Auteursarchief: leeskees

Solito – Javier Zamora

Flaptekst
Trip. Mijn ouders begonnen dat woord een jaar geleden als we belden heel vaak te zeggen. “Op een dag ga je een trip maken, naar ons toe. Een soort avontuur.”’

Dat avontuur blijkt een tocht van 5000 kilometer te zijn, die Javier Zamora op zijn negende maakt met een mensensmokkelaar en een paar wildvreemden. Van El Salvador via Guatemala en Mexico naar Amerika voor een hereniging met zijn vier jaar eerder gevluchte moeder en zijn vader, die hij zich amper kan herinneren.

Solito is een aangrijpend en prachtig geschreven verslag van een bijna onmogelijke reis naar het land van de Big Macs en grote dromen. Bovendien is het een verhaal over medemenselijkheid, hoop en liefde die zich op de onverwachtste momenten toont. Het is het verhaal van Javier en tegelijkertijd dat van miljoenen vluchtelingen die geen andere keus hadden dan huis en haard achter te laten.

Recensie
Toen Javier Zamora nog maar één jaar oud was, vluchtte zijn vader, vanwege de destijds heersende burgeroorlog, in 1991 van El Salvador naar de Verenigde Staten. Vier jaar later volgde zijn moeder dezelfde weg en de toen vijf jaar oude Javier werd vanaf dat moment opgevoed door zijn grootouders. Natuurlijk was het altijd de bedoeling dat de jongen met zijn ouders herenigd zou worden, maar pas in het voorjaar van 1999 werden hiertoe de eerste stappen ondernomen. Javier was negen jaar oud toen zijn lot in handen werd gelegd van mensensmokkelaars (colleros of coyotes). Via Guatemala en Mexico probeerde hij, samen met een aanzienlijk aantal andere vluchtelingen, La USA te bereiken. Het in 2023 verschenen Solito beschrijft zijn ervaringen over deze barre en negen weken durende tocht.

Zamora begint zijn memoires op het moment dat hij nog bij zijn grootouders in La Herradura, El Salvador woont. Hij beschrijft hoe hij er leeft en woont, hoe de band met zijn opa, oma en zijn tantes is. Toch wordt ook al meteen duidelijk dat de jonge Javier er enorm naar zijn ouders verlangt, hij heeft ze de laatste jaren alleen maar telefonisch gesproken en zijn vader kent hij eigenlijk alleen maar van stem en vanaf foto’s. Niet veel later gaat de onderneming dan eindelijk beginnen en komt het lot van de negenjarige volledig in handen van de smokkelaars te liggen. Een spannend en ook wel beangstigend vooruitzicht wat zo nu en dan ook wel tussen de regels door te lezen is.

Aanvankelijk lijken Javiers herinneringen nog enigszins op een romanachtige vertelling, maar hier komt al snel verandering in en merkt de lezer dat alles wat hij heeft moeten doorstaan en doormaken uit het leven gegrepen zijn. De eenzaamheid die hij soms ervaart, de gedachten die hij heeft aan zijn familie in El Salvador, de angst die hem soms overvalt, maar ook de ontberingen, de vermoeidheid en de vriendschap met en steun die hij van een aantal medevluchtelingen krijgt. Mooie ogenblikken worden afgewisseld met minder mooie, dus eigenlijk kun je het zo gek niet bedenken of alles komt wel een keer voorbij. En natuurlijk, hier valt zo goed als niet aan te ontkomen, wordt het zo nu en dan behoorlijk spannend. Dan zit je met ingehouden adem te hopen dat Javier en zijn groepje het gaan redden. In ieder geval leef je tijdens de hele onderneming met hen mee.

De auteur heeft zijn memoires zodanig geschreven dat het lijkt alsof je er zelf bij bent, alsof je de vlucht zelf eveneens onderneemt. Het tempo ligt vanaf het moment dat de trip, het woord waarmee het boek begonnen wordt, daadwerkelijk aanvangt continu in een hoge versnelling, ondanks dat er wel degelijk diverse rustmomenten zijn ingebouwd. Zo voelt het echter niet, want zelfs tijdens bijvoorbeeld een pauze gebeurt er wel iets. Zamorra heeft zijn verhaal doorspekt met Spaanse woorden en zinnen, waaruit soms wel en soms niet blijkt wat ermee bedoeld wordt. Toch misstaan ze niet, want deze woord- en zinskeuzes geven de herinneringen zonder meer de authenticiteit die bij alles past.

In de eerste plaats is Solito uiteraard het verhaal van Javier Zamora zelf, maar het is tevens een weergave van de ervaringen die in feite alle vluchtelingen hebben, ieder natuurlijk in hun eigen situatie. Een verschil is echter dat het in dit geval om de beleving van een kind gaat. De impact hiervan is wellicht anders dan die bij een volwassene. Aan het eind van het boek, het is dan 2021, vertelt de auteur heel summier welke gevolgen de ontsnapping uit zijn vaderland voor hem heeft gehad. Het schrijven van dit boek heeft voor hem in zekere zin helend gewerkt en aan de lezer wordt inzichtelijk gemaakt wat een vluchteling allemaal doorstaat, want dat is verstrekkender dan vaak wordt gedacht.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Javier Zamora
Titel: Solito

ISBN: 9789026363894
Pagina’s: 384
Eerste uitgave: 2023

Dodenweg – Olga Hoekstra

Flaptekst
Rechercheur Thomas DeLohr wordt op de zaak van twee auto-ongelukken gezet. De aanblik van het verwoeste lichaam van een van de slachtoffers confronteert hem met zijn verleden. Bij elke stap die hij zet om de puzzel te ontrafelen, raakt hij verder verwijderd van de oplossing. En dan blijken de crashes helemaal geen ongelukken. Thomas bijt zich vast in de zaak. Dat dreigt hem zijn carrière en zijn grip op het leven te kosten. Fleur Benedictus is beginnend journalist en de dochter van de beruchtste advocaat van Saksenburcht. Ze moet en zal met haar primeur over de ongelukken de voorpagina halen. Haar pad kruist dat van rechercheur Thomas DeLohr, een man die Fleur maar niet uit haar hoofd kan zetten. Haar roekeloze zoektocht naar erkenning heeft grote gevolgen, ook voor wie Fleur het meest liefheeft.

