Auteursarchief: leeskees

De stad en het vuur – Walter Lucius


Beschrijving
Meer dan dertig jaar geleden ontvluchtte Farah Hafez haar vaderland, nadat haar vader tijdens een coup werd vermoord. Nu keert de onderzoeksjournalist terug naar Afghanistan en begint ze een gevaarlijke zoektocht naar een crimineel netwerk waarin jongens worden verhandeld. En dan stuit ze op een geheim dat haar leven voorgoed zal veranderen…

Recensie
Walter Goverde heeft als scenarist, regisseur en producent al naam gemaakt in de Nederlandse televisiewereld. Sinds 2013 is hij nu ook bekend als auteur, maar dan onder het pseudoniem Walter Lucius. In dat jaar verscheen het eerste deel van de Hartland-trilogie, De vlinder en de storm, waarvoor hij de Schaduwprijs gewonnen heeft. Drie jaar later kwam het tweede deel, Schaduwvechters, uit en in 2019 het laatste deel, De stad en het vuur. Vanuit het buitenland is er inmiddels belangstelling getoond om de drieluik te gaan verfilmen.

Journaliste Farah Hafez is nog maar net terug in Nederland als ze een telefonische uitnodiging ontvangt om naar Afghanistan te komen voor de herbegrafenis van haar vader. Tijdens de revolutie van 1978 is hij vermoord en in een massagraf gedumpt. Tijdens haar verblijf wil ze eveneens de familie van Sekandar, het aangereden en misbruikte jongetje, opsporen. Ze komt erachter dat er een heel netwerk van handel in jonge jongens bestaat en dat machtige personen daar deel van uitmaken. Ze wil dit aan de kaak stellen en ook dat er een einde aan komt. Haar onderzoek blijkt niet zonder gevaar te zijn.

De stad en het vuur heeft eenzelfde opzet als de twee voorgaande twee boeken uit de trilogie: verschillende delen (in dit geval zijn het er zeven) en het wordt verteld vanuit het perspectief van een aantal personages, deze keer zijn dat Farah Hafez, Paul Chapelle en Raylan Chapelle. Het verhaal van de eerste twee is in wezen een vervolg op dat uit de eerdere twee delen, dat van Raylan is, hoewel zijn naam in de voorgaande boeken al is voorgekomen, in feite nieuw. Zijn geschiedenis is daarom een extra dimensie in het geheel en voegt beduidend wat toe aan het hele verhaal. Al is het alleen al omdat het een sprong naar het verleden maakt waardoor de lezer ook meer over Farah en Paul te weten komt, ondanks dat je in De vlinder en de storm al kon vermoeden hoe hun onderlinge relatie zich verhoudt, wat overigens niet wil zeggen dat het verhaal voorspelbaar is.

Lucius laat zich in het laatste deel van de trilogie opnieuw van de beeldende kant zien. Levendige beschrijvingen van zowel personages, situaties als omgeving lijken zo’n beetje zijn handelsmerk te zijn geworden. Doordat hij ook een aantal historische namen en feiten in het verhaal verwerkt heeft, is het bijzonder realistisch, hoewel een kritische lezer zich wel kan afvragen of het niet heel bijzonder is dat de journalisten Paul en Farah zoveel overkomt. In een vloeiende en toegankelijke schrijfstijl weet de auteur de lezer van begin tot eind te boeien. Daarbij maakt hij regelmatig gebruik van mooie zinnen en vergelijkingen, maar ook van al bestaande citaten.

“De dood is niet het doven van het licht, maar het uitdoen van de lamp omdat de dag is aangebroken.” (Rabindranath Tagore)

Hoewel het spanningsveld in De stad en het vuur wel wat minder is dan in de twee voorgaande delen, zijn er wel degelijk momenten die spanning om de hoek komt kijken. Dit is dan vooral in de hoofdstukken die vanuit het oogpunt van Farah en Paul worden verteld. In die waarin Raylan zijn verhaal doet, draait het vooral om de verwerking van een oorlogstrauma, maar ook wat zijn binding is met Paul en Farah. En dat daarin de spanning grotendeels ontbreekt is geen enkel gemis. De drie afzonderlijke subplots zijn verhalen apart, maar hebben hoe dan ook een link met elkaar en met de twee voorgaande delen. Daarom is het ook beter om de serie in zijn geheel én op volgorde te lezen. Daardoor zijn de personages, het verhaal en de drieluik veel beter te begrijpen. Al met al heeft Lucius met De stad en het vuur de trilogie een waardig slot gegeven.

Waardering: 5/5

Met dank aan uitgeverij Luitingh-Sijthoff voor het beschikbaarstellen van een recensie-exemplaar.

Boekinformatie
Auteur: Walter Lucius
Titel: De stad en het vuur

ISBN: 9789024586776
Pagina’s: 496

Eerste uitgave: 2019

Meisje van me – Ilse Ruijters


Beschrijving
Tom is eigenaar van de Mindset Academy, een zeer succesvol coachingsbedrijf dat zijn cliënten leert om het verleden los te laten en te focussen op de toekomst. Zijn vrouw Amber is coach en geeft zijn succes een gezicht. Het leven lacht hun toe, maar privé hebben ze het niet zo makkelijk: Amber heeft geen baarmoeder en daardoor kunnen ze geen kinderen krijgen. Tom vindt de oplossing: ze laten hun biologische kind dragen door draagmoeder Kirsten. Amber en Tom zijn bij de bevalling in het ziekenhuis en zijn dolblij als dochter Emma is geboren. Als ze hun baby de volgende ochtend willen ophalen, blijken Kirsten en Emma verdwenen. Twee weken later wordt het ontzielde lichaam van Kirsten gevonden in een bos. Wie heeft haar vermoord? En waar is Emma?

