Khomeini, Sade en ik – Abnousse Shalmani

Flaptekst
Abnousse Shalmani is acht jaar wanneer ze haar hijab uittrekt op het schoolplein in Iran. Korte tijd later vlucht ze met haar familie naar Parijs, waar ze verlost denkt te zijn van beperkende kledingvoorschriften. Niets blijkt echter minder waar. Salman Rushdie publiceert zijn Duivelsverzen en de hijab staat opnieuw in het centrum van de belangstelling. Abnousse vecht voor haar vrijheid, die ze uiteindelijk vindt door het werk van Marquis de Sade.

In een verhaal waarin biografie en fictie door elkaar lopen, doet Abnousse Shalmani verslag van de strijd van vrouwen voor vrijheid. Khomeini, Sade en ik gaat over emotionele, seksuele en intellectuele ontwikkeling, verpakt in een sterke, luchtige stijl.

Recensie
Als nog maar zesjarig meisje had Abnousse Shalmani al iets opstandigs, of misschien zelfs wel activistisch, over zich. Ze woonde toen nog in Teheran en was verplicht om zich aan de voor vrouwen geldende kledingvoorschriften te houden die het toenmalige regime onder leiding van ayatollah Khomeini hen voorschreef. Omdat ze dit niet wilde, trok ze meteen na afloop van de laatste lessen haar hijab uit en rende – meestal in haar blote kont – over het schoolplein naar de auto toe die haar ophaalde. Dit alles tot grote ergernis en ontzetting van de leerkrachten (de zwartrokken), die haar telkens achterna zaten. Twee jaar later, het was 1985, vluchtte ze met haar familie naar Parijs, in de hoop van alle ellende in Iran verlost te zijn, waaronder ook die vermaledijde kledingregels.

In haar in 2014 verschenen debuut Khomeini, Sade en ik vertelt de auteur hoe het haar sindsdien vergaan is, maar waarbij ze eveneens regelmatig terugblikt naar het verleden. Wat ze echter vooral wil aantonen, is dat mannen – ze noemt ze steevast baardmannen – ook in haar nieuwe thuisland Frankrijk de dienst uitmaken en vrouwen niet als volwaardige mensen zien. In het boek is ze een vurig en fanatiek pleitbezorger van vrijheid voor vrouwen, en eigenlijk, zo blijkt uit de vele terugblikken, is ze dat haar hele leven al geweest. Als jong meisje, als student en in feite nu nog steeds. Hierbij haalt ze diverse voorbeelden aan hoe de vrouw onderdrukt werd, maar eveneens dat ze ooit wel ongesluierd door het leven konden gaan.

Ze illustreert dit zo nu en dan door middel van fragmenten uit de literatuur, met name de libertijnse en geeft hierbij aan dat de Franse schrijver en dichter Pierre Louÿs een van degenen was die haar ogen opende en waardoor ze op zoek ging naar haar eigen vrijheid, die ze uiteindelijk vond dankzij het werk van Markies De Sade. Niet alles wat Shalmani hierover naar voren brengt, is boeiend of inspirerend, en flinke lappen tekst zijn zelfs ronduit saai. Grote delen van het boek lezen erg moeizaam, wat in feite al vrij snel begint. Het meest interessant zijn de persoonlijke ervaringen van de auteur, onder andere toen ze nog in Iran verbleef. Zo nu en dan betrekt ze de politiek ook in haar relaas en daardoor krijgt de lezer – voor zover hij hier nog niet van op de hoogte is – iets meer inzicht in onder andere de staatkundige omstandigheden van zowel Iran als Frankrijk zoals deze in een groot aantal jaren is geweest.

De schrijfstijl van de auteur is nogal wisselend, want de ene keer erg toegankelijk en vlot, terwijl het niet veel later erg droog en theoretisch kan zijn. Shalmani maakt zonder meer, en regelmatig in niet mis te verstane bewoordingen, duidelijk hoe ze tegenover de vrijheid van de vrouw staat en uit de toonzetting van wat ze schrijft, en vooral de manier waarop, is haar woede erg goed merkbaar. Het is jammer dat anderen geen stem in dit boek hebben gekregen, want nu is Khomeini, Sade en ik een behoorlijk eenzijdige beschouwing, wat uiteraard wel het goed recht van de auteur is.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Abnousse Shalmani
Titel: Khomeini, Sade en ik

ISBN: 9789044534504
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2014

Gwendy’s knoppenkist – Stephen King & Richard Chizmar

Flaptekst
In Gwendy’s knoppenkist verandert het leven van de twaalfjarige Gwendy Peterson voor altijd wanneer ze van een vreemde man een myste­rieuze houten kist krijgt. Die biedt verleidelijke lekkernijen en vintage munten, maar de man waarschuwt haar dat als ze op een van de prachtig gekleurde knoppen van de kist drukt, dood en verderf zullen volgen.

Jaren later, inGwendy’s magische veer, is Gwendy een succesvolle schrijfster geworden met een veelbelovende toekomst in de politiek. Maar wanneer de knoppenkist plotseling weer in haar leven verschijnt, moet ze beslissen of ze bereid is alles op het spel te zetten voor de verleiding die hij biedt.

En in het spannende slot, Gwendy’s laatste taak, proberen kwade krachten de knoppenkist in hun bezit te krijgen. Het is aan senator Gwendy Peterson om hem koste wat kost voor hen verborgen te houden. Maar waar kan iemand zoiets destructiefs verbergen voor zulke machtige wezens?

Recensie
Ongeveer halverwege de jaren ’10 kreeg Stephen King de ingeving om een eigentijdse Pandora te creëren. Hij ging hiermee bezig en het twaalfjarige en nieuwsgierige meisje Gwendy was geboren, want in 2018 mocht ze haar opwachting maken in Gwendy’s knoppenkist, dat hij samen met uitgever en scenarist Richard Chizmar schreef. Hierna publiceerde het duo nog twee boeken rond hun protagonist: Gwendy’s magische veer en Gwendy’s laatste taak, die geen van beide als afzonderlijk uitgave in een Nederlandse vertaling zijn uitgebracht. Ze komen echter, samen met het eerste deel, voor in het in 2024 verschenen drieluik De Gwendy-trilogie.