Recensie
Hoewel Olga Hoekstra altijd al verhalen wilde schrijven, heeft ze dit nooit aangedurfd. Door een nog niet gestelde vraag van haar nog niet geboren dochter overwon ze haar angst om hieraan te beginnen en dit leidde ertoe dat in 2014 haar thrillerdebuut Dodenweg, het eerste deel van de Saksenburcht-trilogie, verscheen. Met het manuscript van dit boek won ze dat jaar de Coffeecompany Book Award, een prijs die uitgereikt wordt aan auteurs die nog niet eerder iets gepubliceerd hebben.

Op een slecht onderhouden weg vinden in korte tijd enkele dodelijke auto-ongelukken plaats. Rechercheur Thomas DeLohr krijgt de leiding over het onderzoek en terwijl hij aan de zaak werkt, wordt hij regelmatig geconfronteerd met gebeurtenissen uit zijn eigen verleden. Beginnend journalist Fleur Benedictus is erop gebrand om met haar verslag over de ongelukken de voorpagina van de krant te halen, geeft DeLohr een tip dat de crashes waarschijnlijk geen ongeval zijn en dus is het onvermijdelijk dat ze vaker met hem te maken krijgt. Dit alles heeft voor hen beiden grote gevolgen.

De proloog, die zowel vanuit het gezichtspunt van een ogenschijnlijke perverseling en diens slachtoffer wordt verteld, laat het gevoel dat beiden hebben goed overkomen. En deze inleiding eindigt met een cliffhanger waardoor de lezer niet anders kan dan nieuwsgierig worden naar wat er op dat moment gebeurt. Een veelbelovend begin dus, maar daar is dan zo goed als alles mee gezegd. Het verhaal zakt hierna meteen drastisch in, want het verzandt in oeverloze prietpraat over de persoonlijke perikelen van enkele personages, lange uitweidingen over de moeizame verstandhouding die Benedictus heeft met haar redactiechef en het continu laten doorschemeren dat de ongelukken niet als zodanig beschouwd moeten worden. Niets lijkt op te schieten, maar – prettig voor de lezer – ver in de plot doet zich toch een heel lichte kentering voor: er komt plotseling schot in de zaak, waardoor de thrillerkenmerken van het boek een klein beetje zichtbaar worden. Pas in de ontknoping – dus veel te laat – heb je pas echt de indruk een spannend verhaal te lezen. Dan is er wat actie, het tempo ligt daardoor hoger en er zijn zowaar enkele interessantere ontwikkelingen.

Het aantal personages is niet zo heel erg groot, maar het merendeel van hen wordt nogal clichématig neergezet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een traumatische rechercheur die denkt zonder problemen zijn werk goed te kunnen verrichten, een eigenwijze en naïeve journalist en een dwangmatig controlerende redactiechef, die nogal vol van zichzelf is. Daarnaast is het merkwaardig dat de auteur ervoor gekozen heeft om voor de setting twee fictieve plaatsen te nemen, terwijl Rotterdam wel als bestaande plaatsnaam wordt genoemd. Ook het werkelijk bestaande NRC Handelsblad en de Volkskrant worden aangehaald, maar het lokale dagblad is de Saksenburchter Courant, waarvan de naam weer verzonnen is. Mede hierdoor (er zijn eveneens verschillende onrealistische situaties en omstandigheden) komt alles behoorlijk ongeloofwaardig en inconsequent over.

Hoekstra is bij het schrijven van dit verhaal redelijk dichtbij zichzelf gebleven, want het strafrecht (in dit geval de advocatuur) en de journalistiek – twee studies die ze zelf gevolgd heeft – maken deel uit van de plot. Hier wordt echter niet het maximale uitgehaald, overigens net als het politieonderzoek, want dat heeft een tamelijk ondergeschikte rol in het geheel. Terwijl het in feite juist hoofdzakelijk daarom zou moeten gaan.

Dodenweg, dat in een vlotte en tevens vrij simpele stijl geschreven is, eindigt met drie woorden die als cliffhanger zijn bedoeld en waaruit af te leiden valt dat op één aangelegenheid in het vervolgdeel van het drieluik sowieso wordt doorgegaan. De ontknoping en de slotzin zijn echter bij lange na niet voldoende om deze debuutthriller als een goede thriller te kwalificeren. Er is namelijk te veel op aan te merken en de uitwerking van de ideeën van de auteur, die in principe niet slecht zijn, is te mager.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Olga Hoekstra
Titel: Dodenweg

ISBN: 9789401602518
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2014

Wij – David Nicholls

Flaptekst
Douglas Petersen wordt midden in de nacht door zijn vrouw Connie gewekt met het bericht dat ze hem wil verlaten. Hun zoon Albie gaat na de zomer het huis uit om te studeren en zij vindt dat het de hoogste tijd is om te scheiden, nu hun ouderlijke taak erop zit. Douglas houdt van zijn vrouw en het vooruitzicht van een leven alleen jaagt hem angst aan. Maar hij heeft nog een kans. Er staat nog een familievakantie gepland, een Europese rondreis langs steden als Parijs, Barcelona en Amsterdam. Hij besluit dat dit de trip van hun leven moet worden: de vakantie die hen weer nader tot elkaar zal brengen, waarin hij het respect van zijn zoon en de liefde van zijn vrouw terugwint. De hotels zijn geboekt, de tickets gekocht, de route uitgestippeld. Wat kan er nu in hemelsnaam nog misgaan?

Recensie
Voormalig boekhandelaar en acteur David Nicholls heeft diverse scripts voor televisieseries en films geschreven voordat hij zich in 2003 toelegde op het schrijven van romans. In dat jaar debuteerde hij met Starter for ten (Heftig!, 2004). Ruim tien jaar later verscheen zijn vierde boek Us (Wij, 2015), waarin ouderschap en de midlifecrisis van een man van middelbare leeftijd een belangrijk thema zijn.

Het is zomer en midden in de nacht wordt de vierenvijftigjarige Douglas Petersen door zijn vrouw Connie wakker gemaakt. Ze vertelt hem dat ze denkt van hem te willen scheiden, maar wanneer weet ze nog niet precies. Ze besluiten een al geplande en volledig ingevulde gezinsvakantie door Europa gewoon door te laten gaan. Douglas ziet deze reis als een kans om zijn gezin bij elkaar te houden, want naast het voornemen van zijn vrouw heeft zijn zeventienjarige zoon Albie het respect voor zijn vader al een tijd geleden verloren. Weet hij hen tijdens deze trip weer voor zich te winnen?