Recensie
Als kind had Ilse Ruijters altijd al de wens om schrijfster te worden. Deze droom heeft ze uiteindelijk waargemaakt, want in september 2014 debuteerde ze met De onderkant van sneeuw en twee jaar later volgde Later als ik dood ben. Beide thrillers waren een succes, want voor de eerste won ze de Hebban Debuutprijs 2015 en de tweede werd beloond met de Hebban Thriller Award 2017. In april 2019 verscheen Vruchtbaar, voor stellen bij wie zwanger worden niet meteen lukt. Dit was haar eerste non-fictieboek en gebaseerd op eigen ervaringen. Ondertussen werkte ze aan haar derde thriller, Meisje van me, dat in september 2019 is verschenen.

Oud-profvoetballer Tom Kuijper is tegenwoordig eigenaar van de uiterst succesvolle coachingsbedrijf Mindset Academy. Zijn vrouw Amber is als coach bij hem in dienst. Ondanks dat succes en hun grote bekendheid kunnen ze geen kinderen krijgen. Die wens hebben ze wel en daarom hebben ze Kirsten, een van hun studenten, bereid gevonden om tegen een forse vergoeding draagmoeder van hun biologische kind te worden. Hun dochter Emma wordt geboren en als ze haar de volgende ochtend willen ophalen, blijken Kirsten en Emma spoorloos te zijn verdwenen. Dan wordt het lichaam van Kirsten gevonden, ze is vermoord. Van Emma is er echter geen enkel spoor. Zullen ze haar ooit nog terug zien?

Het verhaal begint met een veelbelovende proloog waarin niet expliciet genoemd wordt wat de strekking ervan is, maar waaruit wel blijkt wat er aan de hand is. Deze introductie zorgt ervoor dat de lezer nieuwsgierig wordt naar wat het verband is met het eigenlijke en dus echte verhaal. Hoewel het verhaal een geheel andere strekking heeft, is er, zoals aan het eind van het boek duidelijk wordt, wel degelijk een link met de inleiding. De lezer zal dus wat geduld moeten uitoefenen om daarachter te komen. Geduld hebben is sowieso iets waar de lezer het voor een groot deel van het verhaal van moet hebben. Het moet namelijk op gang komen, maar gedurende de plot neemt het tempo toe, hoewel het wel pas tot ontknoping duurt voor het eerste echt spannende moment om de hoek komt kijken.

Dat wil echter niet zeggen dat er geen spanningsboog is, die is er wel, vooral omdat al direct in het begin al helder is dat een aantal personages iets te verbergen heeft. Wat hun geheim is, komt tijdens het verhaal steeds meer naar voren. Tegelijkertijd is dit ook enigszins de valkuil, want in sommige gevallen is het al vroegtijdig redelijk voorspelbaar wat hij of zij verborgen probeert te houden. Dit gaat overigens niet ten koste van de beleving van het verhaal, die verandert daar niet door. Een andere factor die verantwoordelijk is voor het lichte spanningsveld, is het wisselende perspectief. Binnen de vrij lange hoofdstukken heeft Ruijters namelijk gekozen voor kortere tekstgedeelten die ieder door een ander personage worden verteld.

Een sterk punt in Meisje van me zijn de dialogen. Die zijn realistisch en levendig, alsof de gesprekken als het ware om de hoek plaatsvinden. Ook de uitwerking van de belangrijkste personages is heel behoorlijk gedaan, je hebt niet het gevoel meer van of over hen te willen weten en misschien wil je dat over een aantal zelfs niet eens. De plot van het verhaal is degelijk, zonder al te veel zijpaden in te slaan, komt het verhaal uiteindelijk bij de finish uit. Een ereplaats is voor Meisje van me echter niet weggelegd, daarvoor is het verhaal soms net iets te simpel, heeft het veel te weinig spanning en kabbelt het af en toe te langzaam voort. Ruijters zal in een volgend boek uit een ander vaatje moeten tappen om opnieuw het niveau van haar vorige twee thrillers te halen. Nu was het een ietwat teleurstellende ervaring.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Ilse Ruijters
Titel: Meisje van me

ISBN: 9789026342752
Pagina’s: 352

Eerste uitgave: 2019

Schaduwvechters – Walter Lucius


Beschrijving
Journaliste Farah Hafez wordt gezocht door internationale veiligheidsdiensten vanwege haar vermeende aandeel in een gijzelingsactie in Moskou. Ze vlucht naar Jakarta om haar onderzoek naar de criminele praktijken van een Russiche oligarch door te zetten. Gesteund door haar collega en vertrouweling Paul Chapelle, die in Moskou en Johannesburg nieuwe sporen vindt, legt zij op verrassende wijze het internationale netwerk van de Rus bloot.

Dit netwerk blijkt ook verantwoordelijk te zijn voor de zaak waarop de Amsterdamse recherche zich stukbijt: de hit-and-run op een Afghaans jongetje dat door een hooggeplaatste Nederlandse politicus seksueel misbruikt is.

Recensie
In 2013 debuteerde Walter Lucius, een pseudoniem voor Walter Goverde, met De vlinder en de storm, het eerste deel van de Hartland-trilogie en in dat jaar bekroond met de Schaduwprijs en een jaar later genomineerd voor de Diamanten Kogel. Het was meteen een groot succes, want de publicatierechten werden al meteen aan diverse landen verkocht en in Frankrijk is het boek zelfs uitgeroepen tot de vier beste thrillers van dat land. Drie jaar later, in 2016, verscheen de langverwachte opvolger Schaduwvechters, die opnieuw een internationale setting heeft.

