Auteursarchief: leeskees

Daar waar de rivierkreeften zingen – Delia Owens


Beschrijving
Kya Clark is in haar eentje opgegroeid in het moeras van Barkley Cove in North Carolina, afgesloten van de bewoonde wereld. Om zichzelf te onderhouden ruilt ze vis, en groenten uit haar moestuin voor andere levensmiddelen. Ze voelt zich er thuis, beschouwt de natuur als haar leerschool. Maar als ze in aanraking komt met twee jongemannen uit de stad ontdekt ze dat er ook een andere wereld is. Wanneer een van hen dood wordt gevonden, valt de verdenking onmiddellijk op Kya.

Recensie
Terwijl Delia Owens nog opgroeide, gaf haar moeder haar het advies om later de wildernis in te trekken. Dit nam ze ter harte en na haar studie biologie vertrok ze naar Afrika, waar ze tientallen jaren tussen de wilde dieren, maar ook in afzondering leefde. Dit inspireerde haar om een roman te schrijven waarin isolement, vooral dat van een vrouw, een belangrijke factor is. Dat werd Het moerasmeisje, dat in oktober 2018 is verschenen en begin 2020 opnieuw werd uitgegeven onder de titel Daar waar de rivierkreeften zingen.

Kya Clark is nog maar zes jaar oud als haar moeder, broers en zussen uit haar leven verdwijnen. Ze blijft achter met haar agressieve en aan alcohol verslaafde vader. Dan komt hij op een dag ook niet meer terug en is Kya op zichzelf aangewezen. Ze woont in een vervallen hutje in het moeras en weet zich goed in leven te houden. Later ontmoet ze twee wat oudere jongens en een van hen wordt een paar jaar later dood aangetroffen. Kya is de eerste en eigenlijk enige verdachte, maar komt dat niet vooral omdat mensen een vooroordeel over haar hebben?

Dat Owens een achtergrond als biologe heeft, is al vanaf het prille begin van het verhaal te merken. Zorgvuldige en gedetailleerde beschrijvingen van natuur en dier. Ze doet dit echter zeer gedoseerd, want nergens krijgt de lezer het gevoel dat er een overdaad aan informatie is. Het geeft vooral weer hoe Kya haar leven in het moeras beleeft, samen met de dieren en planten. Door de manier waarop de auteur dit geschreven heeft, is het beeldend, bijna filmisch. Alsof je je als lezer zelf ook in het moeras bevindt en, net als Kya, één bent met de natuur en de omgeving. Ook is het niet moeilijk om je de gevoelens van het moerasmeisje, zoals Kya wordt genoemd, voor te stellen.

Naast het verhaal van Kya, dat in 1952 begint, heeft Daar waar de rivierkreeften zingen, ook nog een andere verhaallijn. Deze laatste speelt zich vooral in 1969 af en vangt aan met de vondst van het ontzielde lichaam van de jonge dorpsbewoner Chase Andrews en vervolgens het onderzoek naar zijn dood. Het grootste deel van het verhaal is echter weggelegd voor Kya, want de lezer maakt mee hoe zij van een jong zesjarig meisje uitgroeit tot vrouw. Beide verhaallijnen zijn interessant en boeiend, maar wel op hun eigen manier. Dat van Kya is vooral een prachtige roman, dat van het onderzoek en wat daaruit voortvloeit, heeft veel weg van een thriller. Het is daarom ook niet zo heel erg vreemd dat het verhaal ook zijn spannende momenten heeft.

In een erg fijne, soms mooie en zonder meer toegankelijke schrijfstijl neemt de auteur de lezer mee naar verschillende decennia en is heel goed te merken dat er gedurende die tientallen jaren niet veel is veranderd in het fictieve en conservatieve stadje Barkley Cove. De rassenscheiding bestaat er nog steeds en iemand die zich anders gedraagt dan gebruikelijk wordt geacht, wordt al snel als vreemd en zonderling beschouwd. Dat Kya er in de ontknoping genadig vanaf komt, kan in dat licht bezien enigszins verrassend worden genoemd. Toch heeft diezelfde ontknoping nog een andere verrassing in petto, die doet zich voor in het laatste hoofdstuk en daardoor vallen alle puzzelstukjes op zijn plaats en blijft de lezer niet met één of meer onbeantwoorde vragen achter.

Het soms aandoenlijke Daar waar de rivierkreeften zingen is meer dan een erg goed geschreven roman. Het heeft spanning, het geeft de lezer regelmatig een goed gevoel en het toont bovendien de schoonheid van de natuur. Hoewel het voor Owens lastig zal zijn haar overweldigende debuut te overtreffen, heeft ze wel bereikt dat de lezer Kya in zijn hart sluit.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Delia Owens
Titel: Daar waar de rivierkreeften zingen

ISBN: 9789044358902
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2020

Alexanders erfenis, de sterkste wint – Robert Fabbri


Beschrijving
Babylon, 323 v. Chr.: Alexander de Grote ligt op sterven en laat het grootste en angstaanjagendste rijk achter dat de wereld ooit heeft gezien. Terwijl hij zijn laatste adem uitblaast in een kamer met zeven lijfwachten, weigert Alexander een opvolger te benoemen. Maar wie gaat de touwtjes dan in handen nemen, als er geen natuurlijke opvolger is?

Zodra het nieuws over de onverwachte dood van de koning ook de meest afgelegen uithoeken van het rijk heeft bereikt, heerst er vooral ongeloof. Maar al snel begint de gewetenloze strijd om de troon. In een web van intriges, complotten en samenzweringen wisselen de bondgenootschappen elkaar af. Wie komt er als winnaar uit de strijd? Iedereen blijkt zijn eigen agenda te hebben…

Recensie
Al zijn hele leven lang heeft Robert Fabbri een passie voor de klassieke oudheid, maar het Romeinse keizerrijk heeft zijn absolute voorkeur. Na vijfentwintigjarige als regieassistent in de film- en televisiewereld te hebben gewerkt, besloot hij het over een andere boeg te gooien en startte hij in 2008 een carrière als auteur. Hij begon aan een negendelige serie over de Romeinse keizer Vespasianus, waarvan eind 2012 het eerste deel verscheen: Tribuun van Rome. Het begin 2020 uitgekomen Alexanders erfenis, de sterkste wint, is het eerste deel van een nieuwe reeks, waarin de nalatenschap van Alexander de Grote het thema is.

