Categorie archief: Gelezen in 2025

De wraak van Balthasar – Jeroen Windmeijer

Flaptekst
Victor van Atten begint nietsvermoedend aan een van de stadswandelingen die hij begeleidt. De toer wordt die avond opgeluisterd door enkele acteurs in historische kostuums. In de drukke stad valt de vrouw die tegen de stadhuismuur zit niet op. Totdat blijkt dat ze niet beweegt. Ze is gruwelijk verminkt en om het leven gebracht. Wat is er aan de hand in het anders zo rustige Delft?

Voor oud-militair Bobbi Meijer is dit de eerste zaak waarin ze zich als rechercheur kan bewijzen. Als er binnen enkele dagen echter nieuwe moorden gepleegd worden, groeit het haar bijna boven het hoofd. De enige aanwijzing die ze heeft zijn de briefjes die op de plaatsen delict worden aangetroffen: het lijkt iets te maken te hebben met het bewogen verleden van Delft. Het koninklijke verleden…

Recensie
Veel thrillers van Jeroen Windmeijer spelen zich in zijn woonplaats Leiden af, maar omdat een keer een andere setting te hebben, richtte hij zijn aandacht op Delft, waar hij geboren is en er ook naar de middelbare school ging. Zijn nieuwste trilogie, waarvan De schaduw van Vermeer (2023) het eerste deel is, speelt zich dan ook volledig in deze Zuid-Hollandse stad af. Het volgende boek van het drieluik is De wraak van Balthasar (2024), waarvoor hij zich heeft laten inspireren door de moord op Willem van Oranje, maar dan vanuit het gezichtspunt van diens moordenaar Balthasar Gerards.

Gids Victor van Atten stuit tijdens een rondleiding van de stadswandeling Duister Delft op een vrouw die zich langdurig niet beweegt. Als hij haar voorzichtig aanraakt, merkt hij dat ze om het leven is gebracht en een van haar handen niet meer aan het lichaam vastzit. De politie wordt ingeschakeld en voormalig militair Bobbi Meijer krijgt, ondanks dat dit haar eerste zaak als rechercheur is, de leiding over het onderzoek. Om de dag vindt een nieuw moord plaats en de enige aanwijzingen die er zijn, zijn briefjes die bij de slachtoffers worden aangetroffen.

In dit tweede deel van de trilogie, dat uitstekend afzonderlijk van het voorgaande te lezen is, neemt de auteur de lezer niet alleen mee naar een van de oudste steden van Nederland, maar ook naar een voorbije gebeurtenis die in 1584 in deze Zuid-Hollandse plaatsvond, namelijk de moord op Willem van Oranje. Zoals bij Windmeijer gebruikelijk is, schotelt hij je een flinke dosis geschiedenis en religie voor die deze keer vakkundig en ingenieus zijn gekoppeld aan een aantal wrede en lugubere moorden. Deze aanpak heeft tot gevolg dat je meer – en zelfs onbekende – informatie en kennis krijgt over moordenaar Balthasar Gerards, de oude binnenstad van Delft en tevens getrakteerd wordt op een naar het eind toe oplopende spanning.

De belangrijkste personages in het geheel van gebeurtenissen zijn rechercheur Bobbi Meijer en leraar geschiedenis annex gids Victor van Atten, maar ook enkele anderen eisen hun niet onaanzienlijke en essentiële rol op, van wie Balthasar Gerards en de tot aan het eind onbekende moordenaar de meeste aandacht opeisen. Over dit kwartet komt de lezer derhalve ruim voldoende te weten. Lange tijd vraag je je trouwens wel af wat de verhaallijn van Van Atten met die van Meijer, en dus het politieonderzoek, te maken heeft, maar in de loop van de plot is dit verband zonneklaar en begrijp je eveneens waarom die betrekkelijk lange aanlooptijd nodig is.

Omdat het meteen in het begin al raak is – de eerste moord vindt plaats – wordt de lezer direct het verhaal ingezogen en loslaten is er vervolgens niet meer bij. Dit komt voornamelijk door de interessante ontwikkelingen, maar tevens door de vele boeiende wetenswaardigheden. Diverse plotwendingen zorgen ervoor dat je zo goed als nooit weet waar je aan toe bent en enkele verdachtmakingen laten je over sommige personages twijfelen. Een kleine kanttekening is echter op zijn plaats, want door een paar erg minieme details krijg je op een bepaald moment door wie de uiteindelijke dader is. Het blijft echter gissen naar het motief, waarover pas is de absolute slotfase uitsluitsel komt.

De wraak van Balthasar, zeer toegankelijk en eigentijds geschreven, is een typische Windmeijer. Feiten en fictie zijn nauw met elkaar verbonden, religie en historie zijn volop aanwezig en de vaart zit er voortdurend goed in. Op het oog rustige fragmenten worden afgewisseld met spannende momenten en bovenal weet de auteur de lezer continu nieuwsgierig te maken en bezit te houden, want de puzzel voor de politie is tevens een puzzel voor jezelf.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jeroen Windmeijer
Titel: De wraak van Balthasar

ISBN: 9789402716092
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2024

De erfgenamen – A.C. Porter

Flaptekst
1945. Vier Joodse wezen wonen sinds het begin van de oorlog op een onwaarschijnlijk onderduikadres: Berchtesgaden, waar de gehele nazitop, inclusief Adolf Hitler zelf, vakantiehuizen heeft.

Veertien jaar later ontpopt de jonge Ezra Walsh zich in recordtijd tot een van de belangrijkste adviseurs van John F. Kennedy, de aanstaande president van de VS. Wanneer haar broer Elias op brute wijze wordt vermoord, wordt Ezra gedwongen een diepgeworteld geheim uit haar verleden onder ogen te zien.

Er ontvouwt zich een internationaal kat-en-muisspel, waarin Ezra niemand lijkt te kunnen vertrouwen. Tegelijk vormt uitgerekend zij het grootste gevaar voor de politieke ambities van JFK.

Recensie
Tijdens een verblijf in een Gasthof in het Beierse bergdorpje Berchtesgaden ontdekte A.C. Porter, een pseudoniem van Arjan Alberts, dat hij zich op een plek bevond waar zich vele jaren geleden een uniek verhaal heeft afgespeeld. Dit gegeven vormde zijn inspiratiebron voor de politiek getinte thriller De erfgenamen (2024), waarin diverse waargebeurde feiten zijn verwerkt, waarvoor hij flink wat research heeft verricht en waarover hij maar liefst zes jaar heeft gedaan.

