Doodsvonnis – J.D. Barker & James Patterson

Flaptekst
Hollows Bend, New Hampshire, is een pittoresk stadje in New England waar weekendtoeristen samenkomen om naar herfstbladeren te kijken en te ontbijten bij Stairway Diner. Het misdaadcijfer – nul – is een punt van trots voor sheriff Ellie Pritchett.

Dan duikt er een jonge vreemdelinge op en beginnen de problemen zich op te stapelen. De sheriff en haar hulpsheriff doen onderzoek naar het mysterieuze tienermeisje. Geen van de lokale inwoners herkent haar. Ze kan – of wil – geen enkele vraag beantwoorden. Ze zegt niet eens haar naam.

Terwijl het meisje voor haar eigen veiligheid in hechtenis zit, worden de agenten naar meerdere plaatsdelicten geleid. Hun onderzoek brengt ze steeds dichter bij een meer buiten de stad, dat op geen enkele kaart staat aangegeven…

Recensie
Het verschil tussen de stijl en werkwijze van de succesvolle Amerikaanse auteurs J.D. Barker en James Patterson is aanzienlijk, maar desondanks zijn ze wel een samenwerkingsverband aangegaan. Het in 2021 uitgebrachte De kustmoorden was hun gezamenlijke debuut en dit is hen zo goed bevallen dat van het duo hun alweer vierde en door Martin Jansen in de Wal vertaalde thriller Doodsvonnis (2024) is verschenen.

Hierin verschijnt op een vroege zondagmorgen, als de toeristen het lieflijke en rustige stadje Hollows Bend verlaten, plotseling een naakt meisje in de deuropening van het plaatselijke eethuis. Niemand van de daar aanwezige bewoners kent haar en omdat ze geen woord uitbrengt, is het lastig om erachter te komen wie ze is en waar ze vandaan komt. Na haar komst doen zich ineens allerlei vreemde en soms beangstigende gebeurtenissen voor en gaan de mensen zich anders gedragen dan ze normaliter doen. Sheriff Ellie Pritchett en haar collega Matt Maro onderzoeken de vele voorvallen en doen daarin een bijzondere ontdekking.

Het verhaal begint met een voorlopig rapport – later in de plot komen meer fragmenten voor – van het verhoor van deputy Matt Maro door een speciaal agent van een niet nader genoemde dienst. Deze introductie zorgt ervoor dat de lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar de vele voorvallen die zich in het kleine stadje Hollows Bend hebben voorgedaan. Hieruit kan hij min of meer opmaken dat ze nogal bijzonder moeten zijn geweest. Wat er werkelijk gebeurd is, wordt vanuit het perspectief van verschillende personages, waaronder Maro, verteld. Door deze opzet heb je een continue drang om meer over alles en iedereen te weten willen komen.

De auteurs hebben geen lange aanlooptijd nodig om het echte vuurwerk te laten losbarsten, want al vrij vlot ontstaat er een hachelijke situatie die doet denken aan taferelen die in een boek van Stephen King of een film van Alfred Hitchcock niet zouden misstaan. Vanaf dat moment wordt de lezer geen seconde rust gegund, want bizarre en/of onheilspellende situaties, de ene nog onwerkelijker dan de andere, volgen elkaar in razendsnel tempo op. Spannende scènes zijn er in overvloed, maar omdat je op den duur gewend raakt aan de extreme hoeveelheid buitenissigheden gaat het effect daarvan uiteindelijk verloren. Je kunt je dan ook afvragen of het auteursduo zich door deze excessen niet in hun eigen voet heeft geschoten.

Barker en Patterson geven de sfeer die in het kleine stadje zowel voor als tijdens de voor de bewoners beangstigende omstandigheden heerst over het algemeen goed weer. Het plattelandskarakter, de geheimzinnigheden, het uiteindelijke wantrouwen, de lezer kan zich dit allemaal uitstekend inbeelden. Waar hij meer moeite mee heeft, is het gedrag en doen en laten van enkele kinderen. Zij zijn nog tamelijk jong, maar handelen en denken als volwassenen. Dit is onwaarschijnlijk en volstrekt ongeloofwaardig. Zowel zij als de overige personages zijn en blijven, ondanks dat je wel iets over hen te weten komt, behoorlijk vlak. Hun karaktervorming is onmiskenbaar van ondergeschikt belang.

Auteurs laten hun lezers wel vaker in de waan dat kleine en afgelegen plaatsjes hun geheimen hebben en deze keer is dat niet anders. In de ontknoping, die enigszins explosief is, komen deze verborgenheden allemaal naar boven, maar de manier waarop is nogal vergezocht en enigszins bovennatuurlijk. Ook de identiteit van protagonist Matt Maro komt dan in een ander en wel heel bijzonder daglicht te staan. Beslist origineel, maar verre van realistisch.

Het is lastig om het zonder meer vlot geschreven Doodsvonnis, waarvan je de indruk hebt dat de rol van Patterson minimaal is, als echte thriller te zien, want de kenmerken die het boek heeft, zijn namelijk vooral verwant aan horror. Maar wel van het soort dat nogal dik aangezet is.

In Caveman geeft Van der Jagt een indrukwekkend, eerlijk en soms heftig en emotioneel beeld van zijn strijd op straat, diens worstelingen om af te kicken, zijn definitieve ontwenning en terugvallen en tenslotte een paar prachtige momenten die zijn huidige leven zin geven en verrijken. Hij mag met recht trots zijn op de prestatie die hij heeft geleverd en wat hij vervolgens heeft bereikt, en om in te haken op een opmerking van een Rotterdamse stationsbeveiliger, de lezer is dit ook.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: J.D. Barker & James Patterson
Titel: Doodsvonnis

ISBN: 9789049205348
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2024

Perfecte stilte – Helen Fields

Flaptekst
‘Aan de rand van Edinburgh wordt het lichaam van een jonge vrouw gevonden. Wanneer de patholoog-anatoom het lijk onderzoekt, doet hij een schokkende ontdekking: uit de huid van het slachtoffer is het silhouet van een pop gesneden. 

