Categorie archief: Gelezen in 2024

Ik kan je redden – Sofie Delporte

Flaptekst
Een jonge lerares op de vlucht voor haar verleden probeert een nieuw bestaan op te bouwen in een stad aan zee. Wanneer ze een charismatische muzikant ontmoet, denkt ze haar kans op geluk gevonden te hebben. Ze heeft het mis.

Inspecteur Olivia Leroy is recent overgestapt naar het Bureau Vermiste Personen. Ze worstelt met zichzelf, haar liefdesleven en de rest van de wereld. Als in de Polders het lichaam van een onbekende vrouw wordt opgegraven, krijgt ze de opdracht het slachtoffer te identificeren. Ze bijt zich vast in de zaak, erop gebrand zich te bewijzen, maar er zijn amper aanknopingspunten en elk spoor loopt dood. Dan wordt in de buurt een tweede lijk gevonden. Terwijl de moordsectie focust op het vinden van de dader, blijft Olivia koppig haar eigen onderzoek voeren. Dat wordt haar niet door iedereen in dank afgenomen. Om de slachtoffers hun namen terug te geven en ervoor te zorgen dat de moordenaar niet vrijuit gaat, zal Olivia haar eigen blinde vlekken onder ogen moeten zien.

Recensie
In het dagelijkse leven is Sofie Delporte bibliothecaresse, maar daarnaast gepassioneerd door het schrijven zelf. Bij het Gentse Schrijverscollectief schreef ze enkele kortverhalen en nadat ze een lezing bijwoonde van een politiefunctionaris van de Cel Vermiste Personen (een onderdeel van de Belgische federale politie) bijwoonde, besloot ze een thriller te schrijven. Ze heeft hier vervolgens vijf jaar aan gewerkt en dat heeft erin geresulteerd dat in mei 2023 Ik kan je redden werd uitgebracht. Dit is het eerste deel van een serie met inspecteur Olivia Leroy in de hoofdrol.

Inspecteur Olivia Leroy werk sinds kort bij de dienst Cel Vermiste Personen van de Gentse politie en krijgt de taak om de identiteit van een vermoorde jonge vrouw te achterhalen die in de Polders is gevonden. Door gebrek aan informatie boekt ze echter nog weinig resultaat. Niet veel later wordt een tweede lichaam gevonden, en ondanks dat ze zich niet met het oplossen van de moord mag bemoeien, blijft Olivia zich, tegen de zin van anderen, met de zaak bemoeien. Ze is namelijk vastberaden om de naam van de slachtoffers te achterhalen en de moordenaar er niet mee weg te laten komen.

In dit debuut maakt de lezer kennis met inspecteur Olivia Leroy en merkt daarbij al snel dat ze een verleden én persoonlijke problemen heeft. Het fijne hiervan komt in de plot echter niet naar voren, dus blijft er in feite een zweem van geheimzinnigheid rond haar persoon zweven. Wellicht dat de auteur hier in een vervolgdeel op terug gaat komen, maar alvast een tipje van de sluier oplichten was prettig geweest, vooral omdat haar doen en laten dan beter begrepen zou worden. Nu komt ze over als nogal eigenzinnig, als een buitenbeentje en als iemand die het niet zo nauw neemt met de politievoorschriften. Aan de ene kant heeft dit natuurlijk wel iets, maar aan de andere kant is dit ook behoorlijk cliché, er zijn veel thrillers waarin een protagonist soortgelijke eigenschappen heeft.

Na een korte proloog die zonder meer nieuwsgierig maakt, wisselen heden en verleden elkaar af. Dit verleden begint twee jaar eerder en verloopt chronologisch. Hierdoor krijg je inzicht in wat er in het leven van muzikant Tristan De Raeve en zijn vrouw Tess gebeurt. Hoewel je wel in de gaten hebt dat niet alles rozengeur en maneschijn is, is de spanning niet bepaald om te snijden. Wat dat betreft is het allemaal een nogal tamme bedoening. Dit geldt eveneens voor de diverse onderzoeken waar Leroy en haar collega’s zich mee bezig houden. Weinig sprankelende momenten waarbij de vorderingen heel gestaag verlopen en het aantal verrassende en/of onverwachte wendingen niet zo heel erg groot is.

De gebeurtenis uit de inleiding blijft de lezer op de achtergrond een klein beetje bezighouden, je vraagt je voortdurend af wat dit met de rest van de plot te maken heeft. In het laatste hoofdstuk komt hier duidelijkheid over en pas dan wordt je nieuwsgierigheid bevredigd. Ondertussen speelt Delporte op veilig, want erg veel situaties zijn nogal standaard voor een politiethriller. Dit geldt eveneens voor het gedrag van veel personages en een aantal dialogen. Niet vervelend, maar heel erg onderscheidend is het evenmin. Bovendien is het verhaal op enkele vlakken nogal voorspelbaar, een oplettende lezer weet op voorhand hoe gereageerd gaat worden, hoe onderlinge verhoudingen zich gaan ontwikkelen en wie voor de moord(en) verantwoordelijk is.

Ondanks de genoemde kritische noten is dit debuut zeker niet onaardig. Het boek leest uitermate vlot, is niet bijster ingewikkeld en zorgt voor enkele ontspannen uurtjes. De auteur mag in de komende delen wel iets minder braaf zijn en de personages meer een eigen gezicht geven. Nu is het vooral veel dertien in een dozijn. Ik kan je redden is daarom niets meer of minder dan een aardig en middelmatig begin, waarin wel aangetoond wordt dat Deporte een verhaal kan schrijven.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Sofie Delporte
Titel: Ik kan je redden

ISBN: 9789464759341
Pagina’s: 416
Eerste uitgave: 2023

Dochters van Kiev – Erin Litteken

Flaptekst
In 1929 leidt de zestienjarige Katya nog een onbezorgd leven; ze wordt omringd door familie en is verliefd op haar buurjongen. Maar Stalins plan om Oekraïne, de graanschuur van Europa, in te lijven bij het communistische collectief roept een afschuwelijke hongersnood over het land af. Buren verdwijnen, voedsel wordt schaars en verzet wordt betaald. Toch lonkt er zelfs in de donkerste tijden liefde voor Katya.

Zeventig jaar later. Omdat Katya’s kleindochter Cassie jong weduwe is geworden, trekt ze tijdelijk bij haar oma in. Daar ontdekt ze het dagboek van haar grootmoeder, dat het schokkende verhaal achter haar familie onthult: een verhaal over hoop, doorzettingsvermogen en liefde onder de meest barre omstandigheden.