De gebeurtenissen in de trilogie bestrijken drie fasen in het leven van Gwendy Peterson, eerst als jong meisje, vervolgens als vijfendertigjarige vrouw en ten slotte als ze de leeftijd van vierenzestig heeft bereikt. Centraal daarin staat de befaamde, intrigerende en misschien zelfs wel enigszins angstaanjagende knoppenkist. In Gwendy’s knoppenkist krijgt het dan nog twaalfjarige meisje dit geheimzinnige voorwerp van een bijzondere en, naar later blijkt, nogal mysterieuze bolhoed dragende man. De kist heeft een paar laatjes en uit één daarvan komen kleine, maar overheerlijke chocolaatjes. Gwendy krijgt echter wel een waarschuwing, want als ze op een van de zes gekleurde knoppen van de kist drukt, betekent dit dat er iets onheilspellends gaat gebeuren.

Na tien jaar haalt dezelfde man de kist weer bij haar op, maar jaren later – Gwendy is dan een succesvol schrijfster en met een succesvolle politieke carrière in het vooruitzicht – komt het voorwerp in Gwendy’s magische veer weer in haar bezit. In het slotdeel, Gwendy’s laatste taak, krijgt Gwendy – ze is inmiddels een populaire senator – de taak om de kist definitief te vernietigen. Er zijn namelijk duistere elementen die de knoppenkist in bezit proberen te krijgen en er hoe dan ook kwade bedoelingen mee hebben. Dit moet hoe dan ook voorkomen worden en de senator is de enige die dusdanig betrouwbaar is om de missie te volbrengen.

Hoewel de drie verhalen elk een geheel andere insteek hebben, hebben ze wel degelijk enkele overeenkomsten. Zo zijn ze over het algemeen betrekkelijk rustig, ondanks dat er meer dan voldoende gebeurt en plotwendingen eerder regel dan uitzondering zijn. De knoppenkist en wat het ding allemaal doet en kan, zorgt er echter voor dat in elk deel van het drieluik een mysterieus sfeertje voorkomt. Echte spanning is telkens aan het eind te bespeuren en soms gaat dit gepaard met een paar gruwelijke en lugubere taferelen. De toonzetting in het slotdeel is net even anders dan in de twee voorgaande, want het heeft dan in lichte mate iets futuristisch. Het zal niet voor niets zijn dat alles, waarvan veel niet eens ondenkbeeldig is, zich dan in 2026 afspeelt.

De schrijfstijl van King en Chizmar is bijzonder beeldend en verhalend en het is niet echt te merken dat het drieluik, dat een behoorlijk tempo heeft, door twee auteurs geschreven is. De lezer kan zonder meer concluderen dat beiden prima verhalenvertellers zijn, waardoor hij Gwendy’s belevenissen van begin tot eind geboeid blijft volgen. Desondanks is het derde deel een stukje minder aansprekend, vooral omdat er verhoudingsgewijs ruim aandacht wordt besteed aan de politieke carrière en besognes van de senator. Nochtans is De Gwendy-trilogie uitermate lezenswaardig en kun je het, ondanks het behoorlijk aantal pagina’s, in geen tijd uit hebben.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Stephen King & Richard Chizmar
Titel: Gwendy’s knoppenkist

ISBN: 9789049204815
Pagina’s: 654

Eerste uitgave: 2024

De patiënt – Anne Elvedal

Flaptekst
De zorgzame verpleegster Ida leeft volledig voor haar patiënten op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis in Trondheim. Maar niemand weet wie ze echt is. Achter haar serene glimlach gaat een verwoestend geheim schuil.

Als haar favoriete patiënt Fanny plotseling verdwijnt, weigert Ida te geloven dat ze vrijwillig is vertrokken. Het speeltje dat ze vindt op Fanny’s kamer roept herinneringen op aan haar eigen verleden. Ida raakt ervan overtuigd dat haar oude kwelgeest haar heeft opgespoord en nu met Fanny hetzelfde doet als destijds met haar.

Wanneer kort daarna opnieuw een jonge vrouw verdwijnt, neemt Ida een drastisch besluit: om de vrouwen te redden, moet ze terugkeren naar haar jeugd. Maar kan Ida haar eigen herinneringen wel vertrouwen? Kan ze überhaupt iemand in haar omgeving vertrouwen?

Recensie
Nadat Anne Elvedal, die opgeleid is tot verpleegkundige, vijf jaar in de psychiatrie heeft gewerkt, gooide ze het roer volledig om door voor haar andere passie te kiezen: schrijven. Met succes, want ze werd niet alleen scenarioschrijver van verschillende misdaadseries en speelfilms, maar ook auteur van YA-boeken. De patiënt (2025), dat vertaald is door Kor de Vries, is haar eerste thriller voor volwassenen. Hierbij heeft ze zowel gebruikgemaakt van haar ervaring als verpleegkundige als haar kennis van de psychiatrie.

Ida Hansen werkt als verpleegkundige op een specialistische behandelafdeling voor jongvolwassenen van het Østmarka psychiatrisch ziekenhuis in Trondheim. De achttienjarige Fanny is een van de patiënten waar ze zich over ontfermd heeft, maar vlak nadat het meisje is ontslagen, blijkt ze plotseling te zijn verdwenen. Haar ouders noch Ida denken dat dit vrijwillig is gebeurd. De vondst van een hondenspeeltje op Fanny’s kamer brengt Ida terug naar haar eigen traumatische verleden. Door middel van hypnotherapie keert ze terug naar haar jeugd om te achterhalen wie de veroorzaker van haar trauma is, waarvan ze vermoed dat dit ook de ontvoerder van Fanny is.

Na een korte proloog, die iets onheilspellends uitstraalt en tevens een aantal vragen oproept, wordt de plot volledig verteld vanuit het perspectief van verpleegkundige Ida. De lezer krijgt hierdoor een vrij goede indruk van de jonge vrouw en krijgt meteen in het begin al het vermoeden dat er ooit iets met haar moet zijn gebeurd. Wat dit is geweest, wordt geleidelijk aan steeds inzichtelijker, evenals de impact die dit op haar heeft gehad. Het is direct al duidelijk dat dit voorval psychisch iets met Ida gedaan heeft en dat haar doen en laten hierdoor is beïnvloed en waarvoor professionele hulp geen  overbodige luxe zou zijn geweest.

