Auteursarchief: leeskees

Maia’s nachtlied – Nukila Amal

Flaptekst
Maya’s vreemde dromen beheersen haar nachten. Steeds verschijnt dezelfde vrouw: naamgenote Maia. De levendige dromen nemen Maia mee op onvergetelijke reizen, en gezeten op een draak genaamd Kolibrie vliegt ze over bekende en onbekende plaatsen.

Door de dromen beseft Maya dat haar perfecte leven maar schijn is. Ze doet afstand van haar leven zoals ze dat kent: ze zegt haar baan op, zet haar verloofde aan de kant en verlaat Jakarta. Ze begint te schrijven over Maia en haar oneindige nachtelijke reizen.

Werkelijkheid en fictie dreigen door elkaar te gaan lopen als de nachtelijke Maia tijdens een van Maya’s dromen ook begint te schrijven en schrijft over Maya, die wakker wordt op een perfecte ochtend.

Recensie
Nadat de op de Molukken geboren Nukila Amal enkele jaren in het toerisme heeft gewerkt, begon ze in 1997 met het schrijven van haar eerste boek. De reden hiervan waren de gebeurtenissen die rond die periode op de eilandengroep plaatsvonden. Het duurde echter nog drie jaar voor ze haar manuscript ter publicatie naar een uitgever stuurde. Weer drie jaar later debuteerde ze met de lovend ontvangen roman Maia’s nachtlied, waarin ze uiting gaf aan haar angst, onzekerheid en bezorgdheid over de situatie op diverse Molukse eilanden.

Maya is een jonge en succesvolle vrouw, heeft een goede baan in Jakarta en treedt binnenkort in het huwelijk. Als ze ’s nachts begint te dromen duikt iedere keer dezelfde vrouw op: Maia. Zij maakt verschillende reizen op draak Kolibrie en samen vliegen ze over bekende steden en plekken, waaronder haar ouderlijk huis. Maya realiseert zich dat het perfecte leven niet bestaat en daarom neemt ze ontslag en verbreekt haar verloving. Vanaf dan schrijft ze haar dromen op, maar als haar evenbeeld Maia ook met schrijven begint, is de scheidslijn tussen werkelijkheid en fictie niet meer te herkennen.

In de Nederlandstalige uitvoering van de roman wordt het begrip magisch realisme niet genoemd, maar de Engelstalige uitgave heeft dit predicaat in ieder geval wel gekregen. Hier is in feite geen woord van gelogen, want het verhaal verbindt werkelijkheid en fictie met elkaar, en het wordt tevens door elkaar heen gebruikt. De lezer vraagt zich op veel momenten af of een situatie zich nu in het leven van Maya afspeelt of toch in haar droom, waarin alter ego Maia telkens tevoorschijn komt. Hierdoor ontstaat erg veel onduidelijkheid, bevat de plot in feite geen vloeiende verhaallijn(en) en is het zo goed als onmogelijk om je een voorstelling van de diverse gebeurtenissen te kunnen maken. Alles komt bijzonder warrig, vaag en abstract over en als gevolg daarvan is een en ander uitermate lastig te volgen.

De stukjes geschiedenis die de auteur in het verhaal verwerkt heeft, zijn op zich nog wel te bevatten en ook als zodanig te herkennen, maar het jasje waarin deze historische feiten gestoken zijn, is dermate schimmig dat er niet altijd een touw aan valt vast te knopen. In haar ijver weidt Amal regelmatig uit over allerlei zaken die in een ver verleden een rol op de Molukken hebben gespeeld – denk hierbij bijvoorbeeld aan de VOC en de export van kruidnagels – maar doet dit soms zo uitgebreid en ontastbaar dat dergelijke fragmenten een oeverloos en vervelend gezwets worden. Natuurlijk realiseer je je tegelijkertijd dat een droom in principe nooit een honderd procent gelijkende afspiegeling van de realiteit zijn. Dit voorkomt echter niet dat wat in Maya’s dromen voorkomt wel heel erg merkwaardig en irrationeel is.

Eigenlijk geldt het laatste eveneens voor de schrijfstijl van de auteur, zij het in iets minder mate. Vaak schrijft ze zoals dingen gezien worden, met name in de dromen. Op die momenten is het taalgebruik enigszins staccato, hoewel het niet veel later ook erg poëtisch kan zijn, met mooie en fraai geformuleerde zinnen. Tussen veel woorden wordt de interpunctie weggelaten, een bijzondere keuze die nergens tot gewenning leidt. De op het oog surrealistische verteltrant mist al met al zijn doel voor degene die een gestroomlijnde roman wil lezen waarin de samenhang tussen de vele voorvallen helder en te doorgronden is. In Maia’s nachtlied is dit alles praktisch onmogelijk, wat maakt dat dit met complimenten overladen debuut een zware horde om te nemen is.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Nukila Amal
Titel: Maia’s nachtlied

ISBN: 9789044514452
Pagina’s: 318

Eerste uitgave: 2010

Kolyma – Tom Rob Smith

Flaptekst
Sovjet-Unie, 1956. Stalin is dood. Na zijn overlijden ontstaat langzamerhand een maatschappij waarin de ordehandhavers misdadig zijn en de misdadigers onschuldig. Alles raakt in een stroomversnelling als een geheim manifest, opgesteld door Stalins opvolger Chroesjtsjov, algemeen verspreid wordt. Er zal veel veranderen in de Sovjet-Unie, is de belofte. Maar niet iedereen is in staat om de dingen die gebeurd zijn onder de tirannie van Stalin te vergeven of vergeten. Er zijn krachten aan het werk die op een verschrikkelijke wraak uit zijn.

Ook voormalig mgb-officier Leo Demidov wordt geconfronteerd met verontrustende ontwikkelingen.De twee meisjes die zijn vrouw Raisa en hij hebben geadopteerd, hebben hem zijn betrokkenheid bij de moord op hun ouders nooit vergeven. En ze staan daarin niet alleen. Nu de waarheid aan het licht is gekomen, worden Leo, Raisa en hun familieleden ernstig bedreigd door iemand die wrok tegen Leo koestert, iemand die onherkenbaar is veranderd en nu een toonbeeld is van wraakgierigheid.