Recensie
Het in 2022 verschenen debuut Dochters van Kiev van Erin Litteken is geïnspireerd op de verhalen die haar bij hen inwonende Oekraïense overgrootmoeder haar vertelde toen ze nog een kind was. Ze raakte hierdoor zodanig gefascineerd dat ze op latere leeftijd de geschiedenis van deze verhalen ging onderzoeken om antwoorden te vinden op de vele vragen die haar hierover bezighielden. Hoewel alle personen die in de roman voorkomen fictief zijn, representeren ze wel wat de toenmalige bewoners van Oekraïne aan het eind van de jaren twintig en begin jaren dertig van de vorige eeuw hebben moeten doormaken.

Aan het gelukkige leven van de jonge Katya komt een abrupt eind als de Russische dictator Jozef Stalin begin 1930 besluit om Oekraïne in te lijven bij het communistische collectief. Omdat de bevolking alles wordt afgenomen, ontstaat er een verschrikkelijke hongersnood die miljoenen levens heeft gekost. Ondanks deze ellende is er voor Katya ook veel liefde. Ruim zeventig jaar later, ze woont inmiddels in de VS, komt haar kleindochter Cassie, die een jaar eerder weduwe geworden is – tijdelijk en ter ondersteuning – bij haar wonen. Cassie vindt het dagboek van haar grootmoeder en komt erachter wat Katya destijds allemaal heeft doorstaan.

De roman heeft twee verhaallijnen en wordt daardoor vanuit evenzoveel perspectieven verteld. In het heden (2014) is dat Cassie en in het verleden (eind 1929 en het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw) door Katya. Er is echter één overeenkomst, namelijk de grootmoeder van eerstgenoemde. Zij is niet alleen de jonge vrouw uit de flashbacks, maar eveneens Cassie’s oma. De strekking van beide subplots verschillen echter aanzienlijk, want het deel dat zich in Oekraïne afspeelt gaat vooral over de mensonterende verschrikkingen die zich in die periode hebben voorgedaan. Een tamelijk onbekende geschiedenis waar je niet vrolijk van wordt en die onomwonden duidelijk maakt dat de bevolking van het land enorm te lijden heeft gehad.

Behalve de ontberingen heeft Litteken ook ruimte ingebouwd voor een grote hoeveelheid romantiek, zowel in het leven van Katya als in dat van Cassie. Dit levert een aantal mooie en liefdevolle scènes op, maar zo nu en dan druipt het suikerzoete er allemaal net iets te veel vanaf. Daarnaast kun je wat dit betreft veel van mijlenver zien aankomen, dus kan de lezer in zijn glazen bol heel helder zien hoe sommige verstandhoudingen en situaties er in de nabije toekomst uit gaan zien. Doorzichtig en redelijk voorspelbaar dus. Je kunt je verder afvragen of het gedrag van de twee vrouwen helemaal realistisch is wat dit thema betreft. Voor de Oekraïense kun je hier overigens nog wel een argument voor vinden, want in de eerste helft van de twintigste eeuw was alles natuurlijk heel anders.

Over het algemeen is de schrijfstijl van de auteur ongecompliceerd en oogt daardoor nogal simpel. Waarschijnlijk wil ze met eenvoudige bewoordingen duidelijk maken wat ze met haar boek wil bereiken, en daar is ze aardig in geslaagd. Dit neemt echter niet weg dat de tijdlijn zo nu en dan voor vraagtekens zorgt, niet alles lijkt namelijk te kloppen. Verder komen enkele dingen wel heel plotseling uit de lucht vallen. Litteken komt dan met een feit op de proppen waar ze het niet eerder over heeft gehad, ze gaat er dan van uit dat de lezer hiervan op de hoogte is. Een voorbeeld daarvan is de longontsteking die Bobby (een verbastering van het Oekraïense woord babusya, dat grootmoeder betekent) heeft. Pas ver in de plot blijkt ze hier opeens last van te hebben.

Dochters van Kiev, dat gezien de huidige ontwikkelingen met Rusland en Oekraïne enigszins actueel is, geeft een dubbel gevoel. Aan de ene kant is het aangrijpend en verhelderend, aan de andere kant betrekkelijk naïef, maar een straf om te lezen is de roman nou ook weer niet.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Erin Litteken
Titel: Dochters van Kiev

ISBN: 9789402711271
Pagina’s: 368
Eerste uitgave: 2022

De flessentrekker – Ilja Gort

Flaptekst
Maxim Dupont vervalst kostbare wijnen. Hij doet dat op een geniale manier en wordt de rockster van de wijn. Op het toppunt van zijn roem krijgt hij een affaire met Claudine, de eigenares van een vooraanstaande wijnwinkel. Beiden blijken een dubbele agenda te hebben. Toch worden ze partners in crime en gaan de strijd aan met een machtige organisatie uit de hoogste regionen van Frankrijk die op veel grotere schaal wijnen vervalst.

Recensie
Ilja Gort was, en is eigenlijk nog steeds, een veelzijdig man die er een groot aantal passies op na houdt. Voor 2000 was hij actief in en met muziek, maar vanaf dat jaar legde hij zich toe op het produceren van wijn en het schrijven van boeken. Als auteur debuteerde hij in 2004 met het inmiddels vele malen herdrukte boek Leven als Gort in Frankrijk. In De flessentrekker, zijn nieuwste roman die twintig jaar later is verschenen, is het vervalsen van wijnen het belangrijkste thema en is derhalve gebaseerd op enkele bekende wijnfraudezaken.

De jonge en gesjeesde student Maxim Dupont ontdekt bij zichzelf een gave die hem veel roem en rijkdom kan brengen: het vervalsen van kostbare en soms zeldzame wijnen. Zijn vriendschap met de ongeveer even oude Claudine d’Hollosy, eigenares van een gerenommeerde wijnwinkel, komt hem daarbij goed van pas en beiden nemen het niet zo nauw met de geldende regels. Op een dag ontmoet Dupont de charismatische Bernard de Rochemorin, waarna hij zich aansluit bij diens organisatie. Claudine ontdekt dat deze man op nog grotere schaal wijnen vervalst en gaat samen met Maxim de strijd met hem aan.

