Auteursarchief: leeskees

Een mooie dag om te sterven – R.J. Ellory

Flaptekst
In 1984 stopte John Costello?s leven. Maar zijn hart bleef kloppen?

Hij en zijn vriendin Nadia waren het slachtoffer van een van de beruchtste Amerikaanse seriemoordenaars aller tijden. Nadia was op slag dood, maar wonderbaarlijk genoeg overleefde Costello de brute aanval. Door die gebeurtenis is hij ernstig geestelijk beschadigd en wordt zijn leven beheerst door angsten en neuroses. Desondanks is er niemand die méér weet over seriemoordenaars dan hij.

Twintig jaar later overspoelt een nieuwe golf van moorden New York, schijnbaar willekeurig, tot Costello een complex patroon ontdekt dat de delicten onderling verbindt. Maar deze duistere kennis brengt zijn leven opnieuw in gevaar.

Recensie
De meeste boeken van de Britse auteur R.J. Ellory spelen zich in de Verenigde Staten af en – niet geheel zonder reden – schrijft hij ze in Amerikaans Engels. Op deze manier kan hij namelijk precies opschrijven wat hij bedoelt, omdat het ritme anders is dan het Engels uit zijn eigen land. De setting van zijn in 2011 verschenen thriller Een mooie dag om te sterven is New York, en voor dit boek heeft hij bijzonder nauwgezet de meest verschrikkelijke seriemoordenaars bestudeerd die de wereld heeft gekend en een aantal daarvan noemt hij dan ook bij naam.

In 1984 heeft een seriemoordenaar het op het leven van John Costello en zijn vriendin Nadia gemunt. Zij komt om, hij overleeft de aanval, maar raakt hierdoor wel psychisch beschadigd. Ruim twintig jaar later wordt New York geteisterd door diverse moorden, waarbij het er alle schijn van heeft dat ze door dezelfde dader gepleegd zijn. Inspecteur Ray Irving leidt het onderzoek en roept op een gegeven moment de hulp van Costello in, die aanmerkelijk meer over seriemoorden weet dan hijzelf. De laatste ontdekt een patroon, waardoor zijn leven opnieuw in gevaar komt.

Ellory begint het verhaal met een ongebruikelijk lange en misschien wel gedurfde proloog. Door deze lengte bestaat het gevaar dat de lezer al vrij snel afgeleid raakt, dat zijn nieuwsgierigheid niet gewekt wordt – een inleiding is uiteindelijk in eerste instantie daarvoor bedoeld – en, nog erger, dat hij al snel afhaakt. De auteur slaagt echter met vlag en wimpel, want dit uitgebreide begin heeft al iets onheilspellends, iets duisters, waardoor de lezer eigenlijk dan al weet dat de thriller niet meer stuk kan gaan. Dit wordt in de rest van de plot bewaarheid, met name omdat de spanning en dreiging continu aanwezig zijn. De jacht op de seriemoordenaar zorgt voor een flink aantal fascinerende scènes, maar de onderlinge relatie tussen enkele personages doet daar in feite niet voor onder.

Ray Irving, John Costello en in iets mindere mate journalist Karen Langley zijn, de omstandigheden even niet meegerekend, de drie protagonisten die Een mooie dag om te sterven behoorlijk wat kleur geven. Van dit drietal is Costello de meest markante figuur, in het bijzonder door zijn nogal naar autisme neigende levenswijze. De met ups en downs gepaard gaande wisselwerking tussen dit trio past precies en doet nergens geforceerd aan. Het moet overigens wel gezegd worden dat de overige personages in principe niet onderdoen voor deze drie, maar ze zijn om voor de hand liggende redenen nou eenmaal minder in beeld.

De fictieve moorden in dit verhaal zijn ontleend aan die van daadwerkelijke seriemoordenaars die in de Verenigde Staten huisgehouden hebben. Dit is een van de factoren waardoor de thriller buitengewoon realistisch overkomt. Een ander aspect zijn bijvoorbeeld de dialogen, deze zijn erg ongedwongen en als het ware uit het leven gegrepen. De sfeer en het gevoel komen ontzettend goed over. Zo kan de lezer zich de gemoedstoestand van Irving heel goed voorstellen als hij weer een teleurstelling te verwerken krijgt of niet de medewerking krijgt die nodig is om vooruitgang te boeken. Tussen de regels door laat Ellery doorschemeren dat in de VS politieke strategie soms een hogere prioriteit heeft dan het oplossen van misdaden. Iets dat een rechtgeaarde politieman als Irving maar moeilijk kan accepteren.

Lange tijd laat de auteur de lezer twijfelen of gissen naar de identiteit van de moordenaar. Pas in de spannende ontknoping wordt hij met hem geconfronteerd. Wellicht dat dit einde enigszins geforceerd kan aanvoelen, maar welbeschouwd is daar geen enkele sprake van. De cirkel, die in 1984 begon en tweeëntwintig jaar later eindigt, is dan in ieder geval rond. De een zal vinden dat het recht zijn beloop heeft gekregen, de ander vindt wellicht van niet. Feit is dat Ellory met Een mooie dag om te sterven een thriller van formaat heeft geschreven.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: R.J. Ellory
Titel: Een mooie dag om te sterven

ISBN: 9789026135910
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2011

Hoogzomer – Kim Faber & Janni Pedersen

Flaptekst
Inspecteur Martin Juncker is nog altijd verbitterd over zijn degradatie naar een klein politiebureau in het saaie provinciestadje Sandsted. Lang heeft hij niet om daarbij stil te staan, aangezien er een advocaat vermoord is in het stadspark en Juncker het onderzoek moet leiden.