Recensie
Voordat Tom Rob Smith als auteur wereldwijd doorbrak, schreef hij scenario’s voor onder andere de eerste Cambodjaanse soapserie. Hij wilde echter meer en besloot om aan het schrijven van een boek te beginnen, met als resultaat dat in 2008 zijn debuut Kind 44 werd uitgebracht. Dit is tevens het eerste deel van een trilogie en zowel voor dit begin als diens opvolger Kolyma (2009) was de Russische seriemoordenaar Andrej Tsjikatilo de inspiratiebron.

Na het overlijden van Joseph Stalin in 1953 is de Sovjet-Unie veranderd in een verdeeld land, maar pas nadat drie jaar later een geheime voordracht van diens opvolger Nikita Chroesjtstjov openbaar wordt gemaakt en waarin Stalin als moordenaar wordt beschuldigd, komt alles in een stroomversnelling terecht. Omdat niet iedereen vergevingsgezind is en alle martelpraktijken wil vergeten, willen verschillende groeperingen zich wreken op de oude garde. Voormalig MGB-officier Leo Demidov krijgt hier ook mee te maken. Daarnaast heeft zijn oudste geadopteerde dochter Zoya nooit geaccepteerd dat ze met haar jonger zusje Elena bij hem en zijn vrouw Raisa zijn ondergebracht.

In dit tweede deel van wat uiteindelijk een trilogie is geworden, staat Leo Demidov opnieuw volop in de schijnwerpers, maar dan ergens halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hoewel een enkele keer heel summier wordt verwezen naar het voorgaande boek en wat daarin gebeurde, is Kolyma prima als afzonderlijk verhaal te lezen, hetgeen overigens ook de bedoeling was van de auteur. Deze keer is de plot vooral gericht op de Sovjet-Unie van vlak na het overlijden van Stalin, welk effect zijn schrikbewind op de bevolking heeft gehad, hoe de machthebbers ermee om zijn gegaan en eigenlijk ook dat het in het land bij lange na nog steeds niet rooskleurig is

De omstandigheden zijn over het algemeen een realistische weergave van hoe het er destijds aan toeging. Desondanks komen enkele scènes van de Hongaarse opstand in 1956, waar de auteur geleidelijk aan naartoe werkt, enigszins ongeloofwaardig over. De lezer kan zich hierbij afvragen of ze daadwerkelijk hebben plaatsgevonden zoals wordt beschreven. Dit alles neemt echter niet weg dat er wel degelijk een goed beeld geschetst wordt van de angstige situatie van toen. Vanzelfsprekend heeft de plot daarom ruim voldoende spannende momenten, waardoor je de vele gebeurtenissen van begin tot eind geboeid blijft volgen. Ook de privéperikelen waar Demidov en zijn gezin mee te maken hebben, blijven niet onderbelicht. Veel daarvan is te herleiden naar hun voorgeschiedenis en kunnen daarom niet los gezien worden van wat er met het land en de mensen gebeurt.

Smith’s schrijfstijl is toegankelijk en uitermate beeldend en het merendeel van de scènes is dusdanig geschreven dat het lijkt of je er als lezer zelf bij bent. Er zijn echter ook enkele momenten die minder bij het verhaal thuishoren, het spektakel is dan té gezocht en horen meer bij een spectaculaire actiethriller. In dit boek zorgen ze wel voor spanning en sensatie, maar sec beschouwd is het net wat te veel van het goede. Sommige personages komen eveneens een tikje ongeloofwaardig over. De wraakzuchtige bendeleidster Fraera is hier een goed voorbeeld van, maar ook het doen en laten van Zoya, de geadopteerde dochter van Demidov en zijn vrouw Raisa, doet de wenkbrauwen soms fronsen.

Ondanks deze kleine puntjes van kritiek is Kolyma zonder meer de moeite van het lezen waard. De thriller geeft een goed beeld van voormalig MGB’er Demidov, van de post-Stalin periode en van de worsteling van de Sovjet-Unie na diens dood. Het boek is minder intens dan zijn voorganger, maar desalniettemin van hoge kwaliteit.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Tom Rob Smith
Titel: Kolyma

ISBN: 9789041414212
Pagina’s: 420
Eerste uitgave: 2009

De Chinees – Henning Mankell

Flaptekst
Op een koude dag in januari 2006 doet de politie van Hudiksvall een verschrikkelijke ontdekking. Er heeft een bloedbad plaats gevonden. Achttien mensen zijn op beestachtige manier vermoord. Dit moet het werk van een krankzinnige moordenaar zijn geweest.

Als Birgitta Roslin, rechter in Helsingborg, de berichten erover leest, is ze met stomheid geslagen. Want bijna alle slachtoffers zijn verwanten van haar.

Omdat de politie geen enkel spoor van de dader vindt en geen aanknopingspunten heeft voor verder onderzoek, besluit Brigitta zelf de zaak te onderzoeken. Het onderzoek voert haar terug in het verleden en leidt haar naar verschillende continenten. Brigitta maakt hardhandig kennis met een nieuwe supermacht die zijn plaats opeist in de internationale arena.

Recensie
De in 2015 overleden auteur Henning Mankell wordt nog steeds gezien als een van de bestverkopende Zweedse schrijvers. In Nederland en België is hij vooral bekend geworden door zijn serie met de eigenwijze inspecteur Kurt Wallander. Naast thrillers schreef hij onder andere ook romans en jeugdboeken. Een van zijn standalones is De Chinees, dat in 2008 is verschenen. Hoewel dit een fictief boek is, heeft het een achtergrond in de realiteit en wordt hierin verteld wat had kunnen gebeuren, dus niet wat al gebeurd is.

Het is een steenkoude dag in januari 2006 wanneer de politie in het kleine plaatsje Hesjövallen een verschrikkelijke en lugubere ontdekking doet. De lichamen van achttien volwassenen en één twaalfjarige jongen zijn namelijk op een beestachtige manier vermoord en meteen wordt geconcludeerd dat dit het werk van een psychopaat is. Birgitta Roslin, rechter in Helsingborg, komt erachter dat haar moeder is opgevoed door enkele slachtoffers, waardoor er een verwantschap is. Haar theorie over de dader wordt door de politie niet geloofd, dus begint ze een eigen onderzoek dat haar terugvoert naar honderdveertig jaar eerder.

