Dit is jouw tijd – Bertram Koeleman

Flaptekst
Wanneer zijn vader overlijdt en herinneringen hem terugdrijven naar zijn jeugd raakt Mart Rebius ervan overtuigd dat hij iets essentieels over zijn verleden is vergeten. Geobsedeerd door visioenen en halve herinneringen besluit hij tot een reconstructie. Hij koopt zijn ouderlijk huis op, huurt acteurs in als zijn familie en laat ze de middag van zijn zesde verjaardag naspelen. Op dat feestje is er iets belangrijks gebeurd, gelooft hij. Iets wat hem toegang zal geven tot een deel van zijn leven dat tot nu toe onbereikbaar is geweest. Al snel volgen raadselachtige gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op, Mart gaat twijfelen aan zijn herinneringen. Heeft hij alles verzonnen?

Recensie
Bij het tijdschrift De Gids zette Bertram Koeleman zijn eerste schreden op het literaire pad, want hierin verscheen zijn debuutverhaal Haverkort de vlinder. Als romanschrijver debuteerde hij in 2013 met De huisvriend, dat meteen werd genomineerd voor de Anton Wachterprijs. Zijn in 2024 verschenen roman Dit is jouw tijd, waarin herinneringen en verleden als een rode draad door het hele boek heenlopen.

Kort na zijn tweeënveertigste verjaardag hoort Mart Rebius van zijn moeder dat zijn vader is overleden. Op diens begrafenis herinnert hij zich een voorval op de dag dat hij zes jaar oud werd. De exacte toedracht daarvan weet hij niet meer, wel is hij ervan overtuigd dat het iets belangrijks moet zijn. Om dit alles te achterhalen, besluit hij om zijn zesde verjaardag te reconstrueren. Hiervoor koopt hij zijn ouderlijk huis terug, huurt enkele acteurs in en gaat aan de slag. Langzaam komen enkele herinneringen terug, maar zijn twijfel of ze allemaal kloppen wordt steeds groter.

De eerste zin van de roman, waarin verteld wordt dat het verleden van Mart Rebius na zijn tweeënveertigste verjaardag begint, maakt de lezer al meteen nieuwsgierig. Vragen als waarom dat zo is, komen bovendrijven. Desondanks kun je je niet aan de indruk onttrekken dat hij de huidige tijd – het is niet bekend in welk jaar of welke periode de plot zich exact afspeelt – ondanks zijn leeftijd nog steeds niet omarmd heeft. Een van de argumenten daarvoor is het feit dat hij iedere maand een feest organiseert met de jaren negentig van de vorige eeuw als thema, alle moderniteiten zijn daarbij uit den boze. De reconstructie van zijn zesde verjaardag is een extra verklaring om dit te denken, want door zijn obsessie om te achterhalen wat die dag gebeurd is, loopt als een dikke rode draad door het verhaal heen.

Omdat de roman volledig vanuit het perspectief van de veertiger wordt verteld en zijn herinneringen een belangrijke rol spelen, krijgt de lezer een bijzonder goed beeld van hem. Zo komt hij over als een behoorlijk eenzelvige man die het liefst alleen door het leven gaat. Desondanks hangt er nog iets mysterieus om hem heen, want wat nergens naar voren wordt gebracht, is wat hij in het dagelijks leven doet en hoe hij al zijn bezigheden bekostigt. Hij moet eigenlijk wel bemiddeld zijn, maar dat kom je niet te weten. Zijn hang naar wat geweest is, is echter geen belemmering voor zijn ontwikkeling als persoon. Gaandeweg de plot verandert hij in een enigszins minder introvert individu, voor een groot deel is dit zonder meer te danken aan zijn missie. Ook de meeste andere personages hebben hun eigen eigenaardigheden, hetgeen hen bijzonder en enigszins markant maakt.

Het naspelen van Marts zesde verjaardag zorgt voor verschillende bizarre situaties die zo nu en dan verwarrend kunnen zijn. De lezer heeft op die momenten niet meteen in de gaten of deze scènes bij de reconstructie horen of dat ze zich in de fictieve werkelijkheid hebben afgespeeld. Het heden en verleden lijken zich dan met elkaar verweven te hebben. De overgang van de ene naar het andere voorval is eveneens niet altijd duidelijk, het gaat op die momenten te drastisch. Een witregel had dit kunnen voorkomen. Uiteindelijk geeft de hele toneelspelerij geen adequate antwoorden op diverse vragen, hoewel er wel degelijk het een en ander naar voren komt. Over het algemeen verrassend, maar in een enkel geval in de lijn der verwachting.

Dit is jouw tijd is een roman die de lezer terugvoert naar de jaren negentig en daardoor een aantal herkenbare en nostalgische kenmerken herbergt. Koeleman weet, mede dankzij zijn scherpe schrijfstijl, de lezer continu te boeien en laat hem nadenken over de verwevenheid van het heden en verleden.

(Met dank aan Atlas Contact/De Club van Echte Lezers voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Bertram Koeleman
Titel: Dit is jouw tijd

ISBN: 9789025474201
Pagina’s: 252

Eerste uitgave: 2024

Ook dat nog – Anja Niewierra en Merel Godelieve

Flaptekst
Na haar scheiding moet de vijftiger Roos het doen met een saaie baan en een flatje. Roos is boos en schrijft haar frustraties van zich af. Wanneer dochter Maddy na een verbroken relatie bij Roos intrekt, lopen de spanningen hoog op en grijpt ook Maddy naar de pen.

Ondertussen belandt Oma Loes, een voormalige dolle mina, na een gebroken heup in een zorgcomplex tussen de ‘wandelende graftakken’. Haar activistische hart bloeit op en ze trekt weer ten strijde. Nu tegen de stereotypering van ouderen.

Recensie
Tijdens een gezamenlijke vakantie in Frankrijk ontstond bij Anya Niewierra, onder andere bekend van haar thriller Het dossier (2016) en haar dochter Merel Godelieve het idee om, bij wijze van experiment, samen een boek te schrijven. Ze waren het er al snel over eens dat dit een roman moest zijn dat mensen vrolijkt maakt en dat door hen met plezier gelezen wordt. Ze werkten hun idee uit, gingen aan de slag en in juni 2022 verscheen hun feelgoodroman Ook dat nog.