Hoewel de omstandigheden nergens gevaarlijk of levensbedreigend zijn, heerst er over het algemeen wel een enigszins dreigende ambiance. Toch is de spanning in het verhaal nergens om te snijden. Zo nu en dan zijn er een paar beklemmende situaties, die de lezer een gevoel van onbehagen bezorgen, maar heel erg opzienbarend zijn die niet. De auteur legt de nadruk voornamelijk op de psychologische aspecten die een onaangename gebeurtenis uit iemands verleden kan hebben, welk gedrag hij of zij daarna op latere leeftijd toont én de vraag of diegene werkelijk de persoon is zoals hij zich voordoet. Dit laatste is misschien nog wel het meest spannende in de plot, want de lezer twijfelt regelmatig aan Ida’s integriteit, ze wekt namelijk soms de indruk dat ze een rol speelt.

De schrijfstijl van Elvedal is aan de ene kant vlot en toegankelijk en aan de andere kant ook behoorlijk steriel. Soms leeft het verhaal en zijn de personages net echte mensen, maar in het overgrote deel van het boek is het allemaal erg steriel en komt het geheel nogal zakelijk over. De auteur geeft dan een opsomming van feiten en lijkt het erop dat je een draaiboek van een film of televisieserie leest, hetgeen ongetwijfeld een gevolg is van haar achtergrond als scenarist. Daarnaast bevat de plot enkele onwaarschijnlijkheden waardoor verschillende situaties tamelijk ongeloofwaardig overkomen. In de plot probeert Elvedal de lezer van tijd tot tijd op het verkeerde been te zetten, maar dergelijke wendingen zijn te doorzichtig en kunnen hem derhalve niet verrassen. Dit geldt eveneens voor de ware toedracht van alle gebeurtenissen, al ruim voor het eind heb je door hoe een en ander in elkaar steekt.

De auteur laat zien over verteltalent te beschikken en heeft op zich geen onaardig boek geschreven waarin de psychologische kenmerken in de regel goed naar voren komen, maar waarin de echt opwindende momenten ontbreken. De patiënt laat derhalve geen diepe en blijvende indruk achter.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Anne Elvedal
Titel: De patiënt

ISBN: 9789044658170
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2025

Alleen hij – Andrew Gross

Flaptekst
1944. Terwijl in Europa de Tweede Wereldoorlog voortduurt, werken de Amerikanen uit alle macht aan het Manhattanproject. De code die ontbreekt is ontwikkeld door de Poolse natuurkundige Alfred Mendl, die uit het getto van Warschau op transport naar Auschwitz is gezet.

De jonge Pool Nathan Blum is Europa ontvlucht en werkt als vertaler voor de Amerikanen. Hij spreekt vloeiend Duits en Pools, hij is vindingrijk en nu hij alles en iedereen is verloren in de oorlog, is hij vooral vastbesloten zijn leven een zinvolle nieuwe wending te geven. Wanneer de Amerikanen hem vragen het welhaast onmogelijke te doen, aarzelt hij niet. Hij zal terugkeren naar Europa en infiltreren in Auschwitz in een poging Alfred Mendl te bevrijden.

Recensie
In april 1939, zes maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, kwam de schoonvader van Andrew Gross vanuit Polen naar Amerika. Later bleek dat hij de enige van zijn familie was die deze oorlog heeft overleefde, maar erover spreken deed hij – net als vele anderen – nooit. Onder andere deze feiten inspireerden de auteur tot het schrijven van de in 2016 uitgebrachte thriller The one man (Alleen hij, 2017), dat zich voor een groot deel afspeelt in het concentratiekamp Auschwitz.

De Poolse natuurkundige professor Alfred Mendl wordt met zijn vrouw en dochter in januari 1944 vanuit het Franse detentiecentrum Vittel naar dit Poolse kamp getransporteerd. Hij is een van de twee geleerden die beschikt over een formule waarmee de Verenigde Staten hun geheime Manhattan-project kunnen voltooien. Diens gevangenschap zorgt voor flinke vertraging en daarom bedenken de Amerikanen een plan om de wetenschapper te bevrijden. De jonge luitenant Nathan Blum, drie jaar eerder Polen ontvlucht, is bereid om terug te keren naar zijn geboorteland en in het kamp te infiltreren om Mendl te helpen ontsnappen.

Het verhaal begint met een proloog waarin een hoogbejaarde man, na continu stilzwijgen en langdurig aandringen van zijn dochter, eindelijk overstag gaat door haar over zijn persoonlijke ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog te vertellen. Deze gaan niet over de volledige periode die deze oorlog duurde, maar vangen begin 1944 aan, waarbij al snel beschreven wordt welke wreedheden de Duitse bezetter begaan heeft en hoe vooral de Joodse bevolking te lijden heeft gehad. In feite zijn die omstandigheden nog maar kinderspel in vergelijking met de verschrikkingen die later in het boek naar voren gebracht worden, want per slot van rekening zijn de ontberingen die de gevangenen in concentratiekamp Auschwitz, waar een groot deel van de plot zich afspeelt, nog vele malen erger.

In het nawoord vertelt de auteur dat het leeuwendeel van dit verhaal op waarheid gebaseerd is en de lezer merkt dat hier geen woord van gelogen is. De vele gebeurtenissen – velen hebben vast en zeker al meer over WOII gelezen of gezien – zijn derhalve bijzonder realistisch. Gross schuwt er niet voor om de vele wandaden van de Duitsers, maar ook van Oekraïners en zelfs van overgelopen Joden, naar voren te brengen. De rillingen lopen je daarbij soms over het lijf. Desondanks bevat het boek tevens diverse onwaarschijnlijkheden, want enkele dialogen komen nogal onwerkelijk over en diverse situaties lijken behoorlijk aangedikt. Over het geheel genomen zijn dit maar kleinigheden, want voor het overige is de thriller zonder meer indrukwekkend.

Natuurlijk is het gekozen thema niet het meest aangename en word je van de ellende bepaald niet vrolijk, maar de auteur heeft er wel voor gezorgd dat de zwaarmoedigheid niet overheerst. In de plot komen namelijk ook mooie en ontroerende momenten voor. Personages zijn levensecht en de lezer kan zich met velen van hen identificeren. De rotzak is een echte rotzak, die je zelfs bij daglicht niet wilt tegenkomen en met anderen zou je met het grootste gemak vriendschap kunnen of willen sluiten.

