Categorie archief: Gelezen in 2026

Het laatste slachtoffer – Alexander Colin

Flaptekst
Op een verlaten industrieterrein wordt een gruwelijke ontdekking gedaan. Het tafereel lijkt het zoveelste macabere werk van de Regisseur, de seriemoordenaar die het land al maanden in zijn greep houdt. Zijn methode is even sadistisch als theatraal: hij ontvoert mensen in duo’s en maakt van hun laatste dagen een zorgvuldig geënsceneerd schouwspel. Maar er is één verschil – dit keer heeft een van zijn slachtoffers het overleefd.

Wanneer traumatherapeut Max West ingeschakeld wordt om het laatste slachtoffer te begeleiden, raakt ze gefascineerd door de raadsels rondom de dader. Wie is deze man, die zijn misdaden als een voorstelling regisseert? En waarom lijkt het alsof zijn verhaal nog niet is afgelopen?

Terwijl Max dieper graaft in het trauma van haar nieuwe patiënt, groeit het gevoel dat iemand de gebeurtenissen van dichtbij volgt. Misschien zelfs dichterbij dan ze denkt.

Recensie
Dat Alexander Colin zijn liefde voor schrijven niet van een vreemde heeft – zijn vader gaf deze passie aan hem door, maar ook zijn grootmoeder had er een belangrijke rol in – blijkt uit het feit dat hij in 2021 met een kortverhaal derde werd bij de Zilveren Strop. Twee jaar later bracht hij zijn eerste thriller Angsteiland (2023) uit en zijn vierde boek, Het laatste slachtoffer, is in het voorjaar van 2026 uitgebracht.

Hierin wordt traumatherapeut Max West, die overigens een fascinatie heeft voor de schaduwzijde van de mens, benaderd door een vrouw met het verzoek haar dochter Amelie, die uit handen van een seriemoordenaar is ontsnapt, te helpen. Ze stemt hiermee in, maar anderhalve sessie later neemt haar cliënt de beslissing met de therapie te stoppen. Max is echter niet van plan het hierbij te laten, want ze is ervan overtuigd dat ze het meisje kan helpen. Ze begint zich in de zaak van de moordenaar te verdiepen en komt er geleidelijk aan achter dat de werkelijkheid anders is dat op het eerste gezicht lijkt.

Aanvankelijk wordt de lezer deelgenoot gemaakt van een paar scènes die in feite niet zo opzienbarend zijn, maar heel kort daarna is zijn stemming volledig omgeslagen want het eerste hoofdstuk eindigt onthutsend en enigszins luguber. Hierdoor zit je meteen in het verhaal en ben je nieuwsgierig naar het vervolg, maar eveneens naar wat aan de geschetste omstandigheden is voorafgegaan. Doordat de voortgang vanuit elkaar afwisselende perspectieven wordt verteld, kom je stukje bij beetje steeds meer te weten, waarbij met de regelmaat van de klok allerlei sprongen in tijd plaatsvinden. Hierdoor kom je te weten wat zich in het verleden heeft afgespeeld, maar eveneens wat zich allemaal in het heden voordoet. Een groot voordeel daarvan is dat je een goed beeld krijgt van de gehele situatie.

Het boek heeft verschillende verhaallijnen, waarvan het in eerste instantie lijkt dat sommige niets met elkaar te maken lijken te hebben. Niets is echter minder waar, want dit onderlinge verband wordt stapsgewijs inzichtelijker en dat doet de auteur op een erg geraffineerde wijze. Daarbij zet hij de lezer veelvuldig op het verkeerde been en plotwendingen, waaronder vele onverwachte, zijn niet van de lucht. Als je denkt te weten hoe een en ander in elkaar steekt, blijkt even later dat je veronderstelling helemaal niet juist was, met andere woorden: er is een ruime hoeveelheid verrassingen. Zelfs in het allerlaatste hoofdstuk laat Colin je nog verbijsterd achter, want dan volgt er een onthulling over een daad van een van de personages die je min of meer verbouwereerd achterlaat, maar waaruit je eveneens kunt opmaken dat sommige dingen weer van voren af aan beginnen.

De schrijfstijl van de auteur is vlot, toegankelijk en hedendaags. Daarnaast wordt alles ook nog eens bijzonder aanschouwelijk in beeld gebracht, waardoor je het spektakel – zo kunnen de gebeurtenissen absoluut genoemd worden – zonder problemen op je netvlies ziet verschijnen. Het verhaal wordt gedragen door een aantal personages, waarvan Max de belangrijkste is. Over haar kom je ruim voldoende te weten en derhalve is ze naar behoren uitgewerkt. Voor de anderen geldt dit in iets mindere mate, maar wel dusdanig dat je ook van hen een gedegen indruk krijgt. In een enkel geval worden ook een paar persoonlijke perikelen naar voren gebracht – met name die van Max – en dan blijkt dat ze nog te kampen heeft met een onverwerkt en traumatisch verleden. Dit is zonder meer een interessante toevoeging.

Alles bij elkaar genomen is Het laatste slachtoffer een spannende en intrigerende thriller die de lezer van begin tot eind weet te boeien en nieuwsgierig maakt naar de volgende belevenissen van Max West, want dat die gaan komen, valt uit het dankwoord van de auteur op te maken.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Alexander Colin
Titel: Het laatste slachtoffer

ISBN: 9789026374227
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2026

Fatale zaken – Lucie Whitehouse

Flaptekst
Na haar ontslag bij de Londense politie keert Robin Lyons terug naar Birmingham waar ze noodgedwongen samen met haar puberdochter bij haar ouders intrekt. Ze probeert haar leven opnieuw op te bouwen. Maar wanneer haar beste vriendin wordt vermoord en een jonge vrouw verdwijnt, kan Robin niet werkloos toekijken. Terwijl ze haar eigen onderzoek start, ontdekt ze een web van geheimen, corruptie en gevaarlijke connecties.

Recensie
De eerdere boeken van Lucie Whitehouse waren psychologische thrillers, maar Fatale zaken, dat in 2026 in een Nederlandse vertaling is verschenen, noemt ze een literaire misdaadroman. Het is tevens het eerste deel van een serie, iets waar ze zich nog nooit eerder aan heeft gewaagd. De aanleiding voor het schrijven van dit boek was een ongebruikelijke, want een tv-producent vroeg haar of ze een idee had voor een vrouwelijke rechercheur. Tot haar eigen verbazing had ze meteen een antwoord en enige tijd later creëerde ze Robin Lyons, het nieuwe seriepersonage.