Meteen in het eerste hoofdstuk maakt de lezer kennis met Maxim Dupont, die qua uiterlijk wel heel veel weg heeft van Gorts nog erg jonge kleinzoon Charlie. Het verhaal wordt dan ook grotendeels vanuit zijn perspectief verteld en daardoor krijg je, overigens zonder dat de auteur erg veel over Duponts achtergrond uitweidt, een vrij goed beeld over hem en zijn bezigheden. Ook hierbij blijft Gort – en gelijk heeft hij – dicht bij zichzelf, want net als zijn hoofdpersonage is hij gepassioneerd door wijn, heeft hij veel met Bordeaux en is de achternaam d’Hollosy niet geheel onbekend voor hem. Daarnaast zijn enkele locaties en activiteiten die in het boek beschreven worden herkenbaar uit zijn televisieprogramma Gort over de grens. Hierdoor komen diverse omstandigheden zonder meer waarheidsgetrouw over.

Dit laatste geldt in iets mindere mate voor de plot, ondanks dat het vervalsen van kwaliteitswijnen wel degelijk voorkomt en dit een lucratieve onderneming is waarmee een dik belegde boterham te verdienen valt. Er zijn namelijk verschillende situaties die nogal onrealistisch zijn en waarbij het overduidelijk is dat Gort alle registers opentrekt om de lezer een vermakelijk verhaal voor te schotelen. Hierin is hij zonder meer geslaagd, want de vele aangelegenheden vervelen geen moment. Het tempo ligt voortdurend hoog, er gebeurt meer dan voldoende en diverse scènes neigen zelfs naar het absurdistische. Het zal en kan dan ook niemand verbazen dat in dit boek humor een belangrijke plaats inneemt.

De schrijfstijl van de auteur is bijzonder vlot, ongecompliceerd, erg beeldend en helemaal in de lijn van Gort. Een goed voorbeeld van dit laatste is een mooie en levensechte beschrijving van het proeven van alleen maar één slok wijn. Het verhaal begint nog heel ‘gewoon’ en bedaard, maar gaandeweg de plot en betrekkelijk geleidelijk neemt de spanning zienderogen toe. Om uiteindelijk te eindigen in een nogal drastische, onverwachte, maar eveneens ongeloofwaardige ontknoping. In die slotfase volgt alles elkaar wel heel snel op, het lijkt dan alsof er tussentijds niets voorgevallen is. Dit wekt de indruk dat er rap een eind aan gebreid moest worden, wat waarschijnlijk absoluut niet het geval geweest is.

Hoewel De flessentrekker over het geheel genomen wel oppervlakkig is, komen de frauduleuze handelingen met wijn prima naar voren. Dit doet Gort op een luchtige en onderhoudende manier, waarbij de strekking van het boek langzaam verandert van roman naar thriller.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Ilja Gort
Titel: De flessentrekker

ISBN: 9789083343280
Pagina’s: 250
Eerste uitgave: 2024

Diepe rivier – Shusaku Endo

Flaptekst
Een groepje Japanse toeristen maakt een georganiseerde reis langs voor boeddhisten belangrijke plaatsen in India. Stuk voor stuk maken ze een crisis door in Varanasi, de voor hindoes heilige badplaats. De soldaat met zijn herinneringen aan oorlogsgruwelen, de man wiens vrouw aan kanker is overleden, de gescheiden vrouw die op zoek is naar de priester-leerling die ze verleid en vernederd heeft, de schrijver van kinderboeken die liever tegen dieren dan tegen mensen praat; allen ondergaan in de loop van de roman op de een of andere manier de kracht van de liefde die voor Endo God is.

Recensie
De in 1996 overleden auteur Shusaku Endo werd (en wordt wellicht nog steeds) beschouwd als een van de grootste Japanse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Hij debuteerde in 1955 met de novelles White man en Yellow river. Niet lang voor zijn overlijden verscheen in 1995 diens roman Diepe rivier (1994) in een Nederlandse vertaling. Hierin is religie, net als in zijn overige werk trouwens, een belangrijke rode draad.

Een groep Japanse toeristen vertrekt om uiteenlopende redenen voor een reis naar India. Aan de oever van de heilige rivier de Ganges vertelt hun reisleider Enami hen het een en ander over de moedergodin Chamunda en welke rol zij heeft in het hindoeïsme. Enkele reizigers zijn echter met een doel naar het land gekomen en hopen bij deze rivier te vinden wat ze zoeken. Zal het hen lukken de rust en vrede in hun leven terug te krijgen?

Van het beperkte aantal personages waar in de roman in meer of mindere mate aandacht aan wordt besteed, worden vier van hen er voortduren uitgelicht. Dat zijn Isobe, een oudere man wiens vrouw kortgeleden overleden is. Mitsuko, een vrouw wier leeftijd in het ongewisse blijft, maar die vroeger de mannen om haar vinger wond. De derde is Numada, schrijver van kinderboeken met dieren in de hoofdrol en tevens natuurliefhebber. Ten slotte ontmoet de lezer Kiguchi, een veteraan die in de Birma-oorlog heeft gevochten. Vier volledig van elkaar verschillende personen, die door de reis met elkaar te maken krijgen en die, zonder dat ze het van de ander weten, zich eenzaam voelen en erop hopen in India de antwoorden te vinden die ze zoeken.

Doordat de auteur uitvoerig over dit kwartet vertelt, kom je vrij veel over hen en hun leven te weten. Van de een is het meer iets uit het verleden dan van de ander, maar eigenlijk hebben ze alle vier hun onzekerheden en hebbelijkheden. In ieder geval leer je hen vrij goed kennen en komt aanvankelijk niet iedereen even sympathiek over. Hun houding lijkt, zo blijkt steeds meer in de plot, voornamelijk uit een vorm van zelfbescherming te voort te komen, of bestaat bij een enkeling uit een soort starheid waarbij de Japanse cultuur een kleine rol speelt. Gaandeweg het verhaal verandert hun houding, worden ze iets socialer en komen ze hun eigen demonen onder ogen. In ieder geval vinden ze zichzelf terug en daarmee hebben ze het doel van hun onderneming min of meer bereikt.

Endo’s roman is niet de meest eenvoudige, dus de lezer zal zijn aandacht er wel bij moeten blijven houden. Toegankelijke en soms op het oog wat speelsere fragmenten worden afgewisseld met diepzinnigere stukken tekst, min of meer filosofische vragen en wat summiere informatie over zowel de hindoeïstische als christelijke religie. De vier afzonderlijke verhalen van de protagonisten zijn over het algemeen wel goed te volgen, waarbij de wijze waarop de auteur ze samen laat komen kunstig gedaan is. Alsof daar een diepere gedachte achter zit. Toch is dit ook enigszins de valkuil van het boek, want hierdoor kan het verhaal niet voortdurend boeien. Vooral enkele diepzinnigheden over het geloof zijn behoorlijk saai. Deze hebben echter niet de overhand, want alles is voornamelijk op gericht op de ontwikkeling van het viertal, en deze progressie is interessant om te volgen.