Alleen hij is overwegend boeiend, maar er zijn wel diverse fragmenten die minder aansprekend zijn. Dit gaat dan uitsluitend om de te uitgebreide natuurkundige verhandelingen waar Alfred Mendl zich mee bezighoudt. Voor hemzelf en voor een goed einde van de oorlog zijn ze van wezenlijk belang, voor de lezer en het verhaal zelf doen ze er in feite niet zo toe. Nochtans is het lezen van deze historische thriller een overweldigende en regelmatig spannende beleving.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Andrew Gross
Titel: Alleen hij

ISBN: 9789026147906
Pagina’s: 310

Eerste uitgave: 2017

De erfenis van de familie Falck – Aslak Nore

Flaptekst
De rijke en machtige familie Falck maakt zich op voor de feestdagen, al bederft ruzie om de aanzienlijke nalatenschap van grootmoeder Vera de sfeer enigszins. Kleindochter Sasha oppert om een expeditie naar Spitsbergen te organiseren, omdat daar de oorsprong ligt van het bloeiende familiebedrijf waar zij nu directeur van is.

Rond dezelfde tijd duikt er in Longyearbyen, de grootste nederzetting op het eiland Spitsbergen, in het holst van de maandenlange nacht een sneeuwscooter op met cyrillische tekens op de zijkant. De bijna bewusteloze bestuurder weet nog net uit te brengen: ‘Raak me niet aan…’ De familie Falck blijkt te moeten dealen met oude vijanden, wat verregaande consequenties heeft voor iedereen…

Recensie
Journalist en auteur Aslak Nore heeft al een behoorlijk aantal boeken op zijn naam staan als hij aan een familiesaga rond de welgestelde en invloedrijke Noorse familie Falck begint. Begin 2023 verscheen Het kerkhof van de zee, het eerste deel van de reeks. Later is de roman – om onbegrijpelijke reden – onder de titel Het testament van de zee uitgebracht. In het in 2024 gepubliceerde De erfenis van de familie Falck gaat de geschiedenis verder, maar staat een socialistisch lid van het geslacht centraal.

Sasha Falck is na het aftreden van haar vader Olav de nieuwe directeur van het familiebedrijf SAGA geworden. Niet iedereen is het hiermee eens is en tot overmaat van ramp worden de naderende kerstdagen ook nog eens overschaduwd door de perikelen rondom de erfenis van grootmoeder Vera. Dit is het begin van een machtsstrijd tussen de familietak uit Bergen en Oslo die vooral draait om het eilandengroep Svalbard (Spitsbergen). In Longyearbyen, de hoofdstad van de archipel, verschijnt plotseling een uitgeputte man op een sneeuwscooter die nog maar net de woorden ‘Raak me niet aan…’ kan uitbrengen. Wat hebben hij en die woorden met de familie Falck te maken?

Om een goed en volledig beeld te krijgen van de voorgeschiedenis van de Falck-clan doet de lezer er verstandig aan om eerst aan het eerste deel van de reeks te beginnen. Het grote voordeel is dat hij dan op de hoogte is van de vele ontwikkelingen die zich al hebben voorgedaan en tijdens het lezen van diens opvolger niet voor al te grote verrassingen komt te staan. Er is echter geen man overboord als dit niet gedaan wordt, want Nore komt regelmatig terug op wat zich eerder heeft voorgedaan. Hoewel de aandacht deze keer meer uitgaat naar Hans Falck wordt de rest van de familie zeker niet vergeten en hierdoor wordt vrij goed inzichtelijk gemaakt hoe ze in elkaar steken en wat ieders rol in het geheel is.

Het verhaal heeft meteen in de proloog een lichte spanning, maakt je nieuwsgierig naar de reden van het daarin realistisch beschreven voorval, maar daarnaast ook naar het vervolg. Langzaam maar zeker worden steeds meer tipjes van de sluier opgelicht en krijgt de lezer een geleidelijk aan een beter overzicht van wat er allemaal gaande is. En dat is nogal wat, want door allerlei dwarsverbanden zit de plot aardig complex in elkaar en daarom is het belangrijk continu op de gebeurtenissen gefocust te blijven. Met name in het begin lijkt het erop dat niets met elkaar te maken heeft, maar hoe verder je komt, hoe duidelijker alles wordt. Dit is mede te danken aan een paar lange brieven en een uitgebreid verslag van een getuigenis van Hans Falck.

Over het algemeen is de schrijfstijl van de auteur vlot en zo nu en dan zelfs poëtisch. Desondanks zijn er zo nu en dan fragmenten die enigszins taai zijn. Deze hebben echter wel degelijk hun nut, omdat hierdoor het totaalplaatje gecompleteerd wordt. Het aantal personages dat hun opwachting maakt, is relatief groot en om te laten zien hoe de Falck-familie in elkaar steekt, is voorin het boek een stamboom opgenomen. Dit is een nuttige toevoeging, want af en toe is het nuttig hier gebruik van te maken. In tegenstelling tot het voorgaande deel is ditmaal een stuk minder spannend. Vooral omdat het nu vooral draait om allerlei intriges, onderlinge conflicten en het beheer van het familiebedrijf SAGA.

Aan het eind van de plot komt de auteur nog met een verrassing voor de dag en lijkt hij eveneens door te laten schemeren wie in het vervolgdeel vooral in de schijnwerpers zal komen te staan. Heel stiekem kijk je dus alweer uit naar dat volgende boek. De erfenis van de familie Falck is daarvoor zonder meer een mooie en sterke opwarmer, ondanks dat het iets minder pakkend is dan diens voorganger.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Aslak Nore
Titel: De erfenis van de familie Falck

ISBN: 9789402714937
Pagina’s: 350

Eerste uitgave: 2024

Standplaats Damascus – David McCloskey

Flaptekst
CIA-officier Sam Joseph wordt naar Parijs gestuurd om de Syrische paleisambtenaar Mariam Haddad te rekruteren. De twee raken verzeild in een verboden relatie, die Haddads rekrutering een boost geeft en voor ongelooflijk veel gevaar zorgt als ze Damascus binnengaan om de man te vinden die verantwoordelijk is voor de verdwijning van een Amerikaanse spion.