We gaan terug naar 1945 toen vier Joodse weeskinderen sinds het begin van de oorlog in Gasthof Vorderbrand, een geliefde verblijfplaats van de nazi’s, ondergedoken zitten. Op een dag moeten ze halsoverkop vertrekken en komen in De Nieuwe Wereld (Amerika) terecht. Hier wordt Ezra, een van de vier, veertien jaar later adviseur van senator John F. Kennedy, die op dat moment een veelbelovende presidentskandidaat is. Als haar broer Elias om het leven wordt gebracht, komt het verleden, dat diverse geheimen herbergt, weer erg dichtbij en moet ze ook vrezen voor haar eigen leven.

Met een memorandum van een ondervraging en een korte proloog heeft dit verhaal een interessant begin dat enkele vragen oproept en absoluut nieuwsgierig maakt naar het vervolg van de gebeurtenissen. In het eerste deel – het verhaal heeft er twee – dat zich afspeelt aan het eind van de Tweede Wereldoorlog en vlak na de beëindiging daarvan, maakt de lezer kennis met de vier joodse kinderen die in het Beierse Gasthof zijn ondergebracht. Deze voorgeschiedenis is belangrijk voor hetgeen zich ongeveer vijftien jaar later in de Verenigde Staten afspeelt, maar geeft tevens een globale indruk van de omstandigheden destijds. Het tweede en grootste deel draait ogenschijnlijk om de verkiezingen van 1960, hoewel er meer dan voldoende vreemde en geheimzinnige voorvallen plaatsvinden. Hierdoor lijken de politieke aangelegenheden slechts bijzaak te zijn, tot in de ontknoping een openbaring plaatsvindt die daar toch aan gelinkt kan worden.

Protagonist en verteller is Ezra Walsh en daarom kom je over haar behoorlijk wat te weten. Ook aan het doen en laten van haar broers Elias, Salo en Samuel wordt voldoende aandacht besteed, hoewel voor de twee eerstgenoemden dat in iets mindere mate geldt. Door Ezra’s werkzaamheden heeft de aanloop van de presidentsverkiezing eveneens een belangrijke rol en het interessante is dat de auteur voor een originele invalshoek gekozen heeft: de voorverkiezing van de presidentskandidaat. Hierdoor krijgt de lezer een globale indruk hoe dit in zijn werk gaat en krijgt de thriller een realistisch tintje. Voor sommige incidenten die plaatsvinden geldt dit iets minder, hoewel sommige middelen die daarvoor gebruikt worden tijdens de oorlog ook toegepast zijn.

Vanaf het begin is er een merkbare spanning aanwezig, maar die is over de hele linie vooral sluimerend, en veel is gericht op wat nog komen gaat. Een overvloed van momenten met zinderende actie is er niet en dat is zeker geen gemis. In een verhaal als dit past zoiets gewoonweg niet. Het boek moet het wat dit aspect betreft voornamelijk hebben van de geheimzinnigheid rond verschillende moorden, waaronder dus die van Elias. Daarnaast is het ook nog eens de vraag wie wel en niet te vertrouwen is, want een aantal personages heeft een geheim te verbergen waar ze het liever niet over hebben. De plot heeft ruim voldoende wendingen, zo nu en dan een verrassing en het eind was in het geheel niet te voorzien.

Porter heeft een prettige, makkelijk leesbare en beeldende schrijfstijl en onder andere daardoor is De erfgenamen een aangename thriller. De thriller weet de lezer van begin tot eind te boeien, ondanks dat het zo nu en dan weleens onwaarschijnlijk is. Maar omdat niets is wat het lijkt, kan dit ook uiterlijke schijn zijn.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: A.C. Porter
Titel: De erfgenamen

ISBN: 9789401622202
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2024

De kraanvogels vliegen naar het zuiden – Lisa Ridzén

Flaptekst
Bo, 89 jaar, was ooit een sterke man die zijn hele werkende leven in dienst was bij een houtzagerij. Nu laat zijn lichaam hem geleidelijk in de steek. Zijn rustige bestaan wordt zelden onderbroken door iets anders dan bezoekjes van de thuiszorg, het wekelijkse telefoongesprek met zijn enige vriend Ture en herinneringen aan vroeger, die steeds meer de plaats van het echte leven innemen. In de leegte die zijn vrouw achterliet heeft hij één troost en houvast: zijn trouwe hond Sixten. Maar Bo’s zoon Hans wil Sixten bij hem weghalen, omdat hij niet meer in staat is goed voor het dier te zorgen.

De dreiging om zijn hond te verliezen roept bij Bo een veelheid aan emoties op. Hij wil graag een betere band met zijn zoon dan hij vroeger met zijn eigen vader had, maar hij heeft moeite om de juiste woorden te vinden om zijn liefde voor Hans te uiten. Aarzelend proberen vader en zoon elkaar te bereiken, maar de koppige strijd van Bo om Sixten, zijn laatste bron van vreugde, te behouden, staat hun toenadering in de weg.

Recensie
Een van de inspiratiebronnen voor De kraanvogels vliegen naar het zuiden, het in 2025 verschenen debuut van Lisa Ridzén, zijn de notities die de thuiszorg over haar grootvader maakte. Na het overlijden van haar opa vond ze deze aantekeningen over maatlijden, slaap en het weer tijdens het opruimen van zijn werkplaats. Ze begon ze te lezen en zodoende ontstond bij haar het idee om een roman te schrijven met een personage dat in veel opzichten op haar grootvader lijkt. Het boek, dat beschouwd kan worden als een lofzang op de toewijding van de thuiszorg, was meteen na verschijnen al buitengewoon succesvol.

Protagonist Bo is een inmiddels 89-jarige man wiens gezondheid geleidelijk aan steeds minder wordt. Hij leidt een rustig leventje, hoewel hij wel afhankelijk is van de hulp van thuiszorg. Zij, en zijn zoon Hans, zijn zo’n beetje de enigen die bij hem langskomen en eigenlijk vindt hij dat prima. Sinds zijn vrouw Fredrika is opgenomen in een verzorgingshuis is zijn hond Sixten de enige die hem voortdurend gezelschap houdt en de ontstane leegte opvult. Als zijn trouwe vriend hem echter afgenomen dreigt te worden, belandt Bo in een emotionele achtbaan en zet vervolgens zijn hakken in het zand.