Omdat de relatie van de vijfentwintigjarige Maddy Nugter na drie jaar beëindigd is en ze als gevolg daarvan geen onderdak heeft, trekt ze bij haar gescheiden moeder Roos in. Het appartement heeft een beperkte ruimte waardoor de onderlinge spanningen nogal oplopen. Tot overmaat van ramp kondigt de overheid ook nog een lockdown aan om de gevolgen van het coronavirus te beperken. Om een uitlaatklep te hebben beginnen beide vrouwen aan een dagboek waarin ze hun frustraties kwijt kunnen. Oma Loes zit heel anders in elkaar, want ondanks haar verblijf in een woonzorgcomplex is ze niet van plan zich iets te ontzeggen.

Dit verhaal wijkt qua opzet af van de meeste boeken, want het is in de vorm van twee dagboeken – de ene van dochter Maddy, de andere van moeder Roos – geschreven. Een dergelijke opbouw is echter niet uniek, want meer auteurs hebben van deze techniek gebruikgemaakt. De ene keer werkt het wel en de andere keer niet. Bij het duo Niewierra/Godelieve pakt het goed uit, voornamelijk omdat altijd duidelijk is wat er op de dag waarover de personages schrijven gebeurd is, waarmee beiden te dealen hebben en wat hen bezighoudt. Dit gebeurt vanuit afwisselende perspectieven en de vijf delen van het boek bestrijken een niet opeenvolgende periode. Omdat zowel de naam van de dagboekschrijfster als de datum boven ieder hoofdstuk vermeld wordt, weet de lezer altijd wie aan het woord is en wanneer de teksten zijn geschreven.

Naast moeder en dochter maak je eveneens kennis met oma Loes, de andere protagonist, maar haar rol in het geheel is aanmerkelijk kleiner. Desondanks kom je voldoende over haar te weten, zonder dat ze – net als haar dochter en kleindochter – heel uitvoerig uitgewerkt is. De drie dames, die elkaar goed aanvullen, hebben elk een eigen karakter en verschillen danig van elkaar, waardoor het bepalen van een favoriet niet erg lastig is. Hoewel hun onderlinge relatie nog weleens botst, kunnen ze in feite ook niet zonder elkaar, eigenlijk een beetje zoals het echte leven. Veel wat hen overkomt en wat ze ondernemen, is daarom overwegend realistisch, ondanks dat de leefwijze van oma Loes vrij extreem is en je hier een vraagteken bij kunt zetten.

De schrijfstijl Niewierra en Godelieve is vlot en het tempo ligt behoorlijk hoog. Het is overigens goed te merken dat dit boek door twee auteurs geschreven is, want qua stijl lopen de dagboekteksten van Maddy en Roos nogal uiteen, onder andere doordat de eerste regelmatig straattaal gebruikt. Een grote dissonant in de plot is dat aan het coronavirus en de vele gevolgen die dit met zich mee heeft gebracht enorm veel aandacht wordt besteed. Omdat het verhaal zich in 2020 afspeelt en de pandemie de wereld beheerste, is het op zich niet zo verwonderlijk en erg dat een dergelijk belangrijke gebeurtenis in het boek verwerkt is, maar om er tot in den treure over door te gaan, gaat op den duur wel storen.

Dit gezamenlijke debuut wordt aangemerkt als een vrolijke dagboekroman, maar over de hele linie valt het opgewekte en blije nogal tegen, met name in het eerste deel van het boek. Dan is het, om begrijpelijke redenen, een en al treurnis en zijn ruzies geen uitzondering. In de plot verandert dit iets, maar niet dusdanig om het etiket feelgood op de roman te plakken. Het omgekeerde is eerder van toepassing. Als je vervolgens alles bij elkaar neemt, is Ook dat nog niet meer dan een debuut waarop wel het een en ander aan te merken valt.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Anya Niewierra en Merel Godelieve
Titel: Ook dat nog

ISBN: 9789024599639
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2022

Gone girl (Verloren vrouw/Donker hart) – Gillian Flynn

Flaptekst
Op de dag dat hij vijf jaar getrouwd is, maakt Nick Dunne bekend dat zijn beeldschone vrouw Amy vermist wordt. De politie verdenkt hem en Amy’s vrienden onthullen dat ze bang voor hem was en dingen voor hem verzweeg. Nick zweert dat dit niet waar is, maar onder druk van de politie en de media ontstaan er langzaam maar zeker haarscheurtjes in het door Nick geschetste beeld van zijn perfecte huwelijk. Zijn leugens, bedrog en vreemde gedrag roepen vragen op. Heeft Nick zijn vrouw vermoord?

Recensie
De Amerikaanse auteur Gillian Flynn had van haar derde thriller Gone girl (2012) niet al te grote verwachtingen, maar die bleken volkomen misplaatst, want het boek kwam in de week van publicatie binnen in de bestsellerlijst van de New York Times, stond een week later zelfs op de eerste plaats en binnen een jaar waren er ongeveer twee miljoen exemplaren van verkocht. Voor de verfilming in 2014 schreef ze zelf het scenario. In het Nederlands is het ook uitgebracht onder de titels Donker hart (2012) en Verloren vrouw (2013).

Op zijn vijfjarige trouwdag is Nick Dunne in de bar waar hij samen met zijn zus Margo eigenaar van is. Als hij een telefoontje krijgt dat de voordeur van zijn woning openstaat, gaat hij onmiddellijk naar huis waar hij een overhoop gehaalde woonkamer aantreft en merkt dat zijn vrouw Amy spoorloos verdwenen is. De politie wordt ingeschakeld, maar die verdenken hem van deze vermissing. Hoewel Nick blijft volhouden dat hij onschuldig is, keert de publieke opinie zich steeds meer tegen hem. Wat daarbij niet helpt, zijn diens leugens en merkwaardige gedrag, maar ook de door de politie gevonden aanwijzingen wijzen in zijn richting. De vraag is nu of hij Amy heeft vermoord.