Ondertussen onderzoekt journaliste Charlotte Junckersen een anonieme tip: de terroristische aanslag die zes maanden eerder plaatsvond in Kopenhagen had voorkomen kunnen worden. Haar ex-man, Martin Juncker, weigert zich erover uit te laten uit angst dat hun levens in gevaar komen. Rechercheur Signe Kristiansen, Junckers oude partner, is wel bereid om de zaak verder te onderzoeken, maar heeft haar handen vol aan enkele privézaken. Maar als er een onthoofd lichaam wordt aangetroffen en er een verband lijkt te zijn met de aanslag, bijt Signe zich alsnog vast in het onderzoek…

Recensie
In 2020 debuteerde het echtpaar Kim Faber en Janni Pedersen als schrijversduo met het goed ontvangen Winterland. Dit is het eerste deel van een serie waarin inspecteur Martin Juncker en rechercheur Signe Kristiansen de hoofdrol hebben. Een jaar later verscheen het tweede boek uit de reeks, dat de titel Hoogzomer heeft meegekregen.

Martin Juncker krijgt, na zijn degradatie en verplaatsing naar een klein politiebureau in het provinciestadje Sandsted, de leiding over een onderzoek naar de moord op een plaatselijk gerespecteerde advocaat. Zijn vrouw en journalist Charlotte, van wie hij gescheiden leeft, ontvangt een tip die erop wijst dat een terroristische aanslag zes maanden eerder voorkomen had kunnen worden. Martin gaat hier niet op in, maar Signe wil wel gerechtigheid. Ze verdiept zich in de zaak, maar heeft ondertussen ook te maken met een onthoofd lichaam en enkele persoonlijke zaken.

Natuurlijk is het om allerlei redenen altijd aan te raden een serie op volgorde van verschijnen te lezen, maar op zich kan Hoogzomer wel afzonderlijk van het voorgaande deel gelezen worden. De auteurs komen veelvuldig – misschien zelfs wel iets té veel – terug op wat zich allemaal eerder heeft afgespeeld. Over zowel de terugkerende personages als diverse gebeurtenissen wordt ruim voldoende verteld zodat de lezer nergens de indruk krijgt iets te missen. Wel wordt op verschillende omstandigheden doorgegaan, dus gaat het verhaal min of meer verder waar het destijds geëindigd is, uiteraard aangevuld met een aantal nieuwe ontwikkelingen.

Faber en Pedersen leggen in deze thriller vooral de nadruk op de persoonlijke situaties van Juncker, diens vrouw Charlotte en zijn collega Kristiansen. Daarom duurt het vrij lang voordat het verhaal echt loskomt. Pas in de eindfase, wanneer zo goed als alle privéperikelen al voorbij zijn gekomen, ontstaat er actie en spanning. Voor het echter zover is, heeft de plot een nogal rustig karakter en vorderen de verwikkelingen in een gestaag tempo. Er lijkt op het oog niet zo heel veel te gebeuren, terwijl er in feite wel het een en ander plaatsvindt. Toch is alles een stuk minder spectaculair dan in Winterland, het vorige en eerste deel van de reeks.

Het verhaal bestaat uit drie verhaallijnen en aanvankelijk heeft het er alle schijn van dat ze geen van alle met elkaar te maken hebben. Uiteindelijk kan één daarvan toch met een ander subplot in verband worden gebracht. Dit gebeurt op uiterst subtiele wijze, maar omdat je dit wel ziet aankomen, is het eigenlijk niet heel erg verrassend. Toch bevat de plot wel degelijk een behoorlijke hoeveelheid wendingen, maar veel daarvan zorgen er niet voor dat de lezer regelmatig op het verkeerde been wordt gezet. Interessant zijn al die twists overigens wel, want ze zorgen in sommige gevallen toch weer voor een andere kijk op het geheel.

Ook nu is de schrijfstijl van de auteurs prettig, vlot en eigentijds en het duo heeft, zoals in Scandinavische thrillers wel vaker gebruikelijk is, een maatschappelijk onderwerp in het verhaal verwerkt. Over het algemeen is het verhaal realistisch, maar desondanks zijn er ook een paar situaties die de geloofwaardigheid een klein beetje geweld aan doen. Dit alles neemt niet weg dat Hoogzomer een aangenaam tweede deel van de serie is, maar wel stukken minder spectaculair dan zijn voorganger.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Kim Faber  & Janni Pedersen
Titel: Hoogzomer

ISBN: 9789402707243
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2021

Harlem Shuffle – Colson Whitehead

Flaptekst
Voor zijn klanten en buren in 125th street in Harlem is Ray Carney een beschaafde meubelverkoper die een fatsoenlijk leven probeert te leiden. Zijn vrouw is in verwachting van hun tweede kind, en ook al wonen ze in een krap appartement te dicht bij het metrospoor: hij heeft veel bereikt, hij is tevreden. Wat weinig mensen weten, is dat Ray afkomstig is uit een geslacht van bendeleden en boeven, en dat zijn brave burgermansbestaan barsten begint te vertonen. Barsten die steeds groter worden dankzij zijn louche, onfortuinlijke neef Freddy, die dankbaar gebruikmaakt van Rays keurige façade – en hem ondertussen steeds dieper de Harlemse onderwereld in sleurt. Terwijl Ray worstelt met zijn dubbelleven wordt het hem steeds duidelijker wie de touwtjes in handen heeft in Harlem. Lukt het Ray om hier zonder kleerscheuren uit te komen – om zijn neef te redden, zijn deel van de winst te pakken en tegelijkertijd zijn reputatie hoog te houden?

Recensie
Voordat Colson Whitehead met het schrijven van boeken begon, was hij muziek- en televisierecensent bij The Village Voice, een gratis wekelijkse tabloidkrant in New York. In 1999 debuteerde hij met de roman De Intuïtionist en ruim vijftien jaar later brak hij met De ondergrondse spoorweg (2016), waarvoor hij een aantal prijzen won, definitief door. In 2021 verscheen Harlem Shuffle, dat zich afspeelt in het Harlem van ongeveer halverwege de eenentwintigste eeuw.

Ray Carney stamt uit een crimineel geslacht en hij probeert er alles aan te doen dit achter zich te laten. Hij is de trotse eigenaar van een winkel voor nieuwe en tweedehands meubelen, is gelukkig getrouwd met Elizabeth, heeft een dochter en een tweede kind is op komst. Zijn neef Freddie, die zich wel in het criminele circuit bevindt, betrekt hem tegen zijn zin bij een roofoverval en het gevolg daarvan is dat Ray steeds dieper in de onderwereld van Harlem terechtkomt. Toch doet hij er alles aan om boven dit milieu uit te stijgen en zijn goede reputatie te behouden.

