Auteursarchief: leeskees

Rosy – Pierre Lemaitre


Beschrijving
Maak kennis met Jean Garnier, een eenzame mislukkeling die alles in het leven al verloren heeft: hij heeft geen baan meer, zijn moeder zit in de gevangenis en zijn vriendin is vermoord. Om zijn ongenoegen met de wereld te delen verzint hij een dodelijk plan: zeven bommen verspreid over heel Parijs die binnen zeven dagen afgaan.

Lang hoeft de politie niet naar de dader te zoeken. Totaal in shock door het effect van de eerste bom geeft Jean zichzelf aan. Zijn verzoek is simpel: de vrijlating van zijn moeder, of de dagelijkse ontploffingen zullen doorgaan. Rechercheur Camille Verhoeven staat voor het grootste dilemma uit zijn carrière: vormt Jean een bedreiging voor de nationale veiligheid of is het een zielige prutser die te veel televisieseries heeft gezien?

Terwijl de inspecteur probeert te ontdekken wie de mysterieuze jongen is, tikt de tijd angstvallig door. Kan Verhoeven het leven van honderden onschuldige burgers redden? 

Recensie
Voordat de Franse auteur Pierre Lemaitre in 2006 ‘echt’ met schrijven begon, was hij leraar literatuur. De kennis die hij anderen overbracht, heeft hem geholpen bij het schrijven van zijn debuut, Irène, het eerste deel van de Camille Verhoeven-trilogie. Hiervoor won hij in 2006, het jaar van uitgifte, de Prix du Festival de Cognac. In 2013 verscheen Rosy, een novelle, maar ook de vierde Verhoeven-thriller die aan de trilogie is toegevoegd en een herbewerking is van het niet in het Nederlands vertaalde Les grands moyens uit 2011.

Het is een koude dag in december wanneer Parijs wordt opgeschrikt door de explosie van een bom. Er vallen geen doden, alleen maar gewonden. Niet lang daarna meldt zich een man bij de politie. Deze man, Jean Garnier, heeft informatie en stelt eisen die hij alleen aan commissaris Camille Verhoeven wil vertellen. Het blijkt dat er verspreid over de stad zeven bommen liggen, iedere dag zal er een afgaan, tenzij de eisen worden ingewilligd. Verhoeven wil niet toegeven, maar vraagt zich wel af of het een zaak van nationale veiligheid is of het werk van een amateur.

Rosy, het niet al te dikke boekje is toegevoegd aan de Verhoeven-trilogie, vandaar dat de uitgever zo goed als zeker voor deze titel gekozen heeft in plaats van de oorspronkelijke. Het boek maakt echter geen deel uit van de drieluik en is, ondanks dat Camille Verhoeven er een belangrijke rol in speelt, uitstekend afzonderlijk te lezen. Het heeft een verhaal dat op zichzelf staat en van Verhoeven komt de lezer alleen het allerbelangrijkste te weten. Verder wordt er op geen enkele wijze gerefereerd naar een van de drie delen uit de trilogie.

Het verhaal speelt zich in een kort tijdbestek af, drie dagen maar. Desondanks krijg je het gevoel dat het een veel langere periode behelst. Dit zal vooral worden veroorzaakt doordat er in die paar dagen vrij veel gebeurt, ondanks dat het absoluut geen actiethriller is. Iedere dag kan gezien worden als een afzonderlijk hoofdstuk, die vervolgens weer onderverdeeld zijn in een aantal tijdstippen waarop (of vanaf wanneer) iets plaatsvindt. Hierdoor krijgt het verhaal tempo, maar wordt de spanning ook opgevoerd, vooral omdat er een deadline is. Want niemand weet waar en wanneer de bommen tot ontploffing zullen worden gebracht.

Omdat het verhaal chronologisch is opgebouwd en het spanningsveld gedurende de plot langzaam toeneemt, is het overduidelijk dat de auteur naar een climax toewerkt. Die vindt – uiteraard – in de ontknoping plaats en is zowel bijzonder als onverwacht, hoewel je, als je echt heel goed na zou denken, dat aan zou moeten zien komen. Dat dat niet gebeurd is, is de verdienste van Lemaitre. Hij weet het mogelijk voorspelbare onvoorspelbaar te maken. Daardoor kan die ontknoping, net als enkele kleine, maar zo belangrijke plotwendingen toch verrassend worden genoemd.

Lemaitre weet de lezers te van begin tot eind te boeien, zijn schrijfstijl is beeldend en aangenaam en daardoor leest het verhaal bijzonder prettig. En de interessante personages en vooral de intrigerende Verhoeven dragen daar eveneens aan bij. Vergeleken bij de boeken uit de trilogie is de omvang van Rosy minimaal, maar kwalitatief doet het er niet voor onder.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Pierre Lemaitre
Titel: Rosy

ISBN: 9789401604253
Pagina’s: 185

Eerste uitgave: 2015

Soms lieg ik – Alice Feeney


Beschrijving
Amber Reynolds ligt in coma. Ze kan zich niet herinneren hoe dat is gebeurd. Maar ze weet dat het geen ongeluk was… Ze heeft het zogeheten locked-in-syndroom: ze hoort alles, maar kan zich niet bewegen en kan niet praten.

Doodsbang, opgesloten in haar eigen lichaam, probeert ze haar herinneringen van de afgelopen week te reconstrueren. Met een echtgenoot die niet meer van haar houdt, een zus met een geheim en een ex die nog steeds door haar geobsedeerd is, weet Amber dat er iemand liegt over wat er met haar gebeurd is. Haar leven is nog steeds in gevaar. Lukt het haar wakker te worden voor het te laat is?

Recensie
Hoewel Alice Feeney ervan hield om journalist te zijn, bleef ze altijd dromen van een carrière als auteur. Terwijl ze nog voor het BBC-journaal werkte, schreef ze onder andere in haar pauzes aan haar debuutthriller Soms lieg ik, dat een New York Times en een internationale bestseller werd. In 2018 is het in het Nederlands verschenen en is inmiddels in meer dan twintig talen vertaald. Tevens wordt door Ellen DeGeneres en Warner Bros een tv-serie van gemaakt, waarin Sarah Michelle Gellar de hoofdrol speelt.