Hoewel Wij in principe het verhaal is van en over het gezin Petersen, draait het er eigenlijk om hoe Douglas tegen alles aankijkt, het is daarom natuurlijk niet voor niets dat hun ervaringen – en voornamelijk die van hem – vanuit zijn perspectief worden verteld. Hierbij belicht hij zowel het verleden als het heden. De eerste flashback begint ongeveer op het moment dat hij zijn vrouw Connie ontmoet en gaat sprongsgewijs vooruit in de tijd. De verhaallijn in het heden gaat hoofdzakelijk om de gezinsvakantie en de perikelen die zich tijdens deze trip voordoen. Beide subplots onderscheiden zich door een van elkaar afwijkende stijl en strekking. De eerste is overwegend droog, statisch en daardoor regelmatig saai, terwijl de tweede juist heel speels en luchtig is. Het gevolg daarvan is dat de lezer zijn aandacht, vooral als allerlei wetenschappelijke verhandelingen de revue passeren, bij tijd en wijle verliest.

De manier van vertellen zorgt er wel voor dat je voldoende over de Petersens te weten komt. Hierdoor zijn ze goed te plaatsen en weet je min of meer hoe ze in elkaar steken, overigens zonder dat een van hen écht tot de verbeelding spreekt. Over ieder van hen kan wel wat gezegd worden, maar het is Douglas die de kroon spant, want zijn karakter komt het duidelijkst naar voren. Het lijkt er namelijk sterk op dat hij een nogal rechtlijnige man is die vasthoudt aan wat hij voor ogen heeft. Een goed voorbeeld daarvan is de strakke planning die hij voorafgaand aan de vakantie gemaakt heeft. Wat hem betreft kan en zal hier niet van afgeweken worden. Toch zie je hem uiteindelijk wel iets veranderen, want tegen het eind wekt hij de indruk flexibeler te zijn.

Het tempo van de plot is wisselend, het verleden verloopt overwegend traag, terwijl de vaart er tijdens de reis, die door verschillende landen voert, behoorlijk in zit. Opvallend zijn de vele ongewone, soms absurdistisch aandoende situaties. De gebeurtenissen voelen daarom vaak tamelijk onwerkelijk aan. Nicholls schrijfstijl is vlot, grotendeels lichtvoetig, bij vlagen cynisch, maar er zijn ook enkele fragmenten die aandoenlijker, misschien zelfs aangrijpender zijn. De auteur beheerst overduidelijk diverse schrijfdisciplines. Jammer is dat het, met name in de beginfase, niet altijd duidelijk is wanneer een hoofdstuk zich in het heden of verleden afspeelt. Dit zorgt aanvankelijk voor de nodige verwarring, maar als je hier eenmaal aan gewend bent en er rekening mee houdt, is dat euvel verholpen.

Uiteindelijk is de ontknoping zoals je kunt verwachten, hetgeen trouwens niet wil zeggen dat de ontwikkeling van de plot voorspelbaar is. Alles bij elkaar maakt dit van Wij geen grootse, maar wel vermakelijke roman.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: David Nicholls
Titel: Wij

ISBN: 9789022576441
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2015

Triptiek – Karin Slaughter

Flaptekst
Wanneer politierechercheur Michael Ormewood wordt opgepiept om naar de plaats delict bij het beruchte Grady Homes te gaan, wordt hij geconfronteerd met een van de bruutste moorden in zijn gehele carrière: Aleesha Monroe wordt badend in het bloed in het trappenhuis gevonden. Haar lichaam is verschrikkelijk toegetakeld. De moord is des te schokkender wanneer blijkt dat het gaat om een nieuw geval uit een serie vergelijkbare misdaden. Het Georgia Onderzoeksbureau wordt ingeschakeld en Ormewood is gedwongen samen te werken met special agent Will Trent van het Arrestatieteam, een man die hij bij voorbaat al niet mag. Maar dan, vierentwintig uur later, komt het geweld angstaanjagend dichtbij in zijn eigen achtertuin. Alles wijst erop dat het raadsel van Monroe’s dood verstrengeld is met een verleden dat niet met rust gelaten wil worden.

Recensie
Een grote onbekende is Karin Slaughter allang niet meer, want sinds ze in 2001 debuteerde met Nachtschade zijn wereldwijd tientallen miljoenen van haar boeken verkocht. Ze schrijft zowel standalones als seriedelen en het in 2006 verschenen Triptiek is het eerste deel van een serie met Will Trent, speciaal agent van het Georgia Bureau of Investigation.

In Grady Homes, een arme en gevaarlijke achterstandswijk in Atlanta, wordt het zwaar verminkte lichaam van prostituee Aleesha Monroe gevonden. De moord op de vrouw vertoont overeenkomsten met vergelijkbare misdaden. Rechercheur Michael Ormewood krijgt het onderzoek toegewezen en moet hierbij samenwerken met speciaal agent Will Trent. Een paar maanden eerder is de in 1985 wegens moord en verkrachting veroordeelde John Shelley uit de gevangenis ontslagen en probeert nu zijn leven opnieuw in te richten. Gaat hem dit nog lukken nu er diverse gruwelijke moorden zijn gepleegd?

Het verhaal speelt zich grotendeels af in de periode 2005/2006, maar af en toe zijn er enkele flashbacks naar het verleden. De lezer wordt dan in een paar korte artikelen uit The Decatur City Observer op de hoogte gebracht van een in 1985 gepleegde moord en wie daarvoor gearresteerd en veroordeeld is. Aanvankelijk vraag je je nog af wat dit met de misdaden uit het heden te maken hebben, maar over het verband tussen al deze zaken komt al vrij snel duidelijkheid. Dan is het de vraag of dezelfde dader daarvoor verantwoordelijk is en al ruim voor het eind weet je of dit werkelijk zo is. Desondanks heeft de plot absoluut geen voorspelbaar verloop, want verschillende verhaallijnen en een veelheid aan ontwikkelingen zorgen ervoor dat er voldoende gebeurt en er telkens iets aan de hand is, zowel op het persoonlijke als politionele vlak.

In dit eerste deel van de serie maakt de lezer kennis met speciaal agent Will Trent, maar zijn rol is relatief gezien niet eens zo heel erg groot. Toch krijgt de lezer meer dan voldoende over hem te weten en krijg je het gevoel dat het een getroebleerde, maar niet onsympathieke man is die het liefst zijn eigen weg gaat, ofschoon hij geen eenzame indruk maakt. Door alle uitgebreide persoonsbeschrijvingen – ook van diverse andere personages – is overduidelijk te merken dat dit een eerste seriedeel is. Deze informatie is echter noodzakelijk om hun gedragingen te kunnen begrijpen en te kunnen plaatsen. Een nadeel is dan wel dat dit enigszins invloed heeft op de spanning, die is over het algemeen niet zo heel groot en pas in de eindfase van de plot neemt het aantal spannende scènes zienderogen toe. Dit is mede een gevolg van het dan verhoogde tempo.

