Afslag 23 – Özcan Akyol

Flaptekst
Eus is een jongen die opgroeit aan de zelfkant van de maatschappij en zijn uiterste best doet om door schade en schande iets van zijn leven te maken.

Wonderlijk genoeg heeft hij de perfecte vriendin, vindt hij al snel een baan als vertegenwoordiger en reist hij in die hoedanigheid kriskras door Nederland.

Terwijl zijn leven op papier de betere kant op gaat, voelt Eus zich na elke nieuwe ervaring kleiner worden. In alle spiegels die hem worden voorgehouden, ziet hij iemand anders, met wie hij zich moeilijk kan vereenzelvigen. Vooral in de buurt van zijn jeugdvrienden, twee paradijsvogels, vraagt hij zich af wat er eigenlijk van hem is overgebleven.

Eus scalpeert de hypocrisie van de middenklasse en ontdekt algauw dat hij iedereen moreel kan verslaan, met uitzondering van één iemand: zichzelf. Dat leidt tot een terugval in oude gewoontes, die niet per se door iedereen worden gewaardeerd.

Recensie
De veelzijdigheid van Özcan Akyol is in bepaald opzicht ongekend te noemen, want behalve auteur is hij eveneens columnist, televisiepresentator, radio- en podcastmaker en heeft hij een eigen theaterprogramma. Als schrijver debuteerde hij in 2011 met een kort verhaal in een bundel waarin auteurs vertellen wat de aanslagen van 11 september 2001 op hun leven heeft betekend. Hij heeft tevens diverse romans op zijn naam staan, waarvan Afslag 23 (2023) er een van is. Net als in zijn andere boeken heeft hij hierin persoonlijke elementen in verwerkt.

Net als in Eus (2012) en Toerist/Turis (2016) is Eus, een jongen die in een sociale onderklasse is opgegroeid, de protagonist. Hij probeert uit alle macht iets van zijn bestaan te maken, want hij wil voorgoed in het milieu dat hij zo goed kent blijven hangen. Hij vindt werk waarbij hij mobiel is, heeft een vriendin waar hij gek op is, maar heeft nog wel vrienden die hij al vele jaren kent. Om te veranderen moet hij vooral een strijd met zichzelf leveren en omdat hij daar nog weleens moeite mee heeft, keren oude gewoontes terug.

Het verhaal begint met een korte proloog die zich in augustus 2012 afspeelt en waarin een dan nog onbekend personage – al snel blijkt dat dit om de twintiger Eus gaat – zijn verhaal, dat zeven jaar eerder begint en vervolgens een chronologisch verloop heeft, doet. Dit begin zorgt ervoor dat de lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar wat hij te zeggen heeft, dus in feite wat er de reden van is dat hij in de omstandigheden verkeert waarin hij zich momenteel bevindt. Hierover wordt in het vervolg van de plot steeds meer onthuld, waardoor je een behoorlijk beeld van hem, maar eveneens van zijn vrienden en familie krijgt. Je krijgt echter ook de indruk dat hij een voorgeschiedenis heeft die niet in déze, maar wel in de voorgaande romans uitgebreider beschreven is. Toch is Afslag 23 geen vervolgdeel van een serie en derhalve prima afzonderlijk te lezen, temeer omdat Akyol over dat verleden een en ander laat doorschemeren.

Omdat Eus ontzettend veel te vertellen heeft – het heeft er veel van weg dat hij op een of andere manier schoon schip wil maken – is het tempo van het verhaal tamelijk hoog. Daarnaast gebeurt er meer dan voldoende zodat de lezer zich geen moment hoeft te vervelen. Het is zonder meer interessant om het reilen en zeilen van de jongeman te volgen (in zekere zin beleef je dit samen met hem) en omdat hij eigenlijk uitermate sympathiek overkomt, hoop je dat hij zijn doelstellingen en dromen kan vervullen. Je merkt echt dat hij dit wil, maar tevens dat hij hiervoor een strijd moet leveren. Hij worstelt overduidelijk met het milieu waaruit hij afkomstig is en zijn streven om een ‘hogere klasse’ te bereiken. In feite kun je zeggen dat hij min of meer symbool staat voor de vele anderen die hiermee te maken hebben.

Hoewel de roman vanzelfsprekend fictief is, is het – zeker voor de lezer die iets over de auteur zelf weet – zonneklaar dat Akyol er diverse aspecten uit zijn eigen leven in heeft verwerkt, maar dan wel in extremere vorm. Hij brengt tevens enkele maatschappelijke thema’s naar voren, waaronder het hebben van vooroordelen ten opzichte van migranten, de opvatting ‘eens een dief, altijd een dief’ en cultuurverschillen. Het ene onderwerp is zichtbaarder dan het andere, maar ze kunnen absoluut worden herkend. Doordat dit allemaal voorbijkomt, is het boek hoe dan ook meer dan alleen maar wat ongecompliceerd leesvermaak.

Dankzij de luchtige en eigentijdse schrijfstijl, die bij tijd en wijle humoristische en cynische inslag heeft, is Afslag 23 volstrekt geen zware roman geworden. Akyol legt echter wel enkele problemen bloot waar jongeren als Eus tegenaan lopen. Heel diep gaat hij hier niet op in, maar voldoende om ze onder de aandacht te brengen. En dat heeft hij naar behoren gedaan.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Özcan Akyol
Titel: Afslag 23

ISBN: 9789044627589
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2023

Deep survival – Laurence Gonzales

Flaptekst
Na een vliegtuigcrash trekt een zeventienjarig meisje elf dagen door de Peruaanse jungle. Tegen alle verwachtingen in, zonder voedsel, onderdak of uitrusting, overleeft ze. Een beter uitgeruste groep volwassenen blijft bij elkaar op de plek van de crash en overleeft het niet. Wat maakt het verschil?

Deep survival onderzoekt deze en andere verhalen over wonderbaarlijk doorzettingsvermogen – over hoe mensen in de problemen komen en hoe ze er weer uitkomen (of niet) – en neemt ons mee van de toppen van besneeuwde bergen en de diepten van oceanen naar de werking van de hersenen die ons gedrag bepalen. Laurence Gonzales beschrijft onze twaalf overlevingsfasen en onthult de essentie van wat iemand tot een overlever maakt – bevindingen die niet alleen van toepassing zijn op overleven in de wildernis, maar ook op relaties, de dood van een geliefde, het runnen van een bedrijf in onzekere tijden en zelfs oorlog.