Na een ongeluk wordt Amber Reynolds in het ziekenhuis opgenomen. Ze weet niet hoe het gebeurd is, maar wel dat er opzet in het spel was. Omdat ze in coma ligt, kan ze zich niet bewegen. Ze krijgt echter wel alles mee wat er om haar heen gebeurt. Ook probeert ze zich te herinneren hoe ze in deze situatie terecht is gekomen. Stukje bij beetje komen haar herinneringen weer terug, waarbij ze zich realiseert dat haar man niet meer om haar geeft en haar zus iets te verbergen heeft. Omdat ze ervan overtuigd is dat haar leven in gevaar is, zal ze op tijd uit haar coma moeten raken. Zal dat haar lukken?

Het verhaal speelt zich afwisselend af in het heden (nu), het verleden (eerder), dat overigens maar een week is en vroeger. De hoofdstukken ‘nu’ en ‘eerder’ worden verteld vanuit het perspectief van Amber en de hoofdstukken ‘vroeger’ zijn dagboekteksten uit 1992 en opgetekend door een ongeveer tienjarig meisje waarvan de naam niet wordt genoemd. Deze opzet zorgt er in geringe mate voor dat de lezer nieuwsgierig wordt naar wat er gebeurd is. Het moet ook een spanningsveld creëren, maar daarvan is zo goed als geen sprake. Dat wordt vooral veroorzaakt door het te trage tempo waarmee Soms lieg ik begint. Ongeveer halverwege komt daar wel wat verbetering in, maar echt snel wordt het nooit.

Door middel van cliffhangers aan het eind van sommige hoofdstukken probeert Feeney de spanning op te bouwen. Dit heeft echter niet het beoogde effect, want de spannende momenten blijven zo goed als achterwege. Omdat de lezer eveneens niet verwend wordt met verrassende plotwendingen kabbelt het verhaal maar voort. Pas in de ontknoping wordt de lezer getrakteerd op een onverwacht cadeautje en dan blijkt dat het hele verhaal toch iets anders in elkaar steekt dan je aldoor vermoedde. Het is echter niet zo dat je dan omver geblazen wordt door deze welkome twist, daarvoor waren er toch ook situaties die je van tevoren kon zien aankomen en was het zeker niet spectaculair genoeg.

Soms lieg ik draait om een beperkt aantal personages: Amber, haar man Paul, haar zus Claire en in mindere mate haar ex-vriendje Edward. Hierdoor blijft het overzichtelijk en weet je als lezer al snel met wie je te maken hebt. Niet ieder van hen is uitvoerig uitgewerkt, maar dat is ook niet nodig. Wat je moet weten, kom je te weten, en daar gaat het in dit verhaal feitelijk om. Tijdens het lezen vraag je je regelmatig af wat wel of niet waar is, dat is vooral het gevolg van de titel van het boek, maar ook door het laatste punt wat je van Amber Reynolds moet weten en die aan het verhaal voorafgaan. Zelfs als het boek uit is, blijf je aan de waarheid (voor wat het waard is) twijfelen.

Het verhaal doet enigszins denken aan Als ik doodga voor ik opsta van Emily Koch. In beide boeken is het locked-insyndroom een belangrijk thema en twijfelen de hoofdpersonen aan de oorzaak van hun comateuze staat. Uiteraard zijn er ook voldoende verschillen, maar niet zodanig dat Soms lieg ik een bijzonder debuut is. Daarvoor ontbreken domweg de belangrijkste thrillerelementen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Alice Feeney
Titel: Soms lieg ik

ISBN: 9789400509757
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2018

De kaalvreter – Machteld Siegmann


Beschrijving
Leie Blum wordt in de Tweede Wereldoorlog als driejarige ondergebracht bij een boerengezin in Zanegeest. Sindsdien is Leie aan het wachten, eerst op haar ouders, later op iets wat ze niet kan definiëren. Het wachten lijkt voorbij als ze met Dirk trouwt en twee zonen krijgt. In de zomer van 1974 wordt Leies zorgvuldig opgebouwde leven op z’n kop gezet door het overlijden van de vrouw bij wie ze als kind was ondergedoken. Ze gaat naar de begrafenis, maar kan niet terugkeren naar het leven met haar man en zonen. Ze zwijgt en wacht.

Recensie
Op jonge leeftijd wist Machteld Siegmann al dat ze wilde gaan schrijven én dat ze daar goed in wilde worden. Vanaf haar veertiende schreef ze gedichten, studeerde ze Nederlands en cultuurgeschiedenis en pas in 2012 besloot ze om een roman te gaan schrijven, maar daarna duurde het nog een paar jaar voordat ze haar eigen stijl had ontwikkeld. Het resultaat was haar debuutroman De kaalvreter, dat in augustus 2019 is verschenen. Het verhaal is niet autobiografisch, maar een aantal plekken uit haar jeugd komen wel in het boek voor.

Een paar jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog wordt de driejarige Leie Blum naar een boerengezin in Zanegeest gebracht. Zestien jaar later trouwt ze met Dirk Rook en samen krijgen ze twee kinderen, Anton en Meeus. In de zomer van 1974 gaat ze naar de begrafenis van haar pleegmoeder en wanneer ze terugkomt, is ze niet meer dezelfde als daarvoor. Ze zit alleen maar te wachten en zwijgt praktisch als de hele dag. De rest van het gezin weet hier niet mee om te gaan en de hele situatie is ook van invloed op hun onderlinge relatie. Zal het ooit nog worden zoals het is geweest?

Hoewel het verhaal in 1942 begint, speelt het grootste deel zich tweeëndertig jaar later, het is dan 1974, af. Het wordt verteld vanuit het perspectief van de vier leden van het gezin Rook: Dirk, Leie, Anton en Meeus. In korte, soms zijn het zelfs erg korte, hoofdstukken geven deze vier personages zijn of haar visie over bepaalde omstandigheden of situaties. Omdat ieder van hen regelmatig aan het woord komt, leert de lezer ze erg goed kennen, komt zo te weten waar ze zich wel of niet mee bezig houden en daardoor kan hij zich prima met hen identificeren. Wat Siegmann trouwens erg zorgvuldig heeft gedaan, is zich in hen te verplaatsen. Neem bijvoorbeeld Meeus, hij is een elfjarige jongen en in het boek komt hij ook zo over. Voor de rest geldt hetzelfde, maar dan passend bij zijn of haar identiteit als personage.

