Categorie archief: Gelezen in 2025

En toen waren er nog maar… – Agatha Christie

Flaptekst
In een afgelegen huis op een eiland zijn tien mensen uitgenodigd door een mysterieuze gastheer die zelf niet verschijnt. Ze zijn volkomen van de bewoonde wereld afgesloten en aangewezen op elkaars gezelschap. De avond begint aangenaam, maar gaandeweg blijkt dat de gasten worden achtervolgd door schaduwen uit het verleden. En dan wordt een van hen vermoord… En nog een. De angst slaat toe en het leven van de achterblijvers wordt een hel.

Recensie
De Britse schrijfster Agatha Christie is een van de meest succesvolle auteurs van de wereld en heeft daarom in feite geen introductie nodig. Haar werk is vertaald in sowieso honderdacht talen en er zijn niet veel, misschien zelfs niemand, die haar dit heeft nagedaan. Een van haar misdaadromans is het oorspronkelijk in 1939 verschenen Tien kleine negertjes, dat in 2004 onder de aangepaste titel En toen waren er nog maar… werd uitgebracht.

Hierin krijgen tien op het oog willekeurige personen een uitnodiging voor een verblijf op een klein eiland voor de kust van Devon, een graafschap in het Zuidwesten van Engeland. Hun gastheer, de mysterieuze N.I. Manth, geeft aan door omstandigheden niet zelf aanwezig te kunnen zijn. Al snel blijkt dat het gezelschap op zichzelf is aangewezen en communicatie met de buitenwereld niet tot de mogelijkheden behoort. Eveneens wordt duidelijk dat ieder van hen een verleden heeft dat hen in een kwaad daglicht stelt. Als er ook nog eens enkele doden vallen, gaat de rest elkaar wantrouwen en wordt de sfeer steeds grimmiger.

Deze sfeer, zowel die van het onherbergzame en rotsachtige eiland als die tussen de personages, komt erg goed over en onder andere daardoor straalt het verhaal al iets onheilspellends uit. Aanvankelijk lijkt er nog helemaal niets aan de hand te zijn, maar als vlak na een onverwachte en intrigerende boodschap een van de genodigden plotseling dood neervalt en het weer zienderogen verslechtert, slaat de stemming om van aangenaam en gemoedelijk naar achterdochtig en onplezierig. Vervolgens vinden nog allerlei gebeurtenissen plaats die ervoor zorgen dat de stemming er niet beter op wordt. Christie zet dit alles bijzonder treffend neer en brengt het gevoel dat bij de personages heerst enigszins over op de lezer.

Het verhaal en de diverse voorvallen worden verteld vanuit de elkaar afwisselde perspectieven van de eilandgasten. Hierdoor krijgt de lezer een goed beeld van de omstandigheden, maar vooral hoe ze door de ogen van elk afzonderlijk personage worden gezien. Daarnaast kom je – heel globaal – over hen te weten hoe ze in elkaar steken, overigens wel zonder dat de auteur erg veel op hun persoonlijkheid ingaat. Hier is trouwens geen enkele reden voor, want wat over hen bekend wordt gemaakt, is voldoende voor deze misdaadroman, waarin het in de eerste plaats om het mysterie gaat. Een opzet als deze is Christie op het lijf geschreven, want door de raadselachtige aangelegenheden en de rol die een Amerikaans kinderliedje uit 1868 daarbij heeft, puzzelt en speurt de lezer mee om te achterhalen wat er precies aan de hand is.

De schrijfstijl van de auteur is erg toegankelijk en prettig (mogelijk dat die in de loop der jaren aan de tijd is aangepast), waardoor het boek vlot leest, maar toch kun je wel merken dat het lang geleden bedacht en geschreven is. Op enkele uitzonderingen na (zoals het kinderliedje en de oorspronkelijke titel) komt het detectiveverhaal echter niet gedateerd over. De vele ontwikkelingen en plotwendingen houden de lezer bij het verhaal betrokken en naarmate de plot vordert, gaan ze steeds meer intrigeren. Hoewel de spanning niet om te snijden is, zijn er wel degelijk verschillende momenten die voor wat opwinding zorgen.

In het laatste hoofdstuk, waarin Scotland Yard zijn visie op de gebeurtenissen geeft, komen diverse scenario’s voorbij van hoe alles gegaan kan zijn. Dit is zonder meer een interessante afsluiting, vooral omdat de politiedienst vragen blijft houden. Maar Agatha Christie zou Agatha Christie niet zijn als ze niet alsnog een verrassende afsluiting in petto heeft, want uit dit absolute en niet te voorziene eind blijkt hoe de vork exact in de steel zit. En toen waren er nog maar… is een goede en ragfijne whodunit waarin de lezer probeert de puzzelstukjes op hun juiste plek te leggen, maar daarin wordt gehinderd omdat hij regelmatig op het verkeerde been wordt gezet.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Agatha Christie
Titel: En toen waren er nog maar…

ISBN: 9789024516476
Pagina’s: 188

Eerste uitgave: 1939

Afslag 23 – Özcan Akyol

Flaptekst
Eus is een jongen die opgroeit aan de zelfkant van de maatschappij en zijn uiterste best doet om door schade en schande iets van zijn leven te maken.

Wonderlijk genoeg heeft hij de perfecte vriendin, vindt hij al snel een baan als vertegenwoordiger en reist hij in die hoedanigheid kriskras door Nederland.

Terwijl zijn leven op papier de betere kant op gaat, voelt Eus zich na elke nieuwe ervaring kleiner worden. In alle spiegels die hem worden voorgehouden, ziet hij iemand anders, met wie hij zich moeilijk kan vereenzelvigen. Vooral in de buurt van zijn jeugdvrienden, twee paradijsvogels, vraagt hij zich af wat er eigenlijk van hem is overgebleven.

Eus scalpeert de hypocrisie van de middenklasse en ontdekt algauw dat hij iedereen moreel kan verslaan, met uitzondering van één iemand: zichzelf. Dat leidt tot een terugval in oude gewoontes, die niet per se door iedereen worden gewaardeerd.

