Categorie archief: Gelezen in 2020

Het geheugenwoud – Sam Lloyd


Beschrijving
Elissa, een dertienjarig schaaktalent, is aangekomen in het Geheugenwoud op de belangrijkste dag van haar leven. Ze deed mee aan een nationaal schaakkampioenschap toen ze werd ontvoerd. Ze werd wakker in een ondergrondse cel.

Elijah woont al naast het Geheugenwoud zolang hij zich kan herinneren. Hij is pas twaalf, maar heeft zijn hele leven in het bos gespeeld en kent er elke centimeter. En dan vindt hij Elissa.
Als hij opduikt in haar cel, neemt Elissa aan dat Elijah haar zal helpen te ontsnappen of naar de politie zal gaan. Maar Elijah wil niet dat Elissa weggaat, bang als hij is om haar vriendschap te verliezen.

Het gedrag van haar ontvoerder wordt steeds onvoorspelbaarder en algauw zijn Elijahs bezoekjes Elissa’s enige vorm van verlichting. Elissa realiseert zich dat de vreemde, eenzame jongen haar enige kans op overleving is. Ze speelt een dodelijk kat-en-muisspel om hem over te halen haar te helpen en hun vriendschap zal hun beider lot bepalen…

Recensie
Al op jonge leeftijd hield Sam Lloyd zich bezig met het bedenken van verhalen, maar bouwde hij in de bossen rondom zijn woonplaats ook allerlei geheime schuilplaatsen. Een van die bossen, maar ook de angst van zijn vrouw voor de veiligheid van hun zoon en de deelname van hun zoon aan een schaaktoernooi inspireerden hem tot het schrijven van de thriller Het geheugenwoud. Dit boek betekende zijn debuut als auteur en verscheen begin maart 2020 in een Nederlandse vertaling. Daarnaast is het ook nog verkocht aan dertien andere landen.

De dertienjarige Elissa wordt tijdens de pauze van een schaaktoernooi waar ze aan deelneemt bedwelmd en ontvoerd. Als ze weer bijkomt, blijkt ze te zijn vastgeketend in een ondergrondse ruimte. Op de derde dag na haar ontvoering wordt ze gevonden door de twaalfjarige Elijah, maar ondanks haar verzoeken, schakelt hij de politie niet in. Omdat hij niet wil dat ze uit zijn leven verdwijnt. Elissa realiseert zich dat hij wel de enige is die ervoor kan zorgen dat ze haar vrijheid terugkrijgt. Om dat te bereiken bespeelt ze hem, maar op zijn beurt speelt Elijah ook een spel met haar. De vraag is dus of het haar lukt om uit haar gevangenschap te ontsnappen.

Het geheugenwoud is onderverdeeld in twee delen en het eerste speelt zich in zeven dagen af. Het wordt afwisselend verteld vanuit de perspectieven van Elissa, Elijah en hoofdinspecteur Mairéad MacCullagh van de politie van Bournemouth. Deze variatie van invalshoek zorgt er sowieso al voor dat de lezer nieuwsgierig gemaakt wordt naar het verloop van de plot, maar omdat in het begin van het verhaal ook gebruikt gemaakt wordt flashbacks en flashforwards wordt dat ook nog eens versterkt. Deel twee wordt eveneens verteld vanuit wisselende perspectieven, maar in tegenstelling tot het voorgaande deel, speelt dit zich op één dag af. Dat neemt echter niet weg dat de lezer nog steeds wil weten hoe het verdergaat en vooral hoe het af zal lopen. Deze onderhuidse spanning is van meet af aan aanwezig.

Wat Lloyd bijzonder goed tot uiting laat komen, is het spel dat Elissa en Elijah spelen. Het is een tactisch schaakspel, een kat-en-muis-spel waarvan niet duidelijk is wie er uiteindelijk de winnaar van gaat worden. De interactie van beiden is sterk en ze willen niet voor elkaar onderdoen. Daardoor moet Elijah wel eens beloften doen die hij niet kan waarmaken. Of juist wel. Deze bewuste onduidelijkheid heeft tot gevolg dat Elissa niet meer weet of ze hem nu wel of niet kan vertrouwen, hetgeen overigens ook voor de lezer geldt. Het zaaien van deze twijfel zorgt eveneens voor een licht spanningsveld. Op een bepaald moment heb je zo goed als door wat er met Elijah aan de hand is, in deel twee blijkt dit ook te kloppen, maar dat gaat echter niet ten koste van de beleving van het verhaal, die blijft hetzelfde als daarvoor.

In het tweede deel neemt de spanning toe en dat komt vooral doordat het tempo flink toeneemt, maar ook door de verrassende plotwendingen. De ontknoping is het meest spectaculair. Die is ronduit zinderend en houdt de lezer op het puntje van de stoel. Want het ene moment denk je dat het niet goed afloopt, het andere moment denk je juist weer van wel. Tot aan het voorlaatste hoofdstuk blijf je in het ongewisse. Over de belangrijkste personages, in dit geval dus Elissa, Elijah en Mairéad, komt de lezer ruim voldoende te weten. Ze zijn uitstekend uitgewerkt en door de invulling van hun karakters zijn ze erg krachtig.

Hoewel Het geheugenwoud een debuut is, zou je dat niet zeggen. Natuurlijk, het thema ontvoering is niet echt origineel, maar de uitwerking daarvan heeft de auteur op zijn eigen manier gedaan en daardoor is deze thriller toch uniek. Als Lloyd in eventuele volgende boeken het niveau van deze eerste weet te handhaven, zal hij zonder twijfel uitgroeien tot een van de gevestigde namen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sam Lloyd
Titel: Het geheugenwoud

ISBN: 9789044984552
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2020

Wie zint op wraak – Bo Svernström


Beschrijving
In de buurt van Stockholm wordt in een schuur een naakte man gevonden, op brute wijze vermoord. Maar als de politie arriveert, doet die een nog veel macabere ontdekking: de man leeft nog.