Door middel van flashbacks, een periode van 1942 tot en met 1958, krijgt de lezer steeds meer te weten waar de depressie van Leie, want het is al meteen duidelijk dat dat haar probleem is, door veroorzaakt is. Dat de Tweede Wereldoorlog daaraan ten grondslag ligt, is in feite een understatement. Die sprong terug vertelt overigens ook hoe Leie en Dirk elkaar hebben ontmoet. De diverse sprongen in tijd, maar ook de wisselende perspectieven zorgen ervoor dat De kaalvreter blijft boeien, de lezer wordt in het begin al nieuwsgierig gemaakt, maar blijft dat ook gedurende de plot. Voor ieder tijdvak geldt trouwens ook dat de sfeer van toen heel mooi wordt overgebracht. De lezer die die tijd heeft meegemaakt, zal dat kunnen beamen.

Onderwerpen als depressie en de Tweede Wereldoorlog zijn natuurlijk niet de meest vrolijke en wanneer hier een verhaal over geschreven wordt, bestaat de kans dat het boek nogal zwaar is, dat het veel van de lezer vergt. Bij De kaalvreter is hier geen enkele sprake van. De auteur heeft de roman toegankelijk gemaakt. In heldere taal en met regelmatig voorkomende en mooi geformuleerde zinnen weet ze de juiste snaar te raken. Gevoelens komen over zoals ze zijn: de onmacht van Dirk, het pubergedrag van Anton, de gevoeligheid van Meeus, maar bovenal de leegte die ze alle drie voelen. Nergens krijg je het gevoel dat er iets ontbreekt of dat ze te veel aan het uitweiden is. Alle factoren tezamen leiden ertoe dat Siegmann met haar debuutroman een blijvende indruk achterlaat.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Machteld Siegmann
Titel: De kaalvreter

ISBN: 9789026343100
Pagina’s: 352

Eerste uitgave: 2019

Wat ik nooit eerder heb gezegd – Celeste Ng


Beschrijving
Juni 1977. In het universiteitsstadje Middlewood ontdekt de familie Lee dat hun dochter verdwenen is. Een paar dagen later wordt het lichaam van de zestienjarige Lydia uit het meer gevist. Verteerd door schuldgevoelens slaat haar vader een roekeloze weg in die hem zijn huwelijk kan kosten. Haar moeder Marilyn is gebroken, maar vastbesloten om een dader te vinden – tegen elke prijs. Lydia’s broer is er zeker van dat hun getroebleerde buurjongen Jack iets te maken heeft met het drama. Maar het is de jongste in de familie, Hannah, die meer ziet dan iemand zich realiseert en die wel eens de enige zou kunnen zijn die weet wat er echt gebeurd is.

Recensie
Na de middelbare school studeerde Celeste Ng Engels aan Harvard University en vervolgens haalde ze haar Master of Fine Arts in schrijven aan de Universiteit van Michigan. Haar schrijfcarrière begon met het schrijven van korte verhalen en in 2012 won ze met Girls, at play de Pushcart Prize. Haar korte verhalen en essays werden in een aantal kranten gepubliceerd, waaronder de New York Times. In 2014 verscheen haar eerste debuutroman Everything I never told you, dat een jaar later in het Nederlands werd vertaald en de titel Wat ik nooit eerder heb gezegd kreeg.

Het is 3 mei 1977 en de zestienjarige Lydia Lee ontbreekt bij het ontbijt en niet veel later ontdekt haar familie dat ze is verdwenen. Na een paar dagen wordt haar lichaam in het meer gevonden. Haar ouders lijken ontroostbaar en verwerken hun verdriet op hun eigen manier en dat geldt in feite ook voor haar broer Nathan. De een trekt zich in schuldgevoel terug, de ander is vastberaden de dader te vinden of beschuldigt een buurjongen ervan dat hij er meer van weet. Er is er echter een die zich afzijdig houdt en meer lijkt te weten dan iedereen vermoedt, dat is haar zusje Hannah.

‘Lydia is dood. Maar dat weten ze nog niet.’ Negen woorden die er al meteen voor zorgen dat je als lezer nieuwsgierig wordt gemaakt en tevens met een aantal vragen komt te zitten. Want wat is er met haar gebeurd, hoe komt het dat ze het nog niet weten en wie zijn die ze eigenlijk? Vragen die gedurende de plot uiteraard worden beantwoord, de een wel sneller dan de ander, maar er komen antwoorden. Al snel wordt duidelijk dat met die ‘ze’ de familie van Lydia wordt bedoeld: haar vader, haar moeder en haar broer en zus. Het verhaal wordt dan ook vanuit deze vijf personages verteld. Dan weer in het heden, dan weer in het verleden. Door deze flashbacks, vaak weergegeven in gedachtevorm, wordt langzaam maar zeker onthuld wat er de reden van is dat Lydia niet meer leeft.

Door deze opzet leer je de personages vrij goed kennen en merk je dat ieder van hen hun eigen geheimen heeft, maar in feite ook hun eigen demonen. De enige die daar wat minder last van lijkt te hebben, is Hannah, zij is de meest onbevangene van de vijf. James en Marilyn, de ouders van Lydia, hebben daarnaast ook nog erg veel last van hun verleden, dat wordt goed tot uiting gebracht. Marilyn is Amerikaans, maar heeft er last van dat ze ambitieus is. Dat wordt niet gewaardeerd en is in de jaren zeventig verre van gebruikelijk. James is van Chinese afkomst en wordt in zijn omgeving niet echt geaccepteerd en voor vol aangezien. Ook hun kinderen hebben er last van dat ze van gedeeltelijk Chinese origine zijn. De auteur maakt met deze vijf mensen heel goed duidelijk dat (rassen)discriminatie in die tijd gemeengoed was. Het gezin komt hierdoor nogal eenzaam over.