Dit boek helpt je als lezer – of je nu manager bent, militair, docent of ouder – om stress onder controle te krijgen, risico’s nauwkeuriger te leren inschatten en betere beslissingen te nemen onder druk.

Recensie
Laurence Gonzales’ boek Deep survival (met als ondertitel Wie overleeft, wie niet en waarom) werd voor het eerst gepubliceerd in 2003, maar verscheen pas in januari 2026 in een door Rob de Ridder verzorgde Nederlandse vertaling. Hierin neemt hij diverse verhalen onder de loep van mensen die avontuurlijke, maar riskante expedities ondernamen, hierbij in de problemen kwamen en op soms wonderbaarlijke wijze in leven bleven. Hij analyseert deze situaties, toont aan hoe de hersenen op zulke momenten werken en verklaart waarom sommigen in gevaarlijke omstandigheden terecht kunnen komen. De essentie hiervan is om te laten zien wat iemand tot een overlever maakt.

Het boek bestaat uit twee delen en elk daarvan heeft in principe een ander uitgangspunt. Zo is het eerste gedeelte voornamelijk gericht op de vraag hoe ongelukken gebeuren en het volgende behandelt het overleven. Ondanks dat er zonder meer een verschil merkbaar is, is de scheidslijn ook weer niet zo groot dat ze los van elkaar gezien kunnen worden. Eem overkoepelende factor is namelijk dat ze beide focussen op het gedrag van iemand die zich in een hachelijke en vaak zelfs levensbedreigende positie bevindt. Aan de hand van een groot aantal voorbeelden – alle zijn waargebeurd – zet de auteur uiteen hoe de menselijke geest op zo’n moment werkt en of betrokkenen dan nog enigszins rationeel kunnen denken en handelen.

Gonzales, die zich jarenlang in de neurowetenschap heeft verdiept, legt onder andere uit hoe de  hersenen tijdens perioden van stress – want neem maar aan dat je tijdens een gevaarlijk moment behoorlijk wat opwinding ervaart – werken. Dit is, zeker wie enigszins in deze materie geïnteresseerd is, boeiend, maar eveneens tamelijk ingewikkeld. Dan doet de lezer er verstandig aan zijn aandacht niet te laten verslappen. Heel anders is het wanneer de auteur over de soms bizarre omstandigheden van de avonturiers vertelt. Deze uiteenzettingen (soms zijn het alleen maar korte fragmenten) intrigeren stuk voor stuk, zijn soms zelfs spannend en bewijzen dat velen over een enorme wilskracht en levenslust beschikken. Ondanks de ongelukkige ellende die ieder van hen is overkomen, zijn hun verhalen het meest aansprekend.

De doelstelling van dit boek en het idee erachter zijn niet zo heel erg gek, vooral als je in ogenschouw neemt dat de belangstelling voor extreme sporten en risicovolle avonturen in de loop der jaren in aantal is toegenomen. Je kunt je echter niet aan de indruk onttrekken dat de vele voorbeelden en de twaalf stappen die overlevers moeten doen om uit de problemen te blijven (deze worden aan het eind opgesomd) vooral bedoeld zijn voor de liefhebbers en beoefenaars van deze of soortgelijke activiteiten. De gewone huis-, tuin- en keukenproblemen en/of -moeilijkheden worden niet uitgelicht, dus de gemiddelde mens kan beduidend minder met de verschillende – overigens zeer bruikbare en nuttige – tips en richtlijnen die gegeven worden. Toch weet de auteur te bewerkstelligen dat je sommige voorbeelden op je eigen situatie projecteert en je je afvraagt of je zelf iets overeenkomstigs, maar dan wel in veel minder extreme mate, hebt ervaren. Mogelijk dat dit ook Gonzales’ doelstelling was.

Een opmerkelijk feitje is dat de auteur het regelmatig over toeval en toevalligheden heeft, terwijl hij aan het eind van zijn betoog zijn twijfels over dit woord uitspreekt en aangeeft dat het alleen maar is verzonnen om de vervelende grens tussen orde en chaos te verklaren. Dit is ietwat tegenstrijdig. Desalniettemin is Deep survival wel een boek dat een onderwerp aansnijdt dat tot nadenken aanzet, maar lang niet voor iedereen bruikbare informatie oplevert.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Laurence Gonzales
Titel: Deep survival

ISBN: 9789062226986
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2026

Waar het stil is – Mattias Edvardsson

Flaptekst
Mei 1989. Op een late middag verdwijnt de achtjarige Robin wanneer hij verstoppertje speelt in het bos. Zijn speelkameraadjes wijzen al snel een dader aan, maar de jonge politieassistente Gunni Hilding, die bij toeval bij het onderzoek betrokken raakt, vermoedt dat ze op het verkeerde spoor zitten.

Wanneer vijf jaar later een jonge toerist wordt ontvoerd, ziet Gunni overeenkomsten met de zaak van Robin. Maar als ze gelijk heeft, betekent dit dat er een zeer gevaarlijke man vrij rondloopt…

Recensie
Na een vijftienjarige carrière als leraar Zweeds en psychologie op een middelbare school besloot Mattias Edvardsson in 2019 om fulltime auteur te worden. Deze keuze kwam niet plotseling uit de lucht vallen, want hij had op dat moment al diverse uitgaven op zijn naam staan. Meteen na deze ommezwaai brak hij internationaal door met de thriller Een heel gewoon gezin (2019), dat in meer dan dertig talen is vertaald. Eind januari 2026 verscheen het door Elina van der Heijden vertaalde Waar het stil is, dat het eerste deel is van een serie met Gunni Hilding.

In mei 1989 gaat deze jonge agent met haar collega naar de plek waar de achtjarige Robin tijdens het spelen vermist is geraakt. Zijn lichaam wordt snel gevonden en een van zijn vriendjes vertelt wie hem heeft gedood. Omdat Gunni de streek erg goed kent, wordt ze bij het onderzoek naar de moord betrokken. Vijf jaar later wordt in dezelfde regio opnieuw een ongeveer even oude jongen levenloos aangetroffen. Gunni ontdekt dat zijn dood overeenkomsten vertoont met die van Robin, dus de dader, die al die tijd vrij heeft rondgelopen, moet wel dezelfde zijn.