In Moskou wordt journaliste Farah Hafez gedwongen om te verklaren dat ze bij een gijzelingsactie betrokken is. Ze weet naar Jakarta te ontvluchten, maar staat wel op de lijst van internationaal gezochte terroristen. In haar nieuwe toevluchtsoord gaat ze door met haar onderzoek naar de criminele activiteiten van oligarch Vladimir Lavrov. Haar collega en vriend Paul Chapelle helpt haar daarmee, maar wel vanuit een ander continent. Ondertussen loopt het onderzoek naar de aanrijding op een Afghaans jongetje ook nog steeds en hoofdinspecteur Radjen Tomasoa en zijn collega Esther van Noordt houden zich hiermee bezig. En beide zaken blijken met elkaar verbonden te zijn.

Het verhaal in Schaduwvechters gaat verder waar het in De vlinder en de storm is geëindigd, hoewel er eerst nog een korte herhaling van wat er gebeurd is aan voorafgaat. Ondanks dit gegeven is het op zich goed te doen om het tweede deel van de Hartland-trilogie afzonderlijk te lezen, maar het is niet aan te raden. Er is namelijk een overduidelijke link naar het voorgaande deel en aan het eind zal blijken dat er ook alweer een opzet is voor het derde en laatste. Gedurende de plot wordt regelmatig teruggekomen op wat er al gebeurd is en zonder deze kennis kun je toch het gevoel krijgen essentiële zaken te missen. De trilogie op volgorde lezen is dus het verstandigst.

Schaduwvechters heeft drie verschillende verhaallijnen, maar eigenlijk ook weer niet. Ieder verhaal speelt zich op een andere locatie af, heeft een andere protagonist, maar streeft uiteindelijk wel hetzelfde doel na: de ontmaskering van de gezamenlijke ‘vijand’. Het is dus overduidelijk dat de subplots onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ook nu is de schrijfstijl van Lucius bijzonder beeldend en aanschouwelijk, de lezer kan zich precies voor de geest halen wat de personages door- en meemaken, maar ook bij de beschrijvingen van de diverse locaties kan de lezer zich een goede voorstelling maken.

De opzet van het verhaal is identiek aan dat van het eerste deel, het is onderverdeeld in vijf delen en ieder deel heeft een aantal korte en minder korte hoofdstukken, opnieuw afwisselend vanuit het perspectief van de diverse personages. Deze personages zijn wat verder uitgewerkt en over de nieuwe komt de lezer ruim voldoende te weten om zich een beeld van hen te vormen. Hierdoor is het niet zo heel erg moeilijk om meteen al verbondenheid met hen te voelen, althans met de goedwillenden. Hafez is in dit verhaal trouwens iets minder prominent aanwezig dan in het vorige, maar dat maakt het er niet minder interessant op. Een uitgebreidere rol is weggelegd voor Tomasoa en daarom leert de lezer hem op een andere manier kennen, en die valt zeker niet tegen.

Lucius heeft met Schaduwvechters opnieuw een goed doordacht verhaal geschreven, dat van begin tot eind blijft boeien en ruim voldoende spannende momenten heeft. Het doet in ieder geval uitzien naar het laatste deel van de trilogie, waarvan de deur in het laatste hoofdstuk al enigszins op een kier gezet is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Walter Lucius
Titel: Schaduwvechters

ISBN: 9789021024233
Pagina’s: 424

Eerste uitgave: 2016

De vlinder en de storm – Walter Lucius


Beschrijving
In het Amsterdamse Bos wordt een Oosters jongetje, verkleed als danseresje, aangereden en voor dood achtergelaten. Hij spreekt slechts één woord, in Farsi: Plar, vader. Journaliste Farah Hafez duikt in de zaak en doet de nationale politiek vervolgens schudden op haar grondvesten. Maar ze haalt tegelijkertijd de demonen uit haar eigen jeugd keihard naar boven.

Recensie
Voor Teleac heeft Walter Lucius, een pseudoniem voor Walter Goverde, lang geleden een dramaserie geschreven en geregisseerd over een kleurrijk radiostation. Er werd aan een vervolg gedacht, dat hij vervolgens begon uit te werken. Hierna ontstond een nieuw idee dat uiteindelijk resulteerde in zijn thrillerdebuut De vlinder en de storm dat in 2013 is verschenen. De ideeën waren zelfs zo talrijk dat dit het eerste deel van een trilogie is geworden. Met dit debuut heeft hij in het jaar van uitgifte de Schaduwprijs voor het beste Nederlandse thrillerdebuut gewonnen.

Op een regenachtige avond krijgt de politie een anonieme melding binnen dat er een meisje op de weg ligt. Aangereden en zo goed als dood. Niet veel later blijkt dat het om een jongetje gaat die als danseresje is verkleed. Hoewel hij buiten bewustzijn is, kan hij nog net het woord ‘padar’, dat vader in het Afghaans betekent, zeggen. Journaliste Farah Hafez wil meer over dit jongetje te weten komen en gaat op onderzoek uit. Ze ontdekt dat het jongetje een slachtoffer van misbruik is en dat daar hoge functionarissen bij betrokken zijn.

De vlinder en de storm bestaat uit vijf delen en de hoofdstukken uit ieder deel worden voorafgegaan door een cursieve tekst die vanuit het perspectief van het slachtoffer, het jongetje, wordt verteld. Deze cursiefjes vertellen in feite wat de jongen is overkomen en zorgen er ook voor dat de lezer daar een compleet beeld van krijgt, dus niet alleen vanuit de visie die het onderzoek van de politie en Farah oplevert. De vele hoofdstukken waar het verhaal uit bestaat, zijn kort, worden vanuit verschillende gezichtspunten verteld en zorgen voor een behoorlijk tempo. Aan het eind van enkele delen wordt die snelheid zelfs nog wat opgevoerd en daarmee ook de spanning.