Deze vijfendertigjarige vrouw werkt bij de Metropolitan Police in Londen, maar is momenteel op non-actief gesteld. Vanwege persoonlijke problemen is ze genoodzaakt om met haar dertienjarige dochter bij haar ouders in Birmingham te gaan wonen. Ze kan aan het werk bij privédetective Maggie Hammond en samen duiken ze in de vermissing van een jonge vrouw. Niet veel later hoort Robin dat bij een woningbrand het lichaam van haar goede vriendin Corinna is gevonden. Vervolgens probeert ze er alles aan te doen om te achterhalen wie voor de brand en haar dood verantwoordelijk is.

Het verhaal wordt in zijn geheel verteld vanuit het perspectief van Lyons en daardoor komt de lezer behoorlijk veel over haar te weten. Niet in de laatste plaats omdat de thrilleraspecten van de plot een tamelijk ondergeschikte rol hebben. De auteur lijkt zich tot vlak voor het eind volledig te richten op de ontwikkeling van de protagonist. Een op het oog eindeloze trits flashbacks, herinneringen en gedachten zorgen ervoor dat je exact weet hoe Robin in elkaar steekt, maar ook dat ze als persoon eigenlijk niet evolueert. Ze is gedreven en eigenzinnig – waar uiteraard niets op tegen is – en verliest daarbij uit het oog dat ze zich aan bepaalde gedragsregels moet houden. Dit doet ze echter niet en daardoor maakt ze het zichzelf en anderen erg moeilijk. Van fouten moet en kun je leren, maar voor haar gaat dit niet op en dat is een van de redenen dat ze niet altijd als een prettig iemand overkomt.

Zoals hiervoor al genoemd is, ontbreken de thrillerkenmerken in het grootste deel van de plot. Pas in de laatste paar hoofdstukken is daar in beperkte mate sprake van en dan wordt het zowaar nog een klein beetje spannend. Voor het zover is, hebben de privéperikelen van Lyons de overhand. Het overwegend saaie detectivewerk van haar en Maggie Hammond brengen nog wat afwisseling, hoewel de wendingen op minder dan één hand te tellen zijn. Omdat er feitelijk bijzonder weinig gebeurt – de werkzaamheden vorderen zo goed als niet en er is nauwelijks voortgang – wil het niet vlotten met het verhaal. Door het stroperige tempo is het voor de lezer een heuse worsteling om het eind te halen. Als hij de ontknoping eenmaal heeft bereikt, wacht hem als beloning die minimale spanning en een epiloog waarin hij een globale indruk van de toekomst van Lyons krijgt.

Whitehouse heeft een overwegend simpele en eenvoudige schrijfstijl waardoor het lezen van dit boek in principe geen enkele inspanning hoeft te vergen. Desalniettemin zijn het verhaal en de gebeurtenissen soms dermate onsamenhangend dat je dan met de beste wil van de wereld niet weet waar de auteur het over heeft. Verder springt ze middenin actieve dialogen of scènes van heden naar verleden, en andersom. Op die momenten raak je het spoor enigszins bijster en weet je niet altijd meer wat er precies aan de hand is. Daarnaast weidt de auteur regelmatig uit over allerlei prietpraat en het meeste daarvan is volstrekt overbodig. Het hoe en waarom daarvan is een raadsel, maar waarschijnlijk gaat het erom dat het verhaal realistisch op de lezer overkomt. Iets dat overigens niet gelukt is. Fatale zaken, in een vertaling van Ineke van Bronswijk, is al met al een matige thriller die snel in het vergeethoekje zal belanden.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Lucie Whitehouse
Titel: Fatale zaken

ISBN: 9789026173806
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2026

Het kippencollectief – Susan Juby

Flaptekst
Wanneer Prudence Burns de verlaten boerderij van een verre oom erft, besluit ze vol New Yorks idealisme en met een overdaad aan energie om er een eco-farm van te maken. Maar eenmaal aangekomen op het Canadese platteland, treft ze niet veel meer aan dan een maanlandschap, een halfgeschoren, getraumatiseerd schaap en de norse voorman Earl.
Prudence schakelt de hulp in van haar lusteloze buurjongen, de alcoholische, mislukte wannabe-blogger Seth, die straatvrees heeft sinds het dramatische voorval met zijn toneellerares; en van Sara, een overgeorganiseerde elfjarig meisje dat een nieuw thuis zoekt voor haar showkippen (en misschien stiekem ook voor zichzelf…).
Samen zetten ze de hele lokale bevolking op zijn kop en krijgen ze te maken met de nodige plattelandse realiteit; maar met onverwoestbaar doorzettingsvermogen, een grote portie geluk en veel creativiteit weet Prudence de boerderij op een ludieke manier leven in te blazen.

Recensie
Haar eerste boek (Alice, I think, 2000) schreef Susan Juby op een nogal ongebruikelijke plek, namelijk in de bus op weg naar haar toenmalige werk in een plaatselijk café. Enkele opleidingen en veel meer boeken later is ze inmiddels een gevierd auteur geworden en schrijft ze zowel voor kinderen, jongeren en volwassenen. Haar eerste boek dat in een Nederlandse vertaling verscheen, is het in 2016 uitgebrachte Het kippencollectief. Dit is tevens haar eerste op volwassen lezers gerichte roman.

Op een dag krijgt de nog jonge New Yorkse Prudence Burns bericht dat ze de boerderij van haar onlangs overleden oudoom Harold erft. Ze ziet dit helemaal zitten en vertrekt vol goede moed en idealen naar het kleine eiland aan de Canadese kust om er een nieuw bestaan op te bouwen. Als ze er arriveert, laat ze zich niet ontmoedigen door de vervallen staat van het pand en het land eromheen. Ze wil het boerenbedrijf laten floreren, waarbij ze de humeurige Earl, de verslaafde Seth en de eigenwijze elfjarige Sara inschakelt om dit doel te verwezenlijken.

Het verhaal wordt afwisselend verteld door verschillende perspectieven, namelijk de jonge erfgename Prudence, de oude en narrige Earl, de eveneens jonge kluizenaar en verslaafde Seth en het meisje Sara. Al snel heb je in de gaten dat dit kwartet zowel afzonderlijk als gezamenlijk een apart en bijzonder is. Eigenlijk gaat dit in zekere zin ook op voor het merendeel van de andere personages, die overigens een veel kleinere rol in het geheel hebben. Ondanks dat de vier uitermate markant zijn, maken ze zich hoe dan ook geliefd bij de lezer, waardoor hij hen in zijn hart sluit. Even zo opmerkelijk zijn de vele situaties waarin ze terechtkomen, de ene nog bizarder en kolderieker dan de andere. Centraal daarin staat de geërfde boerderij, want zonder dit bedrijf zou het viertal zo goed als geen enkele zinvolle rol van betekenis hebben.