Politiecommissaris Carl Edson is al lang niet meer de vurige detective die hij ooit was, maar de wreedheid van deze zaak raakt bij hem een gevoelige snaar. Hij bijt zich erin vast, net als de gedreven onderzoeksjournaliste Alexandra Bengtsson, die steeds als eerste over de zaak bericht in de Zweedse krant Aftonbladet. Het slachtoffer blijkt een beruchte crimineel met veel vijanden te zijn.

Recensie
Als kind had Bo Svernström altijd al de droom om verhalen te gaan schrijven. Toch duurde het nog vele jaren voordat hij met de eerste aanzet begon. Hoewel het aanvankelijk nog niet ging zoals hij wilde, zette hij wel door en dat leidde tot uiteindelijk tot zijn in 2018 verschenen debuut Wie zint op wraak, het eerste deel van een serie met rechercheur Carl Edson. Voor deze thriller liet hij zich trouwens inspireren door de vele artikelen die hij nog in zijn bezit had vanwege zijn werk als journalist bij het Zweedse dagblad Aftonbladet.

In een boerenschuur wordt het aan een muur vastgespijkerde lichaam van een naakte man gevonden. De politie onderzoekt deze gruwelijke moord, maar dan vertoont de man opeens een levensteken. Omdat het een bekend misdadiger betreft, gaat Carl Edson, die het onderzoek leidt, ervan uit dat de dader in het criminele circuit gezocht moet worden. Maar alles lijkt toch ingewikkelder te zijn dan hij aanvankelijk dacht. Daarnaast krijgt Carl te maken met de journalist Alexandra Bengtsson, die met haar eigen onderzoek bezig is en over wel heel veel informatie blijkt te beschikken.

Wie zint op wraak bestaat uit drie delen en het eerste deel liegt er niet om. De lezer wordt al meteen meegenomen naar een heftige, bloederige en lugubere scène die niets aan de verbeelding overlaat. Daarna begint de auteur, terwijl de politiemensen met het onderzoek bezig zijn, geleidelijk aan de introductie van de personages waardoor diezelfde lezer kan bijkomen van dat bizarre begin. Misschien is dat ook wel even nodig, want tijdens deze eerste akte word je getrakteerd op nog een aantal van dergelijke situaties. Dit alles speelt zich af in een tempo dat enigszins on-Scandinavisch aandoet. Een kenmerk dat dan wel weer in overeenstemming is met de thriller uit Scandinavië is de redelijk uitgebreide uitwerking van de meeste personages. Over hen kom je ruim voldoende te weten, misschien, en van een van hen misschien zelfs wel te veel.

Dit laatste is dan ook de valkuil waar Svernström met open ogen ingetrapt is. Want het tweede deel, dat overigens geen hoofdstuknummering heeft, wordt vanuit het perspectief van de dader gepleegd. De identiteit van deze dader wordt al in een vroegtijdig stadium, het is net voor de helft van het verhaal, onthuld. Omdat in dat tweede part veel over het verleden van de moordenaar wordt verteld, ligt het tempo meteen een stuk lager dan in het deel ervoor. Daarnaast boeit het minder en legt het onnodig veel nadruk op een onverwerkte gebeurtenis die de dader overkomen is. Naar het eind toe wint het echter wel wat meer aan kracht en wordt het wat meer thrillerwaardig.

Het slotstuk wordt weer vanuit het perspectief van Carl Edson verteld en daarin heeft hij de dader in het vizier. Ook in dit gedeelte blijft de spanning achter ten opzichte van het eerste deel en is de ontknoping enigszins voorspelbaar en onrealistisch, hoewel zich daarin toch wel een grote verrassing voordoet. Het eind van het verhaal is wat aan de zoete kant en eveneens vrij simpel. Daar had de auteur meer uit kunnen en wellicht wel moeten halen. Het is dan ook jammer dat Svernström de kwaliteit van het eerste deel van het verhaal niet heeft kunnen vasthouden en daardoor zijn het tweede en derde deel aanmerkelijk minder sterk geworden.

Wie zint op wraak kan de lovende quotes op de achterkaft niet volledig waarmaken. Over het feit dat de auteur verhalen kan vertellen, kan niet worden getwijfeld, maar om dit om te zetten naar een goed en honderd procent geloofwaardig geheel vergt wat meer inspanning. Doordat het niveau van het verhaal gedurende de plot steeds meer afnam, is niet meer geworden dan een gemiddeld, maar niet onaardig thrillerdebuut.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Bo Svernström
Titel: Wie zint op wraak

ISBN: 9789402704211
Pagina’s: 480

Eerste uitgave: 2018

Jachthuis – Oscar van den Boogaard


Beschrijving
De vijftienjarige Maxwell is met zijn moeder Elsie op bezoek bij zijn vader Jim in Suriname, die hij sinds diens overplaatsing een paar jaar geleden niet meer heeft gezien. Kort na hun aankomst verdwijnt Elsie in het tropisch regenwoud. Terwijl de kans dat zij wordt teruggevonden met de dag slinkt, realiseert Maxwell zich pas hoezeer hij wordt gegijzeld door het dramatische liefdesleven van zijn moeder. ‘Ik was betrokken in een geheim, nee, ik was het geheim zelf.’ Dat inzicht confronteert hem ruw met zijn eigen verborgen identiteit.

Recensie
Na zijn studie rechten en Frans werkte Oscar van den Boogaard voor een korte tijd als advocaat en terwijl hij nog voor een advocatenkantoor werkzaam was, schreef hij het manuscript voor een roman die hij De onsterfelijken had genoemd. Dit werd geen succes, maar in 1990, hij had zijn baan inmiddels opgezegd, debuteerde hij met Dentz. In 2018 verscheen Kindsoldaat, dat een autobiografisch tintje heeft. Twee jaar later kwam Jachthuis uit, eveneens een roman die op zijn eigen jeugd gebaseerd is.

Jim is beroepsmilitair en overgeplaatst naar Suriname. Zijn zoon, de vijftienjarige Maxwell en zijn vrouw Elsie hebben hem al een paar jaar niet gezien als ze besluiten bij hem op bezoek te gaan. Niet lang na hun aankomst verdwijnt Elsie in het tropisch regenwoud. Na een paar dagen is er nog geen enkel levensteken en de kans dat ze gevonden wordt, wordt daarom steeds kleiner. Ondertussen worstelt Maxwell steeds meer met de relatie die zijn moeder met hem heeft, maar ook met haar liefdesleven.