De jacht op de moordenaar leidt al snel naar een spoor van spraak­makende moorden en de ontdekking van een duister geheim in het hart van het Syrische regime, waardoor het stel in het vizier komt van de alziende ogen van Assads spionnenvanger, Ali Hassan, en zijn broer Rustum, het hoofd van de gevreesde Republikeinse Garde.

Recensie
Na acht jaar als analist bij de CIA te hebben gewerkt, besloot David McCloskey het roer volledig om te gooien en voor een andere carrière te kiezen. De vele herinneringen die hij vervolgens had te verwerken, scheef hij op. Het document groeide uit tot een manuscript, vijf jaar later werd dit omgevormd tot een officieel boek en in 2021 verscheen Damascus Station, dat begin 2025 door Jan van den Berg en Marieke van Muijden in het Nederlands is vertaald en de titel Standplaats Damascus heeft meegekregen. Het debuut is geïnspireerd op waargebeurde feiten die in de eerste twee jaar van de Syrische opstand (2011-2013) plaatsvonden.

Samuel (Sam) Joseph is officier bij de CIA en krijgt de taak toebedeeld om Mariam Haddad, een Syrische paleismedewerkster die op dat moment in Parijs verblijft, te rekruteren. Ze beginnen een relatie die voor beiden riskant is en in Damascus, waar Sam de moordenaar van een CIA-collega moet wreken, voor veel gevaar kan zorgen. Tijdens zijn missie stuit hij op een geheim en krijgen zowel hij als Mariam te maken met de nietsontziende broers Ali en Roestoem Hassan, die allebei in nauw contact staan met president Bashir al-Assad.

De werkelijke omstandigheden in Syrië hebben inmiddels een lichte verandering ondergaan, maar het verhaal speelt zich nog wel af tegen een achtergrond van oorlog en onlusten. Vanzelfsprekend lopen deze conflicten als een rode draad door de plot heen, maar het draait in het boek vooral om de spionageactiviteiten van de CIA en het weerwoord van de Republikeinse Garde en het Veiligheidskantoor van het Presidentiële Paleis. Doordat de auteur ervaringsdeskundige is, is hij in grote lijnen op de hoogte van de ins en outs van met name de Amerikaanse inlichtingendienst. Zijn kennis van operaties en analyses is dan ook vakkundig in Standplaats Damascus verwerkt, waardoor alles erg waarheidsgetrouw en realistisch overkomt en de lezer tevens inzicht geeft in de werkwijze van geheime diensten.

Van de personages vanuit wier perspectief de vele gebeurtenissen worden verteld, zijn Sam Joseph en Mariam Haddad de belangrijkste, maar ook de twee Syrische broers krijgen voldoende aandacht. Over hun professionele werkzaamheden komt de lezer ruim voldoende te weten, maar de informatie omtrent hun persoonlijke omstandigheden blijft enigszins achter. Oppervlakkig zijn ze geen van allen, breedvoerig uitgediept evenmin. Hoe anders is dit voor hoofdstad Damascus, waar het grootste deel van de plot zich afspeelt. De beschrijving van pleinen, straten en andere locaties wordt zodanig beschreven dat je je er een prima voorstelling van kunt maken. De strekking van het inlichtingenwerk wordt eveneens tot in detail naar voren gebracht en daaruit valt af te leiden dat dit vakgebied helemaal niet zo spectaculair is als vaak wordt gedacht en gebracht.

Hoewel het verhaal verre van bloedstollend is, bevat het zonder meer een continue dreiging. De oorlogssituatie, de onberekenbaarheid en wreedheden van diverse Syrische personages, de voorbereidingen van verschillende acties en enkele persoonlijke relaties zijn daar voornamelijk debet aan. Toch zijn er wel degelijk momenten die spannend zijn, met name in de ontknoping, waarin ook nog eens een behoorlijk gewelddadige scène voorkomt. Beklemming is er echter voldoende, want het is geen kleinigheid om continu door de Moeghabarat (geheime politie en militaire inlichtingendienst) in de gaten gehouden te worden en dat overkomt zowel Sam als Mariam zo goed als voortdurend.

De werkelijke feiten waar het debuut van McCloskey op gebaseerd is, zorgen ervoor dat Standplaats Damascus bijzonder levensecht is en de geschetste verrichtingen door de CIA zijn stuk voor stuk intrigerend. De auteur houdt zich verre van James Bondachtige taferelen en dat komt de geloofwaardigheid van de overwegend fictieve spionagethriller meer dan ten goede.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: David McCloskey
Titel: Standplaats Damascus

ISBN: 9789402325621
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2025

Stervensuur – Andreas Gruber

Flaptekst
‘Als je er binnen 48 uur achter komt waarom ik deze vrouw heb ontvoerd, zal ze in leven blijven. Zo niet, dan sterft ze.’ Met dit bericht begint het perverse spel van een seriemoordenaar. Hij hongert zijn slachtoffers uit, verdrinkt ze in inkt of giet ze levend in beton.

Rechercheur Sabine Nemez uit München is wanhopig op zoek naar een verklaring, een motief. Pas als ze een Nederlandse collega binnenhaalt, de markante profiler Maarten S. Sneijder, ontdekken ze in elk geval één patroon: een oud kinderboek dient als wrede inspiratiebron voor de dader – en dat herbergt nog veel meer sinistere ideeën…

Recensie
Oostenrijker Andreas Gruber was nog maar vijf jaar oud toen hij al de behoefte voelde om verhalen te vertellen. Omdat hij toen nog niet kon schrijven, tekende hij ze in stripvorm. Rond zijn twintigste begon hij met korte verhalen, waarmee hij geen succes had bij uitgevers en literaire agentschappen. Zijn eerste publicatie was rond 1997, een sciencefictionverhaal. Hierna kreeg hij de smaak te pakken en begon hij, naar eigen zeggen, pas écht met schrijven en publiceren. In 2013 verscheen zijn thriller Todesfrist, dat (pas) tien jaar later onder de titel Stervensuur in het Nederlands werd uitgebracht.