Meteen in de eerste zinnen van de roman heeft de lezer al in de gaten dat de roman met veel gevoel is geschreven en dat die gevoelens op hem worden overgebracht. Verschillende emoties spelen dan ook een belangrijke rol in het verhaal, dat mooie momenten heeft, maar eveneens trieste, aangrijpende en aandoenlijke. Ridzén laat daarnaast zien dat de laatste levensfase van iemand op erg hoge leeftijd gepaard kan gaan met allerlei ouderdomsgebreken en dat deze mensen daar behoorlijk wat moeite mee kunnen hebben. Aan de ene kant willen ze nog zo graag dingen doen die altijd mogelijk waren, maar aan de andere kant is er soms een vorm van berusting waardoor het voor hen allemaal niet meer zo nodig hoeft. Deze tweeledige stemming wordt door de auteur realistisch in beeld gebracht en is derhalve goed te begrijpen.

Omdat het verhaal volledig vanuit het perspectief van Bo wordt verteld, krijgt je een behoorlijk goede indruk van hem. Niet alleen over zijn huidige omstandigheden, want in gedachten keert hij erg vaak terug naar het verleden. Hierdoor kom je onder andere te weten hoe zijn jeugd geweest is en blijkt de verstandhouding met zijn vader een moeizame te zijn geweest. Een relatie zoals hij die niet met zijn zoon Hans wil hebben. Bo wil het stukken beter doen, maar heeft er moeite mee om onder woorden te brengen wat hij voor zijn zoon voelt. Ook denkt hij regelmatig aan zijn samenzijn met Fredrika, én zijn enorm grote liefde voor haar. Als gevolg van dementie kan ze niet meer thuis wonen en daar lijkt Bo het wel moeilijk mee te hebben. De enige die hij nog heeft, is zijn hond Sixten, ondanks dat dit eigenlijk niet meer kan. Als dit laatste beetje houvast hem afgenomen dreigt te worden, gooit hij de hakken in het zand en lijkt hij zijn hoop op te geven.

De facto gebeurt er niet eens zo heel erg veel en is dit een rustig en bescheiden verhaal. Toch vindt er voldoende plaats waardoor de lezer Bo’s gedachten, stemmingen en diens interactie met de thuiszorg met veel interesse volgt. Ondanks dat hij zo nu en dan zijn nukken heeft, ga je in zekere zin wel van hem houden. Hij heeft iets vertederends en daarom kun je absoluut geen hekel aan hem hebben. Het eind van De kraanvogels vliegen naar het zuiden is emotioneel heftig, maar tevens bijzonder liefdevol. Dit debuut is er niet een om snel te vergeten en laat onomwonden zien dat een klein boek buitengewoon groot kan zijn.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Lisa Ridzén
Titel: De kraanvogels vliegen naar het zuiden

ISBN: 9789089682833
Pagina’s: 302

Eerste uitgave: 2025

Vandaag is geen dag voor verraad – Robert Pollack

Flaptekst
In het Stadsziekenhuis zijn advocaat Werner en kunstschilder Rien veroordeeld tot elkaars gezelschap. Ze herstellen beiden van een darmoperatie. Deze periode van rust en regelmaat wordt ernstig verstoord als buiten rellen uitbreken, die het begin blijken van een revolutie. Werner en Rien die totaal verschillend in het leven staan proberen te begrijpen wat er gebeurt, maar zijn voor hun informatie afhankelijk van hun ondoorgrondelijke arts Brigitta Rasmussen, hun bezoekers en de media. Maar niemand is onpartijdig. Langzaamaan worden de twee meegezogen in een keten van onherroepelijke gebeurtenissen waarin het politieke en het persoonlijke niet meer van elkaar zijn te onderscheiden. 

Recensie
Robert Pollack, een pseudoniem voor Rob Polak, werkte vijfentwintig jaar in de advocatuur toen hij in 2012 besloot om het roer volledig om te gooien en voor het schrijverschap te kiezen. Toch duurde het nog tot 2019 dat zijn debuut De taak – door dagblad NRC tot een van de beste boeken van dat jaar uitgeroepen – verscheen. Zijn derde thriller Vandaag is geen dag voor verraad is in het voorjaar van 2025 uitgebracht. Dit is een volledig fictief verhaal, maar wel geïnspireerd op bestaande feiten en gebeurtenissen.

Een vreedzaam begonnen én door twee politieke tegenpolen georganiseerde demonstratie op het plein van de stad eindigt met een gewelddadige uitbarsting waarbij behoorlijk wat slachtoffers vallen. Velen van hen moeten in het ziekenhuis behandeld worden, waar op dat moment advocaat Werner van Sterken en kunstschilder Rien Scherven liggen te herstellen van een darmoperatie. Beide mannen hebben een verschillende visie op het leven en de maatschappij, maar proberen ieder voor zich te doorgronden wat er exact gebeurt. Terwijl zij en hun bezoekers regelmatig discussies voeren, neemt het geweld op straat steeds grotere vormen aan en kan een veilig verblijf in het ziekenhuis niet meer gegarandeerd worden.

De korte tijd waarin de plot zich afspeelt (zeven dagen), zorgt over het algemeen voor een behoorlijk tempo, maar in dit boek is daar geen enkele sprake van. De aangelegenheden kruipen in een vertraagde slakkengang voorbij en vorderingen worden niet of nauwelijks gemaakt. Omdat het verhaal nog wel enigszins voortvarend en hoopvol van start gaat, krijg de lezer in het eerste hoofdstuk nog de indruk dat hij met diverse spectaculaire en spannende scènes geconfronteerd wordt. Na verloop van tijd merkt hij dat dit louter uiterlijke schijn is, want na deze aanvangsfase besteedt de auteur voornamelijk aandacht aan de patiënten Van Sterken en Scherven, hun bezoekers en twee politieke kopstukken. Op de achtergrond spelen de onlusten nog wel een rol, maar die is relatief beperkt en met name in de vele gesprekken, discussies en intriges. Je bevindt je, op een tiental regels na, nooit daadwerkelijk in de actie en krijgt de informatie over de rellen grotendeels achteraf voorgeschoteld.

