Categorie archief: Gelezen in 2025

Vallei der koningen – Wilbur Smith

Flaptekst
Het Oude Egypte, land van farao’s en sfinxen, een koninkrijk dat lijkt te zijn gebouwd op gouden grond. Een legendarisch rijk dat wordt verscheurd door hebzucht en wordt geleid door een verzwakte dynastie.

In de mooie, rijke stad Thebe is het feest van Osiris in volle gang. De volgelingen van de farao eren er hun leider, maar de slaaf Taita – een wijze en getalenteerde eunuch – ziet in deze farao een zwakke leider die het land en zijn bewoners alleen maar kan schaden.

Met enkele medestanders probeert Taita het land van de ondergang te redden. Een heroïsche strijd brandt los…

Recensie
De in Zuidelijk Afrika geboren auteur Wilbur Smith heeft een groot deel van zijn leven in Londen gewoond, maar hij heeft zich ook daar altijd sterk verbonden gevoeld met de mensen en natuur van het continent. Het is daarom niet zo vreemd dat zijn werk zich voornamelijk in Afrika afspeelt. De Courtney-serie is misschien het meest bekend, maar in 1993 verscheen Vallei der koningen, het eerste deel van een reeks die zich in het noorden van het werelddeel afspeelt: Egypte. Hiervoor liet de schrijver zich inspireren door enkele beschreven papyrusrollen die in een graftombe werden gevonden.

Eunuch Taita is een slaaf die voor de grootvizier van de farao werkt. Hij is echter niet zomaar iemand, want hij heeft Lostris, de dochter van de eerste minister opgevoed. Zijn band met haar is daarom bijzonder goed, maar ook met Tanus, een belangrijk officier in het Egyptische leger, kan hij uitstekend overweg. Als het land dreigt onder te gaan door een keiharde oorlog, doet het drietal er alles aan Egypte daarvoor te behoeden. De strijd gaat uiteraard ten koste van vele levens, maar biedt eveneens nieuwe kansen om het rijk nieuw aanzien te geven.

Het verhaal wordt volledig verteld vanuit het perspectief van protagonist Taita, die in feite een slaaf is, maar daarnaast allerlei beroepen/ambachten heeft waardoor hij gezien kan worden als een alleskunner. Zijn genialiteit steekt hij niet onder stoelen of banken en over zijn uiterlijk, zijn ontmanning uitgezonderd, is hij behoorlijk tevreden. Hierdoor komt hij over als een zelfingenomen mannetje dat tamelijk zeker van zichzelf is. Dit is een eigenschap die in wezen irritant is, maar toch kun je geen hekel aan hem hebben, hij heeft immers ook zijn goede kanten. Dit geldt eveneens voor Lostris en Tanus, die beiden hun hebbelijkheden hebben, maar evenmin onsympathiek gevonden kunnen worden.

De gebeurtenissen spelen zich uiteraard erg lang geleden af en de sfeer en omstandigheden van die tijd worden goed overgebracht. Of alles, of in ieder geval veel, wat door Smith beschreven wordt realistisch is, valt te betwijfelen, maar een flink aantal situaties komt in ieder wel als zodanig over. Dit is ongetwijfeld te danken aan de uitvoerige research die de auteur heeft verricht, en ten dele aan zijn kennis over Afrika. Aanvankelijk heeft het er alle schijn van dat de plot rustig voortkabbelt, want de auteur vertelt breedsprakig over het leven van de diverse personages. Natuurlijk zijn er in die fase wel allerhande intriges, waardoor de lezer niet het gevoel heeft dat er helemaal niets gebeurt. Na de inval door een Aziatische mogendheid verandert de teneur en wordt het nogal gewelddadig, wat in tijden van oorlog vanzelfsprekend niet zo vreemd is.

Vanaf de allereerste bladzijde neemt de auteur de lezer mee naar het oude Egypte, het doen en laten van de personages en de omgeving. Hij beschrijft dit op een dusdanige wijze dat je de beelden automatisch voor je ziet. Dit geldt bijvoorbeeld niet alleen voor het liefdesleven van Lostris en Tanus of de grote hoeveelheid taken van Taita, maar tevens voor de bloedige taferelen op de slagvelden. Het komt er eigenlijk op neer dat het boek als een film leest. De manier waarop het verhaal verteld wordt, is – hoewel niet uniek – aardig gekozen, want feitelijk is het een door Taita geschreven terugblik van een langdurige en veelal roerige periode. Zelf noemt hij zijn geschiedschrijving een kroniek en daar moet je hem wel gelijk in geven.

Vallei der koningen (een vertaalde titel die niet helemaal passend, maar wel begrijpelijk is) is een mooi begin van de Egypte-cyclus en laat tevens zien hoe het er destijds aan toeging. Smith bewijst er andermaal mee dat hij een begenadigd verhalenverteller is die de lezer van begin tot eind weet te boeien.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Wilbur Smith
Titel: Vallei der koningen

ISBN: 9789401600347
Pagina’s: 664

Eerste uitgave: 2015

De hond van de Baskervilles – Arthur Conan Doyle

Flaptekst
Charles Baskerville wordt onder verdachte omstandigheden dood gevonden. Iedereen denkt dat een hond hem te grazen heeft genomen, omdat er een vloek rust op de familie Baskerville. Maar is dat wel zo? De excentrieke detective Sherlock Holmes gaat op onderzoek uit. Samen met zijn vriend Watson. Als zij het mysterie niet kunnen oplossen, kan niemand het.

Recensie
Sir Arthur Conan Doyle, die beschouwd kan worden als een van de grondleggers van het spannende boek, was beginnend arts toen hij met schrijven begon. Hij werd vooral bekend door de verhalen met de wereldberoemde speurder Sherlock Holmes, die voor het eerst voorkwam in Een studie in rood (1887). Sindsdien heeft hij zesenvijftig verhalen met de eigenzinnig detective geschreven en de meeste daarvan zijn verfilmd. Zijn derde en bekendste detectiveroman is De hond van de Baskervilles, dat oorspronkelijk in 1901 verscheen en een jaar later in boekvorm werd uitgebracht.