Het verhaal heeft een aantal verhaallijnen die aanvankelijk nogal complex lijken, waar gedurende de plot steeds meer structuur in komt en die uiteindelijk steeds meer samenvloeien tot één geheel. Daardoor is de context van die complexiteit uit het begin van het verhaal ook heel goed te begrijpen en te overzien en kun je niets anders dan concluderen dat het een goed samenspel van verhalen is. De verschillende personages worden gedurende de plot steeds meer uitgewerkt en als gevolg daarvan krijg je een vrij goed beeld van en over hen en beginnen ze voor de lezer ook meer te leven, en daarbij maakt het dan niet uit of ze wel of niet sympathiek zijn.

De schrijfstijl van Lucius is beeldend, dus soms lijkt het alsof je een film leest. Ook hanteert hij regelmatig mooi geformuleerde zinnen en worden de dialogen vrij realistisch weergegeven. Doordat de auteur zowel misdaad, romantiek, vreugde, drama en een vleugje cultuur in het verhaal verwerkt heeft, is het compleet, waardoor het niet alleen maar een rechttoe-rechtaanthriller is. Desondanks zijn er wel een paar momenten die ervoor zorgen dat je je wenkbrauwen fronst, dan grenst het verhaal aan het ongeloofwaardige. Maar de auteur heeft er wel voor gezorgd dat dit gedoseerd is, hij voorkomt daarmee dat het volslagen lachwekkend wordt. En dat is ook een kwaliteit.

Dat De vlinder en de storm een debuutthriller is, is niet te merken. Lucius heeft hiermee een prima en veelbelovende start gemaakt van een drieluik die bekendstaat als de Hartland-trilogie.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Walter Lucius
Titel: De vlinder en de storm

ISBN: 9789024569922
Pagina’s: 464

Eerste uitgave: 2013

Kamer 305 – Yvonne Franssen


Beschrijving
“Pas na tweeën ’s middags werd ik weer wakker. Mijn hele wezen schreeuwde om Martijn, maar hij had niets meer van zich laten horen en wat zou ik moeten zeggen? Toch graai ik nu met wild kloppend hart naar mijn telefoon. Het appje is echter van Corine.

Hoe lang moet ik mijn nieuwsgierigheid nog bedwingen? Serieus Kim, ik maak me zorgen. Wat is er aan de hand?

Wat is er aan de hand? Absoluut een goeie vraag. Dat zou ik ook wel willen weten. Het lijkt er sterk op dat mijn minnaar zijn vrouw heeft vermoord, mijn echtgenoot heeft geprobeerd mijn moeder te vermoorden en ik ben bang dat een van mijn cliënten onderweg is om mij te vermoorden. Meer niet. Niets om je zorgen over te maken.”

In de literaire thriller Kamer 305 raken de levens van Kim en Eva met elkaar verstrengeld tijdens hun huiveringwekkende zoektocht naar het motief achter enkele mysterieuze moorden.

Recensie
Met taal heeft Yvonne Franssen altijd al wat gehad, dus is het niet zo vreemd dat ze er als klein meisje van droomde om te gaan schrijven. Lezen, vooral spannende verhalen, deed ze veel en regelmatig begon ze zelf ook met het schrijven van verhalen en versjes. Op latere leeftijd won ze verschillende prijzen en publicaties bij een aantal schrijfwedstrijden. In 2011 publiceerde ze haar debuutthriller Talio. Haar jongste en vijfde thriller is Kamer 305, dat in september 2019 is verschenen. Naast haar carrière als auteur is ze ook nog werkzaam bij een advocatenkantoor.

Kim en Simon zijn een paar jaar getrouwd, maar hun huwelijk is niet meer wat het geweest is. Daarnaast gaat ze al een tijdje vreemd, met Martijn, die ook al huwelijksproblemen heeft. Op een avond vindt Kim een dode vrouw op het bed in kamer 305 van het hotel waar ze altijd met Martijn afspreekt. Ze raakt in paniek en neemt een ongebruikelijke beslissing. Later maakt ze samen met Martijn kennis met Eva, die meer wil weten over een moord, identiek aan die op haar vader. Met zijn drieën komen ze uiteindelijk tot een schokkende ontdekking die gevolgen voor hun drieën heeft.

Eva, Kim en Martijn zijn de belangrijkste personages waar het in Kamer 305 om draait. Het is dus niet zo vreemd dat het verhaal vanuit hun perspectief wordt verteld. In korte hoofdstukken geeft ieder van hen haar of zijn visie weer, waarbij Franssen er wel voor heeft gezorgd niet in overbodige herhalingen te vallen. Natuurlijk, er zijn enkele overlappingen, maar over het algemeen gaat het verhaal bij de een verder waar het bij de ander geëindigd is. Daarnaast zijn er ook hoofdstukken die vanuit een aanvankelijk onbekende persoon worden verteld, maar van meet af aan is het duidelijk dat dit de dader is.

Al deze verhaallijnen worden vanuit de eerste persoon verteld, dus in de ik-vorm. Omdat de namen (in geval van de dader een asterisk) van de desbetreffende personages boven de hoofdstukken staan vermeld, weet de lezer altijd wie er op dat moment aan het woord is. Toch is het vooral in het begin enigszins verwarrend, vooral omdat de perspectiefwisselingen vrij snel plaatsvinden en de lezer het gevoel heeft voortduren te moeten omschakelen. Je kunt je dus afvragen waarom de auteur voor deze op zich begrijpelijke vertelvorm gekozen heeft en of ze het zichzelf daarmee niet moeilijker heeft gemaakt dan nodig was.

Ondanks de vondst van de dode vrouw en de andere misdaden wil de eerste helft van het verhaal nog niet sprankelen. Daarvoor heeft het een te laag tempo en is de spanning minimaal. Toch weet de auteur de lezer wel te boeien, want die wil immers weten hoe Kim, en in iets mindere mate Martijn, zich uit hun benarde situatie redden en of Eva nog wat gaat bereiken met haar eigen naspeuringen. Het geduld wordt in de tweede helft van het boek beloond, want het verhaal wordt interessanter, het tempo gaat omhoog en er zijn meer onverwachte plotwendingen. Het beste echter heeft Franssen bewaard voor de ontknoping, die is verrassend, bizar en onthutsend tegelijk.