Eén boek, twee gezichten. Dat is wat er in vier woorden over dit verhaal gezegd kan worden. Het meest opvallende is misschien wel dat de schrijfstijl van de auteur in de twee delen waaruit het boek bestaat behoorlijk van elkaar verschillen. In het eerste gedeelte is deze nogal simpel, waardoor de lezer de indruk krijgt een Young Adult of jeugdboek te lezen. In het laatste deel is het taalgebruik geheel anders en doet het een stuk volwassener aan. Dit is overigens niet de enige tegenstelling, want ook de personages gedragen zich dan heel anders en is de verhaallijn beduidend interessanter.

Edvardsson schets aanvankelijk een heel normaal huis-, tuin- en keukentafereel dat in ieder gezin voor kan komen. Toch krijgt de lezer in die aanvangsfase al door dat er iets onaangenaams gaat gebeuren. Als niet veel later blijkt dat de achtjarige Robin verdwenen is, kun je je het wanhopige gevoel van zijn moeder Lola helemaal begrijpen, en leef je eveneens met haar mee. Hoewel er af en toe een enigszins onheilspellende situatie ontstaat, enkele personen zich merkwaardig en verdacht gedragen, zich een paar kleine ontwikkelingen voordoen en de auteur je nieuwsgierigheid aan het eind van sommige hoofdstukken probeert te prikkelen, is de spanning over het geheel genomen tamelijk minimaal. Dit wordt mede veroorzaakt doordat er diverse voor de hand liggende momenten zijn en het verloop van de plot zo nu en dan voorspelbaar is.

De gebeurtenissen worden, met name in het eerste deel, verteld vanuit verschillende perspectieven, maar de meeste aandacht gaat uit naar Gunni Helding. Omdat er een en ander over haar en haar achtergrond verteld wordt, krijg je een gedegen indruk van de jonge vrouw. Zij is tevens degene die de meeste ontwikkeling doormaakt. De overige karakters zijn en blijven overwegend oppervlakkig. Het verhaal zelf maakt feitelijk ook een groei door, want waar het in het eerste part nogal dun is, heeft het hierna, voornamelijk door de inbreng van de protagonist, aanzienlijk meer inhoud en gaat het geleidelijk aan meer boeien.

Een sterk element van het boek is Edvardssons levendige en beeldende beschrijving van de omgeving waarin alles zich afspeelt. De ene keer wordt die mooi neergezet en de andere keer dreigend, vanzelfsprekend afhankelijk van de omstandigheden. Ook de sfeer van destijds (1989 en 1994) komt prima over, met name omdat de auteur enkele waargebeurde feiten van toen in de plot heeft verwerkt. Desondanks is Waar het stil is geen thriller die een onuitwisbare indruk achterlaat. Het begin van deze nieuwe serie kan vooral  gezien worden als een vlot en gemakkelijk leesbaar tussendoortje.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Mattias Edvardsson
Titel: Waar het stil is

ISBN: 9789021056470
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2026

Wanneer de wereld slaapt – Francesca Albanese

Flaptekst
In Wanneer de wereld slaapt biedt Francesca Albanese, speciaal VN-rapporteur, een indringend en persoonlijk beeld van Palestina. Aan de hand van tien portretten – van kinderen zonder thuis tot oorlogschirurgen – brengt ze de systematische onderdrukking en de actuele genocide in Gaza helder in kaart. Met deze diepmenselijke verhalen toont ze de ontluisterende realiteit, maar ook de onvoorstelbare veerkracht van een volk dat beroofd is van zijn thuis, stem en toekomst.
Onverschrokken stelt Albanese vragen die soms te ingewikkeld zijn om te beantwoorden. Maar als één ding duidelijk wordt in dit boek, is het wel dat de wereld zich niet langer aan deze vragen kan onttrekken.

Recensie
Op 7 oktober 2023 bestookte de Palestijnse organisatie Hamas het zuiden van Israël met een spervuur van raketaanvallen en richtten militanten diverse bloedbaden in het grensgebied aan. Voor het laatstgenoemde land was dit het teken om een militair offensief te starten waarbij tienduizenden Palestijnen, waaronder talloze kinderen, om het leven kwamen. Diverse hulpverlenende instanties en mensenrechtenorganisaties concludeerden al snel dat hierbij sprake was genocide, hetgeen volgens de internationaal geldende rechtsregels onwettig, illegaal en dus strafbaar is. Sinds 2022 is de Italiaanse advocaat Francesca Albanese speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden en uit hoofde van haar functie schreef ze een groot aantal rapporten waarin ze de handelswijze van Israël en diens westerse bondgenoten aan de kaak stelde. In haar in 2025 verschenen boek Wanneer de wereld slaapt brengt ze de situatie in Gaza onder de aandacht van een groter publiek.

Ze begint haar verhaal met fragmenten uit een toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN die ze op 30 oktober 2024 hield. Uit de woorden die ze destijds uitsprak, spreekt woede en onmacht, maar ze zijn in feite ook een dringend verzoek om actie, om Israël niet ongestraft zijn gang te laten gaan in zijn drang om de volledige Palestijnse bevolking uit te roeien. Vervolgens geeft ze in de inleiding heel summier wat achtergrondinformatie over het Gaza-conflict, maar vertelt ze eveneens hoe het boek tot stand is gekomen. Waar het echter vooral om gaat zijn de daaropvolgende hoofdstukken, waarin ze aan de hand van negen portretten – en tiende bewaart ze voor haar dankwoord – de omstandigheden in Palestina uit de doeken doet en een enkele keer de geschiedenis induikt, waarbij ze een en ander regelmatig met voorbeelden toelicht.

Een aantal van die voorbeelden gaat de lezer aan het hart, vooral die waarbij onschuldige kinderen zonder aanwijsbare en geldige redenen (als die er überhaupt al zijn) van hun nog jonge leven worden beroofd. Hier word je bij tijd en wijle behoorlijk stil van. Het beeld dat Albanese schetst is verre van vrolijk, maar laat ook zien dat het merendeel van de westerse landen achter Israël blijft staan, hoewel ze ook aangeeft dat hun visie inmiddels aan een verandering onderhevig is. Uit het relaas blijkt overduidelijk dat de auteur het met de Palestijnse bevolking te doen heeft, maar dat heeft ze, zo vertelt ze, ook met de Aboriginals, de inheemse bevolking van Canada en de Verenigde Staten en de Maori. Op hen is immers lang geleden eveneens genocide gepleegd.