Met een sfeervolle impressie van een koude Zweedse winterdag heeft het verhaal een rustig begin, maar al heel snel komt hier een eind aan, want de ambiance wordt enigszins sinister als het erop lijkt dat het dorpje Hesjövallen in een spookstad lijkt te zijn veranderd. Dit wordt nog erger nadat de massamoord wordt ontdekt, want dan heerst er een gevoel van leegte, onmacht en ontsteltenis. Het politieonderzoek komt op gang en alle tekenen voor een spannende thriller zijn aanwezig. In het volgende deel – het verhaal bestaat uit vier delen die elk een volledig andere strekking hebben – wordt die spanning volledig overboord gegooid, want de flashback naar enkele jaren in de negentiende eeuw is niets meer of minder dan een roman. De gebeurtenissen die dan plaatsvinden zijn buitengewoon triest en bij vlagen zelfs aangrijpend, maar de lezer vraagt zich wel af wat het meeste in een thriller doet, ondanks dat het verband later in de plot wel helder is. Het derde deel is in feite van hetzelfde kaliber, en pas in het slotgedeelte komen weer wat spannende momenten bovendrijven.

Over het algemeen weet Mankell de lezer te boeien en aan alles is te merken dat hij hoe dan ook over vakmanschap beschikt. Toch kun je je afvragen of de auteur niet iets te ver is doorgeslagen met de vele politieke uitweidingen en soms ondoorgrondelijke en ronduit saaie fragmenten. De aandacht verslapt hierdoor en daarnaast raak je het spoor, en dus het verband, een klein beetje kwijt. Het principe ‘less is more’ zou het verhaal in veel gevallen goed hebben gedaan. De keuze van rechter Birgitta Roslin om haar eigen onderzoek te starten, is op zich een merkwaardige, want gezien de aard van haar beroep moet ze in feite beter weten. Ook de beweegreden van de door haar genomen stap is bijzonder. Er is een bepaalde verwantschap met enkele slachtoffers, maar die is op zich niet zo heel direct.

Hoewel de auteur er alles aan doet om niet al te snel iets prijs te geven, heb je, zelfs nog voordat het verhaal halverwege is, relatief snel in gaten wat het motief van de verschrikkelijke moorden is. Ondanks de diverse tips die Roslin de lokale politie geeft, lijdt de laatste aan tunnelvisie en richt zijn vizier volledig op de door hen gevonden verdachte. Deze opstelling is nogal onrealistisch. Evenzo onwaarschijnlijk zijn de vele voorvallen, zelfs als je in gedachten houdt dat de Mankell het verhaal geschreven heeft zoals het zou kunnen zijn. Ondanks alles is De Chinees een redelijk interessant verhaal, maar het heeft zijn tekortkomingen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Henning Mankell
Titel: De Chinees

ISBN: 9789044512588
Pagina’s: 534

Eerste uitgave: 2008

De kerstboekwinkel – Jenny Colgan

Flaptekst
Carmen wacht een grote uitdaging. Als het Londense warenhuis waar zij werkt vlak voor Kerstmis de deuren sluit, trekt ze met tegenzin in bij haar zus in Edinburgh. Ze kan daar aan de slag in een kleine boekhandel. De winkel heeft echter betere tijden gekend en wordt met sluiting bedreigd – tenzij er een wonder gebeurt. Carmen staat op het punt om nee te zeggen tegen de baan, maar laat zich dan toch betoveren: door de besneeuwde straten van de stad, door de charme van de ouderwetse boekhandel – en door de aantrekkelijke sterauteur die daar ineens verschijnt. Zal de magie van Kerstmis voor een wonder zorgen?

Recensie
Omdat Jenny Colgan altijd van romantische komedies heeft gehouden, leek haar een soortgelijke insteek een goed uitgangspunt om over te gaan schrijven. Haar eerste roman Hebbes! verscheen in 2000 en voor een deel heeft ze hiervoor uit haar eigen leven geput. Over het algemeen schrijft ze twee boeken per jaar en een daarvan is De kerstboekwinkel, dat in 2023 is uitgebracht en tevens het eerste deel is van een serie rond deze (fictieve) winkel in Edinburgh.

Dertiger Carmen Hogan werkt al sinds haar eindexamen in het Londense warenhuis Dounston’s op de afdeling stoffen en fournituren. De zaak bevindt zich in slecht weer en op een dag krijgt het personeel vlak voor kerst te horen dat de winkel failliet is en de deuren sluit. Om haar te helpen regelt haar zus Sofia dat ze tijdelijk in een kleine boekhandel in Edinburgh terechtkan. Met frisse tegenzin vertrekt ze naar de Schotse plaats en komt te weten dat de boekenzaak erg slecht loopt. Dan krijgt ze een ingeving om deze winkel van zijn ondergang te redden, dus wie weet worden het toch nog mooie kerstdagen.

In een relatief lange proloog leert de lezer protagonist Carmen Hogan al een klein beetje kennen en tijdens het verhaal krijg je een steeds betere indruk van haar. Natuurlijk valt er wel wat op haar aan te merken – aan wie niet – maar ze is beslist niet iemand aan wie je een hekel kunt hebben. Ze is zo nu en dan een flapuit, heeft een negatief zelfbeeld wat betreft het aangaan van relaties en lijkt een haat-liefdeverhouding met haar zus Sofia te hebben. Aan de andere kant is ze spontaan en heeft het hart hoe dan ook op de goede plek zitten. Kortom, eigenlijk komt ze over als iemand van vlees en bloed die je zonder problemen in je vriendenkring zou willen opnemen. Voor alle personages geldt dat ze overwegend bijzonder en markant zijn en daarom passen ze prima in de setting.

De diverse gebeurtenissen en voorvallen worden vanuit verschillende perspectieven verteld, maar toch vooral uit die van Carmen. Door deze afwisseling geeft de auteur een goed beeld van alle personages en omstandigheden, maar maakt eveneens nieuwsgierig naar wat er allemaal nog te gebeuren staat. Eén ding is in ieder geval duidelijk, veel daarvan zijn situaties die iedereen kan meemaken en overkomen, maar in dit boek wordt een en ander wel enigszins in het extreme gesteld. Helemaal niet erg, want deze keuze zorgt er juist voor dat het verhaal – op enkele korte fragmenten na – in zijn geheel blijft boeien en ook nog eens een behoorlijk tempo heeft.