Pollack heeft zich, zoals al eerder vermeld, laten inspireren door waargebeurde omstandigheden en de bestorming van het Capitool in Washington D.C. lijkt bijvoorbeeld model te staan voor een van de scènes in het boek. Dergelijke situaties, die zich in feite overal kunnen voordoen en veelal een wat-als-situatie beschrijven, zorgen er zonder meer voor dat de gebeurtenissen een realistische inslag hebben. Er hoeven immers maar een paar radicale groeperingen met tegenstrijdige belangen op te staan om de vlam in de pan te krijgen. Het is jammer dat de auteur hier niet meer mee gedaan heeft, want zoals hij een en ander nu in de plot heeft verwerkt, is nogal statisch. De lezer neemt alles nu ter kennisgeving aan en daarmee is de kous af.

De advocaat en kunstschilder kunnen worden beschouwd als de protagonisten, maar omdat ze nog moeten herstellen van hun operatie hebben ze een passieve – en uitsluitend verbale – functie. Het beeld dat je van hen krijgt, is voldoende om een inschatting te kunnen maken van hun persoonlijkheid en voor een van hen (de tamelijk aanmatigende Van Scherven) is die niet zo heel erg positief. Daarnaast kom je, volledig overbodig, ook nog eens vrij veel te weten over de medische ingrepen die beide mannen hebben moeten ondergaan. Hierdoor, maar eveneens door de matige uitwerking van een in principe niet slecht idee, sneeuwt de bedoeling van de auteur (het schrijven van een spannend verhaal) compleet onder.

Vandaag is geen dag voor verraad is in naam een politieke thriller, maar maakt dit nergens waar. Verrassingen blijven – één uitzondering daargelaten – uit, plotwendingen zijn op geen hand te tellen en de lezer wordt absoluut niet getrakteerd op spanning. Kortom, dit is een boek om razendsnel te vergeten.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Robert Pollack
Titel: Vandaag is geen dag voor verraad

ISBN: 9789026369926
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2025

Botteneiland – Jacob Ross

Flaptekst
Wanneer Michael Digson op het kleine Caribische eiland Camaho aan zijn nieuwe baan begint bij het rechercheteam, combineert hij zijn werk met een persoonlijke missie: ontdekken welk lid van een losgeslagen politieteam zijn moeder heeft vermoord tijdens een politieke demonstratie.

Michael wordt onmiddellijk in het diepe gegooid. Samen met zijn collega Miss Stanislaus krijgt hij de opdracht een cold case op te lossen. Vechtend tegen sociaal onrecht, seksisme en corruptie komen de twee terecht in een wereld vol gevaar, waarbij ze al hun vaardigheden moeten aanwenden om te overleven.

Recensie
Prijswinnend auteur Jacob Ross woont inmiddels iets meer dan veertig jaar in het Verenigd Koninkrijk, maar oorspronkelijk is hij afkomstig van het Caribische eiland Grenada. In 1986 debuteerde hij met de verhalenbundel Song for Simone en zijn eerste roman, Pynter Bender, verscheen in 2008. Acht jaar later werd The Bone Readers, het eerste deel van het Camaho-kwartet, uitgebracht, dat in 2022 in een Nederlandse vertaling op de markt werd gebracht en als titel Botteneiland heeft gekregen. Zijn boeken en verhalen spelen zich alle in de Cariben af.

Nadat Michael Digson van school kwam, had hij, ondanks bijzonder goede cijfers, niet veel uitzicht op werk. Enkele jaren later is hij getuige van een moord en wordt door de hoofdinspecteur van de politie voor diens rechercheteam gerekruteerd. Digson bekwaamt zich als forensisch rechercheur en probeert er tegelijkertijd achter te komen welke politiefunctionaris jaren eerder zijn moeder om het leven heeft gebracht. Hij krijgt ook de taak om samen met de aan het team toegevoegde miss Stanislaus een onopgeloste moordzaak op te lossen. Terwijl ze hun onderzoek uitvoeren, komen ze tot een paar schokkende ontdekkingen.

Het verhaal wordt volledig verteld door Michael ‘Digger’ Digson waardoor je hem leert kennen als een slimme en sympathieke jongeman die het hart op de juiste plek heeft zitten. Er is echter meer, want je krijgt eveneens een globale indruk van de eilandengroep Grenada en de Cariben in het algemeen. De sfeer van de verschillende omstandigheden, de ongedwongen en vriendelijke omgangsvormen, enkele waargebeurde historische feiten en uiteraard ook de natuurgetrouwe beschrijving van de omgeving, ze worden allemaal onder de aandacht van de lezer gebracht. Wel kun je de impressie krijgen dat de eilanden behoorlijk crimineel zijn, maar dat valt op zich wel mee, want Grenada is een van de veiligste landen van in het Caribische gebied.

Naast Digger zijn er vanzelfsprekend ook diverse andere personages en aan de meeste van hen wordt tevens de nodige aandacht besteed. Een ander karakter dat in het oog springt, is de aan de recherche toegevoegde miss K. Stanislaus. Ze is een scherpe verschijning die dingen ziet die anderen niet lijken te zien. Samen met Digson vormt ze een bijzonder, maar prima koppel. Ross heeft een belangrijk en wereldwijd maatschappelijk thema in zijn boek verwerkt en de beladenheid daarvan zorgt soms voor enigszins aangrijpende situaties. Behalve de perikelen rond het politiewerk, dat zo nu en dan een beetje onorthodox overkomt, heeft de auteur ook oog voor een aantal privéaangelegenheden, waarvan één sowieso met een misdaad gelinkt kan worden.

De schrijfstijl van de auteur is vlot en absoluut niet ingewikkeld. Dit houdt echter niet in dat zijn manier van schrijven simpel is, daar is geen enkele sprake van. Hij blijft bij alles in de stijl van de Cariben, wat uiteraard goed is en het verhaal een authentiek tintje geeft. Het begin is nog overwegend rustig en Ross bouwt het geheel, zonder dat er sprake is van een zinderende spanning, geleidelijk op. Er zijn echter wel allerlei ontwikkelingen waardoor gebeurtenissen in een ander daglicht komen te staan en sommige daarvan zijn ronduit bijzonder.

Vanwege de exotische setting en de overwegend intrigerende personages is Botteneiland een originele en verfrissende thriller, waarin van meet af aan te merken is dat de auteur een prima en bevlogen verhalenverteller is. Dit eerste deel van de Camaho-serie, waarvan te hopen is dat de andere ook vertaald zullen worden, is derhalve een uitstekende kennismaking met een auteur uit een land dat wat schrijvers betreft minder gangbaar is.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jacob Ross
Titel: Botteneiland

ISBN: 9789024595518
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2022

De laatste ochtend – Samuel Bjørk

Flaptekst
In de metro van Oslo brengt een vrouw om 09.07 uur een bomvest op haar lichaam tot ontploffing. De politie tast in het duister.