Natuurlijk heeft ieder verhaal en hebben de gebeurtenissen twee kanten en derhalve praat Albanese de acties van Hamas absoluut niet goed, maar het is zonder meer duidelijk dat haar sympathie en medeleven vooral uitgaat naar de Palestijnen, want het boek wordt voornamelijk vanuit hun kant belicht. Desondanks heb je niet het gevoel een eenzijdige uiteenzetting te lezen, met name omdat de auteur niet per se tegen Israël is – ze heeft immers Israëlische vrienden, geeft ook een enkele Israëliër het woord en benadrukt dat er Israëlische organisaties zijn die voor de Palestijnen opkomen – maar vooral tegen de massaslachting, de schending van het internationale recht en het illegaal bezetten van andermans grondgebied. Om een volledige(re) voorstelling van zaken te geven, was het een optie geweest om een tegengeluid te laten horen, maar daar is bewust niet voor gekozen.

Dit laatste neemt echter niet weg dat Wanneer de wereld slaapt, dat voor het grootste deel bijzonder toegankelijk geschreven is, een indringend, onthutsend en overzichtelijk betoog is van de schrijnende omstandigheden van de Palestijnse bevolking, maar ook kritiek levert op het westen dat – op het moment dat het boek geschreven werd – de schending van de internationale rechtsorde niet hekelde. In feite is het boek een eyeopener voor ieder die meer over de Palestijnse kwestie wil weten of voor hen wier ogen nog gesloten zijn voor de ellende die zich in dat gebied heeft voorgedaan en nog steeds voordoet.    

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Francesca Albanese
Titel: Wanneer de wereld slaapt

ISBN: 9789045053172
Pagina’s: 254

Eerste uitgave: 2025

De Countdown Killer – Sam Holland

Flaptekst
Midden in de nacht arriveert een vrouw met een tas vol gevonden dvd’s bij het politiebureau. Ze is in tranen. Als inspecteur Cara Elliott de video’s bekijkt, is ze met afschuw vervult. Er is een moordenaar actief die volgens een vast stramien werkt: een verzoek, een ontvoering en een moord. De opdracht wordt altijd binnen 48 uur uitgevoerd én wordt opgenomen voor betalende kijkers.

Cara Elliott en haar collega’s storten zich direct op de zaak. Als er korte tijd later weer een lichaam opduikt, gedood volgens de exacte specificaties van de lijst, is het duidelijk: ze moeten de moordenaar heel snel opsporen, voordat hij weer genadeloos toeslaat…

Recensie
De Echoman (2022), het debuut van Sam Holland, was al vrij snel na de verschijningsdatum een wereldwijd succes en voor de boeken die daarna volgden, gold in feite hetzelfde. Haar werk wordt in vijftien landen gepubliceerd en ze is de eerste auteur die zowel de MAX Zilveren als Bronzen Vleermuis heeft gewonnen. Haar nieuwste en vierde thriller, De Countdown Killer (2025), is tevens het laatste deel van de Major Crimes-reeks.

Inspecteur Cara Elliott is als enige van haar team nog op de afdeling aanwezig als een agent haar een pakketje overhandigt dat vlak daarvoor door een onbekende vrouw is afgegeven. De inhoud is een DVD en als ze hem bekijkt, is ze met afschuw vervuld, want de beelden tonen de afschuwelijke moord op een man. Ze roept meteen haar collega’s bijeen en uit grondig onderzoek blijkt dat er meer vergelijkbare moorden zijn gepleegd. Omdat de moordenaar volgens een bepaald stramien werkt, moeten ze hem snel zien te vinden om nog meer slachtoffers te voorkomen.

Net als in de drie voorgaande delen uit de reeks windt Holland er in de proloog geen doekjes om en schotelt ze de lezer meteen een aantal gruwelijkheden voor. Hierdoor, maar tevens door het goed overkomende gevoel dat een van de personages dan heeft, ben je meteen bij het verhaal betrokken en zit je er volop in, ondanks dat het feitelijk nog maar net begonnen is. Eigenlijk is een dergelijke scène het handelsmerk van de auteur geworden, want ze schuwt er niet voor om in haar werk allerlei lugubere details te beschrijven. In dit boek is het niet anders, want het aantal niets aan de verbeelding over latende taferelen is aanzienlijk en de een is nog huiveringwekkender dan de ander. Je wilt daarom absoluut niet in de schoenen van de desbetreffende personen staan.

Hoewel de gebeurtenissen in dit deel op zichzelf staan, loopt De Echoman als een rode draad door dit verhaal heen. Om de diverse dwarsverbanden allemaal te kunnen begrijpen, doet de lezer er daarom verstandig aan de reeks op volgorde van verschijnen te volgen. Vanzelfsprekend staan, naast de afschrikwekkende moorden en het daaraan verbonden onderzoek, de terugkerende personages, die stuk voor stuk sterk, krachtig en intrigerend zijn, centraal, maar deze keer is er eveneens een rol weggelegd voor Noah Deakin, de ex-brigadier met wie Cara geruime tijd heeft samengewerkt. Zijn inbreng geeft het geheel iets extra’s en zorgt tevens voor de nodige twijfel over de voorvallen uit Hollands seriedebuut.

Behalve aan het interessante en veelomvattende politieonderzoek besteedt de auteur ook aandacht aan de privéomstandigheden van de leden van het team Zware Misdaad, met name aan die van Cara. Hierdoor ontwikkelen de karakters zich nog meer dan ze tot dusver al hebben gedaan. Uiteraard staat het rechercheren op de eerste plaats en ondanks dat de voortgang hiervan aanvankelijk niet al te voorspoedig gaat, worden er toch vorderingen gemaakt. Dit gebeurt, mede dankzij de korte hoofdstukken, in een hoog tempo. Mede als gevolg daarvan is de spanning volop aanwezig. Verder zijn er talloze ontwikkelingen, waarvan enkele tamelijk onverwacht zijn. Desondanks heb je soms wel een licht vermoeden hoe bepaalde zaken ervoor staan. Dit heeft echter geen enkele invloed op de leesbeleving.