Rechercheurs Ava Turner en Luc Callanach lijken op een dood spoor te zitten in de zaak, totdat een van huid gemaakte pop in een kinderwagen wordt gevonden, naast een achtergelaten baby. Luc en Ava realiseren zich al snel dat de moordenaar een gruwelijk spel speelt wanneer ze opnieuw het lichaam van een jonge vrouw aantreffen. Hij kan ieder moment weer toeslaan…’

Recensie
Door haar werk als advocaat past het schrijven van thrillers voor Helen Fields binnen haar comfortzone. Ze kwam veelvuldig in gevangenissen en had regelmatig contact met politie en wetsovertreders waardoor ze voldoende ideeën kreeg waarover ze zou kunnen schrijven. In 2017 startte ze met haar Perfect-serie met de inspecteurs Ava Turner en Luc Callanach en waarvan Perfecte stilte, dat in 2021 is uitgebracht, alweer het vierde deel is. Haar boeken ondertussen in zestien talen vertaald.

Op een landweg aan de rand van Edinburgh wordt het zwaar verminkte lichaam van een jonge vrouw aangetroffen. Pathologisch onderzoek wijst uit dat zowel uit haar buik als rug lappen huid in de vorm van een pop zijn weggesneden. Het team Zware Misdrijven boekt vooralsnog geen vorderingen, maar de zaak krijgt een wending na de vondst van een verlaten kinderwagen. Hierin ligt niet alleen een baby, maar ook een pop gemaakt van mensenhuid. En als opnieuw een levenloze vrouw wordt gevonden, weet de recherche dat er nog weleens meer slachtoffers kunnen vallen.

Net als in de voorgaande delen van de serie wordt de lezer ook nu weer meteen het verhaal ingezogen. Niet alleen door wat er op dat moment aan de hand is, maar ook omdat de sfeer vanwege wat er dan gebeurt behoorlijk beklemmend is. De openingsscène wordt namelijk verteld vanuit het perspectief van het eerste slachtoffer en hierdoor weet en voel je wat zij moet doorstaan en wat zich tijdens die laatste uren in haar hoofd afspeelt. Later, wanneer de andere slachtoffers in beeld komen, herhaalt Fields deze opzet en dat werkt goed. Verder geeft de auteur enkele gedetailleerde beschrijvingen die enigszins gruwelijk kunnen overkomen. Toch is het over het geheel genomen niet zo heel erg luguber, want in het overgrote deel van de plot draait het om het onderzoek door het team Zware Misdrijven.

De recherche krijgen het aardig voor de kiezen, want behalve de moorden vinden er ook molestaties plaats op enkele gebruikers van de synthetische drug Spice. Deze tweede verhaallijn heeft helemaal niets met de andere te maken, maar is zonder meer een interessante toevoeging aan het geheel en boeiend om te volgen. De spanning in beide verhaallijnen is alom aanwezig en het aantal ontwikkelingen is ruim voldoende. Fields weet de lezer in ieder geval regelmatig te verrassen. Verder kun je bij beide zaken maatschappelijke onderwerpen herkennen, bijvoorbeeld religieus fanatisme, drugsgebruik en de daklozenproblematiek. Deze thema’s zijn goed in het fictieve verhaal verwerkt waardoor de gebeurtenissen feitelijk heel realistisch overkomen.

Ondanks dat dit boek het vierde deel van de reeks is, kan het prima los van andere gelezen worden. Natuurlijk heb je te maken met de terugkerende personages, maar Fields laat regelmatig iets van hun voorgeschiedenis doorschemeren, waardoor je genoeg over hen te weten komt. Andermaal blijkt dat Turner en Callanach een prima koppel vormen, ondanks dat eerstgenoemde is bevorderd tot hoofdinspecteur en feitelijk de baas van de laatste is. Hun onderlinge verstandhouding en interactie hebben hier – gelukkig – niet onder te lijden gehad.

Perfecte stilte, dat er een goed tempo op nahoudt en de aangename schrijfstijl van Fields wederom niet verloochent, is een goed vervolg van de reeks. Alles wat in een prima thriller hoort te zitten, zit erin en voor de lezer is het onmogelijk om iets wat op slijtage lijkt te ontdekken. De rol van Turner, Callanach en al die andere intrigerende karakters is daarom nog lang niet uitgespeeld.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Helen Fields
Titel: Perfecte stilte

ISBN: 9789026355752
Pagina’s: 446

Eerste uitgave: 2021

 

 

Caveman – Patrick van der Jagt

Flaptekst
In Caveman vertelt Patrick van der Jagt hoe hij thuiskomt na twintig jaar op straat te hebben gewoond. Jarenlang leefde hij zonder dak boven zijn hoofd met als enige doel geld bij elkaar sprokkelen en een slaapplek vinden. Hij was verslaafd aan cocaïne en heroïne en werkte in de prostitutie.

Tijdens Het Rotterdam Project in 2018 ontroerde Patrick miljoenen kijkers. Hij kickte af op nationale televisie, werd verliefd op de eindredactrice van het televisieprogramma, kreeg samen met haar een zoontje en is nu een succesvolle fotograaf en motivatiespreker. Dit is verhaal over (zelf)liefde, veerkracht en het keiharde leven op straat.

Recensie
Op 30 oktober 2018 zond RTL 4 de eerste aflevering uit van de door Beau van Erven Dorens gepresenteerde documentaireserie Het Rotterdam Project. Hierin werden vijf daklozen geruime tijd gevolgd en kregen tevens hulp om hun leven weer op de rit te krijgen. Een van de markantste en opvallendste deelnemers was Patrick van der Jagt, die dan twintig jaar op straat leeft en verslaafd is aan cocaïne en heroïne. In het boek Caveman, met als subtitel Thuiskomen na twintig jaar op straat, vertelt hij over die duistere periode, maar ook hoe hij zijn bestaan weer zin heeft kunnen geven.