Het verhaal bestaat uit drie delen – het laatste relatief kort – en elk daarvan heeft een geheel andere strekking. Deel twee is verreweg het interessants en boeiends, terwijl de spanning, die over het geheel genomen niet al te groot is, daarin wel het meest merk- en voelbaar is. Voor het zover is, krijgt de lezer inzage in de levens van de belangrijkste personages Nick Dunne en zijn vrouw Amy Elliott. Bij laatstgenoemde is dit door middel van uitgebreide aantekeningen in haar dagboek – ze is immers vermist – en bij Dunne vooral tijdens zijn hedendaagse activiteiten, waaronder gesprekken met de politie en eigen naspeuringen. In ieder geval blijkt dat de twee een nogal complexe relatie hebben en is het dus niet verwonderlijk dat de verdenkingen op Dunne gericht zijn.

De snelheid van de plot is over het algemeen behoorlijk traag, soms zelfs op het stroperige af. Het voordeel hiervan is dat de geheimen die het echtpaar heeft slechts mondjesmaat naar de oppervlakte komen. Desondanks blijft de lezer wel degelijk nieuwsgierig naar wat zich allemaal exact heeft afgespeeld en naar wat de werkelijke reden van de verdwijning van Elliott is. Het is daarom jammer dat het verhaal door het trage tempo niet lijkt op te schieten, alsof er geen enkele vordering wordt gemaakt. Geheel ten onrechte, want er is zonder meer sprake van progressie, zoals bijvoorbeeld  het doorgronden van de karakters en de psychologische effecten van hun gedragingen.

Door het gedrag van beide hoofdpersonages is het zo goed als onmogelijk te voorspellen hoe het verhaal zich zal ontwikkelen, maar toch krijg je al snel een aan zekerheid grenzend vermoeden wat de werkelijkheid achter de vermissing van Elliott is en ver in de plot wordt dit ook bevestigd. Op het verloop van de gebeurtenissen heeft dit geen enkele invloed, alleen krijg je een ander beeld van de personages en de dingen die zij doen of gedaan hebben. Het manipulatieve en vernuftige karakter van een van hen wordt dan nog beter tot uitdrukking gebracht. Ook de eindfase bevat een situatie die enigszins conform verwachting is, de uitvoering daarvan is dat echter niet. Het slotdeel van het boek is niet geheel bevredigend, voornamelijk omdat het recht niet zegeviert. Afgezien daarvan past dit eind wel in de lijn van de plot.

Ondanks dat Gone girl (Donker hart/Verloren vrouw) een goed geschreven en doordacht verhaal is, kan het niet op alle fronten overtuigen. Daarvoor is het net iets te tam, bevat het veel te weinig spanning en is het slot net wat te ver gezocht.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Gillian Flynn
Titel: Gone girl/Verloren vrouw/Donker hart

ISBN: 9789022572047
Pagina’s: 456

Eerste uitgave: 2012

Het meisje in de witte kimono – Ana Johns

Flaptekst
Japan, 1957. De 17-jarige Naoko Nakamura wijst de man die haar vader voor haar heeft uitgezocht af en volgt haar hart: ze wil enkel trouwen met de Amerikaanse soldaat van wie ze houdt. Als gevolg van die beslissing wordt ze verstoten door haar familie, omdat de schande van een huwelijk met een buitenlander te groot is. Maar als haar geliefde niet terugkeert van een missie en zij zwanger blijkt, kan ze nergens terecht. Haar vader is onverbiddelijk: ze mag enkel terugkomen naar huis als ze het halfbloed kind dat ze draagt opgeeft…

Amerika, nu. Tori Kovac zorgt voor haar vader in zijn laatste dagen als ze een brief vindt die haar leven op zijn kop zet, en die duizenden vragen oproept over haar vader, over hun familie en over wat ze dacht te weten. Ze gaat op zoek naar antwoorden, een zoektocht die naar Japan leidt…

Recensie
Voormalig wedstrijdvechter Ana Johns studeerde journalistiek en heeft meer dat twintig jaar in de kunstwereld gewerkt. Ze hield altijd al van schrijven en nadat ze de diagnose MS kreeg, ging ze hier echt mee aan de slag. Dit leidde ertoe dat ze in 2019 debuteerde met de autobiografisch getinte roman The woman in the white kimono (Het meisje in de witte kimono, 2020). Voor dit boek, dat eveneens gebaseerd is op historische gebeurtenissen, ontving ze meteen lovende kritieken en een aantal prijzen. Tevens werd het een wereldwijde nummer één bestseller.

In het Japan van 1957 is de nog maar zeventien jaar oude Naoko Nakamura vastberaden om – tegen  de wil van haar vader – met een soldaat van de Amerikaanse marine te trouwen. Ze zet haar zin door, waarna een breuk met haar familie ontstaat. In het Amerika van nu zorgt Tori Kovač voor haar ernstig zieke vader. Ze krijgt een brief van hem, opent deze pas na zijn overlijden, maar wat ze hierin leest, verandert haar hele leven. Er komen veel vragen bij haar op, want ze had gedacht alles van haar vader te weten. Om antwoorden te krijgen, ziet ze zich genoodzaakt om naar Japan af te reizen.

Het meisje in de witte kimono bestaat uit twee verhaallijnen die verteld worden vanuit de elkaar afwisselende perspectieven van Tori Kovač en Naoko Nakamura en tevens in een verschillende en qua opvattingen volstrekt andere periode. Beide subplots hebben een gemeenschappelijke factor, dat is al snel duidelijk, maar wijken daarnaast ook van elkaar af. In het heden – een exact jaartal is niet bekend – gaat Tori op zoek naar het Japanse verleden van haar vader en tientallen jaren eerder doet Naoko er alles aan haar familie te overtuigen van haar liefde voor een Amerikaanse militair. Omdat dit relatief gezien kort na de Tweede Wereldoorlog is, zijn dergelijke relaties erg gevoelig en in feite ongewenst. Dit brengt Johns niet alleen goed tot uiting in de reactie van Naoko’s vader, maar eveneens in de vele fragmenten waaruit op te maken valt hoe men destijds aankeek tegen kinderen die uit een Japans/Amerikaanse relatie geboren zijn.