Het is 323 voor Christus wanneer Alexander de Grote op sterven ligt. In zijn laatste uren wordt hij bijgestaan door zijn zeven lijfwachten. Ieder van hen wil Alexanders opvolger worden, maar de koning van Macedonië wijst tot hun ongenoegen echter niemand aan. Na diens overlijden ontstaat er al snel een enorme machtsstrijd. Door middel van verraad, bondgenootschappen, politieke spelletjes en uithuwelijking probeert ieder van hen de felbegeerde troon te bemachtigen. Zij zijn echter niet de enigen die hierop uit zijn. Want ook andere bloedverwanten mengen zich in het conflict.

De oorzaak van de dood van Alexander de Grote is door mysterie omgeven en tevens een bron van talloze theorieën. Fabbri geeft hier geen uitsluitsel over, maar Alexanders overlijden heeft hem echter wel geïnspireerd om een tiendelige serie rond zijn nalatenschap te schrijven. De sterkste wint is het eerste deel en bij het schrijven daarvan is de auteur niet over één nacht ijs gegaan. Het is van meet af aan te merken dat er een zorgvuldige en uitgebreide research aan vooraf is gegaan. Ook Fabbri’s enorme feitenkennis over die periode uit de geschiedenis draagt bij aan een goed onderbouwd verhaal dat bijzonder geloofwaardig overkomt. Dat de meeste personen die erin voorkomen werkelijk bestaan hebben, is daarbij eveneens van groot belang.

Het enorme aantal personages zorgt echter ook voor veel onduidelijkheid. Ondanks dat de auteur achter in het boek een namenlijst heeft opgenomen (er is tevens een inlegvel bijgevoegd), duurt het toch vrij lang tot de lezer doorheeft wie nu wie is, maar ook wat zijn of haar rol in het verhaal is. Deze te uitgebreide gewenningsfase, maar ook de lastige geografische benamingen, zorgen er aanvankelijk voor dat het verhaal niet zo toegankelijk is. Als de lezer dit stadium gepasseerd is, treedt er een kentering op. Het verhaal wordt een stuk interessanter, het tempo gaat aanzienlijk omhoog en er ontstaat zo nu en dan een spanningsveld waardoor het steeds boeiender wordt.

Een erg sterk punt van Fabbri is zijn schrijfstijl, die is beeldend, zelfs op het filmische af. Zo kan de lezer zich er bijvoorbeeld een prima voorstelling van maken dat een aanzienlijke kudde olifanten met toenemende snelheid een groep van honderden gevangen verplettert. Wat daarna van de arme stakkers overblijft, is niet veel meer dan een bloederige massa. Dergelijke gedetailleerde beschrijvingen worden Fabbri nog wel eens verweten, maar, zo zegt de auteur zelf: ‘dat is nu eenmaal wat en hoe ik schrijf’. Situaties als deze zijn echter wel een realistische weergave van hoe het er in die periode aan toeging.

Politieke intriges en de daaraan gerelateerde machtsspelletjes zijn van alle tijden. Ze kwamen in het rijk van Alexander voor, maar ook tegenwoordig schuwen sommige leiders ze niet. Je zou dus kunnen zeggen dat er in al die duizenden jaren niets is veranderd, behalve dan de manier waarop. In De sterkste wint, dat prima is vertaald door Joost Zwart, komt die nietsontziende machtsstrijd goed tot uiting. Ondanks dat het wat stroef begint, wint het gedurende de plot alleen maar aan kracht. Daarmee is het een veelbelovend begin van de nieuwe reeks rond Alexanders erfenis.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Robert Fabbri
Titel: Alexanders erfenis, de sterkste wint

ISBN: 9789045216188
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2020

De meisjes zonder naam – Mikaela Bley


Beschrijving
Op een koude winterdag wordt de 17-jarige Linn afgezet bij de meisjeskostschool Täcktahammar in Sörmland. Na enkele stormachtige jaren hoopt ze hier weer wat grip op haar leven te krijgen. Maar algauw raakt ze verwikkeld in enkele conflicten met haar nieuwe schoolgenoten. Wanneer een van de leerlingen spoorloos verdwijnt, realiseert Linn zich dat ze zelf ook gevaar loopt.

Dan krijgt misdaadverslaggever Ellen Tamm van TV4 bericht dat het ongeïdentificeerde lichaam van een meisje is gevonden vlak bij het stadje Nyköping. De politie classificeert de zaak als moord. Nadat het lichaam van een tweede meisje is gevonden reist Ellen af naar de kostschool, op zoek naar antwoorden. Ze moet de waarheid achterhalen voordat er nog meer meisjes sterven.

Recensie
Al van jongs af aan heeft Mikaela Bley ervan gedroomd om te schrijven en verhalen te creëren. Ze had ze altijd al in haar hoofd, maar nooit op papier gezet. Een schrijfcursus die ze had gevolgd, was de aanzet om ermee te beginnen. Ze nam ontslag als inkoper bij het Zweedse tv-station TV4 en debuteerde in 2016 met Dochter vermist, het eerste deel van een serie met TV4-verslaggeefster Ellen Tamm. Vier jaar later verscheen De meisjes zonder naam, het vierde deel uit de reeks. Haar boeken worden inmiddels in verschillende landen uitgebracht.

De 17-jarige Linn Rosén is een succesvol blogster en influencer, maar onder andere met school wil het niet zo lukken. Haar moeder stuurt haar naar het meisjesinternaat Täcktaholm, waar ze haar opleiding af moet maken. Wrijving met de meeste andere meisjes geven haar een slecht gevoel en nadat een van haar klasgenoten in rook lijkt te zijn opgegaan, beseft ze dat ze gevaar loopt. Ellen Tamm ontvangt een tip dat het lichaam van een meisje gevonden is. Ze is vermoord. Als niet veel later opnieuw een meisjeslichaam gevonden wordt, wil Ellen nog maar één ding, de waarheid achterhalen en nieuwe slachtoffers voorkomen.

Een veelgebruikte uitdrukking bij een teamsport is ‘Never change a winning team.’. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat je niet moet afwijken van een formule waarmee je succes hebt. Daarom hanteert Bley in De meisjes zonder naam hetzelfde concept als in de drie voorgaande delen: een onderverdeling in opeenvolgende dagen en een verhaal dat verteld wordt vanuit wisselende perspectieven. Het effect daarvan is dat het zich in een redelijk tempo afspeelt, niet uitzonderlijk hoog, maar ook niet tergend langzaam. Dat het zowel vanuit het gezichtspunt van Linn als Ellen wordt verteld, zorgt ervoor dat de lezer wil weten hoe het ieder van hen vergaat, het maakt enigszins nieuwsgierig.