Van der Jagt begint zijn levensbeschrijving, die uit drie delen bestaat en elk daarvan een andere periode bestrijkt, in 1993 – hij is dan achttien jaar oud. Aanvankelijk geeft hij de lezer wat summiere, maar niet onbelangrijke achtergrondinformatie over onder andere zijn ouders, de vriendin met wie hij samenleeft, maar ook over zijn jeugd, die tot zijn zevende in feite niet eens zo heel slecht is geweest. De auteur vertelt eveneens dat hij op twaalfjarige leeftijd al met drugs in aanraking is gekomen. Eerst nog met een ‘relatief onschuldig’ jointje, maar in de loop der jaren en inmiddels op straat levend, grijpt hij naar steeds zwaardere middelen. Dit leidt er uiteindelijk toe dat hij, om te kunnen overleven en niet ziek te worden, volledig afhankelijk is van cocaïne (wit) en heroïne (bruin).

Op een inlevende en invoelende manier beschrijft Van der Jagt waar het dagelijkse leven van een verslaafde en dakloze voornamelijk uit bestaat. Natuurlijk doet hij dit vanuit zijn eigen perspectief en herinneringen, maar in grote lijnen zijn soortgelijke omstandigheden voor iedereen die in eenzelfde situatie verkeert of heeft verkeerd niet anders. Eén ding wordt in ieder geval al snel volkomen duidelijk: vierentwintig uur per dag op straat doorbrengen en proberen daar te overleven, is hard, keihard. De lezer wordt middels deze autobiografie meedogenloos met de rauwe werkelijkheid van een dergelijk bestaan geconfronteerd, waarbij je je eveneens realiseert dat iedere dakloze en verslaafde zijn of haar eigen, vaak trieste, verhaal heeft.

Vanaf de allereerste bladzijde heb je een zwak voor Patrick en leef je volledig met hem mee. Vanzelfsprekend kan dit een gevolg zijn van de destijds uitgezonden documentaire – mits je die gezien hebt natuurlijk – maar het is toch vooral zijn openhartigheid waardoor hij ieders sympathie weet te winnen. Als hij op een dag door een groep van vijftien man wordt afgeranseld, heb je enorm met hem te doen. Tegelijkertijd toont dit aan dat wie op straat leeft zo goed als weerloos is en door velen wordt beschouwd als het uitschot van de samenleving. In bepaald opzicht kun je stellen dat dit boek de lezer ook een spiegel voorhoudt, want tijdens het lezen bekruipt je zo nu en dan de gedachte wat je eigen houding ten opzichte van verslaafde dak- en thuislozen is.

Behalve de vele ellende die het rauwe en harde straatleven Van der Jagt heeft gebracht, heeft het hem eveneens enkele mooie dingen opgeleverd. Een voorbeeld hiervan is Wim, een vrijwilliger in de Pauluskerk, met wie een goede band wordt opgebouwd en die erg veel voor hem doet. Dankzij mensen als hem, maar ook met behulp van Van Erven Dorens en diens productieteam, heeft Patrick met erg veel vallen en opstaan niet alleen zijn leven weer op de rails gekregen, maar tevens zijn demonen overwonnen. Daar kun je alleen maar een enorm grote bewondering voor hebben.

In Caveman geeft Van der Jagt een indrukwekkend, eerlijk en soms heftig en emotioneel beeld van zijn strijd op straat, diens worstelingen om af te kicken, zijn definitieve ontwenning en terugvallen en tenslotte een paar prachtige momenten die zijn huidige leven zin geven en verrijken. Hij mag met recht trots zijn op de prestatie die hij heeft geleverd en wat hij vervolgens heeft bereikt, en om in te haken op een opmerking van een Rotterdamse stationsbeveiliger, de lezer is dit ook.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Patrick van der Jagt
Titel: Caveman

ISBN: 9789021049991
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2024

Bloeddorstige driften – Jean-Christophe Grangé

Flaptekst
Jeanne Korowa, briljant officier van justitie met een desastreus liefdesleven, onderzoekt samen met François Taine een serie bijzonder gewelddadige moorden in Parijs: afgehakte ledematen, kannibalisme en macabere mise-en-scènes. Jeanne maakt misbruik van haar positie en installeert afluisterapparatuur in het bureau van Antoine Féraud, de psychoanalyticus die wekelijks haar ex-vriend ontvangt. Ze beluistert per ongeluk een vreemde sessie waarbij een vader spreekt over de bloeddorstige driften van zijn autistische zoon en diens daden. Autisme, vruchtbaarheid en prehistorie: ze leiden Jeanne naar Nicaragua, Guatemala en Argentijnse moerassen. Aan het einde van de rit zal ze in het woud een waarheid ontdekken die ze liever nooit had willen kennen.

Recensie
De Franse auteur Jean-Christophe Grangé debuteerde in 1994 met Le vol des cigognes (De vlucht van de ooievaars, 2002) en is sindsdien een vaste verschijning in de Franse bestsellerlijsten. Daarnaast is hij tevens onderzoeksjournalist en reist hiervoor regelmatig de wereld rond en zijn ervaringen verwerkt hij vervolgens in zijn boeken. Van zijn thriller Bloeddorstige driften (2011) zijn in geen mum van tijd meer dan 300.000 exemplaren verkocht. Een opvallend feit is dat al zijn boeken zijn verfilmd.

Onderzoeksrechter Jeanne Korowa wordt door haar collega François Taine gevraagd om samen met hem bij de plaats delict van een gruwelijke moord aanwezig te zijn. Vervolgens worden meer identieke moorden gepleegd, waarbij afgehakte ledematen, kannibalisme en zware verminkingen geen uitzondering zijn. Tegen alle regels in vraagt Korowa, die overigens aan een andere zaak werkt, de praktijkruimte van een psychiater van afluisterapparatuur te voorzien. Als ze een gesprek hoort van een sessie waarin de vader over zijn bloeddorstige zoon vertelt, gaat ze op onderzoek uit en stuit ze op een waarheid die ze liever niet had geweten.

Het verhaal wordt volledig verteld vanuit het perspectief van protagonist Jeanne Korowa en zonder dat de auteur heel erg in haar verleden graaft of ontzettend veel over haar leven prijsgeeft, leert de lezer haar toch behoorlijk goed kennen en kan hij zich haar karakter wel enigszins voor de geest halen. Zo heeft de onderzoeksrechter een nogal traumatische gebeurtenis meegemaakt toen ze jong was en waar ze de gevolgen nog min of meer van ondervindt. Haar liefdesleven loopt bepaald niet op rolletjes en dat frustreert haar danig. In de loop van de plot verdwijnen deze zaken naar de achtergrond, want de missie waar ze zich op gestort heeft – de moordenaar van haar collega vinden – slokt al haar tijd (en geld) op en de lezer ziet haar veranderen van een tamelijk wanhopige, soms naïeve vrouw in een standvastige dame die van aanpakken weet en daardoor haar mannetje staat.