De auteur geeft de Japanse sfeer sowieso goed weer en hierdoor krijgt de lezer een aardig beeld van een aantal gebruiken en gewoonten van het land, zoals bijvoorbeeld een huwelijksceremonie en het bijgeloof. Ook het gevoel dat meisjes en vrouwen gehad moeten hebben als ze een relatie aangingen met een buitenlander wordt prima overgebracht. Hieraan is te merken dat de auteur haar research grondig en juist heeft uitgevoerd. Omdat de roman gebaseerd is op historische gebeurtenissen en verhalen, geeft ze achter in de roman een uitleg over onder andere enkele personages en gebouwen. Dit is een nuttige en informatieve aanvulling en dus van toegevoegde waarde.

Vanaf het begin van het verhaal leeft de lezer met de twee hoofdpersonen mee. Hij kan zich helemaal voorstellen hoe beide vrouwen zich gevoeld moeten hebben. Mede hierdoor is de plot direct al pakkend. Dit is echter niet het enige waardoor de roman een nogal grote impact heeft, want Johns zorgt er namelijk ook voor dat je voortdurend nieuwsgierig bent naar wat er nog komen gaat en wat zich in 1957 allemaal precies heeft voorgedaan. Trieste en aangrijpende momenten worden afgewisseld met mooie, de plot heeft bij vlagen de nodige spanning en de emoties liefde en verdriet zijn als een rode draad met elkaar en de vele situaties verweven.

Hoewel beide verhaallijnen sterk zijn, ontroert die van Naoko de lezer het meest. Haar jonge leeftijd en de omstandigheden waarin ze terecht is gekomen hebben daar zeker invloed op. Over het geheel genomen is Het meisje in de witte kimono zonder meer een verrassend en onverwacht goed debuut. Het is daarom niet onterecht dat Johns hiervoor erg veel complimenten in ontvangst heeft mogen nemen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Ana Johns
Titel: Het meisje in de witte kimono

ISBN: 9789026150104
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2020

Ik kan er nét niet bij – Sander Verheijen

Flaptekst
Sander is de vader van Willem en Maurits. De een werd geboren met een zware hersenbeschadiging, de ander heeft autisme. In Ik kan er nét niet bijvertelt hij het aangrijpende verhaal van zijn eerste jaren als vader van deze bijzondere tweeling.

Hij schrijft openhartig over zijn persoonlijke ontdekkingstocht naar het vaderschap, over de tegenslagen die het gezin treffen, maar ook over de blijdschap als een van de jongens een mijlpaal bereikt, over hoe ze knokken en relativeren en bovenal hoop houden.

Recensie
Het is 16 november 2017, de verjaardag van Maurits en Willem, de vijf jaar eerder geboren tweeling van Sander Verheijen en zijn vrouw Jip. Leuk, zul en kun je misschien denken, en over het algemeen is dat ook zo. Maar in deze keer is het allemaal nét even iets anders, want bij Willem wordt cerebrale parese (een niet-aangeboren hersenbeschadiging die voor of tijdens de geboorte is ontstaan) geconstateerd en later blijkt ook nog eens dat zijn broertje Maurits autisme heeft. Deze novemberdag is tevens de dag dat Ik kan er nét niet bij, het schrijversdebuut van Verheijen, is verschenen. In dit boek vertelt hij over de eerste levensjaren van zijn zoons. Vooral om hen, wanneer ze het zelf kunnen lezen, te laten weten dat hun ouders met dit verhaal de intentie hadden veel andere mensen te kunnen helpen.

In de autobiografie begint de auteur zijn verhaal in de zomer van 2007, het jaar én het moment dat hij Jip ontmoet. De vraag die zij hem tijdens hun eerste date stelt ‘Wil jij eigenlijk kinderen?’ is belangrijk voor het vervolg van een relatie die nog niet eens begonnen is. Lang hoefde Verheijen, toen drieëndertig jaar, daar niet over na te denken. Ze trouwden, namen een hond (Gant) en bereidden zich voor op de volgende stap: het krijgen van kinderen. Dit ging niet zonder slag of stoot, en bijzonder eerlijk en openhartig vertelt Sander waarom het op natuurlijke wijze zwanger worden van Jip niet wilde lukken en ze noodgedwongen overgingen op een andere methode, met als uiteindelijk resultaat dat eind 2017 de tweeling werd geboren.

De kersverse ouders kunnen hun geluk niet op, maar al vrij snel beginnen de zorgen. De angst, de onzekerheid en de vertwijfeling die dit met zich meebrengt worden door de wijze van vertellen erg goed tot uiting gebracht. Het gevoel dat Sander en Jip moeten hebben, voel je bij wijze van spreken zelf ook. Toch is het relaas niet alleen kommer en kwel, want de auteur belicht ook de mooie kanten van hebben van kinderen. Dat doet hij met zoveel liefde dat je – dit begint al in de proloog – niets anders kan dan concluderen dat hij ontzettend veel van zijn tweelingjongens houdt. Dit bevestigt hij aan het eind van het boek, wanneer hij zich expliciet tot Maurits en Willem richt, vanuit de grond van zijn hart.

Hoewel de problemen en zorgen groot zijn – het LUMC wordt bijvoorbeeld regelmatig bezocht – is Ik kan er nét niet bij absoluut geen zwaar of zwaarmoedig boek geworden. In een overwegend luchtige en vlotte schrijfstijl vertelt de auteur de vele stappen die hij en zijn vrouw ondernomen hebben om de jongens op een goede en passende manier te laten functioneren, zodat het voor hen alle vier zo gemakkelijk mogelijk is. Dat Sander hierbij weleens twijfels heeft en zich dingen af gaat vragen, is niet meer dan begrijpelijk en menselijk. Hij stelt zich regelmatig kwetsbaar op en komt er volmondig voor uit dat Jip de sterkste van hen beiden is, zij is de motor die het gezin draaiende houdt. Je kunt uit alles wat verteld wordt opmaken dat beide ouders elkaar perfect aanvullen en wel degelijk steun aan elkaar hebben.