Naarmate de ontknoping nadert, wordt het steeds duidelijker dat dit het laatste deel van de vierdelige serie is. Een aantal situaties, en vooral de gevolgen daarvan, zinspelen daar al op. De ontknoping en de afloop daarvan beleef je derhalve met een ietwat dubbel gevoel. Het liefst wil je meer, maar je realiseert je ook dat het goed is. De Countdown Killer is al met al een enigszins triest, maar wel prima afscheid van Cara en haar collega’s.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sam Holland
Titel: De Countdown Killer

ISBN: 9789402718676
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2025

De vrouw die met vuur speelde – Stieg Larsson

Flaptekst
Drie moorden, één avond. De slachtoffers zijn twee journalisten die aan een publicatie over mensensmokkel werkten, en de voogd van Lisbeth Salander. Op het moordwapen worden de vingerafdrukken aangetroffen van Lisbeth. Het hele politieapparaat komt in beweging, maar Lisbeth is onvindbaar. Blomkvist, overtuigd van Lisbeths onschuld, gaat langzamerhand een verband zien tussen de drievoudige moord en het artikel in wording over vrouwenhandel. Dan wordt een vriendin van Lisbeth ontvoerd door een motorbende. Salander laat het aankomen op een bloedige confrontatie met de onzichtbare bendeleider, Zala, een bekende uit haar verleden …

Recensie
Het succes van de Millennium-trilogie heeft de Zweedse auteur Stieg Larsson nooit kunnen en mogen meemaken, want eind 2004 overleed hij aan de gevolgen van een hartinfarct. De drie afzonderlijke delen voerden zonder uitzondering de diverse bestsellerlijsten aan, hetgeen niet verwonderlijk is met een wereldwijde verkoop van meer dan 21 miljoen exemplaren. De vrouw die met vuur speelde (2006) is het tweede deel van het drieluik en is, net als diens voorganger, beloond met De Glazen Sleutel, een prijs voor de beste Zweedse misdaadroman.

Onderzoeksjournalist Dag Svensson klopt bij de uitgever van het maandblad Millennium aan omdat hij een opzienbarend boek schrijft en door hen wil laten uitgeven. Eigenaars Mikael Blomkvist en Erika Berger zijn enthousiast en gaan erop in. Het project is in volle gang als de Svensson en zijn vriendin op een avond worden vermoord. Op een wapen dat gevonden wordt, staan de vingerafdrukken van Lisbeth Salander, met wie Blomkvist eerder te maken heeft gehad. Hij gelooft in haar onschuld, maar ze blijkt echter onvindbaar. Toch komen de stukjes van de puzzel, hoewel erg langzaam, meer op hun plaats te liggen.

In de proloog wordt de lezer al meteen met een enigszins beklemmende proloog geconfronteerd. Een begin als dit is natuurlijk altijd veelbelovend voor het vervolg van de plot, maar toch duurt het relatief lang voordat het verhaal echt op gang komt. Dit komt vooral omdat Larsson ontzettend veel informatie over Lisbeth Salander geeft. Waar de auteur haar in het voorgaande deel nog een bescheiden rol gaf, komt ze deze keer volop in de schijnwerpers te staan. Hierdoor krijg je een bijzonder goed beeld van deze markante jonge vrouw, die geheel anders in het leven staat dan de gemiddelde mens. Uiteraard is haar verleden daar van invloed op, hetgeen onder andere door middel van diverse terugblikken inzichtelijk wordt gemaakt. Het is interessant om haar beter te leren kennen, ondanks dat dit behoorlijk wat tijd vergt.

Het uitgangspunt van dit tweede deel van de trilogie heeft ook alles met Salander te maken en door de omstandigheden waarin ze – al dan niet vrijwillig – terechtkomt, zorgt dit uiteindelijk voor meer dan voldoende spanning, talloze plotwendingen en onverwachte situaties. De inbreng van Mikael Blomkvist en Milton Security, voormalig werkgever van Lisbeth, zijn hier mede debet aan, want met hun eigen onderzoeken willen ze de waarheid achterhalen. Door wat met name Blomkvist weet te achterhalen, komen bepaalde zaken in een geheel ander daglicht te staan. Mede hierdoor gaat het verhaal meer en meer intrigeren en slaan de ontwikkelingen regelmatig een andere weg in, waardoor je in feite nooit weet waar je exact aan toe bent.

De auteur heeft enkele maatschappelijke thema’s in het boek verwerkt, waaronder vrouwenhandel en het bij voorbaat al veroordelen van personen. Hierdoor zit er een nog steeds actueel tintje aan de verder fictieve gebeurtenissen. Natuurlijk zijn dit niet de meest vrolijke onderwerpen, maar Larsson zorgt er wel voor dat hij alles niet te zwaarmoedig maakt. Dit is mede te danken aan zijn schrijfstijl, die vlot en toegankelijk is. Op zich zit de plot enigszins complex in elkaar, maar de heldere uiteenzettingen geven de lezer absoluut niet het gevoel een ingewikkeld en niet te doorgronden boek te lezen. Integendeel, want een en ander is goed te behappen.

In de ontknoping wordt het tempo nog even flink opgevoerd en het is daarom niet geheel verwonderlijk dat in die fase voldoende te beleven is. Of iedere lezer de finale bevredigend vind, is de grote vraag, want het eind wekt de indruk dat het derde deel van het drieluik begint waar dit boek finisht. Desalniettemin heeft Larsson met De vrouw die met vuur speelde weer een sterk staaltje werk afgeleverd.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Stieg Larsson
Titel: De vrouw die met vuur speelde

ISBN: 9789056723095
Pagina’s: 568

Eerste uitgave: 2006

Verlaat de gevangenis zonder betalen – Marjolein van der Gaag

Flaptekst
Brenda van Ameland is in alle staten als haar dochter ’s morgens niet op school verschijnt en niemand weet waar Marit is. Als afdelingsdirecteur van de Belastingdienst wordt Brenda al maandenlang opgeslokt door de ontstane puinhoop rondom de kinderopvangtoeslag. Ze heeft haar gezin verwaarloosd en ze heeft geen idee wat haar dochter bezighoudt. Haar huwelijk met Ronald, die haar van alles verwijt maar ondertussen met zijn eigen problemen kampt, staat zwaar onder druk. Brenda en Ronald belanden in een rollercoaster. Van hun schijnbaar perfect opgebouwde leventje lijkt weinig meer over. Het enige wat nog telt is dat hun dochter veilig thuiskomt.