In dit eerste deel van een serie maakt de lezer kennis met de terugkerende personages rechercheur Sabine Nemez uit München haar Rotterdamse collega Maarten S. Sneijder. Ze worden aan elkaar gekoppeld tijdens een onderzoek naar de moord op verschillende vrouwen. Het is al snel helder dat een seriemoordenaar actief is en dat hij rijmpjes uit een oud kinderprentenboek als inspiratiebron gebruikt als methode om de vrouwen om te brengen. Ofschoon het motief van de moorden hen niet duidelijk is, weten ze wel dat de slachtoffers nog maar maximaal achtenveertig uur na hun ontvoering te leven hebben.

De uitgebreide proloog liegt er niet om, want dit begin zorgt er al meteen voor dat de lezer het verhaal ingezogen wordt. Een bizarre scène die ieder voorstellingsvermogen te boven gaat, geeft het gevoel dat een van de slachtoffers van de moordenaar op dat moment moet hebben goed weer. Tevens rijzen enkele vragen op en ben je nieuwsgierig naar wat er gebeurd is en wat er allemaal nog gaat plaatsvinden. Hierna word je in de rest van de plot, die zich zowel in Duitsland als Oostenrijk afspeelt, getuige van diverse bizarre en lugubere taferelen en is de spanning alom aanwezig. Vanzelfsprekend heeft de auteur voldoende ‘rustmomenten’ ingebouwd, maar die hebben over het algemeen met de gebeurtenissen te maken.

Het verhaal wordt verteld vanuit een aantal perspectieven waardoor de lezer met een relatief groot aantal protagonisten te maken krijgt. Het belangrijkst zijn echter Sabine Nemez en Maarten S. Sneijder en over hen kom je dan ook het een en ander te weten. Hoewel laatstgenoemde een nogal bijzondere en alternatieve figuur is, ga je hem gaandeweg de plot steeds meer waarderen en uiteindelijk sluit je hem als het ware in je armen. Dat de auteur voor deze opzet gekozen heeft, is een goede zet, want hierdoor krijgt de lezer de vele ontwikkelingen door verscheidene ogen te zien, wordt alles dus vanuit meer standpunten belicht en ontstaat langzaamaan een steeds beter beeld van wat er zoal speelt.

Aanvankelijk lijkt het er nog niet op dat de verschillende verhaallijnen met elkaar te maken hebben – alhoewel de gemiddelde thrillerlezer dit uiteraard wel vermoedt – maar Gruber laat ze op een intelligente en mooie wijze naar elkaar toegroeien en ten slotte samenkomen. Voordat de even spectaculaire als zinderende ontknoping wordt bereikt, zijn de wendingen talrijk, maar toch niet zodanig dat je hierdoor achterover slaat of volledig verrast wordt. Ze passen gewoonweg in de lijn der verwachtingen, maar wel zodanig dat niets echt voorspelbaar is. Overigens is het de auteur niet gelukt om enkele standaard thrillerkenmerken en -clichés achterwege te laten. Een seriemoordenaar en politietop die hun medewerkers niet steunt zijn daar goede voorbeelden van.

Stervensuur dat vlot, toegankelijk en beeldend geschreven is, is over het geheel genomen een erg sterk, spannend en veelbelovend begin van de serie rond de politiemensen Nemez en Sneijder. Want hun samenwerking, zo blijkt glashelder aan het eind van het boek, zal niet bij een eenmalig gezamenlijk optreden blijven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Andreas Gruber
Titel: Stervensuur

ISBN: 9789044985214
Pagina’s: 450

Eerste uitgave: 2023

Een lang weekend – Laure van Rensburg

Flaptekst
Ellie is een bescheiden en zeer intelligente studente aan New York University. Steven is een knappe en gerespecteerde docent op een elitaire school in Manhattan. In zijn omgeving wordt met jaloezie naar de relatie met zijn jongere vriendin Ellie gekeken.

Wanneer het stel voor het eerst samen een weekend weg gaat, kunnen ze beiden niet wachten om elkaar beter te leren kennen. Maar als ze tijdens een sneeuwstorm vast komen te zitten in het afgelegen huis, slaat de sfeer om en wordt duidelijk dat zowel Ellie als Steven grote geheimen met zich meedraagt – en dat een van hen het weekend niet zal overleven…

Recensie
Zolang Laure van Rensburg zich het kan herinneren heeft met regelmaat geschreven, maar de ambitie om schrijfster te worden was er eigenlijk nooit. Het bloed kroop echter waar het gaan kon en rond 2018 besloot ze haar schrijfactiviteiten weer op te pakken in de hoop dat er iets van haar hand gepubliceerd zou worden. Dit lukte, want enkele van haar korte verhalen verschenen in verschillende tijdschriften en in 2024 werd haar debuut Een lang weekend, waarvoor ze haar inspiratie uit eigen ervaringen en die van andere vrouwen putte, uitgebracht.

De jonge universiteitsstudente Ellie onderhoudt een relatie met de veel oudere Steven, een docent op een school voor leerlingen uit de hogere kringen van Manhattan. Ze besluiten om, voor het eerst, samen een weekend weg te gaan zodat ze meer over elkaar te weten kunnen komen. Als ze ter plekke zijn, breekt er flinke sneeuwstorm los en zijn ze aan zichzelf overgeleverd. Ze kunnen zo goed als niet weg en telefonisch bereik hebben ze niet. Op de tweede dag blijkt dat beiden een geheim hebben te verbergen en hun gezamenlijke weekend dreigt te verzanden in een nachtmerrie waar een van hen niet ongeschonden uit zal komen.

De korte proloog geeft, vanuit het oogpunt van een politieman, een globale indruk van een gewelddadig voorval waarbij het er ogenschijnlijk nogal ruig aan toe moet zijn gegaan. Hierdoor wordt de lezer enigszins nieuwsgierig gemaakt, maar ook niet meer dan dat alleen. Dan maakt het verhaal een sprongetje naar het verleden, wat overigens niet aangegeven wordt, maar uit het verloop van de gebeurtenissen wel duidelijk wordt. Vanaf dat moment wordt de plot door de twee personages Ellie en Steven verteld en ieder van hen geeft een weergave van de omstandigheden zoals zij of hij het ziet. Je kunt dus al vrij snel op je klompen aanvoelen dat er een conflictsituatie gaat ontstaan, zeker als je de inleiding ook nog eens in gedachten houdt.