Dat Ellen een oude bekende is, hoeft in principe geen beletsel te zijn om dit vierde deel afzonderlijk van de eerdere drie te lezen. Het verhaal is op zichzelf staand en de enige reden om de serie op volgorde te lezen, is om de ontwikkeling van de terugkerende personages vanaf het begin te willen volgen. Ook de persoonlijke omstandigheden van Ellen kunnen een argument zijn om toch bij het eerste deel te starten. Maar noodzakelijk is dit niet, want gedurende de plot krijgt de lezer voldoende informatie om haar, maar ook haar voorgeschiedenis, te kunnen doorgronden. De uitwerking van haar personage, maar ook dat van Linn, is ruim voldoende.

Het verhaal zit psychologisch behoorlijk in elkaar en daardoor ontstaat er vooral in het begin een heel beperkte spanningsboog. De verstandhouding tussen de meisjes onderling is voelbaar, tussen enkele van hen lijkt sprake te zijn van een bepaalde mate van rivaliteit. Het lukt de auteur echter niet om hier een vervolg aan te geven. Ondanks dat er meer dan genoeg gebeurt, blijft het spanningsveld klein en zijn er veel te weinig verrassende ontwikkelingen. Halverwege het verhaal krijgt de lezer een vermoeden wat er op het internaat aan de hand is, wie de moorden heeft gepleegd en wat er uiteindelijk gaat gebeuren. De ontknoping bevestigt deze voorspelbare en niet verrassende hypothese.

In Zweden wordt Bley de nieuwe thrillerkoningin genoemd. Dat ze kan schrijven heeft ze wel bewezen en dat laat ze in De meisjes zonder naam, dat vertaald is door Tineke Jorissen-Wedzinga en Sophie Kuiper, opnieuw zien. Maar dat ze in haar eigen land na het schrijven van een paar thrillers al tot vorstin benoemd is, is schromelijk overdreven. Daarvoor zal ze zich toch nog wat meer moeten ontwikkelen.

Waardering: 3/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Mikaela Bley
Titel: De meisjes zonder naam

ISBN: 9789400511316
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2020

Meisjes zoals wij – Cristina Alger


Beschrijving
FBI-agente Nell heeft nooit een goede relatie gehad met haar vader, rechercheur Martin Flynn. En ‘thuis’, Suffolk County, zal altijd doordrenkt blijven van herinneringen aan Nells moeder, Marisol, die op brute wijze werd vermoord toen Nell zeven jaar was. Wanneer haar vader tijdens een motorongeluk omkomt, keert Nell terug naar het huis waar ze is opgegroeid en raakt betrokken bij het onderzoek naar de moorden op twee jonge vrouwen. Hoe dieper Nell graaft, hoe waarschijnlijker het is dat haar vader er iets mee te maken had- en dat zijn vrienden bij de lokale politie zijn sporen wissen. En hoe zit het met de moord op haar moeder? Nell is de enige die nu de juiste antwoorden kan vinden.

Recensie
Toen Cristina Alger nog op de kleuterschool zat, vertelde ze haar moeder altijd verhalen terwijl ze in de badkuip zat. Daarom denkt ze dat dat het begin was van haar wens om schrijfster te worden. Na haar studie is ze echter advocaat geworden, maar als hobby begon ze toen ook met schrijven. Dat deed ze vooral tijdens de lange vluchten die ze voor haar werk moest maken. In 2012 debuteerde ze met haar roman De darlings van New York. Na dit succes besloot ze om fulltime auteur te worden. Begin maart 2020 verscheen haar jongste boek, de thriller Meisjes zoals wij.

Ondanks het weinige contact dat FBI-agente Nell Flynn met haar vader had, is ze wel aanwezig bij het verstrooien van zijn as. Haar vader Martin is niet veel eerder bij een verkeersongeluk om het leven gekomen. Hoewel ze verlof heeft, wordt ze door de lokale politie gevraagd om te assisteren bij het onderzoek naar de moord op twee jonge vrouwen. Nell komt erachter dat haar vader, die ook politieman was, met die moorden te maken had, maar ook dat de politie iets te verbergen heeft. Omdat ze niet meer weet wie ze wel en niet kan vertrouwen, is ze vooral op zichzelf aangewezen.

In de eerste paar hoofdstukken van Meisjes zoals wij gebeurt nog niet zo heel erg veel. Het is vooral een uitgebreide schets van de situatie en een introductie van de personages. Daarbij wordt vooral de nadruk gelegd op Nell, dus in dat begin komt de lezer al redelijk wat over haar te weten. Door middel Nell’s herinneringen neemt die kennis gedurende de plot overigens alleen maar toe. Aanvankelijk lijkt ze wel enigszins cliché, ze slaat een goedbedoeld advies in de wind en komt daarom wat eigenwijs over. Toch merk je al snel dat ze een boeiend en intrigerend personages is. Zo kent ze de gevestigde orde van de lokale politie al jaren, maar desondanks weerhoudt dat haar niet om hen aan te pakken. Ze toont karakter en zet door.

Op het moment dat het verhaal in een rustig tempo lijkt voort te kabbelen en je denkt dat dit nog wel even zo zal blijven duren, ontstaan de eerste vragen. We zijn dan ongeveer op een kwart. De nieuwsgierigheid van de lezer wordt dan op de proef gesteld, want pas veel later komt er een antwoord op die vragen. Dat betekent echter niet dat er tot die tijd niets gebeurt, want naarmate de plot vordert en de ontknoping steeds dichterbij komt, word je getrakteerd op een aantal onverwachte, en daardoor verrassende, ontwikkelingen. Omdat er tijdens het verloop van het verhaal mondjesmaat wat van de geheimen wordt prijsgegeven, wordt het steeds interessanter en heeft het een opbouw die aan kracht wint, maar waarbij het spanningsveld ook geleidelijk wat groter wordt.

