilen en zeilen van Xavier. Omdat er tamelijk veel over iedereen wordt verteld, krijg je een goede indruk van allen en merk je dat de een nog vreemder is dan de ander. Desondanks is het onmogelijk je je aan een van hen te storen. Natuurlijk hebben ze allemaal hun hebbelijkheden, maar stuk voor stuk komen ze ermee weg, vooral omdat dit ze uniek en intrigerend maakt. Los van hun karakterisering vraag je je bij een enkeling wel af wat hun rol in het geheel is. Behalve die in een bepaalde scène, waarvan sommige overigens ook overbodig lijken, hebben ze verder geen toegevoegde waarde in het verhaal.

Vanaf de allereerste bladzijde weet Grunberg de lezer aan zich te binden. Dit komt onder andere door zijn meeslepende schrijfstijl, die ondanks de thema’s absoluut niet zwaar of gewichtig is. Met regelmaat van de klok – of misschien wel meer dan dat – voert humor de boventoon en zijn absurde taferelen niet van de lucht. Het aantal ontwikkelingen is verbazingwekkend groot en daardoor ben je continu nieuwsgierig naar de voortgang van de gebeurtenissen. Uiteindelijk wordt het in de eindfase aanzienlijk buitenissig en, hoewel enigszins aangedikt, hoeven situaties als daarin beschreven worden op het wereldtoneel niet fictief te zijn. Zeker in het laatste gedeelte van de roman springt de auteur zo nu en dan van de hak op de tak en gaat de ene (korte) scène plotseling over naar de andere. Dit lijkt verwarrend, maar het kan niet anders uitgelegd worden dan dat hij dit met reden doet, om te laten zien hoe het met diverse personages gaat.

Alles bij elkaar genomen is De joodse messias een fascinerende vertelling met zonderlinge figuren en krankzinnig aandoende omstandigheden. Grunberg krijgt het in ieder geval opnieuw voor elkaar de lezer continu te boeien.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Arnon Grunberg
Titel: De joodse messias

ISBN: 9789048835010
Pagina’s: 512

Eerste uitgave: 2004

De wind kent mijn naam – Isabel Allende

Flaptekst
Op een koude decemberdag in 1938 wordt de vijfjarige Samuel Adler door zijn moeder op een kindertransport naar Engeland gezet. In de Kristallnacht een maand eerder hadden de nazi’s het appartement in Wenen waar het joodse gezinnetje Adler zo gelukkig was, kort en klein geslagen. Zijn vader is verdwenen, zijn moeder komt Oostenrijk niet meer uit. Samuel zal zijn ouders nooit meer zien. In Engeland wordt hij opgevangen door een kinderloos echtpaar, dat hem liefdevol begeleidt naar volwassenheid. En wanneer hij vijfendertig is, emigreert Samuel naar San Francisco, om er violist bij een symfonieorkest te worden.

Vele jaren later, in 2019, vluchten de zevenjarige Anita Díaz en haar moeder voor het geweld in El Salvador naar de Verenigde Staten. Maar aan de grens worden ze van elkaar gescheiden. Haar moeder wordt teruggestuurd en het meisje blijft alleen achter in een smerig opvangkamp. Daar ontfermt Selena Durán, een jonge maatschappelijk werkster, zich over Anita en weet een veilig thuis voor haar te vinden, bij Samuel Adler. Voor Samuel is het alsof de geschiedenis zich herhaalt. Met alles wat in zijn vermogen ligt, ondersteunt hij de pogingen van Selena om Anita’s moeder op te sporen. Samen met de jonge advocaat Frank Angileri begint Selena aan een reis die hen met het geweld tegen migranten en vrouwen confronteert.

Recensie
Medio 2023 verscheen De wind kent mijn naam, het alweer achtentwintigste boek van de Chileense auteur Isabel Allende. Voor deze roman liet ze zich inspireren door nieuwsberichten en foto’s over de systematische scheiding van vluchtende kinderen en hun ouders aan de zuidgrens van de Verenigde Staten. Tegelijkertijd moest ze denken aan het kindertransport tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen duizenden Joodse kinderen naar Engeland werden gestuurd om uit handen van de nazi’s te blijven en vervolgens nooit meer met hun ouders herenigd werden of konden worden.