De protagonisten worden overigens goed neergezet en zijn ruim voldoende uitgewerkt, hoewel dit er aanvankelijk niet op leek. De auteur geeft echter gedurende de plot steeds meer stukjes prijs waardoor een totaalbeeld van hen ontstaat. Dit geldt eveneens voor het verhaal zelf, want in het begin lijkt het niet veel om handen te hebben en te verzanden in een nietszeggend niemendalletje. Na verloop van tijd verandert dit ten goede, want het aantal ontwikkelingen en plotwendingen neemt zienderogen toe en daarnaast benoemt de auteur enkele maatschappelijke vraagstukken, zonder hier overigens al te diep en uitvoerig op in te gaan. Niet erg, want dat was ook helemaal niet de bedoeling, haar intentie was een vermakelijk en gemakkelijk lezend verhaal te schrijven en daarin is ze absoluut geslaagd.

Juby’s schrijfstijl is erg luchtig en ze maakt gebruik van een flinke hoeveelheid humor, hetgeen in feite onvermijdelijk is gezien de talloze ongewone en soms ronduit hilarische omstandigheden. Aardig is dat de verhaallijnen van Prudence, Earl, Seth en Sara zich af en toe aanvullen, waardoor je van een enkele scène vanuit een net iets ander perspectief te zien krijgt. Verder heeft de auteur het taalgebruik van ieder van hen afgestemd op hun achtergrond en hoe ze als persoon zijn, dus om Earl als voorbeeld te nemen als een mopperende oudere man.

Zoals genoemd is dit de Juby’s eerste roman voor volwassenen, maar er zijn momenten dat je kunt merken dat ze ook voor een veel jongere doelgroep heeft geschreven. De plot is in grote lijnen ongecompliceerd, lichtvoetig en zonder allerlei ingewikkelde poespas, terwijl de opbouw verzorgd en dik in orde is. Aan het eind gooit de auteur er nog een vleugje feelgood tegenaan en vormt het verhaal in principe een afgerond geheel. Daarmee voldoet Het kippencollectief geheel aan de verwachting om een ontspannend en amusant verhaal te lezen.   

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Susan Juby
Titel: Het kippencollectief
ISBN: 9789020633467
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2016

Onaangenaam bezoek – Robert Goddard

Flaptekst
Op een mooie herfstmiddag in 1882 zit William Trenchard rustig in zijn tuin een pijp te roken. Het knarsende hekje verraadt bezoek en een onbekend persoon betreedt het tuinpad. William weet nog niet dat de onverwachte gast zijn leven en alles wat hij lief heeft, zal verwoesten.

De onverwachte bezoeker stelt zich zelf voor als James Norton, maar claimt in werkelijkheid Sir James Davenall te zijn. De ware James Davenall heeft echter elf jaar geleden zelfmoord gepleegd. William is diep geschokt want Davenall was destijds de verloofde van zijn vrouw Constance. Hij weigert dan ook Norton te geloven. Ook Davenalls rancuneuze familieleden erkennen Norton niet als erfgenaam en zorgen ervoor dat William – die vreest zijn echtgenote te verliezen – een bondgenootschap met hen sluit. De indringer schijnt echter alle troeven in handen te hebben en William gaat er psychisch welhaast aan onderdoor, alvorens alle schokkende geheimen van de familie Davenall uiteindelijk onthuld worden

Recensie
Nadat Robert Goddard zonder al te veel succes allerlei baantjes had versleten, besloot hij medio jaren tachtig van de vorige eeuw om fulltime thrillerauteur te worden. Zijn werk kenmerkt zich niet alleen doordat de personages op gewone mensen lijken en waarmee de lezer zich over het algemeen kan identificeren, maar eveneens door de historische setting. Drie jaar na zijn debuut (Verjaard bedrog, 1986) verscheen zijn derde thriller Painting the darkness, dat ‘pas’ in 2000 in het Nederlands is vertaald, met als titel Onaangenaam bezoek.

Hierin begeven we ons naar 1882, wanneer ondernemer William Trenchard plotseling wordt bezocht door een hem onbekende man. Deze James Norton beweert de elf jaar gelden door zelfmoord omgekomen James Davenall te zijn, en tevens dat hij destijds met Trenchards vrouw Constance was verloofd. Zowel William als de Davenalls geloven niet dat Norton is wie hij zegt te zijn, maar de laatste doet er alles aan te bewijzen dat hij de waarheid spreekt. De anderen blijven zich verzetten, hetgeen ten koste gaat van allerlei geheimen en de geestelijke gezondheid van Trenchard.

De uitleg van de uitdrukking ‘het venijn zit in de staart’ kan met een beetje flexibiliteit opgaan voor deze thriller, want in de ontknoping komt naar voren met welk geheim een aantal leden van de welgestelde familie Davenall jarenlang heeft rondgelopen en dat absoluut niet aan de oppervlakte mag komen. Deze climax ziet de lezer gedurende de plot in het geheel niet aankomen en zijn vermoeden hoe de vork exact in de steel zit en waardoor hij soms denkt dat enkele gebeurtenissen licht voorspelbaar zijn, wordt daarmee meteen overboord gegooid. Goddard heeft het verhaal op een dusdanig ingenieuze manier in elkaar gezet dat deze eindfase als een volslagen verrassing binnenkomt.

Voor het zover is leidt de auteur de lezer door allerlei familiegeheimen, diverse intriges en enkele rechtszaken. Omdat de Davenalls hierin centraal staan, lijkt dit boek in grote lijnen op een familiedrama waarin op het eerste gezicht niet erg veel spanning te bespeuren valt. Of het moeten de onderlinge en in enkele gevallen getroebleerde verhoudingen zijn die sowieso voor de nodige beroering zorgen. Toch zijn er wel degelijk meer dan genoeg situaties die fascinerend zijn en je aan het verhaal gekluisterd houden. Het duurt echter wel een even voor het zover is, want de aanloop naar die momenten neemt wel wat tijd in beslag. Desondanks vraag je je voortdurend af wat er aan de hand is, wie de waarheid vertelt en hoe de verschillende gebeurtenissen zich zullen ontwikkelen. Kortom, Goddard zorgt ervoor dat je vanaf het begin nieuwsgierig bent en blijft.