Recensie
De veelzijdigheid van Özcan Akyol is in bepaald opzicht ongekend te noemen, want behalve auteur is hij eveneens columnist, televisiepresentator, radio- en podcastmaker en heeft hij een eigen theaterprogramma. Als schrijver debuteerde hij in 2011 met een kort verhaal in een bundel waarin auteurs vertellen wat de aanslagen van 11 september 2001 op hun leven heeft betekend. Hij heeft tevens diverse romans op zijn naam staan, waarvan Afslag 23 (2023) er een van is. Net als in zijn andere boeken heeft hij hierin persoonlijke elementen in verwerkt.

Net als in Eus (2012) en Toerist/Turis (2016) is Eus, een jongen die in een sociale onderklasse is opgegroeid, de protagonist. Hij probeert uit alle macht iets van zijn bestaan te maken, want hij wil voorgoed in het milieu dat hij zo goed kent blijven hangen. Hij vindt werk waarbij hij mobiel is, heeft een vriendin waar hij gek op is, maar heeft nog wel vrienden die hij al vele jaren kent. Om te veranderen moet hij vooral een strijd met zichzelf leveren en omdat hij daar nog weleens moeite mee heeft, keren oude gewoontes terug.

Het verhaal begint met een korte proloog die zich in augustus 2012 afspeelt en waarin een dan nog onbekend personage – al snel blijkt dat dit om de twintiger Eus gaat – zijn verhaal, dat zeven jaar eerder begint en vervolgens een chronologisch verloop heeft, doet. Dit begin zorgt ervoor dat de lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar wat hij te zeggen heeft, dus in feite wat er de reden van is dat hij in de omstandigheden verkeert waarin hij zich momenteel bevindt. Hierover wordt in het vervolg van de plot steeds meer onthuld, waardoor je een behoorlijk beeld van hem, maar eveneens van zijn vrienden en familie krijgt. Je krijgt echter ook de indruk dat hij een voorgeschiedenis heeft die niet in déze, maar wel in de voorgaande romans uitgebreider beschreven is. Toch is Afslag 23 geen vervolgdeel van een serie en derhalve prima afzonderlijk te lezen, temeer omdat Akyol over dat verleden een en ander laat doorschemeren.

Omdat Eus ontzettend veel te vertellen heeft – het heeft er veel van weg dat hij op een of andere manier schoon schip wil maken – is het tempo van het verhaal tamelijk hoog. Daarnaast gebeurt er meer dan voldoende zodat de lezer zich geen moment hoeft te vervelen. Het is zonder meer interessant om het reilen en zeilen van de jongeman te volgen (in zekere zin beleef je dit samen met hem) en omdat hij eigenlijk uitermate sympathiek overkomt, hoop je dat hij zijn doelstellingen en dromen kan vervullen. Je merkt echt dat hij dit wil, maar tevens dat hij hiervoor een strijd moet leveren. Hij worstelt overduidelijk met het milieu waaruit hij afkomstig is en zijn streven om een ‘hogere klasse’ te bereiken. In feite kun je zeggen dat hij min of meer symbool staat voor de vele anderen die hiermee te maken hebben.

Hoewel de roman vanzelfsprekend fictief is, is het – zeker voor de lezer die iets over de auteur zelf weet – zonneklaar dat Akyol er diverse aspecten uit zijn eigen leven in heeft verwerkt, maar dan wel in extremere vorm. Hij brengt tevens enkele maatschappelijke thema’s naar voren, waaronder het hebben van vooroordelen ten opzichte van migranten, de opvatting ‘eens een dief, altijd een dief’ en cultuurverschillen. Het ene onderwerp is zichtbaarder dan het andere, maar ze kunnen absoluut worden herkend. Doordat dit allemaal voorbijkomt, is het boek hoe dan ook meer dan alleen maar wat ongecompliceerd leesvermaak.

Dankzij de luchtige en eigentijdse schrijfstijl, die bij tijd en wijle humoristische en cynische inslag heeft, is Afslag 23 volstrekt geen zware roman geworden. Akyol legt echter wel enkele problemen bloot waar jongeren als Eus tegenaan lopen. Heel diep gaat hij hier niet op in, maar voldoende om ze onder de aandacht te brengen. En dat heeft hij naar behoren gedaan.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Özcan Akyol
Titel: Afslag 23

ISBN: 9789044627589
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2023

De vrouw die met vuur speelde – Stieg Larsson

Flaptekst
Drie moorden, één avond. De slachtoffers zijn twee journalisten die aan een publicatie over mensensmokkel werkten, en de voogd van Lisbeth Salander. Op het moordwapen worden de vingerafdrukken aangetroffen van Lisbeth. Het hele politieapparaat komt in beweging, maar Lisbeth is onvindbaar. Blomkvist, overtuigd van Lisbeths onschuld, gaat langzamerhand een verband zien tussen de drievoudige moord en het artikel in wording over vrouwenhandel. Dan wordt een vriendin van Lisbeth ontvoerd door een motorbende. Salander laat het aankomen op een bloedige confrontatie met de onzichtbare bendeleider, Zala, een bekende uit haar verleden …

Recensie
Het succes van de Millennium-trilogie heeft de Zweedse auteur Stieg Larsson nooit kunnen en mogen meemaken, want eind 2004 overleed hij aan de gevolgen van een hartinfarct. De drie afzonderlijke delen voerden zonder uitzondering de diverse bestsellerlijsten aan, hetgeen niet verwonderlijk is met een wereldwijde verkoop van meer dan 21 miljoen exemplaren. De vrouw die met vuur speelde (2006) is het tweede deel van het drieluik en is, net als diens voorganger, beloond met De Glazen Sleutel, een prijs voor de beste Zweedse misdaadroman.

Onderzoeksjournalist Dag Svensson klopt bij de uitgever van het maandblad Millennium aan omdat hij een opzienbarend boek schrijft en door hen wil laten uitgeven. Eigenaars Mikael Blomkvist en Erika Berger zijn enthousiast en gaan erop in. Het project is in volle gang als de Svensson en zijn vriendin op een avond worden vermoord. Op een wapen dat gevonden wordt, staan de vingerafdrukken van Lisbeth Salander, met wie Blomkvist eerder te maken heeft gehad. Hij gelooft in haar onschuld, maar ze blijkt echter onvindbaar. Toch komen de stukjes van de puzzel, hoewel erg langzaam, meer op hun plaats te liggen.