Op een dag maken Sherlock Holmes en zijn assistent Dr. Watson kennis met de plattelandsarts James Mortimer. Hij vertelt hen dat zijn rijke vriend Sir Charles Baskerville, die tevens landeigenaar is, dood is aangetroffen. De omstandigheden omtrent zijn overlijden, ogenschijnlijk door een hartaanval, zijn echter verdacht. Er wordt namelijk gezegd dat de Charles het slachtoffer is van een bovennatuurlijk wezen die de gedaante van een hond heeft aangenomen. Omdat diens erfgenaam Henry mogelijk ook in gevaar is, schakelt Mortimer de hulp van Holmes en Watson in.

Het verhaal draait om het oplossen van het mysterie rond de dood van Sir Charles Baskerville en daarvoor is de grote speurder Sherlock Holmes de aangewezen persoon. De lezer zou derhalve kunnen of mogen verwachten dat de gebeurtenissen vanuit diens perspectief worden verteld. Niets is echter minder waar, want het is zijn assistent Dr. Watson die verslag doet van alles wat er plaatsvindt. Het gevolg daarvan is dat de detective in een groot deel van de plot geen zichtbare rol heeft – op de achtergrond is hij uiteraard wel aanwezig, want Watson, die Londen tijdelijk heeft verruild voor het onheilspellende heidegebied, noemt zijn naam regelmatig, brengt rapport aan hem uit en wenst op een gegeven moment dat Holmes in levenden lijve aanwezig is. Soms krijg je daardoor de indruk dat hij niet zonder zijn steun en toeverlaat kan, ondanks dat hij wel degelijk capabel genoeg is om zelf een en ander te achterhalen.

De auteur neemt geen tijd om de personages te introduceren. Ze zijn er gewoon. Mogelijk dat deze introductie wel in het eerste deel van de reeks heeft plaatsgevonden. Omdat Holmes en Watson al geruime tijd dusdanig beroemd zijn, is het geen enkel probleem ieder verhaal onafhankelijk van de andere te lezen. De lezer krijgt sowieso een gedegen indruk van de twee protagonisten, want Conan Doyle heeft ervoor gezorgd dat enkele karaktereigenschappen van beide mannen overduidelijk naar voren komen. Ook over de andere personen die van belang zijn vertelt hij ruim voldoende, zodat je van hen eveneens een gedegen indruk krijgt. Waar de auteur ruim aandacht aan besteedt, is de sfeer die het verlaten gebied uitstraalt. Deze doet enigszins sinister aan in combinatie met merkwaardige dood van Baskerville en enkele vreemde voorvallen kan alles wat zich voordoet met recht mysterieus worden genoemd.

Aan alles is te merken dat de detectiveroman erg lang geleden geschreven is. Het taalgebruik is nogal breedvoerig, misschien zelfs wollig, en het tempo ligt niet al te hoog, waardoor het lijkt dat er geen vorderingen worden gemaakt. Dit betekent echter niet dat de plot saai of langdradig is. Integendeel zelfs, zou je kunnen zeggen. Er zijn namelijk diverse plotwendingen, waaronder enkele verrassende, maar er zijn tevens verschillende spannende scènes. Natuurlijk wordt het mysterie opgelost en is de uiteindelijke oorzaak van de dood van de landeigenaar niet zo opzienbarend, maar als je de ouderdom van het verhaal in aanmerking neemt en je je in gedachten naar het begin van de twintigste eeuw begeeft, kun je niet anders dan stellen dat De hond van de Baskervilles een heel behoorlijke en goed gecomponeerde detective is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Arthur Conan Doyle
Titel: De hond van de Baskervilles

ISBN: 9789049927776
Pagina’s: 180

Eerste uitgave: 1901

De schat van Amalfi – Sarah Penner

Flaptekst
1821. Mari DeLuca en de andere vrouwen van het Italiaanse dorp Positano beoefenen de kunst van stregheria, een soort ritueel waarmee ze hun dorp beschermen tegen de zee. Wanneer de wrede gebroeders Mazza dit ontdekken, komt Mari voor een onmogelijke keuze te staan…

HEDEN. Scheepsarcheoloog Haven Ambrose leidt in Positano een expeditie naar oude scheepswrakken. Stiekem hoopt ze echter meer te vinden dan enkel wrakhout, want ze is op zoek naar een schat met kostbare edelstenen. Dan stuit ze op een oud verhaal over hekserij en een gevaarlijke liefde…

Recensie
De verloren apotheek, het in 2021 verschenen debuut van de Amerikaanse Sarah Penner bracht haar meteen op de New York Times bestsellerlijst. Inmiddels heeft ze haar derde roman uitgebracht: De schat van Amalfi (2025), waarvoor ze behoorlijk wat onderzoek heeft verricht. Een tweetal reizen naar Amalfi, een kustplaatsje in het zuidwesten van Italië, heeft haar geïnspireerd om deze locatie, die beroemd is om zijn schitterende kustlijn, als uitgangspunt voor de roman te gebruiken.

In het voorjaar van 1821 voeren twaalf vrouwen, onder leiding van Mari DeLuca, een ritueel (stregheria) uit om Positano, het dorp waarin ze wonen, te beschermen tegen kwade invloeden, met name de zee en wat daarvandaan komt. Twee Napolitaanse broers ontdekken dit en willen hiervan profiteren waardoor Mari een lastige keuze moet maken. Twee eeuwen later leidt scheepsarcheoloog Haven Ambrose een duikexpeditie naar de talloze wrakken die in de zee bij het plaatsje liggen. Tijdens haar onderneming vindt ze eveneens informatie over hekserij en niet toegestane liefde.

Het verhaal bestaat uit twee verhaallijnen waar een periode van tweehonderd jaar tussen zit en waarin logischerwijs de protagonisten van elkaar verschillen. Ook de strekking van beide verhalen is geheel anders, onder andere door de opzet. Er zijn echter diverse paralellen te ontdekken waardoor er in de loop van de plot meer overeenkomsten zijn dan aanvankelijk lijkt. Dit is een interessant gegeven, want het verhaal in het verleden is over het algemeen volledig anders dan dat in het heden. In beide gevallen geldt dat de lezer in het begin nieuwsgierig wordt naar het verloop van de gebeurtenissen, maar ook naar de omstandigheden van zowel Mari als Haven. Dit komt mede omdat bepaalde voorvallen en gebruiken, met name die aan het begin van de negentiende eeuw, behoorlijk mysterieus zijn en soms zelfs aan bijgeloof doen denken.