Het verhaal speelt zich in een niet al te vlot tempo af, maar omdat er behoorlijk wat gebeurt, merkt de lezer daar vrij weinig van. Plotwendingen wisselen elkaar af, de ene keer iets sneller dan de andere keer, maar er zijn er meer dan voldoende. Hierdoor, en mede door de gedragingen van sommige personages, weet je nooit waar je echt aan toe bent. Deze personages zijn overigens op een zeer menselijke manier neergezet, waardoor je zo goed als nergens de indruk krijgt dat het merendeel van hen tot de bovenklasse behoort. In feite kun je je heel goed in hen verplaatsen en dus voorstellen hoe ze handelen en reageren.

De schrijfstijl van Goddard is aangenaam, waarbij hij zich soms ook lijkt te verplaatsen naar het eind van de negentiende eeuw. Een sterk aspect is de sfeer die van zowel die periode als van de omstandigheden wordt gecreëerd. Het verhaal leeft hierdoor stukken meer. Over het geheel genomen houdt Onaangenaam bezoek het midden tussen roman en thriller, maar weet naarmate de plot vordert steeds meer te intrigeren, waardoor het boek op een gegeven moment lastig is weg te leggen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Robert Goddard
Titel: Onaangenaam bezoek
ISBN: 9789055017171
Pagina’s: 520

Eerste uitgave: 2000

Vrijstaat – Lena Sundström & Jens Mikkelsen

Flaptekst
Wanneer het lichaam wordt gevonden van de Malmöse opiniemaker Rebecca Rönn, denkt de politie aanvankelijk dat het om een roofmoord gaat.

Journalist Sven ontdekt dat het slachtoffer wellicht over informatie beschikte die haar het leven heeft gekost. Maar de politie beschouwt de zaak als opgelost en Sven staat alleen in zijn zoektocht naar antwoorden.

Buitenlandcorrespondent Anne koopt na haar scheiding een verlaten pand in de wijk Kirseberg in Malmö. Als Sven zijn jeugdliefde Anne na vijfentwintig jaar weer tegenkomt, duiken ze samen in de zaak. Algauw raken de twee journalisten verwikkeld in een bloedstollende zoektocht naar de waarheid. En wat ze ontdekken is vele malen duisterder dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden.

Recensie
Dat de in Zweden veelgeprezen en bekroonde onderzoeksjournalisten Lena Sundström en Jens Mikkelsen elkaar niet zo heel erg goed kenden, was voor eerstgenoemde geen belemmering om contact met haar collega op te nemen en hem te vertellen dat ze samen een misdaadroman zouden schrijven. De laatste was hier helemaal niet enthousiast over, maar hij is toch overstag gegaan. Hun samenwerking leidde ertoe dat in 2024 hun gezamenlijke debuut Fristaden (Vrijstaat, 2026) werd uitgebracht en dat vervolgens bekroond werd als beste Zweedse thrillerdebuut van dat jaar.

Op het ochtendjournaal hoort journalist Sven Nygren dat Rebecca Rönn, een bekende beleidsmaker uit Malmö, wordt vermist. Als later haar lichaam wordt gevonden, neemt de politie aan dat ze beroofd en vermoord is. De vermoedelijke dader wordt snel gegrepen en daarmee is de zaak afgedaan. Nygren denkt er echter anders over en gaat op onderzoek uit. Na verloop van tijd krijgt hij hierbij hulp van voormalig buitenlandcorrespondent Anne Suyin en samen komen ze erachter dat er veel meer aan de hand is dan aanvankelijk leek.

Aan het begin van het verhaal, waarin al een klein beetje dreiging te bespeuren valt, worden de diverse personages geïntroduceerd zodat de lezer op dat moment een globale indruk van hen krijgt. In de loop van de plot kom je geleidelijk aan meer over de meeste van hen te weten, met als gevolg dat de belangrijkste twee (de journalisten Sven Nygren en Anne Suyin) uiteindelijk behoorlijk goed uitgewerkt zijn. Het tweetal heeft een gezamenlijk verleden en de spanning die daarmee gepaard gaat, is vanaf het ogenblik dat ze elkaar weer tegen het lijf lopen bij iedere nieuwe ontmoeting voel- en merkbaar, ondanks dat ze daarnaast ook op een professionele manier met elkaar omgaan.

Vrijstaat is een typische Scandinavische thriller, want het tempo ligt over het geheel bezien niet ongelooflijk hoog en de auteurs brengen verschillende maatschappelijke thema’s onder de aandacht van de lezer. Enkele voorbeelden daarvan zijn de vluchtelingenproblematiek, populisme en dakloosheid. Door deze items te benoemen en ze in het verhaal te verwerken, komt de gebeurtenissen die plaatsvinden behoorlijk realistisch over. Er worden eveneens diverse situaties geschetst waar een normaal mens met zijn gezonde verstand niet bij kan. Deze scènes zijn dermate afschuwelijk dat je er feitelijk geen woorden voor hebt en je je afvraagt of zoiets in de echte wereld ook voorkomt. Je hoopt en verwacht van niet, maar geheel ondenkbeeldig is het evenmin.

De auteurs leggen de nadruk vooral op het grondige onderzoek dat de journalisten verrichten – gezien hun eigen achtergrond zoeken ze het dus dicht bij huis – en naarmate de ontwikkelingen vorderen, beginnen hun naspeuringen, en daardoor het verhaal zelf ook, meer en meer te intrigeren. Tevens zijn er verschillende wendingen, spannende momenten en enkele verrassingen, overigens alle zonder dat de lezer écht op het verkeerde been wordt gezet. Niettemin weet je nergens waar je aan toe bent, want daarvoor is het gelukkig allemaal te onvoorspelbaar. Het eind lijkt enigszins dood te bloeden, maar de auteurs geven daar toch nog een draai aan waardoor een en ander anders verloopt dan je aanvankelijk aannam.