Hoewel het verhaal soms licht voorspelbaar is, een voorbeeld hiervan is de werkelijke situatie rond Simon en Eva’s stiefvader, heeft het zo nu en dan ook verrassende ontwikkelingen en eindigen enkele hoofdstukken met een nieuwsgierig makende cliffhanger. Verder is de omstandigheid waarin Kim verkeert niet bijster geloofwaardig, maar haar af en toe de kop opstekende paniekgevoel is wel goed voelbaar. Al met al is Kamer 305 een originele en lezenswaardige thriller die, ondanks dat de spanning toch wat achterblijft, gedurende de plot toch in kracht toeneemt.

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Yvonne Franssen
Titel: Kamer 305
ISBN: 9789492939319
Pagina’s: 222

Eerste uitgave: 2019

Te koop – Eva Monté


Beschrijving
Het is 2013. Nederland zucht onder de crisis. In elke straat staan steeds meer huizen te koop, maar er is nauwelijks beweging op de woningmarkt. Gelukkig is er hoop voor de verkopers. Makelaar Richard Hoek hanteert onorthodoxe methodes om de huizen van zijn radeloze klanten te verkopen. Hij laat echter een spoor van vernieling na bij iedereen die met hem in aanraking komt. Dat haar man een schaduwkant heeft, is iets waar Marlinde pas achter komt als Richard op een dag komt bovendrijven in de Eem. Wie heeft hem vermoord? Er zijn zoveel mensen die Richard dood wensten…

Recensie
Na de geboorte van haar tweede kind begon Alexandra Nagelkerke, afgestudeerd in klassieke muziek, een zangpraktijk en vertaalde ze tien jaar lang romantische thrillers. Haar zus Victoria koos met maatschappelijk werk voor een andere richting. Samen zijn ze onder het pseudoniem Eva Monté begonnen met het schrijven van thrillers en spannende romans begonnen. Te koop, dat in 2015 verscheen, was hun gezamenlijke debuut en meteen werd genomineerd voor de Hebban Thrillerdebuutprijs van dat jaar. Ook schreven ze in 2018 de Storytel Original audioserie De mooiste tijd van je leven. In juni 2019 staat de uitgifte van hun nieuwste thriller gepland.

Het is crisis en de huizenmarkt ondervindt daar ook de negatieve gevolgen van. Makelaar Richard Hoek heeft daar echter geen last van, het lijkt hem goed te gaan. Nadat woonstyliste Ghislaine de woningen gerestyled heeft, lukt het hem om de huizen wel te verkopen. Ze maken hier echter wel een aantal vijanden mee. Dan slaat het noodlot toe en wordt Richard dood in de Eem aangetroffen. Het is meteen duidelijk dat hij is vermoord. Daarna ontdekt zijn vrouw Marlinde dat hij er dubieuze praktijken op na heeft gehouden. Ze vreest nu ook voor haar eigen leven, maar ook voor dat van haar kinderen.

Vastgoedfraude. Het gebeurde, het gebeurt en het zal blijven gebeuren. Dit onderwerp heeft de auteurs geïnspireerd om een thriller over dit thema te schrijven. Een aardig en origineel idee, maar de uitvoering daarvan laat wel wat te wensen over. Het verhaal heeft, en misschien was dat wel de bedoeling, weinig diepgang (alleen het personage Richard wordt wat meer uitgewerkt dan de andere) en daardoor is het nogal oppervlakkig. In het begin vallen sommige dialogen nogal op, ze zijn onrealistisch. In het bijzijn van vreemden, vooral als je ze voor het eerst ontmoet, gedraag je je niet alsof je hen al jaren kent. Zeker niet als die relatie ook nog eens zakelijk is. Dit is buitengewoon onwerkelijk.

Te koop is wel een vlot lopend verhaal, de lezer hoeft zich in feite niet in te spannen om het boek uit te krijgen, dat gaat eigenlijk vanzelf. De plot heeft een paar verrassende wendingen, maar niet dusdanig dat het daardoor spannend wordt. Die spanning blijft van begin tot eind achterwege. Dat komt zo goed als zeker ook omdat al vrij snel na de moord duidelijk is in welke richting de moordenaar gezocht moet worden. Dit is niet het enige voorspelbare in het verhaal, want ook was te voorzien dat een aantal van de belangrijkste personages niet te vertrouwen is.

De meeste personages komen overigens niet al te sympathiek over en zijn ook niet zo inspirerend. Alleen Marlinde, de vrouw van Richard, springt er enigszins positief uit. Maar zijn alleen kan het geheel niet redden. Al met al is Te koop een verhaal dat weinig indruk maakt en ook nog eens behoorlijk simpel is. In een volgend boek zal het auteursduo zich wel van een betere kant moeten laten zien, want op zich hebben ze het zeker in zich om een boeiende thriller te schrijven. Het zal er dan ook wel uit moeten komen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Eva Monté
Titel: Te koop

ISBN: 9789461092175
Pagina’s: 335

Eerste uitgave: 2015

De dood van Murat Idrissi – Tommy Wieringa


Beschrijving
De veerboot van Tanger naar Algeciras, een felle wind jaagt door de Straat van Gibraltar. In het ruim van het schip, verscholen in de kofferbak van een auto, sterft een jongeman.

Met de dode verstekeling in hun auto rijden twee jonge Marokkaans-Nederlandse vrouwen even later Spanje binnen. Groot en leeg strekt het land zich voor ze uit. Aan weerszijden van het asfalt de woestijn. Wat begon als lichtzinnig avontuur, is hun noodlot geworden.