De schrijfstijl van de auteur is beeldend, waarbij ze ook de gevoelens van de personages bijzonder goed weet over te brengen. De lezer kan zich daardoor prima met hen vereenzelvigen. Hoewel Wat ik nooit eerder heb gezegd absoluut geen thriller is, heeft het wel degelijk een continue spanningsboog. Dat komt vooral doordat je wilt weten wat er allemaal aan de hand is, en dat is op zich best wel wat, maar tevens hoe het met ieder van de gezinsleden gaat aflopen en hoe ze uiteindelijk met het verlies van Lydia om kunnen gaan. Het laatste hoofdstuk, waarin het lijkt dat de situaties enigszins uit de lucht komen vallen, zal daar uitsluitsel over geven. Al met al is dit een prima debuutroman, die zowel beklemmend, triest als boeiend is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Celeste Ng
Titel: Wat ik nooit eerder heb gezegd

ISBN: 9789400508019
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2015

De bidsprinkhaan – Jacob Vis


Beschrijving
IJsselmonde, oudejaarsavond. Een vrouw valt uit haar flat op de auto van een vrijend paartje. Ze was de minnares van Carlo van Beuningen, directeur van het slachthuis, die dood in haar flat wordt gevonden. Zijn vrouw Helga twijfelt aan de conclusie van de politie: moord en zelfmoord. Ze neemt de leiding van het slachthuis over en ondervindt dubieuze belangstelling voor haar en haar zaak. Bijvoorbeeld van Anton Krans, een keiharde veehandelaar, die echter merkt waarom Helga ‘de bidsprinkhaan’ genoemd wordt.

Inspecteur Ben van Arkel, die Helga’s vermoeden onderzoekt, ontdekt dat er flink met hormonen wordt geknoeid in de veehandel.

Recensie
Jacob Vis, een pseudoniem voor Job Vis, wordt gezien als een van de beste Nederlandse thrillerauteurs. Hoewel hij al vanaf 1987 boeken schrijft, werkte hij nog tot 2001 als bosbouwer bij Staatsbosbeheer. Vanaf dat moment streefde hij ernaar om ieder jaar een boek te schrijven, dat zijn standalones maar ook boeken die deel uitmaken van de IJsselmonde-serie. Het eerste boek van die reeks, Het hoofd, verscheen in 1994 en daarin maakt commissaris Ben van Arkel zijn opwachting. In datzelfde jaar werd het tweede deel, De bidspinkhaan, uitgegeven.

Het is oudjaarsavond en in een geparkeerde auto bij een flatgebouw is een stelletje net een vrijpartij begonnen. Door een plotselinge klap op het dak van de auto schrikken ze. Het blijkt het lichaam van een vrouw te zijn. In haar appartement treft de politie het lichaam van Carlo van Beuningen, de directeur van het lokale slachthuis, aan. Er wordt uitgegaan van moord en zelfmoord, maar Helga, de vrouw van Carlo, heeft haar twijfels. Commissaris Ben van Arkel doet onderzoek en ontdekt daarbij dat er in de veehandel met hormonen wordt geknoeid. Hij vraagt zich af of er een onderling verband is.

Voordat het verhaal begint, krijgt de lezer een aantal overlijdensadvertenties te zien, drie van Carlo van Beuningen, en één van Linda Stam, de vrouw die op het dak van de auto terechtgekomen is. Het vermoeden dat beide sterfgevallen met elkaar te maken hebben, wordt in het eerste hoofdstuk overigens ook al bevestigd. Dit was ook de bedoeling, want het gaat immers om het onderzoek naar de oorzaak van de dood van hen beiden. Dit onderzoek verloopt zoals het in detectives wel vaker gaat, rustig en zonder al te veel onverwachte ontwikkelingen. Het gaat er nogal gemoedelijk aan toe, hoewel Ben van Arkel zo nu en dan wel uit zijn slof kan schieten.

De bidsprinkhaan wordt vooral verteld vanuit het perspectief van Ben van Arkel, maar er zijn ook hoofdstukken waarin Helga van Beuningen haar verhaal vertelt. Daarin wordt voor een groot deel aandacht besteed aan het huwelijk tussen haar en Carlo, maar komt ook aan het licht wat zijn precieze relatie met Linda Stam is. Het knoeien met groeihormonen in de veeteelt is een zijweg in het verhaal en komt voort uit het politieonderzoek. Hierdoor zijn er in feite twee subplots, maar vanaf het begin van de tweede verhaallijn is duidelijk dat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Door dit onderwerp erin te verwerken, heeft de auteur een rond 1994 actueel thema aangesneden.

Het aantal plotwendingen is, zoals hiervoor al aangegeven, miniem. Een enkele keer draait het verhaal net iets anders dan je had verwacht, maar dat is niet dusdanig dat je van een verrassing kunt spreken. Het is gewoon een rechttoe rechtaan detective waarin het vooral gaat om het politieonderzoek. Het enige echt onvoorziene moment doet zich in de ontknoping voor, wanneer de uiteindelijke dader ontmaskerd wordt. Toch kun je je er niet aan onttrekken dat het eigenlijk wel te verwachten was dat het dit personage zou zijn. Daarvoor lag het te veel voor de hand.

In een destijds geschreven recensie heeft het Algemeen Dagblad vermeld dat De bidsprinkhaan alles heeft voor een spannende televisieserie of politiefilm. Dit is er nooit van gekomen en zal nu ook niet meer gebeuren, maar het boek is zodanig geschreven dat dit heel goed mogelijk was. Waarschijnlijk zou deze serie of film spannender zijn dan het boek zelf, want daarin is van spanning niet zo heel veel te merken. Desondanks is het tweede deel van de IJsselmonde-serie geen straf om te lezen. Alleen had het wel wat minder braaf mogen zijn.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Jacob Vis
Titel: De bidsprinkhaan

ISBN: 9789070282127
Pagina’s: 242

Eerste uitgave: 1994

Rookgordijn – Jørn Lier Horst & Thomas Enger


Beschrijving
Op oudjaarsavond wordt Oslo opgeschrikt door een explosie. Alles wijst in de richting van een terroristische aanslag. Onder de gewonden bevindt zich iemand die Alexander Blix goed kent. Ruth-Kristine Smeplass is de moeder van Patricia, die tien jaar geleden op tweejarige leeftijd werd ontvoerd. Blix was toen betrokken bij het onderzoek, maar er is nooit een spoor van het meisje gevonden. Als de vermissing opnieuw in het nieuws komt, raakt verslaggever Emma Ramm geïntrigeerd door de nooit opgeloste zaak. Blix en Ramm bundelen opnieuw hun krachten in een poging het rookgordijn rond de verdwijning van Patricia te laten oplossen.