Colgan heeft een bijzonder vlotte, innemende en ongecompliceerde manier van schrijven. Over het algemeen moet het allemaal leuk blijven. Minder prettige omstandigheden worden zodanig beschreven dat ze toch als min of meer plezierig overkomen. Wellicht dat het regelmatige, maar zonder meer gedoseerde, gebruik van humor en cynisme hier debet aan is. Vanzelfsprekend besteedt de auteur tevens aandacht aan romantiek, maar door allerlei externe factoren komt daarbij telkens een kink in de kabel en wordt het echt wat aan het eind van de plot. Uiteraard kan de lezer dit, net als enkele andere voorvallen, van mijlenver zien aankomen, maar deze voorspelbaarheid is absoluut niet storend of hinderlijk.

Aan het eind van de feelgoodroman zijn de omstandigheden nog even bar en boos en passen daarom uitstekend in de sfeer die van oudsher rond de kerstdagen hangt. En voor Carmen komt een trein voorbij waar ze maar één keer in kan stappen. De kerstboekwinkel is over het geheel genomen een fijn, sfeervol en genoeglijk begin van een serie die zich rond de feestdagen afspeelt.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jenny Colgan
Titel: De kerstboekwinkel

ISBN: 9789024590278
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2023

Fatsoenlijke mensen stelen olifanten – Peter Hammarbäck

Flaptekst
Adam werkt als dierenverzorger is een Stockholmse dierentuin. Wanneer de directeur olifanten en leeuwen overneemt van een circus in een poging om bezoekers aan te trekken, komt hij in actie om de dieren te redden van een treurig bestaan.

Samen met collega en dierenvriend Natalie bekokstooft hij een grandioos plan om de exotische viervoeters vrij te laten in Kenia. Gaandeweg bloeit de liefde op tussen de twee…

Recensie
Journalist, voormalig hoofdredacteur en auteur Peter Hammarbäck heeft jaren geleden een tijd lang freelancewerk in Oost-Afrika verricht en onder andere dit heeft hem geïnspireerd bij het schrijven van zijn in 2024 verschenen debuutroman Fatsoenlijke mensen stelen olifanten. Een dierentuin in Stockholm en een verzorger die daar werkt, waren andere inspiratiebronnen en omdat hij zelf eveneens dierenliefhebber is, begon hij na te denken over hoe het voor de dieren moet zijn om in gevangenschap en in een voor hen onnatuurlijke omgeving te leven.

De Stockholmse dierentuin waar Adam Vieri als dierenverzorger werkt, zit in financieel zwaar weer en om het hoofd boven water te kunnen houden heeft directeur Camilla Stensson besloten dat ze de olifanten, gorilla’s en leeuwen overnemen van een circus dat ophoudt te bestaan. Hiermee hoopt en denkt ze meer bezoekers te trekken. Omdat Adam hier niet in gelooft, en er bovendien te weinig ruimte is voor deze wilde dieren, smeedt hij samen met Natalie, zijn evenknie bij het circus, een plan om de dieren te bevrijden en naar Kenya te brengen.

Al vrij snel heeft de lezer in de gaten dat Fatsoenlijke mensen stelen olifanten een roman is die in behoorlijk grote lijnen afwijkt van wat over het algemeen gebruikelijk is. De verschillende gebeurtenissen zijn namelijk bijzonder ongebruikelijk, vaak ronduit absurdistisch en veel van wat er gebeurt, is zonder meer onrealistisch. Helemaal niet erg, want het komt er eigenlijk op neer dat dit juist de kracht van het boek is. Het verhaal wordt verteld vanuit een beperkt aantal personages, maar het is vooral Adam Vieri die als leidend personage gezien kan worden. Hij is de centrale figuur die eigenlijk bij de meeste voorvallen betrokken is, maar de rol van Natalie moet daarbij echter niet onderschat worden. Zij is de motor die zijn daadkracht op gang helpt. Samen vormen ze een dynamisch koppel, waarvan hun doen en laten aangewakkerd door de plannen van de markante, enigszins egocentrische en op het oog gevoelloze Camilla Stensson.

Waar de een (Stensson) de commercie de boventoon wil laten vieren, komt de ander (Adam en Natalie) voor het welzijn van de dieren op. Twee tegenstellingen die in het echte leven natuurlijk ook voorkomen, maar in de roman in het extreme worden gesteld. Dit resulteert in een groot aantal bizarre situaties die ieders vermogen te boven gaan, maar de auteur neemt er wel even de tijd voor om het zover te laten komen. Aanvankelijk wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de financiële perikelen waar de dierentuin mee te kampen heeft en de plannen om daar het hoofd aan te bieden, maar in de loop van de plot komt het reddingsplan om de hoek kijken. De absurde en kolderiek aandoende scènes nemen in aantal toe en het verhaal krijgt een tamelijk andere en soms niet te bevatten wending.

Hammarbäcks schrijfstijl is vlot, eigentijds en ongecompliceerd. Over het algemeen zit het tempo er goed in hij zorgt ervoor dat de lezer zich geen moment hoeft te vervelen. Hoewel het verhaal zo goed als ongeloofwaardig is, zitten er wel degelijk enkele kernen van waarheid in en valt er overduidelijk een boodschap in te bespeuren. Het punt waar het immers om gaat, is of het wel gerechtvaardigd is om dieren op te sluiten en hen geen leven te gunnen in hun natuurlijke habitat. Het antwoord hierop is niet moeilijk te geven. Toch wijst de auteur absoluut niet met een belerend vingertje of geeft onomwonden aan wat zijn eigen mening is – hoewel die eigenlijk wel tussen de regels door te lezen is.