Dankzij de bijzonder toegankelijke en vlotte schrijfstijl van het schrijversduo vlieg je door de thriller heen, ondanks dat de omstandigheden niet altijd even florissant zijn. Vrijstaat is derhalve een debuut dat er mag zijn en waarvan je absoluut niet merkt dat dit het eerste boek van de auteurs is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur:Lena Sundström & Jens Mikkelsen
Titel: Vrijstaat

ISBN: 9789400518674
Pagina’s: 512

Eerste uitgave: 2026

Weg van hier – Clémence Michallon

Flaptekst
Frida en Gabriel waren ooit zo close dat ze elkaars zinnen konden afmaken, maar na een onbeschrijflijke tragedie een paar jaar terug zijn ze uit elkaar gegroeid. Nu willen ze proberen hun band te herstellen en spreken ze af in een luxe resort in de woestijn van Utah. Het lijkt een goed plan, totdat een van de andere gasten dood wordt aangetroffen.
Wanneer de lokale politie arriveert en de verdenking op Gabriel valt, rakelt dit bij Frida herinneringen op aan hun jeugd in een sekte in New York State, hun dramatische ontsnapping en de tragedie die later volgde. Frida heeft altijd in Gabriels goedheid geloofd, maar tegelijkertijd weet ze als geen ander dat mensen je onaangenaam kunnen verrassen. Zelfs degenen die het dichtst bij je staan.

Recensie
Omdat De stille huisgenoot, het in 2023 verschenen debuut van de Frans-Amerikaanse auteur Clémence Michallon zich in de winter afspeelt en het in dit boek dus altijd koud is, besloot ze dat ze voor haar volgende thriller naar een warme en mooie plek wilde gaan. Vervolgens gingen haar gedachten terug naar ruim vijftien jaar geleden toen ze met haar ouders in een prachtig hotel verbleef dat in de woestijn van Utah ligt. Dit onderkomen vormde voldoende inspiratie voor het schrijven van Weg van hier, dat in februari 2026 in een Nederlandse vertaling is uitgebracht.

Hierin willen Frida en Gabriel hun onderlinge band, die tot een tragische gebeurtenis negen jaar eerder erg sterk is geweest, herstellen. Dit doen ze in een luxe resort vlak bij het woestijnplaatsje Escalante. Een aantal dagen na hun aankomst wordt een van de andere hotelgasten vermoord aangetroffen en tot overmaat van ramp wordt Gabriel als verdachte aangemerkt. Meteen komen bij Frida herinneringen naar boven drijven. Naar de sekte waarin beiden zijn opgegroeid, naar hun spectaculaire ontsnapping en naar een persoonlijk drama dat jaren later plaatsvond. Ze vraagt zich ook af of ze Gabriel wel écht kent, of alleen maar denkt hem goed te kennen.

Het zal duidelijk zijn dat Frida en Gabriel – ze zijn zich in de sekte als broer en zus gaan beschouwen, ofschoon ze dit biologisch gezien niet zijn – de belangrijkste personages in dit verhaal zijn. Omdat de auteur de gebeurtenissen zowel in het heden als het verleden laat afspelen, komt de lezer tamelijk veel over het tweetal te weten en kan hij zich een goed beeld over hen vormen. De terugblikken beginnen vijfentwintig jaar eerder en hebben een chronologisch verloop naar het moment dat zich in Gabriels leven een tragisch voorval voordoet. Aanvankelijk tast je hierover nog in het duister, maar naarmate de plot vordert, krijg je een aan zekerheid grenzend vermoeden wat de ware toedracht daarvan is. Toch is deze verhaallijn, die voornamelijk het verblijf in de sekte beschrijft, de meest interessante, want daaruit valt enigszins op te maken hoe beklemmend het wonen in zo’n besloten gemeenschap moet zijn.

In de andere verhaallijn – die in het heden – is de rode draad de moord op een van de hotelgasten. Hoewel de voortgang daarvan aanmerkelijk minder boeiend is, is wel te merken dat Frida en Gabriel nog steeds te kampen hebben met hun min of meer traumatische tijd bij de sekte; de psychische gevolgen daarvan moeten niet onderschat worden. Eigenlijk is dit het enige dat een beetje indruk maakt, want voor het overige gaat het er nogal tam aan toe, is er geen enkele spanning en ook nog eens behoorlijk voorspelbaar. Zo is bijvoorbeeld van meet af aan helder wie de moordenaar is, wat diens motieven zijn en hoe de hulpsheriffs zullen handelen. Dientengevolge is het aantal verrassingen zo goed als nihil en zijn de plotwendingen minimaal en weinig opzienbarend.

Op de schrijfstijl van de auteur valt niet zo heel erg veel af te dingen. Die is vlot, toegankelijk en ongecompliceerd, precies wat nodig is voor een boek dat uitstekend als tussendoortje gelezen kan worden. De afwisseling tussen heden en verleden is in principe niet verkeerd, maar een direct onderling verband is zelfs met een vergrootglas niet te vinden; de enige overeenkomst die er is, zijn Frida en Gabriel, de afzonderlijke verhalen hebben helemaal niets met elkaar gemeen. Is Weg van hier, in een prima verzorgde vertaling van Ineke de Groot, vervelend om te lezen? Nee, dat niet, maar een blijvende indruk laat de tweede thriller van Michallon absoluut niet achter. Daarvoor is het niet spannend genoeg, zijn er te weinig verrassende ontwikkelingen en is het bij tijd en wijle veel te doorzichtig.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Clémence Michallon
Titel: Weg van hier

ISBN: 9789044552065
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2026

Het eiland – Sara B. Elfgren

Flaptekst
Mirjam is verrast wanneer haar halfzus Nia haar uitnodigt voor haar Girls Only verjaardagsfeest op Tallholmen, het Zweedse eiland waar ze als kinderen hun zomers doorbrachten. Na een jaar zonder contact lijkt dit dé kans om hun band te herstellen.

Maar het eiland draagt sporen van het verleden, en de relatie tussen de zussen is complex. De aanwezigheid van Nia’s controlerende echtgenoot werpt een schaduw over de avond. Wat begint als een ongemakkelijke hereniging, verandert langzaam in een beklemmende confrontatie met oude wonden en verborgen dreiging.

Wanneer de nacht valt en de spanning tussen de zussen oploopt, blijkt dat het gevaar dichterbij is dan Mirjam ooit had kunnen vermoeden.

Recensie
De Zweedse scenario- en toneelschrijfster Sara Bergmark Elfgren is als auteur vooral bekend geworden door haar fantasyboeken voor jongvolwassenen, maar voor de radio schreef ze eveneens een veelgeprezen mockumentary-thriller. Medio februari 2026 verscheen Het eiland, dat wordt beschouwd als een psychologische thriller met een gotische sfeer en omdat Elfgren een sterke band met de archipel van Stockholm heeft, speelt het verhaal zich in die omgeving af.