Natuurlijk kan het niet anders dan dat het boek ook verschillende emotionele en ontroerende momenten heeft. Ook hier maakt Verheijen geen geheim van en komt hij er onomwonden voor uit dat hij regelmatig een traantje heeft moeten wegpinken. Aan de andere kant is er vanzelfsprekend ook vrolijkheid en plezier, zoals een gezellige en leuke dag aan het strand. De korte en soms erg korte hoofdstukken zorgen voor veel vaart en een humoristische ondertoon wordt afgewisseld met een meer serieuze. Dit alles zorgt ervoor dat Ik kan er nét niet bij een indringend beeld geeft over de eerste paar jaar uit het leven van twee zorgenkinderen en hun ouders, maar waar daarnaast vooral veel kracht, hoop en liefde van uitstraalt.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sander Verheijen
Titel: Ik kan er nét niet bij

ISBN: 9789402753868
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2017

Augustus – John Williams

Flaptekst
In zijn derde grote roman, winnaar van de National Book Award, vertelt John Williams het verhaal van de stichter van het Romeinse rijk, wiens grootsheid even legendarisch was als zijn grenzeloze ambitie: Augustus. Vanaf de moord op zijn oom Julius Caesar tot aan de laatste dagen van het keizerrijk volgen we Augustus op zijn tocht over het glibberige pad van de macht: niemand is te vertrouwen, de senaat wordt beheerst door eigenbelang en allianties zijn even snel gevormd als gebroken.

Augustus is een meerstemmige roman: via de gefingeerde brieven, dagboekaantekeningen, memoires en reisverslagen van historische figuren als Marcus Antonius, de dichter Cicero en Augustus’ dochter Julia, maar ook van een eenvoudige soldaat in de legers van de keizer, verrijst het levensechte beeld van een man die ervan droomt het corrupte Rome te bevrijden van het wispelturige juk van megalomane warhoofden en roofzuchtige rijken. Net als in Stoner en Butcher’s Crossing onderzoekt Williams in Augustus waarden als de verantwoordelijkheid van het individu, vriendschap en de zucht naar macht, en weet hij de dilemma’s in een mensenleven als geen ander invoelbaar te maken.

Recensie
Boerenzoon John Williams schreef tijdens zijn leven (hij overleed in 1994 aan de gevolgen van longproblemen) diverse studieboeken, twee gedichtenbundels en vier romans. De eerste daarvan was Nothing but the night, dat in 1948 werd uitgebracht. Nadat in 2006 de roman Stoner in de Verenigde Staten werd heruitgebracht, raakte hij bekend bij het grote publiek. Het al in 1972 gepubliceerde Augustus verscheen vervolgens pas in 2014 in een Nederlandse vertaling, ondanks dat dit boek in 1973 werd bekroond met de National Book Award.

Na de moord op Julius Caesar wordt zijn neef Octavius, beter bekend als Augustus, de nieuwe heerser van het Romeinse Rijk. Op nog maar negentienjarige leeftijd erft hij van zijn oom, die hij als zijn vader beschouwt, de macht over Rome en met steun van zijn drie vrienden wordt hij de heerser van het Romeinse imperium. Tijdens zijn bewind krijgt hij te maken met tegenslagen, oorlogen, vriendschap en verraad. Uiteindelijk, als hij een oude man is, overdenkt hij zijn leven en vraagt zich daarbij af of alles wat hij gedaan heeft wel de moeite waard is geweest.

Een moeilijke roman. Dat is de belangrijkste conclusie die na het lezen ervan getrokken kan worden. In de eerste plaats komt dit door de gekozen opzet, die is namelijk tamelijk afwijkend, want het boek bestaat uit brieven, dagboekfragmenten, memoires, etc. etc. Daarnaast zorgen de vele namen – ze hebben allen werkelijk geleefd – en de overvloedig wisselende jaren waarin de documenten zijn opgetekend er in grote mate voor dat de structuur er niet duidelijker op wordt. Vooral in het eerste van de drie delen is het voor de lezer niet gemakkelijk de bedoeling van het verhaal te doorgronden. Geleidelijk aan treedt wel een lichte verbetering op en lijkt er iets meer lijn in het geheel te komen, maar desondanks blijft het van begin tot eind hoe dan ook een ingewikkelde leeservaring.

De manier van vertellen is niet inlevend en is, op enkele dagboekfragmenten en memoires na, nogal klinisch. Hierdoor heeft de lezer het gevoel een verslag te lezen waarin allerlei geschiedkundige feiten worden opgesomd. Het gevolg is een hoofdzakelijk droog en bij vlagen ronduit saai relaas van feiten, alleen zijn die in dit geval grotendeels verzonnen en sowieso verpakt in een fictief jasje, want de inhoud van alle correspondentie is zo goed als volledig ontstaan uit de fantasie van de auteur. Opvallend is dat de briefwisselingen eenzijdig zijn, dus een reactie daarop mag de lezer zelf invullen. Dit is over het algemeen niet zo’n probleem, want er wordt vaak voldoende verteld, zodat hij wel wat inzicht krijgt in de gebeurtenissen, die voornamelijk met Octavius/Augustus te maken hebben. Pas in het laatste en kortste deel van de roman kom je een en ander te weten vanuit zijn perspectief. Aan de ene kant is dit verhelderend, aan de andere kant ook weer niet. In ieder geval wordt helder hoe de keizer er op zijn oude dag over denkt.

Voordat Williams met het schrijven van dit boek begon, heeft hij uitgebreid research verricht. Dit is goed te merken, want ondanks de door de auteur genomen artistieke vrijheid, hebben diverse gebeurtenissen wel degelijk plaatsgevonden. In een verzorgde, maar niet al te vlotte schrijfstijl, loodst hij je beurtelings door een korte periode van de historie van het Romeinse Rijk. De manier waarop dit gebeurt, is echter niet bijster aansprekend en hoe interessant het doen en laten van de persoon Augustus geweest kan zijn, de roman Augustus is dat pertinent niet. Dit veel geprezen en gelauwerd boek zal daarom niet lang blijven hangen. 

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: John Williams
Titel: Augustus

ISBN: 9789048820603
Pagina’s: 430

Eerste uitgave: 2014

Dijk – H.M. van den Brink

Flaptekst
Op een koude ochtend in 1961 beginnen twee jongens hun werkzame leven in een kantoor aan een slordige gracht in Amsterdam. Meer dan veertig jaar later moet een van beiden afscheid nemen. Terwijl alles om hem heen veranderd is, lijkt Karl Dijk al die tijd dezelfde te zijn gebleven. Maar juist dat maakt hem voor zijn collega zo raadselachtig. Wat verklaart bijvoorbeeld dat Dijk op zijn eigen afscheidsreceptie niet verschijnt? Is meegaandheid tegenover je superieuren en je collega’s beter dan het vasthouden aan principes? En wat blijft er van een leven lang toegewijde arbeid uiteindelijk over?