Recensie
Al op jonge leeftijd zetten Marjolein van der Gaag verhalen op papier en haar grootste droom destijds was om de journalistiek in te gaan. Dit is haar gelukt, maar ze wilde meer, want de een verblijf van een jaar in Suriname zorgde ervoor dat ze tijd over had. Tijdens die vrijgekomen uren schreef ze haar eerste thriller Gevaarlijk spel (2012). Ze kreeg de smaak te pakken en twaalf jaar later verscheen haar vijfde spannende boek: Verlaat de gevangenis zonder betalen (2024), waarvoor ze zich heeft laten inspireren door de toeslagenaffaire.

Op een dag in april hoort Brenda van Ameland, afdelingsdirecteur van de Belastingdienst, van haar man Ronald dat hun zestienjarige dochter Marit niet op school verschenen is. Ze raakt hierdoor van streek, maar door de reusachtige problemen rond de kinderopvangtoeslag heeft ze zich de laatste tijd vooral op haar werk gestort en weet ze niet waar haar dochter zich mee bezig heeft gehouden. Hierdoor is zelfs haar huwelijk niet meer wat het ooit geweest is. Ondanks dit alles wil ze uiteraard dat Marit weer veilig thuiskomt en daarom schakelen zij en Ronald de politie in.

Het verhaal wordt voornamelijk verteld vanuit de perspectieven van het echtpaar Ronald en Brenda van Ameland, maar enkele hoofdstukken ook vanuit het oogpunt van de personages Rishi en Floor. Door deze opzet komt de lezer ruim voldoende over hen te weten en leert ze derhalve vrij goed kennen. Lange tijd vraag je je wel af wat de verhaallijnen van de twee laatstgenoemden met de vermissing van Marit van Ameland te maken hebben, maar uiteindelijk ontstaat ver in de plot toch een verband, hoewel beide wel enigszins gezocht zijn.

Vanzelfsprekend is die vermissing de rode draad in het geheel, maar het onderzoek door de politie komt niet bijzonder uitvoerig aan bod. Twee rechercheurs komen weliswaar regelmatig bij de Van Amelands thuis – hun rol is overigens een merkwaardige en ogenschijnlijk niet helemaal realistische – maar het draait toch vooral om de gevoelens die de gebeurtenis bij dit gezin oproept. De emotionele gevolgen komen derhalve vrij goed naar voren. Dat hier behoorlijk veel aandacht aan wordt besteed, gaat ten koste van de spanning. Deze is in een groot deel van de plot zo goed als nihil. Pas in de slotfase, met name in de ontknoping, nemen de thrillerelementen de overhand en doen zich een paar spannende situaties voor. In feite is dit aan de rijkelijk late kant.

De auteur heeft de toeslagenaffaire – helaas nog steeds actueel – in het verhaal verwerkt en dit is een originele keuze. Daarentegen bevat het boek ook een aantal clichés, hoewel deze zeker niet hinderlijk aanwezig zijn. Van der Gaag probeert de lezer regelmatig op het verkeerde been te zetten en daardoor te verrassen, maar over het algemeen lukt dit niet zo goed. Veel is namelijk te voor de hand liggend en je hebt al snel door in welke richting bepaalde dingen gezocht moeten worden of wanneer voorvallen helemaal niets met de verdwijning te maken hebben. Op die momenten krijg je de indruk dat de auteur goed naar sommige Engelse detectiveseries gekeken heeft, want bepaalde overeenkomsten zijn opvallend.

Verlaat de gevangenis zonder betalen is vlot en toegankelijk geschreven en het gevoel dat de familie Van Ameland moet hebben is voorstelbaar en begrijpelijk. Deze emoties komen derhalve goed naar voren. Toch weet deze thriller niet volledig te overtuigen, want daarvoor komt de spanning ruimschoots te laat op gang, kun je bij diverse situaties je vraagtekens zetten en blijven echte verrassingen uit.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Marjolein van der Gaag
Titel: Verlaat de gevangenis zonder betalen

ISBN: 9789461098832
Pagina’s: 350

Eerste uitgave: 2024

Tijden van duisternis – Tony Schumacher

Flaptekst
Wat als Engeland in 1946 bezet zou zijn door de Duitsers?

Londen 1946. De nazi’s hebben de oorlog gewonnen en bezetten ook Groot-Brittannië. John Rossett, een gedecoreerde Britse Tweede Wereldoorlog-held, werkt nu voor de SS bij het Bureau voor Joodse Zaken. Johns vrouw en zoon zijn omgekomen door een bom van het Britse verzet en sindsdien leidt hij een verbitterd leven, totdat een oude vriend hem vraagt zijn kleinzoon te beschermen.

Deze jongen, Jacob, is Joods en houdt zich schuil in een verlaten gebouw. Rossett staat voor een belangrijke keuze: als hij doet wat hem wordt opgedragen, moet hij Jacob laten deporteren, maar iets in de jongen weerhoudt hem ervan zijn instructies uit te voeren. Hij kiest ervoor Jacob te helpen met ontsnappen – en al gauw raken ze samen verstrikt in een bloedstollende klopjacht.

Recensie
In 2014 debuteerde journalist Tony Schumacher als auteur met de thriller The Darkest Hour (Tijden van duisternis, 2017). Het idee voor dit boek kreeg hij toen hij een documentaire op televisie zag waarin foto’s uit de Tweede Wereldoorlog getoond werden van een Engelse politieagent op de Kanaaleilanden tijdens de bezetting. Achteraf bleek dit een propagandafoto te zijn om aan te tonen dat de Duitsers zo slecht nog niet waren. Hij dacht over deze scène na en kwam tot de conclusie dat de agent waarschijnlijk alleen maar een opdracht uitvoerde. Die foto en zijn gedachten leidden er uiteindelijk tot zijn debuut.

Hierin heeft hij een situatie gecreëerd dat de nazi’s de oorlog hebben gewonnen en ook Groot-Brittannië bezetten. Inmiddels is het 1946 en de Londense brigadier John Rossett, een Tweede Wereldoorlog-held, werkt bij het Bureau voor Joodse Zaken. Zijn taak bestaat uit het deporteren van Joden en die voert hij met tegenzin, maar zonder morren uit. Een van deze Joden vraagt hem om diens kleinzoon Jacob te beschermen. Rossett vindt de jongen en staat vervolgens voor het dilemma of hij hem deporteert of helpt. Hij kiest voor het laatste, waardoor hij zowel zijn baan als leven riskeert.