De niet al te hoge spanning wordt door Slaughter gecompenseerd door de lezer een kijkje in de hoofden van de meeste personages te gunnen. Zonder meer interessant en hierdoor weet je in feite ook waarom iemand handelt zoals hij doet. Aan de andere kant schuwt de auteur enkele lugubere en wat heftigere taferelen niet. Ze zorgt er echter wel voor dat geen van beide de overhand heeft. De schrijfstijl is zoals je van haar mag en kunt verwachten: direct en ongecompliceerd, hoe dan ook toegankelijk en soms zelfs licht maatschappijkritisch. Sommige beschrijvingen hadden wellicht iets beknopter kunnen zijn, maar langdradige en vervelende uitweidingen over het een en ander blijven niettemin wel uit.

Uiteindelijk worden alle losse eindjes aan elkaar geknoopt en vormen de afzonderlijke verhaallijnen één geheel. De perikelen in Triptiek zijn afgerond en dit eerste deel is een mooie en veelbelovende opmaat voor de serie met de intrigerende Will Trent.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Karin Slaughter
Titel: Triptiek

ISBN: 9789023426165
Pagina’s: 452

Eerste uitgave: 2006

De nietige miljoenen – Jess Walter

Flaptekst
De broers Rye en Gig Dolan scharrelen hun kostje bij elkaar, liften mee op goederentreinen en staan bij corrupte koppelbazen in de rij voor een dag werk. Terwijl de zestienjarige Rye snakt naar een vaste baan en een eigen huis, droomt zijn oudere broer Gig van een betere wereld. Samen met andere vakbondsmannen strijdt hij voor een eerlijk loon en een fatsoenlijke behandeling.

Rye deelt het idealisme van zijn broer niet en kiest zijn eigen weg, maar toch valt hij voor Elizabeth Gurley Flynn, een onverschrokken activiste en feministe. Gig daarentegen heeft een oogje op Ursula the Great, een stripteasedanseres die in een kooi optreedt met een vraatzuchtige poema. Zij brengt de jonge mannen in contact met een minstens zo gevaarlijke mijnmagnaat.

De wereld van de broers is een wirwar van uitbuiters, mijnen, bordelen, kroegen en agenten, en het lijkt onmogelijk om daaruit te ontsnappen.

Recensie
Jess Walter – afkomstig uit een arbeidersgezin – was de eerste van zijn familie die de middelbare school heeft afgemaakt. Na een journalistieke carrière schreef hij korte verhalen en als romanschrijver debuteerde hij in 2001 met Riviermoorden. Zijn roman De nietige miljoenen (2021) is gebaseerd op enkele waargebeurde feiten aan het begin van de vorige eeuw waar de activiste Elizabeth Gurley Flynn (1890-1964) een aanzienlijk grote hand in had.

De broers Rye en Gig leiden een min of meer zwervend bestaan en om de kost te verdienen nemen ze allerlei klusjes aan. Terwijl de jongste, Rye, droomt van een vaste baan en een eigen huis, springt zijn broer op de barricaden door te strijden voor betere rechten van arbeiders. De corrupte autoriteiten binden de strijd aan met de activisten en ondertussen kiest Rye zijn eigen pad en ontmoet hij feministe en voorvechtster voor vrijheid Elizabeth Gurley Flynn, terwijl Gig zijn oog heeft laten vallen op de artieste Ursula the Great, die een van de broers introduceert bij de louche mijnwerkersmagnaat Lemuel Brand.

Het verhaal speelt zich volledig af aan het begin van de twintigste eeuw en dit is goed te merken. De auteur geeft de sfeer van die periode uitstekend weer. De omgangsvormen, de rauwheid van die tijd, de armoedige omstandigheden van een groot deel van de bevolking en de enorme tegenstellingen worden waarheidsgetrouw weergegeven. Op zich is dit niet zo vreemd, want de auteur heeft zijn roman immers op werkelijke feiten gebaseerd en daarnaast heeft hij uitvoerig research gepleegd. De opkomst van de vakbeweging, in het bijzonder de activiteiten van de in 1905 opgerichte Industrial Workers of the World (IWW), loopt als een rode draad door het boek heen. Hiermee laat Walter zien dat de strijd voor gelijke rechten een moeizame is geweest.

De vele gebeurtenissen en ervaringen worden voornamelijk vanuit het perspectief van de zestienjarige Rye verteld. Door de wijze waarop de auteur dit doet, krijgt de lezer niet alleen een goed en uitvoerig beeld van hem, maar eveneens van de andere personages die belangrijk zijn in de plot en het leven en de ontwikkeling van de jongen. Alle karakters zijn dan ook prima uitgewerkt waardoor je het gevoel hebt elk van hen behoorlijk goed te kennen. Van meet af aan is echter wel duidelijk dat Rye anders is dan de meeste anderen, hij wil wat van zijn leven maken terwijl hij aan de andere kant eveneens strijdbaar wil zijn en de vakbeweging een warm hart toedraagt. Het lichte dilemma waarmee hij zit, komt goed tot uiting en zal ongetwijfeld met zijn jonge leeftijd te maken hebben, hoewel hij in zijn korte bestaan toch al aardig wat heeft meegemaakt.

Van een rustige en gedegen opbouw is geen sprake, wat overigens absoluut niet inhoudt dat de auteur er een rommeltje van heeft gemaakt. De lezer bevindt zich namelijk meteen in het strijdgewoel en keert daar regelmatig naar terug. Dit gebeurt door middel van enkele geleidelijke sprongetjes in de tijd, terwijl het wel altijd helder is wanneer een scène zich exact afspeelt. Rustige taferelen worden afgewisseld met wat heftigere en zo nu en dan zijn er zelfs een paar ontroerende momenten. Walter heeft goed aangevoeld dat een juiste dosering en afstemming de beste manier is om dit verhaal te vertellen. De vele plotwendingen zijn ongedwongen en misstaan daarbij in het geheel niet.

Aan het eind blikt Rye, hij is dan bijna tweeënzeventig jaar oud, heel summier terug op zijn leven en wat hij ervan gemaakt heeft. Een mooie afsluiting van De nietige miljoenen dat heel duidelijk en soms intens laat zien dat een strijd voor rechtvaardigheid van alle tijden is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jess Walter
Titel: De nietige miljoenen

ISBN: 9789460684531
Pagina’s: 380

Eerste uitgave: 2021

Rode Winter – Marc Cameron/Tom Clancy

Flaptekst
In 1985 stort een F117 neer in de woestijn van Nevada. De Nighthawk is de meest geavanceerde Amerikaanse straaljager en de Sovjet-Unie is er alles aan gelegen om het ultrageheime wapen in handen te krijgen.