Ondanks de niet al te uitvoerige beschrijving van de schilderachtige Amalfikust en de daaraan gelegen plaatsen kan de lezer zich wel degelijk een voorstelling maken van deze omgeving. Toch zijn het voornamelijk de vele scènes en de levendige karakterisering van de personages die hier debet aan zijn. Je leeft met de meeste van hen mee en ziet voor je hoe ze, om maar een voorbeeld te noemen, de zee op gaan of op een scootertje door de straten van een klein dorpje rijden. De auteur heeft er overduidelijk voor gekozen om meer nadruk op deze personen en hun besognes te leggen dan op een feeërieke schets van het landschap. Op zich jammer, maar absoluut niet onoverkomelijk, want een aantal personages sluit je beslist in je hart waardoor de rest eigenlijk minder belangrijk is.

De schrijfstijl van de auteur is over het algemeen erg toegankelijk en flexibel. De ene keer informeel, de andere keer iets zakelijker, ze varieert wanneer het noodzakelijk is. Hoewel dit boek in feite een roman is, bevat het tevens een paar kenmerken van andere genres. Bij tijd en wijle is het spannend, er is geheimzinnigheid en aan het eind van de plot lijkt het – je had niet anders verwacht – op een feelgood. Penner komt er zelf ook rond voor uit dat ze niet in hokjes denkt en dat ze genre-overschrijdend werkt. Het lijkt erop dat ze eveneens veel historische feitjes in het verhaal heeft verwerkt, maar niets is minder waar. Het meeste is volledig fictief, waaronder de vele scheepswrakken die op onverklaarbare wijze op de zeebodem terecht zijn gekomen.

Na een korte aanloop waarin je je afvraagt in welke richting de plot zich zal bewegen, begint De schat van Amalfi te boeien en daarnaast tevens te intrigeren. Op momenten is het enigszins ongeloofwaardig, maar dat past helemaal in de geest van het verhaal en daarom valt het op den duur niet eens meer op. Uiteindelijk sluit Penner de roman af met een zin die veel waardevoller is dan welk materieel bezit dan ook. Al met al dus een overdenking die velen zich ter harte kunnen nemen.   

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sarah Penner
Titel: De schat van Amalfi
ISBN: 9789402775037
Pagina’s: 352

Eerste uitgave: 2025

Verdiende straf – William Lashner

Flaptekst
Victor Carl, advocaat te Philadelphia, heeft een geheel eigen interpretatie van het begrip ethiek. Dat blijkt weer wanneer hij de verdediging op zich neemt van zijn oude studiegenoot Guy Forrest. Die beweert niet schuldig te zijn aan de moord op de beeldschone, raadselachtige Hailey Prouix.

Carl, die ooit hopeloos verliefd op haar was, wil dat de dood van Hailey gewroken wordt, en Guy Forrest werd gevonden met het pistool in zijn handen. Door Victor Carl. Dus Guy verdient straf. Om de moordenaar van Hailey Proulx voor de rechter te kunnen slepen, zal hij eerst haar geheimzinnige verleden moeten onderzoeken.

Eén ding is duidelijk: Carl moet opschieten, want vanuit de schaduw kijkt de moordenaar mee. Een moordenaar die Hailey Prouix al van lang geleden kent, en die net als Carl uit is op wraak.

Recensie
William Lashner is een Amerikaanse auteur die voornamelijk juridische thrillers schrijft en vooral bekend geworden is door zijn serie met advocaat Victor Carl. Bij het creëren van diens personage is heeft hij zich laten inspireren door oude pulpdetectiveverhalen en kwam uiteindelijk uit op een strafpleiter die ervan overtuigd was dat de geldende regels binnen de advocatuur niet voor hem gelden, maar evenmin inbreuk maken op een interne erecode. Verdiende straf (2008), het derde deel van de reeks, is gebaseerd op het waargebeurde feit dat een man zijn vrouw vermoordde om geld van de verzekeringsmaatschappij los te krijgen.

In dit geval wordt Victor Carl door zijn vriend en voormalig studiegenoot Guy Forrest gevraagd diens verdediging op zich te nemen omdat hij ervan beschuldigd wordt zijn minnares, de raadselachtige, maar bloedmooie Hailey Prouix te hebben omgebracht. De bewijzen tegen hem zijn sterk, en eigenlijk is Victor er ook van overtuigd dat hij het gedaan heeft, maar toch doet de advocaat er alles aan om bewijzen te vinden waardoor zijn vriend onschuldig kan worden verklaard. Dit brengt hem in verschillende delen van de VS, komt hij zelf in gevaar en haalt hij een waarheid uit het verleden boven water.

Meteen al in het eerste hoofdstuk worden zowel de lezer als advocaat Victor Carl geconfronteerd met de vondst van de om het leven gebrachte Hailey Prouix. Hierdoor word je in feite onmiddellijk bij het verhaal betrokken, maar blijf je – uiteraard – nog wel in het ongewisse over de toedracht van de moord en of Guy Forrest, de meest voor de hand liggende dader, hiervoor daadwerkelijk verantwoordelijk is. In de rest van de plot doet Carl er alles aan om zijn vriend en cliënt te behoeden voor een lange gevangenisstraf, of in het ergste geval de doodstraf. De manier waarop dit gebeurt, is behoorlijk onorthodox (in zekere zin het handelsmerk van de sluwe advocaat), maar uitermate boeiend. Vooral aan het eind, wanneer hij in de rechtbank zijn kunsten vertoont met enkele kruisverhoren, is hij op enorm op dreef en weet hij op meesterlijke wijze zijn doel te bereiken.

De scènes in de rechtbank hebben echter niet de overhand. Niet erg, want het onderzoek naar de werkelijke toedracht en het samenkomen van gebeurtenissen uit het verleden met die in het heden zijn bijzonder ingenieus. Door de complexiteit daarvan heeft Lashner het zichzelf en de lezer tamelijk moeilijk gemaakt. Toch verliest hij nergens het overzicht en blijven het verband en de structuur van het verhaal van begin tot eind behouden. Vanzelfsprekend gaat dit allemaal gepaard met talloze plotwendingen, alsmede onverwachte, interessante en bij tijd en wijle spannende ontwikkelingen. In feite weet je vooraf nooit waar je aan toe bent en kun je onmogelijk voorspellen hoe sommige omstandigheden zich verder ontwikkelen.