In de proloog wordt de lezer al meteen met een enigszins beklemmende proloog geconfronteerd. Een begin als dit is natuurlijk altijd veelbelovend voor het vervolg van de plot, maar toch duurt het relatief lang voordat het verhaal echt op gang komt. Dit komt vooral omdat Larsson ontzettend veel informatie over Lisbeth Salander geeft. Waar de auteur haar in het voorgaande deel nog een bescheiden rol gaf, komt ze deze keer volop in de schijnwerpers te staan. Hierdoor krijg je een bijzonder goed beeld van deze markante jonge vrouw, die geheel anders in het leven staat dan de gemiddelde mens. Uiteraard is haar verleden daar van invloed op, hetgeen onder andere door middel van diverse terugblikken inzichtelijk wordt gemaakt. Het is interessant om haar beter te leren kennen, ondanks dat dit behoorlijk wat tijd vergt.

Het uitgangspunt van dit tweede deel van de trilogie heeft ook alles met Salander te maken en door de omstandigheden waarin ze – al dan niet vrijwillig – terechtkomt, zorgt dit uiteindelijk voor meer dan voldoende spanning, talloze plotwendingen en onverwachte situaties. De inbreng van Mikael Blomkvist en Milton Security, voormalig werkgever van Lisbeth, zijn hier mede debet aan, want met hun eigen onderzoeken willen ze de waarheid achterhalen. Door wat met name Blomkvist weet te achterhalen, komen bepaalde zaken in een geheel ander daglicht te staan. Mede hierdoor gaat het verhaal meer en meer intrigeren en slaan de ontwikkelingen regelmatig een andere weg in, waardoor je in feite nooit weet waar je exact aan toe bent.

De auteur heeft enkele maatschappelijke thema’s in het boek verwerkt, waaronder vrouwenhandel en het bij voorbaat al veroordelen van personen. Hierdoor zit er een nog steeds actueel tintje aan de verder fictieve gebeurtenissen. Natuurlijk zijn dit niet de meest vrolijke onderwerpen, maar Larsson zorgt er wel voor dat hij alles niet te zwaarmoedig maakt. Dit is mede te danken aan zijn schrijfstijl, die vlot en toegankelijk is. Op zich zit de plot enigszins complex in elkaar, maar de heldere uiteenzettingen geven de lezer absoluut niet het gevoel een ingewikkeld en niet te doorgronden boek te lezen. Integendeel, want een en ander is goed te behappen.

In de ontknoping wordt het tempo nog even flink opgevoerd en het is daarom niet geheel verwonderlijk dat in die fase voldoende te beleven is. Of iedere lezer de finale bevredigend vind, is de grote vraag, want het eind wekt de indruk dat het derde deel van het drieluik begint waar dit boek finisht. Desalniettemin heeft Larsson met De vrouw die met vuur speelde weer een sterk staaltje werk afgeleverd.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Stieg Larsson
Titel: De vrouw die met vuur speelde

ISBN: 9789056723095
Pagina’s: 568

Eerste uitgave: 2006

Verlaat de gevangenis zonder betalen – Marjolein van der Gaag

Flaptekst
Brenda van Ameland is in alle staten als haar dochter ’s morgens niet op school verschijnt en niemand weet waar Marit is. Als afdelingsdirecteur van de Belastingdienst wordt Brenda al maandenlang opgeslokt door de ontstane puinhoop rondom de kinderopvangtoeslag. Ze heeft haar gezin verwaarloosd en ze heeft geen idee wat haar dochter bezighoudt. Haar huwelijk met Ronald, die haar van alles verwijt maar ondertussen met zijn eigen problemen kampt, staat zwaar onder druk. Brenda en Ronald belanden in een rollercoaster. Van hun schijnbaar perfect opgebouwde leventje lijkt weinig meer over. Het enige wat nog telt is dat hun dochter veilig thuiskomt.

Recensie
Al op jonge leeftijd zetten Marjolein van der Gaag verhalen op papier en haar grootste droom destijds was om de journalistiek in te gaan. Dit is haar gelukt, maar ze wilde meer, want de een verblijf van een jaar in Suriname zorgde ervoor dat ze tijd over had. Tijdens die vrijgekomen uren schreef ze haar eerste thriller Gevaarlijk spel (2012). Ze kreeg de smaak te pakken en twaalf jaar later verscheen haar vijfde spannende boek: Verlaat de gevangenis zonder betalen (2024), waarvoor ze zich heeft laten inspireren door de toeslagenaffaire.

Op een dag in april hoort Brenda van Ameland, afdelingsdirecteur van de Belastingdienst, van haar man Ronald dat hun zestienjarige dochter Marit niet op school verschenen is. Ze raakt hierdoor van streek, maar door de reusachtige problemen rond de kinderopvangtoeslag heeft ze zich de laatste tijd vooral op haar werk gestort en weet ze niet waar haar dochter zich mee bezig heeft gehouden. Hierdoor is zelfs haar huwelijk niet meer wat het ooit geweest is. Ondanks dit alles wil ze uiteraard dat Marit weer veilig thuiskomt en daarom schakelen zij en Ronald de politie in.

Het verhaal wordt voornamelijk verteld vanuit de perspectieven van het echtpaar Ronald en Brenda van Ameland, maar enkele hoofdstukken ook vanuit het oogpunt van de personages Rishi en Floor. Door deze opzet komt de lezer ruim voldoende over hen te weten en leert ze derhalve vrij goed kennen. Lange tijd vraag je je wel af wat de verhaallijnen van de twee laatstgenoemden met de vermissing van Marit van Ameland te maken hebben, maar uiteindelijk ontstaat ver in de plot toch een verband, hoewel beide wel enigszins gezocht zijn.

Vanzelfsprekend is die vermissing de rode draad in het geheel, maar het onderzoek door de politie komt niet bijzonder uitvoerig aan bod. Twee rechercheurs komen weliswaar regelmatig bij de Van Amelands thuis – hun rol is overigens een merkwaardige en ogenschijnlijk niet helemaal realistische – maar het draait toch vooral om de gevoelens die de gebeurtenis bij dit gezin oproept. De emotionele gevolgen komen derhalve vrij goed naar voren. Dat hier behoorlijk veel aandacht aan wordt besteed, gaat ten koste van de spanning. Deze is in een groot deel van de plot zo goed als nihil. Pas in de slotfase, met name in de ontknoping, nemen de thrillerelementen de overhand en doen zich een paar spannende situaties voor. In feite is dit aan de rijkelijk late kant.