Op de keukentafel van de vrouw uit de metro vinden rechercheurs Munch en Krüger drie voorwerpen: een klein figuurtje van een trol, een figuurtje van een lynx met zijn oor geel geverfd en een boek over de Amerikaanse geschiedenis. De echte dader achter de aanslag speelt met ze en lijkt ze aanwijzingen te geven over wat er gaat gebeuren.

Ondanks Mia’s eerste inzichten lukt het niet om een volgende explosie te stoppen, op dezelfde tijd als de dag ervoor gaat er weer een bom af. De jacht is geopend en Munch & Krüger hebben 24 uur om de terrorist te vinden, voordat hij weer kan toeslaan.

Recensie
Holger Munch en Mia Krüger, de twee protagonisten uit de thrillers van de Noorse auteur Samuel Bjørk (een pseudoniem van Frode Sander Øien), zijn bijzonder populair en geliefd. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat van de serie, die als trilogie begon, inmiddels een zesde deel is uitgebracht: De laatste ochtend (2025). Dit is een vervolg op het eind 2021 verschenen Sneeuwwit, dat op zijn beurt een prequel is op de drie eerste delen van de reeks.

Het is zaterdagochtend en in een wagon van de metro breekt paniek onder de reizigers uit, want een van hen ziet een vrouw met een bomgordel om zitten. Om exact 09:07 volgt een verwoestende explosie die diverse slachtoffers maakt. Alle eenheden, waaronder die van Munch en Krüger worden opgeroepen om de dader te vinden. Tegelijkertijd krijgt journalist Jessica Blomqvist een telefoontje van een man die haar vertelt dat dit de eerste was. Vanaf dan staat Oslo op z’n kop en doet de politie er alles aan om de terrorist te ontmaskeren en meer slachtoffers te voorkomen.

Hoewel de explosie in de metrowagon niet tot in detail beschreven wordt, laat de scène waarin de bom tot ontploffing komt niets aan de verbeelding over. De lezer vormt zijn eigen beelden en kan zich voorstellen hoe een omstander zich op dat moet voelen. Door dit begin word je meteen in het verhaal getrokken en vraag je je af hoe het moet eindigen, temeer omdat je al snel weet dat deze aanslag niet de enige zal zijn. Toch draait het in de plot voor het grootste deel niet uit actievolle situaties, dat is de stijl van de auteur ook helemaal niet. Waar het voornamelijk om gaat, is het politieonderzoek, dat moeizaam verloopt omdat de diverse raadselachtige aanwijzingen die de dader in de woningen van zijn slachtoffers achterlaat vooralsnog ondoorgrondelijk zijn. Dankzij het analytisch vermogen van Krüger belanden de puzzelstukjes gestaag op hun plek en het mooie aan deze opzet is dat de lezer eveneens probeert een oplossing te vinden. Hierdoor ben je als het ware ook met het speurwerk bezig.

Naast de recherchewerkzaamheden, die uiteraard – en terecht – veel aandacht krijgen, geeft de auteur eveneens een kijkje in de persoonlijke levens van de personages. Hier vertelt hij relatief vrij veel over en alleen al daaraan is te merken dat deze thriller een vervolg is op de prequel. Deze informatie is noodzakelijk, maar zorgt wel voor dat het tempo waarin de ontwikkelingen zich afspelen enigszins vertraagt. Ook over de beoogde slachtoffers, de eerste uitgezonderd, wordt verhoudingsgewijs veel verteld. De details die over deze passanten – meer zijn ze in feite niet – prijsgegeven worden doen eigenlijk niet ter zake, maar storend zijn ze evenmin, want ze geven hen per slot van rekening wel een gezicht.

Het verhaal bestaat uit zes delen en in de meeste daarvan wordt de spanning langzaam opgebouwd, tot het aan het eind tot een ontlading komt. Een uitzondering daarop vormt de eindfase. De snelheid ligt dan een stuk hoger en er zijn eveneens voldoende spannende momenten. Verder is de plot doorspekt met diverse wendingen die ervoor zorgen dat de ontwikkelingen telkens een net iets andere richting inslaan dan je wellicht verwacht. Hoewel de explosies uiteraard de nodige spektakel opleveren en de ontknoping absoluut interessant is en enkele verrassingen bevat, is het sec genomen overwegend kalm.

Bjørks schrijfstijl is erg ongecompliceerd, ietwat eenvoudig en zonder meer beeldend. Opvallend is dat hij deze keer vrij veel staccato zinnen gebruikt en het gevoel dat personages dan hebben, is merkbaar. Desondanks werkt dit niet helemaal, want regelmatig krijg je de indruk dat er iets ontbreekt. Helemaal aan het eind nog een enorme cliffhanger, die het vervolg in het eerste deel van de serie (Ik reis alleen) inluidt. Al met al is De laatste ochtend zeker niet slecht, maar een klapper is het evenmin.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Samuel Bjørk
Titel: De laatste ochtend

ISBN: 9789024597147
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2025

Wat ik op zolder bewaar – J.D. Barker

Flaptekst
In een slaperig kustplaatsje staat het leven van de zeventienjarige Billy Hasler op het punt een angstaanjagende wending te nemen. Wanneer zijn beste vriend David Spivey een mysterieus huis erft op een nabijgelegen eiland, lijkt het de perfecte plek om hun laatste zomer door te brengen voordat ze naar de universiteit gaan. Geen ouders. Geen problemen. Geen verantwoordelijkheden.

Terwijl ze graven in het duistere verleden van het eiland, wekken de jongens een oud kwaad op en wat begint als een onschuldig zomeravontuur verandert al snel in een nachtmerrie. Want het huis blijkt een markante beheerder te hebben en de regels die zijn opgesteld voor degenen die het huis betreden zijn niet mals. Dit zijn de belangrijkste:

  • Vergeet niet Emerson eten te geven
  • Neem de telefoon niet op
  • Als je in het huis bent tijdens zonsondergang, dan moet je tot zonsopkomst blijven
  • Doe nooit een deur op slot
  • De tweede verdieping en alles daarboven is verboden terrein

Recensie
David Spivey, de beste vriend van de zeventienjarige Billy Hasler, erft een huis op Wood Island, een klein eiland voor de kust van het plaatsje New Castle, New Hampshire. Voordat ze naar de universiteit gaan, zien de jongens dit als een mooie plek om hier samen met hun vrienden de laatste weken van de zomervakantie van 2010 door te brengen. Wat ze niet weten, is dat dit eiland een nogal duister verleden heeft en er diverse regels op nahoudt die strikt nageleefd moeten worden. Als dit niet gebeurt, heeft dit grote gevolgen.