Hoewel dit boek het derde van de serie is, is het uitstekend afzonderlijk van de twee voorgaande te lezen. Er zijn uiteraard enkele terugkerende personages, maar er wordt meer dan voldoende over hen verteld om hen te plaatsen, voorgeschiedenis over hun karakters en dergelijke is niet nodig. Evenmin wordt gerefereerd naar eerdere zaken die Carl behandeld heeft en die voor dit verhaal van belang zouden kunnen zijn. Het is overigens goed te merken dat de auteur juridische kennis en ervaring heeft – hij is een gewezen advocaat – want uit alles valt af te leiden dat hij weet waarover hij het heeft. Dit is zonder meer een pré.

Lashners schrijfstijl is direct en doorspekt met een vleugje humor, eigenlijk zoals Victor Carl ook is. Het rustigere begin gaat geleidelijk aan over naar een hogere versnelling, om in de ontknoping tot een intrigerende climax te komen, waarbij de rechtszaak het hoogtepunt is. Het ongewone einde laat zelfs nog iets aan de verbeelding van de lezer over; hij kan er als het ware een eigen invulling aan geven. Alles bij elkaar is Verdiende straf een prima thriller die je vanaf het eerste tot het laatste moment bezighoudt.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: William Lashner
Titel: Verdiende straf
ISBN: 9789022991633
Pagina’s: 376

Eerste uitgave: 2008

De hemel is altijd paars – Sholeh Rezazadeh

Flaptekst
Arghavan is een jonge Iraanse vrouw die nog maar kort in Nederland woont. Terwijl ze worstelt om een nieuw leven op te bouwen, wordt ze geplaagd door herinneringen aan haar jeugd in Iran. Een jeugd die paradijselijk begon maar een negatieve wending nam toen haar moeder van de ene op de andere dag vertrok en haar vader, haar steun en toeverlaat, verslaafd raakte aan opium. Ze nam daarop een radicaal besluit: ze liet het rauwe, bergachtige landschap van Iran definitief achter zich en vertrok naar het platste land ter wereld: Nederland. Arghavan werkt in een tweedehandswinkel in Amsterdam, waar ze bevriend raakt met sommige klanten, zoals met Anna, een dove danseres, en de oude Johan, die het geluid van bomen opneemt. Ze verwondert zich over dit land waar iedereen haast heeft en waar het onmogelijk lijkt om met de ander verbonden te zijn. Dan wordt ze verliefd op Mees, een jonge muzikant, die haar wereld volkomen op z’n kop zet. 

Recensie
Als jong meisje – ze woonde toen nog in Iran – schreef Sholeh Rezazadeh al proza en poëzie, maar haar eerste publicatie was, in tegenstelling dan misschien verwacht zou worden, de roman De hemel is altijd paars, dat in 2021 is uitgebracht. Dit debuut, dat een aantal autobiografische elementen bevat, was meteen na verschijnen een groot succes en werd beloond met een aantal literaire prijzen. Voor dit boek liet ze zich inspireren door een brief van de gemeente waarin de kap van een aantal bomen werd aangekondigd.

Een aantal jaren geleden is Arghavan vanuit Iran naar Nederland gekomen om daar een nieuw bestaan te beginnen. Ze heeft een winkel met tweedehands spullen en is bevriend geraakt met een aantal trouwe klanten. Regelmatig denkt ze terug aan haar leven in haar vaderland, aan haar jeugd en aan haar ouders wier huwelijk steeds problematischer werd. Op een dag spreekt Mees, een fluitist, haar aan en niet veel later wordt ze verliefd op hem. Haar wereld is vanaf dan niet meer dezelfde.

Het volledige verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een aanvankelijk onbekende jonge vrouw, waarvan al snel blijkt dat dit de uit Iran afkomstige Arghavan is. Vanaf de allereerste pagina is de lezer niet deelgenoot van haar gedachten en gevoelens, maar komt hij eveneens te weten hoe ze tegen bepaalde zaken aankijkt en om wie ze het meeste geeft. Dit gebeurt allemaal zowel in het heden als in het verleden, wanneer ze herinneringen ophaalt aan de tijd dat ze nog in haar geboorteland bij haar ouders woonde. Hierdoor krijg je een erg goede indruk van haar en is het niet zo heel erg moeilijk haar te karakteriseren. Ze komt, en dat is absoluut positief, een dromer, maar ook iemand die om de kleine dingen in het leven geeft en daar van kan genieten. Kenmerken waardoor ze de lezer voor zich weet te winnen, want je kunt niet anders dan sympathie voor haar opbrengen.

De schijfstijl van Rezazadeh is buitengewoon beeldend, invoelend en toegankelijk. Vanaf het allereerste moment maakt ze regelmatig gebruik van prachtig geformuleerde zinnen en bijna poëtische vergelijkingen. Een treffend voorbeeld daarvan is de zin ‘Er stroomt een warme rivier door mijn aderen’, waarmee de auteur een verliefdheid aanduidt. De liefde die ze heeft voor proza en poëzie wordt daarmee onbetwist aangetoond. Natuurlijk is het niet alleen koek en ei, want thema’s als verandering (van zowel mensen als omstandigheden), cultuurverschillen en eenzaamheid zijn eveneens in het verhaal verwerkt. Arghavan krijgt in een land dat voor haar in feite nog steeds als vreemd aanvoelt, met deze kwesties te maken, en daar lijkt ze het nog weleens moeilijk mee te hebben, met name wanneer anderen een vooroordeel hebben.

Hoewel de roman geen bijzonder hoog tempo heeft, merk je dit eigenlijk niet. Daarvoor leef je te veel met Arghavan mee en ben je te nieuwsgierig naar de ontwikkelingen in haar bestaan, dat zowel mooie als minder mooie momenten heeft. Uiteindelijk lijkt ze alle moeilijkheden te overwinnen en beseft ze, mede dankzij de steun van haar vrienden Anne en Johan, dat haar leven verdergaat. Dit alles maakt van De hemel is altijd paars een debuut om niet snel te vergeten.   