Het boek is, de proloog niet meegerekend, in drie dagen onderverdeeld – het lange weekend dus. Tijdens de eerste dag gebeurt er in feite bar weinig en kabbelt het verhaal gezapig voor. De volgende dag is anders dan de voorgaande, want de avond ervoor heeft zich iets voorgedaan waardoor de omstandigheden voor een van de twee drastisch anders is geworden. Doordat de lezer al kennis heeft van de inleiding en de korte beschrijving op de achterflap is dit eigenlijk niet heel erg verrassend. Pas op de laatste dag komen de eerste thrillerkenmerken om de hoek kijken en heeft het verhaal een paar spannende momenten, zij het minimaal. Voor het zover is, probeert de auteur door middel van enkele beoogde plotwendingen wel wat spanning te creëren, maar dit komt absoluut niet uit de verf.

Een van de belangrijkste reden voor deze mislukking is de schrijfstijl die Van Rensburg hanteert. Vanaf het begin is het taalgebruik bijzonder bloemrijk, hetgeen op zich geen probleem hoeft te zijn, maar ze draaft daarin echter danig door, met name tijdens de eerste twee dagen. Dit alles gaat ten koste van het tempo en de eventuele spanning. Pas in de eindfase laat de auteur zien dat ze ook op een andere manier kan schrijven, want de bombastische zinnen zijn dan volledig afwezig. Hierdoor is deze fase veel levendiger en kan de lezer zich aanmerkelijk beter in de personages en gebeurtenissen inleven. Nochtans is het leed dan al geschied, want wat in principe mooi had kunnen zijn, is dan al kapot geschreven.

Voor een groot deel is Een lang weekend behoorlijk voorspelbaar en tezamen met de diverse andere omissies is dit geen debuut dat erg veel indruk maakt. Het thema is goed gekozen, de boodschap die de auteur over wil brengen, is eveneens prima, maar de uitwerking van het geheel laat danig te wensen over.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Laure van Rensburg
Titel: Een lang weekend

ISBN: 9789044984927
Pagina’s: 350
Eerste uitgave: 2022

De verdwenen Jozef – Elizabeth George

Flaptekst
Deborah St. James bezocht het museum die druilerige dag niet alleen om voor de regen te schuilen, maar vooral om aan haar eigen neerslachtigheid te ontkomen.

Tot haar stomme verbazing blijkt ze binnen de kortste keren haar hart uit te storten bij een volslagen onbekende medebezoeker, de Anglicaanse pastoor Robin Sage, terwijl zij Leonardo da Vinci’s Sint-Anne te Drieen bewonderen en zich afvragen waarom Jozef op de schets ontbreekt.

Nog verbaasder is ze enige maanden later als de eerwaarde plotseling blijkt te zijn overleden ten gevolge van een ongelukkige vergiftiging. Maar al snel komen Deborah en haar man Simon tot de conclusie dat hier sprake van boos opzet moet zijn. Zij roepen de hulp in van hun oude vriend inspecteur Thomas Linley en gezamenlijk beginnen ze een speurtocht naar een onthutsende waarheid…

Recensie
Hoewel Elizabeth George een Amerikaanse auteur is, spelen haar thrillers zich voornamelijk af in Engeland. Alleen haar serie Young Adults heeft een andere setting, namelijk een eiland in de staat Washington. Ze debuteerde in 1988 met Tot de dood ons scheidt, het eerste deel van een reeks met inspecteur Thomas Lynley en brigadier Barbra Havers. Het zesde deel, De verdwenen Jozef, is in 1994 in een Nederlandse vertaling uitgebracht en door het thema dat hierin een rode draad is, is ze op dit boek het meest trots.

Om voor de regen te schuilen, maar vooral om een teleurstelling te verwerken, besluit Deborah St. James de Londense National Gallery te bezoeken. In een van de expositieruimtes ontmoet ze Robin Sage, een Anglicaanse pastoor uit het kleine plaatsje Winslough. Een paar maanden later willen zij en haar echtgenoot Simon hem bezoeken, maar hij blijkt als gevolg van een vergiftiging te zijn overleden. Beiden vermoeden dat hier opzet in het spel is, dus nemen ze contact op met hun vriend inspecteur Thomas Lynley. Na diens komst proberen ze de werkelijke reden van de dood van de pastoor te achterhalen en stuiten vervolgens op een schokkende uitkomst.

De eerste hoofdstukken wekken de indruk dat het tempo in De verdwenen Jozef niet al te hoog is en naarmate de plot vordert, blijkt dit geen misplaatst gevoel te zijn. Heel bedaard en misschien zelfs belegen, schrijden de gebeurtenissen zich voort zonder dat zich al te veel spectaculaire situaties voordoen. Het woord gezapig is in feite wel op zijn plaats. Pas tegen het eind komt de vaart er een klein beetje in en ontstaat er eveneens een lichte spanning, die tot dan toe zo goed als volledig ontbreekt. Het ontbreken van die spannende momenten komt vooral omdat de auteur uitgebreid aandacht besteedt aan de persoonlijke omstandigheden van diverse personages. De thriller- of mysteriemomenten zijn eigenlijk alleen zichtbaar als Lynley met zijn onderzoek bezig is, en die zijn verhoudingsgewijs erg spaarzaam.

Omdat George de diverse privéperikelen laat prevaleren, komt de lezer wel het een en ander te weten over de verschillende personages. Hij krijgt dan ook een goede en adequate indruk van hen. De enigen waarvoor dat minder geldt, zijn de terugkerende karakters. Hoewel er wel iets over hen verteld wordt, blijven ze qua verdieping wel achter ten opzichte van de rest. Desondanks hoeft het geen beletsel te zijn om dit boek afzonderlijk van de voorgaande delen uit de serie te lezen. Bij twee individuen kan overigens wel een kanttekening geplaatst worden, want de gedragingen van en gesprekken tussen een vijftienjarige jongen (Nick) en een nog net geen veertienjarig meisje (Maggie) komen verre van overeen met hun leeftijd. Daarmee gaat de auteur enigszins de mist in.