Recensie
Voordat in 1993 De vooruitgang, het romandebuut van journalist H.M. (Hans Maarten) van den Brink, werd uitgebracht, was hij al auteur van een aantal non-fictieboeken. Hij brak echter door met Over het water (1998), waarvoor hij diverse literaire prijzen won. Hierna heeft hij, wegens gebrek aan tijd, lange tijd niet veel kunnen schrijven, maar uiteindelijk verscheen in 2016 de roman Dijk, dat letterlijk en figuurlijk over de (on)betrouwbaarheid van het geheugen gaat. Zowel dit boek als een aantal andere is in verschillende talen vertaald.

Op de eerste werkdag van januari 1961 beginnen twee jongemannen aan hun allereerste kantoorbaan bij de Rijksdienst voor het IJkwezen in Amsterdam. Ze blijven hier hun hele leven werken en na ruim veertig jaar moet Karl Dijk, een van de twee, het inmiddels geprivatiseerde bedrijf verlaten. Hij is ook degene die zich, ondanks de vele veranderingen, niet aan de vernieuwde omstandigheden heeft aangepast. Hierdoor is hij een enigszins markante en zich aan principes vasthoudende figuur geworden. Dit uit zich bijvoorbeeld doordat hij niet op zijn eigen afscheidsreceptie aanwezig is.

Het verhaal begint met de beschrijving van een repeterende droom van de onbekend blijvende verteller. De lezer wordt hierdoor enigszins nieuwsgierig gemaakt, want wie is deze Dijk, waarover gedroomd wordt. In het vervolg van de plot kom je een stuk meer over deze mysterieus blijvende man te weten, maar je kunt je – achteraf – afvragen of dit voldoende is om hem een gezicht te geven. Hij speelt op de achtergrond en naar blijkt in het leven van de verteller een belangrijke rol, maar die is en blijft nogal onderbelicht, terwijl juist die rol een erg interessante en waardevolle toevoeging op de roman had kunnen zijn. De geheimzinnigheid zorgt er echter wel weer voor dat er in een groot deel van het boek een licht spanningsveld wordt gecreëerd. Je blijft benieuwd wie de persoon Dijk is en of er niet toch nog een tipje van de sluier over hem wordt opgelicht.

Ondanks je verwacht dat Dijk de rode draad van het verhaal is, draait het voornamelijk om het ijkwezen. De auteur geeft de lezer een globale indruk van de werkzaamheden die door hen worden verricht, maar de belevenissen en ervaringen van de verteller krijgen tevens ruim aandacht. Dit levert deels interessante anekdotes op, maar eveneens veel theoretische informatie over de metrologie. Hierdoor is dit een roman met twee gezichten. Aan de ene kant is het een boeiende weergave van wat een medewerker van de dienst meemaakt, maar aan de andere kant ook een wat saai en technisch relaas over verschillende meetinstrumenten. Toch brengt Van den Brink dit alles zodanig dat je aandachtig door blijft lezen en het boek eigenlijk niet verveelt.

De schrijfwijze van de auteur is bijzonder beeldend, het is daarom absoluut niet moeilijk om je de diverse scènes levendig voor je te zien. Veel beschrijvingen van situaties zijn daarnaast realistisch, alle perikelen rond het afscheid van Dijk zijn niet ondenkbeeldig en kunnen en zullen in werkelijk vast en zeker voorkomen. Daarnaast wordt de sfeer van het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw prima weergegeven, waarbij de auteur handig gebruikmaakt van enkele waargebeurde feiten. De troosteloosheid van sommige gebieden, de armoede van sommige mensen en de vijandigheid ten opzichte van de controleurs komen goed over. Aan het eind van de plot mag de lezer zijn verbeelding de vrije loop laten, want de receptie ter gelegenheid van het gedwongen afscheid van daarbij niet aanwezige Dijk heeft een afsluiting die niet wordt beschreven, maar waaruit wel blijkt wat er staat te gebeuren.

Als tenslotte alle plussen en minnen tegen elkaar afgewogen worden, is Dijk een aardige roman die niet voortdurend weet te boeien, maar evenmin vervelend is om te lezen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: H.M. van den Brink
Titel: Dijk

ISBN: 9789025446413
Pagina’s: 160

Eerste uitgave: 2016

De laatste spijker – Stefan Ahnhem

Flaptekst
Rechercheur Dunja Hougaard doet in het geheim onderzoek naar haar voormalige politiechef Kim Sleizner. Maandenlang hebben Dunja en haar team informatie over hem verzameld en zijn ze erachter gekomen dat hij – letterlijk – over lijken is gegaan om de top te bereiken. Wanneer een auto met daarin een hoge functionaris en een onbekende, naakte vrouw op de zeebodem voor de kust van Kopenhagen wordt aangetroffen, wordt het tijd voor actie. Ondertussen krijgt Fabian Risk in Helsingborg een bericht dat alles verandert.

Recensie
Scenarioschrijver Stefan Ahnhem debuteerde in 2014 als auteur met Zonder gezicht, het eerste deel van een serie met de Zweedse inspecteur Fabian Risk in de hoofdrol. Nog voordat hij de vervolgdelen had geschreven, waren de filmrechten voor de volledige reeks al verkocht, een unicum in de thriller- en filmwereld. Medio 2023 verscheen De laatste spijker, het zesde en laatste van de populaire en goedlopende misdaadserie.

Twee kanoërs ontdekken op de bodem van een haven in Kopenhagen een auto met daarin de lichamen van een hoge veiligheidsfunctionaris en een ontklede vrouw. Jan Hesk, pas gepromoveerd tot inspecteur, krijgt van zijn chef Kim Sleizner, de leiding over het onderzoek. Ondertussen gaat voormalig rechercheur Dunja Hougaard in het geheim de gangen van diezelfde Sleizner na en verzamelt compromitterende informatie over hem. Het leven van Fabian Risk neemt een geheel andere wending aan als hij een voor hem en zijn gezin schokkend bericht ontvangt, waarna hij alles op alles zet om daar meer over te achterhalen.