In zijn vorige roman Kindsoldaat beweert Van den Boogaard dat hij de onwettige zoon van Prins Bernhard is en beschrijft hij tevens de familiegeschiedenis van zijn moeder. Het is daarom eigenlijk ook een vanzelfsprekendheid dat in Jachthuis enkele personages voorkomen die in het voorgaande boek ook hun opwachting maakten. Zijn laatste roman is echter geen vervolg, het verhaal staat op zichzelf en nergens is een verwijzing naar het vorige te bespeuren. De enige reden om Kindsoldaat eerder te gaan lezen, is om te weten te komen hoe Elsie’s familie in elkaar steekt. Niets meer, niets minder.

Jachthuis heeft in ieder geval een drietal delen en twee verhaallijnen. De eerste begin in 1979 wanneer Maxwell en Elsie weer in Suriname zijn om Jim te bezoeken. De andere begint met een flashback naar 1968, Maxwell is dan vier jaar oud, wanneer het gezin op last van Prins Bernhard terug naar Nederland wordt gestuurd. Vanaf dat moment lijkt dit subplot in chronologie en geleidelijk in jaren op te lopen, maar dat is niet aldoor even duidelijk. Een verwijzing naar het jaar waarin een hoofdstuk zich afspeelt zou soms geen overbodige luxe zijn geweest. Afgezien daarvan is het absoluut niet moeilijk het verhaal te volgen. In een prettige schrijfstijl weet de auteur de lezer van begin tot eind te boeien en door de verdwijning van Elsie creëert hij ook nog eens de nodige spanning.

Het verhaal waar de lezer in belandt, is bijzonder realistisch. Deels komt dit door de beeldende schrijfwijze van de auteur, maar vooral doordat hij er werkelijk bestaande personen (denk hierbij aan de in Suriname zeer bekende Tante Jacqueline) en ware gebeurtenissen (zoals bijvoorbeeld de Lockheed affaire) in laat voorkomen. Wat echter wel voor vraagtekens zorgt, is de zeer merkwaardige en ongebruikelijke relatie tussen de diverse familieleden, maar ook het gedrag van Maxwell. Dat past niet altijd bij zijn leeftijd. Als hij nog erg jong is, is zijn taalgebruik alsof hij minstens vijftien jaar ouder is. Zoiets komt nogal onnatuurlijk over. Aan de andere kant maakt hij een wat breekbare indruk, hij is vrij machteloos en vaak niet in staat de meeste personages, en in het bijzonder Elsie, iets te weigeren. Dit alles maakt hem toch een intrigerend personage, iets dat overigens ook voor de anderen opgaat.

Vanaf het begin is al heel goed te merken dat Van den Boogaard een deel van zijn eigen herinneringen in het verhaal heeft verwerkt. Dat is af te leiden uit het feit dat sommige situaties en dingen eigenlijk niet verzonnen kunnen zijn. Door die autobiografische elementen te combineren met fictie is Jachthuis in intrigerende, interessante en boeiende roman geworden.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Oscar van den Boogaard
Titel: Jachthuis

ISBN: 9789403143002
Pagina’s: 376

Eerste uitgave: 2020

Koud zonder jou – Igor Znidarsic


Beschrijving
Op klaarlichte dag wordt in de Achterhoek een vrouw van haar fiets gesleurd en ontvoerd. Een dag later treft een wandelaar haar naakte lichaam aan in het bos. Het is doorboord met messteken en op haar onderarm zijn cijfers gekrast. Een paar weken later verdwijnt in dezelfde regio opnieuw een fietsster. De vrouw is door verdrinking om het leven gebracht, met een speelkaart in haar hand geklemd. Ondanks intensief speurwerk van de recherche blijft de toedracht een mysterie. Dan valt er een derde slachtoffer. De rechercheurs vermoeden dat het steeds om één dader gaat: de drie slachtoffers waren allen stevige vrouwen met lang blond haar van een jaar of veertig.

Recensie
Na zijn atheneum-opleiding begon Igor Znidarsic met het schrijven van zowel fictie als non-fictie. Zijn verhalen werden gepubliceerd in tijdschriften zoals Playboy, Panorama en Lava. Terwijl hij als journalist werkzaam was, bleef hij wel doorgaan met het schrijven van fictieve verhalen. Dat leidde er uiteindelijk toe dat in 2011 zijn semi-autobiografische debuutroman Diepgevroren makrelen verscheen. In 2017 werd zijn thriller De blindganger uitgegeven, dit was tevens het eerste deel van een trilogie en werd in dat jaar genomineerd voor de Gouden Strop. Begin april 2020 kwam Koud zonder jou, dat het laatste deel van de drieluik is, uit.

In de bossen van het Nationale Park Sallandse Heuvelrug wordt het naakte lichaam van een vrouw gevonden. In haar rechteronderarm is een aantal cijfers gekrast en haar lichaam vertoont veel steek- en snijwonden. Enkele weken later wordt in dezelfde streek opnieuw een ontkleed vrouwenlichaam gevonden. Zij blijkt te zijn verdronken en in haar hand vindt de politie een speelkaart. De rechercheurs Bianca van Dijk en Joris Vischjager onderzoeken beide moorden, maar hebben nog geen enkel aanknopingspunt. Niet veel later valt er opnieuw een slachtoffer met dezelfde uiterlijke kenmerken als de eerste twee. Dit versterkt het vermoeden dat het om één dader gaat.

Koud zonder jou is het derde deel van de trilogie rond de rechercheurs Bianca van Dijk en Joris Vischjager, maar daar is niets van te merken. De auteur heeft zelf een keer verteld dat elk deel onafhankelijk van de andere te lezen is en daarmee heeft hij inderdaad niets verkeerd gezegd. In dit laatste deel wordt weliswaar wel doorgegaan op de verdwijning van Bianca’s jongere zusje lang geleden, maar daarbij geeft Znidarsic dusdanig veel informatie dat de trilogie in principe niet op volgorde gelezen hoeft te worden. Wat het verhaal zelf betreft, is er al helemaal niets aan de hand, dit staat volkomen los van die in de twee voorgaande boeken.