Dit eiland, het enige huis dat daar staat én de verhalen die veel bewoners van de omgeving in hun kindertijd hebben gehoord, waren voor J.D. Barker de inspiratiebron voor het schrijven van zijn in 2025 verschenen en door Jan Pott vertaalde thriller Wat ik op zolder bewaar. Het grootste deel van het boek bestaat uit fictie, maar Billy’s verhaal – hij is de verteller én protagonist – bevat eveneens een aanzienlijke hoeveelheid waargebeurde feiten.

Ik ben Billy Hasler.

Met deze vier woorden begint Hasler, inmiddels elf jaar ouder dan tijdens die bewuste zomer, te vertellen over de gebeurtenissen die destijds hebben plaatsgevonden. Hij lijkt het daar moeilijk mee te hebben, maar om zijn blijkbaar traumatische ervaringen beter te kunnen verwerken doet hij het toch. Deze aanvangsfase, die als proloog kan worden beschouwd, maakt de lezer nieuwsgierig naar wat zich dat jaar heeft voorgedaan en je merkt aan de gebruikte bewoordingen dat dit absoluut iets onheilspellends moet zijn geweest. Toch duurt het nog geruime tijd voordat er iets écht spectaculairs gebeurt, want Barker neemt er behoorlijk lang de tijd voor om de personages te introduceren, te laten zien waar Hasler en zijn vrienden zich op het eiland mee bezig houden – voor een deel de ‘gewone’ tienerdingen – en, maar in mindere mate, hoe hun privésituatie is. Natuurlijk zijn er dan eveneens enkele voorvallen die geheimzinnig en daardoor enigszins spannend zijn. Interessant, maar relatief gezien stelt dit nog niet zo heel erg veel voor.  

Ongeveer halverwege verandert de teneur drastisch, want vanaf dan komen de mysterieuze, bovennatuurlijke en soms horrorachtige elementen van de thriller bovendrijven. Als gevolg van het gestaag groeiende aantal onverklaarbare omstandigheden, waarbij je je overigens weleens afvraagt of er geen sprake is van hallucinatie, neemt de spanning flink toe. De elkaar afwisselende vertelperspectieven – één door de al genoemde Billy Hasler en één door Chief Whaley, de lokale politiechef – dragen daar trouwens ook aan bij. Veel van het gebeurde komt vanzelfsprekend buitengewoon onwaarschijnlijk over, maar zoals in het nawoord van de auteur te lezen is, heeft een aantal van de geheimzinnigheden zich daadwerkelijk voorgedaan. Hierdoor weet je in feite niet wat echt is en wat niet.

Behalve voor Hasler en Whaley is er tevens een belangrijke rol weggelegd voor de vriendengroep van eerstgenoemde. In principe kun je zelfs stellen dat juist zij verantwoordelijk zijn voor alle duistere zaken die zich voordoen en dat het zonder hen eigenlijk maar een saaie bedoening is. De ongemakkelijke sfeer die Barker al vanaf het allereerste moment creëert, is dan ook een van de sterke aspecten van het verhaal. Mede daardoor is de lezer van meet af aan bij alles betrokken en daarnaast benieuwd hoe een en ander gaat aflopen. Dankzij allerlei plotwendingen en verrassende ontwikkelingen weet je nergens waar je aan toe bent, het enige dat je aanvoelt, is dat de afloop nooit goed kan zijn. Dit zorgt er zonder meer dat het eiland en sommige personages huiveringwekkend overkomen. De afloop, die je wellicht niet verwacht en hoopt, is enigszins afwijkend, maar wel degelijk passend.

Wat ik op zolder bewaar (de titel is een merkwaardige keuze) heeft helemaal niets van een traditionele thriller en is bovendien tamelijk onrealistisch. Barker laat de lezer echter geloven dat er meer is tussen hemel en aarde en daarom lijkt het erop dat niets onmogelijk is.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: J.D. Barker
Titel: Wat ik op zolder bewaar

ISBN: 9789402326680
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2025

De laatste sterft – Tess Gerritsen

Flaptekst
De levens van drie kinderen raken door extreem gruwelijke gebeurtenissen met elkaar verweven: eerst worden hun families vermoord, daarna hun pleeggezinnen. Ze blijven als enige overlevenden over. De kinderen worden in veiligheid gebracht op de streng beveiligde kostschool Evensong, een internaat voor zwaar getraumatiseerde kinderen dat is opgericht door leden van de Mefisto Club. Maura Isles vertrouwt de gang van zaken op de school niet en wil dat de zestienjarige Julian ?Rat? Perkins, die ze kent van een eerdere zaak en ook op Evensong verblijft, een ander onderkomen zoekt. Jane en Maura storten zich op het onderzoek naar de moorden op de families en zetten hun eigen levens op het spel om de kinderen te beschermen. Kunnen ze het gevaar op tijd afwenden?

Recensie
In het begin van haar carrière als auteur, nu veertig jaar geleden, schreef Tess Gerritsen uitsluitend romantische thrillers, maar later stapte ze over naar de medische thriller en startte ze de langlopende serie met rechercheur Jane Rizzoli en patholoog-anatoom Maura Isles. Beide vrouwen werken voor het eerst samen in De leerling (2002) en sindsdien zijn onafscheidelijk. Het tiende deel van de succesvolle en tot tv-serie verfilmde reeks is De laatste sterft, dat in 2012 in een Nederlandse vertaling is verschenen.

Claire Ward, Will Yablonski en Teddy Clock, drie ongeveer dertien- à veertienjarigen, hebben niets met elkaar gemeen, behalve één ding: hun ouders en later hun pleegouders zijn op een wrede manier om het leven gebracht. Hierna komen ze op de exclusieve en streng beveiligde kostschool Evensong terecht, waar Maura Isles twee weken logeert om een andere leerling, Julian Perkins, te bezoeken. Ze probeert er tevens achter te komen wat de overeenkomst tussen de drie tieners is en schakelt daarbij de hulp in van haar vriendin Jane Rizzoli, die tevens rechercheur is. Het onderzoek dat ze vervolgens starten is echter niet geheel zonder gevaar.