Al met al is Fatsoenlijke mensen stelen olifanten een onderhoudende en humorvolle roman met een interessant thema en kleurrijke personages. Dit debuut smaakt in ieder geval naar meer.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Peter Hammarbäck
Titel: Fatsoenlijke mensen stelen olifanten

ISBN: 9789023962144
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2024

Een goede raad – J.K. Rowling

Flaptekst
Wanneer Barry Fairbrother onverwacht sterft, zijn de bewoners van Pagford geschokt. Pagford is ogenschijnlijk een idyllisch Engels plattelandsdorp, met een charmant marktplein en een oude abdij, maar achter die fraaie façade gaan grote conflicten schuil. Tussen rijk en arm, tieners en hun ouders, vrouwen en hun echtgenoten, leraren en hun leerlingen…

In Pagford is niets wat het lijkt. De lege stoel die Barry achterlaat in de gemeenteraad is de aanleiding tot de grootste strijd die het dorp ooit heeft gekend. Wie zal zegevieren in deze verkiezingen vol opportunisme, valsheid en schokkende onthullingen?

Recensie
Behalve de voor jongeren bedoelde Harry Potter-reeks, waar J.K. Rowling bekend door geworden is, heeft ze eveneens een thrillerserie rond privédetective Comoron Strike    uitgebracht. Daarnaast schreef ze het in 2012 verschenen Een goede raad, haar eerste roman voor volwassenen. Het idee voor dit boek, dat een aantal thema’s bevat waar ze ervaring mee heeft, kreeg ze in een vliegtuig, terwijl ze in de Verenigde Staten was om het laatste boek van de Potter-serie te promoten.

De inwoners van het plattelandsdorpje Pagford zijn met stomheid geslagen als Barry Fairbrother, een populair en geliefd raadslid, plotseling overlijdt. Voor de nu ontstane vacature stelt een aantal kandidaten zich beschikbaar en daardoor ontstaat er een strijd die voor grote verdeeldheid in het ogenschijnlijk lieflijke plaatsje zorgt. Altijd verborgen gehouden geheimen komen naar boven drijven, het verschil tussen arm en rijk lijkt te groeien en in gezinnen ontstaat grote onenigheid. Zal de rust terugkeren als de naam van de winnaar van de raadsverkiezing bekend wordt gemaakt?

Rowling begint het verhaal met een introductie van de relatief gezien grote hoeveelheid personages. Gaandeweg de plot leert de lezer hen steeds beter kennen, omdat stukje bij beetje meer over hen bekend wordt, hoe ze in elkaar steken, hoe hun persoonlijke omstandigheden zijn en waarom ze doen wat ze doen. Dit alles heeft behoorlijk wat tijd nodig, maar over het geheel genomen merk je daar in feite niet zo heel veel van. Er gebeurt namelijk meer dan voldoende, niet zozeer qua spektakel, maar voornamelijk het onderlinge gekonkel, het elkaar in de gaten houden en het proberen elkaar de vliegen af te vangen zorgen ervoor dat je je niet hoeft te vervelen.

De vele gebeurtenissen – in de breedste zin van het woord – worden dan ook verteld vanuit talrijke perspectieven. Het is echter altijd duidelijk wie deze personen zijn, welke connectie ze met elkaar hebben en wat hun exacte rol in het verhaal is. De auteur behoudt voortdurend het overzicht en laat de lezer niet in het luchtledige spartelen. Vanaf het begin is er structuur, hoewel je natuurlijk nog niet meteen doorhebt waar alles naartoe gaat. De rode draad daarbij is de verkiezing van de opvolger van Barry Fairbrother, maar daarnaast zijn er ook nog diverse andere verhaallijnen, die ieder een andere strekking hebben, maar waarbij het stadje Pagford en het wel en wee van meer dan een handvol bewoners centraal staat.

Het plattelandsdorpje, en wat zich daar zoal voordoet, kan gezien worden als een afspiegeling van de maatschappij. Dit blijkt onder andere uit de verschillende thema’s die de auteur in haar roman heeft verwerkt. Een paar voorbeelden daarvan zijn armoede, verwaarlozing, drugsgebruik en – in iets mindere mate – seksueel misbruik. Hierdoor, maar tevens door de gedragingen en escapades van de personages, is het allemaal behoorlijk realistisch. In de ontknoping wordt het tegen de verwachting in zelfs nog enigszins dramatisch en uiteindelijk leidt dit ertoe dat sommige karakters zich een beetje positief hebben ontwikkeld. Het merendeel is en blijft echter bijzonder onsympathiek en waarschijnlijk was dat ook Rowlings bedoeling.

In een toegankelijke en vlotte schrijfstijl legt Rowling de vele perikelen en bijbehorende problemen waar Pagford mee te kampen heeft bloot. Dit gebeurt op een beeldende en inlevende wijze, en zo nu en dan voorzien van een vleugje subtiele humor. Een goede raad is daarom een geslaagde debuutroman waarmee de auteur laat zien dat ze een boeiend verhaal kan vertellen en ook nog eens haar veelzijdigheid toont.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: J.K. Rowling
Titel: Een goede raad

ISBN: 9789022571248
Pagina’s: 544

Eerste uitgave: 2012

Wie houdt je warm in de winter? – Berend Boudewijn

Flaptekst
Een man op leeftijd woont alleen in een groot huis dat tot in elke kier getuigt van de tomeloze versierdrift van zijn overleden vrouw, zijn grote liefde. De dagelijkse beslommeringen vragen om een nieuwe routine, kleine taken worden avontuurlijke ondernemingen.

Als een buitenstaander becommentarieert hij zijn doen en laten, beziet zichzelf als een personage. En hoe buitenstaanders dat personage dan weer bezien. Zijn geheugen lijkt hem herinneringen op te dringen, maar soms ook te onthouden. In hinkstapsprongen dient het verleden zich aan, zijn rijke, gevarieerde bestaan, het geluk van een lang en gelukkig huwelijk.

Met licht ironische toetsen beschrijft Berend Boudewijn het leven van een man wiens vrouw er niet meer is. En het leven mét haar, zoals dat is opgeslagen in zijn geheugen. Sober en soms amusant, en daardoor des te indringender.

Recensie
Berend Boudewijn (van der Woude) is vooral bekend geworden door zijn theater- en televisiewerkzaamheden, maar heeft ook enkele boeken geschreven, waaronder het in 2023 verschenen novelle Wie houdt je warm in de winter?, waarin hij – hij is dan zevenentachtig jaar oud – terugkijkt op bijna dertig jaar huwelijk met Martine Bijl, die in 2019 overleden is aan de complicaties van een hersenbloeding.