De auteur heeft de toeslagenaffaire – helaas nog steeds actueel – in het verhaal verwerkt en dit is een originele keuze. Daarentegen bevat het boek ook een aantal clichés, hoewel deze zeker niet hinderlijk aanwezig zijn. Van der Gaag probeert de lezer regelmatig op het verkeerde been te zetten en daardoor te verrassen, maar over het algemeen lukt dit niet zo goed. Veel is namelijk te voor de hand liggend en je hebt al snel door in welke richting bepaalde dingen gezocht moeten worden of wanneer voorvallen helemaal niets met de verdwijning te maken hebben. Op die momenten krijg je de indruk dat de auteur goed naar sommige Engelse detectiveseries gekeken heeft, want bepaalde overeenkomsten zijn opvallend.

Verlaat de gevangenis zonder betalen is vlot en toegankelijk geschreven en het gevoel dat de familie Van Ameland moet hebben is voorstelbaar en begrijpelijk. Deze emoties komen derhalve goed naar voren. Toch weet deze thriller niet volledig te overtuigen, want daarvoor komt de spanning ruimschoots te laat op gang, kun je bij diverse situaties je vraagtekens zetten en blijven echte verrassingen uit.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Marjolein van der Gaag
Titel: Verlaat de gevangenis zonder betalen

ISBN: 9789461098832
Pagina’s: 350

Eerste uitgave: 2024

Tijden van duisternis – Tony Schumacher

Flaptekst
Wat als Engeland in 1946 bezet zou zijn door de Duitsers?

Londen 1946. De nazi’s hebben de oorlog gewonnen en bezetten ook Groot-Brittannië. John Rossett, een gedecoreerde Britse Tweede Wereldoorlog-held, werkt nu voor de SS bij het Bureau voor Joodse Zaken. Johns vrouw en zoon zijn omgekomen door een bom van het Britse verzet en sindsdien leidt hij een verbitterd leven, totdat een oude vriend hem vraagt zijn kleinzoon te beschermen.

Deze jongen, Jacob, is Joods en houdt zich schuil in een verlaten gebouw. Rossett staat voor een belangrijke keuze: als hij doet wat hem wordt opgedragen, moet hij Jacob laten deporteren, maar iets in de jongen weerhoudt hem ervan zijn instructies uit te voeren. Hij kiest ervoor Jacob te helpen met ontsnappen – en al gauw raken ze samen verstrikt in een bloedstollende klopjacht.

Recensie
In 2014 debuteerde journalist Tony Schumacher als auteur met de thriller The Darkest Hour (Tijden van duisternis, 2017). Het idee voor dit boek kreeg hij toen hij een documentaire op televisie zag waarin foto’s uit de Tweede Wereldoorlog getoond werden van een Engelse politieagent op de Kanaaleilanden tijdens de bezetting. Achteraf bleek dit een propagandafoto te zijn om aan te tonen dat de Duitsers zo slecht nog niet waren. Hij dacht over deze scène na en kwam tot de conclusie dat de agent waarschijnlijk alleen maar een opdracht uitvoerde. Die foto en zijn gedachten leidden er uiteindelijk tot zijn debuut.

Hierin heeft hij een situatie gecreëerd dat de nazi’s de oorlog hebben gewonnen en ook Groot-Brittannië bezetten. Inmiddels is het 1946 en de Londense brigadier John Rossett, een Tweede Wereldoorlog-held, werkt bij het Bureau voor Joodse Zaken. Zijn taak bestaat uit het deporteren van Joden en die voert hij met tegenzin, maar zonder morren uit. Een van deze Joden vraagt hem om diens kleinzoon Jacob te beschermen. Rossett vindt de jongen en staat vervolgens voor het dilemma of hij hem deporteert of helpt. Hij kiest voor het laatste, waardoor hij zowel zijn baan als leven riskeert.

Wat als? Twee beginwoorden van een zin die waarschijnlijk iedereen wel een keer uitgesproken heeft. De thriller van Schumacher is in feite op die twee woorden gebaseerd, want wat als de Duitsers de Tweede Wereldoorlog hadden gewonnen? Hoe zou de wereld er dan uitzien? Dit gegeven is zowel een interessant als verontrustend uitgangspunt, hoewel dit laatste eigenlijk een wassen neus is, want we weten allemaal hoe het in 1945 werkelijk afgelopen is. De auteur laat de lezer echter zien hoe het allemaal had kunnen zijn en dat doet hij op een behoorlijk overtuigende wijze. In het begin moet je nog wel even omdenken, maar al snel ben je gewend aan deze weergegeven en gelukkig fictieve naoorlogse omstandigheden.

Het verhaal wordt voor het grootste deel verteld vanuit het perspectief van John Rossett, een oorlogsveteraan die met een persoonlijk drama te maken heeft gekregen. In de plot kom je geleidelijk aan steeds meer over hem te weten en blijkt dat een tragische gebeurtenis – zijn vrouw en zoontje zijn door een bomaanslag omgekomen – zijn leven, maar ook zijn kijk daarop, drastisch heeft veranderd. Hij is hierdoor een verbitterd man geworden die alleen maar doet wat hij moet doen – ook al is het omstreden werk – en iedere hoop op een betere toekomst heeft verloren. Toch verandert hij, ingegeven door diverse factoren, stapsgewijs. Hierdoor wordt hij, ondanks dat hij een flinke en soms onnodige dosis geweld gebruikt, steeds meer mens.

Een van de sterkere aspecten van de thriller is de sfeer die de auteur schetst. De merkbare angst, misschien is het ook wel ontzag, voor de bezetter (hiervan kan nog steeds gesproken worden), de omstandigheden waarin alle personages terechtkomen, het wantrouwen dat iedereen voor elkaar heeft. Ze zijn alle stuk voor stuk voorstelbaar. De plot bevat ruim voldoende spannende momenten, mede door de vele gebeurtenissen, talloze wendingen, maar ook omdat je wilt weten hoe alles zal aflopen en of Rossett zijn uiteindelijke doel zal bereiken. Het eind van het verhaal, en in het bijzonder de ontknoping, is een aaneenschakeling van actie, spanning en zenuwen. In deze slotfase is Schumacher op zijn best.