De ontlading vindt, zoals in thrillers vaak wel gebruikelijk is, plaats in de ontknoping. Het tempo gaat dan fors omhoog, de spanning neemt zienderogen toe en een aantal niet te voorspellen wendingen maken de climax compleet. Na deze finale zijn de vragen die de lezer had stuk voor stuk beantwoord en is het verhaal in feite afgerond. Ook voor Nell kan nu het spreekwoordelijke hoofdstuk gesloten worden, ze heeft een aantal persoonlijke dingen verwerkt en kan daarmee verder gaan in haar eigen leven. Omdat ze daarbij ook een nieuwe start maakt, lijkt Alger de deur in de epiloog op een heel kleine kier te hebben gezet voor in ieder geval nog één boek waarin Nell voorkomt. Dat zou dan geen verkeerde beslissing zijn, want de FBI-agente is interessant en boeiend genoeg om uit te groeien tot een stabiel seriepersonage. Maar vooralsnog moet de lezer ervan uitgaan dat het alleen bij Meisjes zoals wij, overigens keurig vertaald door Gerda Baardman en Jan de Nijs, zal blijven.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Cristina Alger
Titel: Meisjes zoals wij

ISBN: 9789046825747
Pagina’s: 272

Eerste uitgave: 2020

De moed om te vergeven – Ndaba Mandela


Beschrijving
In De moed om te vergeven beschrijft Ndaba Mandela hoe het was om op te groeien bij, en te leren van, een van de grootste leiders die de wereld ooit heeft gekend – zijn grootvader, Nelson Mandela.

Ndaba werd in 1982 geboren in Soweto. Na een turbulente jeugd verhuist hij op twaalfjarige leeftijd naar het presidentiële paleis van de net verkozen Mandela. In dit inspirerende boek verweeft Ndaba op kleurrijke wijze de verhalen uit zijn jeugd met de raad en daad van Madiba, waarmee hij een nieuw beeld schetst van de man met wie zoveel mensen een unieke verbinding voelen.

Nelson Mandela’s vreedzame strijd tegen onderdrukking en voor sociale gerechtigheid heeft de wereld veranderd, en zijn nalatenschap heeft niets aan relevantie ingeboet. De moed om te vergeven bevat zijn lessen over onder meer veerkracht, vrede en hoop, en laat zien dat iedereen de kracht bezit om zichzelf en de wereld te veranderen.

Recensie
Op zijn zevende, het was 1989, ontmoette Ndaba Mandela zijn grootvader Nelson Mandela, die toen nog gevangen zat in de Victor Verster-gevangenis, voor de eerste keer. Vier later, Mandela was inmiddels vrij man, trok hij bij grootvader in en werd vervolgens door hem opgevoed. Hij is een van de oprichters van de Africa Rising Foundation en woordvoerder van UNAIDS, maar ook een van de grondleggers van de jaarlijkse Nelson Mandela Day. In 2018, vlak voor de 100ste geboortedag van zijn grootvader, verscheen zijn boek De moed om te vergeven.

De moed om te vergeven is vooral een beknopte biografie, waarin Ndaba Mandela over onder andere zijn relatie met zijn grootvader, vaak De Oude Man of Madiba genoemd, vertelt, maar ook hoe het was om bij hem op te groeien, over de vele gesprekken die hij met hem gevoerd heeft, maar ook dat hij het niet altijd met hem eens was en dat er, in feite net als in ieder ander gezin, zo nu en dan problemen waren. Hij geeft echter ook aan dat hij erg veel heeft geleerd van zijn grootvader, die hij toch als wijs en verstandig man beschouwde.

Het boek is niet alleen de levensbeschrijving van de auteur zelf, maar geeft ook, zij het bescheiden, wat inzicht in het persoonlijke leven van Nelson Mandela. Daarnaast, en dat geeft Ndaba ook aan in zijn dankwoord, zijn het bovenal herinneringen die hij zelf heeft meegemaakt, waarbij hij tevens gebruikgemaakt heeft van ‘hulpmiddelen’ als brieven, openbare stukken en filmpjes. Het geheel is gelardeerd met een paar anekdotes en enkele volksverhalen van de Xosha. De auteur merkt daarbij wel op dat het specifiek zijn eigen herinneringen betreft en dat anderen het wellicht anders zien.

Hoewel Ndaba ongetwijfeld niet alles verteld zal hebben, is hij toch heel open. Een aantal voorbeelden daarvan is dat hij er openlijk voor uitkomt dat hij in zijn tienerjaren niet al te hard gestudeerd heeft, dat hij later aardig wat drugs gebruikt heeft en dat hij zich ook wel aan het drinken van te veel alcohol heeft bezondigd. Veel probeerde hij voor zijn grootvader te verzwijgen, maar, zo bekent hij, dat kon hij niet. Daarover had hij dan wel weer een slecht gevoel en stelde hij zich vervolgens kwetsbaar op door veel dingen toch aan Madiba op te biechten. Zijn opa was soms boos, maar vaak vooral teleurgesteld. Maar zijn kleinzoon veroordelen om zijn gedrag, dat heeft hij nooit gedaan. De auteur wil daarmee aangeven dat het Nelson Mandela vooral ging om zijn kleinzoon een aantal levenslessen te leren. Zodat hij later een verstandig en wijs man zou worden.

Natuurlijk kan de auteur er niet aan ontkomen om ook de politieke situatie van Zuid-Afrika aan te halen, in feite is die inherent aan de omstandigheden waarin zijn grootvader heeft verkeerd, zowel voor, tijdens en na zijn gevangenschap. Zoals eigenlijk voor het hele boek geldt, heeft Ndaba daar geen hoogdravend of taai verhaal van gemaakt. De gehanteerde schrijfstijl is toegankelijk en vlot en daardoor leest het boek bijzonder aangenaam. In een van de laatste hoofdstukken wordt het enigszins aangrijpend, dat is wanneer hij vertelt dat zijn grootvader steeds fragieler wordt en uiteindelijk komt te overlijden. Ronduit interessant en leerzaam zijn de wetenswaardigheden over de tradities en rituelen van de Xosha, waar de Mandela’s immers van afstammen.

De belangrijkste reden dat Ndaba Mandela dit boek geschreven heeft, is omdat hij graag ziet dat jongeren niet alleen de rol die zijn grootvader gehad heeft begrijpen, maar ook zijn normen en waarden, vooral die in de strijd tegen de rassenongelijkheid. De moed om te vergeven is meer dan een biografie alleen, het is een eerbetoon aan Nelson Mandela, zijn wijsheid, zijn verstandige levenslessen en zijn gevoel voor rechtvaardigheid. En daarin is de auteur zonder meer geslaagd.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Ndaba Mandela
Titel: De moed om te vergeven

ISBN: 9789400509955
Pagina’s: 286

Eerste uitgave: 2018

Het nachtvuur – Michael Connelly


Beschrijving
Toen Harry Bosch net begon als rechercheur, nam John Jack Thompson hem onder zijn hoede en leerde hem alles wat hij moest weten over het vak. Zijn mentor was ervan overtuigd dat je maar op één manier een echt goede politieman kon zijn: door elke zaak persoonlijk op te nemen en met koppig doorzettingsvermogen aan te pakken. Als Thompson overlijdt, wordt Harry benaderd door zijn weduwe, die hem een oud dossier geeft. Het blijkt om een zaak te gaan die Thompson nooit heeft kunnen oplossen. Het dossier had hij op de dag van zijn pensioen tegen alle regels in mee naar huis genomen.