Op een zonovergoten middag in augustus ontvangt Mirjam een uitnodiging van haar halfzus Nia om haar verjaardag op het eiland Tallholmen, waar ze in hun jeugd vaak kwamen, te komen vieren. Omdat ze haar zus al een ruim jaar niet meer gezien of gesproken heeft, gaat ze hierop in en hoopt dat hun onderlinge contact daardoor verbetert. Als ze op het eiland is, heerst er een ongemakkelijke ambiance, want Nia’s controlerende echtgenoot Konrad drukt een behoorlijk stempel op de dag en avond, met gevolg dat het gevaar niet ver weg is.

Het had zo mooi kunnen zijn, vooral omdat de korte proloog ervoor zorgt dat je enigszins nieuwsgierig wordt naar toedracht van de scène die daarin beschreven wordt. Deze inleiding krijgt echter geen passend vervolg, want nadat de lezer in het begin kennismaakt met protagonist Mirjam zakt het verhaal al tamelijk snel volledig in en verzandt het vervolgens in een aaneenschakeling van herinneringen, diverse uiteenzettingen van persoonlijke (relatie)problematiek, normale huis- tuin- en keukenpraat en het vieren van een alcoholrijke verjaardag. Door middel van talloze flashbacks doet de auteur er alles aan om zowel Mirjam als Nia – overigens niet geheel zonder succes – een gezicht te geven. Het probleem is echter dat al die terugblikken niet alleen voor een enorme vertraging zorgen, maar eveneens veroorzaken dat de eventueel aanwezige spanning zo goed als in zijn geheel verdwijnt.

Zoals hiervoor al even benoemd, is Mirjam het belangrijkste personage en daarom wordt de plot voornamelijk vanuit haar perspectief verteld. Je komt derhalve ruim voldoende over haar te weten, maar ook de achtergrond van haar halfzus blijft niet onbelicht. Het valt daarbij op dat hetgeen beiden tot dusver in hun leven hebben meegemaakt min of meer parallel loopt, met dien verstande dat Nia, sinds ze met Konrad is getrouwd, met aanzienlijk meer extremiteiten te maken heeft gekregen. Toch houd je aan beide vrouwen een dubbel gevoel over. Als ze nog onschuldige tieners zijn, kun je nog wel sympathie voor hen opbrengen, maar vele jaren later – ze zijn inmiddels volwassen vrouwen – hebben ze een houding die tegen gaat staan. Het tweetal komt dan, ongetwijfeld gevoed door enkele negatieve ervaringen, minder standvastig en zelfverzekerder over.

Het verhaal bevat thema’s als huiselijk geweld, een controlerende echtgenoot en met een beetje fantasie het niet kunnen verlaten van een eiland. Elfgren probeert hier een eigen draai aan te geven, maar de genoemde onderwerpen, alsmede de barre weersomstandigheden, zijn – voornamelijk omdat hier al zoveel thrillers over zijn geschreven – dermate uitgekauwd dat van iedere vorm van originaliteit zo goed als geen sprake meer is. Ook dit is een van de oorzaken dat het met de spanning absoluut niet wil vlotten. Er zijn slechts enkele momenten, met name in de ontknoping (het beste deel van het boek), dat er sprake is van een vleugje opwinding. Voor het overige is het in feite een behoorlijk tamme en eentonige bedoening.

De auteur laat zonder meer zien dat ze een verhaal kan schrijven, maar een thriller vergt andere capaciteiten en kwaliteiten dat een jeugdboek. Deze twee elementen zijn niet afdoende benut, met tot gevolg dat Het eiland, keurig vertaald door Corry van Bree, als een waakvlammetje begint, maar als een nachtkaars uitgaat.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Sara B. Elfgren
Titel: Het eiland

ISBN: 9789026178900
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2026

Koninkrijk van as – S.A. Cosby

Flaptekst
Na een auto-ongeluk van zijn vader keert Roman Carruthers terug naar Jefferson Run, waar zijn broer Dante diep in de schulden zit bij gevaarlijke criminelen en zijn zus Neveah uitgeput haar gezin en het familiebedrijf – het Carruthers Crematorium – draaiende houdt. Al snel blijkt dat het ongeluk geen toeval was en dat Dantes roekeloosheid hen allen in gevaar brengt.

Roman, een financieel genie met een scherp instinct en een talent om anderen rijk te maken, denkt zijn broer uit de problemen te kunnen kopen. Hij heeft er echter geen rekening mee gehouden dat de criminelen met wie ze te maken hebben het spel volgens hun eigen regels spelen. Wanneer zijn laatste troeven in rook opgaan, beseft Roman dat hij nog maar één ding kan inzetten om zijn broer te redden: zichzelf en de bijzondere vaardigheden die hij tot zijn beschikking heeft.

Terwijl de waarheid rond het ongeluk en de verdwijning van hun moeder aan het licht komt, raakt Roman zelf verstrikt in een spel dat hij niet kan winnen. Maar hij is bereid alles te doen om zijn familie te redden. Alles. Want alles brandt.

Recensie
Hoewel S.A. Cosby relatief gezien nog niet eens zo heel erg lang aan de weg timmert, is hij in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een van de beste en succesvolste hedendaagse thrillerauteurs. Hij onderscheidt zich vooral door in ieder boek enkele maatschappelijke thema’s naar voren te brengen; de misdaad komt voor hem pas op de tweede plaats. In zijn jongste thriller Koninkrijk van as (2026) komen beide elementen opnieuw aan bod, met het verschil dat hierin een behoorlijk aantal Godfather-achtige taferelen te bespeuren valt, terwijl het ten dele ook een familiedrama is.

Vermogensbeheerder Roman Carruthers wordt door zijn zus Neveah, die het familiebedrijf Carruthers Crematorium runt, gebeld met het nieuws dat zijn vader een ongeluk heeft gehad en in coma ligt. Hij vertrekt meteen naar zijn geboorteplaats Jefferson Run, waar hij opmerkt dat zijn jongere broer Dante een grote schuld heeft bij een gevaarlijke criminele bende. Vanzelfsprekend wil hij hem helpen, maar realiseert zich niet meteen dat de gangsters de regels bepalen. Nadat hij en Dante zijn gemolesteerd, verandert hij van tactiek om voor eens en altijd van de bende verlost te zijn.