Met dit debuut laat de auteur zien dat hij kan schrijven en tevens een goed en geloofwaardig verhaal kan vertellen. In een levendige, vlotte en prettige schrijfstijl loodst hij de lezer van de ene naar de andere situatie, waarbij het tempo onveranderd hoog ligt. Tijden van duisternis is derhalve een uitstekende en veelbelovende start van een trilogie met John Rossett.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Tony Schumacher
Titel: Tijden van duisternis

ISBN: 9789022582893
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2017

In koelen bloede – Truman Capote

Flaptekst
In november 1959 leest Truman Capote in The New York Times een bericht over het boerengezin Clutter in Holocomb, Kansas, dat bruut uitgemoord wordt door twee jonge criminelen. Hij stort zich op de zaak en besluit deze tot het onderwerp te maken van een roman. Zes jaar lang doet hij onderzoek, hij interviewt alle betrokkenen en begeleidt de moordenaars tijdens hun laatste gang naar hun executie op 14 april 1965.

In koelen bloede is de magistrale reconstructie van een gruwelijke moordzaak, waarin Capote de kunst van de romanschrijver paart aan de techniek van de journalist. Met de publicatie in 1965 van dit overrompelende boek was een nieuw literair genre geboren: de non-fictie-roman, ook wel faction geheten. In koelen bloede is zinloos geweld avant la lettre.

Recensie
Een van de bekendste boeken van Truman Capote is In koelen bloede (1966), dat destijds beschouwd werd als de eerste non-fictieroman. Het verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten: de moord op vier leden van de boerenfamilie Clutter uit het kleine plaatsje Holcomb in Kansas. Eind 1959 las de auteur hierover een artikel in The New York Times, waarna hij besloot naar deze Amerikaanse staat af te reizen om, nog voordat de daders gearresteerd waren, aldaar over de moorden te schrijven. Om een volledig beeld te krijgen, interviewde hij zowel de lokale bewoners als de recherche.

In het boek vertelt Capote het verhaal van Dick Hickock en Perry Smith, twee mannen die elkaar in de gevangenis hebben leren kennen en sindsdien bevriend zijn. Laatstgenoemde droomt ervan een nieuw bestaan op te bouwen in Mexico, maar daarvoor is geld nodig. Tijdens zijn gevangenschap heeft Hickock van een medegevangene gehoord over de familie Clutter, die een brandkast met veel geld zou hebben. Het duo besluit hen te beroven om zo aan financiële middelen te komen, maar hun misdaad loopt danig uit de hand, want de roof ontaardt in een brute slachtpartij.

Voordat de lezer met de daden van Hickock en Smith wordt geconfronteerd, laat de auteur hem kennismaken met het gehucht Holcomb, diens omgeving, het gezin Clutter en eveneens met de twee daders. Dit gebeurt bijzonder uitgebreid en de enige reden daarvoor moet zijn, is om diezelfde lezer een indruk te geven van de gemoedelijkheid die normaliter in het kleine plaatsje heerste, om hem te laten weten hoe de bewoners zijn, en vooral om te laten zien hoe de Clutters en de moordenaars in elkaar zitten. Eigenlijk geeft Capote een karakterschets van zowel plaats als persoon en door de vele details die hij daarbij geeft, lijkt hij te willen bewerkstelligen dat je je bij alles en iedereen betrokken gaat voelen.

Aan de ene kant bereikt hij dit, want de schrijfstijl van de auteur is beeldend, waardoor je het Midwesten van de Verenigde Staten, het platteland, de bewoners van dat gebied en beide misdadigers voor je ziet en ze tevens bijzonder goed leert kennen. Aan de andere kant is het mislukt, want het verhaal dat de auteur vertelt, bestaat voor een behoorlijk groot deel uit een weergave van feiten, waardoor het in feite niets anders is dan een reconstructie van gebeurtenissen. Deze simulatie – grote gedeelten zijn zonder meer interessant en boeiend – is bij vlagen nogal klinisch beschreven en dergelijke fragmenten zijn stroever en derhalve iets lastiger om doorheen te komen.

Het is overigens lastig dit boek te duiden. Dit wil zeggen dat het moeilijk in een bepaald vakje is te plaatsen. De auteur heeft zijn verhaal gebaseerd op waargebeurde feiten en hetgeen hij beschrijft is absoluut niet verzonnen – en op zich voelt het geheel ook aan als zijnde non-fictie – maar desondanks zijn er ook meer dan voldoende kenmerken van een roman. Wellicht komt dit laatste door talloze gedetailleerde beschrijvingen die met de zaak eigenlijk niets van doen hebben. Capote slaat namelijk regelmatig zijwegen in die zo goed als geen, of op zijn minst indirect, verband met de moorden en de daders hebben. Je vraagt je dus af of dit bedoeld is als een sfeerimpressie of om een totaalplaatje te schetsen, of misschien zelfs wel beide.

In koelen bloede is, geheel tegenstrijdig met de behaalde successen, geen boek waarvan de lezer volledig ondersteboven raakt. In een trage verteltrant besteedt de auteur voldoende aandacht aan de moorden, de daders en de slachtoffers en in bepaald opzicht intrigeert dit zonder meer, maar er zijn ook enkele facetten waar Capote relatief gezien minder oog voor heeft. Denk hierbij onder andere aan de rechtszaak, waarvan een niet al te levendig verslag van wordt gegeven. Kortom, een boek met twee gezichten.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Truman Capote
Titel: In koelen bloede

ISBN: 9789029562805
Pagina’s: 366

Eerste uitgave: 1966

De staljongen van Auschwitz – Henry Oster & Dexter Ford

Flaptekst
Heinz Oster was pas vijf jaar oud toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam. Als een van de 2.011 joden die in Keulen in 1941 door de Gestapo werden opgepakt, werd ook hij gedeporteerd. De twaalfjarige jongen werd vervolgens van kamp naar kamp gestuurd. In Auschwitz ontsnapte hij aan de gaskamer omdat de paardenfokkerij staljongens nodig had. Hij hield zich wanhopig vast aan de overtuiging dat als hij zich onmisbaar zou maken, hij een grotere kans zou hebben om deze hel te overleven.