Recensie
Al jarenlang behoren Jørn Lier Horst en Thomas Enger tot de top van het Scandinavische misdaadgenre, maar pas in 2018 publiceerden ze hun eerste als duo geschreven thriller Nullpunkt. Onder de titel Nulpunt verscheen dit gezamenlijke debuut in februari 2020 in een Nederlandse vertaling. Rookgordijn, het tweede deel van wat vooralsnog een trilogie rond journaliste Emma Ramm en rechercheur Alexander Blix lijkt te zijn, kwam in januari 2021 uit en is kundig vertaald door Kim Snoeijing.

Het is oudjaarsavond 2018 en om klokslag twaalf uur vindt er in Oslo een explosie plaats waarbij doden en gewonden vallen. Een terroristische aanslag wordt niet uitgesloten. Onder de gewonden bevindt zich Ruth-Kristine Smeplass, een oude bekende van Blix. Tien jaar eerder was hij betrokken bij het onderzoek naar de ontvoering van haar eenjarige dochtertje Patricia. Het meisje is nooit gevonden. Als Ramm hoort dat Smeplass in het ziekenhuis is opgenomen, wil ze een artikel over haar schrijven. Ze gaat op onderzoek uit en stuit daarbij op de vermissing van Patricia. Zowel zij als Blix hebben nu eenzelfde doel: erachter komen wat er destijds met het meisje is gebeurd.

Net als in het voorgaande deel Nulpunt het geval was, wordt Rookgordijn voornamelijk verteld vanuit de perspectieven van Blix en Ramm. De auteurs hebben er daarom voor gekozen ze in de eerste hoofdstukken (opnieuw) te introduceren. Daarbij wordt heel summier verwezen naar enkele situaties uit het vorige boek, maar omdat daarbij voldoende informatie gegeven wordt, kan dit boek heel goed afzonderlijk van het andere gelezen worden. Wat echter wel opvalt, is dat de personages deze keer nogal oppervlakkig blijven. Ze maken zo goed als geen ontwikkeling door en blijven grotendeels hangen in wat eigenlijk al van en over hen bekend is. Een heel kleine uitzondering daarop is Sofia Kovic, een jonge rechercheur die in dit verhaal een iets grotere rol gekregen heeft.

Behalve dat er aan het begin van het verhaal een kennismaking met de personages plaatsvindt, heeft het in die fase ook al actie en tempo. Dit zorgt ervoor dat de lezer nieuwsgierig wordt en dat er op dat moment ook al een lichte spanningsboog ontstaat. Deze twee elementen blijven gedurende de plot aanwezig, hoewel soms wel wat sluimerend. Wat niettemin drastisch inzakt, is de snelheid. Na die veelbelovende ouverture wordt het hoofdzakelijk een verhaal van een politieonderzoek en eveneens dat van een journalist die haar eigen onderzoek doet. Pas in de ontknoping, die nogal explosief is, komt de vaart er weer in en worden de verschillende verhaallijnen waarvan daarvoor nog sprake was samengesmeed tot één geheel.

Zoals hiervoor al beknopt genoemd, heeft het verhaal een spanning die gedurende de hele plot aanwezig is. Dat komt in de eerste plaats omdat ook de lezer wil weten wat er tien jaar eerder met Patricia is gebeurd, maar eveneens benieuwd is of de bomaanslag hiermee te maken heeft. Een enkele onverwachte plotwending en de paar flashbacks naar tien jaar eerder hebben daar evengoed invloed op. Rookgordijn heeft een interessant uitgangspunt, vooral omdat er altijd een dreiging is dat een terroristische aanslag plaats kan vinden. De auteurs hebben daar een eigen draai aan gegeven en dat maakt het verhaal origineel. Desondanks ontkomt ook dit ervaren schrijversduo niet aan enkele kleine, niet storende thrillerclichés.

Horst en Enger laten met dit tweede deel uit de Blix/Ramm-serie zien dat ze zonder meer begenadigde schrijvers zijn. Hun schrijfstijl is beeldend en toegankelijk, het lukt hen om de lezer van begin tot eind te boeien en de personages zijn stuk voor stuk intrigerend. Uiteindelijk leidt dit ertoe dat Rookgordijn een gedegen politiethriller is die wel achterblijft op het niveau van zijn voorganger.

Waardering: 3/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Jørn Lier Horst & Thomas Enger
Titel: Rookgordijn

ISBN: 9789044932058
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2021

Het glazen koninkrijk – Lawrence Osborne


Beschrijving
Sarah Mullins is van New York naar Bangkok gevlucht om te verdwijnen. Ze huurt een appartement in het Koninkrijk, een toonbeeld van vergane glorie. In de bedwelmende hitte van Bangkok raakt Sarah tijdens een vriendinnenavond met poker, drank, roddels en marihuana in de ban van drie mysterieuze expatvrouwen: de Chileense chef-kok Ximena van restaurant De Eiffel; de Britse hotelmanager Nat, die een eigenaardige man en een nog eigenaardiger werkster heeft; en ten slotte is er de verleidelijke Mali, die heeft besloten Sarahs pantser te doorbreken en haar mee te slepen in haar glamourwereld vol duistere spelletjes. Op het moment dat het leger een staatsgreep pleegt is Sarah getuige van een gruwelijke moord, gevolgd door een aantal geheimzinnige verdwijningen. Het veilige Koninkrijk voelt steeds meer aan als een val. Verbeelding en werkelijkheid beginnen door elkaar te lopen. Wie kan ze nog vertrouwen? 

Recensie
Schitterende dieren, het Nederlandstalige debuut van Lawrence Osborne werd in 2018 door Vrij Nederland beloond met vijf sterren. Desondanks werd hij door het Britse dagblad The Guardian de beste romanschrijver waar je nog nooit van hebt gehoord genoemd en wordt hij voortdurend aangekondigd als de opvolger van Graham Greene, iets waar hij het zelf absoluut niet mee eens is. Zijn nieuwste roman is het in september 2020 verschenen Het glazen koninkrijk en speelt zich af in de miljoenenstad Bangkok, waar hij, nadat hij als journalist een groot deel van de wereld heeft gezien, is gaan wonen.