Recensie
In 2004 las Tommy Wieringa een teletekstberichtje en las in een aantal steekwoorden de samenvatting van een boek. De woorden waren: twee vrouwen, Marokko, veerboot, verstekeling, Spanje en dood. Even heeft hij overwogen om van het waargebeurde drama een non-fictieverhaal te schrijven, maar deed dat uiteindelijk niet. Pas in 2017, meer dan tien jaar na deze gebeurtenis, heeft hij er een roman over geschreven: De dood van Murat Idrissi, na Dit zijn de namen opnieuw een boek dat migratie als thema heeft.

Na een vakantie in Marokko zijn de vriendinnen Thouraya en Ilham met een gehuurde auto op de terugweg naar Nederland. In Rabat hebben ze zich laten overhalen om Murat, een Marokkaanse jongen, in de kofferbak mee te nemen. Op de veerboot naar Spanje komen ze erachter dat hij niet meer leeft, hij blijkt te zijn gestikt. De smokkelaars verdwijnen, samen met het aan de meisjes beloofde geld. De vriendinnen zijn ten einde raad en willen maar één ding: van het lijk afkomen. Maar hoe doen ze dit zonder dat ze gezien worden?

De dood van Murat Idrissi begint met een korte les in geschiedenis en toont daarbij de gevaren van de Straat van Gibraltar. Je vraagt je af wat de proloog met het eigenlijke verhaal te maken heeft, maar de laatste alinea van deze inleiding geeft daarvoor een duidelijke verklaring: de migrantenproblematiek en het leed dat daarmee gepaard gaat. In het verhaal zelf haalt Wieringa ook nog een ander probleem, dat overigens van een geheel andere orde is, naar voren. Want veel Nederlandse Marokkanen worden in hun moederland niet voor vol aangezien, terwijl dat in het land waar ze wonen, Nederland dus, eveneens het geval is. Ze lijken nergens bij te horen, zitten daardoor in een soort identiteitscrisis.

Hoewel de novelle, de geringe omvang van het boek rechtvaardigt deze benaming, in principe een zwaar thema heeft, heeft Wieringa ervoor gekozen het verhaal luchtig te houden. Daarbij heeft hij niet uit het oog verloren waar de problematiek om gaat, dat blijft gedurende de plot voortdurend meespelen en niet eens altijd op de achtergrond. In over het algemeen korte en bondige zinnen houdt hij het eenvoudig en wordt nergens een overbodig woord gebruikt. De dialogen zijn realistisch en niet overdreven en geven precies aan hoe de vork in de steel zit. Een enkele mooie zin kan daarbij misschien wel als de bekende kers op de taart worden gezien.

Gedurende de plot wordt de lezer deelgenoot gemaakt van de paniek en wanhoop van de vriendinnen, maar eveneens van hun onzekerheid over de ontstane situatie. Veel meer dan dit kom je over hen niet te weten, want, en dat geldt in feite ook voor de andere personages die een wat minder grote rol in het verhaal hebben, ze worden verder niet uitgediept. Voor het verhaal is dat overigens ook helemaal niet nodig, dus zal de lezer het moeten doen met hoe Wieringa ze schetst. En dat is goed, want een uitvoerigere beschrijving van hun personages zou het verhaal, en dat is waar het feitelijk om gaat, geen goed doen.

Naarmate de ontknoping nadert, neemt het enigszins aanwezige spanningsveld ook toe. Want wie wil er nou niet weten hoe Thouraya en Ilham van het lichaam van Murat afkomen. En bovendien of het hen sowieso zal lukken. Wat Wieringa aan het eind van het verhaal in het midden laat, is wat er uiteindelijk van de vriendinnen is geworden. Dat laat hij aan de verbeelding van de lezer over. Desalniettemin is De dood van Murat Idrissi een aangename en erg fijne roadnovel, die uitstekend als tussendoortje gelezen kan worden.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Tommy Wieringa
Titel: De dood van Murat Idrissi

ISBN: 9789048836864
Pagina’s: 128

Eerste uitgave: 2017

Koelcel – David Koepp


Beschrijving
December 1987. Robert Diaz, lid van een geheime elite-eenheid van het Pentagon, reist naar de Australische woestijn om een mogelijke biochemische aanval te onderzoeken. Hij vindt iets veel verontrustenders: een extreem muterend plantachtig organisme dat de wereld kan verwoesten. Hij kan het net op tijd terugdringen en bewaart het in een koelcel in een zwaar bewaakt overheidsgebouw.

Maart 2019. Het gebouw wordt verkocht, en het organisme weet te ontsnappen. En het muteert sneller dan ooit tevoren… Diaz, inmiddels met pensioen, wordt opgeroepen om twee argeloze bewakingsagenten, een ex-gevangene en een single moeder, te helpen. Diaz weet wat er op het spel staat, de andere leren het gaandeweg… Het doel is simpel: het organisme isoleren en de mensheid redden. Maar hoe?

Recensie
Jurassic Park, Spider-Man en War of the Worlds, het zijn maar drie van de vele succesvolle speelfilms waar David Koepp het scenario voor schreef. Op een vroege en hete augustusochtend in 2017 liep hij door de straten van New York en een idee voor een nieuw filmscenario borrelde bij hem op. Hoe anders is het echter gelopen, want dat idee is uiteindelijk niet omgezet in een nieuwe film, maar in zijn debuutthriller Koelcel, dat in september 2019 is verschenen en waarvan de filmrechten inmiddels ook zijn verkocht.