Heinz was een van de weinige Keulse Joden die na de oorlog de kampen levend verliet. Na de oorlog emigreerde hij naar Amerika en veranderde zijn naam in Henry. Dit is zijn verhaal.

Recensie
Journalist Dexter Ford is een van de klanten van optometrist Henry Oster en terwijl hij zich op een dag nieuwe contactlenzen liet aanmeten, zag hij dat op de linkeronderarm van laatstgenoemde een slordige en inmiddels verbleekte tatoeage is aangebracht: B7648. Hij vroeg hoe hij daaraan kwam, waarna de paramedicus hem vervolgens vertelde wat de reden van deze inscriptie was. Dit verhaal is te lezen in het in 2023 uitgebrachte boek De staljongen van Auschwitz.

De biografie begint in 1933, Heinz Adolf Oster is dan vijf jaar oud, en Adolf Hitler komt aan de macht. Aanvankelijk lijkt er, ondanks diverse dreigende situaties, nog niet veel aan de hand te zijn, maar aan het eind van 1941 – de oorlog is dan al een tijd bezig – worden hij en zijn moeder tegelijk met iets meer dan tweeduizend andere joden door de Gestapo opgepakt en gedeporteerd. Uiteindelijk komt Oster, hij wordt gescheiden van zijn moeder, in Auschwitz terecht waar hij als staljongen tewerkgesteld wordt. In dit concentratiekamp wordt hij geconfronteerd met de meest schrikbarende taferelen en moet hij onder erbarmelijke omstandigheden zien te overleven.

Het verhaal van Oster verloopt zo goed als chronologisch en geeft een helder en duidelijk beeld van hoe het voor joden ruim voor, tijdens, maar ook na de oorlog is geweest. Natuurlijk gaat het in dit geval vooral om zijn persoonlijke ervaringen, maar die zullen voor anderen over het algemeen niet veel anders zijn geweest. Uit zijn relaas komt bijzonder goed naar voren hoe verschrikkelijk het allemaal was en hoe meedogenloos de Duitsers, met name de nazi’s en de SS’ers, waren. Soms rijzen je de haren te berge als je leest over hun onmenselijke (wan)daden. Dit geldt niet alleen voor die in de diverse kampen, maar ook die in het Poolse getto, waar Oster en zijn ouders verplicht moesten wonen.

Natuurlijk zijn er al veel verhalen over de Tweede Wereldoorlog geschreven en gepubliceerd en als je die leest, merk je dat ze toch van elkaar verschillen, ondanks het overkoepelende thema. Net zoals talloze anderen hebben gedaan, vertelt Oster zijn herinneringen vanuit zijn eigen perspectief en dat is natuurlijk volkomen terecht en vanzelfsprekend. Zijn relaas is daarom honderd procent persoonlijk en daardoor is het in feite een ooggetuigenverslag, en zonder meer eentje die indruk maakt. Het is knap dat hij alle details uit zijn vroege jeugd nog feilloos naar voren kan brengen. Hierdoor krijg je een globale indruk hoe hij als jongetje was en hoe hij toen tegen diverse dingen aankeek.

Uit het relaas blijkt eveneens dat Oster diverse keren erg veel geluk heeft gehad, want hij heeft de Duitse geboden regelmatig overschreden en daardoor risico’s genomen. Als hij gesnapt was, had hij niets kunnen navertellen, dus wellicht waakte er een beschermengel over hem. Tijdens het lezen leef je in ieder geval continu met hem mee, ondanks dat je eigenlijk wel weet dat hij het gered heeft.  Waar je dan benieuwd naar bent, is hoe hij het ervan af zal brengen. Dit levert allerlei aangrijpende en heftige momenten op en soms is er zelfs sprake van wat spanning. Het gevoel dat hij heeft gehad, komt zonder meer goed over en daarvan kun je je alles voorstellen.

De staljongen van Auschwitz is al met al een indringend, persoonlijk en boeiend verhaal van een van de weinige Keulse joden die de concentratiekampen levend heeft kunnen verlaten. Het is tevens een geschiedenis die niet vergeten mag worden, hierover heeft Oster het zelf ook nog, opdat herhaling uitblijft.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Henry Oster & Dexter Ford
Titel: De staljongen van Auschwitz

ISBN: 9789026166730
Pagina’s: 272

Eerste uitgave: 2023

De poppenmeester – Sam Holland

Flaptekst
Op een schijnbaar doodgewone maandagochtend komt een man onder de wielen van een locomotief terecht. Het lijkt een duidelijk geval van zelfmoord. Inspecteur Cara Elliot wordt naar de plaats delict geroepen en zet haar vraagtekens bij het sterfgeval. Ze haalt haar broer, ex-rechercheur Nate Griffin, over om te helpen, maar hij heeft zijn eigen problemen.

Dan volgen er meer opmerkelijke sterfgevallen: een schizofrene man, een vrouw die haar dementerende moeder verzorgt en een slachtoffer van verkrachting. Heeft iemand ze de dood ingejaagd? En wat hebben ze met elkaar gemeen? Kunnen ze de waarheid achterhalen voordat er meer slachtoffers vallen?

Recensie
Het verschijnen van De echoman (2022), het thrillerdebuut van Sam Holland, legde haar geen windeieren, want zowel dit boek als de opvolgers waren stuk voor stuk succesvol. Haar werk wordt in vijftien landen uitgebracht en in Nederland heeft ze zowel de Bronzen als Zilveren Vleermuis gewonnen. In augustus 2024 publiceerde ze haar derde thriller De poppenmeester, waarin een aantal oude bekenden opnieuw hun opwachting maakt, maar goed afzonderlijk van de voorgaande gelezen kan worden.

In de vroege ochtendspits komt een man op het spoor terecht en belandt onder de wielen van een goederentrein. Alles wijst erop dat hij zelfmoord heeft gepleegd, maar inspecteur Cara Elliott, die erbij wordt geroepen, heeft haar bedenkingen. Ze besluit de ware toedracht van deze dood te onderzoeken en roept daarvoor de hulp in van haar broer Nate Griffin, die het werk bij de recherche eigenlijk achter zich heeft gelaten. De zaak neemt een andere wending aan als Cara en haar team geconfronteerd worden met diverse andere opvallende sterfgevallen. De vraag is of ze de ware toedracht daarvan kunnen achterhalen.