Tegelijkertijd neemt in Oost-Berlijn een mysterieuze figuur contact op met de CIA met een spectaculair voorstel: de spionageplannen van zijn regering in ruil voor politiek asiel. Het is een aanbod dat haast te mooi is om waar te zijn, en dus zal iemand naar de andere kant van de Berlijnse Muur moeten gaan om uit te vinden of de overloper de waarheid spreekt.

Het is een klus die Deputy Director James Greer aan maar één persoon durft toe te vertrouwen: Jack Ryan. Maar zal het Ryan lukken, met de Oost-Duitse geheime politie op zijn hielen, om op tijd antwoorden te vinden? Voordat de Koude Oorlog overgaat in een Rode Winter?

Recensie
De eerste spionagethriller waarin CIA-agent Jack Ryan sr. van zich liet horen, was De jacht op de Red October (1984), geschreven door zijn geestelijk vader Tom Clancy. Nieuwe delen volgden en de serie werd een groot succes. Na diens overlijden in 2013 werd de reeks voortgezet door diverse auteurs, waaronder Marc Cameron, die, nadat hij Clancy’s debuut had gelezen, groot fan van de auteur werd. In 2024 verscheen het door Saskia Peterzon-Kotte vertaalde Rode winter, alweer zestiende deel met de zoon van Ryan senior: Jack Ryan junior.

Tijdens een in 1985 gehouden geheime missie boven de woestijn van Nevada komt een met de nieuwste technologieën uitgeruste bommenwerper in de problemen en stort neer. Een restant van het vliegtuig wordt door een Stasi-agent meegesmokkeld, waarna een jacht op hem begint. Ongeveer tegelijkertijd neemt een potentiële Oost-Duitse overloper contact op met de CIA en in ruil voor politiek asiel wil hij hen belangrijke en vertrouwelijke informatie verstrekken. Om te achterhalen of zijn bedoelingen betrouwbaar zijn en of hij de waarheid spreekt, wordt Jack Ryan ingeschakeld.

Spionagethrillers zijn er in ruime mate en anno 2024 biedt het schrijven ervan veel creatieve mogelijkheden. Omdat dit nieuwste boek een prequel is, heeft Cameron ervoor gekozen om de gebeurtenissen te laten plaatsvinden tijdens de Koude Oorlog, het concept waar Clancy mee groot geworden is. Ondanks het feit dat de huidige verhoudingen tussen Rusland en het westen momenteel op behoorlijk gespannen voet staan, is het wel de vraag of een dergelijke setting nog wel van deze tijd is, al is het alleen maar omdat een en ander nogal gedateerd overkomt. De lezer zal zijn best moeten doen om zich naar het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw te verplaatsen, de hedendaagse technieken te vergeten en zich in te beelden dat de Berlijnse muur nog overeind staat.

Het duurt lange tijd voordat het enigszins inzichtelijk wordt waar de auteur met het verhaal naartoe wil, en zelfs dan is het lang niet altijd duidelijk wat er precies aan de hand is. Dit komt onder andere omdat Cameron het zichzelf nodeloos ingewikkeld heeft gemaakt. Zo komen de inlichtingendiensten BND, CIA, KGB en Stasi regelmatig opdraven en mag zelfs de FBI een duit in het zakje doen, maar wie waarvoor verantwoordelijk is, is dikwijls een raadsel. Dat is de verhaallijn die zich in de Verenigde Staten afspeelt eveneens. Omdat er geen enkele connectie met de overloper en de voorvallen in Oost-Duitsland is, is alles wat daarover wordt verteld geheel overbodig. Daarnaast is het aantal personages dusdanig hoog dat de lezer vaak niet meer weet wie nu wie is. Niet voor niets is voor in het boek een uitgebreid overzicht opgenomen met de namen van de belangrijkste personen. Zoiets is vaak al een teken aan de wand.

Met de spanning is het over het algemeen karig gesteld, pas ver in de plot is hier voor het eerst sprake van. Voor een groot deel is het gebrek hieraan te verklaren door details als het veelvuldig benoemen van allerlei vliegtuigtypen of het vermelden van het merk rekenmachine. Dergelijke nutteloze feiten vertragen de plot drastisch, geven overbodige informatie en bovendien leiden ze af van waar het werkelijk om gaat. Ruim over de helft ontstaat er meer structuur waardoor het verhaal minder warrig is. De lezer herkent dan een échte verhaallijn, de ontwikkelingen volgen elkaar in een iets hoger tempo op en zijn tevens aanzienlijk dynamischer.

De rol van protagonist Jack Ryan jr. is relatief gezien nog niet zo heel erg groot, zijn personage is derhalve niet heel grondig uitgewerkt, maar beslist voldoende om een globaal beeld van hem te krijgen. Ondanks zijn relatief geringe, maar wel geslaagde inbreng, kan hij niet voorkomen dat Rode winter, waarvan het einde nogal gezocht is, een ietwat tegenvallende exercitie is.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Marc Cameron/Tom Clancy
Titel: Rode winter

ISBN: 9789044936254
Pagina’s: 496

Eerste uitgave: 2024

In eeuwigheid – Camilla Grebe

Flaptekst
Op een mooie dag in augustus heten Lykke en haar man Gabriel hun vrienden welkom bij hun jaarlijkse zomerfeest. Hun zeventienjarige tweeling Harry en David is er ook, met hun beste vriendin Bonnie. De drie zijn al hun hele jeugd bevriend, maar langzaam lijkt de vriendschap te veranderen. Als Lykke de volgende dag met een kater opstaat, wordt het lichaam van Bonnie gevonden in het huisje achter in de tuin waar de pubers samen sliepen. De beide jongens verklaren niets gemerkt te hebben, maar de deur is van binnenuit op slot gedraaid, niemand had het huisje in kunnen sluipen. Acht jaar later wordt Lykke zelf verdacht van moord, en weigert ze een verklaring af te geven. Wat is er werkelijk gebeurd in die fatale zomernacht?