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sholeh Rezazadeh
Titel: De hemel is altijd paars
ISBN: 9789026346125
Pagina’s: 182

Eerste uitgave: 2021

Perfecte misdaad – Helen Fields

Flaptekst
Stephen Berry staat op het punt van een brug af te springen; op het laatste moment weet een psycholoog hem ervan te weerhouden. Een week later wordt Stephen dood aangetroffen onderaan een klif. Inspecteur Luc Callanach en hoofdinspecteur Ava Turner onderzoeken of hij zelf sprong, of dat hij over de rand is geduwd…

Als ze dieper graven, ontdekken ze meer zaken waar een luchtje aan zit – een vrouw die dood in bad werd aangetroffen, een man die door elektrocutie om het leven is gekomen. Het lijkt of iemand deze sterfgevallen zorgvuldig heeft uitgedacht. Callanach en Turner hebben geen idee hoe dicht ze zich bevinden bij de moordenaar, die met elke moord overmoediger wordt…

Recensie
Helen Fields is vooral bekend geworden door haar in 2017 gestarte serie met de inspecteurs Ava Turner en Luc Callanach. Inmiddels zijn er wereldwijd al meer dan een miljoen exemplaren van haar thrillers verkocht en ze worden vertaald in ruim vijftien talen. Hoewel ze er zelf nooit gewoond heeft, spelen haar boeken zich in Edinburgh, Schotland af. Het vijfde deel van de reeks, Perfecte misdaad, werd in 2022 in een Nederlandse vertaling uitgebracht en daarin krijgt het duo opnieuw met een aantal complexe zaken te maken.

In dit geval is het de dood van een man die een week eerder dreigde van een brug af te springen en daar op het laatste moment, door tussenkomst van een psycholoog, van afzag. Voor Turner en Callanach is het nu de vraag of hij zichzelf toch om het leven heeft gebracht of dat hij vermoord is. Als zich andere verdachte sterfgevallen voordoen, vermoeden ze een onderling verband. Daarnaast krijgen ze ook te maken met de dood van een man in een verpleeghuis en voor Callanach betekent dit dat hij er persoonlijk bij betrokken raakt.

Meteen in het eerste hoofdstuk wordt de lezer geconfronteerd met de zelfmoordpoging op de brug en het gevoel dat de wanhopige man heeft, wordt goed overgebracht. Zijn twijfel en wellicht ook het kleine beetje angst om daadwerkelijk te springen kun je je enigszins voorstellen. In feite zijn dit tevens de thema’s waar het in dit verhaal om draait, want de overige slachtoffers hebben eveneens een poging ondernomen om zichzelf van het leven te beroven en zijn daarop teruggekomen. Deze verhaallijn slokt het grootste deel van de plot op, maar de andere, die gedeeltelijk betrekking heeft op de persoonlijke omstandigheden van Callanach, is niet minder interessant, vooral omdat hij daardoor geconfronteerd wordt met een ervaring die hij liever was vergeten.

Hoewel het achterhalen van de oorzaak van de vele sterfgevallen in betrekkelijk korte tijd – het verhaal speelt zich in tijdsbestek van iets meer dan een maand af – uiteraard de meeste aandacht krijgt, heeft Fields ook deze keer voldoende ruimte gemaakt voor de vriendschappelijke verstandhouding tussen Ava en Luc. Hierin doen zich een aantal ontwikkelingen voor waardoor hun relatie danig onder druk komt te staan. Vanzelfsprekend vergeet de auteur niet om de ontwikkeling van de overige terugkerende personages te continueren, met dien verstande dat ze wel iets minder in de schijnwerpers staan dan beide protagonisten. Desalniettemin is hun inbreng onmisbaar en zorgt dit voor de broodnodige variatie.

Omdat de gebeurtenissen zich behoorlijk snel opvolgen en er over de hele linie vrij veel gebeurt, zit het tempo er goed in en het gaat zelfs zover dat er in de ontknoping nog enkele tandjes worden bijgezet. Zoals de Fields-lezer gewend is, schuwt de auteur opnieuw de gedetailleerde en soms gruwelijke details niet. Het is echter niet zo dat je de desbetreffende scènes het liefst overslaat, ondanks dat ze natuurlijk afschuwelijk zijn. Minstens zo verbijsterend is het gedrag van de moordenaar, die op zich een normaal functionerend persoon lijkt, maar een dermate zeldzame psychische stoornis blijkt te hebben waardoor zijn gedrag en doen en laten in grote mate worden bepaald.

Dit vijfde deel van de Perfect-serie heeft wederom een ruime hoeveelheid spanning, maar in tegenstelling tot de voorgaande vier boeken ook wel enkele voorspelbaarheden. Het is namelijk al vrij snel duidelijk in welke hoek de moordenaar gezocht moet worden, maar ook, ondanks enkele verdachtmakingen, zelfs wie het is. Toch heeft dit geen invloed op de voortgang van het verhaal, want die is en blijft intrigerend. Fields heeft derhalve met Perfecte misdaad – aan het eind heeft het er alle schijn van dat het onderwerp voor het volgende deel bekend is – opnieuw een prima thriller afgeleverd.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Helen Fields
Titel: Perfecte misdaad

ISBN: 9789026357039
Pagina’s: 422

Eerste uitgave: 2022

Het luizenpaleis – Elif Shafak

Flaptekst
De ooit zo statige residentie, die de Russische emigrant Pavel Antipov in Istanbul voor zijn vrouw liet bouwen, is tragisch in verval geraakt en biedt nu onderdak aan tien families en – naast een groot aantal beestjes – een luizenplaag. Tot de bewoners behoren onder meer de mooie Ultramarijne Minnares met haar persoonlijke geheim en een kapperstweeling. Maar in het gebouw huist ook tante Madame, die het oude Turkije belichaamt, dat zijn historie koestert maar botst met het nieuwe.

Recensie
De in Frankrijk geboren auteur Elif Shafak is de best verkopende vrouwelijke schrijfster van Turkije. Dit blijkt uit het feit dat haar boeken in vijfenvijftig talen zijn vertaald. Een opvallend gegeven in haar romans is dat Istanbul, een stad waarvan ze zegt dat hij niet vriendelijk is, daarin vaak centraal staat. Zo ook in het in 2006 verschenen Het luizenpaleis, dat haar tweede in het Nederlands vertaalde werk is. Voor dit boek heeft ze zich laten inspireren door de – kosmopolitische – straat waar ze lang geleden gewoond heeft.

Halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw liet de Russische emigrant Pavel Antopov een indrukwekkende villa bouwen, in de hoop dat ze er haar geluk terug zou vinden. Nu, tientallen jaren later, verkeert het gebouw in vervallen staat, maar biedt nog wel onderdak aan tien huishoudens. Het stinkt er echter enorm en het ongedierte kan er ongestoord hun gang gaan. De bewoners van het pand zijn van divers pluimage, hebben hun eigen eigenaardigheden, maar hebben eveneens hun eigen verhaal.

Lezen, of misschien zelfs wel het een en ander te weten komen over het doen en laten van een uiteenlopende groep mensen kan interessant zijn. Met name omdat ieder van hen haar of zijn eigen verhaal heeft, of iets heeft meegemaakt of doet wat voor een ander niet geldt. Voor een groot deel gaat dit ook op voor de bewoners van Het Zuurtjespaleis, de villa in een niet (meer) vooraanstaande wijk van Istanbul. Stuk voor stuk zijn ze bijzonder en zonder meer kleurrijk en markant, hetgeen over het algemeen goed tot uiting komt. Desondanks is lang niet alles wat sommigen te vertellen hebben interessant en daarom bevat de roman een ruime hoeveelheid fragmenten waar amper door te komen is. Die gedeelten zijn ronduit saai, niet te doorgronden en oervervelend. Gelukkig vergoeden de boeiende verhalen, die overigens de overhand hebben, wel heel veel.

De vertelling – de gebeurtenissen en belevenissen worden door één persoon, waarvan later helder wordt wie dit is – begint uitermate stroef en vaag en de lezer heeft dan werkelijk geen idee waartoe een en ander moet leiden. Na geruime tijd komt hier verandering in en ontstaat er een structuur die zo goed als de rest van het boek gehandhaafd blijft. Vanaf dat moment maak je kennis met de Zuurtjespaleisbewoners, die afwisselend van elkaar hun zegje mogen doen. Zo krijg je onder andere te maken met een kapperstweeling die ogenschijnlijk behoorlijk van elkaar verschilt, een vrouw met enorme smetvrees en een student die nogal verzot is op allerlei geestverruimende middelen. Vanzelfsprekend staat daarbij hun residentie centraal, maar Istanbul, de stad waarin ze wonen, heeft eveneens een niet onaanzienlijke rol.

Een van de factoren waardoor dit verhaal erg lastig te bevatten is en vaak moeizaam leest, is de bij vlagen gecompliceerde en op het oog wisselvallige schrijfstijl van Shafak. Flinke lappen tekst waar geen touw aan vast te knopen valt, worden afgewisseld met interessante lotgevallen van de diverse personages, hoewel met name de verteller niet voortdurend iets zinnigs te zeggen heeft. Wat hij zegt zijn soms filosofische overpeinzingen die gezien zijn achtergrond begrijpelijk zijn, maar niet aansprekend. De auteur springt daarnaast regelmatig van de hak op de tak. Als het bijvoorbeeld over onderwerp a gaat, springt ze zonder haperen over naar onderwerp b, vervolgens naar c en af en toe zelfs naar d. Op die momenten komt alles over als een onsamenhangend geheel.

Dankzij de buitengewone wederwaardigheden van de meeste villabewoners – deze zijn toch in de meerderheid – behaalt Het luizenpaleis een krappe voldoende, wat niet wegneemt dat het lezen ervan een onderneming is die tamelijk veel van de lezer vergt.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Elif Shafak
Titel: Het luizenpaleis

ISBN: 9789044507027
Pagina’s: 476

Eerste uitgave: 2006

Contract – Lars Kepler

Flaptekst
Op een zomernacht wordt op een verlaten plezierjacht dat ronddobbert in de Stockholm-archipel het lichaam van een vrouw gevonden. Ze lijkt verdronken te zijn, maar haar longen zijn gevuld met brak water dat niet afkomstig blijkt te zijn van de archipel.
De volgende dag wordt er een man gevonden in zijn appartement in Stockholm. Hij hangt aan een plafondhaak, in een verder lege kamer. Inspecteur Joona Linna is ervan overtuigd dat de man zelfmoord heeft gepleegd. Hij krijgt gelijk, maar daarmee is de zaak niet gesloten. De twee doden vormen de opmaat tot een reeks duizelingwekkende en gevaarlijke gebeurtenissen die Joona Linna meesleuren in een nietsontziende jacht op de moordenaar.

Recensie
Het echtpaar Alexandra Coelho Ahndoril en Alexander Ahndoril had al een aantal boeken geschreven voordat ze, geïnspireerd door Stieg Larsson, overstapten naar het thrillergenre. Ze besloten dit niet onder hun eigen naam te doen, maar gebruikten daarvoor het pseudoniem Lars Kepler. Met Hypnose (2010), het eerste deel van een serie met commissaris Joona Linna, was meteen na verschijnen erg succesvol en stond maar liefst vijfenzeventig weken in de Bestseller 60. Een jaar later werd de opvolger Contract (2011) uitgebracht en was eveneens goed voor hoge verkoopcijfers.

Deze keer krijgt Joona Linna te maken met het onderzoek naar de dood van een jonge vrouw, wier lichaam op een verlaten plezierjacht gevonden is. Een dag later vindt de politie een dode man en Linna trekt al snel de conclusie dat hij zichzelf om het leven heeft gebracht. Hij komt er eveneens achter dat beide zaken een verband met elkaar hebben, maar de exacte toedracht van beide sterfgevallen is vooralsnog onduidelijk. Samen met Saga Bauer van de Zweedse veiligheidsdienst doet hij verder onderzoek en komt erachter dat er veel meer speelt dan op het eerste gezicht lijkt.

In zowel de proloog als de eerste hoofdstukken wordt de lezer een klein beetje opgewarmd voor wat allemaal komen gaat. Hij wordt tijdens dit begin enigszins nieuwsgierig gemaakt en er heerst al een minimale spanning. Toch duurt het geruime tijd voordat de echt spannende momenten – zo nu en dan zijn er natuurlijk wel een paar – elkaar in rap tempo opvolgen en de lezer bij tijd en wijle naar adem doen happen. Ogenschijnlijk begint het verhaal rustig, maar er zijn echter meer dan voldoende ontwikkelingen om de vele gebeurtenissen met toenemende belangstelling te blijven volgen. Naarmate de plot vordert, gaat hij meer en meer intrigeren, wat mede komt door het thema dat de auteurs deze keer hebben gekozen.