Om erachter te komen waarom deze zaak Thompson zo dwarszat, gaat Harry naar Renée Ballard en vraagt haar hem te helpen de cold case op te lossen. Terwijl ze eraan werken, rijst de alarmerende vraag of Harry’s geliefde mentor het -dossier heeft meegenomen om de zaak tijdens zijn pensioen op te lossen… of om juist te voorkomen dat die ooit opgelost zou worden.

Recensie
Al op jonge leeftijd wist Michael Connelly dat hij schrijver wilde worden. De keuze om journalistiek te gaan studeren was daarom een logische. Na zijn studie werkte hij als misdaadverslaggever voor diverse kranten, maar zijn droom bleef het schrijven van een thriller. Dat werd Tunnelrat, waarmee hij 1992 debuteerde en waarin tevens zijn bekendste personage Harry Bosch geïntroduceerd werd. Vervolgens publiceerde hij ieder jaar minstens één thriller en creëerde hij ook een aantal andere protagonisten. Twee van hen, Harry Bosch en Renée Ballard werken voor de tweede keer samen in zijn in februari 2020 verschenen thriller Het nachtvuur.

Oud-rechercheur Harry Bosch is al een paar jaar met pensioen, maar een week na het overlijden van zijn voormalige mentor John Jack Thompson krijgt hij van diens weduwe een dossier dat hij bij het verlaten van de dienst had meegenomen. Bosch neemt de stukken door en het blijkt om een oude, maar onopgeloste moord te gaan. Hij vraagt Renée Ballard, rechercheur bij de LAPD, hem te helpen de zaak op te lossen. Hoewel Ballard ook haar eigen zaken heeft waar ze zich mee bezig moet houden, stemt ze toe en hoe meer ze in de zaak duiken, wordt ook duidelijker waarom Thomspon het dossier in zijn bezit had.

Na hun eerdere en succesvolle samenwerking benadert Harry Bosch Renée Ballard opnieuw om hem te helpen een cold case op te lossen. Bosch is een oudgediende, die zijn sporen al ruimschoots heeft verdiend, terwijl Ballard, hoewel ze toch al een tijdje bij de LAPD werkt, nog een hele carrière voor zich heeft. Beiden zijn ze in eerdere thrillers van Connelly verschenen, dus kiest de auteur ervoor om ze kort te introduceren. Dit is voldoende om hen te kunnen plaatsen, dus is het niet per se noodzakelijk om alle voorgaande delen, en dat zijn er nogal wat, te gaan lezen. De enige reden om dat wel te doen, is om de ontwikkeling van deze sterke en aansprekende personages vanaf het begin te volgen. Het hoeft dus niet, want Het nachtvuur is een op zichzelf staand verhaal en heeft zo goed als geen verwijzingen naar voorgaande situaties, en waar dat wel het geval is, zorgt de auteur voor voldoende uitleg.

Omdat het verhaal afwisselend verteld wordt vanuit de perspectieven van Bosch en Ballard, krijgt de lezer een goede indruk hoe beide personages met hun eigen zaken omgaan. Ze doen dit vooral afzonderlijk van elkaar, maar wanneer nodig gebeurt dit ook in onderling overleg. Dat geeft een interessante kijk op hun manier van werken, maar ook op de politiezaken waarmee ze zich bezighouden. Naast de cold case heeft Ballard ook nog een aantal andere zaken op haar bordje, die lijken aanvankelijk niets met elkaar te maken te hebben, maar vloeien gedurende de plot geleidelijk en subtiel samen. Iedere verhaallijn is van begin af aan goed te volgen en verzandt nergens in onduidelijkheden of inconsistenties. Hieruit valt goed op te maken dat het vakmanschap van de auteur nog niets aan kwaliteit heeft ingeboet.

Het nachtvuur is geen verhaal waarin de spanning de overhand heeft. Dat streeft Connelly niet na en het verhaal heeft het ook niet nodig. Zonder dat de lezer op het spreekwoordelijke puntje van de stoel hoeft te zitten, is hij vanaf het eerste hoofdstuk betrokken bij de werkzaamheden van beide protagonisten en maakt hij in feite deel uit van datzelfde verhaal. Op momenten dat je denkt te weten hoe het in elkaar steekt, weet Connelly er toch weer een paar onverwachte wendingen aan te geven. De lezer in verwarring achterlatend, omdat hij dacht het bij het juiste eind te hebben.

Bosch en Ballard zijn afzonderlijk boeiende en sterke personages, maar als duo geldt dat evenzeer. In Het nachtvuur, vertaald door Ans van der Graaff en David Orthel, bewijzen ze dat andermaal. In de epiloog heeft Connelly de deur op een kier gezet, dus aan het partnerschap van beide speurders zal nog geen eind komen.

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Michael Connelly
Titel: Het nachtvuur

ISBN: 9789022589526
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2020

Nulpunt – Thomas Enger & Jørn Lier Horst


Beschrijving
Oslo, 2018. De bekende atlete Sonja Nordstrøm komt niet opdagen bij de boekpresentatie van haar omstreden autobiografie. Als celebrityblogger Emma Ramm later die dag naar Nordstrøms huis gaat, ziet ze dat de deur openstaat en treft ze binnen tekenen van een worsteling aan. Op de televisie zit een papiertje geplakt met daarop het cijfer 1.

Rechercheur Alexander Blix krijgt de leiding over de zaak-Nordstrøm. Er zijn verschillende aanwijzingen, maar de timing waarmee die verschijnen lijkt zorgvuldig gepland. Is het allemaal onderdeel van een groter geheel dat ze nog niet kunnen overzien?