Om onzichtbaar op te gaan in de massa, is Sarah Mullins New York ontvlucht en huurt nu een woning in het appartementencomplex Het Koninkrijk in Bangkok. Ze maakt er kennis met Mali, Ximena en Natalie, met wie ze een soort van vriendschap opbouwt. Tijdens hun vriendinnenavonden vloeit de drank rijkelijk en raken ze bedwelmd door het roken van marihuana. Op een avond komt Mali naar Sarah toe, ze zit onder het bloed en vertelt dat ze haar Japanse vriend heeft vermoord. Niet lang daarna is Mali spoorloos verdwenen en begint Sarah zich meer en meer opgejaagd te voelen.

Er zijn weinig auteurs die het beheersen om een boek zodanig te schrijven dat het erop lijkt dat het verhaal in gesproken woord verteld wordt. Dat Osborne dit beheerst, bewijst hij andermaal in Het glazen koninkrijk. Zijn manier van schrijven zorgt ervoor dat de lezer vanaf het begin geboeid blijft naar wat hij te vertellen heeft, dat hij steeds nieuwsgieriger wordt naar wat er nog meer komen gaat. Je hoort als het ware de stem van een verhalenverteller die je ademloos naar zijn sfeervolle verhaal laat luisteren. Die sfeer is precies wat de auteur erg goed weet over te brengen, de dreigende situatie, de gespannenheid die een staatsgreep met zich meebrengt, de troosteloosheid van Bangkok in de regen. Het zijn maar een paar voorbeelden, maar de lezer kan zich precies voorstellen hoe het er daar op die momenten uit moet zien.

Het glazen koninkrijk wordt vanuit een aantal perspectieven verteld, maar het is toch vooral Sarah waar de meeste aandacht aan wordt besteed. De lezer komt, zonder dat er al te uitvoerig op haar personage en verleden wordt ingegaan, wel het meest over haar te weten. Van de overige personages wordt eigenlijk alleen maar bekendgemaakt wat ze doen en daar blijft het dan in feite ook bij. Is het een groot bezwaar dat ze enigszins oppervlakkig blijven? Nee, helemaal niet, het heeft er namelijk alle schijn van dat Osborne niet eens de intentie had om meer achtergrondinformatie over de belangrijkste karakters te geven. Wat hij vooral over laat komen, is dat ieder van hen zich anders voordoet dan ze in werkelijkheid zijn, maar eveneens dat ze stuk voor stuk achterdochtig zijn en twijfelen aan de oprechtheid van de ander.

De auteur slaagt er bovendien in de lezer mee te krijgen in dat gevoel van wantrouwen. Ook hij weet op een gegeven moment niet meer waar hij aan toe is. Dan zijn er ook nog diverse gebeurtenissen die tot gevolg hebben dat het verhaal nog duisterder en mysterieuzer wordt dan het door de sfeertekening al is. Door dit alles ontstaat er een continue spanningsboog en gaat het verhaal gedurende de plot in toenemende mate intrigeren. Uiteindelijk leidt dit tot een wat onwerkelijke aandoende en bizarre ontknoping die niet was te voorzien. In die finale wordt duidelijk wat er met enkele personages is gebeurd. Of dit voor iedere lezer een bevredigende afloop is, valt te betwijfelen, maar het past alleszins in de lijn en sfeer van het verhaal.

Al met al is Het glazen koninkrijk, dat prima is vertaald door Paul Syrier, een duistere en fascinerende roman waarin Osborne opnieuw laat zien dat hij een meesterverteller is.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Lawrence Osborne
Titel: Het glazen koninkrijk

ISBN: 9789044646085
Pagina’s: 272

Eerste uitgave: 2020

Meral – Froukje Santing


Beschrijving
Meral Kaya is huisarts in een gemengde artsenpraktijk in Amsterdam. Als kind migreerde ze vanuit Centraal-Turkije naar Nederland. Haar ouders zijn gelovig, maar tijdens haar jeugd werd zelden over religie gesproken. Meral verbaast zich dan ook over de toegenomen vroomheid van haar Turkse landgenoten.

Als arts is Meral vooruitstrevend en open, thuis is ze echter minder vrijzinnig. Ze laat toe dat haar echtgenoot Bilal hun zoon Ismail terroriseert met zijn Turkse waarden en normen, waarop Ismail van huis wegloopt en zich voor korte tijd aansluit bij de islamitische Gülenbeweging.

In een poging vader en zoon te verzoenen haalt Meral haar zoon over nog eenmaal mee te gaan naar Turkije. Daar wordt ze gedwongen de balans te zoeken tussen haar achtergrond en haar overtuigingen.

Recensie
Na haar opleiding aan de middelbare school volgde Froukje Santing een studie wereldreligies met als specialisme de islam aan de Universiteit van Leiden en vervolgens religiestudies aan de Universiteit van Amsterdam. Hierna werkte ze als verslaggever en redacteur voor een aantal dagbladen en was ze zeventien jaar correspondent in Turkije. Haar kennis over de islam en haar ervaring als correspondent gebruikte ze om haar eerste boek, Dwars op de tijdgeest (2012), te schrijven. In september 2020 verscheen haar eerste roman Meral, waarin ze het thema ‘twee culturen op één kussen’ heeft verwerkt.

Al op vijfjarige leeftijd kwam Meral Kaya met haar ouders vanuit Turkije naar Nederland. Haar ouders waren gelovig, maar dit is haar niet opgedrongen. Ze werkt als arts in een huisartsenpraktijk in Amsterdam. Daar is ze progressief en staat open voor alle meningen, maar wanneer ze thuis is, is ze een stuk conservatiever. Haar man Bilal, met wie ze twee kinderen heeft, is strenger wat betreft de Turkse waarden en normen. Ismail, hun zoon, woont niet meer thuis vanwege een conflict met zijn vader. Meral krijgt hem zover om met hen mee naar Turkije te gaan om vakantie te vieren, vooral om zich met zijn vader te verzoenen.

Vooral vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw is er sprake van migratie van Turken naar Nederland, waardoor er in het land inmiddels verschillende generaties woonachtig zijn. Hoewel het merendeel van hen goed is geïntegreerd, hebben ze vaak nog wel een band met hun vaderland, met de Turkse cultuur, de normen en waarden, de politiek, de religie en ook de taal. Toch is er eveneens een probleem, want in Turkije worden ze niet gezien als volwaardige Turken en in Nederland ziet men hen niet als Nederlander. Of ze er geboren zijn of niet maakt daarbij niets uit. Kortom, ze hebben een dilemma. En die dilemma’s komen in Meral, de debuutroman van Santing haarscherp bovendrijven.