Omdat veel scènes vanuit het perspectief van Joona Linna worden verteld, leer je hem behoorlijk goed kennen en kun je niet anders dan sympathie voor hem opbrengen. Desondanks zijn er nog wel diverse onduidelijkheden rond zijn persoon, maar die zullen in de rest van de serie ongetwijfeld worden opgehelderd. Van de meeste andere personages, waarvan sommigen nogal markant zijn, wordt eveneens ruim voldoende verteld om een gedegen beeld van hen te krijgen. Soms refereren de auteurs naar een paar feiten uit het voorgaande deel, maar Contract kan uitstekend als afzonderlijk boek gelezen worden, want het verhaal staat immers op zichzelf.

Aanvankelijk heeft de plot een tamelijk rustig verloop, maar het tempo neemt gaandeweg steeds meer toe en soms lijkt het erop dat de lezer zich in een achtbaan van voorvallen bevindt, met name in de ontknoping waarin het gevaar zich in elke hoek lijkt te verschuilen. De schrijfstijl van Kepler is vlot, prettig en zeer toegankelijk. Soms lijkt de overgang naar een andere situatie te drastisch – je vraagt je dan in eerste instantie af wat er aan de hand is – maar de auteurs komen hier altijd op terug, de ene keer meteen, de andere keer iets later. In ieder geval laten ze nergens onduidelijkheid over bestaan. Dat blijkt ook wel aan het eind, wanneer aan de belangrijkste personages individueel aandacht wordt besteed zodat over hen geen enkele verwarring kan ontstaan.

Met Contract heeft het schrijversechtpaar opnieuw een spannende thriller geschreven en maken ze de lezer in de absolute slotfase alweer nieuwsgierig naar het vervolgdeel, want een grote cliffhanger laat zien dat ze nog lang niet alles over Joona Linna hebben verteld.     

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Lars Kepler
Titel: Contract
ISBN: 9789023486923
Pagina’s: 520

Eerste uitgave: 2011

En toen waren er nog maar… – Agatha Christie

Flaptekst
In een afgelegen huis op een eiland zijn tien mensen uitgenodigd door een mysterieuze gastheer die zelf niet verschijnt. Ze zijn volkomen van de bewoonde wereld afgesloten en aangewezen op elkaars gezelschap. De avond begint aangenaam, maar gaandeweg blijkt dat de gasten worden achtervolgd door schaduwen uit het verleden. En dan wordt een van hen vermoord… En nog een. De angst slaat toe en het leven van de achterblijvers wordt een hel.

Recensie
De Britse schrijfster Agatha Christie is een van de meest succesvolle auteurs van de wereld en heeft daarom in feite geen introductie nodig. Haar werk is vertaald in sowieso honderdacht talen en er zijn niet veel, misschien zelfs niemand, die haar dit heeft nagedaan. Een van haar misdaadromans is het oorspronkelijk in 1939 verschenen Tien kleine negertjes, dat in 2004 onder de aangepaste titel En toen waren er nog maar… werd uitgebracht.

Hierin krijgen tien op het oog willekeurige personen een uitnodiging voor een verblijf op een klein eiland voor de kust van Devon, een graafschap in het Zuidwesten van Engeland. Hun gastheer, de mysterieuze N.I. Manth, geeft aan door omstandigheden niet zelf aanwezig te kunnen zijn. Al snel blijkt dat het gezelschap op zichzelf is aangewezen en communicatie met de buitenwereld niet tot de mogelijkheden behoort. Eveneens wordt duidelijk dat ieder van hen een verleden heeft dat hen in een kwaad daglicht stelt. Als er ook nog eens enkele doden vallen, gaat de rest elkaar wantrouwen en wordt de sfeer steeds grimmiger.

Deze sfeer, zowel die van het onherbergzame en rotsachtige eiland als die tussen de personages, komt erg goed over en onder andere daardoor straalt het verhaal al iets onheilspellends uit. Aanvankelijk lijkt er nog helemaal niets aan de hand te zijn, maar als vlak na een onverwachte en intrigerende boodschap een van de genodigden plotseling dood neervalt en het weer zienderogen verslechtert, slaat de stemming om van aangenaam en gemoedelijk naar achterdochtig en onplezierig. Vervolgens vinden nog allerlei gebeurtenissen plaats die ervoor zorgen dat de stemming er niet beter op wordt. Christie zet dit alles bijzonder treffend neer en brengt het gevoel dat bij de personages heerst enigszins over op de lezer.

Het verhaal en de diverse voorvallen worden verteld vanuit de elkaar afwisselde perspectieven van de eilandgasten. Hierdoor krijgt de lezer een goed beeld van de omstandigheden, maar vooral hoe ze door de ogen van elk afzonderlijk personage worden gezien. Daarnaast kom je – heel globaal – over hen te weten hoe ze in elkaar steken, overigens wel zonder dat de auteur erg veel op hun persoonlijkheid ingaat. Hier is trouwens geen enkele reden voor, want wat over hen bekend wordt gemaakt, is voldoende voor deze misdaadroman, waarin het in de eerste plaats om het mysterie gaat. Een opzet als deze is Christie op het lijf geschreven, want door de raadselachtige aangelegenheden en de rol die een Amerikaans kinderliedje uit 1868 daarbij heeft, puzzelt en speurt de lezer mee om te achterhalen wat er precies aan de hand is.

De schrijfstijl van de auteur is erg toegankelijk en prettig (mogelijk dat die in de loop der jaren aan de tijd is aangepast), waardoor het boek vlot leest, maar toch kun je wel merken dat het lang geleden bedacht en geschreven is. Op enkele uitzonderingen na (zoals het kinderliedje en de oorspronkelijke titel) komt het detectiveverhaal echter niet gedateerd over. De vele ontwikkelingen en plotwendingen houden de lezer bij het verhaal betrokken en naarmate de plot vordert, gaan ze steeds meer intrigeren. Hoewel de spanning niet om te snijden is, zijn er wel degelijk verschillende momenten die voor wat opwinding zorgen.