Desondanks heeft dit derde deel van de drieluik wel een aantal overeenkomsten met zijn voorgangers. Door middel van in chronologie oplopende flashbacks laat de auteur de lezer zien waardoor de moordenaar tot zijn daden gekomen is, maar maakt hij opnieuw halverwege het verhaal de identiteit van de dader bekend. Het lijkt erop dat Znidarsic de voor hem veilige en vertrouwde weg kiest, een weg die niet zo heel veel ruimte voor uitdagingen en afslagen biedt. Maakt dit Koud zonder jou dan minder interessant? Nee, zeker niet, want de psychologie achter de gedragingen van de dader zijn boeiend, je hoopt nu – eindelijk – te weten te komen wat er met het zusje van Bianca is gebeurd en het verhaal heeft met regelmaat spannende en soms wat lugubere momenten.

Aan de karakters van de vaste personages heeft de auteur niet zo heel veel meer gesleuteld, ze hebben geen zichtbare ontwikkeling doorgemaakt. Bianca is in zekere zin nog steeds wat clichématig. Haar huwelijksperikelen heeft ze nog niet achter zich gelaten, maar ook haar gezinsleven maakt ze ondergeschikt aan het politiewerk. Iets dat je bij wel meer fictieve rechercheurs tegenkomt. Het verhaal zelf heeft ook enkele elementen die niet uniek zijn in een thriller. Er zijn voor de hand liggende verdachten, het onderzoek verloopt aanvankelijk nogal stroef en er is een ongeduldige en bij vlagen onrealistische politiechef. Ook hierbij houdt de auteur zich vast aan een bekend en veelbeproefd concept.

De schrijfstijl van Znidarsic is beeldend en toegankelijk. In soms staccato zinnen brengt hij over wat er speelt en zorgt hij er tevens voor dat de dialogen kort en realistisch zijn. Koud zonder jou is in ieder geval een thriller die de lezer soms wat rillingen bezorgt, die een waardig afsluiter van de trilogie is, maar ook een die wat meer durf had verdiend.

Waardering: 3/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Igor Znidarsic
Titel: Koud zonder jou

ISBN: 9789045219189
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2020

Ibiza Club – Linda van Rijn


Beschrijving
Rosa van Leeuwen, beter bekend als dj RedLion, heeft op haar dertigste bereikt waar anderen alleen maar van kunnen dromen. Haar muziek is meer dan succesvol, haar agenda staat standaard volgeboekt met optredens in de grote clubs van Ibiza en ze bezit een enorme villa op het eiland, waar ze sinds een paar jaar woont. Ook al kan ze haar leven makkelijk laten draaien om exclusieve feesten en peperdure champagne, toch kiest Rosa er liever voor wat meer op de achtergrond te blijven. Ze is dol op haar werk, maar besteedt haar vrije tijd het liefst aan haar zoontje Xavier van vier jaar. Met de vader van Xavier is ze niet meer samen, maar ze heeft inmiddels nieuw geluk gevonden bij Timo, een Nederlander die ook al jaren op Ibiza woont en die eigenaar is van een succesvolle club.

Maar dan zet een onverwachte gebeurtenis haar leven op scherp. Rosa begint zich af te vragen of ze Timo wel echt goed kent en of ze samen verder kunnen. En wie is de afzender van de onheilspellende berichten die ze krijgt? Wanneer ook Xavier betrokken wordt in de dreigementen, is er geen tijd meer te verliezen en zal de dader gevonden moeten worden. Maar hoe meer Rosa ontdekt, hoe meer zich de vraag opdringt of ze wel de juiste personen in vertrouwen neemt…

Recensie
Na haar carrière is de reiswereld begon Linda van Rijn, pseudoniem van een tot nu toe nog steeds onbekend gebleven auteur, in 2011 met schrijven. In dat jaar debuteerde ze met Last minute en sindsdien schrijft ze minimaal twee boeken per jaar. Haar vakantiethrillers spelen zich allemaal af op bestemmingen waar ze zelf is geweest. Ze heeft eveneens een aantal minithrillers geschreven en onder het alias Sandrine Jolie een aantal erotische thrillers. Ibiza Club is haar jongste thriller en verscheen begin april 2020. De meeste van haar boeken belanden in de Bestseller 60.

Rosa van Leeuwen, beter bekend als DJ RedLion, is dertig jaar en met haar muziek heeft ze wereldwijd een groot succes. Ze woont al een geruime tijd op Ibiza, waarvan de laatste paar jaar in een luxe villa. Buiten haar werk, waar ze enorm van houdt, geeft ze er de voorkeur aan om niet in de schijnwerpers te staan. Ze is het liefst bij haar vierjarig zoontje Xavier en haar vriend Timo, die eigenaar van een goedlopende club is. Dan krijgt Rosa een aantal berichten die haar leven op z’n kop zetten, ze weer daarna niet meer wie ze wel en niet kan vertrouwen.

De boeken van Van Rijn kenmerken zich over het algemeen door hun luchtige en pretentieloze karakter. De uitgever laat de lezer telkens geloven dat het literaire thrillers zijn (dat staat immers op de cover vermeld), maar ze lijken toch vooral geschreven te zijn om hem te vermaken, hem een paar uurtjes ontspanning geven, waar in principe helemaal niets verkeerd aan is. Dat moet dan echter wel gebeuren, want ook in Ibiza Club doet de auteur een poging dit voor elkaar te krijgen. Daarin slaagt ze maar ten dele.

Het grootste deel van het verhaal wordt namelijk in beslag genomen door een veel te uitgebreide kennismaking met Rosa, haar relatie met Timo, maar ook die die met Matteo, de vader van Xavier. De thrillerelementen blijven in het maar achttien hoofdstukken tellende boek zo goed als achterwege. In de eerste zes probeert Van Rijn er nog wel wat spanning in te brengen, maar een paar zinnetjes zijn veruit te weinig om dat voor elkaar te krijgen. Vervolgens duurt het tot hoofdstuk veertien voordat ze een nieuwe poging waagt, waarin ze overigens hopeloos faalt. Uiteindelijk is het spanningsveld in het voorlaatste hoofdstuk, dat tevens het meest boeiende van het verhaal is, het grootst. Een kinderhand is gauw gevuld, zullen we maar zeggen.