Hoewel het verhaal in deze roman volledig fictief is, lijkt een groot deel ervan op non-fictie. Dat komt vooral door de problematiek die in deze roman onder de aandacht wordt gebracht, maar ook omdat de lezer een globaal inzicht krijgt in het islamitische geloof, de Turkse cultuur en de gebruiken in het land. Deze elementen en het feit dat aan een paar actuele thema’s wordt gerefereerd, waar overigens niet verder op wordt in- en doorgegaan, zorgen ervoor dat het verhaal bijzonder realistisch overkomt. De omstreden Gülenbeweging, door Turkije inmiddels op de terreurlijst gezet, komt echter iets prominenter in beeld. Dat hier wat meer aandacht aan wordt besteed, is noodzakelijk voor het verhaal omdat dit deel uitmaakt van het conflict dat Ismail met zijn vader heeft.

Omdat de roman dus zowel een fictieve als non-fictieve uitstraling heeft, is de schrijfstijl enigszins wisselend. Het is beeldend wanneer het fictie is, het is beschrijvend als het een raakvlak heeft met de aan de realiteit gerelateerde zaken. Voor beide geldt echter dat het een helder en begrijpelijk verhaal is, waarin bijzonder goed overkomt wat de problemen en dilemma’s zijn. Daarbij heeft de auteur Meral en haar gezin als voorbeeld gesteld, maar voor de lezer is het overduidelijk dat de worsteling waarmee zij te kampen hebben voor veel meer Turkse gezinnen (en mogelijk ook die van migranten uit andere landen) geldt.

Dat de auteur een gedegen kennis van en over Turkije heeft, is goed te merken. Zonder overdreven gedetailleerde uitweidingen weet ze prima over te brengen wat er bij Turkse migranten leeft, hoe de inwoners van het land zelf over bepaalde dingen denken en welke de politieke kwesties er heersen. Meral, waarin ze veel van al het voorgaande heeft samengebracht, is behalve een roman die een uitstekend beeld geeft van deze Turkse situatie ook een boek dat tot nadenken aanzet.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Froukje Santing
Titel: Meral

ISBN: 9789493081413
Pagina’s: 224

Eerste uitgave: 2020

Dit heb je verdiend – Carla Kovach


Beschrijving
Melissa Sanderson leek het perfecte leven te hebben: een heerlijk gezin en een prachtig huis in een rustige buitenwijk. Maar nu is ze dood, en haar gewurgde lichaam vertoont bewijs van eerdere verwondingen. De plaats delict doet detective Gina Harte terugdenken aan haar eigen inktzwarte verleden – en juist dat maakt haar vastbesloten de moordenaar te vinden. Is het Melissa’s echtgenoot, met zijn losse handjes? Haar door jaloezie verteerde minnaar? Of is er nog iemand in het spel – iemand die Melissa al tijden in de gaten hield en die zijn volgende slachtoffer al in het vizier heeft?

Recensie
Haar jeugd buiten beschouwing gelaten, begon Carla Kovach ongeveer tien jaar geleden weer met schrijven. Omdat ze zich liet inspireren door theater en het tot leven brengen van woorden begon ze te schrijven voor toneel. Daarna kreeg ze al snel een voorliefde voor romans en scenario’s. In 2013 debuteerde ze met Flame, een Young Adult met bovennatuurlijke elementen. Stil maar (maart 2020), het eerste deel van een serie rond inspecteur Gina Harte, is haar eerste in het Nederlands vertaalde thriller. Het vervolg, Dit heb je verdiend, kwam in oktober 2020 uit.

Melissa Sanderson is alleen thuis wanneer ze een geluid hoort. Ze probeert haar slaapkamer te bereiken, maar wordt neergeslagen. Niet veel later treft haar man Darrel haar in de keuken aan, zittend op een stoel, maar wel vermoord. Inspecteur Gina Harte krijgt de leiding over het onderzoek en omdat de omstandigheden haar terugvoeren naar haar verleden is ze erop gebrand de moordenaar te vinden. Ondanks dat er nog geen enkel bewijs is, heeft ze al snel een aantal verdachten in beeld. Is een van hen de dader of moet ze weer van voren af aan beginnen?

Het verhaal speelt zich af in het voorjaar van 2018, maar wordt voorafgegaan door een proloog die vijfentwintig jaar eerder plaatsvindt. Deze inleiding, waarin de sfeer van het begin van de jaren ’90 goed wordt weergegeven, zorgt meteen al voor een lichte spanningsboog en weet de nieuwsgierigheid van de lezer op te wekken. Dit veelbelovende begin houdt in de eerste paar hoofdstukken nog even aan, maar al snel zakt het verhaal, dat eigenlijk nog niet eens echt op gang gekomen is, aanzienlijk in. Het tot dan aanwezige spanningsveld wordt omgeploegd, waarna er zo goed als niets meer van overblijft. De auteur haalt een aantal clichés uit de kast, de ene wat groter dan de andere, en in een vroegtijdig stadium weet de lezer ongeveer hoe een groot deel van het verhaal in elkaar steekt.

Dit heb je verdiend, dat twee later samenvloeiende verhaallijnen heeft, wordt verteld vanuit verschillende perspectieven, maar dat van Gina Harte heeft lichtelijk de overhand. Haar personage blijft daarom het minst oppervlakkig, de lezer komt meer over haar te weten dan over de andere. Wie Stil maar, het eerste deel van de serie gelezen heeft, merkt echter dat ze zich niet ontwikkeld heeft. Ze is stil blijven staan, waardoor je alleen maar kunt concluderen dat de auteur niets anders gedaan heeft dan het herhalen van een aantal zetten. Voor de andere terugkerende karakters geldt in feite hetzelfde, behalve dat er over hen toch al niet zo heel veel bekend was geworden. Het gevolg hiervan is dat deze tweede Harte-thriller zonder problemen los van zijn voorganger gelezen kan worden.