In 1987 krijgen DNA-agenten Roberto Diaz en Trini Romano de opdracht om in het Australische Kiwirrkurra een schimmel te onderzoeken. Ze komen erachter dat deze soort zich in razend tempo transformeert en daardoor een levensgevaarlijke bedreiging voor de wereld vormt. De schimmel wordt ter plekke vernietigd, maar ze nemen er wel een monster van, dat vervolgens in de Verenigde Staten ondergronds wordt opgeslagen. Dertig jaar later ontdekken twee beveiligers van de opslag een storing in een van de ruimten. Bij hun inspectie komt de schimmel vrij en kan het zijn dodelijk weg vervolgen. Diaz, inmiddels gepensioneerd, is de enige die dit kan voorkomen.

Koepp kan schrijven, dat heeft hij wel bewezen met de scenario’s die hij voor talloze films en televisieseries geschreven heeft. Een boek zou dan in principe ook geen probleem moeten zijn, zou je denken. Met Koelcel bewijst de scenarist echter dat hij deze discipline niet beheerst. Want al vanaf de informatieve proloog tot een paar hoofdstukken voor het einde wil het maar niet vlotten met het verhaal. Het onnodig gedetailleerd en veel te uitgebreid beschrijven van situaties onderdrukken iedere mogelijke spanning, het tempo is daardoor evenredig traag waardoor het grootste deel van het verhaal vervelend en langdradig is. De plot is al een flink eind gevorderd wanneer er een lichte verandering plaatsvindt, het wordt wat sneller en het vermelden van overbodige details neemt enigszins af. Het lijkt erop dat de auteur dan al naar de ontknoping toewerkt, want de afloop van het verhaal is zoals het grootste deel van dit boek zou moeten zijn. Er is een lichte spanning, het heeft snelheid en er gebeurt ten minste wat. Iets dat er in de vele bladzijden daarvoor ontbrak.

Van een scenarioschrijver verwacht je een tot de verbeelding sprekende schrijfstijl. Bij Koepp is daar aanvankelijk geen enkele sprake van, het eerste deel van Koelcel is namelijk klinisch en zakelijk. Dit wordt voor een deel veroorzaakt door een aanzienlijk aantal wetenschappelijke terminologieën, waarover zo goed als geen enkele uitleg gegeven wordt. Abracadabra voor de lezer die onbekend is met die materie. Naarmate de plot vordert, verbetert dit enigermate, maar pakkend wordt het verhaal nergens. Dat geldt eveneens voor de meeste dialogen, die zijn voor het grootste deel onrealistisch en lijken vooral te zijn geschreven voor de Amerikaanse lezer. Dat valt onder andere af te leiden uit de pseudoleuke humor die de auteur overvloedig hanteert.

Het verhaal kent een aantal uitzonderlijke personages die geen van alle echt goed uitgewerkt zijn. De twee waar de lezer het meest over te weten komt, zijn Naomi en Travis, bijnaam Teacake. Hoewel zij natuurlijk ook hun eigenaardigheden hebben, zijn ze wel degenen waarmee je de meest binding kunt hebben. Hun onderlinge interactie is verfrissend ten opzichte van de andere dialogen in het verhaal. En ook het meest realistisch.

“We zijn gewoon baliemedewerkers, hoor!”
“Denk met me mee. Ja, het is een schijtbaan, maar het is ónze baan.”
“Het is onze verantwoordelijkheid.”
“Ja!”
“En daarbij zijn we ook nieuwsgierig.”

Koelcel, dat vertaald is door Tasio Ferrand, is een bij vlagen voorspelbaar boek dat van meet af aan niet op gang wil komen en waarvan de spanning ondermaats is. Ondanks Koepp’s originele idee laat de uitwerking daarvan te wensen over. Voor een eventueel volgend boek zal hij uit een ander vaatje moeten tappen.

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: David Koepp
Titel: Koelcel
ISBN: 9789402703566
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2019

De galerijflat – Francesco Recami


Beschrijving
Amadeo Consonni is gek op moordzaken. Claudio Giorgi drinkt veel te veel en slaat zijn vrouw en kinderen. De Angelis is de hele dag bezig met zijn mooie Opel en zijn parkeerplaats. Erika draagt strakke truitjes en te korte rokjes.

Met z’n allen wonen ze in een galerijflat in Milaan. En dan gaat het mis.
Te midden van misverstanden en geklungel ligt een lijk in een zak te wachten op vervoer. En op de parkeerplaats van De Angelis staan steeds andere auto’s.

Recensie
Voordat Francesco Recami begon met het schrijven van romans, schreef hij berggidsen en jongensboeken. Toen hij ongeveer vijftig jaar oud was, schreef hij zijn eerste roman, Il ragazzo che leggeva Maigret, waarmee hij in 2009 de Premio Scrittore Toscano, een Toscaanse schrijversprijs, won. Daarnaast heeft hij ook korte verhalen geschreven. Zijn eerste in Nederland verschenen boek is De galerijflat, dat in 2016 is uitgegeven.

Amadeo Consonni, woonachtig in een Milanese galerijflat, verzamelt krantenknipsels van moordzaken. Daarbij probeert hij deze zaken ook te onderzoeken. In dezelfde flat wonen de alcoholist Claudio Giorgi die zijn gezin mishandelt, de tachtiger De Angelis die verzot is op zijn auto en een eigen parkeerplaats heeft en Erika die uitdagende kleding draagt. Samen zijn ze goed voor een groot aantal misverstanden en zorgen ze voor uitzonderlijke situaties.

In het begin doet De galerijflat enigszins denken aan Kleine helden, het laatste boek van Almudena Grandes. Het ademt, maar dan wel op kleinere schaal, dezelfde sfeer uit. Het heeft aanvankelijk hetzelfde trage, maar ook relaxte tempo. In feite is aan alles te merken dat het verhaal zich in een land rond de Middellandse Zee afspeelt. Recami begint meteen al met een beeldende beschrijving van het leven van de bewoners van de flat. Interessant, want daardoor kan de lezer zich goed voorstellen hoe het er in de diverse woningen aan toegaat.