De zaken waar Korowa aanvankelijk aan werkt worden in het begin nog wel benoemd, maar zodra ze die van haar collega Taine onder ogen heeft gekregen, verdwijnen uit beeld. Aan de ene kant jammer, omdat ook deze voor interessante wendingen konden zorgen, maar aan de andere kant zijn de moorden dusdanig luguber en bijzonder dat alles daaromheen voor meer dan voldoende spanning, afwisseling en bij tijd en wijle spektakel zorgt. De auteur hanteert hierbij, de beginfase uitgezonderd, een continu hoog tempo waardoor de gebeurtenissen voorbij vliegen. Toch heeft Grangé wel degelijk een aantal rustmomenten ingebouwd, en die hebben het verhaal en de lezer ook wel nodig. De plot speelt zich niet alleen in Frankrijk af, maar eveneens in Nicaragua, Guatemala en Argentinië. Korowa beleeft hier het een en ander, maar krijgt daarnaast een stukje geschiedenis van de landen te horen. Deze waargebeurde feiten zijn een waardevolle en boeiende toevoeging aan het geheel.

In eerste instantie is het even wennen aan de afwijkende en vaak staccato schrijfstijl van de auteur, maar dit gaat redelijk snel. Hierna weet je al niet beter en ga je mee in de levendige beschrijvingen van de bij vlagen hachelijke situaties. Voorvallen die op het oog niets met elkaar te maken lijken te hebben, worden in de plot subtiel samengebracht en smelten samen tot één geheel. Veel omstandigheden zijn weliswaar tamelijk ongeloofwaardig, maar goed beschouwd passen ze prima in dit verhaal, dat zo nu en dan iets wegheeft van een avonturenroman. Uiteraard wordt de moordenaar ontmaskerd en op zich is diens identiteit verrassend, hoewel in de plot wel het vermoeden rijst dat hij niet helemaal zuiver op de graat is. Desalniettemin is Bloeddorstige driften een thriller die de lezer van begin tot eind bezighoudt.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jean-Christophe Grangé
Titel: Bloeddorstige driften

ISBN: 9789044516944
Pagina’s: 538

Eerste uitgave: 2011

Zing voor me morgen – Deniz Kuypers

Flaptekst
Nadat zijn ouders het contact hebben verbroken om het boek dat hij schreef over zijn vader, gaat de verteller van Zing voor me morgen op zoek naar antwoorden. Waarom bleef zijn moeder bij een man die haar mishandelde? Deze zoektocht leidt hem vier generaties terug naar zijn overgrootmoeder, Levina, die zwanger werd van een man die er al een ander gezin op nahield. Dit gebeurde ook met haar dochter en kleindochter, de moeder van de verteller. Is dit toeval, of zijn dit foute keuzes die doorklinken in opeenvolgende generaties?

Recensie
Om aan zijn herinneringen van vroeger te ontsnappen verhuisde Deniz Kuypers een kleine twintig jaar geleden naar de Verenigde Staten. Hier is hij over niet alleen over zijn leven gaan nadenken, maar ook over dat van zijn Turkse vader, die aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw naar Nederland kwam. Hij ging op zoek naar aspecten van diens leven en heeft deze in zijn derde roman De atlas van overal (2021) beschreven. De auteur had ook veel vragen over de familie van moederskant en over deze speurtocht schreef hij Zing voor me morgen (2023).

In de roman vertelt Kuypers over drie generaties vrouwen: overgrootmoeder Levina, oma Nel en moeder Lucia. Alle drie werden ze zwanger van een man die al getrouwd was en tevens een gezin onderhield. Is dit een samenloop van omstandigheden of speelt er toch meer waarover nooit gesproken is? En is de ware reden dat de ouders van de verteller geen contact meer met hem willen hebben omdat hij leugens zou hebben verspreid in zijn vorige boek? Allemaal vragen waarop hij een antwoord wil hebben.

Het boek is onderverdeeld in drie delen en ik elk daarvan staat – in chronologie – de achtergrond van het drietal vrouwen (Levina, Nel en Lucia) centraal. In deze afzonderlijke, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden verhalen vertelt de auteur veel over het leven van zijn overgrootmoeder, zijn oma en zijn moeder, hoewel er van/over de laatste eigenlijk niet eens zo heel erg veel prijsgegeven wordt. Kuypers doet dit aan de hand van waargebeurde feiten, waarvoor hij nogal wat research heeft gepleegd en ook uit informatie die hij van een familielid heeft ontvangen. Toch is een groot deel van het boek, het is niet voor niets een roman, fictief. Veel ervan is dus uit zijn eigen brein ontsponnen, in de trant van ‘zo had het geweest kunnen zijn’. Desondanks leest het boek niet als zodanig, want het is geschreven alsof alles werkelijk gebeurd is.

De sfeer en omstandigheden van iedere periode wordt erg goed weergegeven. De omstandigheden waarin Levina terecht is gekomen, zijn precies zoals ze destijds waren, wat de opvattingen waren over een ongehuwde vrouw die in verwachting was. Het gevoel dat ze moet hebben gehad is invoelbaar. Dit geldt eveneens voor dat van Nel, vooral ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Fragmenten en hoofdstukken die zich dan afspelen, bevatten zelfs een klein beetje spanning, en zo nu en dan is het enigszins aangrijpend. Desalniettemin leest de roman voor een erg groot deel toch als een soort verslag, een opsomming van feiten en gebeurtenissen. Hierdoor leven de personen over het algemeen niet zo heel erg en komen velen van hen, ondanks dat de lezer een erg goede indruk van ze krijgt, ietwat statisch over.