De roman, die zich voornamelijk in de jaren zestig de vorige eeuw afspeelt, bestaat uit drie delen en elk daarvan beschrijft een jaar uit het leven van Ray Carney. In ieder jaar, niet opeenvolgend overigens, staat één criminele activiteit waarbij de meubelhandelaar min of meer betrokken raakt centraal. Hierdoor komt hij in aanraking met allerlei onderwereldfiguren en moet hij zich met enkele duistere zaakjes bemoeien. Desondanks is het onmogelijk hem niet in je armen te sluiten, want de beste man is buitengewoon sympathiek en zal uit zichzelf niemand kwaad willen doen. Omdat het verhaal zo goed als volledig vanuit zijn perspectief wordt verteld, komt de lezer erg veel over hem en zijn bezigheden te weten. De lezer krijgt hierdoor het gevoel dat hij hem al lange tijd kent, misschien zelfs wel een vriend van hem is. Dit heeft Whitehead erg goed voor elkaar gekregen.

Een ander sterk punt van de auteur is dat hij de sfeer van destijds uitstekend weergeeft. Dit komt niet alleen door het op die periode afgestemde taalgebruik, maar ook door de diverse waargebeurde feiten die in het verhaal verwerkt zijn. Voorbeelden hiervan zijn de rassenongelijkheid en de daaraan gerelateerde discriminatie, het onnodig doodschieten van de 15-jarige donkere jongen James Powell door een blanke politieman en de onlusten die hieruit voortvloeiden. De roman heeft daarom een uitermate realistisch karakter. Ook laat de auteur de verschillen tussen rijk en arm heel duidelijk naar voren komen, hetgeen overduidelijk voor een tweedeling binnen het eigen ras zorgt.

De schrijfstijl van de auteur is rechttoe rechtaan en direct, hoewel hij eveneens mooi geformuleerde zinnen gebruikt. Tevens worden humor en cynisme op zijn tijd niet geschuwd. Hoewel het boek in de eerste plaats een roman is, is het misdaadgehalte behoorlijk groot. De plot bevat een continue spanning en er zijn diverse ontwikkelingen die de lezer regelmatig weten te verrassen. Het tempo, een paar momenten uitgezonderd, is voortdurend hoog, zodat het erop lijkt dat er telkens wel iets gebeurt. Natuurlijk is dit niet zo, want er zijn namelijk diverse fragmenten die wat minder enerverend zijn, onder andere die die over de meubelzaak gaan. Ze passen en horen echter wel bij het geheel, alleen al omdat ze met Carney’s professie te maken hebben.

Alles bij elkaar genomen is Harlem Shuffle, dat inmiddels een vervolg heeft gekregen, een intrigerende, boeiende en meeslepende roman waarin de misdaad als een rode draad door het leven van een goedwillende meubelhandelaar loopt. Whitehead toont met dit werk aan dat hij een kundig verhalenverteller is die de lezer aan een boek gekluisterd kan laten zitten. En dat is niet iedere auteur gegeven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Colson Whitehead
Titel: Harlem Shuffle

ISBN: 9789025471262
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2021

Uitzicht van dichtbij – Megan van Kessel

Flaptekst
Na een onstuimige periode verhuist Maggie met haar man naar een omgebouwde kerk net buiten de stad. Ze ontmoet dorpsgenoten, legt een tuin aan en probeert te nestelen op een plek die maar niet als een thuis wil voelen. Nadat hun zoon is geboren, probeert ze haar afwezige vader via een geboortekaartje te betrekken bij haar leven, maar een reactie blijft uit. De stilte is oorverdovend en dwingt haar terug te blikken op die ene zomer aan zee. Waarom lukt het haar nog altijd niet om de juiste balans te vinden? Niet alleen tussen mens en moederschap, maar ook in verlangen naar alledaagsheid en een drang naar uitzonderlijkheid. Waarom reageert haar vader niet? Wat is er mis met haar tuin? Hebben al die dingen misschien met elkaar te maken?

Recensie
Na haar studie aan de Gerrit Rietveld Academie schreef Megan van Kessel essays en verhalen voor diverse kranten en tijdschriften. Ze wilde echter meer en begon aan het schrijven van een roman, waar ze behoorlijk lang over heeft gedaan. Uiteindelijk verscheen in het voorjaar van 2023 haar debuutroman Uitzicht van dichtbij, dat deels gebaseerd is op haar eigen ervaringen.

Maggie en haar man Alfons zijn verhuisd naar een tot woning herbouwde kerk in een dorp niet ver van de grote stad. Ze doet er alles aan om in de dorpsgemeenschap te integreren, maar het lukt haar niet om zich er echt thuis te voelen. Nadat hun zoon Felix is geboren, stuurt ze een geboortekaartje naar haar vader, met wie ze al geruime tijd geen contact heeft. Als hij niets van zich laat horen, gaat ze in haar herinneringen terug naar het jaar 2000, naar een vakantie aan zee. Terwijl ze ondertussen met een groot aantal onbeantwoorde vragen zit.

De roman wordt volledig verteld vanuit het perspectief van Maggie, hoofdzakelijk in het heden, maar er zijn regelmatig terugblikken naar twintig jaar eerder, toen ze nog een jong meisje was. De lezer krijgt hierdoor een behoorlijke indruk van en over haar en vooral de relatie met haar vader, of misschien juist wel het gebrek daaraan, komt regelmatig naar voren. Toch duurt het betrekkelijk lang voordat de reden daarvan helder wordt, en zelfs dan wordt er niet heel erg diep op ingegaan. Heel anders wordt het als ze, pas ver in de plot, door omstandigheden geroepen en wellicht ook enigszins uit schuldgevoel, weer meer contact met hem heeft. Hun onderlinge verstandverhouding is dan aangrijpender en aandoenlijker dan die ooit is geweest. Voor het zover is, bestaat het verhaal voornamelijk uit gewone huis-tuin-en-keuken-situaties.