De auteur heeft er bewust voor gekozen om het kwartet in Varanasi zichzelf te hervinden, want dit is een van de vier belangrijkste pelgrimssteden van India. En Isobe, Mitsuko, Numada en Kiguchi houden in feite ook een pelgrimstocht. Hoe dit uiteindelijk zijn vruchten afwerpt, heeft Endo op een mooie en soms diepgaande manier gedaan. Daarom blijft Diepe rivier voor het overgrote deel boeien.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Shusaku Endo
Titel: Diepe rivier

ISBN: 9789053333136
Pagina’s: 252
Eerste uitgave: 1995

Solito – Javier Zamora

Flaptekst
Trip. Mijn ouders begonnen dat woord een jaar geleden als we belden heel vaak te zeggen. “Op een dag ga je een trip maken, naar ons toe. Een soort avontuur.”’

Dat avontuur blijkt een tocht van 5000 kilometer te zijn, die Javier Zamora op zijn negende maakt met een mensensmokkelaar en een paar wildvreemden. Van El Salvador via Guatemala en Mexico naar Amerika voor een hereniging met zijn vier jaar eerder gevluchte moeder en zijn vader, die hij zich amper kan herinneren.

Solito is een aangrijpend en prachtig geschreven verslag van een bijna onmogelijke reis naar het land van de Big Macs en grote dromen. Bovendien is het een verhaal over medemenselijkheid, hoop en liefde die zich op de onverwachtste momenten toont. Het is het verhaal van Javier en tegelijkertijd dat van miljoenen vluchtelingen die geen andere keus hadden dan huis en haard achter te laten.

Recensie
Toen Javier Zamora nog maar één jaar oud was, vluchtte zijn vader, vanwege de destijds heersende burgeroorlog, in 1991 van El Salvador naar de Verenigde Staten. Vier jaar later volgde zijn moeder dezelfde weg en de toen vijf jaar oude Javier werd vanaf dat moment opgevoed door zijn grootouders. Natuurlijk was het altijd de bedoeling dat de jongen met zijn ouders herenigd zou worden, maar pas in het voorjaar van 1999 werden hiertoe de eerste stappen ondernomen. Javier was negen jaar oud toen zijn lot in handen werd gelegd van mensensmokkelaars (colleros of coyotes). Via Guatemala en Mexico probeerde hij, samen met een aanzienlijk aantal andere vluchtelingen, La USA te bereiken. Het in 2023 verschenen Solito beschrijft zijn ervaringen over deze barre en negen weken durende tocht.

Zamora begint zijn memoires op het moment dat hij nog bij zijn grootouders in La Herradura, El Salvador woont. Hij beschrijft hoe hij er leeft en woont, hoe de band met zijn opa, oma en zijn tantes is. Toch wordt ook al meteen duidelijk dat de jonge Javier er enorm naar zijn ouders verlangt, hij heeft ze de laatste jaren alleen maar telefonisch gesproken en zijn vader kent hij eigenlijk alleen maar van stem en vanaf foto’s. Niet veel later gaat de onderneming dan eindelijk beginnen en komt het lot van de negenjarige volledig in handen van de smokkelaars te liggen. Een spannend en ook wel beangstigend vooruitzicht wat zo nu en dan ook wel tussen de regels door te lezen is.

Aanvankelijk lijken Javiers herinneringen nog enigszins op een romanachtige vertelling, maar hier komt al snel verandering in en merkt de lezer dat alles wat hij heeft moeten doorstaan en doormaken uit het leven gegrepen zijn. De eenzaamheid die hij soms ervaart, de gedachten die hij heeft aan zijn familie in El Salvador, de angst die hem soms overvalt, maar ook de ontberingen, de vermoeidheid en de vriendschap met en steun die hij van een aantal medevluchtelingen krijgt. Mooie ogenblikken worden afgewisseld met minder mooie, dus eigenlijk kun je het zo gek niet bedenken of alles komt wel een keer voorbij. En natuurlijk, hier valt zo goed als niet aan te ontkomen, wordt het zo nu en dan behoorlijk spannend. Dan zit je met ingehouden adem te hopen dat Javier en zijn groepje het gaan redden. In ieder geval leef je tijdens de hele onderneming met hen mee.

De auteur heeft zijn memoires zodanig geschreven dat het lijkt alsof je er zelf bij bent, alsof je de vlucht zelf eveneens onderneemt. Het tempo ligt vanaf het moment dat de trip, het woord waarmee het boek begonnen wordt, daadwerkelijk aanvangt continu in een hoge versnelling, ondanks dat er wel degelijk diverse rustmomenten zijn ingebouwd. Zo voelt het echter niet, want zelfs tijdens bijvoorbeeld een pauze gebeurt er wel iets. Zamorra heeft zijn verhaal doorspekt met Spaanse woorden en zinnen, waaruit soms wel en soms niet blijkt wat ermee bedoeld wordt. Toch misstaan ze niet, want deze woord- en zinskeuzes geven de herinneringen zonder meer de authenticiteit die bij alles past.

In de eerste plaats is Solito uiteraard het verhaal van Javier Zamora zelf, maar het is tevens een weergave van de ervaringen die in feite alle vluchtelingen hebben, ieder natuurlijk in hun eigen situatie. Een verschil is echter dat het in dit geval om de beleving van een kind gaat. De impact hiervan is wellicht anders dan die bij een volwassene. Aan het eind van het boek, het is dan 2021, vertelt de auteur heel summier welke gevolgen de ontsnapping uit zijn vaderland voor hem heeft gehad. Het schrijven van dit boek heeft voor hem in zekere zin helend gewerkt en aan de lezer wordt inzichtelijk gemaakt wat een vluchteling allemaal doorstaat, want dat is verstrekkender dan vaak wordt gedacht.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Javier Zamora
Titel: Solito

ISBN: 9789026363894
Pagina’s: 384
Eerste uitgave: 2023

Dodenweg – Olga Hoekstra

Flaptekst
Rechercheur Thomas DeLohr wordt op de zaak van twee auto-ongelukken gezet. De aanblik van het verwoeste lichaam van een van de slachtoffers confronteert hem met zijn verleden. Bij elke stap die hij zet om de puzzel te ontrafelen, raakt hij verder verwijderd van de oplossing. En dan blijken de crashes helemaal geen ongelukken. Thomas bijt zich vast in de zaak. Dat dreigt hem zijn carrière en zijn grip op het leven te kosten. Fleur Benedictus is beginnend journalist en de dochter van de beruchtste advocaat van Saksenburcht. Ze moet en zal met haar primeur over de ongelukken de voorpagina halen. Haar pad kruist dat van rechercheur Thomas DeLohr, een man die Fleur maar niet uit haar hoofd kan zetten. Haar roekeloze zoektocht naar erkenning heeft grote gevolgen, ook voor wie Fleur het meest liefheeft.