De eerste paar hoofdstukken beginnen heel gewoontjes, want daarin worden twee tieners geïntroduceerd die dingen doen die bij hun leeftijd en interesses passen. Niets bijzonders eigenlijk, maar schijn bedriegt, want het eind van deze hoofdstukken zorgt door hun raadselachtigheid wel degelijk voor enkele vragen, en daardoor is er meteen al een heel lichte spanning. Verschillende omstandigheden zorgen er tevens voor dat de aanvangsfase intrigeert en de lezer zich afvraagt waar het verhaal exact naartoe gaat. Geleidelijk aan worden er steeds meer tipjes van de sluier opgelicht en wordt inzichtelijk gemaakt wat er precies aan de hand is. Dit gebeurt overigens zonder dat de plot bol staat van spannende situaties, pas aan het eind wordt het enigszins gevaarlijk en ontstaat er de nodige opwinding. Verder is het, ondanks verschillende mysterieuze voorvallen, een overwegend tamme bedoening.

Het verhaal wordt vanuit het perspectief van verschillende personages verteld, waaronder Rizzoli en Isles. Hun rol is echter relatief beperkt en iets anders dan de volger van de serie van hen gewend is. Een belangrijke rol is weggelegd voor Claire, Will en Terry en over hen komt de lezer dan ook wel het een en ander te weten, echter niet zodanig dat hun hele doopceel wordt gelicht. Dit is overigens ook niet nodig om de plot goed te kunnen volgen. Het is evenmin niet noodzakelijk de reeks op volgorde van verschijnen te lezen. Zo nu en dan wordt er wel verwezen naar gebeurtenissen uit één of meer voorgaande delen – je vraagt je wel af wat er toen allemaal gebeurd is – maar dit is niet van invloed op alles wat zich nu voordoet of op de ontwikkeling van de belangrijkste personen.

De schrijfstijl van Gerritsen is, zoals bij haar altijd gebruikelijk is, uitermate verzorgd, vlot en toegankelijk. Het verhaal is degelijk opgebouwd en bij tijd en wijle zorgt ze voor een onverwachte plotwending. Desondanks ontkomt ook zij niet aan enkele clichés, want het gedrag – en houding – van sommige personages kom je veel vaker tegen in thrillers. Verder komen de drie tieners niet helemaal natuurgetrouw over, hun gedragingen passen namelijk niet bij hun leeftijd. Daarnaast zijn diverse aangelegenheden nogal vergezocht en tamelijk onwaarschijnlijk, met name die uit de ontknoping, die overigens wel redelijk spannend en actierijk is.

Hoewel De laatste sterft van begin tot eind blijft boeien, is dit tiende deel van de serie met Rizzoli en Isles niet de sterkste. Daarvoor is de spanning te beperkt, is de rol van beide vriendinnen te gering en is de gang van zaken net niet spectaculair genoeg. Gerritsen kan aanmerkelijk beter, dat heeft ze immers al bewezen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Tess Gerritsen
Titel: De laatste sterft

ISBN: 9789044342246
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2012

Max, Mischa & het Tet-offensief – Johan Harstad

Flaptekst
Max, Mischa & het Tet-offensief is het verhaal van toneelregisseur Max Hansen, die als puber vanuit Noorwegen naar Amerika emigreert. Hij heeft moeite om zijn jeugd in Stavanger, waar hij als kind van communistische ouders het Tet-offensief naspeelde, achter zich te laten, maar ontdekt in New York dat eigenlijk iedereen daar ontheemd is. In kunstenares Mischa, acteur Mordecai en Vietnamveteraan Owen vindt hij dierbare lotgenoten.

Recensie
Vier jaar nadat Johan Harstad in 2001 zijn literaire debuut maakte met een verzameling korte proza werd zijn eerste roman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? uitgebracht. Hij werd echter vooral bekend door bijzonder lijvige roman Max, Mischa & Tetoffensiven (Max, Mischa & het Tet-offensief, 2017), dat in 2015 verscheen en in 2018 met de Europese Literatuurprijs werd bekroond en waarvan het schrijfproces maar liefst tien jaar heeft geduurd.

Toneelregisseur Max Hansen is vijfendertig jaar oud en woont, sinds hij ruim twintig jaar eerder met zijn ouders en zus Ulrikke vanuit Noorwegen naar de Verenigde Staten is geëmigreerd, in New York. Tijdens een slapeloze nacht in een hotelkamer in Minneapolis, waar hij voor een voorstelling verblijft, denkt hij – soms met weemoed – terug aan zijn leven tot dusver. Aan hoe hij als kind met zijn vriendjes het Tet-offensief naspeelde, aan zijn relatie met de zeven jaar oudere kunstenares Mischa Grey, die hij via zijn vriend Mordecai heeft leren kennen en aan de ontmoeting met zijn oom Owen, met wie hij een goede band heeft opgebouwd.

De verteller van het verhaal is Max Hansen, waarvan de lezer in de eerste paar hoofdstukken de indruk krijgt dat hij een nogal verbitterd en niet al te vrolijk gestemd iemand is. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de toonzetting aan het begin, als hij – moederziel alleen in een hotelkamer – het over zichzelf heeft en de dingen die hij doet. Deze aanvangsfase is een voor het gevoel ellenlange monoloog bestaande uit flinke lappen tekst en geen enkele dialoog. Op dat moment vraag je je werkelijk af waar deze uiteenzetting, die op dat moment echt niet leeft, naartoe gaat, of de teneur ervan nog zal veranderen en of het ruim twaalfhonderd bladzijden lang bij een aaneenschakeling van woorden blijft. Het antwoord is dan kort en krachtig: nee! Want na die relatief korte aanloop verandert een en ander drastisch en wordt alles aanzienlijk levendiger, ondanks dat er nog wel behoorlijk veel breedvoerige fragmenten voorkomen.

Hoewel het in de plot voornamelijk over de lotgevallen van Max gaat en als gevolg daarvan erg veel over hem te weten komt, kom je over de meeste andere personages eveneens bijzonder veel te weten. Ieder van hen, met name Mischa, Mordecai en Owen, is dan ook sterk met de protagonist verbonden en zij vervullen derhalve een belangrijke rol in zijn leven. In feite kan dit ook gezegd worden van de Vietnamoorlog, die als het ware als een rode draad fungeert. Dit gebeurtenis is niet het enige waargebeurde feit dat in de roman is verwerkt, want onder andere de terroristische aanslagen van 11 september 2001 en de zeer zware orkaan Sandy, die in 2012 in het westen van de Caribische zee én aan de oostkust van de Verenigde Staten huishield, worden in beeld gebracht. Tezamen met wat zich in het leven van Max voordoet, zorgt dit ervoor dat het verhaal tamelijk realistisch overkomt.