Hoewel de emotionelere thema’s aan het eind van de plot een stuk meer tot uiting komen, heeft dit debuut over het algemeen een luchtige toonzetting, is vlot geschreven, zijn de dialogen eigentijds en realistisch en is het daarnaast eveneens beeldend. De lezer kan de diverse taferelen zonder daar al te veel moeite voor te doen voor zich zien. Van Kessel hanteert eveneens een gezonde dosis humor, waarbij het zo nu en dan zelfs een klein beetje cynisch wordt. Omdat het tempo van het verhaal behoorlijk hoog ligt en zich talloze ontwikkelingen, waaronder enkele verrassende, voordoen, kan het boek, dat overigens ook niet al te dik is, in geen tijd uit zijn.

Naast Maggie zijn er nog een paar personages die in meer of mindere mate onder de aandacht van de lezer worden gebracht. Zij zijn echter niet heel erg grondig uitgewerkt waardoor ze helaas nogal oppervlakkig blijven. Je krijgt alleen maar een globale indruk van hen en dat is, omdat ze toch wel interessant zijn of een eigen verhaal te vertellen hebben, jammer. Desalniettemin blijkt zonder meer dat de auteur het in zich heeft om een volledige roman te schrijven. Uitzicht van dichtbij is in ieder geval alvast een goed begin, ondanks dat de roman niet continu kan overtuigen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Megan van Kessel
Titel: Uitzicht van dichtbij

ISBN: 9789038811673
Pagina’s: 208

Eerste uitgave: 2023

Xerox – Fien Veldman

Flaptekst
In een Europese stad print een klantenservicemedewerker brieven. Ze is opgegroeid in een buurt waar ze het liefst niets meer mee te maken wil hebben, maar wanneer ze een pakket ontvangt van een anonieme afzender blijkt dat niet zo eenvoudig. Uit wanhoop begint ze tegen haar printer te praten. Die printer – haar partner, vriend, kind en huisdier ineen – hapert, net als zij.

Recensie
Fien Veldman, die altijd heeft gedacht dat ze journalist zou worden, begon aan het eind van haar studie Literatuurwetenschappen met het schrijven van fictie. Aanvankelijk alleen voor verhalenwedstrijden, voornamelijk om inkomsten te genereren. Ze won diverse prijzen met haar essays en kwam erachter dat ze van schrijven ook haar beroep kon maken. In 2023 bracht ze haar debuutroman Xerox uit.

Vanuit een eenvoudige wijk van een provincieplaatsje is een jonge vrouw naar een grote stad verhuisd om haar verleden achter zich te laten. Ze werkt als medewerkster klantenservice bij een pas opgericht bedrijf en de printer, waar ze brieven op uitprint, is haar enige uitlaatklep. Ze vindt dit prima, want ze kan haar verhalen aan hem kwijt. Als ze op een dag een afhaalbericht voor een pakket van een onbekende afzender ontvangt, moet ze, tegen haar zin, haar kantoorruimte én gesprekspartner regelmatig verlaten.

In eerste instantie lijkt de naamloze vertelster van het grootste deel van het verhaal een heel gewone vrouw te zijn die volop in het leven staat. Ze woont in een eveneens naamloos blijvende stad, waarin overigens met een klein beetje verbeeldingskracht Amsterdam herkend kan worden, en heeft een baantje waar ze ogenschijnlijk tevreden mee is. De lezer krijgt een ander beeld van haar als op een bepaald moment tot hem doordringt dat de cursieve tekstfragmenten dialogen zijn die aan de printer op haar tafel gericht zijn. Daarvoor denk je nog dat dit haar gedachten zijn, of herinneringen, maar niets blijkt minder waar. Totaal verknipt is deze jonge vrouw echter niet, misschien alleen wat meer terughoudender en teruggetrokkener dan anderen, meer is het in feite niet.

De dialogen, en eveneens in het verhaal, dat overigens uit vier delen met elk hun eigen strekking bestaat, een monoloog van de als personage beschouwde printer zorgen er wel voor dat je ruim voldoende over de vertelster te weten komt. Denk hierbij aan een aantal gebeurtenissen uit haar verleden. De ene keer zijn haar gesprekken met de printer en wat het apparaat zelf te vertellen heeft interessanter dan de andere keer, daarom kan de roman niet volledig boeien. De auteur schetst echter voldoende situaties die de lezer nieuwsgierig maken. Voorbeelden daarvan zijn de zoektocht naar het pakket, de vraag wat erin zit en een lichtblauwe post-it die op de voordeur van de jonge vrouw is geplakt. Dergelijke situaties zijn zelfs een klein beetje spannend.

Personages en locaties worden door Veldman bewust naamloos gehouden. Door deze keuze zijn ze inwisselbaar, want de personen kunnen in feite iedereen zijn, en de steden overal ter wereld. Op werkplekken ben je vervangbaar en in veel gevallen een onbeduidend nummer, ook al kun je zelf denken dat je onmisbaar en belangrijk bent. Een nadeel van deze anonimiteit is dat je je eigenlijk echt nergens mee verbonden voelt, hoewel de emoties van enkele karakters wel degelijk een rol spelen en je dan toch enigszins met hen meevoelt. Aan het eind van de plot komt het thema digitalisering nog even naar voren en realiseer je je dat de ontwikkeling van de kunstmatige intelligentie nog lang niet op zijn retour is. Hiermee heeft de roman een onmiskenbaar actueel tintje.

De schrijfstijl van de auteur is prettig, vaak beeldend, eigentijds en zo nu en dan cynisch. Het is daarom niet verwonderlijk dat het boek uitermate vlot leest. Toch is Xerox een eigenaardig en wellicht zelfs bijzonder debuut. Enerzijds intrigerend, anderzijds wat eentonig en saai. Maar één ding is zeker, opvallend is de roman wel.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Fien Veldman
Titel: Xerox

ISBN: 9789025473082
Pagina’s: 224

Eerste uitgave: 2023

Tosca – Maud Vanhauwaert

Flaptekst
In een brief aan haar uitgever legt vertaalster May uit hoe een treffend potloodportret het begin vormde van een verstikkende uitwisseling van woorden met Aline, een jonge vrouw die zich al lijkt te verzoenen met haar nakende dood.