Dit laatste gebeurt in december 1938 ook met de dan vijfjarige Samuel Adler nadat een maand eerder het appartement waar hij met zijn ouders woont door de nazi’s volledig gesloopt werd. Als hij in Engeland is, groeit hij op bij een kinderloos echtpaar en op zijn vijfendertigste emigreert hij naar San Francisco, waar hij als violist bij een symfonieorkest aan de slag kan. Tientallen jaren later ontfermt hij zich over het blinde meisje Anita, die met haar moeder El Salvador ontvlucht is, maar aan de grens van haar gescheiden werd. Hierna biedt hij zijn hulp aan bij het vinden van haar moeder.

De geschiedenis begint aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de dan heersende omstandigheden en beangstigende en bedrukkende sfeer komen bijzonder goed tot uiting. De lezer wordt als het ware meegenomen naar die zwarte periode en kan zich derhalve voorstellen hoe men, en dan met name de Joodse bevolking, gevoeld moet hebben. Veel later in de plot besteedt Allende ruim aandacht aan de vluchtelingenproblematiek en ook dit onderwerp doet wat met je, omdat de auteur diverse voorbeelden geeft van de schrijnende en mensonterende situaties waar migranten mee te maken krijgen en die ze moeten ondergaan. Door deze thema’s, waarvan de laatste nog immer actueel is, is de roman bijzonder realistisch, ondanks dat het verhaal zelf in feite fictief is.

Het overgrote deel van de plot wordt verteld vanuit de perspectieven van de personages Samuel Adler, Leticia Cordero en Anita Díaz en bestrijken verschillende tijdvakken. Op het eerste gezicht lijken de ervaringen van de drie niets met elkaar te maken te hebben, maar de gebeurtenissen verlopen zodanig dat ze op een gegeven moment op een mooie manier samenkomen. Het trio heeft één grote overeenkomst, namelijk dat ze alle drie als kind moesten vluchten. Vervolgens wordt er behoorlijk veel over hun leven onthuld, waardoor je niet alleen ruim voldoende over hen te weten komt, maar eveneens geconfronteerd wordt met het feit dat een vlucht, ze zeker ook de aanleiding daartoe, voor kinderen erg veel impact heeft en waar ze nog jarenlang last van kunnen hebben.

Omdat het verhaal een periode van ongeveer tachtig jaar bestrijkt en er derhalve veel te vertellen valt, ligt het tempo tamelijk hoog. Verder leest de roman, ondanks de beladen thematiek, vlot en vlieg je er als het waar doorheen. De ene keer gaat Allende dieper op een kwestie in dan de andere keer, maar eigenlijk heb je nergens het gevoel dat het te veel of te weinig is. Er wordt in ieder geval genoeg verteld om de lezer een gedegen beeld te geven van de verschillende omstandigheden, die afwisselend keihard, emotioneel of mooi zijn. Na afloop kun je feitelijk niets anders dan concluderen dat De wind kent mijn naam van begin tot eind weet te boeien en dat het noodgedwongen ontvluchten van je thuisland van alle tijden is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Isabel Allende
Titel: De wind kent mijn naam

ISBN: 9789028453111
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2023

Wat we vergeten – Dana Smit

Flaptekst
Na een bliksemcarrière bij de Metropolitan Police in Londen, keert Kaia Schouten plotseling terug naar Nederland. Haar laatste grote zaak, de traumatische vermissing van de jonge Meryl Hayes, bleef onopgelost en achtervolgt haar nog altijd.

Nu, jaren later, zet een gruwelijke vondst tijdens een moordonderzoek de verdwijning van Meryl in een compleet ander licht. De Londense politie is vastgelopen en schakelt Kaia’s hulp in. Ze wordt gedwongen haar verleden onder ogen te zien, en wat een onopgeloste vermissingszaak leek, blijkt onderdeel van een duister geheim dat jarenlang verborgen is gebleven.

Recensie
Voormalig rechercheur Dana Smit debuteerde als auteur in 2022 met de thriller Zonder schuld, die destijds goed werd ontvangen en waarin profiler Hazel Kramer de protagonist is. Nu, vier jaar later, verscheen haar derde boek Wat we vergeten (2026) en daarin introduceert ze een nieuw hoofdpersonage: Kaia Schouten, die acht jaar bij de Londense Metropolitan Police heeft gewerkt, maar na haar laatste grote zaak plotseling naar Nederland terugkeerde.

Ondertussen is het zeven jaar later en de politie in Londen krijgt te maken met een moord die in verband lijkt te staan met de verdwijning van de jonge Meryl Hayes. Omdat de recherche geen aanknopingspunten heeft, wordt Kaia gevraagd om hen behulpzaam te zijn, vooral ook omdat de moeder van Meryl Nederlandse is en ze beter met haar kan communiceren. Ze stemt toe, maar tijdens het onderzoek wordt ze met haar verleden geconfronteerd en ook dat dit er de aanleiding van was dat ze bij de recherche vertrok.