De schrijfstijl van Harstad is wisselend, de ene keer erg levendig, de andere keer uitvoerig, soms zelfs een beetje op het saaie af en een enkele keer aangrijpend. Tijdens de minder aansprekende tekstgedeelten – vooral wanneer Max een beschouwing geeft over de toneel- of kunstwereld – is het even doorbijten, maar over de hele linie is het allemaal goed te doen en weet de auteur de lezer in zeer hoge mate te boeien. Aan het eind van het exposé, want zo kan dit boekwerk met recht beschouwd worden, wordt het nog enigszins spannend en lijkt Max zich in zijn eigen Apocalyps te bevinden. Hiermee heeft de roman zowaar een ietwat spectaculaire afloop.

Max, Mischa & het Tet-offensief is een boek dat, ondanks een aantal taaie fragmenten, moeilijk weg te leggen is. Max en de zijnen hebben het vermogen de lezer te betoveren en als laatstgenoemde de roman uiteindelijk dichtgeslagen heeft, bekruipt hem de gedachte meer over hen te weten te willen komen. Waarbij je eveneens denkt dat het zo misschien wel goed is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Johan Harstad
Titel: Max, Mischa & het Tet-offensief

ISBN: 9789057598494
Pagina’s: 1232

Eerste uitgave: 2017

Het mysterie van kamer 622 – Joël Dicker

Flaptekst
Aan het begin van de zomer van 2018 verblijft een schrijver in het luxueuze Paleishotel in het Zwitserse Alpendorp Verbier. Hij verblijft in kamer 623 en verbaast zich erover dat de kamer naast hem het nummer 621-bis heeft. Langzamerhand wordt duidelijk dat jaren eerder een moord is gepleegd in kamer 622, waarvan het politieonderzoek nooit is afgerond. De schrijver besluit zich volledig op de onopgeloste moord te storten: wat
gebeurde er twintig jaar eerder in kamer 622?

Recensie
De Zwitserse auteur Jöel Dicker had al enkele boeken geschreven voordat hij in 2012 wereldwijd doorbrak met zijn roman De waarheid over de zaak Harry Quebert, dat ongeveer twee jaar later in een Nederlandse vertaling verscheen. Omdat hij dolgraag een misdaadverhaal wilde schrijven dat zich in Zwitserland afspeelt, maar ook omdat hij zijn liefde voor dit land met zijn lezers wilde delen, begon hij aan Het mysterie van kamer 622 (2020), een proces waar hij tweeënhalf jaar over heeft gedaan en waarvoor hij geen vooropgezet plan in zijn hoofd had zitten.

Na een verloren liefde vertrekt Joël, een schrijver, voor een paar weken vakantie naar het Palace de Verbier in de Zwitserse Alpen. Als hij naar zijn kamer wordt gebracht, valt hem op dat kamernummer 622 niet bestaat en dat het hotelpersoneel hem hierover geen informatie wil geven. Hij ontmoet de Engelse Scarlett Leonas en ze komen erachter dat een kleine twintig jaar eerder in die kamer een moord is gepleegd en dat het politieonderzoek nooit is afgerond. Vervolgens proberen ze het raadsel dat rond deze moord heerst te ontrafelen.

De korte proloog waarin het schrikbeeld van iedere hotelmedewerker – de vondst van een lijk in een hotelkamer – maakt de lezer al meteen nieuwsgierig naar wat er is gebeurd en geeft eveneens een licht gevoel van spanning. Vervolgens komt verteller alsmede schrijver Joël in beeld, die je honderden pagina’s lang meeneemt in een achtbaan van gebeurtenissen. Deze zijn aanvankelijk nog tamelijk rustig en goed te overzien, maar gaandeweg de plot nemen de vele voorvallen een andere gedaante aan en bevind je je in een wervelwind van intriges, misleiding, bedrog en nog veel meer. Hierdoor is het onmogelijk te doorzien wie te vertrouwen is en wie niet. Dicker weet je daarbij continu te verrassen en eventuele vermoedens over de identiteit van de dader of hoe de vork exact in de steel zit, kunnen telkens overboord worden gegooid.

Het aantal personages dat in de schijnwerpers komt te staan, is niet zo heel erg groot dus het toneel waarop ze mogen acteren is voortdurend overzichtelijk. Geen van hen eist echter de absolute hoofdrol op, want iedereen heeft zijn of haar eigen belangrijke bijdrage. Het doet er in dit verhaal niet toe of je de welgestelde en vooraanstaande topbankier bent of de ‘eenvoudige’ huishoudster of chauffeur. Ondanks dat je hen behoorlijk leert kennen, weet je in feite nooit waar je met ze aan toe bent. Allemaal hebben ze hun eigen eigenaardigheden en daardoor zijn ze stuk voor stuk interessant. Op voorgaande zijn twee uitzonderingen, want over Joël en Scarlett kom je verhoudingsgewijs vrij weinig te weten. Dit is ook helemaal niet nodig, want ze kunnen in zekere zin worden beschouwd als degenen die de lijntjes aan elkaar verbinden, degenen die ervoor zorgen dat de anderen kunnen schitteren.

De opbouw van de plot is bijzonder sterk, want op uiterst sublieme wijze geeft de auteur heel geleidelijk aan steeds meer prijs, maar laat de lezer erg lang in het ongewisse over de toedracht van de moord, de naam van het slachtoffer en de uiteindelijke dader. Het spel daaromheen zit dermate geraffineerd in elkaar dat er sprake is van een continue spanning. Het instrument dat Dicker hiervoor gebruikt is een beproefd concept, want afwisselingen in tijd, allerlei onverwachte, verrassende en uitgekookte ontwikkelingen zijn namelijk niet van de lucht. Het tempo van het verhaal is daardoor ongekend hoog en door al die aangelegenheden hoeft de lezer zich geen moment te vervelen.

Met Het mysterie van kamer 622 heeft Dicker een spannende roman gecreëerd die uitermate vlot leest, een originele insteek heeft en buitengewoon kunstig in elkaar zit. In zijn soort mag dit boek daarom zonder meer een meesterwerk worden genoemd.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Joël Dicker
Titel: Het mysterie van kamer 622

ISBN: 9789403171715
Pagina’s: 576

Eerste uitgave: 2020