Hoe harder May deze Aline probeert te leren kennen, te begrijpen, te redden, hoe meer May met lege handen lijkt te staan. En lege pagina’s.

Recensie
Van de Vlaamse dichteres Maud Vanhauwaert verscheen in 2011 haar eerste poëziebundel Ik ben mogelijk, maar omdat ze nieuwsgierig was naar het schrijven van een langer verhaal besloot ze op een dag ermee te beginnen. Toen ze hiermee klaar was, heeft ze nog geruime tijd getwijfeld om het uit te brengen. Na lang wikken en wegen kwam het er dan toch van en in het najaar van 2023 publiceerde ze haar debuutroman Tosca.

Na een lezing over de dichteres Vanja Lavrova ontvangt vertaalster en universiteitsdocent May Solovjov een Facebookbericht van de jonge Aline Verstraeten. Dit, maar ook de tekening die het meisje van haar heeft gemaakt, is het begin van een moeizaam verlopend contact. Het feit dat Aline regelmatig toespeling maakt naar het beëindigen van haar leven is daar mede debet aan. May trekt zich haar lot steeds meer aan, doet verwoede pogingen te achterhalen wat het meisje dwarszit zodat ze haar kan helpen, maar lijkt telkens tegen een muur aan te lopen.

De plot draait om een drietal personages en hierdoor kan onomwonden gesteld worden dat de auteur ervoor gekozen heeft om eenvoud boven overdaad te stellen. Het grote voordeel hiervan is dat er behoorlijk uitvoerig op hen ingegaan wordt en dat de lezer zich met elk van hen kan identificeren. Ze zijn geloofwaardig – dit geldt zelfs voor kat Machu Picchu, die ooit bij May en haar vrouw Lou is komen aanwaaien – en de omstandigheden en problemen waarin ze terechtkomen en waarmee ze te maken krijgen, komen in werkelijkheid ook voor en zijn over het algemeen realistisch. Het zal daarom niemand verbazen dat de roman verschillende thema’s naar voren brengt. Denk hierbij onder andere aan dementie, homofobie, zelfmoord en vruchtbaarheidsbehandelingen. Niet ieder onderwerp komt even uitgebreid aan bod, maar ze zijn wel alle uit het dagelijks leven gegrepen.

Aanvankelijk lijkt het erop dat de roman in een volledig andersoortig jasje is gestoken dan vaak gebruikelijk is, maar over het geheel genomen valt dit nogal mee. Het verhaal bestaat in feite uit één brief die May aan haar uitgever Daniël schrijft en waarin ze vertelt waarom ze zich het voorgaande jaar in stilzwijgen heeft gehuld. Dit is uiteraard een origineel concept, maar de opbouw heeft daarentegen niet het uiterlijk van een gangbare brief. Absoluut niet erg, want daardoor leven de ervaringen van May en Aline veel meer, ze zijn intenser, mede door wat het bijzondere en ogenschijnlijk schuchtere meisje in diverse berichtjes, brieven en later ook verbaal aan de oudere vrouw vertelt.

Hoewel de onderwerpen die in het boek onder de aandacht worden gebracht niet de vrolijkste zijn, heeft Vanhauwaert er wel voor gezorgd dat haar debuut geen zware bevalling is. Op toegankelijke en soms poëtische wijze beschrijft ze de vele situaties en zo nu en dan schuwt ze een luchtige noot niet. Tussendoor trakteert ze de lezer op een aantal gedichten die in meer of mindere mate allemaal met een gebeurtenis uit de roman te maken hebben. Toch kun je je afvragen wat de toegevoegde waarde van deze poëzie is, temeer omdat ze in relatie tot het verhaal tamelijk nietszeggend zijn.

Voordat May haar brief definitief afrondt, word je een aantal keren verrast en op het verkeerde been gezet. Het verhaal heeft bij vlagen zelfs een gezonde dosis spanning. Aan het eind van het relaas blijkt dat de lezer zich, overigens geheel onwetend daarvan, zich enigszins heeft laten misleiden door de twee protagonisten, want de waarheid is namelijk niet altijd zoals zij in eerste instantie lijkt te zijn. Dit alles maakt dat Tosca een intrigerend, indringend en mooi debuut is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Maud Vanhauwaert
Titel: Tosca

ISBN: 9789493320086
Pagina’s: 244

Eerste uitgave: 2023

Huizenruil – Stefan Ahnhem

Flaptekst
Carl en Helene willen hun relatie nieuw leven inblazen door een lange, verre reis te plannen. Ze vinden al snel de ideale bestemming: een prachtig huis in Californië, waar ze via een huizenruil kunnen verblijven. Het andere stel zal de zomer in hun villa in Stockholm doorbrengen. Maar zodra ze in Santa Cruz arriveren, bekruipt Carl en Helene een onheilspellend gevoel. Zag het huis er wel uit als op de foto’s? En wat doet het andere stel eigenlijk in hun huis? Gelukkig heeft Carl in elke kamer van hun huis camera’s geïnstalleerd.

Recensie
Stefan Ahnhem heeft zijn succes te danken aan de populaire serie met Fabian Risk, waarvan De laatste spijker (2023) in principe het slotdeel is. Desondanks werkt hij momenteel aan een nieuwe thriller waarin de inspecteur wederom zijn opwachting maakt. Hij heeft sowieso niet stilgezeten, want medio 2024 verscheen Huizenruil, waarvoor de auteur het idee kreeg tijdens een vakantie van hem en zijn gezin, jaren eerder aan de Amerikaanse westkust. Omdat ze zelf een vakantiehuis in de archipel van Stockholm hebben, dachten ze na over een eventuele ruil van huizen, wat uiteindelijk leidde tot het schrijven van dit boek.