Waar George erg sterk in is, is het weergeven van de sfeer. De desolate ligging van Winslough, de barre weersomstandigheden die het westen van Engeland teisteren, de aristocratie, de problemen waarmee de personages te kampen hebben, ze komen allemaal realistisch over. Niettemin draaft de auteur in haar uitvoerige en bij tijd en wijle bijzonder gedetailleerde beschrijven regelmatig door. Ze haalt dan allerlei dingen aan die helemaal niet ter zake doen en het toch al niet in snelheid uitblinkende verhaal nog meer vertragen.

Moederschap is een van de thema’s in De verdwenen Jozef en loopt als een rode draad door het verhaal heen, zowel op persoonlijk als onwettig vlak, maar in sommige gevallen veel te nadrukkelijk en daardoor worden die op den duur ietwat vervelend. Over het geheel genomen is dit Lynley-mysterie, zeker als je hem vergelijkt met de voorgaande delen, een tegenvaller. Wat overigens niet wil zeggen dat dit een heel slecht boek is, want daar is ook weer geen sprake van.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Elizabeth George
Titel: De verdwenen Jozef

ISBN: 9789022987230
Pagina’s: 506

Eerste uitgave: 1994

Pluk een roos – M.J. Arlidge

Flaptekst
Een jonge vrouw wordt wakker in een koude, donkere kelder. Ze heeft geen idee hoe ze daar terecht is gekomen, of door wie ze is ontvoerd. En dat is pas het begin van haar nachtmerrie.

In de buurt wordt het lichaam van een andere jonge vrouw gevonden. Ze is nooit opgegeven als vermist, en haar familie heeft zelfs gewoon sms’jes van haar ontvangen. Iemand heeft zich de afgelopen tijd voor haar uitgegeven. Inspecteur Helen Grace weet dat ze de dader zo snel mogelijk moet vinden. Die is niet alleen gestoord, maar ook slim en vindingrijk. Maar zodra Helen probeert uit te vinden wat de motivatie van de moordenaar is, start een bijna onmogelijke race tegen de klok…

Recensie
Realityprogramma’s waarin mensen beoordeeld kunnen worden (Big Brother, Survivor, etc.) waren voor M.J. Arlidge de inspiratiebron voor zijn in 2015 verschenen thrillerdebuut Iene miene mutte. In dit eerste deel van een serie maakt de Southamptonse rechercheur Helen Grace haar opwachting en groeide vervolgens uit tot een succesvol en geliefd personage. De derde editie van de reeks is het in 2016 uitgebrachte Pluk een roos en het idee voor dit boek ontstond tijdens een gezinsvakantie van de auteur.

Na een wild avondje uit wordt de jonge Ruby Sprackling wakker op een vreemd bed in een voor haar onbekende ruimte. Hoe ze daar terecht is gekomen, weet ze niet en evenmin wie, zoals al snel blijkt, haar ontvoerder is. Als op een druk bezocht strand het lichaam van een andere jonge vrouw wordt aangetroffen, wordt het team van Helen Grace erbij geroepen. Onderzoek wijst uit dat beide zaken met elkaar te maken hebben, maar wat het verband is, is een raadsel. De rechercheurs zetten in ieder geval alles op alles om een nieuwe moord te voorkomen.

Kenmerkend voor de boeken van Arlidge zijn de korte hoofdstukken en in dit derde deel van de serie met Helen Grace is dat niet anders. Hierdoor snelt het verhaal in razend tempo voort en heeft de lezer het gevoel dat er voortdurend ontzettend veel gebeurt, terwijl dat in feite niet eens zo hoeft te zijn. Natuurlijk doet zich in dit geval wel degelijk het nodige voor, maar het draait in het boek vooral om het politieonderzoek en het opsporen van de moordenaar. Daarnaast, en dat is een andere verhaallijn, eist de vertroebelde verhouding tussen Grace en haar directe chef Ceri Harwood ook de nodige aandacht op. In bepaald opzicht leveren deze perikelen zelfs wat meer spanning op dan de gebeurtenissen en nasleep rond de verdwijning van Ruby en de vondst van het lichaam.

Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven, waaronder die van enkele nieuwe leden van het rechercheteam. Over deze nieuwelingen wordt globaal wat extra informatie gegeven, zodat de lezer weet met wie hij te maken heeft. De oude bekenden zijn zoals je ze inmiddels kent en hebben, zonder dat je echt veel meer over hen te weten komt, hun waarde en doen, loyaal als ze aan Helen Grace zijn, wat ze moeten en willen doen. Omdat de auteur ook Ruby een stem heeft gegeven, krijg je mee hoe zij zich in gevangenschap voelt, wat ze doormaakt en wat deze vrijheidsberoving met haar doet. Een goede keuze van Arlidge om aandacht aan haar en haar omstandigheden te besteden, want daardoor is meer dan alleen maar een ontvoerd meisje dat door de politie gevonden moet worden.

De schrijfstijl van de auteur is ongecompliceerd, vlot en beeldend. Hieraan is overduidelijk te merken dat hij ervaring heeft met het schrijven van scenario’s, want het verhaal is min of meer op die wijze opgebouwd. Het boek leest daarom heel erg prettig. Toch kan de lezer zich niet aan de indruk onttrekken dat hij het meeste al een keer voorbij heeft zien komen. Ontvoering van een jonge vrouw, de vondst van het lichaam van een ongeveer even oude vrouw, een speurtocht die aanvankelijk niet wil vlotten. Deze, maar eveneens diverse andere standaard thrillerelementen, zijn nogal clichématig. Arlidge komt er echter wel mee weg, want het verhaal is beslist niet vervelend.

Pluk een roos – de keuze voor deze Nederlandstalige titel is in relatie tot het verhaal volstrekt onbegrijpelijk – is al met al een aangename thriller, waarin gruwelijkheden die in de voorgaande twee delen nog wel voorkwamen niet aanwezig zijn. Hierdoor is de spanning eveneens een flink stuk minder zichtbaar. Desondanks is dit derde deel wel degelijk de moeite waard en kijk je heel stiekem alweer uit naar een vervolg.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: M.J. Arlidge
Titel: Pluk een roos

ISBN: 9789022581414
Pagina’s: 398

Eerste uitgave: 2016