Recensie
Hoewel Olga Hoekstra altijd al verhalen wilde schrijven, heeft ze dit nooit aangedurfd. Door een nog niet gestelde vraag van haar nog niet geboren dochter overwon ze haar angst om hieraan te beginnen en dit leidde ertoe dat in 2014 haar thrillerdebuut Dodenweg, het eerste deel van de Saksenburcht-trilogie, verscheen. Met het manuscript van dit boek won ze dat jaar de Coffeecompany Book Award, een prijs die uitgereikt wordt aan auteurs die nog niet eerder iets gepubliceerd hebben.

Op een slecht onderhouden weg vinden in korte tijd enkele dodelijke auto-ongelukken plaats. Rechercheur Thomas DeLohr krijgt de leiding over het onderzoek en terwijl hij aan de zaak werkt, wordt hij regelmatig geconfronteerd met gebeurtenissen uit zijn eigen verleden. Beginnend journalist Fleur Benedictus is erop gebrand om met haar verslag over de ongelukken de voorpagina van de krant te halen, geeft DeLohr een tip dat de crashes waarschijnlijk geen ongeval zijn en dus is het onvermijdelijk dat ze vaker met hem te maken krijgt. Dit alles heeft voor hen beiden grote gevolgen.

De proloog, die zowel vanuit het gezichtspunt van een ogenschijnlijke perverseling en diens slachtoffer wordt verteld, laat het gevoel dat beiden hebben goed overkomen. En deze inleiding eindigt met een cliffhanger waardoor de lezer niet anders kan dan nieuwsgierig worden naar wat er op dat moment gebeurt. Een veelbelovend begin dus, maar daar is dan zo goed als alles mee gezegd. Het verhaal zakt hierna meteen drastisch in, want het verzandt in oeverloze prietpraat over de persoonlijke perikelen van enkele personages, lange uitweidingen over de moeizame verstandhouding die Benedictus heeft met haar redactiechef en het continu laten doorschemeren dat de ongelukken niet als zodanig beschouwd moeten worden. Niets lijkt op te schieten, maar – prettig voor de lezer – ver in de plot doet zich toch een heel lichte kentering voor: er komt plotseling schot in de zaak, waardoor de thrillerkenmerken van het boek een klein beetje zichtbaar worden. Pas in de ontknoping – dus veel te laat – heb je pas echt de indruk een spannend verhaal te lezen. Dan is er wat actie, het tempo ligt daardoor hoger en er zijn zowaar enkele interessantere ontwikkelingen.

Het aantal personages is niet zo heel erg groot, maar het merendeel van hen wordt nogal clichématig neergezet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een traumatische rechercheur die denkt zonder problemen zijn werk goed te kunnen verrichten, een eigenwijze en naïeve journalist en een dwangmatig controlerende redactiechef, die nogal vol van zichzelf is. Daarnaast is het merkwaardig dat de auteur ervoor gekozen heeft om voor de setting twee fictieve plaatsen te nemen, terwijl Rotterdam wel als bestaande plaatsnaam wordt genoemd. Ook het werkelijk bestaande NRC Handelsblad en de Volkskrant worden aangehaald, maar het lokale dagblad is de Saksenburchter Courant, waarvan de naam weer verzonnen is. Mede hierdoor (er zijn eveneens verschillende onrealistische situaties en omstandigheden) komt alles behoorlijk ongeloofwaardig en inconsequent over.

Hoekstra is bij het schrijven van dit verhaal redelijk dichtbij zichzelf gebleven, want het strafrecht (in dit geval de advocatuur) en de journalistiek – twee studies die ze zelf gevolgd heeft – maken deel uit van de plot. Hier wordt echter niet het maximale uitgehaald, overigens net als het politieonderzoek, want dat heeft een tamelijk ondergeschikte rol in het geheel. Terwijl het in feite juist hoofdzakelijk daarom zou moeten gaan.

Dodenweg, dat in een vlotte en tevens vrij simpele stijl geschreven is, eindigt met drie woorden die als cliffhanger zijn bedoeld en waaruit af te leiden valt dat op één aangelegenheid in het vervolgdeel van het drieluik sowieso wordt doorgegaan. De ontknoping en de slotzin zijn echter bij lange na niet voldoende om deze debuutthriller als een goede thriller te kwalificeren. Er is namelijk te veel op aan te merken en de uitwerking van de ideeën van de auteur, die in principe niet slecht zijn, is te mager.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Olga Hoekstra
Titel: Dodenweg

ISBN: 9789401602518
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2014

Wij – David Nicholls

Flaptekst
Douglas Petersen wordt midden in de nacht door zijn vrouw Connie gewekt met het bericht dat ze hem wil verlaten. Hun zoon Albie gaat na de zomer het huis uit om te studeren en zij vindt dat het de hoogste tijd is om te scheiden, nu hun ouderlijke taak erop zit. Douglas houdt van zijn vrouw en het vooruitzicht van een leven alleen jaagt hem angst aan. Maar hij heeft nog een kans. Er staat nog een familievakantie gepland, een Europese rondreis langs steden als Parijs, Barcelona en Amsterdam. Hij besluit dat dit de trip van hun leven moet worden: de vakantie die hen weer nader tot elkaar zal brengen, waarin hij het respect van zijn zoon en de liefde van zijn vrouw terugwint. De hotels zijn geboekt, de tickets gekocht, de route uitgestippeld. Wat kan er nu in hemelsnaam nog misgaan?

Recensie
Voormalig boekhandelaar en acteur David Nicholls heeft diverse scripts voor televisieseries en films geschreven voordat hij zich in 2003 toelegde op het schrijven van romans. In dat jaar debuteerde hij met Starter for ten (Heftig!, 2004). Ruim tien jaar later verscheen zijn vierde boek Us (Wij, 2015), waarin ouderschap en de midlifecrisis van een man van middelbare leeftijd een belangrijk thema zijn.