Daarin zit de relatie van Carl en Helene Wester al een tijdje in het slop en om weer dichter tot elkaar te komen, hebben ze een vakantie naar het Californische Santa Cruz gepland, waar ze een maand in de woning van Adam en Scarlett Harris terecht kunnen. Tegelijkertijd verblijft dit koppel dan in hun villa in Stockholm. Als ze bij het huis arriveren, begint Carl te twijfelen of hun keuze wel de juiste was omdat wat hij veel eerder op de foto’s zag heel anders was. Helene weet zijn wantrouwen weg te nemen, maar kan niet voorkomen dat hij zich niet kan ontspannen.

Met zijn nieuwste thriller heeft Ahnhem het over een heel andere boeg gegooid, want in Huizenruil draait het grotendeels om de psychologie, terwijl in de zes delen van de ‘Fabian Risk’-serie de politionele activiteiten centraal staan. De strekking van dit verhaal, waarmee de auteur laat zien dat hij het beheerst om diverse schrijfstijlen te hanteren, is daarom geheel anders dan – en onvergelijkbaar met – zijn voorgaande werk. Het gaat soms zelfs zover dat de lezer zich kan afvragen of dit boek wel écht door de tot dusver zo succesvolle auteur geschreven is, óf dat dit eventueel zijn eerste schreden op het schrijverspad waren en de tijd voor uitgifte nu rijp was.

De vier protagonisten (Carl, Helene, Scarlett en Adam) zorgen ervoor dat diezelfde lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar hun leven, naar hoe ze zijn en naar wat hen nog te wachten staat. Het sfeertje dat Ahnhem hierbij creëert, is er een van leugens, bedrog en achterdocht. Hierdoor boezemt geen van hen vertrouwen in en sympathie voor een van de vier op te brengen, is hierdoor zo goed als onmogelijk. Dit is overigens precies wat de auteur voor ogen had, dus daarin is hij zonder meer geslaagd. Een nadeel is dat het kwartet in grote lijnen behoorlijk voorspelbaar is. Al ruim voor het eind weet je precies wie wat voor ogen heeft, op wie ze hun pijlen gericht hebben en waarom ze doen wat ze doen. Het zijn echter de details die nog lichtelijk verrassend zijn.

Hoewel zowel in de woning in Santa Cruz als die in Stockholm enkele vreemde, geheimzinnig lijkende en soms luguber ogende voorvallen plaatsvinden, zorgen ze niet voor een grote hoeveelheid spanning. Pas in de slotfase, tijdens een benauwende scène, doet zich een eerste écht beklemmende situatie voor, maar de afloop daarvan kon al een klein beetje worden voorzien. De psychologische geladenheid komt evenmin uit de verf, voornamelijk omdat de dialogen van de personages tamelijk geforceerd en onnatuurlijk zijn en daarnaast doen de vier er de grootst mogelijke moeite voor om vooral zichzelf centraal te stellen. Het beoogde effect gaat hierdoor compleet verloren.

In zijn nawoord vertelt de auteur dat het verhaal gebaseerd is op enkele waargebeurde en tevens onwaarschijnlijke feiten. Vaak kan zoiets leiden tot een intrigerende en spannende thriller, maar in dit geval is daar geen enkele sprake van. De plot van Huizenruil, dat vertaald is door Tineke Jorissen-Wedzinga, is nogal mager uitgewerkt, waardoor spannende momenten nauwelijks voorkomen en de personages oppervlakkig en niet aansprekend zijn. Al met al heeft Ahnhem, die erg veel tijd aan dit boek heeft besteed en met eerder werk heeft aangetoond dat hij vele malen beter kan, deze keer geen goede beurt gemaakt.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Stefan Ahnhem
Titel: Huizenruil

ISBN: 9789044363852
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2024

Het smalle pad van verlangen – Patrick Rothfuss

Flaptekst
Als je naar de bliksemboom komt om met Bast te onderhandelen, is je wereldse geld niet veel waard. Wat echte waarde heeft, zijn heel andere dingen: geheimen en gunsten, leugens, trucs, raadsels en alles wat je hartje begeert.

Volg in de loop van één dag, van zonsopgang tot middernacht, de charmantste fae uit De naam van de wind, terwijl hij plannen maakt, in de problemen komt en zich een weg baant door het kleine stadje Newarre. Hoewel Bast niets geeft om de wetten van de mens, zijn er oudere, diepere wetten die hem binden. En ondanks al zijn slimheid loopt Bast tegen problemen aan die hij nooit had kunnen voorzien. Hij weet namelijk wel hoe hij moet onderhandelen, maar niet hoe het is om bij iemand in het krijt te staan.

Recensie
Als kind was Patrick Rothfuss en fervent lezer en op een bepaald moment bedacht hij om zelf een boek te gaan schrijven. Dit ging echter niet zonder slag of stoot, want, hoewel het schrijven ervan geen probleem was, werd zijn eerste fantasyroman, The song of flame and thunder, door diverse uitgeverijen geweigerd. Hij wijzigde deze titel in The name of the wind, (De naam van de wind, 2010) dat na meer aanpassingen uiteindelijk in 2007 wel werd uitgebracht. In 2024 verscheen Het smalle pad van verlangen, een novelle rond het personage Bast, die bekend is uit een van zijn eerdere boeken.

Deze jonge fae uit het dorpje Newarre werkt als hulpje in Herberg de Wegsteen. In zijn vrije tijd zoekt hij zijn heil in het plaatsje en op een nabijgelegen berg, waar hij meestal onder de zogenoemde Bliksemboom zit. Hier geeft hij jonge kinderen advies of lost hij één of meer problemen voor hen op. Het enige dat hij hiervoor terugverlangt, is dat ze hem een gunst verlenen. Eén jongen, Rijk, is naar hem op zoek, maar Bast gaat hem liever uit de weg. Toch ontmoeten ze elkaar, blijkt eerstgenoemde een verzoek te hebben dat niet genegeerd kan worden en krijgt Bast met een onverwacht probleem te maken.