Nog voordat het verhaal begint, verrast en verbaast Ahnhem de lezer met een enorme cliffhanger in de vorm van een soort in memoriam. Je gaat je hierdoor zelfs even afvragen of je iets gemist hebt. Maar geen zorgen, de plot wijst gelukkig uit waar dit betrekking op heeft. Het duurt wel een paar hoofdstukken om weer helemaal in de ban te raken van onder andere Risk en Hougaard. Dit komt doordat een aantal nieuwe personages wordt geïntroduceerd, je in het verhaal moet groeien, maar voornamelijk omdat je je de voorgeschiedenis weer naar voren moet halen. Het is dan ook zeer aan te bevelen de serie op volgorde van verschijnen te lezen. Hiermee wordt onder andere voorkomen dat je belangrijke informatie mist.

Fabian Risk, toch degene die in de voorgaande delen een dragende en aanzienlijke rol had, staat deze keer veel minder in de schijnwerpers. Dit komt grotendeels door de diverse verhaallijnen, waarin verschillende personages leidend zijn en wellicht zijn persoonlijke omstandigheden ook een beetje. In principe hebben deze afzonderlijke subplots niets met elkaar te maken, maar er is wel één grote gemene deler: Kim Sleizner, de Deense en buitengewoon onsympathieke en manipulatieve politiechef. En juist door hem komen deze verschillende verhalen uiteindelijk allemaal samen. Voor het echter zover is, wordt de lezer allerlei ontwikkelingen voorgeschoteld, de een meer opzienbarend dan de ander, maar stuk voor stuk zonder meer de moeite waard.

Door de vele gebeurtenissen en intriges is de spanning voortdurend present, hierbij geholpen door de elkaar afwisselende verhaallijnen en het grote aantal cliffhangers. De lezer wordt niet voor niets regelmatig op het verkeerde been gezet. Een moment van rust wordt niemand gegund, hoewel het tempo toch niet voortdurend hoog is. In de ontknoping is dat daarentegen wel het geval, de finale is heftig, spectaculair en verrassend. Hoe verder de plot vordert, hoe duidelijker het wordt dat de auteur naar een niets en niemand ontziende climax toewerkt. Zo goed als alles wijst eveneens uit dat dit zesde deel van de serie ook de laatste is, hoewel het heel stiekem kan zijn dat de rol van Risk en Hougaard nog niet uitgespeeld is, de deur lijkt namelijk nog op een heel klein kiertje open te staan. Maar misschien is dit alleen maar ijdele hoop.

Het zou mooi en completer zijn geweest als enkele situaties (de vondst van de twee lichamen, de perikelen rond het verblijf van Risks zoon Theo in een Deense gevangenis) wat meer aandacht hadden gekregen, maar zoals het nu is, is De laatste spijker absoluut een erg goede en waardige afsluiter van wat normaal gesproken het einde van de Fabian Risk-serie is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Stefan Ahnhem
Titel: De laatste spijker

ISBN: 9789044363814
Pagina’s: 512

Eerste uitgave: 2023

Wrede leugens – Karen Rose

Flaptekst
Rechercheur Kit McKittrick start een onderzoek na een melding van psycholoog Sam Reeves over een van zijn patiënten die details heeft onthuld over een reeks onopgeloste moorden. Ze is vastbesloten deze cold case op te lossen, maar ondertussen is ook Sam in deze zaak gedoken. Kit en Sam botsen herhaaldelijk in hun afzonderlijke onderzoeken, maar worden gedwongen samen te werken om een van de dodelijkste seriemoordenaars te vinden waarmee San Diego ooit te maken heeft gehad.

Recensie
Lang geleden is het als hobby begonnen, maar in de loop der jaren heeft Karen Rose van schrijven haar beroep gemaakt. Rose publiceert jaarlijks twee boeken die deel uitmaken van haar verschillende stedenreeksen. Aan deze reeks kan sinds kort een nieuwe stad worden toegevoegd dankzij Wrede leugens, het eerste deel van een serie die zich afspeelt in de Californische stad San Diego. Een verschil ten opzichte van de andere reeksen is dat deze keer telkens hetzelfde duo zal terugkeren: rechercheur Kit McKittrick en psycholoog Sam Reeves.

Een anoniem telefoontje over een moord brengt de rechercheur naar een park in San Diego, waar ze in een graf het lichaam van een tienermeisje aantreft. Ze blijkt het slachtoffer te zijn van een moordenaar die al vele jaren actief is, maar nog niet getraceerd kon worden. Als Reeves aan de politie doorgeeft dat een van zijn patiënten tijdens een consult een paar details over enkele onopgeloste moorden vertelt, raakt hij bij de zaak betrokken en ziet hij zich gedwongen om met McKittrick samen te werken.

Op het eerste gezicht lijkt het verhaal niets anders te zijn dan een regulier en gedegen politieonderzoek naar een seriemoordenaar en over het algemeen is dat ook zo. Rose heeft het echter zo ingekleed dat haar eerste ‘San Diego’-thriller niet als zodanig overkomt. Natuurlijk bevat dit boek wel degelijk een aantal elementen die vaker in dergelijke thrillers worden gebruikt, daar valt immers zo goed als niet aan te ontkomen, maar de auteur heeft er wel een eigen draai aan gegeven. McKittrick is bijvoorbeeld niet een eigengereide en getroebleerde clichérechercheur, hoewel ze wel een verleden heeft waarvan de gevolgen nog steeds merkbaar zijn. Ook de sfeer bij de SDPD (San Diego Police Department) en de interactie met haar collega’s zijn veel gemoedelijker en vriendschappelijker dan je weleens tegenkomt.

Zonder dat het meteen opvalt, is de spanning al vanaf de proloog, waarin je wordt geconfronteerd met een voorval dat zestien jaar eerder heeft plaatsgevonden, aanwezig. De lezer wordt hierdoor nieuwsgierig naar wat er toen exact is gebeurd en waarom de politie niet veel gedaan lijkt te hebben. Vervolgens zorgen allerlei ontwikkelingen, plotwendingen en verkeerd-op-de-been-zetterijen er snel voor dat het spanningsveld geleidelijk aan steeds grotere vormen aanneemt. De climax vindt in de ontknoping plaats en voor zowel de lezer als McKittrick en Reeves, die in het verhaal een bijzondere en tevens interessante rol vervult, ontstaan dan een paar angstige momenten die hen de adem enigszins doen benemen.