Recensie

Camilla Grebe, een pseudoniem van Camilla Christina Eriksson, heeft al eerste vrouwelijke auteur tweemaal de Glass Key Award, een prijs voor het beste Scandinavische boek, gewonnen. Ze debuteerde in 2009 met de thriller Vrede, die ze samen met haar zus Åsa Träff schreef. Hierna heeft ze nog diverse andere boeken geschreven, zowel solo als samen met een andere schrijver. Haar jongste uitgave is In eeuwigheid, dat in 2023 is verschenen en kenmerken heeft van een gesloten-kamermysterie.

Ieder jaar in augustus houden Lykke en Gabriel Andersen een zogeheten kreeftenfeest. Hun zeventienjarige tweelingzoons Harry en David zijn hierbij aanwezig, net als Bonnie, met wie de jongens al sinds hun jeugd bevriend zijn. De volgende ochtend treft Lykke het meisje levenloos en naakt op haar bed in het huisje waar de tweeling verblijft aan. Beide knapen weten nergens vanaf en alle sloten zijn van binnenuit vergrendeld. Het lijkt daarom uitgesloten dat iemand anders verantwoordelijk voor haar dood kan zijn. Als Lykke acht jaar later zelf van moord wordt verdacht, hult ze zich in stilzwijgen en komen de gebeurtenissen van de zomer van toen weer bovendrijven.

Uit de korte proloog kan de lezer opmaken dat er iets onheilspellends staat te gebeuren of al gebeurd is. Of dit inderdaad zo is en wat dat dan mag zijn, wordt verderop in de plot, en vooral aan het eind van het verhaal, wel duidelijk. Voor het echter zover is moet diezelfde lezer lange tijd zijn geduld bewaren, want, ondanks dat er veel sprongen in tijd worden gemaakt (welke interval hiertussen zit, is over het algemeen niet bekend) vordert de plot behoorlijk traag. Pas in de slotfase zijn er enkele sporadische momenten dat het tempo iets hoger ligt. In principe is dit alles niet eens zo heel bezwaarlijk – vaak wordt zoiets gecompenseerd met een veelheid aan gebeurtenissen – maar in dit geval valt dit nogal tegen. De auteur legt vooral de nadruk op enkele psychologische aspecten, hoewel die niet volledig uit de verf komen. De beklemmende sfeer die daar zo kenmerkend voor is ontbreekt grotendeels.

Toch zijn er wel degelijk enkele situaties die iets van spanning met zich meebrengen en zo nu en dan ben je zonder meer nieuwsgierig naar wat zich na afloop van het kreeftenfeestje daadwerkelijk heeft voorgedaan én waarom Lykke acht jaar later van moord is beschuldigd. Natuurlijk komt hier uiteindelijk uitsluitsel over, maar heel verrassend of opzienbarend is dit in feite niet. In het verhaal wordt uitgebreid aandacht besteed aan de persoonlijke levens en perikelen van de Andersens. In bepaald opzicht is dit wel logisch, want de sterfgevallen en besognes van het gezin zijn onlosmakelijk met elkaar te verbonden. Desondanks ligt de nadruk net wat te veel op de werkzaamheden van zowel Lykke als Gabriel.

De belangrijkste personages zijn Lykke en politieman Manfred Ollson. Het verhaal wordt afwisselend – zowel in het heden als het verleden – vanuit hun perspectief verteld. Dit houdt niet in dat Gabriel, Harry en David er bekaaid van afkomen. Integendeel zelfs, want ook zij krijgen voldoende podium. Daarom is het niet erg lastig om je een beeld van ieder van hen te kunnen vormen, ondanks dat er niet diepgravend en uitvoerig op hun karakters wordt ingegaan. Het is allemaal toereikend.

Grebe hanteert een erg prettige schrijfstijl en de langzame aard van de plot heeft geen enkele invloed op de leesbeleving. Door de verschillende intriges ga je wel twijfelen aan de oprechtheid van de meeste personen. Het ziet ernaar uit dat dit precies is wat de auteur wil bereiken. In eeuwigheid is over het geheel bezien geen thriller die je op het puntje van de stoel laat zitten en laat evenmin een diepe indruk achter, maar hij zorgt wel voor een aantal uren leesgenot.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Camilla Grebe
Titel: In eeuwigheid

ISBN: 9789403129655
Pagina’s: 414

Eerste uitgave: 2023

Cultus – Camilla Läckberg & Henrik Fexeus

Flaptekst
Wanneer een klein jongetje van een kinderdagverblijf in de buurt Södermalm van Stockholm verdwijnt, worden rechercheur Mina Dabiri en haar team weer ingeschakeld. Ze ontdekken gelijk overeenkomsten met een andere verdwijning die niet goed eindigde. Alles wijst erop dat er meer kinderen zullen verdwijnen. Mina neemt daarom voor het eerst sinds de dramatische gebeurtenissen van twee jaar eerder contact op met mentalist Vincent Walder. Hun band is bijzonder gebleken, maar lukt het ze ook om degenen die het meest kwetsbaar zijn te beschermen?

Recensie
Ondanks dat Camilla Läckberg en Henrik Fexeus elkaar niet veel vaak zagen, waren ze toch al meer dan tien jaar bevriend. Dit veranderde nadat Fexeus een idee opperde om een boek te schrijven over een mentalist die bij een moord betrokken raakt. Van het een kwam het ander en uiteindelijk verscheen in 2021 hun gezamenlijke thriller Box, het eerste deel van een beoogde trilogie met rechercheur Mina Dabiri en mentalist Vincent Walder. Het tweede deel, Cultus, werd een jaar later uitgebracht.

Tijdens zijn verblijf op een kinderdagverblijf blijkt een vijfjarig jongetje plotseling te zijn verdwenen. Het rechercheteam waar Mina Dabiri deel van uitmaakt, wordt ingeschakeld en al snel komen de rechercheurs erachter dat deze vermissing veel overeenkomsten vertoont met een slecht afgelopen zaak van een jaar eerder. Ze hebben eveneens het vermoeden dat meer kinderen kunnen verdwijnen. Omdat mentalist Vincent Walder hen eerder geholpen heeft, schakelt Dabiri hem opnieuw in, in de verwachting dat hij hen opnieuw van dienst kan zijn. De vraag is nu of ze daarin ook deze keer gelijk zal krijgen?

Omdat dit het tweede deel van een trilogie is, worden de meeste personages in de beginfase kort geïntroduceerd en zijn er een paar kleine verwijzingen naar het voorgaande boek. Desalniettemin kan Cultus uitstekend afzonderlijk gelezen worden. Het verhaal staat uiteraard op zich en waar nodig geven de auteurs nog een klein beetje aanvullende informatie zodat de lezer weer enigszins weet wat zich eerder heeft afgespeeld. Läckberg en Fexeus hanteren ook deze keer een beproefd en succesvol concept, want de twee verhaallijnen, die logischerwijs wel met elkaar in verband staan, zorgen ervoor dat de lezer continu nieuwsgierig blijft en de gebeurtenissen met volle aandacht blijft volgen.