Wat als? Twee beginwoorden van een zin die waarschijnlijk iedereen wel een keer uitgesproken heeft. De thriller van Schumacher is in feite op die twee woorden gebaseerd, want wat als de Duitsers de Tweede Wereldoorlog hadden gewonnen? Hoe zou de wereld er dan uitzien? Dit gegeven is zowel een interessant als verontrustend uitgangspunt, hoewel dit laatste eigenlijk een wassen neus is, want we weten allemaal hoe het in 1945 werkelijk afgelopen is. De auteur laat de lezer echter zien hoe het allemaal had kunnen zijn en dat doet hij op een behoorlijk overtuigende wijze. In het begin moet je nog wel even omdenken, maar al snel ben je gewend aan deze weergegeven en gelukkig fictieve naoorlogse omstandigheden.

Het verhaal wordt voor het grootste deel verteld vanuit het perspectief van John Rossett, een oorlogsveteraan die met een persoonlijk drama te maken heeft gekregen. In de plot kom je geleidelijk aan steeds meer over hem te weten en blijkt dat een tragische gebeurtenis – zijn vrouw en zoontje zijn door een bomaanslag omgekomen – zijn leven, maar ook zijn kijk daarop, drastisch heeft veranderd. Hij is hierdoor een verbitterd man geworden die alleen maar doet wat hij moet doen – ook al is het omstreden werk – en iedere hoop op een betere toekomst heeft verloren. Toch verandert hij, ingegeven door diverse factoren, stapsgewijs. Hierdoor wordt hij, ondanks dat hij een flinke en soms onnodige dosis geweld gebruikt, steeds meer mens.

Een van de sterkere aspecten van de thriller is de sfeer die de auteur schetst. De merkbare angst, misschien is het ook wel ontzag, voor de bezetter (hiervan kan nog steeds gesproken worden), de omstandigheden waarin alle personages terechtkomen, het wantrouwen dat iedereen voor elkaar heeft. Ze zijn alle stuk voor stuk voorstelbaar. De plot bevat ruim voldoende spannende momenten, mede door de vele gebeurtenissen, talloze wendingen, maar ook omdat je wilt weten hoe alles zal aflopen en of Rossett zijn uiteindelijke doel zal bereiken. Het eind van het verhaal, en in het bijzonder de ontknoping, is een aaneenschakeling van actie, spanning en zenuwen. In deze slotfase is Schumacher op zijn best.

Met dit debuut laat de auteur zien dat hij kan schrijven en tevens een goed en geloofwaardig verhaal kan vertellen. In een levendige, vlotte en prettige schrijfstijl loodst hij de lezer van de ene naar de andere situatie, waarbij het tempo onveranderd hoog ligt. Tijden van duisternis is derhalve een uitstekende en veelbelovende start van een trilogie met John Rossett.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Tony Schumacher
Titel: Tijden van duisternis

ISBN: 9789022582893
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2017

In koelen bloede – Truman Capote

Flaptekst
In november 1959 leest Truman Capote in The New York Times een bericht over het boerengezin Clutter in Holocomb, Kansas, dat bruut uitgemoord wordt door twee jonge criminelen. Hij stort zich op de zaak en besluit deze tot het onderwerp te maken van een roman. Zes jaar lang doet hij onderzoek, hij interviewt alle betrokkenen en begeleidt de moordenaars tijdens hun laatste gang naar hun executie op 14 april 1965.

In koelen bloede is de magistrale reconstructie van een gruwelijke moordzaak, waarin Capote de kunst van de romanschrijver paart aan de techniek van de journalist. Met de publicatie in 1965 van dit overrompelende boek was een nieuw literair genre geboren: de non-fictie-roman, ook wel faction geheten. In koelen bloede is zinloos geweld avant la lettre.

Recensie
Een van de bekendste boeken van Truman Capote is In koelen bloede (1966), dat destijds beschouwd werd als de eerste non-fictieroman. Het verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten: de moord op vier leden van de boerenfamilie Clutter uit het kleine plaatsje Holcomb in Kansas. Eind 1959 las de auteur hierover een artikel in The New York Times, waarna hij besloot naar deze Amerikaanse staat af te reizen om, nog voordat de daders gearresteerd waren, aldaar over de moorden te schrijven. Om een volledig beeld te krijgen, interviewde hij zowel de lokale bewoners als de recherche.

In het boek vertelt Capote het verhaal van Dick Hickock en Perry Smith, twee mannen die elkaar in de gevangenis hebben leren kennen en sindsdien bevriend zijn. Laatstgenoemde droomt ervan een nieuw bestaan op te bouwen in Mexico, maar daarvoor is geld nodig. Tijdens zijn gevangenschap heeft Hickock van een medegevangene gehoord over de familie Clutter, die een brandkast met veel geld zou hebben. Het duo besluit hen te beroven om zo aan financiële middelen te komen, maar hun misdaad loopt danig uit de hand, want de roof ontaardt in een brute slachtpartij.

Voordat de lezer met de daden van Hickock en Smith wordt geconfronteerd, laat de auteur hem kennismaken met het gehucht Holcomb, diens omgeving, het gezin Clutter en eveneens met de twee daders. Dit gebeurt bijzonder uitgebreid en de enige reden daarvoor moet zijn, is om diezelfde lezer een indruk te geven van de gemoedelijkheid die normaliter in het kleine plaatsje heerste, om hem te laten weten hoe de bewoners zijn, en vooral om te laten zien hoe de Clutters en de moordenaars in elkaar zitten. Eigenlijk geeft Capote een karakterschets van zowel plaats als persoon en door de vele details die hij daarbij geeft, lijkt hij te willen bewerkstelligen dat je je bij alles en iedereen betrokken gaat voelen.

Aan de ene kant bereikt hij dit, want de schrijfstijl van de auteur is beeldend, waardoor je het Midwesten van de Verenigde Staten, het platteland, de bewoners van dat gebied en beide misdadigers voor je ziet en ze tevens bijzonder goed leert kennen. Aan de andere kant is het mislukt, want het verhaal dat de auteur vertelt, bestaat voor een behoorlijk groot deel uit een weergave van feiten, waardoor het in feite niets anders is dan een reconstructie van gebeurtenissen. Deze simulatie – grote gedeelten zijn zonder meer interessant en boeiend – is bij vlagen nogal klinisch beschreven en dergelijke fragmenten zijn stroever en derhalve iets lastiger om doorheen te komen.