Zoals de auteur in zijn voorwoord al aangeeft, is deze novelle een sterk veranderde en uitgebreide versie van The lightning tree, dat destijds werd opgenomen in de verhalenbundel Rogues. Desondanks bevat dit verhaal in zijn huidige vorm nog steeds niet zo heel veel tekst. Het gevolg daarvan is dat Bast, het belangrijkste personage, behoorlijk oppervlakkig blijft. De lezer komt in feite betrekkelijk weinig over hem te weten. Ongetwijfeld zal het ermee te maken hebben dat hij in de reeds verschenen delen van de kronieken van Kvothe een rol had, dus de volger van die serie zal hem beter kennen. Het is daarom verstandig eerst die boeken te lezen, alleen al om te voorkomen dat je het gevoel hebt een stukje voorgeschiedenis te missen. Toch komt je wel iets over hem te weten, al blijft het beperkt tot enkele algemeenheden.

Meteen in het begin van het boek word je enigszins nieuwsgierig gemaakt, temeer omdat je, door de openingszin, het vermoeden hebt dat Bast uit de herberg wegvlucht. Daar neemt de auteur de lezer bij de neus – misschien bedoeld, misschien niet – want de bedoelingen van de jongeman, wiens leeftijd overigens onbekend blijft, blijken geheel anders te zijn. Al snel krijg je een globaal beeld van Bast en wat hij op die ene uitgelichte dag uit zijn leven uitvoert. Hier gaat de auteur over het algemeen niet zo heel diep op in, maar als Rijk ten tonele verschijnt verandert dit in geringe mate, want dan gaat hij iets uitvoeriger op bepaalde zaken in.

Aan de schrijfstijl van de auteur moet je even wennen, ten dele gevoed door de soms merkwaardige terminologie die een fantasyroman eigen is. Zodra de gewenning is aangeslagen en je doorgrondt wat met bijvoorbeeld een trekking, span of embril bedoeld wordt, loopt het lezen van de novelle tamelijk gesmeerd. Er zijn zelfs een paar momenten dat iets van spanning ontstaat. Je kunt je echter niet aan de indruk onttrekken dat het boek op de jongere lezer is gericht, voornamelijk door de manier van schrijven en het feit dat kinderen een belangrijke rol in het verhaal hebben. Rothfuss brengt de diverse scènes beeldend over, ofschoon de mooie illustraties waarmee de roman verrijkt is daar ook wel wat invloed op zullen hebben.

Of Het smalle pad van verlangen representatief is voor het andere werk van de auteur is moeilijk te zeggen, maar het heeft er alle schijn van dat dit niet het geval is. De novelle biedt al met al wat leuk tijdverdrijf, maar heel veel moet de eventueel geïnteresseerde lezer er niet van verwachten.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Patrick Rothfuss
Titel: Het smalle pad van verlangen 

ISBN: 9789049202859
Pagina’s: 160

Eerste uitgave: 2024

Het boek van vuur – Christy Lefteri

Flaptekst
Er was eens een prachtig dorp dat miljoenen verhalen van liefde, verlies, vrede en oorlog kende, en dat werd opgeslokt door een vuur dat tot aan de hemel laaide. Het vuur liep helemaal door tot aan de zee, waar het zijn spiegelbeeld ontmoette.

Een gezin worstelt met trauma’s en schuldgevoelens nadat een brand hun dorp op een Grieks eiland heeft weggevaagd. Met haar warme, beeldende stijl belicht Lefteri de vernietigende kracht van menselijke dwaasheid, maar uiteindelijk ook ons talent voor verlossing en vernieuwing.

Recensie
Grote natuurbranden ten westen van Athene waren voor Christy Lefteri, in 2019 wereldwijd doorgebroken met De bijenhouder van Aleppo, een inspiratiebron voor haar in 2023 verschenen roman Het boek van vuur. Bij de branden kwamen tientallen mensen om het leven en raakten velen gewond. Tijdens haar onderzoek in Griekenland – ze woont zelf in Londen – hoorde ze de schokkende en beangstigende verhalen van mensen die aan het allesverwoestende vuur waren ontsnapt. In 2017 is ze overigens zelf getuige geweest van een op hol geslagen bosbrand en de gevolgen daarvan.

Irina, haar man Tasso en dochter Chara zijn gelukkig in het dorpje aan de voet van een berg. Dit verandert op slag als een grote brand de plaats en het eromheen liggende bos vernietigt. Het vuur eist veel slachtoffers en maanden later zijn de gevolgen ervan nog merk- en zichtbaar. Niets is meer hetzelfde en ook het gezin van Irini ontkomt er niet aan dat trauma’s en schuldgevoel hun leven volledig op z’n kop zetten.

Dat een enorme brand die je zelf hebt meegemaakt grote invloed op je leven kan hebben, begrijpen de meeste mensen wel. Vooral als je daarbij ook nog eens persoonlijk leed hebt ondervonden. Het gevoel dat je hierbij kunt krijgen, wordt erg goed naar voren gebracht. Dit is met name te merken aan Tasso, wiens houding en gedrag na de rampzalige gebeurtenis volledig anders zijn dan voor die tijd. Het is te merken dat hij niet alleen met een trauma te kampen heeft, maar ook met schuldgevoelens. Waar die exact uit bestaan, blijft tot het eind van het verhaal in het ongewisse, hoewel de ware toedracht uiteraard wel geraden kan worden. Ook Irina heeft haar eigen besognes, maar die liggen op een net iets ander vlak. Toch geeft Lefteri ook haar dilemma prima weer en vraag je je regelmatig af hoe je zelf zou handelen in eventueel vergelijkbare omstandigheden.

Het boek van vuur, dat volledig wordt verteld vanuit het perspectief van Irini, heeft op het oog twee verhaallijnen. Omdat beide onlosmakelijk met elkaar te maken hebben, dit is van meet af aan duidelijk, kun je aan de andere kant eveneens zeggen dat er maar één is. Het ene verhaal speelt zich vijf maanden na de brand af, het andere, in zekere zin een levendig verslag over de gebeurtenissen, tijdens en kort erna. Door deze opzet krijgt de lezer een goed beeld van beide situaties, welke ellende de bewoners overkomen is en in het bijzonder welk effect de ramp heeft gehad voor Irini, Tasso en hun dochter Chara. Hen leer je daarom vrij goed kennen en kun je je hun stemmingen goed voorstellen.