Uiteindelijk worden Blix en Emma gedwongen om samen te werken. Ze zijn beiden vastbesloten de moordenaar te vinden. Die hunkert naar aandacht – en hij heeft de smaak nog maar net te pakken…

Recensie
Nadat Thomas Enger een jaar als turnleraar heeft gewerkt, begon hij aan onder andere een studie journalistiek, waar hij later ook zijn beroep van heeft gemaakt. Zijn drive was echter het schrijven van thrillers, maar pas in 2010 begon het succes met zijn debuut Schijndood. Jørn Lier Horst was rechercheur, tot hij besloot fulltime auteur te worden. Hij debuteerde in 2004 met zijn thriller Kroongetuige. In 2012 kregen ze het idee om samen iets op te zetten. Het duurde echter nog jaren voordat dit gestalte kreeg. In 2020 verscheen hun gezamenlijke debuut Nulpunt, het eerste deel van een serie.

Oud-atlete Sonja Nordstrøm verschijnt niet bij de presentatie van haar omstreden autobiografie. Een dag later gaat journaliste Emma Ramm naar haar huis om haar te spreken te krijgen. Daar ziet ze dat de deur openstaat en dat er geweld is gebruikt. Ze neemt contact op met de politie en Alexander Blix krijgt de leiding over het onderzoek. De aanwijzingen stapelen zich op, maar de schaduwkant is dat er diverse bekende Noren worden vermoord. Zowel Emma als Alex willen de moordenaar vinden, daarbij gaan ze tot het uiterste. Zal het hen lukken de moordenaar te vinden?

Het is altijd maar afwachten of de samenwerking tussen twee individueel succesvolle thrillerauteurs een succes wordt. Ieder van hen heeft namelijk een eigen stijl, een eigen denkwijze en wil misschien een andere invulling aan het te schrijven verhaal geven. Het door hen geschreven boek kan dan een enorme tegenvaller zijn, waaruit inhoudelijk overduidelijk opvalt dat het door twee auteurs geschreven is. Bij Nulpunt is dit op geen enkele manier te merken, al vanaf het begin verloopt het verhaal soepel en vloeiend en nergens wekt het de indruk dat Enger en Lier Horst hier samen verantwoordelijk voor zijn.

In de eerste hoofdstukken maakt de lezer kennis met de belangrijkste personages Ramm, Blix en in iets mindere mate Kovic. Hoewel er dan nog niet zo heel erg veel over hen wordt verteld, valt het al wel op dat ze niet die clichékarakters zijn die in veel andere thrillers wel voorkomen. Hierdoor wekken ze de indruk anders te zijn, en daardoor interessant. Gedurende de plot wordt er vooral omtrent Ramm en Blix meer bekend, zowel over hun persoonlijk als professionele omstandigheden. Dat alles is een bevestiging van die eerste impressie: aan geen van beiden kun je een hekel hebben.

Hoewel Nulpunt aanvankelijk een rustig tempo heeft, komt daar al vrij snel verandering in. Mede door de korte hoofdstukken, maar ook doordat het verhaal uit wisselende perspectieven wordt verteld, gaat die snelheid omhoog. Het spanningsveld, dat overigens al vanaf het begin aanwezig is, wordt groter en de plotwendingen, waarbij de lezer regelmatig op het verkeerde been wordt gezet, versterken dit effect. Enger en Lier Horst beheersen de kunst om de lezer op onverwachte momenten te laten verrassen. Want voordat het verhaal op de helft is, denk je de naam van de moordenaar te kennen. Maar dan weet je nog niet dat de auteurs verderop in de plot nog meer verdachte individuen voorbij laten komen. Dezelfde lezer daarmee in verwarring en onwetendheid achter te laten.

Als de ontknoping dichterbij komt, komt de vaart er echt in. Dat leidt tot een zinderend slot, waarbij zowel de lezer als de personages hun adem in houden. Nulpunt, het toegankelijke en in een bijzonder aangename stijl geschreven debuut, is vertaald door Kim Snoeijing en betekent een veelbelovende start van een nieuwe serie. Als afzonderlijke auteurs hebben Enger en Lier Horst hun sporen al verdiend, maar als duo gebeurt dat zonder twijfel ook.

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Thomas Enger & Jørn Lier Horst
Titel: Nulpunt

ISBN: 97890400511378
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2020

Het Isisgeheim – Jeroen Windmeijer & Jacob Slavenburg


Beschrijving
Wanneer het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden zich opmaakt voor een grootse tentoonstelling over Egypte, doet conservator Ariadne een fantastische ontdekking in een gouden beeldje van de godin Isis: de Egyptische moedergodin blijkt al eeuwenlang een groot geheim met zich mee te dragen.

Al snel raken Ariadne en haar collega Thees verstrikt in een onzichtbaar netwerk met internationale vertakkingen.
Big Pharma is geïnteresseerd in haar vondst – net als een gerespecteerd genootschap uit Engeland. Hun pogingen het mysterie te ontrafelen leiden hen naar Oxford, naar de oevers van een rivier met een wel heel bijzondere naam…

Recensie
Van oorsprong is Jeroen Windmeijer antropoloog, maar was ook leraar godsdienst en maatschappijleer. Omdat hij een groot liefhebber is van thrillers als die van Dan Brown is hij, vooral omdat soortgelijke boeken zich nooit in Nederland afspelen, zelf gaan schrijven. In 2015 debuteerde hij met Het Petrusmysterie en vanaf 2019 is hij fulltime auteur. Begin maart 2020 verscheen zijn nieuwste thriller, Het Isisgeheim, die hij samen met auteur en cultuurhistoricus Jacob Slavenburg schreef. Een aantal van de boeken van beide auteurs is vertaald.

Het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden heeft een gouden beeldje van de Egyptische godin Isis in bruikleen voor een te houden tentoonstelling over Egypte. Conservator Arianna Esposito ontdekt dat het lichter is dan het zou moeten, maar ook dat zich in dat beeldje een geheim en oud document bevindt. Samen met haar collega Thijs probeert ze hier meer over te weten te komen. Ze blijken niet de enigen te zijn, want een genootschap in het Engelse Oxford en het Leidse Pharmafoods Ltd zijn er eveneens in geïnteresseerd. En niet altijd met de beste bedoelingen.

De thrillers van Windmeijer kenmerken zich door een aantal terugkerende thema’s: religie (in de breedste zin van het woord) en historie. Het Isisgeheim is daar geen uitzondering op. Dat wordt in feite al meteen in de proloog, die bestaat uit een lofprijzing op de Egyptische moedergodin Isis, duidelijk. De rest van het verhaal, en dat zal voor een groot deel ook door de inbreng van Slavenburg komen, herbergt een grote hoeveelheid historische feiten, maar ook veel wetenschappelijke wetenswaardigheden. Waar het echt vaktechnisch wordt, geven de auteurs uitleg, zodat het voor de leek ook begrijpelijk en duidelijk is wat er exact bedoeld wordt. Het boek is daardoor voor iedereen toegankelijk en zeker niet specifiek gericht op een select gezelschap.