Sommige verwikkelingen, zoals bijvoorbeeld verdenkingen van onschuldigen, zijn min of meer voor de hand liggend en doen daardoor een beetje voorspelbaar aan. Ze zijn dat echter geenszins, want de auteur laat dergelijke situaties toch net even iets anders verlopen dan je normaal gesproken zou verwachten. Rose overvalt de lezer zo nu en dan met enkele verrassingen, maar de grootste is ongetwijfeld de identiteit van de moordenaar, die zie je op voorhand met de beste wil van de wereld niet aankomen. Een van de ingrediënten die de auteur altijd in haar boeken verwerkt, is romantiek. Deze keer is daar in het geheel geen sprake van, ofschoon er wel wat wederzijdse vonken over en weer lijken te vliegen.

Aan het eind van de plot lijkt de deur naar een vervolg volledig te worden dichtgeslagen, maar komt hierna meteen weer wagenwijd open te staan voor McKittrick, Reeves en een aantal anderen. Deze sympathieke personages hebben het in zich om in de komende delen van de ‘San Diego’-serie de harten van de lezers te veroveren. In het door Hans Verbeek vertaalde Wrede leugens hebben ze hier alvast een succesvol begin mee gemaakt.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Karen Rose
Titel: Wrede leugens

ISBN: 9789026168154
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2024

Een schitterend ongeluk – Inge Ipenburg

Flaptekst
Vijf gezworen vrienden, één waarheid en een web van leugens.

Op een heerlijke nazomerse stranddag komt een hechte vriendengroep bij elkaar. Herinneringen aan dertig jaar vriendschap worden opgehaald, het leven gevierd. Alles lijkt perfect, totdat een mysterieus auto-ongeluk diezelfde avond een diepe schaduw over de dag én de vriendschap wert. Het ongeluk, waarbij twee van de vrienden ernstig letsel oplopen, vormt het startsein voor een zoektocht. Wie was verantwoordelijk voor het ongeluk? Wat gebeurde er in de dagen ervoor? De vrienden ontdekken dat er grote individuele geheimen bestaan. Geheimen die om allerlei redenen verborgen zijn gebleven. Nu ze één voor één aan het licht komen, zijn de gevolgen voor alle vijf niet te overzien.

Recensie
Toen Inge Ipenburg ongeveer tien jaar oud was dat ze de jongste debutante ooit zou worden. Dit is haar niet gelukt, want pas in 2014 debuteerde ze met de thriller Het gerecht, dat meteen al goed ontvangen werd. Een jaar later, in augustus 2015, verscheen haar tweede boek: Een schitterend ongeluk, waarin een hechte en lange vriendschap tussen vijf personen danig op de proef wordt gesteld.

Vier van een vriendengroep van vijf genieten van een heerlijke nazomerse stranddag in september. Als ze aan het eind van de dag naar huis vertrekken, krijgen twee van hen onderweg een ongeluk met ernstig letsel tot gevolg. De politie beoordeelt het ongeval als verdacht en onderzoekt de ware toedracht ervan. In eerste instantie zijn de andere vrienden ontdaan, maar dan ontdekken ze, afzonderlijk van elkaar, dat ieder van hen een geheim te verbergen heeft, waarvan sommige grote gevolgen hebben. Daarnaast is deze ontdekking een aanslag op de hechtheid van hun vriendschap.

Het grootste deel van Een schitterend ongeluk speelt zich in het heden (dat is in 2012) af, maar er is eveneens een aanzienlijk aantal hoofstukken die terugspringen in te tijd, te beginnen in 1980. De diverse flashbacks zorgen er niet alleen voor dat de lezer te weten komt wie de vijf hoofdpersonages – de vriendengroep Daniel, Jasper, Karin, Merel en Timo – zijn, maar ook hoe hun hechte vriendschap ontstaan is, wat ze in al die jaren gedaan hebben en wat er de oorzaak van is dat twee van hen het ongeval hebben gehad. De rol van Merels jongere broer Sammy is minder prominent, maar vanwege de diverse gebeurtenissen in het heden wel van wezenlijk belang. Ondanks dat deze zes personages ruim voldoende zijn uitgewerkt, is het vrij moeilijk een band met hen te krijgen. Daarvoor zijn ze toch te veel op elkaar en soms ook op zichzelf gericht.  

Zowel de verhaallijn in 2012 als die in het verleden maken de lezer enigszins nieuwsgierig, maar van een enorme spanning is zo goed als geen sprake. Pas aan het eind van de plot doen zich enkele situaties voor die enigszins spannend zijn, maar waar meer uitgehaald had kunnen worden. De vele perspectiefwisselingen – het verhaal staat hier bol van – hebben zonder meer een nadelige invloed op het spanningsveld. Ten eerste wordt hierdoor de vaart uit sommige scènes gehaald en ten tweede, en dat is het voornaamste mankement, worden potentieel spannende momenten zodanig de kop ingedrukt dat er in feite weinig enerverends meer overblijft. Wat dit betreft heeft Ipenburg haar hand enigszins overspeeld.

Het tempo waarin alles zich afspeelt is behoorlijk en daarom vlieg je als het ware door het verhaal heen. Dit is onder andere te danken aan de vlotte, eigentijdse en erg toegankelijke schrijfwijze van de auteur. Zonder omhaal en fraai geformuleerde zinnen gaat ze recht op haar doel af en dat gaat haar goed af. Desondanks is de ontknoping, waarin zich een paar onverwachte en bizarre ontwikkelingen voordoen, nogal ongeloofwaardig. Dit laatste gaat in feite ook op voor het verhaal zelf, want hoewel hechte vriendschappen uiteraard voorkomen, is het hierin wel heel erg extreem en onwerkelijk, en enkele scènes, waaronder dus het eind, zijn wel wat dik aangezet.

Met haar tweede thriller bewijst Ipenburg dat ze absoluut over schrijftalent beschikt, maar Een schitterend ongeluk is wel aanzienlijk minder overtuigend dan haar debuut. Niet slecht, maar ook bepaald niet groots.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Inge Ipenburg
Titel: Een schitterend ongeluk

ISBN: 9789044347395
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2015