Het is zomer en midden in de nacht wordt de vierenvijftigjarige Douglas Petersen door zijn vrouw Connie wakker gemaakt. Ze vertelt hem dat ze denkt van hem te willen scheiden, maar wanneer weet ze nog niet precies. Ze besluiten een al geplande en volledig ingevulde gezinsvakantie door Europa gewoon door te laten gaan. Douglas ziet deze reis als een kans om zijn gezin bij elkaar te houden, want naast het voornemen van zijn vrouw heeft zijn zeventienjarige zoon Albie het respect voor zijn vader al een tijd geleden verloren. Weet hij hen tijdens deze trip weer voor zich te winnen?

Hoewel Wij in principe het verhaal is van en over het gezin Petersen, draait het er eigenlijk om hoe Douglas tegen alles aankijkt, het is daarom natuurlijk niet voor niets dat hun ervaringen – en voornamelijk die van hem – vanuit zijn perspectief worden verteld. Hierbij belicht hij zowel het verleden als het heden. De eerste flashback begint ongeveer op het moment dat hij zijn vrouw Connie ontmoet en gaat sprongsgewijs vooruit in de tijd. De verhaallijn in het heden gaat hoofdzakelijk om de gezinsvakantie en de perikelen die zich tijdens deze trip voordoen. Beide subplots onderscheiden zich door een van elkaar afwijkende stijl en strekking. De eerste is overwegend droog, statisch en daardoor regelmatig saai, terwijl de tweede juist heel speels en luchtig is. Het gevolg daarvan is dat de lezer zijn aandacht, vooral als allerlei wetenschappelijke verhandelingen de revue passeren, bij tijd en wijle verliest.

De manier van vertellen zorgt er wel voor dat je voldoende over de Petersens te weten komt. Hierdoor zijn ze goed te plaatsen en weet je min of meer hoe ze in elkaar steken, overigens zonder dat een van hen écht tot de verbeelding spreekt. Over ieder van hen kan wel wat gezegd worden, maar het is Douglas die de kroon spant, want zijn karakter komt het duidelijkst naar voren. Het lijkt er namelijk sterk op dat hij een nogal rechtlijnige man is die vasthoudt aan wat hij voor ogen heeft. Een goed voorbeeld daarvan is de strakke planning die hij voorafgaand aan de vakantie gemaakt heeft. Wat hem betreft kan en zal hier niet van afgeweken worden. Toch zie je hem uiteindelijk wel iets veranderen, want tegen het eind wekt hij de indruk flexibeler te zijn.

Het tempo van de plot is wisselend, het verleden verloopt overwegend traag, terwijl de vaart er tijdens de reis, die door verschillende landen voert, behoorlijk in zit. Opvallend zijn de vele ongewone, soms absurdistisch aandoende situaties. De gebeurtenissen voelen daarom vaak tamelijk onwerkelijk aan. Nicholls schrijfstijl is vlot, grotendeels lichtvoetig, bij vlagen cynisch, maar er zijn ook enkele fragmenten die aandoenlijker, misschien zelfs aangrijpender zijn. De auteur beheerst overduidelijk diverse schrijfdisciplines. Jammer is dat het, met name in de beginfase, niet altijd duidelijk is wanneer een hoofdstuk zich in het heden of verleden afspeelt. Dit zorgt aanvankelijk voor de nodige verwarring, maar als je hier eenmaal aan gewend bent en er rekening mee houdt, is dat euvel verholpen.

Uiteindelijk is de ontknoping zoals je kunt verwachten, hetgeen trouwens niet wil zeggen dat de ontwikkeling van de plot voorspelbaar is. Alles bij elkaar maakt dit van Wij geen grootse, maar wel vermakelijke roman.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: David Nicholls
Titel: Wij

ISBN: 9789022576441
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2015

Triptiek – Karin Slaughter

Flaptekst
Wanneer politierechercheur Michael Ormewood wordt opgepiept om naar de plaats delict bij het beruchte Grady Homes te gaan, wordt hij geconfronteerd met een van de bruutste moorden in zijn gehele carrière: Aleesha Monroe wordt badend in het bloed in het trappenhuis gevonden. Haar lichaam is verschrikkelijk toegetakeld. De moord is des te schokkender wanneer blijkt dat het gaat om een nieuw geval uit een serie vergelijkbare misdaden. Het Georgia Onderzoeksbureau wordt ingeschakeld en Ormewood is gedwongen samen te werken met special agent Will Trent van het Arrestatieteam, een man die hij bij voorbaat al niet mag. Maar dan, vierentwintig uur later, komt het geweld angstaanjagend dichtbij in zijn eigen achtertuin. Alles wijst erop dat het raadsel van Monroe’s dood verstrengeld is met een verleden dat niet met rust gelaten wil worden.

Recensie
Een grote onbekende is Karin Slaughter allang niet meer, want sinds ze in 2001 debuteerde met Nachtschade zijn wereldwijd tientallen miljoenen van haar boeken verkocht. Ze schrijft zowel standalones als seriedelen en het in 2006 verschenen Triptiek is het eerste deel van een serie met Will Trent, speciaal agent van het Georgia Bureau of Investigation.

In Grady Homes, een arme en gevaarlijke achterstandswijk in Atlanta, wordt het zwaar verminkte lichaam van prostituee Aleesha Monroe gevonden. De moord op de vrouw vertoont overeenkomsten met vergelijkbare misdaden. Rechercheur Michael Ormewood krijgt het onderzoek toegewezen en moet hierbij samenwerken met speciaal agent Will Trent. Een paar maanden eerder is de in 1985 wegens moord en verkrachting veroordeelde John Shelley uit de gevangenis ontslagen en probeert nu zijn leven opnieuw in te richten. Gaat hem dit nog lukken nu er diverse gruwelijke moorden zijn gepleegd?

Het verhaal speelt zich grotendeels af in de periode 2005/2006, maar af en toe zijn er enkele flashbacks naar het verleden. De lezer wordt dan in een paar korte artikelen uit The Decatur City Observer op de hoogte gebracht van een in 1985 gepleegde moord en wie daarvoor gearresteerd en veroordeeld is. Aanvankelijk vraag je je nog af wat dit met de misdaden uit het heden te maken hebben, maar over het verband tussen al deze zaken komt al vrij snel duidelijkheid. Dan is het de vraag of dezelfde dader daarvoor verantwoordelijk is en al ruim voor het eind weet je of dit werkelijk zo is. Desondanks heeft de plot absoluut geen voorspelbaar verloop, want verschillende verhaallijnen en een veelheid aan ontwikkelingen zorgen ervoor dat er voldoende gebeurt en er telkens iets aan de hand is, zowel op het persoonlijke als politionele vlak.