Waar het echter wel aan ontbreekt is spanning. Er zijn enkele situaties waar het spanningsveld wat groter is dan andere, maar over het algemeen is het een rustig voortkabbelend verhaal waarin zich overigens wel wat onverwachte ontwikkelingen voordoen. Die zijn echter onvoldoende om de lezer op het puntje van de stoel te laten zitten. De grootste spanning, voor zover daarover gesproken kan worden, is te willen weten hoe het Arianna en Thijs vergaat, hoewel je wel van mijlenver kunt zien aankomen hoe hun onderlinge verhouding zich gaat ontwikkelen. Wat ook voor een lichte nieuwsgierigheid zorgt, is hoe de auteurs de twee ogenschijnlijke verhaallijnen willen laten samenvallen. Dit gebeurt uiteindelijk geleidelijk, zonder dat zich daarbij grote verrassingen voordoen.

Het aantal personages in Het Isisgeheim is niet al te groot en daardoor blijft het overzichtelijk en is het van begin tot eind goed te volgen. Niet iedereen is uitvoerig uitgewerkt, alleen over Arianna komt de lezer wat meer te weten. Dat de auteurs hiervoor gekozen hebben, is geen enkel probleem. Op het verhaal heeft het geen enkele invloed en om eventueel meer over de belangrijkste personen te weten te komen, is absoluut niet noodzakelijk. Dat Windmeijer en Slavenburg gekozen hebben voor bekende en aansprekende locaties is van toegevoegde waarde, het leeft daardoor veel meer, de lezer kan zich er een goede voorstelling bij maken en het wordt er, ook al is het misschien alleen maar voor de schijn, wel een stuk realistischer door.

Ondanks dat de spanning dus achterblijft ten opzichte van de historiek, de archeologie en de wetenschap, is Het Isisgeheim een interessante, leerzame, voor het overgrote deel boeiende semi-historische en zonder meer leesbare thriller.

Waardering: 3/5

Met dank aan HarperCollins Holland voor het beschikbaarstellen van een recensie-exemplaar.

Boekinformatie
Auteur: Jeroen Windmeijer & Jacob Slavenburg
Titel: Het Isisgeheim

ISBN: 9789402759488
Pagina’s: 352

Eerste uitgave: 2020

De macht van K. – Jens Vern


Beschrijving
Als de net afgestudeerde Tim Turner wordt ingelijfd door het prestigieuze IT-bedrijf The Keeler Company in Washington, weet hij niet wat hem overkomt. Hij krijgt een luxe appartement, een fantastisch salaris en maakt in korte tijd promotie. Maar dan ontmoet hij een mysterieuze man die zich De Vriend noemt, en die hem waarschuwt voor de duistere kant van het bedrijf. Tim besluit op onderzoek uit te gaan en al snel komt hij erachter dat er inderdaad dingen niet kloppen en dat er mensen verdwijnen.

Als Tim ontdekt dat ook hij gevaar loopt, weet hij met de hulp van De Vriend te ontsnappen en begint hij met een andere identiteit een nieuw leven in Den Haag. Daar lijkt hij veilig te zijn, tot hij Emily Green tegenkomt. Tim is diep onder de indruk van haar, maar Emily blijkt ook een vorig leven te hebben. Wie kun je vertrouwen als niets is wat het lijkt? En kun je in deze tijd ooit echt aan je verleden ontsnappen?

Recensie
Na zijn werkzaamheden als marketing- en communicatieprofessional richtte Sander Verheijen in 2002 Crimezone.nl op, de thrillersite bij uitstek. Een paar jaar later besloot hij de site te verkopen en was hij werkzaam bij diverse uitgeverijen. In 2010 werd hij opnieuw hoofdredacteur van Crimezone, waar begin 2014 een einde aan kwam. Een maand later richtte hij Hebban.nl, de grootste boekencommunity van Nederland en België, op. In 2017 verscheen zijn eerste boek, het autobiografische Ik kan er net niet bij. Begin 2020 kwam zijn thrillerdebuut De macht van K., dat hij onder het pseudoniem Jens Vern schreef, uit.

De net afgestudeerde Tim Turner wordt door Frank Keeler, de oprichter van The Keeler Company, benaderd met het verzoek om voor hem te komen werken. Tim gaat ermee akkoord, verhuist naar Washington en niets lijkt een succesvolle carrière in de weg te staan. Een paar jaar later wordt hij aangesproken door een man die zich De Vriend noemt en hem vertelt dat het bedrijf niet is wat het lijkt. Tim komt er na onderzoek achter dat de man gelijk heeft en dat mensen en gegevens onverklaarbaar zijn verdwenen. Vanaf dat moment loopt hij zelf gevaar. Het lukt hem te vluchten, waarna hij in Den Haag een nieuw leven probeert op te bouwen. Maar is hij daar echt veilig?

De macht van K. heeft in wezen twee verhaallijnen. De ene speelt zich in het heden af, dat in 2014 begint en Den Haag als setting heeft. De andere begint vier jaar eerder en vertelt hoe Tim bij The Keeler Company terechtgekomen is en ook wat de reden is van zijn vlucht uit de Verenigde Staten. Beide tijdperken verlopen vervolgens chronologisch en de tweede valt gedurende de plot met de eerste samen, waarna het logischerwijs in het heden verdergaat. De hoofdstukken, zowel die in het heden als die in het verleden, worden afwisselend verteld vanuit het perspectief van een aantal ertoe doende personages, waarvan Tim de meest belangrijke is. Wat daarbij opvalt, is dat het verhaal van twee van deze personages in de derde persoon geschreven is, terwijl de andere, het gaat dan om diverse personen, voor de ik-vorm gekozen is. Een aparte en merkwaardige keuze van de auteur.

Uitgezonderd Tim is niet ieder personage uitvoerig uitgewerkt. De lezer komt echter over ieder van hen ruim voldoende te weten en daarom is het voor het verhaal ook niet noodzakelijk hen verder uit te diepen dan nu gebeurd is. Dat zou op een bepaald moment ten koste gaan van het tempo. Met die snelheid zit het over het algemeen trouwens wel goed, hoewel de uitleg over bepaalde automatiseringsprocessen wel enigszins vertragend werkt. Deze fragmenten, die overigens wel noodzakelijk zijn voor het verhaal, zijn af en toe langdradig, soms wat aan de saaie kant en door de technische details kunnen ze voor iemand die een leek op IT-gebied is weleens onbegrijpelijk zijn.