Het rechercheteam dat de zaak mag oplossen is ongewijzigd, maar deze keer krijgen ze hulp van politieonderhandelaar Adam Blom, waarvan je al snel het vermoeden hebt dat zijn aanwezigheid niet bij een eenmalig optreden blijft. Hoewel de meeste aandacht uitgaat naar Dabiri en Walder – het grootste deel van de plot wordt immers vanuit hun perspectief verteld – worden de overige personages ruim voldoende uitgelicht om een nog beter beeld van hen te krijgen. Dan merk je eveneens dat iedereen een ontwikkeling heeft doorgemaakt, hetgeen bij de een wel iets meer te merken is dan bij de ander. Van een enkeling wordt zelfs iets onbekends of minder bekends uit het verleden onthuld, wat hun gedrag in het heden positief beïnvloedt.

De spanning is mondjesmaat aanwezig en een grote hoeveelheid spektakel moet de lezer evenmin verwachten. Toch blijft het verhaal hem van begin tot eind bezighouden, want zowel op het persoonlijke als politionele vlak zijn de diverse verwikkelingen zodanig dat lastig is het boek aan de kant te leggen. Hoewel het op een bepaald moment wel vrij duidelijk is in welke hoek de dader gezocht moet worden, proberen de auteurs je desondanks op het verkeerde been te zetten, waardoor je enigszins gaat twijfelen of je vermoeden toch niet verkeerd moet zijn. Uiteindelijk eindigt de plot in een spannende ontknoping waarvan de afloop de lezer aan de ene kant wel, maar aan de andere kant niet in het ongewisse laat.

Waar een kleine kanttekening bij geplaatst kan worden, is de bijna obsessieve adoratie van Walder voor Dabiri. Vooral in de eerste helft van het boek wordt de lezer hier regelmatig mee geconfronteerd, de frequentie daarvan is net iets te veel van het goede en gaat op den duur enigszins storen. Afgezien daarvan is Cultus zonder meer een thriller die de moeite waard is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Camilla Läckberg & Henrik Fexeus
Titel: Cultus

ISBN: 9789044361988
Pagina’s: 656

Eerste uitgave: 2022

Dunkelblum zwijgt – Eva Menasse

Flaptekst
Op het eerste gezicht is Dunkelblum een stadje als alle andere. Maar achter de façade van deze Oostenrijkse gemeente gaat het verhaal van een gruwelijke misdaad schuil. Op de hoogte van deze gebeurtenis – en zwijgend over daad en daders – zijn de oudere Dunkelblumers sinds jaar en dag met elkaar verbonden. In de nazomer van het jaar 1989, terwijl aan de andere kant van de nabijgelegen grens met Hongarije al drommen ddr-vluchtelingen zich ophopen, verschijnt er een mysterieuze bezoeker in het stadje. Plotseling komt er van alles in beweging: op een veld aan de rand van de stad wordt een skelet opgegraven en er verdwijnt een jonge vrouw. Op geheimzinnige wijze duiken sporen van het oude misdrijf op, en de Dunkelblumers worden geconfronteerd met een verleden waarvan ze dachten dat het al lang voorbij was.

Recensie
Na haar studie begon Eva Menasse aan een succesvolle carrière als journalist. Ze was onder andere correspondent in Wenen en Praag en heeft onder andere voor de Frankfurter Algemeine Zeitung geschreven. In 1997 debuteerde ze als auteur met De laatste sprookjesprinses, een kinderboek dat ze samen met Elisabeth en Robert Menasse schreef. Hierna heeft ze een aantal romans geschreven, waarvan de laatste, Dunkelblum zwijgt, in 2022 is uitgebracht en waarvoor ze in dat jaar de Bruno-Kreisky-Preis voor het beste politieke boek heeft ontvangen.

Het Oostenrijkse Dunkelblum oogt als een vriendelijk en rustig grensstadje en lijkt daarmee op vele andere plaatsjes. Toch is het er allemaal niet zo vredig als op het eerste gezicht lijkt, want zowel de gemeente als de oudere inwoners dragen een geheim met zich mee dat terugvoert naar een misdaad die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd gepleegd. Als aan het eind van de zomer van 1989 een bezoeker vragen stelt over wat er destijds is gebeurd, doen zich plotseling enkele vreemde en niet te verklaren voorvallen voor en worden de Dunkelblumers geconfronteerd met het verleden.

Lastig en moeizaam. Deze paar woorden geven exact aan hoe de lezer de roman kan beleven. Een heldere verhaallijn is zo goed als niet te ontdekken, een duidelijke structuur is onherkenbaar en de auteur springt van de ene naar de andere scène en van het heden naar het verleden zonder dat je dit doorhebt. Het geheel komt hierdoor nogal warrig over en je weet in feite zo goed als niet waar je aan toe bent. Het aantal personages is buitengewoon talrijk – Menasse heeft niet voor niets achter in het boek een enorm lange personenlijst opgenomen – waardoor de lezer bijna niet weet met wie hij te maken heeft, welke rol iemand precies heeft en wat hun onderlinge relatie is. Het is dan ook uitgesloten dat hij zich met een van hen kan vereenzelvigen.

Wat evenmin bijdraagt aan duidelijkheid is de schrijfstijl van de auteur. Deze is overwegend klinisch, zodat je de indruk hebt een verslag te lezen. Dit gevoel wordt versterkt doordat bij vermeende dialogen geen aanhalingstekens worden gebruikt. Op zich hoeft dit natuurlijk geen enkel probleem te zijn – zoiets komt vaker voor in boeken – maar in dit geval werkt deze opzet in het geheel niet, en dat is voornamelijk te wijten aan het ontbreken van dergelijke leestekens. Zinnen die geen gesprek zijn, lopen daarna ook nog eens gewoon door. Omdat het verhaal niet leeft, er als het ware geen ziel in zit, is het bijzonder moeilijk de gebeurtenissen in je op te nemen. Zodra je een zin, alinea of hoofdstuk gelezen hebt, ben je het voorgaande alweer vergeten.