Wat de auteur wel goed over weet te brengen is het gevoel van onmacht dat Rosa op een gegeven moment heeft. In de diverse media verschijnen verschillende nepberichten, ze kan hier echter niets tegen doen, behalve ze ontkrachten. Wie in de publieke belangstelling staat, is in dergelijke situaties blijkbaar altijd een slachtoffer. Hoewel iedereen feitelijk wel weet dat Ibiza een party-eiland bij uitstek is, weet de auteur dit ook redelijk goed weet te geven. Voor het overige is het wat visualisatie betreft allemaal wat oppervlakkig en laat het bij de lezer geen diepe indruk achter.

Net als al haar andere boeken heeft Van Rijn Ibiza Club met een vlotte pen geschreven en uit alles blijkt dat het haar alleen maar bedoeld is voor vermaak. Het heeft namelijk geen diepgang, geen mooi geformuleerde zinnen en op sommige punten is het zelfs voorspelbaar. Helemaal niet erg voor een boek dat enkel ter ontspanning dient, maar door het ontbreken van iedere vorm van spanning is het echter wel thrilleronwaardig.

Waardering: 2/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Linda van Rijn
Titel: Ibiza Club

ISBN: 9789460687556
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2020

Leven of dood – Michael Robotham


Beschrijving
Audie Palmer zit tien jaar gevangenisstraf uit voor een gewapende overval waarbij vier mensen omkwamen. Zeven miljoen dollar is nooit teruggevonden. Alleen Audie weet waar het geld is.

In de gevangenis is hij geslagen, neergestoken en bedreigd doorbewakers en medegevangenen die allemaal op het geld uit zijn. Maar dan verdwijnt Audie de dag voor hij vrijkomt. Iedereen jaagt op hem, maar Audie heeft één doel: hij moet een leven redden voor het te laat is…

Recensie
Op zijn twaalfde wist Michael Robotham al dat hij schrijver wilde worden. De journalistiek zag hij als het ideale vakgebied om deze behoefte te bevredigen. Hij reisde in die professie de wereld rond, ontmoette heel veel mensen en schreef mooie verhalen. Desondanks wilde hij meer, en dat was het schrijven van boeken. Hij werd ghostwriter van meer dan tien autobiografieën en ontdekte toen dat hij de discipline had om ook eigen boeken te gaan schrijven. Dus debuteerde hij in 2003 met De verdenking, het eerste deel van een serie met Joseph O’Loughlin. Daarnaast schrijft hij ook standalones, waaronder Leven of dood, dat in 2015 is verschenen.

Eén dag voordat Audie Palmer wordt vrijgelaten uit de gevangenis, hij heeft er dan tien jaar opzitten, ontsnapt hij. Hij was veroordeeld voor een overval waarbij vier mensen zijn omgekomen en zeven miljoen dollar is ontvreemd. Hij is de enige die nog weet waar dat geld gebleven is. In de gevangenis werd hij regelmatig lichamelijk en geestelijk mishandeld, zowel door andere gevangenen als door bewakers. Na zijn ontsnapping wordt er met man en macht op hem gejaagd, maar heeft iedereen wel goede bedoelingen? Audie heeft echter een missie en dat is het redden van één leven.

Is het nodig dat een thriller zo is geschreven dat de vonken ervan afspatten? Dat het een zinderende spanning heeft? De een zal daarop een bevestigend antwoord geven, de ander zal zeggen dat dit niet altijd zo hoeft te zijn. Er zijn immers verschillende soorten spanning. Leven of dood is er in ieder geval een waarin die spanning niet direct meetbaar is. Het grootste deel van het verhaal heeft bijzonder veel weg van een roman, weliswaar een wat spannendere, maar dat het een thriller is, kan niet met stellige overtuiging worden gezegd. Pas tegen het eind van het verhaal, en dan in het bijzonder in de ontknoping, steekt die spanning de kop op. Maar, en dat moet zeker worden gezegd, er is vanaf het begin wel een soort van spanning aanwezig. De lezer voelt aan dat er wat gaat gebeuren, dat er in het verleden wat gebeurd is wat blijkbaar niet door de beugel kon en dat Audie wat van plan is. Maar was dat is, wordt pas gedurende de plot, en dan ook nog eens heel geleidelijk, pas duidelijk.

Wat het verhaal zonder meer doet, is intrigeren. Het boeit vanaf de eerste tot en met de laatste letter. De diverse perspectiefwisselingen, het door middel van herinneringen steeds meer uit de doeken doen van de voorbije gebeurtenissen, de erg goede uitwerking van de personages en de regelmatige plotwendingen zijn daar onder andere debet aan. Daarnaast is de auteur er een meester in om zowel de situaties als de omgeving beeldend te beschrijven. Zo maakt hij de lezer bijvoorbeeld deelgenoot van het keiharde leven in een gevangenis en dat een gevangene zich er zo goed als niet kan handhaven zonder door een andere gevangene in bescherming genomen te worden.

Het grootste deel van het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Audie, je leert hem dus het beste kennen. Uit alles blijkt dat hij een doorzetter is, dat hij erop gebrand is zijn missie te volbrengen. Het kan daarom ook niet anders dan dat de lezer een enorme sympathie voor hem krijgt. Twee andere personages, FBI-agent Desiree Furness en de moordenaar Moss Webster, roepen diezelfde genegenheid op. Ze worden alle drie, hoe uiteenlopend hun achtergrond ook is, als mens neergezet. Iets dat van een aantal anderen niet gezegd kan worden.