Het verhaal intrigeert al vanaf het begin, maar halverwege vindt er een verandering plaats en wordt het een stuk boeiender en interessanter. Het tempo gaat omhoog en de spanningsboog wordt een stuk strakker aangetrokken. Dat verhoogt het leesplezier. Vooral ook omdat zich dan ook meer onverwachte plotwendingen voordoen. Vanaf dat moment werkt Vern naar een ontknoping toe waarvan min of meer te verwachten was hoe die zou aflopen, maar uiteraard niet op welke manier. Zelfs in die slotfase weet de auteur de lezer nog te verrassen. In zijn nawoord vertelt de auteur hoe hij tot het schrijven van dit verhaal gekomen is. Deze epiloog is van toegevoegde waarde en bevestigt wat de lezer al kon vermoeden: dat het verhaal gebaseerd is op waargebeurde feiten. Feiten die in een wereld waarin de digitalisering een steeds grotere rol krijgt, vrij beangstigend kunnen zijn.

Ondanks het misschien wat ingewikkelde thema is De macht van K. toegankelijk, vlot leesbaar en goed geschreven. Vern heeft zonder meer een zeer verdienstelijk thrillerdebuut geschreven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jens Vern
Titel: De macht van K.

ISBN: 9789021418810
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2020

De patiënt – Sebastian Fitzek


Beschrijving
Hij heeft twee kindermoorden bekend, maar nu zwijgt Guido T. De politie is er zeker van: hij is ook de ontvoerder van de zesjarige Max, die spoorloos is verdwenen. De onderzoekers hebben echter enkel indirect bewijs. Zonder de verklaring van de gedetineerde loopt het onderzoek vast. Drie maanden na de verdwijning van Max plaatst het onderzoeksteam de wanhopige vader undercover als patiënt in het psychiatrisch gevangenisziekenhuis waar Guido T. zit. Zo kan hij toenadering zoeken tot de kindermoordenaar en hem een bekentenis afdwingen. Tenminste, als hij zelf zijn verstand niet verliest…

Recensie
Sebastian Fitzek is in Duitsland de meest gelezen psychologische thrillerauteur, maar ook wereldwijd is hij zeer succesvol. Zijn boeken, waarvan er miljoenen zijn verkocht, worden in ongeveer dertig talen uitgebracht en worden met lovende kritieken beoordeeld. In 2005 was hij co-auteur van het non-fictieboek Professor Udolphs Buch der Namen en een jaar later debuteerde hij als zelfstandig auteur met de thriller De therapie, waarvoor hij in de wachtkamer van een orthopedisch chirurg de inspiratie kreeg. De patiënt, zijn nieuwste in het Nederlands vertaalde thriller, verscheen begin februari 2020.

Wanneer de zesjarige Max Berkhoff een legobouwwerk aan zijn buurmeisje Anna wil laten zien, verdwijnt hij spoorloos. Niet lang daarna bekent Guido Tramnitz een aantal moorden en de politie vermoedt dat hij ook verantwoordelijk is voor de verdwijning van Max. Hij belandt in het psychiatrisch gevangenisziekenhuis, waar Max’ vader een paar maanden later undercover gaat. Hij wil Tramnitz te spreken krijgen om te achterhalen wat er precies met zijn zoon is gebeurd. Het loopt echter volkomen anders dan hij zich vooraf had voorgesteld.

Hun kinderen zijn voor de meeste ouders het belangrijkste in hun leven. Daar heb ik alles voor over, hoor je dan ook vaak. Till Berkhoff, de vader van Max, is een van die ouders. Maar om je nu vrijwillig op te laten nemen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek gaat wel heel erg ver. Dit is echter wel wat hij doet, met alle gevolgen van dien. Want eenmaal geïnfiltreerd overkomt hem van alles en lijkt hij zijn leven zelfs niet zeker. Fitzek zorgt daarbij voor de ene na de andere plotwending, de lezer weet, net als Till, op een gegeven moment niet meer waar hij aan toe is. Je wordt keer op keer verrast, zekerheden zijn er niet. Hoewel er, ongeveer honderd bladzijden voor het eind, wel een vermoeden kan ontstaan over de identiteit van Till. Maar zelfs daarna lukt het de auteur om de lezer te laten twijfelen aan die gedachtenspinsel.

Alle onverwachte ontwikkelingen, de vele psychologische spelletjes en de spannende momenten zorgen ervoor dat de lezer vanaf het eerste tot en met het laatste hoofdstuk aan het verhaal gekluisterd blijft. Vanzelfsprekend is ook de schrijfstijl, die behalve beeldend ook meeslepend en pakkend is, daar debet aan. Dat het verhaal vanuit verschillende perspectieven wordt verteld, is zonder meer een pré. De spanning, die in het begin al is ontstaan, blijft daardoor gehandhaafd en de cliffhangers aan het eind van veel hoofdstukken hebben daarop alleen maar een versterkend effect. Psychologische thrillers staan in de regel niet bekend om hun snelheid, maar door de korte hoofdstukken en de perspectiefwisselingen is het tempo in De patiënt heel behoorlijk. Een adempauze lijkt de lezer niet altijd gegund.

Het aantal personages dat in het verhaal voorkomt, is redelijk beperkt en daardoor blijft het overzichtelijk. Over een paar van hen, waaronder Till en Tramnitz, komt de lezer meer te weten, vooral omdat zij de belangrijkste rol in het verhaal hebben. Beiden zijn, ongeacht of ze wel of niet sympathiek zijn, interessant en bijzonder sterk neergezet. De wat minder prominent aanwezige karakters doen in wezen niet veel voor hen onder, want ook zij intrigeren, zijn veelzijdig en hebben hun verrassende kanten.

Gedurende de hele plot, maar vooral richting de ontknoping, vraagt de lezer zich continu af wat er wel en wat er niet klopt. De auteur weet hem met De patiënt, in een zeer goede vertaling van Michel Bolwerk, permanent bezig te houden waardoor het er alle schijn van heeft dat ook met hem een psychologisch spel wordt gespeeld. Het is Fitzek op zijn best.

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Sebastian Fitzek
Titel: De patiënt

ISBN: 9789044356397
Pagina’s: 352

Eerste uitgave: 2020