Het verhaal bestaat uit drie delen en pas in de loop van het laatste gedeelte van de roman begint er iets dat aan helderheid doet denken door te schemeren. Het lijkt er dan op dat er een verband ontstaat, dit is echter gedeeltelijk zo, want over het algemeen van korte duur. Daarnaast vordert de plot in een ontzettend traag tempo waardoor de indruk wordt gewekt dat er geen enkele progressie plaatsvindt. En misschien is dit ook wel zo, want de Dunkelblumers blijven immers volharden in stilzwijgen. Totdat er uiteindelijk toch een kleine kentering plaatsvindt en er zowaar een klein beetje structuur dreigt te ontstaan. Veel, maar dan ook veel te laat om de roman te kunnen redden.

De gedachte achter Dunkelblum zwijgt is in principe niet verkeerd of ondenkbeeldig, er zullen vast en zeker dorpsgemeenschappen zijn geweest die zijn eigen oorlogsverleden liever doodzwegen, maar een idee vertalen naar een boeiend en lezenswaardig verhaal is iets anders. Menasse is daar niet in geslaagd, want haar veel bejubelde roman is door zijn saaiheid een ware worsteling om doorheen te komen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Eva Menasse
Titel: Dunkelblum zwijgt

ISBN: 9789025472276
Pagina’s: 528

Eerste uitgave: 2022

Oog om oog – M.J. Arlidge

Flaptekst
Zes criminelen in Engeland hebben anonimiteit verkregen. Door de ongelooflijke wreedheden uit hun verleden leek een nieuwe start en re-integratie onmogelijk, totdat de overheid besloot hen een tweede kans te geven: elk van hen kreeg een nieuwe identiteit, in een nieuwe stad, met een nieuwe baan – en niemand die het ooit te weten zou komen. Dat dachten ze tenminste.

Sociaal medewerkster Olivia begeleidt gevangenen om te re-integreren in de maatschappij. Maar als de échte identiteit van haar ex-gevangenen gelekt wordt aan de familie van het slachtoffer maakt Olivia kennis met de meest duistere kanten van de mens. Want de familieleden willen allemaal, stuk voor stuk, gerechtigheid voor het onrecht dat hun geliefden jaren geleden is aangedaan. En zeg nou eerlijk, wie zou er geen wraak willen voor een onvergeeflijke daad?

Recensie
In 2014 debuteerde scenarioschrijver M.J. Arlidge als auteur met de thriller Eeny Meeny (Iene miene mutte, 2015), het eerste deel van een serie waarin de eigengereide inspecteur Helen Grace de hoofdrol heeft. Hij heeft ook enkele standalones geschreven, waaronder het in augustus 2023 verschenen Oog om oog. Het gegeven dat enkele oud-criminelen, die een zware misdaad pleegden toen ze kind waren, na hun – vaak relatief korte – straf onder een andere naam en in een andere plaats beschermd verder kunnen leven, terwijl er pogingen zijn en worden ondernomen om hun nieuwe identiteit te achterhalen, vormden de inspiratiebron voor dit boek.

Nadat ze hun straf erop zat, ontvingen zes kindmoordenaars volledige anonimiteit. Ze kregen een andere naam, wonen in een andere plaats en ook hun verleden werd aangepast, dit alles met de garantie dat niemand kan achterhalen wie ze ooit zijn geweest. Als blijkt dat er toch informatie over hen is uitgelekt, ontstaan er bij steeds meer mensen wraakgevoelens over wat de slachtoffers, allen kinderen, en hun familie is aangedaan. De roep om gerechtigheid wordt daarom steeds groter en vergeldingsacties blijven niet uit, maar is dit wel de juiste manier om genoegdoening te krijgen?

Voordat het eigenlijke verhaal begint, vertelt Arlidge in het kort waarom hij deze thriller geschreven heeft. Dit is al interessant om te lezen, maar de vraag waar hij zijn relaas mee beëindigt kan de lezer in feite voor een dilemma zetten. Want hoe voel jij je als je tegenover de moordenaar van je kind komt te staan? Dit is een intrigerend gegeven, want je weet natuurlijk niet hoe je gaat reageren, maar dat je je niet prettig voelt, zal zo goed als zeker zijn. In de plot draait het om zes voormalig delinquenten die, toen ze zelf nog kind waren, één of meer kinderen om het leven hebben gebracht. De situatie van ieder van hen is anders, maar in één ding staan ze gelijk: de familie van het slachtoffer is uit op wraak en zijn erop uit om voor eigen rechter te gaan spelen.

Dit levert zonder meer een boeiend en intrigerend verhaal op, dat over het algemeen niet bovenmatig spannend is. Toch gebeurt er meer dan voldoende, waardoor de lezer van begin tot eind bij alles betrokken blijft. Hij voelt namelijk aan dat escalaties in de lucht hangen, maar natuurlijk niet wanneer dit gaat gebeuren en op welke manier. De auteur werkt hier heel geleidelijk aan steeds meer naartoe en als het moment suprême eenmaal daar is, is de desbetreffende scène behoorlijk gruwelijk en beangstigend, zowel voor het slachtoffer als voor de lezer. Situaties als deze komen overigens niet zo heel veel voor, Arlidge richt zich vooral op de psychologische effecten van de kindermoorden en hetgeen daar het gevolg van is, overigens zowel bij de daders als de nabestaanden. Daarnaast staat de vraag of eigengericht aanvaardbaar is of niet uiteraard ook centraal in het geheel.

De plot wordt afwisselend verteld vanuit diverse perspectieven, zoals een reclasseringsambtenaar, de vader van een slachtoffer en enkele kindmoordenaars. Hierdoor krijg je een goed beeld van hoe ieder van hen de verschillende voorvallen beleeft of beleefd heeft. De keuze van de auteur om een en ander van een paar kanten te belichten is een goede, want dit maakt het totaalplaatje compleet. Bij sommige personages wordt aandacht aan hun privéomstandigheden besteed, hoewel de meeste daarvan wel degelijk met de gebeurtenissen te maken hebben.

Het tempo waarin alles zich afspeelt ligt behoorlijk hoog en de schrijfstijl is kenmerkend voor Arlidge: vlot, beeldend en niet al te ingewikkeld. Oog om oog is echter geen simpele of luchtige thriller, daarvoor is het goed uitgewerkte thema te beladen. Daarnaast laat de auteur je tevens nadenken over het dilemma of je in bepaalde omstandigheden wel of niet eigen rechter mag zijn. Het antwoord daarop is misschien moeilijker dan op het eerste gezicht lijkt.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: M.J. Arlidge
Titel: Oog om oog

ISBN: 9789022599594
Pagina’s: 592

Eerste uitgave: 2023