Zoals hiervoor al even gememoreerd, bevat de ontknoping de meeste spanning. Het tempo is dan aanzienlijk en als lezer kun je nu écht op het puntje van de stoel gaan zitten. De auteur heeft het allerbeste overduidelijk voor de finale bewaard, terwijl het boek op zich al ijzersterk is. Of Robotham zichzelf met Leven of dood overtroffen heeft, is moeilijk te zeggen. Maar een meesterwerk is het wel degelijk.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Michael Robotham
Titel: Leven of dood

ISBN: 9789023498001
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2015

De plotters – Un-Su Kim


Beschrijving
Het gaat niet om degene die de trekker overhaalt, maar om wie er áchter degene staat die de trekker overhaalt – de plotters, de masterminds in de schaduw.
Als kleine jongen werd Reseng geadopteerd door de misdadiger Oude Wasbeer. Ze woonden in diens bibliotheek, omringd door boeken die niemand ooit las, waar het krioelde van de moordenaars, huurlingen en premiejagers.
Met deze achtergrond is Reseng voorbestemd voor een toekomst als huurmoordenaar. Tot hij de regels breekt. Hij ontmoet een drietal jonge vrouwen: een winkelbediende, haar rolstoelgebonden zus en een loensende obsessieve breister. Zullen deze vrouwen hem bevrijden van zijn lot? Of is Reseng de volgende op de dodenlijst? Wie zal er dan voor zijn katten zorgen? Wie plaatste de bom in zijn toilet? En hoeveel bier moet hij drinken om te zorgen dat hij alles vergeet?

Recensie
De Zuid-Koreaanse auteur Un-Su Kim is een van de meest gezochte schrijvers op internationale boekenmarkten. Zijn bekendheid dankt hij vooral aan zijn in 2010 geschreven literaire thriller De plotters, dat zes jaar later in Frankrijk werd uitgebracht, op de shortlist van de Grand Prix de Literature Policière werd geplaatst en vervolgens wereldwijd de aandacht trok van redacteuren van grote uitgeverijen. Begin 2020 verscheen het boek in een Nederlandse vertaling en de filmrechten zijn inmiddels verkocht aan The Ink Factory.

De 32-jarige Reseng is op jonge leeftijd geadopteerd door een man die De Oude Wasbeer wordt genoemd. Hij groeit op in diens bibliotheek, leert zichzelf lezen en wordt op latere leeftijd huurmoordenaar, net als degenen met wie hij jarenlang heeft samengeleefd. Regelmatig voert hij zijn opdrachten uit, maar als hij weer een moord moet plegen doet hij dat tegen alle regels in op zijn eigen manier. Vanaf dat moment lijkt het erop dat hij zelf op een dodenlijst is beland en is hij zijn leven niet meer zeker.

In werkelijkheid is Zuid-Korea een van de veiligste landen van Azië. De plotters doet echter anders vermoeden, want hierin lijkt het alsof het land wordt geregeerd door criminelen en huurmoordenaars. Ze hebben een eigen bedrijfstak die nog lucratief blijkt te zijn ook. Er is echter ook een keerzijde, want niemand lijkt er zeker van te zijn om in leven te kunnen blijven, zelfs de man of vrouw die de opdracht krijgt om een moord te plegen niet. Desondanks heerst er geen angstcultuur, iedereen gaat op een vrij normale manier met elkaar om. Een goed voorbeeld daarvan is het eerste hoofdstuk, hoewel er eerlijkheidshalve wel bij gezegd moet worden dat het slachtoffer niet weet dat hij een doelwit is. De scheidslijn tussen een ogenschijnlijk vriendschappelijke omgang en moord is dun, heel erg dun.

Omdat het verhaal volledig vanuit het perspectief van Reseng wordt verteld, leert de lezer hem erg goed kennen. Hij is een keiharde en soms ook niets ontziende huurmoordenaar, maar in feite ontkom je er niet aan door geen genegenheid voor hem te voelen. Hij heeft namelijk ook zijn zachte, en dus goede, kanten. Reseng is opgegroeid en geschoold in de onderwereld van Seoel en als je zijn leven overziet, kun je eigenlijk niet anders dan concluderen dat hij niet beter weet, dat hij een product van zijn opvoeding is. Het is interessant en boeiend om te lezen hoe hij met zijn omstandigheden omgaat, welke keuzes hij maakt en hoe hij zich staande weet te houden in een wereld waarin concurrentie constant op de loer ligt.

Hoewel er al vanaf het begin een aantal moorden wordt gepleegd, heeft De plotters lange tijd niets weg van een thriller. De ontbrekende spanning, de soms gedetailleerde beschrijvingen en de vaak mooie dialogen wekken vooral de indruk dat het een roman is. Op ongeveer twee derde van het verhaal keert het tij volledig omdat zich een aantal onverwachte plotwendingen voordoet. Hierdoor neemt het tempo toe en pakt het nog meer dan het voor het grootste deel al deed. Het meest spectaculaire heeft Kim echter bewaard voor de korte ontknoping. In tien pagina’s schotelt de auteur de lezer meer actie en spanning voor dan tijdens alle voorgaande bladzijden. Gedurende de plot, waarin de nieuwsgierigheid van de lezer licht op de proef wordt gesteld, heeft Kim overduidelijk naar deze climax toegewerkt.

In een aangename en vaak beeldende schrijfstijl weet de auteur de lezer van begin tot eind te boeien. De plotters, mooi vertaald door Valérie Janssen, is een enigszins duistere, ongewone en verrassende thriller met bijzondere, maar meeslepende personages.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Un-Su Kim
Titel: De plotters

ISBN: 9789400511637
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2020

Het grote foute jongensboek – Rob Hoogland & Arthur van Amerongen


Beschrijving
In korte dialogen, maar ook in langere verhalen passeren alle denkbare onderwerpen de revue: de wereld van de media, drank & drugs,voetbal en sport in het algemeen natuurlijk, de grachtengordel, popmuziek, meisjes, politiek, literatuur, misdaad, leven & dood…

Recensie
Arthur van Amerongen heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw vooral als correspondent in het Midden-Oosten gewerkt, vervolgens was hij verslaggever in Latijns-Amerika en tegenwoordig is hij columnist bij De Volkskrant en HP De Tijd. Rob Hoogland begon zijn journalistieke carrière bij Het Noordhollands Dagblad, waar hij sportverslaggever was. Vanaf 1976 was hij werkzaam bij De Telegraaf, waarvoor hij tot aan zijn pensionering een dagelijkse column schreef. Beide journalisten hebben afzonderlijk diverse boeken geschreven. In het voorjaar van 2017 verscheen hun eerste gezamenlijke uitgave Het grote foute jongensboek.