Het niet al te omvangrijke boekje bestaat, en dat is van meet af aan al duidelijk, bestaat uit een grote hoeveelheid herinneringen van de auteur aan zijn overleden vrouw M – volledige namen worden nergens genoemd, alleen de eerste letter van de voornaam. Daarnaast is alles in de derde persoon geschreven, alsof een alwetende verteller het over iemand anders heeft. Natuurlijk weet de lezer meteen dat dit om de auteur zelf gaat en hij over bepaalde fasen in zijn leven vertelt, maar vooral over zijn samenzijn met M, die, zo blijkt glashelder, zijn grote liefde was.

De novelle bestaat uit een tig-aantal korte ongenummerde hoofdstukken, waarin de auteur op soms indringende, soms grappige of cynische, maar absoluut liefdevolle manier onder andere vertelt wat hij en M samen ondernomen hebben, welke vakantiereizen en stedentrips ze gemaakt hebben. Toch stelt hij zich zo nu en dan ook kwetsbaar op. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting wanneer het opruimen van M’s kleding en spullen ter sprake komt en dat hij grote moeite heeft hier afstand van te nemen, maar ook dat hij regelmatig dingen vergeet, zoals namen van steden of oud-collega’s. De angst van het ouder zijn en de ongemakken die dit met zich mee kan brengen schemeren er op die momenten wel door.

Hoewel dit allemaal natuurlijk Boudewijns herinneringen zijn, zullen veel lezers geconfronteerd kunnen worden met eigen herkenbaarheden. Veel wat de auteur vertelt, kan namelijk in hun persoonlijke situatie ook voorgekomen zijn. Daarom is het boekje ook zo invoelbaar en uit het leven gegrepen. Echt expliciet wordt het niet genoemd, maar soms heeft er veel van weg dat vereenzaming een belangrijke rol heeft gespeeld bij het opschrijven van deze herinneringen. Wat zonder meer goed naar voren komt, is dat Boudewijn M, voor wie hij de laatste vier jaar van haar leven mantelzorger was, enorm mist. Maar, en dat moet worden gezegd, met wie hij eveneens dertig prachtige jaren heeft gehad waar hij met een mooi en goed gevoel op terug kan kijken. Dit maakt het verdriet er natuurlijk niet minder om, maar wellicht een stukje draaglijker.

Wie houdt je warm in de winter? is over het geheel genomen een mooie en liefdevolle verzameling herinneringen van een man die erg veel van zijn vrouw gehouden heeft en met wie hij in feite nog wel veel meer jaren had willen doorbrengen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Berend Boudewijn
Titel: Wie houdt je warm in de winter?

ISBN: 9789025475246
Pagina’s: 144

Eerste uitgave: 2023

Doodsvonnis – J.D. Barker & James Patterson

Flaptekst
Hollows Bend, New Hampshire, is een pittoresk stadje in New England waar weekendtoeristen samenkomen om naar herfstbladeren te kijken en te ontbijten bij Stairway Diner. Het misdaadcijfer – nul – is een punt van trots voor sheriff Ellie Pritchett.

Dan duikt er een jonge vreemdelinge op en beginnen de problemen zich op te stapelen. De sheriff en haar hulpsheriff doen onderzoek naar het mysterieuze tienermeisje. Geen van de lokale inwoners herkent haar. Ze kan – of wil – geen enkele vraag beantwoorden. Ze zegt niet eens haar naam.

Terwijl het meisje voor haar eigen veiligheid in hechtenis zit, worden de agenten naar meerdere plaatsdelicten geleid. Hun onderzoek brengt ze steeds dichter bij een meer buiten de stad, dat op geen enkele kaart staat aangegeven…

Recensie
Het verschil tussen de stijl en werkwijze van de succesvolle Amerikaanse auteurs J.D. Barker en James Patterson is aanzienlijk, maar desondanks zijn ze wel een samenwerkingsverband aangegaan. Het in 2021 uitgebrachte De kustmoorden was hun gezamenlijke debuut en dit is hen zo goed bevallen dat van het duo hun alweer vierde en door Martin Jansen in de Wal vertaalde thriller Doodsvonnis (2024) is verschenen.

Hierin verschijnt op een vroege zondagmorgen, als de toeristen het lieflijke en rustige stadje Hollows Bend verlaten, plotseling een naakt meisje in de deuropening van het plaatselijke eethuis. Niemand van de daar aanwezige bewoners kent haar en omdat ze geen woord uitbrengt, is het lastig om erachter te komen wie ze is en waar ze vandaan komt. Na haar komst doen zich ineens allerlei vreemde en soms beangstigende gebeurtenissen voor en gaan de mensen zich anders gedragen dan ze normaliter doen. Sheriff Ellie Pritchett en haar collega Matt Maro onderzoeken de vele voorvallen en doen daarin een bijzondere ontdekking.

Het verhaal begint met een voorlopig rapport – later in de plot komen meer fragmenten voor – van het verhoor van deputy Matt Maro door een speciaal agent van een niet nader genoemde dienst. Deze introductie zorgt ervoor dat de lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar de vele voorvallen die zich in het kleine stadje Hollows Bend hebben voorgedaan. Hieruit kan hij min of meer opmaken dat ze nogal bijzonder moeten zijn geweest. Wat er werkelijk gebeurd is, wordt vanuit het perspectief van verschillende personages, waaronder Maro, verteld. Door deze opzet heb je een continue drang om meer over alles en iedereen te weten willen komen.

De auteurs hebben geen lange aanlooptijd nodig om het echte vuurwerk te laten losbarsten, want al vrij vlot ontstaat er een hachelijke situatie die doet denken aan taferelen die in een boek van Stephen King of een film van Alfred Hitchcock niet zouden misstaan. Vanaf dat moment wordt de lezer geen seconde rust gegund, want bizarre en/of onheilspellende situaties, de ene nog onwerkelijker dan de andere, volgen elkaar in razendsnel tempo op. Spannende scènes zijn er in overvloed, maar omdat je op den duur gewend raakt aan de extreme hoeveelheid buitenissigheden gaat het effect daarvan uiteindelijk verloren. Je kunt je dan ook afvragen of het auteursduo zich door deze excessen niet in hun eigen voet heeft geschoten.