In het laatste hoofdstuk, waarin Scotland Yard zijn visie op de gebeurtenissen geeft, komen diverse scenario’s voorbij van hoe alles gegaan kan zijn. Dit is zonder meer een interessante afsluiting, vooral omdat de politiedienst vragen blijft houden. Maar Agatha Christie zou Agatha Christie niet zijn als ze niet alsnog een verrassende afsluiting in petto heeft, want uit dit absolute en niet te voorziene eind blijkt hoe de vork exact in de steel zit. En toen waren er nog maar… is een goede en ragfijne whodunit waarin de lezer probeert de puzzelstukjes op hun juiste plek te leggen, maar daarin wordt gehinderd omdat hij regelmatig op het verkeerde been wordt gezet.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Agatha Christie
Titel: En toen waren er nog maar…

ISBN: 9789024516476
Pagina’s: 188

Eerste uitgave: 1939

Afslag 23 – Özcan Akyol

Flaptekst
Eus is een jongen die opgroeit aan de zelfkant van de maatschappij en zijn uiterste best doet om door schade en schande iets van zijn leven te maken.

Wonderlijk genoeg heeft hij de perfecte vriendin, vindt hij al snel een baan als vertegenwoordiger en reist hij in die hoedanigheid kriskras door Nederland.

Terwijl zijn leven op papier de betere kant op gaat, voelt Eus zich na elke nieuwe ervaring kleiner worden. In alle spiegels die hem worden voorgehouden, ziet hij iemand anders, met wie hij zich moeilijk kan vereenzelvigen. Vooral in de buurt van zijn jeugdvrienden, twee paradijsvogels, vraagt hij zich af wat er eigenlijk van hem is overgebleven.

Eus scalpeert de hypocrisie van de middenklasse en ontdekt algauw dat hij iedereen moreel kan verslaan, met uitzondering van één iemand: zichzelf. Dat leidt tot een terugval in oude gewoontes, die niet per se door iedereen worden gewaardeerd.

Recensie
De veelzijdigheid van Özcan Akyol is in bepaald opzicht ongekend te noemen, want behalve auteur is hij eveneens columnist, televisiepresentator, radio- en podcastmaker en heeft hij een eigen theaterprogramma. Als schrijver debuteerde hij in 2011 met een kort verhaal in een bundel waarin auteurs vertellen wat de aanslagen van 11 september 2001 op hun leven heeft betekend. Hij heeft tevens diverse romans op zijn naam staan, waarvan Afslag 23 (2023) er een van is. Net als in zijn andere boeken heeft hij hierin persoonlijke elementen in verwerkt.

Net als in Eus (2012) en Toerist/Turis (2016) is Eus, een jongen die in een sociale onderklasse is opgegroeid, de protagonist. Hij probeert uit alle macht iets van zijn bestaan te maken, want hij wil voorgoed in het milieu dat hij zo goed kent blijven hangen. Hij vindt werk waarbij hij mobiel is, heeft een vriendin waar hij gek op is, maar heeft nog wel vrienden die hij al vele jaren kent. Om te veranderen moet hij vooral een strijd met zichzelf leveren en omdat hij daar nog weleens moeite mee heeft, keren oude gewoontes terug.

Het verhaal begint met een korte proloog die zich in augustus 2012 afspeelt en waarin een dan nog onbekend personage – al snel blijkt dat dit om de twintiger Eus gaat – zijn verhaal, dat zeven jaar eerder begint en vervolgens een chronologisch verloop heeft, doet. Dit begin zorgt ervoor dat de lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar wat hij te zeggen heeft, dus in feite wat er de reden van is dat hij in de omstandigheden verkeert waarin hij zich momenteel bevindt. Hierover wordt in het vervolg van de plot steeds meer onthuld, waardoor je een behoorlijk beeld van hem, maar eveneens van zijn vrienden en familie krijgt. Je krijgt echter ook de indruk dat hij een voorgeschiedenis heeft die niet in déze, maar wel in de voorgaande romans uitgebreider beschreven is. Toch is Afslag 23 geen vervolgdeel van een serie en derhalve prima afzonderlijk te lezen, temeer omdat Akyol over dat verleden een en ander laat doorschemeren.

Omdat Eus ontzettend veel te vertellen heeft – het heeft er veel van weg dat hij op een of andere manier schoon schip wil maken – is het tempo van het verhaal tamelijk hoog. Daarnaast gebeurt er meer dan voldoende zodat de lezer zich geen moment hoeft te vervelen. Het is zonder meer interessant om het reilen en zeilen van de jongeman te volgen (in zekere zin beleef je dit samen met hem) en omdat hij eigenlijk uitermate sympathiek overkomt, hoop je dat hij zijn doelstellingen en dromen kan vervullen. Je merkt echt dat hij dit wil, maar tevens dat hij hiervoor een strijd moet leveren. Hij worstelt overduidelijk met het milieu waaruit hij afkomstig is en zijn streven om een ‘hogere klasse’ te bereiken. In feite kun je zeggen dat hij min of meer symbool staat voor de vele anderen die hiermee te maken hebben.

Hoewel de roman vanzelfsprekend fictief is, is het – zeker voor de lezer die iets over de auteur zelf weet – zonneklaar dat Akyol er diverse aspecten uit zijn eigen leven in heeft verwerkt, maar dan wel in extremere vorm. Hij brengt tevens enkele maatschappelijke thema’s naar voren, waaronder het hebben van vooroordelen ten opzichte van migranten, de opvatting ‘eens een dief, altijd een dief’ en cultuurverschillen. Het ene onderwerp is zichtbaarder dan het andere, maar ze kunnen absoluut worden herkend. Doordat dit allemaal voorbijkomt, is het boek hoe dan ook meer dan alleen maar wat ongecompliceerd leesvermaak.

Dankzij de luchtige en eigentijdse schrijfstijl, die bij tijd en wijle humoristische en cynische inslag heeft, is Afslag 23 volstrekt geen zware roman geworden. Akyol legt echter wel enkele problemen bloot waar jongeren als Eus tegenaan lopen. Heel diep gaat hij hier niet op in, maar voldoende om ze onder de aandacht te brengen. En dat heeft hij naar behoren gedaan.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Özcan Akyol
Titel: Afslag 23

ISBN: 9789044627589
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2023