De spil in het verhaal, dus in zekere zin de protagonist, is Roman Carruthers, maar de rol die zijn jongere broer en zus (Dante en Neveah) hierbij hebben, moet absoluut niet onderschat worden. Zonder hun inbreng  – en in zekere zin zelfs die van het crematorium – zou die van Roman namelijk helemaal niet van belang zijn. Omdat Cosby ruim voldoende over hen vertelt, leert de lezer het drietal behoorlijk goed kennen en merkt hij dat ze, ondanks dat ze elkaars familie zijn, verschillende maar interessante en enigszins gecompliceerde karakters hebben. Een gebeurtenis uit het verleden – de verdwijning van hun moeder – loopt als een rode draad door hun leven heen en dit feit heeft ervoor gezorgd dat hun onderlinge band niet optimaal is, terwijl ze wel degelijk erg veel om elkaar geven.

Het lot van moeder Bonita is een van de twee verhaallijnen, de andere is die waarin Roman zijn broer Dante helpt met diens problemen. De ontwikkelingen zijn dusdanig dat het duo steeds meer van de regen in de drup raakt en daardoor in gevaarlijke omstandigheden terechtkomt. Zoals de auteur eigen is, zijn de gewelddadige scènes volop aanwezig, maar niet zodanig dat deze de overhand hebben, ondanks dat de agressie van de bende continu op de loer ligt. Het aantal gruwelijkheden is overigens niet op één hand te tellen en het bloed vloeit rijkelijk. Dit alles past evenwel erg goed in het geheel, want Cosby weet een en ander goed te doseren en last regelmatig een moment van rust in. Toch kun je je niet altijd aan de indruk onttrekken dat sommige situaties aanzienlijk aangedikt zijn. Welbeschouwd klopt dit ook, want dat is een bewuste keuze van de auteur. Hierin is hij dus zonder meer geslaagd.

De schrijfstijl van Cosby is recht voor zijn raap en past volledig bij de aard van deze thriller. Hij windt nergens doekjes om, hanteert het rauwe taalgebruik dat in de criminele wereld gebruikelijk is, maar als het nodig is, is het ook liefdevol en zo nu en dan humoristisch. Hiermee toont hij onomwonden aan dat hij een bijzonder veelzijdig auteur is. In zijn voorgaande boeken is sociale bewogenheid een belangrijk element en ook deze keer is hij af en toe maatschappijkritisch, maar aanmerkelijk minder dan de lezer wellicht gewend is en eigenlijk is dit geen gemis, het verhaal leent zich daar immers niet zo voor.

Na de rustige beginhoofdstukken wordt de spanning geleidelijk aan steeds meer opgeschroefd en bereikt zowaar enkele hoogtepunten, waaronder uiteraard de onverwachte en derhalve verrassende ontknoping. Koninkrijk van as is al met al een veelomvattende thriller waarin ook nog eens een intrigerend familiedrama verwerkt is. Een klein minpuntje is dat de redactie van het boek helaas wat slordige steekjes heeft laten vallen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: S.A. Cosby
Titel: Koninkrijk van as

ISBN: 9789044370171
Pagina’s: 382

Eerste uitgave: 2026

Geschenk van de zee – Julia Kelly

Flaptekst
Schotland, 1900. De inwoners van het vissersdorpje bereiden zich voor op een onbarmhartige winter. Tijdens een storm spoelt een jongen aan. Hij vertoont een opmerkelijke gelijkenis met de zoon van Dorothy, die jaren daarvoor op dezelfde leeftijd in zee is verdwenen. Het dorp raakt ingesneeuwd. Dorothy stemt ermee in om voor de jongen te zorgen totdat duidelijk is waar hij vandaan komt. Lang sluimerende geheimen komen boven in de hechte gemeenschap. En Dorothy kan de visser Joseph niet meer ontlopen, na jaren afstand te hebben gehouden…

Recensie
In januari 2026 verscheen de Nederlandstalige uitgave van Julia Kelly’s debuutroman Geschenk van de zee (2025). In Engeland en de Verenigde Staten, waar het boek eerder is uitgebracht, waren  meteen bijzonder lovend, dus is het niet zo vreemd dat ze er diverse prijzen mee heeft gewonnen. Het idee voor de roman kreeg ze een paar jaar geleden, tijdens de eerste lockdown en het uitgangspunt voor het verhaal kwam onmiddellijk in haar hoofd op, dus daar heeft ze niet lang over na hoeven denken.

Dit verhaal begint in de winter van 1900 als tijdens een storm een jongen op het strand bij het Schotse dorp Skerry aanspoelt. Hij wordt naar de dominee en tevens schoolhoofd gebracht, waar hij in eerste instantie blijft. Lerares Dorothy ziet dat de jongen erg veel op Moses lijkt, haar zoon die jaren eerder plotseling verdween. Omdat het dorpje door barre weersomstandigheden geïsoleerd raakt, kan het jochie nergens heen en stemt Dorothy ermee in dat om voor hem te zorgen tot de winter voorbij is. Gevolg is dat zijn komst de tongen losmaakt en verborgen geheimen naar boven komen.

De gebeurtenissen die plaatsvinden spelen zich af in twee perioden: het jaar 1900 en ‘nu’, waarvan het exacte jaartal overigens niet bekend is, maar sowieso vele jaren later is. Deze afwisseling, maar ook het feit dat de plot vanuit diverse perspectieven wordt verteld, zorgt ervoor dat de lezer nieuwsgierig naar blijft naar de exacte toedracht van Moses’ verdwijning en de plotselinge vondst van het jongetje. Geleidelijk aan onthult de auteur meer, maar pas aan het eind van de roman wordt daadwerkelijk helder wat er precies is gebeurd. Hierdoor ontstaat er een bepaalde spanningsboog die van begin tot eind gehandhaafd blijft. Je wilt immers toch te weten komen hoe de vork in de steel zit, hoe de verhoudingen in het dorp zijn, of daar iets aan verandert en vooral wat men te verbergen heeft.

Omdat Dorothy de échte protagonist is, komt de lezer niet alleen tamelijk veel over haar te weten, maar vormt hij tevens een mening over deze vrouw. Aan de ene kant komt ze sympathiek en enigszins schuchter over, aan de andere kant heeft ze haar tekortkomingen en vraag je je af waarom haar houding zo afstandelijk is. In de ontknoping wordt hier op een mooie manier duidelijkheid over gegeven en kun je niet anders concluderen dan dat ze als persoon gegroeid is. Eigenlijk geldt dit ook voor de andere personages waar aandacht aan besteed wordt, want aan het eind blijkt dat zij zich eveneens anders opstellen. Hierdoor ga je hen meer waarderen dan je in eerste instantie deed.