Ondanks het min of meer beladen thema is de auteur er welk voor gezorgd dat haar roman geen zware kost is. De schrijfstijl is prettig, vlot, inlevend en beeldend. Er zijn enkele aangrijpende momenten, maar toch ook een aantal mooie. Daarnaast blijft de lezer tot aan het eind nieuwsgierig naar het wel en wee van het gezin en hoe ze met hun omstandigheden omgaan, in de eerste plaats de psychische verwerking van alles en ook of hun onderlinge verstandhouding weer wordt zoals die altijd geweest is. Er ontstaat zo nu en dan zelfs een klein beetje spanning, hoewel het daar natuurlijk absoluut niet om gaat.

Doordat een ware gebeurtenis de inspiratiebron voor de roman vormt, komt hij over het algemeen realistisch over, mede omdat er ook enkele actuele en maatschappelijke vraagstukken in verwerkt zijn, zoals bijvoorbeeld de opwarming van de aarde. Met Het boek van vuur, dat van begin tot eind boeit, heeft Lefteri andermaal een boek geschreven dat de lezer doet laten nadenken.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Christy Lefteri
Titel: Het boek van vuur

ISBN: 9789023962045
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2023

De wachtkamer – Benedicte C. Claus

Flaptekst
Esther Degroot aanvaardt een job als receptioniste van een fertiliteitskliniek in een Spaans gehucht waar nooit iets gebeurt. Behalve dan de moord op Aaron Hofman, twee jaar geleden, waarvoor Kingston Diallo veroordeeld werd. Kingstons moeder – collega van Esther – blijft proberen iedereen van zijn onschuld te overtuigen. Tot Esthers onbehagen begint ook bij haar het gevoel te groeien dat hier wellicht meer aan de hand was en dat als ze het bij het rechte eind heeft, haar leven in gevaar is.

Ga met Esther mee op haar zoektocht naar de waarheid en dompel jezelf onder in deze detective met gebruikmaking van de bijbehorende internetomgeving, die nog een extra dimensie toevoegt!

Recensie
Kathleen Vandewalle werkte als advocaat en in het bankwezen en is tegenwoordig projectleider bij de Vlaamse overheid. Ze heeft altijd al van schrijven gehouden, maar het duurde lange tijd voordat haar eerste thriller Hondenlevens (2021), die ze schreef onder het pseudoniem Benedicte C. Claus verscheen. Het bijzondere aan dit debuut is dat dit een interactief boek is, want door het scannen van QR-codes komt de lezer in een chatroom terecht met extra tips en puzzels die hem op weg helpen een moordenaar te ontmaskeren. Haar tweede detective, het in 2023 uitgebrachte De wachtkamer, heeft hetzelfde principe.

Omdat de vaste receptioniste van een fertiliteitskliniek in een klein Spaans kustplaatsje een ongeluk heeft gehad, vervangt Esther Degroot haar voor de duur van twee maanden. Op haar eerste werkdag raakt ze in gesprek met schoonmaakster Mariame Seye, die haar vertelt dat haar zoon Kingston Diall twee jaar eerder voor een moord is veroordeeld, maar beweert die niet gepleegd te hebben. Esther raakt daar ook van overtuigd en gaat op onderzoek uit. Ze merkt al snel dat het stadje toch niet zo slaperig is als aanvankelijk leek en ook dat een enkeling iets te verbergen heeft.

Het verhaal begint met een proloog in de vorm van een mailtje aan een zekere nummer dertien, waarvan je al meteen de indruk hebt dat dit de lezer van het boek moet zijn. In dot bericht staat een summiere uitleg over De Metro, een clubje dat zich bezighoud met het oplossen van misdaden en als nummer dertien instemt om met hen mee te doen krijgt hij, na even in de wachtkamer te hebben plaatsgenomen, via een QR-code toegang tot het interactieve gedeelte dat bij dit boek hoort. Voordat een nieuwe vrijdag begint – de hoofdstukken bestaan uit acht achtereenvolgende vrijdagen – geeft aan andere code toegang tot een interactieve omgeving. Dit alles is een leuke en originele toevoeging waardoor de lezer deze detective op een iets andere manier beleeft.

Behalve de gememoreerde hoofdstukken/vrijdagen bestaat het verhaal uit dagboekaantekeningen van Esther Degroot. Hierin neemt ze de voorgaande week heel beknopt door en krijg je soms wat extra informatie die nog niet eerder in de plot naar voren gekomen is. In de hoofdstukken zelf wordt telkens een ander personage uitgelicht en daardoor kom je iets meer over hem of haar, maar eveneens over sommige omstandigheden, te weten. Wel is het snel duidelijk dat er in het kustplaatsje en in de kliniek meer aan de hand is dan men je wil doen geloven. Veel is namelijk nogal voor de hand liggend en soms wat voorspelbaar. Heel erg enerverend is het allemaal niet en pas aan het eind van het verhaal ontstaat er een klein beetje spanning.

Het is jammer dat aan de moord, de mogelijk onterechte gevangenisstraf van Diallo en de naspeuringen door Degroot minimale aandacht wordt besteed. In de plot gaat voornamelijk over allerlei randzaken, zoals de perikelen van een paar personages, de activiteiten van de kliniek en het doen en laten van Degroot. Vervelend is dit geenszins, want er gebeurt voldoende en het verhaal heeft een vlotte en bijzonder toegankelijke schrijfstijl. Daarnaast ben je toch ook wel nieuwsgierig naar hoe alles gaat aflopen. Aan het eind komt er uiteindelijk uitsluitsel, wordt de werkelijke toedracht van de moord bekend en weet je wie de dader is. Deze afronding is vrij eenvoudig en lijkt te zijn geschreven om de detective (te) snel af te ronden.

Over het geheel genomen is De wachtkamer een aangename en niet al te ingewikkelde detective, waarin de spanning minimaal is, maar de lezer hoe dan ook weet te vermaken, en dat is mede te danken aan het interactieve aspect.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Benedicte C. Claus
Titel: De wachtkamer

ISBN: 9789043926591
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2023