In dit eerste deel van de serie maakt de lezer kennis met speciaal agent Will Trent, maar zijn rol is relatief gezien niet eens zo heel erg groot. Toch krijgt de lezer meer dan voldoende over hem te weten en krijg je het gevoel dat het een getroebleerde, maar niet onsympathieke man is die het liefst zijn eigen weg gaat, ofschoon hij geen eenzame indruk maakt. Door alle uitgebreide persoonsbeschrijvingen – ook van diverse andere personages – is overduidelijk te merken dat dit een eerste seriedeel is. Deze informatie is echter noodzakelijk om hun gedragingen te kunnen begrijpen en te kunnen plaatsen. Een nadeel is dan wel dat dit enigszins invloed heeft op de spanning, die is over het algemeen niet zo heel groot en pas in de eindfase van de plot neemt het aantal spannende scènes zienderogen toe. Dit is mede een gevolg van het dan verhoogde tempo.

De niet al te hoge spanning wordt door Slaughter gecompenseerd door de lezer een kijkje in de hoofden van de meeste personages te gunnen. Zonder meer interessant en hierdoor weet je in feite ook waarom iemand handelt zoals hij doet. Aan de andere kant schuwt de auteur enkele lugubere en wat heftigere taferelen niet. Ze zorgt er echter wel voor dat geen van beide de overhand heeft. De schrijfstijl is zoals je van haar mag en kunt verwachten: direct en ongecompliceerd, hoe dan ook toegankelijk en soms zelfs licht maatschappijkritisch. Sommige beschrijvingen hadden wellicht iets beknopter kunnen zijn, maar langdradige en vervelende uitweidingen over het een en ander blijven niettemin wel uit.

Uiteindelijk worden alle losse eindjes aan elkaar geknoopt en vormen de afzonderlijke verhaallijnen één geheel. De perikelen in Triptiek zijn afgerond en dit eerste deel is een mooie en veelbelovende opmaat voor de serie met de intrigerende Will Trent.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Karin Slaughter
Titel: Triptiek

ISBN: 9789023426165
Pagina’s: 452

Eerste uitgave: 2006

De nietige miljoenen – Jess Walter

Flaptekst
De broers Rye en Gig Dolan scharrelen hun kostje bij elkaar, liften mee op goederentreinen en staan bij corrupte koppelbazen in de rij voor een dag werk. Terwijl de zestienjarige Rye snakt naar een vaste baan en een eigen huis, droomt zijn oudere broer Gig van een betere wereld. Samen met andere vakbondsmannen strijdt hij voor een eerlijk loon en een fatsoenlijke behandeling.

Rye deelt het idealisme van zijn broer niet en kiest zijn eigen weg, maar toch valt hij voor Elizabeth Gurley Flynn, een onverschrokken activiste en feministe. Gig daarentegen heeft een oogje op Ursula the Great, een stripteasedanseres die in een kooi optreedt met een vraatzuchtige poema. Zij brengt de jonge mannen in contact met een minstens zo gevaarlijke mijnmagnaat.

De wereld van de broers is een wirwar van uitbuiters, mijnen, bordelen, kroegen en agenten, en het lijkt onmogelijk om daaruit te ontsnappen.

Recensie
Jess Walter – afkomstig uit een arbeidersgezin – was de eerste van zijn familie die de middelbare school heeft afgemaakt. Na een journalistieke carrière schreef hij korte verhalen en als romanschrijver debuteerde hij in 2001 met Riviermoorden. Zijn roman De nietige miljoenen (2021) is gebaseerd op enkele waargebeurde feiten aan het begin van de vorige eeuw waar de activiste Elizabeth Gurley Flynn (1890-1964) een aanzienlijk grote hand in had.

De broers Rye en Gig leiden een min of meer zwervend bestaan en om de kost te verdienen nemen ze allerlei klusjes aan. Terwijl de jongste, Rye, droomt van een vaste baan en een eigen huis, springt zijn broer op de barricaden door te strijden voor betere rechten van arbeiders. De corrupte autoriteiten binden de strijd aan met de activisten en ondertussen kiest Rye zijn eigen pad en ontmoet hij feministe en voorvechtster voor vrijheid Elizabeth Gurley Flynn, terwijl Gig zijn oog heeft laten vallen op de artieste Ursula the Great, die een van de broers introduceert bij de louche mijnwerkersmagnaat Lemuel Brand.

Het verhaal speelt zich volledig af aan het begin van de twintigste eeuw en dit is goed te merken. De auteur geeft de sfeer van die periode uitstekend weer. De omgangsvormen, de rauwheid van die tijd, de armoedige omstandigheden van een groot deel van de bevolking en de enorme tegenstellingen worden waarheidsgetrouw weergegeven. Op zich is dit niet zo vreemd, want de auteur heeft zijn roman immers op werkelijke feiten gebaseerd en daarnaast heeft hij uitvoerig research gepleegd. De opkomst van de vakbeweging, in het bijzonder de activiteiten van de in 1905 opgerichte Industrial Workers of the World (IWW), loopt als een rode draad door het boek heen. Hiermee laat Walter zien dat de strijd voor gelijke rechten een moeizame is geweest.

De vele gebeurtenissen en ervaringen worden voornamelijk vanuit het perspectief van de zestienjarige Rye verteld. Door de wijze waarop de auteur dit doet, krijgt de lezer niet alleen een goed en uitvoerig beeld van hem, maar eveneens van de andere personages die belangrijk zijn in de plot en het leven en de ontwikkeling van de jongen. Alle karakters zijn dan ook prima uitgewerkt waardoor je het gevoel hebt elk van hen behoorlijk goed te kennen. Van meet af aan is echter wel duidelijk dat Rye anders is dan de meeste anderen, hij wil wat van zijn leven maken terwijl hij aan de andere kant eveneens strijdbaar wil zijn en de vakbeweging een warm hart toedraagt. Het lichte dilemma waarmee hij zit, komt goed tot uiting en zal ongetwijfeld met zijn jonge leeftijd te maken hebben, hoewel hij in zijn korte bestaan toch al aardig wat heeft meegemaakt.