Centraal in de plot staat het onderzoek naar de drie vrouwen, naar wie ze waren, naar hoe ze hebben geleefd, etc. etc. De auteur heeft daardoor voldoende inzicht in hun geschiedenis gekregen, heeft veel eromheen verzonnen, maar onduidelijk blijft of al zijn vragen zijn beantwoord, dit wordt namelijk niet verteld. De lezer krijgt aan het eind heel sterk de indruk dat dit niet het geval is. Voor Kuypers zal het hele proces ongetwijfeld bevredigend zijn geweest, maar het heeft er alle schijn van dat hij dit vooral voor zichzelf gedaan heeft en dat de roman met name bedoeld is als een familiedocument. De lezer heeft er in principe niet zo heel veel mee. Zing voor me morgen, dat zonder meer goed geschreven is, onthult veel, laat in wezen ook zien dat iedere familie verborgen verhalen heeft, maar is goed beschouwd niet voor een groot publiek bedoeld.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Deniz Kuypers
Titel: Zing voor me morgen

ISBN: 9789025474706
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2023

Illusie – Camilla Läckberg & Henrik Fexeus

Flaptekst
Het is december in Stockholm en de Zweedse minister van Justitie wordt bedreigd. Tegelijkertijd wordt er een stapel menselijke botten gevonden in de metro van Stockholm. Het skelet blijkt afkomstig te zijn van een hooggeplaatste financier. Het team van politie-inspecteur Mina Dabiri wordt nog steeds gekweld door het traumatische incident van afgelopen zomer – dat eindigde in de dood van een collega – en roept de hulp in van mentalist Vincent Walder om te helpen met de zaak. Wat gebeurt er in de tunnels diep onder Stockholm? En wie zit er achter de minister aan?

Recensie
Met Illusie, het in 2024 verschenen slotdeel van de door Camilla Läckberg en Henrik Fexeus geschreven trilogie rond rechercheur Mina Dabiri en mentalist Vincent Walder, komt vooralsnog ook een eind aan de samenwerking tussen beide auteurs, die elkaar al geruime tijd kennen en bevriend zijn geraakt. Beiden zijn individueel erg succesvol en hun co-auteurschap heeft hen evenmin windeieren gelegd, want het drieluik doet wat dat betreft niet onder voor hun andere werk.

Op een koude decemberdag vlak voor de kerstdagen, krijgt Niklas Stockenberg, minister van Justitie en tevens ex-man van Mina Dabiri, een berichtje dat hij nog veertien dagen te leven heeft. Niet lang daarna wordt in het gangenstelsel van de metro van Stockholm een stapel menselijke botten gevonden, waarvan blijkt dat die van een belangrijke financier zijn. Het rechercheteam waar Dabiri deel van uitmaakt onderzoekt deze zaak, waarbij opnieuw gebruik wordt gemaakt van de diensten van Walder. Terwijl het team alles in het werk stelt om de bedreiger van de minister te vinden, ontdekt het tevens dat de metrotunnels nog meer geheimen verbergt.

Hoewel Illusie de afsluiting van de trilogie is en er derhalve al het een en ander heeft plaatsgevonden, is dit deel goed afzonderlijk van de voorgaande twee boeken (Box en Cultus) te lezen. De auteurs komen, heel summier en waar nodig, zo nu en dan terug op wat daarin gebeurd is, waardoor een en ander verhelderd wordt. Toch is het niet onverstandig het drieluik op volgorde van verschijnen te lezen, vooral om de ontwikkeling van de terugkerende personages – en dat is meer dan een handvol – te volgen, maar eigenlijk toch ook omdat in dit verhaal enkele verbanden worden gelegd waar in de voorgaande boeken al aandacht werd besteed.

Meteen in het eerste hoofdstuk heeft de lezer door dat wat zich ook gaat voordoen een race tegen de klok wordt, het vooruitzicht is dus veelbelovend. Toch spelen de gebeurtenissen zich in het grootste deel van het verhaal niet in een razend tempo af, pas in de eindfase wordt de snelheid opgeschroefd en komt alles in een stroomversnelling terecht. Dit houdt echter niet in dat de spanning ondermaats is, verre van zelfs, alleen wordt die heel geleidelijk aan opgebouwd, een werkwijze die de auteurs in de twee eerdere delen eveneens hebben gehanteerd. Het duo weet de lezer hoe dan ook bezit te houden, want hij speurt en puzzelt als het ware met de recherche mee, waarbij ze telkens een heel klein beetje meer prijsgeven, waardoor de oplossing langzaamaan steeds dichterbij komt.

De meest in het oog springende personages zijn opnieuw Mina Dabiri en Vincent Walder, maar aan de anderen wordt eveneens ruim voldoende aandacht besteed. Ieder van hen heeft een gezicht en je hebt het gevoel ze al erg lange tijd te kennen. Aanvankelijk lijkt het erop dat ze allen nog precies hetzelfde zijn en dat ze zo goed als geen ontwikkeling hebben doorgemaakt, maar in feite is dit uiterlijke schijn, want aan het eind blijkt dat ieder van hen veranderd is, de een overigens wel iets meer dan de ander en aantal van hen zorgt zo nu en dan voor een verrassing. Wat niet veranderd is, is hoe Walder tegen Dabiri aankijkt, soms is dit op het bezetene af. Op den duur is dit ietwat storend, ondanks dat in de ontknoping enige verheldering volgt.

Dit laatste deel bevat voldoende wendingen en onverwachte situaties, maar in een paar gevallen kan de lezer wel zien aankomen wat er aan de hand is, enkele hints in het drieluik geven hier aanleiding toe. Desalniettemin is Illusie een waardige afsluiter van de trilogie die als geheel bijzonder boeiend is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Camilla Läckberg & Henrik Fexeus
Titel: Illusie

ISBN: 9789044361957
Pagina’s: 544

Eerste uitgave: 2024

Tussen morgenzee en avondland – Ramy El-Dardiry

Flaptekst
Wanneer Amir hoort dat zijn vader Nessim een week eerder in Alexandrië is begraven, probeert hij die informatie weg te stoppen, de stad en zijn vader te vergeten. Hij wil in Nederland wortelen en carrière maken, en zijn leven niet laten beïnvloeden door de dood van een man die zijn gezin ooit in de steek liet. Tevergeefs. De stad kruipt via een droom zijn hoofd in.