Kovach heeft een aantal thema’s in het verhaal verwerkt die nog steeds actueel zijn. Want vandaag de dag zijn er immers voldoende mannen die hun echtgenote onderdrukken en als spreekwoordelijke voetveeg beschouwen. Maar ook huiselijk geweld is een misdaad die tegenwoordig nog erg veel voorkomt. Ondanks deze beladen onderwerpen is de schrijfstijl van de auteur luchtig en daardoor is haar thriller bijzonder toegankelijk. De auteur weet de lezer echter te weinig te verrassen. Onverwachte plotwendingen doen zich nauwelijks voor, het is vooral een verhaal over het oplossen van een moord en de weg daarnaartoe. De persoonlijke problemen van Harte spelen daarbij een belangrijke rol.

De echte verrassing heeft Kovach voor de ontknoping bewaard. Daarin wordt de uiteindelijke dader ontmaskerd en de politie noch de lezer had dit tijdens de plot kunnen voorzien. Dit is echter niet genoeg om te kunnen overtuigen. Dit heb je verdiend, dat vertaald is door Barbara Lampe, behaalt namelijk met moeite een krappe voldoende.

Waardering: 3/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Carla Kovach
Titel: Dit heb je verdiend

ISBN: 9789022588260
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2020

Revolusi – David van Reybrouck


Beschrijving
Vijf jaar lang werkte Van Reybrouck aan zijn monumentale Revolusi. Hij interviewde tweehonderd mensen, de laatste nog levende getuigen van de onafhankelijkheidsstrijd, in Indonesische rusthuizen, Japanse miljoenensteden en op verafgelegen eilanden. Ook in Nederland bracht zijn onderzoek nieuwe verhalen aan het licht. De veelheid aan perspectieven en herinneringen weeft Van Reybrouck samen tot het aangrijpende verhaal van de Indonesische onafhankelijkheid. Zo toont hij hoe een nieuwe wereld vorm kreeg: in bloed, in pijn, met hoop.

Recensie
Als cultuurhistoricus en archeoloog werkte David van Reybrouck mee aan een aantal tentoonstellingen over de menselijke evolutie en verrichtte hij onderzoek naar onder andere de geschiedenis van de Belgische archeologie. Hij is tevens bekend als schrijver van essays, proza, poëzie en theater. Zijn grootste succes was het in 2010 verschenen Congo: een geschiedenis, een verhaal over slavernij en kolonialisme in Belgisch-Congo. Voor dit boek ontving hij een aantal prijzen, waaronder de AKO literatuurprijs. Eind 2020 verscheen Revolusi, waarin het kolonialisme in Nederlands-Indië en het ontstaan van de Republiek Indonesië besproken wordt.

Van Reybrouck heeft maar liefst vijf jaar lang aan Revolusi gewerkt. Hiervoor reisde hij af naar talloze landen, sprak met bijna tweehonderd mensen, waaronder een aantal nog levende getuigen van de onafhankelijkheidsstrijd die jarenlang geduurd heeft. Dat de auteur er zijn tijd voor genomen heeft, is goed te merken. Uit alles blijkt namelijk dat zijn research bijzonder grondig was, hij sprak met een groot aantal mensen en bovendien heeft hij een aanzienlijke hoeveelheid boeken, documenten, nieuwsberichten en andere teksten doorgenomen. Dit heeft zonder meer zijn vruchten afgeworpen, want behalve dat het een goed gedocumenteerde geschiedenis over de totstandkoming van de Republiek Indonesië is, is het ook een boek waarin naar voren komt met welke verschrikkingen de bevolking van het land door de eeuwen heen te maken heeft gehad.

Na een korte inleiding waarin de auteur het vergaan van S.s Van der Wijck in 1936 beeldend beschrijft, gaat hij verder met een kort verslag van enkele aanslagen die op 14 januari 2016 plaatsvonden, net op het moment dat hij zich in een hotelkamer in Jakarta bevond. Deze voorvallen zijn in zekere zin illustratief voor de explosieve staat waarin het huidige Indonesië en hoofdzakelijk het voormalige Nederlands-Indië zich bevonden heeft. Een situatie die ruim vier eeuwen geleden begon en waar pas vijfenzeventig jaar geleden een einde aan kwam, hoewel er in de eerste jaren na het bekrachtigen van de onafhankelijkheid van het land nog regelmatig ongeregeldheden en oorlogshandelingen voorkwamen.

In zo goed als chronologische volgorde neemt Van Reybrouck de lezer mee van het jaar 1605 naar 1950 en enkele jaren later. Hij bespreekt de opkomst en ondergang van de VOC, maar ook de verhandeling in slaven waar deze onderneming zich eeuwenlang mee bezighield. Ook het zowel toen en vooral tegenwoordig omstreden optreden van Jan Pieterszoon Coen blijft niet onbesproken. De auteur besteedt veel aandacht aan de Tweede Wereldoorlog. Niet geheel ten onrechte, want de Japanse bezetting is van grote invloed geweest op de dekolonisatie van het eilandenrijk. Hoewel ook de Japanners voor veel gruwelijkheden verantwoordelijk waren, maakten ze wel een eind aan de Nederlandse overheersing. De twee politionele acties die na de oorlog plaatsvonden, blijven eveneens niet onderbelicht. Dit geldt eveneens voor de rol van kapitein Raymond Westerling, al dan niet in opdracht heeft hij heus schrikbewind gevoerd.

Hoewel een groot deel van Revolusi historische feiten betreft, iets waarover in veel andere boeken natuurlijk ook al geschreven is, voegt de auteur wel degelijk wat toe met de talloze gesprekken die hij onder andere met getuigen of familieleden van overledenen heeft gevoerd. De passages die hiervan in het boek opgenomen zijn, het betreft de periode vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog, zorgen ervoor dat de verhalen die zij te vertellen hadden leven. Dit zijn dan niet alleen de verhalen van de Indonesiërs, maar ook die van Japanners en Nederlanders. Het is goed en minstens zo interessant dat Van Reybrouck het van twee kanten belicht. Zo kan iedereen zich een eigen mening over deze langdurige geschiedenis vormen.

De auteur sluit het boek af met een bibliografisch essay, waarin hij per hoofdstuk vertelt welke bronnen hij heeft geraadpleegd. Leuk om te weten, maar aan het eigenlijke doel van het boek voegt het niet veel toe. Desondanks is Revolusi een buitengewoon toegankelijk, boeiend en bovenal indrukwekkend boek over een van de zwartste perioden uit de Nederlandse geschiedenis.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: David van Reybrouck
Titel: Revolusi

ISBN: 9789403183404
Pagina’s: 640

Eerste uitgave: 2020