Het is overigens lastig dit boek te duiden. Dit wil zeggen dat het moeilijk in een bepaald vakje is te plaatsen. De auteur heeft zijn verhaal gebaseerd op waargebeurde feiten en hetgeen hij beschrijft is absoluut niet verzonnen – en op zich voelt het geheel ook aan als zijnde non-fictie – maar desondanks zijn er ook meer dan voldoende kenmerken van een roman. Wellicht komt dit laatste door talloze gedetailleerde beschrijvingen die met de zaak eigenlijk niets van doen hebben. Capote slaat namelijk regelmatig zijwegen in die zo goed als geen, of op zijn minst indirect, verband met de moorden en de daders hebben. Je vraagt je dus af of dit bedoeld is als een sfeerimpressie of om een totaalplaatje te schetsen, of misschien zelfs wel beide.

In koelen bloede is, geheel tegenstrijdig met de behaalde successen, geen boek waarvan de lezer volledig ondersteboven raakt. In een trage verteltrant besteedt de auteur voldoende aandacht aan de moorden, de daders en de slachtoffers en in bepaald opzicht intrigeert dit zonder meer, maar er zijn ook enkele facetten waar Capote relatief gezien minder oog voor heeft. Denk hierbij onder andere aan de rechtszaak, waarvan een niet al te levendig verslag van wordt gegeven. Kortom, een boek met twee gezichten.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Truman Capote
Titel: In koelen bloede

ISBN: 9789029562805
Pagina’s: 366

Eerste uitgave: 1966

De staljongen van Auschwitz – Henry Oster & Dexter Ford

Flaptekst
Heinz Oster was pas vijf jaar oud toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam. Als een van de 2.011 joden die in Keulen in 1941 door de Gestapo werden opgepakt, werd ook hij gedeporteerd. De twaalfjarige jongen werd vervolgens van kamp naar kamp gestuurd. In Auschwitz ontsnapte hij aan de gaskamer omdat de paardenfokkerij staljongens nodig had. Hij hield zich wanhopig vast aan de overtuiging dat als hij zich onmisbaar zou maken, hij een grotere kans zou hebben om deze hel te overleven.

Heinz was een van de weinige Keulse Joden die na de oorlog de kampen levend verliet. Na de oorlog emigreerde hij naar Amerika en veranderde zijn naam in Henry. Dit is zijn verhaal.

Recensie
Journalist Dexter Ford is een van de klanten van optometrist Henry Oster en terwijl hij zich op een dag nieuwe contactlenzen liet aanmeten, zag hij dat op de linkeronderarm van laatstgenoemde een slordige en inmiddels verbleekte tatoeage is aangebracht: B7648. Hij vroeg hoe hij daaraan kwam, waarna de paramedicus hem vervolgens vertelde wat de reden van deze inscriptie was. Dit verhaal is te lezen in het in 2023 uitgebrachte boek De staljongen van Auschwitz.

De biografie begint in 1933, Heinz Adolf Oster is dan vijf jaar oud, en Adolf Hitler komt aan de macht. Aanvankelijk lijkt er, ondanks diverse dreigende situaties, nog niet veel aan de hand te zijn, maar aan het eind van 1941 – de oorlog is dan al een tijd bezig – worden hij en zijn moeder tegelijk met iets meer dan tweeduizend andere joden door de Gestapo opgepakt en gedeporteerd. Uiteindelijk komt Oster, hij wordt gescheiden van zijn moeder, in Auschwitz terecht waar hij als staljongen tewerkgesteld wordt. In dit concentratiekamp wordt hij geconfronteerd met de meest schrikbarende taferelen en moet hij onder erbarmelijke omstandigheden zien te overleven.

Het verhaal van Oster verloopt zo goed als chronologisch en geeft een helder en duidelijk beeld van hoe het voor joden ruim voor, tijdens, maar ook na de oorlog is geweest. Natuurlijk gaat het in dit geval vooral om zijn persoonlijke ervaringen, maar die zullen voor anderen over het algemeen niet veel anders zijn geweest. Uit zijn relaas komt bijzonder goed naar voren hoe verschrikkelijk het allemaal was en hoe meedogenloos de Duitsers, met name de nazi’s en de SS’ers, waren. Soms rijzen je de haren te berge als je leest over hun onmenselijke (wan)daden. Dit geldt niet alleen voor die in de diverse kampen, maar ook die in het Poolse getto, waar Oster en zijn ouders verplicht moesten wonen.

Natuurlijk zijn er al veel verhalen over de Tweede Wereldoorlog geschreven en gepubliceerd en als je die leest, merk je dat ze toch van elkaar verschillen, ondanks het overkoepelende thema. Net zoals talloze anderen hebben gedaan, vertelt Oster zijn herinneringen vanuit zijn eigen perspectief en dat is natuurlijk volkomen terecht en vanzelfsprekend. Zijn relaas is daarom honderd procent persoonlijk en daardoor is het in feite een ooggetuigenverslag, en zonder meer eentje die indruk maakt. Het is knap dat hij alle details uit zijn vroege jeugd nog feilloos naar voren kan brengen. Hierdoor krijg je een globale indruk hoe hij als jongetje was en hoe hij toen tegen diverse dingen aankeek.

Uit het relaas blijkt eveneens dat Oster diverse keren erg veel geluk heeft gehad, want hij heeft de Duitse geboden regelmatig overschreden en daardoor risico’s genomen. Als hij gesnapt was, had hij niets kunnen navertellen, dus wellicht waakte er een beschermengel over hem. Tijdens het lezen leef je in ieder geval continu met hem mee, ondanks dat je eigenlijk wel weet dat hij het gered heeft.  Waar je dan benieuwd naar bent, is hoe hij het ervan af zal brengen. Dit levert allerlei aangrijpende en heftige momenten op en soms is er zelfs sprake van wat spanning. Het gevoel dat hij heeft gehad, komt zonder meer goed over en daarvan kun je je alles voorstellen.

De staljongen van Auschwitz is al met al een indringend, persoonlijk en boeiend verhaal van een van de weinige Keulse joden die de concentratiekampen levend heeft kunnen verlaten. Het is tevens een geschiedenis die niet vergeten mag worden, hierover heeft Oster het zelf ook nog, opdat herhaling uitblijft.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Henry Oster & Dexter Ford
Titel: De staljongen van Auschwitz

ISBN: 9789026166730
Pagina’s: 272

Eerste uitgave: 2023