Het eerste hoofdstuk liegt er niet om, want meteen is het raak en weet de auteur de lezer aan het verhaal te binden. Een verschrikkelijk voorval beschrijft ze alsof je er zelf bij aanwezig bent, enkele gruwelijkheden worden gedetailleerd beschreven en het gevoel van de personages komt realistisch en conform de werkelijkheid over. Waar het dan natuurlijk ook om gaat, is dat je nieuwsgierigheid gewekt wordt, want je wilt te weten komen hoe een en ander zal aflopen. Vanzelfsprekend blijft het hier niet bij, want in het vervolg van de plot komen meer vergelijkbare omstandigheden en gemoedstoestanden voor. Toch is het niet alleen maar huiveringwekkend of afschuwelijk en ligt de nadruk evenmin op alleen het politiewerk. Holland besteedt namelijk behoorlijk wat aandacht aan de privéperikelen van een aantal individuen. Niet per se noodzakelijk voor de gebeurtenissen, maar wel interessant om hen goed of beter te leren kennen.

In dit derde deel van de Major Crimeserie keert een aantal bekende personages terug en wordt zo nu en dan verwezen naar De echoman, Hollands debuut, maar hoewel het op zich geen probleem is dit boek afzonderlijk van de andere te lezen, is dit wel aan te raden. Want alleen daardoor kom je te weten waarom enkele rechercheurs hun eigen moeilijkheden hebben. Deze besognes zijn er echter wel de oorzaak van dat het er deze keer een stuk minder spannend aan toegaat dan in de twee voorgaande boeken. Dit is niet bezwaarlijk, want er gebeurt desondanks meer dan voldoende en er zijn hoe dan ook talloze plotwendingen die ervoor zorgen dat je je geen moment hoeft te vervelen. Spanning is er zo nu en dan, met name in de slotfase, maar het is allemaal net iets bedaarder.

Hoewel het verhaal vanuit verschillende perspectieven belicht wordt, gaat de meeste aandacht uit naar Cara Elliott en Nate Griffin en derhalve kom je tamelijk veel over hen te weten. Zonder enige twijfel boeiend, want beiden zijn intrigerende personen die – het kan eigenlijk niet anders – een verleden hebben waar ze nu nog mee te kampen hebben. De thriller heeft verder een goede en tevens gedegen opbouw en de auteur werkt naar een climax toe die de lezer aan het boek gekluisterd laat en eveneens tamelijk onverwacht is. In een soepele en beeldende schrijfstijl loods Holland je naar een ontknoping toe waarin alle losse eindjes aan elkaar geknoopt worden, maar die tevens de deur op een kier zet voor een vervolg. De poppenmeester is over het geheel genomen minder intens dan de voorgaande twee delen, maar zonder meer de moeite van het lezen waard.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sam Hoilland
Titel: De poppenmeester
ISBN: 9789402715347
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2024

De jongen die de vuurvliegjes volgde – Aisha Hassan

Flaptekst
Toen Lalloo nog maar zes jaar was werd zijn broer vermoord, voor de kleine hut van zijn familie, aan de rand van Lahore. Zijn ouders wonen daar nog steeds en zwoegen dag in dag uit in de steenfabriek om hun schulden af te betalen.

Lalloo werkt nu voor een welgestelde familie in de stad en samen met zijn trouwe vriend Salman maakt hij een plan om zijn ouders van hun schulden en het loodzware werk te bevrijden. Maar het redden van zijn familie vraagt om enorme offers, en dan ontmoet hij ook nog eens zijn jeugdvriendin Fatima, voor wie hij nog steeds gevoelens koestert…

Recensie
Hoewel Aisha Hassan al geruime tijd in Londen werkt en woont, groeide ze op in de Pakistaanse stad Lahore. Een bezoek aan een steenbakkerij en een krantenartikel over de moord op de zoon van een steenbakker bracht haar op het idee van haar in 2025 verschenen debuut De jongen die de vuurvliegjes volgde, maar het duurde nog lange tijd voordat ze met het schrijven ervan begon. Inmiddels is de op een waargebeurd verhaal gebaseerde roman een wereldwijd succes geworden en stond het op de long- en shortlists van enkele prijzen.

Toen Lalloo nog maar zes jaar was, werd zijn oudere broer vlak voor hun armoedige huisje vermoord. Zijn familie woont en werkt nog steeds in de bhatti om een oude schuld af te betalen. Zelf werkt hij in Lahore als chauffeur voor een rijke familie en om ervoor te zorgen dat zijn familie niet meer in de steenbakkerij hoeft te werken, probeert hij aan geld te komen om de volledige schuld af te lossen. Dit gaat echter minder voorspoedig dan hij had gedacht en daardoor raakt hij in grote problemen.

Ze overleven iedere dag op deze afschuwelijke plek.’ Deze zin in het eerste hoofdstuk laat zien dat veel inwoners van Pakistan, een land waarover in de westerse wereld eigenlijk niet zo heel erg veel bekend is, een moeilijk en zwaar bestaan leiden. De lezer krijgt meteen een indruk van de barre omstandigheden waaronder zij moeten leven en ondanks dat het verhaal voornamelijk fictief is, bevat het wel degelijk een kern van waarheid. Het korte nawoord van de auteur en de enige foto die het boek rijk is tonen dit onomwonden aan, maar ook de bijzonder beeldende schrijfstijl van de auteur zorgt ervoor hun situatie op je netvlies gebrand staat.

Omdat het verhaal en derhalve de vele voorvallen en gebeurtenissen volledig worden verteld vanuit het perspectief van Lalloo leer je hem behoorlijk goed kennen. Door middel van diverse terugblikken kom je ruim voldoende over zijn verleden (voor zover je daar natuurlijk over kunt spreken, want hij is immers nog jong) te weten. Hierdoor krijg je niet alleen een volledig beeld van hem, maar ook – zij het in mindere mate – van zijn familie en zijn vrienden Salman en Fatima. Op basis van wat je over hen te weten komt, kun je alleen maar sympathie voor ze opbrengen. Hassan beperkt zich bij hun karakterisering uitsluitend tot de positieve eigenschappen, hoewel Lalloo door wanhoop gedreven nog wel een andere, maar absoluut begrijpelijke kant van zichzelf laat zien.