Van een rustige en gedegen opbouw is geen sprake, wat overigens absoluut niet inhoudt dat de auteur er een rommeltje van heeft gemaakt. De lezer bevindt zich namelijk meteen in het strijdgewoel en keert daar regelmatig naar terug. Dit gebeurt door middel van enkele geleidelijke sprongetjes in de tijd, terwijl het wel altijd helder is wanneer een scène zich exact afspeelt. Rustige taferelen worden afgewisseld met wat heftigere en zo nu en dan zijn er zelfs een paar ontroerende momenten. Walter heeft goed aangevoeld dat een juiste dosering en afstemming de beste manier is om dit verhaal te vertellen. De vele plotwendingen zijn ongedwongen en misstaan daarbij in het geheel niet.

Aan het eind blikt Rye, hij is dan bijna tweeënzeventig jaar oud, heel summier terug op zijn leven en wat hij ervan gemaakt heeft. Een mooie afsluiting van De nietige miljoenen dat heel duidelijk en soms intens laat zien dat een strijd voor rechtvaardigheid van alle tijden is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jess Walter
Titel: De nietige miljoenen

ISBN: 9789460684531
Pagina’s: 380

Eerste uitgave: 2021

Rode Winter – Marc Cameron/Tom Clancy

Flaptekst
In 1985 stort een F117 neer in de woestijn van Nevada. De Nighthawk is de meest geavanceerde Amerikaanse straaljager en de Sovjet-Unie is er alles aan gelegen om het ultrageheime wapen in handen te krijgen.

Tegelijkertijd neemt in Oost-Berlijn een mysterieuze figuur contact op met de CIA met een spectaculair voorstel: de spionageplannen van zijn regering in ruil voor politiek asiel. Het is een aanbod dat haast te mooi is om waar te zijn, en dus zal iemand naar de andere kant van de Berlijnse Muur moeten gaan om uit te vinden of de overloper de waarheid spreekt.

Het is een klus die Deputy Director James Greer aan maar één persoon durft toe te vertrouwen: Jack Ryan. Maar zal het Ryan lukken, met de Oost-Duitse geheime politie op zijn hielen, om op tijd antwoorden te vinden? Voordat de Koude Oorlog overgaat in een Rode Winter?

Recensie
De eerste spionagethriller waarin CIA-agent Jack Ryan sr. van zich liet horen, was De jacht op de Red October (1984), geschreven door zijn geestelijk vader Tom Clancy. Nieuwe delen volgden en de serie werd een groot succes. Na diens overlijden in 2013 werd de reeks voortgezet door diverse auteurs, waaronder Marc Cameron, die, nadat hij Clancy’s debuut had gelezen, groot fan van de auteur werd. In 2024 verscheen het door Saskia Peterzon-Kotte vertaalde Rode winter, alweer zestiende deel met de zoon van Ryan senior: Jack Ryan junior.

Tijdens een in 1985 gehouden geheime missie boven de woestijn van Nevada komt een met de nieuwste technologieën uitgeruste bommenwerper in de problemen en stort neer. Een restant van het vliegtuig wordt door een Stasi-agent meegesmokkeld, waarna een jacht op hem begint. Ongeveer tegelijkertijd neemt een potentiële Oost-Duitse overloper contact op met de CIA en in ruil voor politiek asiel wil hij hen belangrijke en vertrouwelijke informatie verstrekken. Om te achterhalen of zijn bedoelingen betrouwbaar zijn en of hij de waarheid spreekt, wordt Jack Ryan ingeschakeld.

Spionagethrillers zijn er in ruime mate en anno 2024 biedt het schrijven ervan veel creatieve mogelijkheden. Omdat dit nieuwste boek een prequel is, heeft Cameron ervoor gekozen om de gebeurtenissen te laten plaatsvinden tijdens de Koude Oorlog, het concept waar Clancy mee groot geworden is. Ondanks het feit dat de huidige verhoudingen tussen Rusland en het westen momenteel op behoorlijk gespannen voet staan, is het wel de vraag of een dergelijke setting nog wel van deze tijd is, al is het alleen maar omdat een en ander nogal gedateerd overkomt. De lezer zal zijn best moeten doen om zich naar het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw te verplaatsen, de hedendaagse technieken te vergeten en zich in te beelden dat de Berlijnse muur nog overeind staat.

Het duurt lange tijd voordat het enigszins inzichtelijk wordt waar de auteur met het verhaal naartoe wil, en zelfs dan is het lang niet altijd duidelijk wat er precies aan de hand is. Dit komt onder andere omdat Cameron het zichzelf nodeloos ingewikkeld heeft gemaakt. Zo komen de inlichtingendiensten BND, CIA, KGB en Stasi regelmatig opdraven en mag zelfs de FBI een duit in het zakje doen, maar wie waarvoor verantwoordelijk is, is dikwijls een raadsel. Dat is de verhaallijn die zich in de Verenigde Staten afspeelt eveneens. Omdat er geen enkele connectie met de overloper en de voorvallen in Oost-Duitsland is, is alles wat daarover wordt verteld geheel overbodig. Daarnaast is het aantal personages dusdanig hoog dat de lezer vaak niet meer weet wie nu wie is. Niet voor niets is voor in het boek een uitgebreid overzicht opgenomen met de namen van de belangrijkste personen. Zoiets is vaak al een teken aan de wand.

Met de spanning is het over het algemeen karig gesteld, pas ver in de plot is hier voor het eerst sprake van. Voor een groot deel is het gebrek hieraan te verklaren door details als het veelvuldig benoemen van allerlei vliegtuigtypen of het vermelden van het merk rekenmachine. Dergelijke nutteloze feiten vertragen de plot drastisch, geven overbodige informatie en bovendien leiden ze af van waar het werkelijk om gaat. Ruim over de helft ontstaat er meer structuur waardoor het verhaal minder warrig is. De lezer herkent dan een échte verhaallijn, de ontwikkelingen volgen elkaar in een iets hoger tempo op en zijn tevens aanzienlijk dynamischer.

De rol van protagonist Jack Ryan jr. is relatief gezien nog niet zo heel erg groot, zijn personage is derhalve niet heel grondig uitgewerkt, maar beslist voldoende om een globaal beeld van hem te krijgen. Ondanks zijn relatief geringe, maar wel geslaagde inbreng, kan hij niet voorkomen dat Rode winter, waarvan het einde nogal gezocht is, een ietwat tegenvallende exercitie is.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Marc Cameron/Tom Clancy
Titel: Rode winter

ISBN: 9789044936254
Pagina’s: 496

Eerste uitgave: 2024