Een van de sterke aspecten van het boek is de sfeer van zowel het tijdperk, de verstandhoudingen, het verschrikkelijke winterweer en het gevoel dat de personages hebben. Hierdoor kan de lezer zich erg goed in de verschillende omstandigheden verplaatsen en leeft hij oprecht mee met een aantal bewoners van het dorp. Daarnaast heeft Kelly enkele maatschappelijke thema’s in het verhaal verwerkt waar destijds ongetwijfeld sprake van was, maar tegenwoordig helaas ook nog steeds. De roman komt wat dat betreft bijzonder authentiek en realistisch over. Dit gaat in feite ook op voor hoe sommige personages met hun gemoedstoestanden omgaan. Hieruit kun je concluderen dat het altijd beter is om over bepaalde zaken te praten in plaats van ze uit de weg te gaan, al is het alleen al om misverstanden te voorkomen.

De schrijfstijl van Geschenk van de zee is ongecompliceerd, met veel liefde en gevoel geschreven en doorspekt met mooi taalgebruik. Het is mede daarom begrijpelijk dat de roman direct na verschijnen succesvol was en eigenlijk nog steeds is. Al met al een uitermate verdienstelijk en prachtig debuut. 

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Julia Kelly
Titel: Geschenk van de zee

ISBN: 9789026372377
Pagina’s: 374

Eerste uitgave: 2026

Deep survival – Laurence Gonzales

Flaptekst
Na een vliegtuigcrash trekt een zeventienjarig meisje elf dagen door de Peruaanse jungle. Tegen alle verwachtingen in, zonder voedsel, onderdak of uitrusting, overleeft ze. Een beter uitgeruste groep volwassenen blijft bij elkaar op de plek van de crash en overleeft het niet. Wat maakt het verschil?

Deep survival onderzoekt deze en andere verhalen over wonderbaarlijk doorzettingsvermogen – over hoe mensen in de problemen komen en hoe ze er weer uitkomen (of niet) – en neemt ons mee van de toppen van besneeuwde bergen en de diepten van oceanen naar de werking van de hersenen die ons gedrag bepalen. Laurence Gonzales beschrijft onze twaalf overlevingsfasen en onthult de essentie van wat iemand tot een overlever maakt – bevindingen die niet alleen van toepassing zijn op overleven in de wildernis, maar ook op relaties, de dood van een geliefde, het runnen van een bedrijf in onzekere tijden en zelfs oorlog.

Dit boek helpt je als lezer – of je nu manager bent, militair, docent of ouder – om stress onder controle te krijgen, risico’s nauwkeuriger te leren inschatten en betere beslissingen te nemen onder druk.

Recensie
Laurence Gonzales’ boek Deep survival (met als ondertitel Wie overleeft, wie niet en waarom) werd voor het eerst gepubliceerd in 2003, maar verscheen pas in januari 2026 in een door Rob de Ridder verzorgde Nederlandse vertaling. Hierin neemt hij diverse verhalen onder de loep van mensen die avontuurlijke, maar riskante expedities ondernamen, hierbij in de problemen kwamen en op soms wonderbaarlijke wijze in leven bleven. Hij analyseert deze situaties, toont aan hoe de hersenen op zulke momenten werken en verklaart waarom sommigen in gevaarlijke omstandigheden terecht kunnen komen. De essentie hiervan is om te laten zien wat iemand tot een overlever maakt.

Het boek bestaat uit twee delen en elk daarvan heeft in principe een ander uitgangspunt. Zo is het eerste gedeelte voornamelijk gericht op de vraag hoe ongelukken gebeuren en het volgende behandelt het overleven. Ondanks dat er zonder meer een verschil merkbaar is, is de scheidslijn ook weer niet zo groot dat ze los van elkaar gezien kunnen worden. Eem overkoepelende factor is namelijk dat ze beide focussen op het gedrag van iemand die zich in een hachelijke en vaak zelfs levensbedreigende positie bevindt. Aan de hand van een groot aantal voorbeelden – alle zijn waargebeurd – zet de auteur uiteen hoe de menselijke geest op zo’n moment werkt en of betrokkenen dan nog enigszins rationeel kunnen denken en handelen.

Gonzales, die zich jarenlang in de neurowetenschap heeft verdiept, legt onder andere uit hoe de  hersenen tijdens perioden van stress – want neem maar aan dat je tijdens een gevaarlijk moment behoorlijk wat opwinding ervaart – werken. Dit is, zeker wie enigszins in deze materie geïnteresseerd is, boeiend, maar eveneens tamelijk ingewikkeld. Dan doet de lezer er verstandig aan zijn aandacht niet te laten verslappen. Heel anders is het wanneer de auteur over de soms bizarre omstandigheden van de avonturiers vertelt. Deze uiteenzettingen (soms zijn het alleen maar korte fragmenten) intrigeren stuk voor stuk, zijn soms zelfs spannend en bewijzen dat velen over een enorme wilskracht en levenslust beschikken. Ondanks de ongelukkige ellende die ieder van hen is overkomen, zijn hun verhalen het meest aansprekend.

De doelstelling van dit boek en het idee erachter zijn niet zo heel erg gek, vooral als je in ogenschouw neemt dat de belangstelling voor extreme sporten en risicovolle avonturen in de loop der jaren in aantal is toegenomen. Je kunt je echter niet aan de indruk onttrekken dat de vele voorbeelden en de twaalf stappen die overlevers moeten doen om uit de problemen te blijven (deze worden aan het eind opgesomd) vooral bedoeld zijn voor de liefhebbers en beoefenaars van deze of soortgelijke activiteiten. De gewone huis-, tuin- en keukenproblemen en/of -moeilijkheden worden niet uitgelicht, dus de gemiddelde mens kan beduidend minder met de verschillende – overigens zeer bruikbare en nuttige – tips en richtlijnen die gegeven worden. Toch weet de auteur te bewerkstelligen dat je sommige voorbeelden op je eigen situatie projecteert en je je afvraagt of je zelf iets overeenkomstigs, maar dan wel in veel minder extreme mate, hebt ervaren. Mogelijk dat dit ook Gonzales’ doelstelling was.

Een opmerkelijk feitje is dat de auteur het regelmatig over toeval en toevalligheden heeft, terwijl hij aan het eind van zijn betoog zijn twijfels over dit woord uitspreekt en aangeeft dat het alleen maar is verzonnen om de vervelende grens tussen orde en chaos te verklaren. Dit is ietwat tegenstrijdig. Desalniettemin is Deep survival wel een boek dat een onderwerp aansnijdt dat tot nadenken aanzet, maar lang niet voor iedereen bruikbare informatie oplevert.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Laurence Gonzales
Titel: Deep survival

ISBN: 9789062226986
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2026