De auteur geeft de sfeer waarin alles zich afspeelt buitengewoon goed weer. Zoals de smalle straatjes in de stad, het enorme verschil tussen rijk en arm, hoe er op de ‘onderklasse’ wordt neergekeken, het erbarmelijke bestaan in de steenbakkerij, en ga zo maar door. Ook het gevoel dat de verschillende personages hebben, komt prima over en door wat hen overkomt, leef je als lezer volledig met hen mee en hoop je oprecht dat ze een volwaardig en gelukkig leven kunnen hebben. Schrikbarend zijn de beschrijvingen van de – hoewel verboden – werkzaamheden in de bhatti, waar mensen onder mensonterende omstandigheden slavenarbeid moeten verrichten.

Het is overigens niet alleen kommer en kwel, want de roman heeft eveneens mooie, liefdevolle en aandoenlijke momenten. Soms enigszins feelgood-achting, terwijl daar feitelijk geen enkele sprake van is. In een eenvoudige, open en inlevende schrijfstijl vertelt Hassan over de lotgevallen van een jonge man die zowel met voor- als tegenspoed te maken heeft gekregen. Dit doet ze op een overtuigende en indrukwekkende manier, waardoor De jongen die de vuurvliegjes volgde een debuut is om niet snel te vergeten.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Aisha Hassan
Titel: De jongen die de vuurvliegjes volgde

ISBN: 9789023961864
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2025

De letter M – Natasha Pulley

Flaptekst
De ansichtkaart lag al bijna een eeuw op het postkantoor te wachten om bezorgd te worden bij Joe Tournier.

Joe is Engeland nooit uit geweest, zelfs London niet. Hij is een Britse slaaf, een van de duizenden in het Franse rijk. Hij heeft werk en een gezin. Maar hij herinnert zich ook flarden van een ander leven, waarin Engels werd gesproken in Engeland, in plaats van Frans. En nu heeft hij een ansichtkaart in handen die lang geleden is geschreven door een vreemde die hem lijkt te kennen.

Joe moet achter de waarheid komen en hij reist van het door de Fransen bezette Londen naar een afgelegen Schots eiland, terug in de tijd, vechtend voor zijn leven en een andere toekomst.

Recensie
In 2022 werd Natasha Pulley, onder andere bekend van haar intrigerende boek Stad 40, genomineerd voor Gold Crown Award voor haar roman The Kingdoms (De letter M, 2025). Ze wordt geprezen om de ingewikkelde plots, historische settings en elementen van magisch realisme die haar werk bevatten. Deze keer is het niet anders, want het verhaal speelt zich af in een Groot-Brittannië dat de Napoleontische Oorlogen van Frankrijk heeft verloren en dus eigenlijk niet meer Brits is. Ze weet overigens niet (meer) waardoor ze geïnspireerd is, maar wel dat ze een verhaal wilde schrijven over een man die een mysterieuze brief ontvangt en in een vuurtoren terechtkomt.

Deze man is Joe Tournier, een Britse slaaf die in dienst is bij zijn Franse meester M. Saint-Marie. Hij heeft werk en is getrouwd met Alice en samen hebben ze een dochter: Lily. Op een dag staat hij op het station van Londen, maar weet zich zo goed als niets van zijn leven te herinneren. Dan ontvangt hij een ansichtkaart die al bijna honderd jaar op het postkantoor lag, ene M. is de afzender. Hij raakt hierdoor geïntrigeerd en wil nu proberen meer over zijn verleden te weten te komen en ook van wie hij deze kaart heeft ontvangen.

Meteen in het eerste hoofdstuk maakt de lezer kennis met Joe Tournier en doordat hij zich niets meer kan herinneren van wat zich vóór dat bewuste moment heeft afgespeeld, word je enigszins nieuwsgierig naar de reden waarom hij zijn geheugen kwijt is en hoe zijn leven tot dusver is geweest. In de loop van de plot maakt de auteur hier uiteraard steeds meer over bekend en dat gebeurt onder andere door middel van allerlei sprongen in de tijd. Door deze regelmatig terugkerende flash forwards en flashbacks moet je, om de kluts niet kwijt te raken, goed bij de les blijven om te voorkomen dat je niet meer helemaal weet hoe alles precies in elkaar steekt. Gelukkig vermeldt Pulley wanneer een en ander plaatsvindt, maar desondanks kan de tijdspanne nog weleens voor een klein beetje verwarring zorgen.

Het uitgangspunt van de roman is op zich niet slecht en de uitvoering daarvan is eveneens naar behoren gedaan, maar bij tijd en wijle heeft de lezer het gevoel dat het allemaal een tikkeltje te veel van het goede is. De al genoemde tijdwisselingen (soms heb je de indruk dat je een tijdreiziger bent), de vele personages en dan ook nog eens de gedachte dat Groot-Brittannië zo goed als volledig in handen van de Fransen is. Dit vergt behoorlijk wat aanpassingsvermogen. Omdat de Napoleontische Oorlogen tamelijk veel invloed hebben op de gebeurtenissen bevat het verhaal allerlei gewelddadige scènes – daar valt immers niet aan te ontkomen. Wat hieruit op valt te maken, is dat de research van Pulley zorgvuldig en nauwkeurig is geweest en daardoor zijn deze frasen over het algemeen realistisch. Van diverse andere fragmenten kan dit niet gezegd worden, die zijn nogal speculatief.

Vanzelfsprekend is de meest in het oog springende persoon Joe, maar een ander personage dat van groot belang is, is Missouri Kite, een soms onbaatzuchtige en bij tijd en wijle niet onsympathieke scheepskapitein, wiens rol van aanzienlijke importantie is in het leven van Tournier. Beiden zijn zonder meer interessante en intrigerende individuen. Ondanks hun inbreng is het zo nu en dan een opgave om geboeid te blijven, want er zijn momenten minder pakken. Dit ligt ten dele aan de schrijfstijl van de auteur, die zowel beeldend, af en toe mooi, maar bij vlagen lastig te duiden is.

Hoewel sommige situaties min of meer waren te voorzien, bevat het boek verschillende wendingen, een enkele verrassing en is er bij gelegenheid een verrassing te bespeuren. Niettemin is De letter M over het geheel genomen een bevreemdende roman die wel wat van de flexibiliteit van de lezer vergt     

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Natasha Pulley
Titel: De letter M
ISBN: 9789026178931
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2025