Ook Nessim heeft de stad ooit geprobeerd te vergeten. In zijn jeugd ziet hij de plek veranderen. De nationalistische plannen van de Egyptische regering bieden geen ruimte voor de levendige, internationale gemeenschap. Steeds meer families vertrekken en ook Nessim wil naar Europa. Misschien dat de liefde tussen hem en een Joods meisje daar wel een kans krijgt.

Recensie
De ster van Ramy El-Dardiry lijkt rijzende. In 2020, dus nog niet eens zo heel lang geleden, won hij de El Hizjra Literatuurprijs, een aanmoedigingsprijs voor literair talent. Drie jaar later was het opnieuw raak, want zijn in 2023 verschenen debuut Tussen morgenzee en avondland werd in datzelfde jaar bekroond met De Bronzen Uil. Voor deze roman heeft hij zich laten inspireren door een grote hoeveelheid mensen, plaatsen, boeken en films, maar autobiografisch is het boek in geen geval. Alle personages en gebeurtenissen zijn volledig fictief.

Marije en Nessim, de ouders van Amir, zijn al geruime tijd geleden gescheiden. Zijn vader woont sindsdien weer in Alexandrië, zijn moeder nog steeds in Limburg. Op een dag hoort Amir dat zijn vader een week daarvoor is overleden en begraven. Hij houdt deze informatie voor zich, omdat hij niet herinnerd wil worden aan de Egyptische stad en de man die zijn gezin voor een ander verliet. Dit gaat echter niet zomaar, want Alexandrië blijft in zijn dromen namelijk tevoorschijn komen. Hierdoor lukt het hem niet, net als Nessim destijds, de stad te vergeten.

De roman bestaat uit twee delen die ieder een iets andere strekking hebben, maar desalniettemin één heel duidelijke gemeenschappelijke factor hebben, namelijk de stad of streek waar een aantal personages, of ze het nu willen of niet, een connectie mee heeft. Deze locaties, de Egyptische havenstad Alexandrië en het Limburgse natuurgebied Sint-Jansberg hebben beide een belangrijk aandeel in de plot en El-Dardiry laat hen daarom, alsof ze twee individuen zijn, hun eigen verhaal vertellen. Een aardig idee, soms interessant, maar heel erg levendig is dit allemaal niet. Door de toon is vooral wat Alexandrië te zeggen heeft nog weleens saai. Haaks daarop staan de lotgevallen van Amir, zijn verloofde Guusje, Nessim en Marije. Met hen kan de lezer zich zonder meer identificeren en de verhaallijnen vanuit hun perspectief – die van Guusje en Marije zijn overigens aanzienlijk beknopter – zijn écht uit het leven gegrepen en spreken daarom aanmerkelijk meer aan.

Omdat de auteur een Egyptische achtergrond heeft, weet hij als geen ander hoe het is om als immigrant in Nederland te leven, waarbij het er eigenlijk niet toe doet of je er wel of niet geboren bent. Veel mensen kijken anders tegen je aan en blijven dat doen. Amir kan daarom beschouwd worden als de personificatie van hen die zich in zo’n situatie bevinden. Behalve deze problematiek heeft El-Dardiry ook nog diverse andere thema’s in zijn roman verwerkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gemengde huwelijken en cultuurverschillen. Mede daardoor, maar eveneens omdat enkele waargebeurde historische feiten aangehaald worden, is het verhaal over het algemeen behoorlijk realistisch. Soms krijg je zelfs de indruk dat de auteur uit eigen ervaringen put, hoewel hij zelf aangeeft dat hier in feite geen sprake van is.

Vaak komen de gevoelens van de personages erg goed over, zoals de worsteling waar Amir mee zit als hij hoort dat zijn vader overleden is, terwijl hij hem al vele jaren geleden dood heeft verklaard. Maar tevens de innerlijke strijd van de jonge Nessim als hij hevig verliefd wordt op een meisje van joodse afkomst, iets dat zeker in het Egypte in de jaren zestig van de vorige eeuw absoluut niet kon, wordt goed overgebracht. Ondanks dat de diverse persoonlijke dilemma’s en andere problematiek meestal niet de meest eenvoudige zijn, heeft de auteur zijn debuut zodanig geschreven dat het geen al te zware kost is. Soms is het even doorbijten, maar het grootste deel is de roman erg toegankelijk en vlot, waarbij regelmatig ook nog eens mooi en bijna poëtisch taalgebruik wordt gehanteerd.

Dit alles maakt dat Tussen morgenzee en avondland, de prachtige titel wordt aan het eind duidelijk, een prima debuut van een veelbelovende auteur is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Ramy El-Dardiry
Titel: Tussen morgenzee en avondland

ISBN: 9789021463865
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2023

De geheime droom van het land – Héctor Abad

Flaptekst
Anita Angel is dood. Ze is gestorven op La Oculta, de finca van de familie in de Colombiaanse bergen. Haar kinderen Pilar, Eva en Antonio keren terug naar het familielandgoed om afscheid van haar te nemen. Voor alle drie is La Oculta een bijzondere plek: de plaats waar ze het gelukkigst waren, maar waar ze ook geweld en terreur hebben ervaren. Met elkaar kijken ze terug op een familiegeschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis van Colombia.

Recensie
Hoewel Héctor Abad al diverse boeken op zijn naam had staan, brak hij in 2006 internationaal door met de roman Het vergeten dat ons wacht, dat overigens vier jaar later in een Nederlandse vertaling werd uitgebracht. Zes jaar later verscheen De geheime droom van het land (2016), een kroniek van een familie die met het geweld waar Colombia jarenlang onder gebukt ging te maken heeft gehad. Een thema dat in meer van zijn boeken terug te vinden is.

Op een dag krijgt de in New York wonende Antonio Ángel een telefoontje van zijn zus Eva. Ze vertelt hem dat hun moeder op La Oculta, hun finca in de Colombiaanse bergen is gestorven. Antonio keert terug naar zijn vaderland om samen met zijn zussen Eva en Pilar afscheid van hun moeder te nemen. Voor elk van hen heeft de finca een betekenis, want ze waren er gelukkig, maar door de gewelddadigheden waar het land mee te maken had, hebben ze er ook minder fijne tijd gehad.