Het boek heeft diverse verhaallijnen, die gedurende de plot steeds dichter bij elkaar komen. Dat heeft tot gevolg dat het steeds complexer wordt. Toch weet de auteur het overzicht uitstekend te behouden, waardoor de lezer alles wat zich afspeelt ook nog goed kan overzien en altijd precies weet waar hij aan toe is. Zelfs wanneer het verhaal absurdistische kenmerken begint te krijgen en misverstanden en aannames de overhand krijgen, blijft het overzichtelijk.

De vele plotwendingen zorgen ervoor dat het verhaal, en in het bijzonder in het tweede deel van het boek wanneer het tempo zienderogen toeneemt, boeiend blijft en ook nog eens voldoende spanning heeft. De galerijflat is een dun boek dat de moeite van lezen meer dan waard is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Francesco Recami
Titel: De galerijflat

ISBN: 9789076270920
Pagina’s: 198

Eerste uitgave: 2016

De loopjongen – Andrew Gross


Beschrijving
De Joodse broers Rabishevsky groeien in grote armoede op in het New York van de jaren 20 en 30. Morris, de jongste en meest ambitieuze, maakt snel carrière binnen de kledingindustrie. Al op 21-jarige leeftijd runt hij de business, samen met zijn broer Sol. Broer Harold raakt echter verzeild in de gangs van Lower East Side en uiteindelijk in de joodse maffia. Naarmate de zaak van Morris en Sol groeit, komen ze steeds vaker hard in aanvaring met de vakbond die in handen is van de meest gevreesde gangster van de stad, voor wie hun broer Harold een van de loopjongens is. Een harde confrontatie tussen de broers is onvermijdelijk…

Recensie
Van huis uit komt Andrew Gross uit de kledingindustrie, waar hij nog tot zijn zesenveertigste in werkzaam was. Toen hij zonder werk kwam te zitten, wist hij niet wat hij moest gaan doen en het schrijven van een roman was altijd al een van zijn wensen. Hij volgde een schrijfopleiding aan de Universiteit van Iowa en deed drie jaar over zijn eerste boek Hydra, dat trouwens door diverse uitgevers werd geweigerd. Van James Patterson leerde hij pas echt schrijven en hun samenwerking betekende zijn doorbraak. In 2006 begon hij een solocarrière en een jaar later debuteerde hij met Code blauw. Zijn laatste thriller is De loopjongen, dat in 2019 is verschenen.

Morris Rabishevsky is bijna twee jaar oud als zijn broer Shemuel bij een verkeersongeluk om het leven komt. Tien jaar later begint hij aan zijn eerste baantje in de kledingindustrie en blijkt hij een snelle leerling te zijn. Op 21-jarige leeftijd heeft hij, samen met zijn broer Sol, een eigen bedrijf. In die tijd is de Joodse maffia erg actief en ook Morris’ zaak wordt door een van de beruchtste gangsters onder handen genomen. Morris houdt stand en is niet van plan zich aan de maffia te onderwerpen. Dit heeft voor hem en zijn broer Harry, die lichte hand-en-spandiensten voor de criminele organisatie verricht, dramatische gevolgen.

Het beeld dat Gross schetst van het New York van de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw is levendig en beeldend. De armoede, de bloeiende kledingindustrie, de Joodse maffia die steeds meer voet aan de grond begint te krijgen en de corruptie die daarmee samenhangt, alles komt in De loopjongen wel voorbij. Omdat het verhaal is gebaseerd op het levensverhaal van Gross’ grootvader is het niet zo heel erg vreemd dat het bijzonder realistisch overkomt. Het feit dat de auteur de werkelijke namen van onder andere vele maffialeden in het verhaal verwerkt heeft, is natuurlijk ook een erg belangrijke factor. In feite zou je zelfs kunnen zeggen dat het non-fictie in een overigens verder fictief verhaal is. Maar wel een verhaal dat dus waarheidsgetrouw is en nergens geforceerd aandoet.

De loopjongen is in wezen het levensverhaal van Morris Rabishevsky die zijn achternaam om bedrijfsmatige redenen heeft aangepast naar Raab. En dat leven is allesbehalve saai, zelfs de wetenswaardigheden uit de kledingindustrie weten te boeien, wat eigenlijk voor het hele verhaal geldt. Zonder enige vorm van twijfel is dat de verdienste van de auteur. Het is hem namelijk gelukt om van dat levensverhaal, dat ook beschouwd kan worden als een familiegeschiedenis, een vlot lopende en interessante vertelling te maken. Het enige dat Gross enigszins verweten kan worden, is dat het boek te weinig spanning heeft. Die spannende momenten zijn er wel, vooral wanneer de ontknoping dichterbij komt, maar een verhaal waarin de maffia een aanzienlijke rol speelt, kan en mag wel een groter spanningsveld hebben.

Het sterkste personage in het De loopjongen is, hoe kan het eigenlijk ook anders, Morris. Het is immers zijn verhaal. Zijn karakter wordt daarom ook het meest uitgewerkt en als lezer krijg je de meeste feeling met hem en leer je hem kennen als standvastig, eerlijk en rechtvaardig. Eigenschappen die niet voor iedereen weggelegd zijn. En zijn verhaal laat in wezen ook zien dat wanneer je echt iets wilt bereiken dat ook mogelijk is, met en zonder hindernissen.

Gross heeft in De loopjongen andermaal laten zien dat hij een begenadigd verhalenverteller en schrijver is. En hoe hij tot dit verhaal is gekomen, vertelt hij in het nawoord aan het eind van het boek en deze persoonlijke noot mag feitelijk niet overgeslagen worden. Want het maakt immers deel uit van deze fascinerende en boeiende familiegeschiedenis.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Andrew Gross
Titel: De loopjongen

ISBN: 9789026148675
Pagina’s: 350

Eerste uitgave: 2019