Het verhaal wordt zo goed als volledig verteld vanuit het perspectief van Kaia Schouten, maar er zijn verschillende intermezzo’s waarin – eenmalig – enkele andere personages die van wezenlijk belang zijn voor de gebeurtenissen hun persoonlijke impressie op omstandigheden en/of situaties geven. Deze opzet zorgt ervoor dat de lezer een volledig beeld voorgeschoteld krijgt en bepaalde dingen van twee kanten kan bekijken en eventueel beoordelen. Omdat de meeste aandacht dus naar de voormalig rechercheur uitgaat, kom je tamelijk veel over haar te weten. Aanvankelijk geeft Smit nog niet eens zo heel erg veel over haar prijs en door wat er wél onthuld wordt, heb je zo nu en dan de indruk dat dit boek een tweede deel van een serie is, terwijl je eigenlijk wel beter weet. Dit is uiteraard een bewuste keuze, want hierdoor ben je regelmatig nieuwsgierig naar het verleden van deze jonge vrouw. In de loop van de plot komt daarover steeds meer naar de oppervlakte en uiteindelijk kun je haar én sommige van haar gedragingen goed plaatsen.

Ondanks een bizarre vondst bij het slachtoffer is het in het begin nog relatief rustig, maar niettemin interessant. De komst van Kaia heeft tot gevolg dat er een enigszins geladen en ogenschijnlijk vijandelijke sfeer heerst, met name tussen haar en haar leidinggevende Kahir Nadar, maar dit staat niet in de weg dat ze zich vol overgave op het onderzoek stort. Hierin doen zich allerlei ontwikkelingen voor waardoor de lezer herhaaldelijk op het verkeerde been wordt gezet en de spanning geleidelijk aan toeneemt. Dat diverse hoofdstukken ook nog eens met een cliffhanger eindigen is zonder meer een pré, want hierdoor word je als het ware gestimuleerd om door te blijven lezen; je wilt immers toch te weten komen hoe de werkzaamheden vorderen en of er nog onbekende feiten naar voren komen.

De schrijfstijl van Smit is vlot, levendig, eigentijds en zorgvuldig. Hoewel de gebeurtenissen zich maar in een paar dagen afspelen, lijkt die periode vele malen langer. Dit komt onder meer door het hoge tempo, maar eveneens omdat zich behoorlijk veel voordoet. Aan alles is te merken dat de auteur ervaringsdeskundige is, want het reilen en zeilen bij de recherche is zodanig beschreven dat de lezer hier geen vraagtekens bij hoeft te zetten. Het geheel komt zeer realistisch over en dit is mede een gevolg van een aantal maatschappelijke problemen die in het verhaal zijn verwerkt. Denk hierbij onder andere aan huiselijk geweld, verkrachting of corruptie bij de politie. Daarnaast komt ook goed naar voren wat de mentale gevolgen zijn van enkele van deze misdragingen.

Al met al is Wat we vergeten een goed geconstrueerde thriller met een gezonde dosis spanning, maar waarin het niet alleen om de misdaad draait. Smit laat namelijk tevens zien dat de personages ook maar ‘gewone mensen’ zijn en eigenschappen hebben die bij velen van ons voorkomen.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Dana Smit
Titel: Wat we vergeten

ISBN: 9789401627450
Pagina’s: 416
Eerste uitgave: 2026

Het boek van de Baltimores – Joël Dicker

Flaptekst
Tot de dag van het Drama waren er twee families Goldman: de Goldmans-uit-Baltimore en de Goldmans-uit-Montclair. De Goldmans-uit-Montclair, waarvan Marcus Goldman deel uitmaakt, zijn een middenklassengezin dat in een klein huis in Montclair woont. De Goldmans-uit-Baltimore vormen een welvarend gezin dat in een luxe villa in een rijke buitenwijk van Baltimore woont. Voor hen koestert Marcus een grenzeloze bewondering.

Acht jaar na het Drama besluit Marcus de geschiedenis van zijn familie te vertellen en blikt hij terug op de lotgevallen van de Goldmans-uit-Baltimore, op zijn dierbare neven Hillel en Woody en hun buurmeisje Alexandra. Al voor het Drama zich ontvouwde begon het vernis van de Baltimore-Goldmans langzaam scheurtjes te vertonen. Totdat alles op een dag instortte. En sindsdien wordt Marcus voortdurend door één vraag geplaagd: wat is er nu echt met de Baltimores gebeurd?