Van Amerongen en Hoogland leerden elkaar pas goed kennen via Facebook en Twitter, waar ze regelmatig met elkaar chatten. Tijdens een van die sessies besloten ze om samen een boek te schrijven waarin ze diverse onderwerpen ter sprake brengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan voetbal, seks, drank en drugs, social media, de islam, de religie in het algemeen, en nog zoveel meer. Tijdens hun dialogen nemen ze geen blad voor de mond en zeggen onverholen wat ze ergens van vinden. De auteurs geven aan dat het een boek voor 50.000 boze blanke linkse mannen die allemaal werken is.

De ideeën voor Het grote foute jongensboek zijn op Facebook ontstaan en daar is in de gedrukte versie alles van te merken. Het boek is opgezet als een tweegesprek, waarin beide heren afwisselend aan het woord zijn. De ene keer is dat wat korter dan de andere keer, maar een dialoog is er zonder meer. Dit gaat gepaard met de nodige zelfspot en sarcasme, humor is ze blijkbaar niet vreemd, maar behalve dit kunnen ze ook nog wel eens grof voor de dag komen. Niet iedereen die in dit boek genoemd wordt, zal dit waarschijnlijk in dank afnemen. Want wat ze zeggen kan soms ronduit beledigend overkomen, en dat alles zo goed als zeker gebracht als een vorm van satire. Je zult echter maar genoemd worden. Dan is het de vraag of je het als dusdanig ervaart.

Het zijn overigens niet alleen korte onderlinge dialogen, het komt namelijk ook regelmatig voor dat een van de heren een anekdote vertelt. Over wat ze hebben meegemaakt of wat ze zich nog herinneren. Dit zijn over het algemeen de meest interessante en boeiendste onderdelen van het boek. Een voorbeeld hiervan is het stukje over Albino en Amalia, een oud echtpaar dat in de Algarve woont. Een ander opmerkelijk verhaaltje is de besnijdenis van Hoogland. In geuren en kleuren vertelt hij hier het een en ander over, waarbij de lezer er niet raar van op moet kijken als dit enigszins is aangedikt.

Van enige lijn in het boek is niets te bespeuren. Van Amerongen en Hoogland springen van de hak op de tak. Dit is niet hinderlijk, omdat dit boek geen structuur hoeft te hebben. Het is immers geen roman waar een kop en een staart aan moet zitten. Het komt er in feite op neer dat het vooral herinneringen van twee mannen op leeftijd zijn. Soms denken ze daar met een goed gevoel op terug, soms ook weer niet. En met regelmaat wekt hun samenspraak de indruk dat ze twee seksueel gefrustreerde mannetjes zijn die hun jeugd nog niet helemaal achter zich hebben gelaten. Maar, en daar is voor een groot deel ongetwijfeld ook weer sprake van, het zal allemaal weer aardig opgeblazen zijn. En dat is het probleem in dit boek, het is lastig in te schatten wat écht klopt en wat aanzienlijk overdreven is. Een ding is in ieder geval zeker, Het grote foute jongensboek is niet voor iedereen weggelegd.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Rob Hoogland & Arthur van Amerongen
Titel: Het grote foute jongensboek

ISBN: 9789020633511
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2017

De held – Lee Child


Beschrijving
In zijn eerste non-fictie-uitgave onderzoekt Lee Child, auteur van de wereldwijd succesvolle Jack Reacher-serie, het belang en het doorzettingsvermogen van helden.

Child laat ons niet alleen zien dat deze eeuwenoude mythen een fundamenteel onderdeel zijn van onze mensheid, maar dat onze wereld er nog steeds door beïnvloed en gevormd wordt – juist in een tijd waarin we dat meer nodig hebben dan ooit.

Van het stenen tijdperk tot de Griekse tragedies en van Shakespeare tot Robin Hood: Child neemt je mee langs alle grote helden – inclusief zijn eigen held, Jack Reacher.

Recensie
Lee Child, een pseudoniem voor Jim Grant, is vooral bekend geworden door zijn langlopende serie rond Jack Reacher, een voormalig majoor van de Amerikaanse militaire politie. Daarnaast heeft hij eveneens een aantal korte verhalen geschreven en nu staat er ook een non-fictie op zijn naam. Dat is het eind februari 2020 verschenen essay De held, waarin hij een antwoord probeert te geven op de vraag wat een held is, maar ook wat een held kenmerkt en waarom de een wel en de ander niet als zodanig wordt beschouwd.

Van de Griekse tragedies tot Robin Hood en James Bond.

Wie deze tekst op de cover van De held leest, denkt al gauw dat Child in zijn essay een aantal personages uit de oudheid, uit verhalen, uit films en ook boeken bespreekt. De lezer verwacht dat hij dieper op hen ingaat, wat hen gemaakt heeft tot wat ze zijn. Waarom ze voorop gaan in hun strijd, waarom ze ergens in uitblinken of waarom ze bereid zijn zichzelf op te offeren voor een groter doel. Achteraf kan echter worden geconcludeerd dat deze verwachting zo goed als niet opgaat. Alleen de Engelse volksheld Robin Hood heeft de eer gekregen dat de auteur wat dieper op zijn status ingaat. De rest komt er nogal bekaaid vanaf, James Bond, een van de meest aansprekende spionageheld uit Groot-Brittannië, komt zelfs helemaal niet aan bod, hoewel wel gezegd moet worden dat Ian Flemings Dr. No terloops wel even wordt genoemd.