Het verhaal wordt afwisselend verteld vanuit de perspectieven van de kinderen van moeder Anita Ángel: Pilar, Eva en Antonio. In feite kan er daarom gesproken worden van drie verhaallijnen, maar omdat hierin La Oculta, de finca, die al meer dan een eeuw in het bezit van de familie is, centraal staat en derhalve als een rode draad door de roman heen loopt, is het eigenlijk één langgerekte historische vertelling. Niet alleen over henzelf, hun voorouders, de regio waar de boerderij annex buitenverblijf staat, maar ook over het land Colombia. Natuurlijk is een groot deel hiervan fictief, maar de auteur heeft veel waargebeurde feiten in de roman verwerkt, waardoor de lezer niet aldoor het gevoel heeft een geheel verzonnen boek te lezen.

Pilar, Eva en Antonio zijn, hoewel ze broer en zussen zijn, drie totaal uiteenlopende personages, met ieder hun eigen karakter, hun eigen visie op allerlei zaken en uiteraard hun eigen herinneringen over en gevoel met La Oculta (Het Verborgene). Als persoon zijn ze zonder meer interessant, maar wat ze te vertellen hebben, is dat niet altijd. Antonio houdt zich veel bezig met de historie van het dorp en de finca, en hoewel veel van wat hij daarover vertelt interessant is, is het bij vlagen ook weleens behoorlijk saai. De verhalen van zijn zussen zijn over het algemeen een stuk persoonlijker en leven daardoor iets meer. Een aantal hoofdstukken over een gebeurtenis die Eva overkomen is en waarover ze uitgebreid vertelt, is zelfs spannend. Het gewelddadige verleden van Colombia komt hierin goed tot uiting.

De auteur heeft verschillende thema’s in de roman verwerkt, waaronder de al genoemde. Hij kaart bijvoorbeeld ook homoseksualiteit, seksuele ontdekking in het algemeen en feminisme aan. Soms gebeurt dit heel erg zichtbaar, maar regelmatig heeft hij een dergelijk onderwerp heel subtiel in een voorval geïmplementeerd waardoor het niet meteen opvalt. De schrijfstijl van Abad is enigszins variabel, de ene keer erg toegankelijk, beeldend en inlevend, de andere keer een stuk statischer en droger. Hierdoor kan de roman, die zo nu en dan wat stof tot nadenken biedt, niet volledig boeien. De geheime droom van het land is absoluut niet slecht, maar kan evenmin overtuigen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Héctor Abad
Titel: De geheime droom van het land

ISBN: 9789044535761
Pagina’s: 412

Eerste uitgave: 2016

De witte koning – Juan Gómez-Jurado

Flaptekst
Ik hoop dat je me niet vergeten bent. Zullen we spelen?

Wanneer Antonia Scott dit bericht ontvangt, weet ze heel goed wie het heeft gestuurd. Ze weet ook dat ze het spel van de Witte Koning onmogelijk kan winnen. Maar Antonia Scott houdt niet van verliezen.

Na al die tijd op de vlucht te zijn geweest, heeft de realiteit haar eindelijk ingehaald. Antonia is een meester in zichzelf wijsmaken dat de strijd nog niet gestreden is, maar nu wordt het haar langzaam duidelijk dat dit gevecht haar door de vingers glipt. Als ze opgeeft zal ze niet alleen zichzelf, maar ook al haar geliefden verliezen.

Recensie
De eerste twee delen van de door Juan Gómez-Jurado geschreven trilogie met Antonia Scott en Jon Gutiérrez waren stuk voor stuk een enorm succes. Het derde en afsluitende deel, De witte koning (2022) doet daar niet voor onder, want de verkoopcijfers breken immers record na record. Met dit boek is het drieluik en dus ook het avontuur van beide protagonisten, maar de auteur laat het, zo valt in zijn nawoord te lezen, van de lezer afhangen of beiden nog eens zullen terugkeren. Vooralsnog zullen zijn liefhebbers het echter nog met deze korte serie moeten doen.

Antonia Scott ontvangt een enigszins cryptisch en in bepaald opzicht bedreigend berichtje van iemand die zich W. noemt. Ze weet echter precies wie haar de boodschap Ik hoop dat je met niet vergeten bent. Zullen we spelen? gestuurd heeft en ook dat ze deze man, die zich De witte koning noemt, op geen enkele manier kan verslaan. Toch geeft ze niet op, want ze houdt er niet van om te verliezen. Dus gaat ze door met haar gevecht en realiseert ze zich tegelijkertijd dat dit gevolgen kan hebben voor iedereen die ze liefheeft.

Lezers die dit afsluitende deel van de trilogie los van de voorgaande twee boeken te willen lezen, zullen bedrogen uitkomen en weinig van de gebeurtenissen begrijpen. Het is derhalve écht noodzakelijk het drieluik op volgorde van verschijnen te volgen, en bij voorkeur ook nog eens zo kort mogelijk na elkaar. Pas dan haal je het maximale rendement uit je leeservaring, maar het belangrijkste is echter dat je dan geen enkel detail mist en evenmin in je geheugen hoeft te graven om weer boven water te halen wat er allemaal gebeurd is. En dat laatste is veel, erg veel en De witte koning doet in dat opzicht absoluut niet onder voor zijn voorgangers.

Het verhaal begint eigenlijk al meteen goed, want de aanvangsfase bevat volop actie en spanning, waardoor de lezer meteen bij lotgevallen van Scott en Gutiérrez betrokken is. Dit blijft overigens niet de hele plot doorgaan, want de auteur heeft voldoende rustmomenten ingebouwd, hoewel op de achtergrond toch altijd iets blijft broeien. Aan het eind van de eerste delen – de thriller bestaat uit vier gedeelten – is het telkens behoorlijk opwindender. In het slotdeel werkt Gómez-Jurado steeds meer naar een climax toe en als gevolg daarvan ligt de spanningsboog daarin een stuk hoger. Daarnaast zijn er meer dan voldoende wendingen waardoor je, samen met de personages, telkens voor een andere situatie komt te staan.