Recensie
In 2016 verscheen de Nederlandse vertaling van Het boek van de Baltimores van Joël Dicker en is het tweede deel van de trilogie rond schrijver Marcus Goldman. De voorbereiding voor deze roman nam negen maanden in beslag en vervolgens heeft de auteur anderhalf jaar over het schrijven ervan gedaan. Opmerkelijk is dat hij niet één idee had dat hij wilde uitvoeren, maar verschillende en uiteindelijk heeft hij ze allemaal samengebracht tot één geheel.

Op 24 november 2024 vond binnen de Goldman-familie – de ene uit Baltimore, de andere uit Montclair – een voorval plaats dat het Drama genoemd wordt. Marcus maakt deel uit van het middenklassegezin uit Montclair, maar voelt zich op jonge leeftijd steeds meer verbonden met de Baltimores, die veel welgestelder zijn. Acht jaar later kijkt hij middels een verhaal terug op het wel en wee van de gehele familie Goldman, waaronder zijn neven Hillel en Woody, maar ook hun buurmeisje Alexandra. Hierbij komt één vraag telkens bovendrijven: wat is er écht in het leven van de Baltimores gebeurd?

De korte proloog, waarin in de eerste twee zinnen aangekondigd wordt wat er de komende jaren met neef Woody staat te gebeuren, zorgt meteen al voor een aanslag op de nieuwsgierigheid van de lezer. Daarnaast bevat de inleiding eveneens een beknopte dialoog tussen protagonist Marcus en zijn oom Saul waar iets dreigends van uitgaat. Beide elementen roepen een bepaalde spanning op waardoor je eigenlijk al meteen volop in het verhaal zit, ondanks dat dit feitelijk nog moet beginnen. Vervolgens wisselt de plot tussen het heden en het verleden, met name om duidelijk in beeld te krijgen wat er op Thanksgiving 2004 plaatsgevonden heeft en dat door Marcus het Drama wordt genoemd. Omdat de gebeurtenissen in de vele flashbacks een overwegend chronologisch verloop hebben, kom je aanzienlijk veel over de familie Goldman te weten, waarbij logischerwijs de aandacht grotendeels uitgaat naar de Baltimore-tak.

Hoewel het verhaal en de aangelegenheden enkel en alleen door Marcus Goldman worden verteld, zijn er meer dan voldoende gedeelten waarin de overige karakters in het voetlicht komen te staan waardoor het lijkt dat zij aan het woord zijn. Dit komt uitsluitend door de manier waarop Dicker de plot heeft ingekleed, want het is uitsluitend de vertelling van Marcus. Het komt er dus min of meer op neer dat wat hij vertelt een verhaal in een verhaal is. Door deze opzet komt de lezer overigens behoorlijk veel over de personages te weten, maar eveneens over de omstandigheden waarin en/of waaronder ze wonen en leven, hoe de familie Goldman met elkaar omgaat, wat er allemaal gebeurd is en hoe de onderlinge verhoudingen werkelijk waren en zijn. Omdat de auteur daar geleidelijk aan steeds meer van prijsgeeft, blijft er continu iets te raden over. Als gevolg daarvan is er in wezen ook een voortdurende spanningsboog en wil de lezer het liefst zo snel mogelijk weten wat zich allemaal heeft voorgedaan en wat zich nog gaat voordoen.

De schrijfstijl van Dicker is erg toegankelijk, levendig en beeldend. Als lezer heb je er geen enkele moeite mee de vele situaties voor je te zien, zoals bijvoorbeeld een zieke vriend van de drie neven die door hen in een kruiwagen vervoerd wordt. Verder komen de diverse emoties eveneens goed over en zo nu en dan worden ze zelfs op de lezer overgebracht. Omdat er bij de Goldmans tamelijk veel aan de hand is, is het aantal wendingen aanzienlijk en dat leidt regelmatig tot verrassingen. Onder andere daarom is het al boeiend om hun lotgevallen met veel interesse te blijven volgen. Alles bij elkaar genomen hebben zowel Marcus als Dicker prima werk geleverd en is Het boek van de Baltimores van begin tot eind intrigerende geschiedenis over een familie waarin de tragiek zich langzaam maar gestaag opstapelt. 

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Joël Dicker
Titel: Het boek van de Baltimores

ISBN: 9789403131740
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2016