Child heeft een relatief lange inleiding nodig om het woord ‘hero’ etymologisch te verklaren, waarbij hij begint met de klaproos. En passant neemt hij de Duitse chemicus Felix Hoffmann mee, zet hij de evolutie van de mensheid nogal omslachtig uiteen en maakt daarbij regelmatig gebruik van een rekensom met de generatie vrouwen van zijn moederskant als voorbeeld. Pas tegen het eind van zijn relaas, de lezer heeft inmiddels hoofdstuk zeven bereikt (het essay kent er negen), komen de eerste personages die als held beschouwd kunnen worden om de hoek kijken. Dat gebeurt in een erg kort hoofdstuk en het aantal besproken oudheidkundige helden is zeer beperkt. In het slothoofdstuk gaat de auteur summier op het woord held in, maar ook in welke context het tegenwoordig nog wel eens wordt gebruikt.

Hoewel het er aanvankelijk op lijkt dat de auteur er van alles bijhaalt wat op het moment van schrijven in zijn gedachten opkwam, zit er toch een bepaalde lijn in zijn uiteenzetting. De rode draad die hij daarbij hanteert, is vooral van etymologische aard en daarbij is het in zijn ogen noodzakelijk om bij de Griekse oudheid te beginnen, een paar zijwegen bewandelt om vervolgens met een aantal voorbeelden en met het ventileren van zijn gedachtegang te eindigen in de huidige tijd. De held, in een vertaling van Jan Pott, moet dan ook zeker niet gezien worden als een lofzang op de fictieve held. Het is hoofdzakelijk Childs persoonlijke visie op dit misschien wel wonderbaarlijke fenomeen.

Waardering: 2/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Lee Child
Titel: De held

ISBN: 9789024589258
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2020

Daar waar de rivierkreeften zingen – Delia Owens


Beschrijving
Kya Clark is in haar eentje opgegroeid in het moeras van Barkley Cove in North Carolina, afgesloten van de bewoonde wereld. Om zichzelf te onderhouden ruilt ze vis, en groenten uit haar moestuin voor andere levensmiddelen. Ze voelt zich er thuis, beschouwt de natuur als haar leerschool. Maar als ze in aanraking komt met twee jongemannen uit de stad ontdekt ze dat er ook een andere wereld is. Wanneer een van hen dood wordt gevonden, valt de verdenking onmiddellijk op Kya.

Recensie
Terwijl Delia Owens nog opgroeide, gaf haar moeder haar het advies om later de wildernis in te trekken. Dit nam ze ter harte en na haar studie biologie vertrok ze naar Afrika, waar ze tientallen jaren tussen de wilde dieren, maar ook in afzondering leefde. Dit inspireerde haar om een roman te schrijven waarin isolement, vooral dat van een vrouw, een belangrijke factor is. Dat werd Het moerasmeisje, dat in oktober 2018 is verschenen en begin 2020 opnieuw werd uitgegeven onder de titel Daar waar de rivierkreeften zingen.

Kya Clark is nog maar zes jaar oud als haar moeder, broers en zussen uit haar leven verdwijnen. Ze blijft achter met haar agressieve en aan alcohol verslaafde vader. Dan komt hij op een dag ook niet meer terug en is Kya op zichzelf aangewezen. Ze woont in een vervallen hutje in het moeras en weet zich goed in leven te houden. Later ontmoet ze twee wat oudere jongens en een van hen wordt een paar jaar later dood aangetroffen. Kya is de eerste en eigenlijk enige verdachte, maar komt dat niet vooral omdat mensen een vooroordeel over haar hebben?

Dat Owens een achtergrond als biologe heeft, is al vanaf het prille begin van het verhaal te merken. Zorgvuldige en gedetailleerde beschrijvingen van natuur en dier. Ze doet dit echter zeer gedoseerd, want nergens krijgt de lezer het gevoel dat er een overdaad aan informatie is. Het geeft vooral weer hoe Kya haar leven in het moeras beleeft, samen met de dieren en planten. Door de manier waarop de auteur dit geschreven heeft, is het beeldend, bijna filmisch. Alsof je je als lezer zelf ook in het moeras bevindt en, net als Kya, één bent met de natuur en de omgeving. Ook is het niet moeilijk om je de gevoelens van het moerasmeisje, zoals Kya wordt genoemd, voor te stellen.

Naast het verhaal van Kya, dat in 1952 begint, heeft Daar waar de rivierkreeften zingen, ook nog een andere verhaallijn. Deze laatste speelt zich vooral in 1969 af en vangt aan met de vondst van het ontzielde lichaam van de jonge dorpsbewoner Chase Andrews en vervolgens het onderzoek naar zijn dood. Het grootste deel van het verhaal is echter weggelegd voor Kya, want de lezer maakt mee hoe zij van een jong zesjarig meisje uitgroeit tot vrouw. Beide verhaallijnen zijn interessant en boeiend, maar wel op hun eigen manier. Dat van Kya is vooral een prachtige roman, dat van het onderzoek en wat daaruit voortvloeit, heeft veel weg van een thriller. Het is daarom ook niet zo heel erg vreemd dat het verhaal ook zijn spannende momenten heeft.

In een erg fijne, soms mooie en zonder meer toegankelijke schrijfstijl neemt de auteur de lezer mee naar verschillende decennia en is heel goed te merken dat er gedurende die tientallen jaren niet veel is veranderd in het fictieve en conservatieve stadje Barkley Cove. De rassenscheiding bestaat er nog steeds en iemand die zich anders gedraagt dan gebruikelijk wordt geacht, wordt al snel als vreemd en zonderling beschouwd. Dat Kya er in de ontknoping genadig vanaf komt, kan in dat licht bezien enigszins verrassend worden genoemd. Toch heeft diezelfde ontknoping nog een andere verrassing in petto, die doet zich voor in het laatste hoofdstuk en daardoor vallen alle puzzelstukjes op zijn plaats en blijft de lezer niet met één of meer onbeantwoorde vragen achter.

Het soms aandoenlijke Daar waar de rivierkreeften zingen is meer dan een erg goed geschreven roman. Het heeft spanning, het geeft de lezer regelmatig een goed gevoel en het toont bovendien de schoonheid van de natuur. Hoewel het voor Owens lastig zal zijn haar overweldigende debuut te overtreffen, heeft ze wel bereikt dat de lezer Kya in zijn hart sluit.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Delia Owens
Titel: Daar waar de rivierkreeften zingen

ISBN: 9789044358902
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2020