Barker en Patterson geven de sfeer die in het kleine stadje zowel voor als tijdens de voor de bewoners beangstigende omstandigheden heerst over het algemeen goed weer. Het plattelandskarakter, de geheimzinnigheden, het uiteindelijke wantrouwen, de lezer kan zich dit allemaal uitstekend inbeelden. Waar hij meer moeite mee heeft, is het gedrag en doen en laten van enkele kinderen. Zij zijn nog tamelijk jong, maar handelen en denken als volwassenen. Dit is onwaarschijnlijk en volstrekt ongeloofwaardig. Zowel zij als de overige personages zijn en blijven, ondanks dat je wel iets over hen te weten komt, behoorlijk vlak. Hun karaktervorming is onmiskenbaar van ondergeschikt belang.

Auteurs laten hun lezers wel vaker in de waan dat kleine en afgelegen plaatsjes hun geheimen hebben en deze keer is dat niet anders. In de ontknoping, die enigszins explosief is, komen deze verborgenheden allemaal naar boven, maar de manier waarop is nogal vergezocht en enigszins bovennatuurlijk. Ook de identiteit van protagonist Matt Maro komt dan in een ander en wel heel bijzonder daglicht te staan. Beslist origineel, maar verre van realistisch.

Het is lastig om het zonder meer vlot geschreven Doodsvonnis, waarvan je de indruk hebt dat de rol van Patterson minimaal is, als echte thriller te zien, want de kenmerken die het boek heeft, zijn namelijk vooral verwant aan horror. Maar wel van het soort dat nogal dik aangezet is.

In Caveman geeft Van der Jagt een indrukwekkend, eerlijk en soms heftig en emotioneel beeld van zijn strijd op straat, diens worstelingen om af te kicken, zijn definitieve ontwenning en terugvallen en tenslotte een paar prachtige momenten die zijn huidige leven zin geven en verrijken. Hij mag met recht trots zijn op de prestatie die hij heeft geleverd en wat hij vervolgens heeft bereikt, en om in te haken op een opmerking van een Rotterdamse stationsbeveiliger, de lezer is dit ook.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: J.D. Barker & James Patterson
Titel: Doodsvonnis

ISBN: 9789049205348
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2024

Perfecte stilte – Helen Fields

Flaptekst
‘Aan de rand van Edinburgh wordt het lichaam van een jonge vrouw gevonden. Wanneer de patholoog-anatoom het lijk onderzoekt, doet hij een schokkende ontdekking: uit de huid van het slachtoffer is het silhouet van een pop gesneden. 

Rechercheurs Ava Turner en Luc Callanach lijken op een dood spoor te zitten in de zaak, totdat een van huid gemaakte pop in een kinderwagen wordt gevonden, naast een achtergelaten baby. Luc en Ava realiseren zich al snel dat de moordenaar een gruwelijk spel speelt wanneer ze opnieuw het lichaam van een jonge vrouw aantreffen. Hij kan ieder moment weer toeslaan…’

Recensie
Door haar werk als advocaat past het schrijven van thrillers voor Helen Fields binnen haar comfortzone. Ze kwam veelvuldig in gevangenissen en had regelmatig contact met politie en wetsovertreders waardoor ze voldoende ideeën kreeg waarover ze zou kunnen schrijven. In 2017 startte ze met haar Perfect-serie met de inspecteurs Ava Turner en Luc Callanach en waarvan Perfecte stilte, dat in 2021 is uitgebracht, alweer het vierde deel is. Haar boeken ondertussen in zestien talen vertaald.

Op een landweg aan de rand van Edinburgh wordt het zwaar verminkte lichaam van een jonge vrouw aangetroffen. Pathologisch onderzoek wijst uit dat zowel uit haar buik als rug lappen huid in de vorm van een pop zijn weggesneden. Het team Zware Misdrijven boekt vooralsnog geen vorderingen, maar de zaak krijgt een wending na de vondst van een verlaten kinderwagen. Hierin ligt niet alleen een baby, maar ook een pop gemaakt van mensenhuid. En als opnieuw een levenloze vrouw wordt gevonden, weet de recherche dat er nog weleens meer slachtoffers kunnen vallen.

Net als in de voorgaande delen van de serie wordt de lezer ook nu weer meteen het verhaal ingezogen. Niet alleen door wat er op dat moment aan de hand is, maar ook omdat de sfeer vanwege wat er dan gebeurt behoorlijk beklemmend is. De openingsscène wordt namelijk verteld vanuit het perspectief van het eerste slachtoffer en hierdoor weet en voel je wat zij moet doorstaan en wat zich tijdens die laatste uren in haar hoofd afspeelt. Later, wanneer de andere slachtoffers in beeld komen, herhaalt Fields deze opzet en dat werkt goed. Verder geeft de auteur enkele gedetailleerde beschrijvingen die enigszins gruwelijk kunnen overkomen. Toch is het over het geheel genomen niet zo heel erg luguber, want in het overgrote deel van de plot draait het om het onderzoek door het team Zware Misdrijven.

De recherche krijgen het aardig voor de kiezen, want behalve de moorden vinden er ook molestaties plaats op enkele gebruikers van de synthetische drug Spice. Deze tweede verhaallijn heeft helemaal niets met de andere te maken, maar is zonder meer een interessante toevoeging aan het geheel en boeiend om te volgen. De spanning in beide verhaallijnen is alom aanwezig en het aantal ontwikkelingen is ruim voldoende. Fields weet de lezer in ieder geval regelmatig te verrassen. Verder kun je bij beide zaken maatschappelijke onderwerpen herkennen, bijvoorbeeld religieus fanatisme, drugsgebruik en de daklozenproblematiek. Deze thema’s zijn goed in het fictieve verhaal verwerkt waardoor de gebeurtenissen feitelijk heel realistisch overkomen.