Ook dit keer is de schrijfstijl van de auteur beeldend, op het filmische af. Zo beleef je de beschrijving van een bijzonder snelle autorit door de stad Madrid alsof je er zelf bij bent. Er zijn voorbeelden te over. Het tempo van het verhaal ligt overwegend hoog en zo nu en wordt er zelfs nog een schepje bovenop gedaan, maar omdat er ook nog weleens pas op de plaats gemaakt wordt, is het nog net geen rollercoaster. Beide protagonisten hebben niet aan kracht ingeboet en het is duidelijk te merken dat Scott ten opzichte van het allereerste begin (dus deel één van de trilogie) een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Gutiérrez, haar tegenhanger en kompaan, heeft zijn relativerende vermogen behouden, ondanks dat hij de capriolen van zijn collega niet altijd kan waarderen.

In De witte koning worden alle losse eindjes, ook die uit de voorgaande twee delen, aan elkaar geknoopt en uiteindelijk vormen de drie ogenschijnlijk afzonderlijke verhalen één afgerond geheel. Aan de belevenissen van Scott en Gutiérrez is in principe een eind gekomen, maar de auteur zet in de epiloog de deur op een vrij grote kier open, dus de mogelijk om het markante duo te zien terugkeren is nog volop aanwezig. Als dit er onverhoopt niet van gaat komen, dan heeft Gómez-Jurado de trilogie afgesloten met het beste van de drie delen.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Juan Gómez-Jurado
Titel: De witte koning

ISBN: 9789022597590
Pagina’s: 382

Eerste uitgave: 2022

Twee weken weg – R.C. Sherriff

Flaptekst
Al twintig jaar reist het gezin Stevens begin september vanuit hun Londense voorstad naar dezelfde vakantiebestemming: Bognor Regis, een badplaats ten zuidwesten van Londen. Twee weken lang genieten vader, moeder en hun drie kinderen ’s morgens van een potje cricket, gevolgd door een duik in zee. Vervolgens een heerlijk luie middag, wegdommelend in hun enige luxe, een gehuurd strandhuisje. ’s Avonds het avondeten in hun vertrouwde, ietwat sjofele pension, en tot slot een heerlijke wandeling over het strand of de boulevard, naar de pier of de muziektent.

De dagen versmelten, de gedachte aan het einde van de vakantie wordt resoluut verdrongen. De kinderen knopen kortstondige vriendschappen aan, de oudste dochter beleeft haar eerste zomerliefde. Ondertussen probeert de vader zich op te laden voor de sleur die hem de komende vijftig weken wacht, en doet de moeder braaf alsof ook zij geniet van hun jaarlijkse uitspatting.

Recensie
R.C. (Robert Cedric) Sherriff heeft vooral bekendheid geworven met zijn toneelstuk Journey’s End, dat is gebaseerd op zijn ervaringen als legerofficier tijdens de Eerste Wereldoorlog en in 1928 voor het eerst op de planken werd uitgevoerd en dat twee jaar later als roman verscheen. In 1931 bracht hij The Fortnight in September uit, waarvoor hij inspiratie putte uit zijn eigen vakanties aan zee en erg succesvol was. Het boek is in 2021 voor het eerst in een Nederlandse vertaling op de markt gebracht, met als titel Twee weken weg.

De familie Stevens (vader, moeder en drie kinderen) woont al twintig jaar op hetzelfde adres in een voorstad van Londen. Even zolang gaan ze in september twee weken met vakantie naar Bognor Regis, een kustplaats in het zuidoosten van Engeland. Tijdens die veertien dagen vergeten ze hun dagelijkse bezigheden, spelen potjes cricket, zwemmen in zee en zijn vooral aan het genieten. Korte vriendschappen worden gesloten, een eerste verliefdheid dient zich aan en niemand probeert te denken aan de vijftig weken die hen weer te wachten staan, de moeder wellicht uitgezonderd, want zij was heel stiekem liever thuisgebleven.

Het verhaal wordt voorafgegaan met een inleiding uit No leading lady, de in 1968 geschreven autobiografie van de auteur. Hierin vertelt hij hoe deze roman tot stand gekomen is, het succes ervan, maar ook dat het pretentieloos en vrij van bombast is. Sherriff slaat daarmee de spijker op zijn kop, want van zijn bewering is geen enkel woord gelogen. Al meteen bij aanvang van de plot merkt de lezer dat de diverse wederwaardigheden van het gezin Stevens alledaags en eenvoudig zijn. Dit heeft deels te maken met de tijd waarin alles zich afspeelt – het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw, toen het er een stuk minder jachtig aan toeging en de omgangsvormen volstrekt anders waren dan tegenwoordig – maar ook omdat de schrijfstijl van de auteur erg ongecompliceerd en ongedwongen is.

De belevenissen van de Stevensen – soms vinden ze de meest banale dingen al enerverend en spannend – worden niet specifiek vanuit één of meer perspectieven verteld, maar meer alsof er één alles overziende verteller aan het woord is, die zo goed als tot in detail de dagelijkse bezigheden en beslommeringen van de vijf gezinsleden belicht. In feite zijn deze aangelegenheden niet eens zo heel erg opzienbarend, maar omdat de meeste daarvan voor veel lezers (en ook voor niet-lezers) herkenbaar zijn, heeft zo goed als iedereen hier wel een gevoel bij en spreekt hun doen en laten continu tot de verbeelding. Dat het verhaal zich bijna een eeuw geleden afspeelt, is daarbij niet altijd van belang, maar de lezer zal zich dit op momenten wel moeten realiseren. Veel was destijds immers volledig anders.

Hoewel de plot zich in een overwegend traag tempo voortbeweegt en er bij tijd en wijle niets lijkt te gebeuren, verveelt de roman eigenlijk nooit. Dit komt omdat er toch wel kleine veranderingen plaatsvinden, zowel bij de personages als de omstandigheden. Enkele protagonisten ontwikkelen zich overduidelijk en zo nu en dan zijn er een paar kleine wendingen die de loop van de veertiendaagse vakantie net iets interessanter maken, zowel voor het gezin als de lezer. Maar goed beschouwd is en blijft Twee weken weg een kalme en bedaarde roman waar de vonken niet vanaf vliegen, en dat er zo goed als niets gebeurt, is juist de kracht van dit verhaal.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: R.C. Sherriff
Titel: Twee weken weg

ISBN: 9789025471057
Pagina’s: 352

Eerste uitgave: 2021