Ondanks dat dit boek het vierde deel van de reeks is, kan het prima los van andere gelezen worden. Natuurlijk heb je te maken met de terugkerende personages, maar Fields laat regelmatig iets van hun voorgeschiedenis doorschemeren, waardoor je genoeg over hen te weten komt. Andermaal blijkt dat Turner en Callanach een prima koppel vormen, ondanks dat eerstgenoemde is bevorderd tot hoofdinspecteur en feitelijk de baas van de laatste is. Hun onderlinge verstandhouding en interactie hebben hier – gelukkig – niet onder te lijden gehad.

Perfecte stilte, dat er een goed tempo op nahoudt en de aangename schrijfstijl van Fields wederom niet verloochent, is een goed vervolg van de reeks. Alles wat in een prima thriller hoort te zitten, zit erin en voor de lezer is het onmogelijk om iets wat op slijtage lijkt te ontdekken. De rol van Turner, Callanach en al die andere intrigerende karakters is daarom nog lang niet uitgespeeld.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Helen Fields
Titel: Perfecte stilte

ISBN: 9789026355752
Pagina’s: 446

Eerste uitgave: 2021

 

 

Caveman – Patrick van der Jagt

Flaptekst
In Caveman vertelt Patrick van der Jagt hoe hij thuiskomt na twintig jaar op straat te hebben gewoond. Jarenlang leefde hij zonder dak boven zijn hoofd met als enige doel geld bij elkaar sprokkelen en een slaapplek vinden. Hij was verslaafd aan cocaïne en heroïne en werkte in de prostitutie.

Tijdens Het Rotterdam Project in 2018 ontroerde Patrick miljoenen kijkers. Hij kickte af op nationale televisie, werd verliefd op de eindredactrice van het televisieprogramma, kreeg samen met haar een zoontje en is nu een succesvolle fotograaf en motivatiespreker. Dit is verhaal over (zelf)liefde, veerkracht en het keiharde leven op straat.

Recensie
Op 30 oktober 2018 zond RTL 4 de eerste aflevering uit van de door Beau van Erven Dorens gepresenteerde documentaireserie Het Rotterdam Project. Hierin werden vijf daklozen geruime tijd gevolgd en kregen tevens hulp om hun leven weer op de rit te krijgen. Een van de markantste en opvallendste deelnemers was Patrick van der Jagt, die dan twintig jaar op straat leeft en verslaafd is aan cocaïne en heroïne. In het boek Caveman, met als subtitel Thuiskomen na twintig jaar op straat, vertelt hij over die duistere periode, maar ook hoe hij zijn bestaan weer zin heeft kunnen geven.

Van der Jagt begint zijn levensbeschrijving, die uit drie delen bestaat en elk daarvan een andere periode bestrijkt, in 1993 – hij is dan achttien jaar oud. Aanvankelijk geeft hij de lezer wat summiere, maar niet onbelangrijke achtergrondinformatie over onder andere zijn ouders, de vriendin met wie hij samenleeft, maar ook over zijn jeugd, die tot zijn zevende in feite niet eens zo heel slecht is geweest. De auteur vertelt eveneens dat hij op twaalfjarige leeftijd al met drugs in aanraking is gekomen. Eerst nog met een ‘relatief onschuldig’ jointje, maar in de loop der jaren en inmiddels op straat levend, grijpt hij naar steeds zwaardere middelen. Dit leidt er uiteindelijk toe dat hij, om te kunnen overleven en niet ziek te worden, volledig afhankelijk is van cocaïne (wit) en heroïne (bruin).

Op een inlevende en invoelende manier beschrijft Van der Jagt waar het dagelijkse leven van een verslaafde en dakloze voornamelijk uit bestaat. Natuurlijk doet hij dit vanuit zijn eigen perspectief en herinneringen, maar in grote lijnen zijn soortgelijke omstandigheden voor iedereen die in eenzelfde situatie verkeert of heeft verkeerd niet anders. Eén ding wordt in ieder geval al snel volkomen duidelijk: vierentwintig uur per dag op straat doorbrengen en proberen daar te overleven, is hard, keihard. De lezer wordt middels deze autobiografie meedogenloos met de rauwe werkelijkheid van een dergelijk bestaan geconfronteerd, waarbij je je eveneens realiseert dat iedere dakloze en verslaafde zijn of haar eigen, vaak trieste, verhaal heeft.

Vanaf de allereerste bladzijde heb je een zwak voor Patrick en leef je volledig met hem mee. Vanzelfsprekend kan dit een gevolg zijn van de destijds uitgezonden documentaire – mits je die gezien hebt natuurlijk – maar het is toch vooral zijn openhartigheid waardoor hij ieders sympathie weet te winnen. Als hij op een dag door een groep van vijftien man wordt afgeranseld, heb je enorm met hem te doen. Tegelijkertijd toont dit aan dat wie op straat leeft zo goed als weerloos is en door velen wordt beschouwd als het uitschot van de samenleving. In bepaald opzicht kun je stellen dat dit boek de lezer ook een spiegel voorhoudt, want tijdens het lezen bekruipt je zo nu en dan de gedachte wat je eigen houding ten opzichte van verslaafde dak- en thuislozen is.

Behalve de vele ellende die het rauwe en harde straatleven Van der Jagt heeft gebracht, heeft het hem eveneens enkele mooie dingen opgeleverd. Een voorbeeld hiervan is Wim, een vrijwilliger in de Pauluskerk, met wie een goede band wordt opgebouwd en die erg veel voor hem doet. Dankzij mensen als hem, maar ook met behulp van Van Erven Dorens en diens productieteam, heeft Patrick met erg veel vallen en opstaan niet alleen zijn leven weer op de rails gekregen, maar tevens zijn demonen overwonnen. Daar kun je alleen maar een enorm grote bewondering voor hebben.

In Caveman geeft Van der Jagt een indrukwekkend, eerlijk en soms heftig en emotioneel beeld van zijn strijd op straat, diens worstelingen om af te kicken, zijn definitieve ontwenning en terugvallen en tenslotte een paar prachtige momenten die zijn huidige leven zin geven en verrijken. Hij mag met recht trots zijn op de prestatie die hij heeft geleverd en wat hij vervolgens heeft bereikt, en om in te haken op een opmerking van een Rotterdamse stationsbeveiliger, de lezer is dit ook.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Patrick van der Jagt
Titel: Caveman

ISBN: 9789021049991
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2024