Categorie archief: Gelezen in 2025

Vergeten reus – Kazuo Ishiguro

Flaptekst
Een oud echtpaar onderneemt een tocht door een woest landschap van mist en regen, op zoek naar een zoon die ze in geen jaren hebben gezien. Steeds opnieuw wordt hun reis onderbroken en steeds opnieuw worden ze op de proef gesteld. Het enige wat ze overeind houdt is tegelijk het enige waarvan ze – nagenoeg – zeker van zijn: hun ware, nooit aflatende liefde voor elkaar.

Recensie
Als prijswinnend auteur en tevens Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro aan het schrijven is, vermijdt hij alles waar hij op dat moment nog meer mee bezig is. Hierdoor voorkomt hij dat hij beïnvloed wordt door externe factoren die ervoor zorgen dat hij moet strijden om een fictieve wereld intact te houden. In zijn in 2015 verschenen roman Vergeten reus ligt die wereld in een Engeland niet lang na het tijdperk van Koning Arthur, een mythisch figuur uit de Keltische legenden, terwijl hij ook Bosnië en heel kort Rwanda heeft overwogen.

Het bejaarde echtpaar Axl en Beatrice leeft in een woning in een wijdvertakt gangenstelsel van rotsige heuvels in Engeland. Ze hebben er lang over nagedacht, maar ze besluiten te vertrekken om hun zoon, die ze al vele jaren niet meer gezien hebben, op te zoeken. Hiertoe ondernemen ze een lange tocht die hen door een ruig landschap van mist en regen leidt. Tijdens hun reis krijgen ze regelmatig met de nodige vertraging te maken en worden ze tevens diverse keren op de proef gesteld. Hun onderlinge liefde zorgt er echter voor dat ze niet van opgeven willen weten.  

Door de setting, de namen van de personages, de sfeer en het taalgebruik heeft de lezer meteen al in de gaten dat het verhaal zich in een vooralsnog onbekend verleden afspeelt. Later blijkt het om een tijdperk niet lang na het overlijden van Koning Arthur te gaan en kun je al snel concluderen dat het om de riddertijd van de middeleeuwen gaat. Hoewel de plot grotendeels draait om het bejaarde echtpaar Axl en Beatrice, en je hen derhalve afdoende leert kennen, worden de gebeurtenissen eveneens vanuit andere perspectieven verteld. De belangrijkste daarvan zijn de krijger Wistan, de twaalfjarige Edwin en ridder Gawain. Ook over hen krijg je genoeg informatie om hen te kunnen plaatsen, zonder dat er overigens al te diepgaand op alle vijf als persoon wordt ingegaan. In feite is dit helemaal niet nodig, want aan wat over hen verteld wordt heb je ruim voldoende.

Meteen in het begin wordt de lezer al nieuwsgierig gemaakt naar het vervolg en zo nu en dan is er zelfs sprake van een lichte spanning. Het is in ieder geval zo dat je meeleeft met het echtpaar en hoopt dat ze hun zoon snel kunnen bezoeken. Dit is echter gemakkelijker gedacht dan gedaan, want onderweg gebeurt het een en ander, dus de auteur slaat diverse zijwegen in die ervoor zorgen dat het verhaal regelmatig anders verloopt dan je vooraf voor ogen hebt. Hierdoor is er voldoende variatie en blijf je de verschillende voorvallen met belangstelling volgen. Er loopt echter wel een rode draad doorheen, want de onenigheid (en strijd) tussen de Britten en de Saksen – een waargebeurd historisch gegeven – staat regelmatig centraal.

De schrijfstijl wijkt behoorlijk af van wat de lezer over het algemeen gewend is, want de auteur heeft deze afgestemd op de periode waarin alles plaatsvindt. Dit is hoofdzakelijk te merken aan de woordkeus en omgangstaal van de personages, zo nu en dan lijken die enigszins Shakespeareaans. Daarnaast is Ishaguro’s manier van schrijven erg beeldend en levendig. De omstandigheden waarin de personages terechtkomen kun je je zonder problemen voor de geest halen. Veel daarvan zijn erg onwerkelijk, maar dat komt omdat de auteur het verhaal van de nodige fantasy-elementen heeft voorzien, waarbij bijgeloof en mythe tevens fundamentele factoren zijn, zie hoe dan ook een sfeerverhogend effect hebben.

Behalve de al genoemde componenten, gaat Vergeten reus eveneens over herinneringen, onbetrouwbaarheid van het geheugen en in enige mate ook over vergankelijkheid. Een en ander is verpakt in een mythisch en fantasierijk jasje, waaruit onomwonden naar voren komt dat de auteur een uitstekend verhalenverteller is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Kazuo Ishiguro
Titel: Vergeten reus

ISBN: 9789025444846
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2015

De bibliotheek van Parijs – Janet Skeslien Charles

Flaptekst
Parijs 1939: De ambitieuze Odile Souchet is net begonnen aan haar droombaan bij de Amerikaanse bibliotheek in Parijs wanneer de nazi’s de lichtstad bezetten. Van de ene dag op de andere verandert alles.

De bibliotheek blijft open, maar de Joodse bezoekers zijn niet meer welkom. Odile en haar collega’s riskeren hun leven door hun Joodse abonnees zelf de boeken te brengen. Maar wanneer Odile ontdekt dat haar vader, een politieman, nauw betrokken is bij het handhaven van het naziregime, raakt zij in een groot persoonlijk conflict. Heeft zij de moed om de juiste keuzes maken?

Recensie
Janet Skeslien Charles werkte als programmamanager is de American Library in Parijs toen ze van een van haar collega’s een verhaal te horen kreeg over medewerkers van de ALP die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog met hart en ziel inzetten om de bibliotheek open te houden. Dit inspireerde haar tot het schrijven van haar tweede roman De bibliotheek van Parijs dat in 2020 is uitgebracht, meteen een bestseller werd en een jaar later in het Nederlands is vertaald.

Het is begin februari 1939 en Odile Souchet heeft maar één wens: werken als bibliothecaresse in de American Library in haar woonplaats Parijs. Het lukt haar om er een baan te krijgen, die ze met veel plezier uitvoert. Als de oorlog uitbreekt en de Duitsers Frankrijk, en dus ook Parijs, binnenvallen, verandert er veel. Directrice Dorothy Reeder besluit de bibliotheek niet te sluiten, maar de nazi’s verbieden joden de toegang. Het personeel start, hoewel dit gevaarlijk is, een eigen bezorgdienst zodat Joodse abonnees toch van hun diensten gebruik kunnen maken.

In ’Het woord van de schrijfster’, dat als nawoord kan worden beschouwd en achter in het boek is opgenomen, vertelt de auteur hoe ze tot het schrijven van haar tweede roman is gekomen. Dit is een interessante en waardevolle toevoeging aan het verhaal en doet je – misschien opnieuw – beseffen dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog voldoende mensen waren die zich tegen het naziregime hebben verzet en dat de liefde voor boeken van alle tijden is. Hoewel de gebeurtenissen die worden beschreven en een aantal personages die daar deel van uitmaken voor een groot deel fictief zijn, voelt dit niet als zodanig aan. Dit komt vanzelfsprekend omdat diverse personen die zich voor de ALP hebben ingezet, daadwerkelijk leefden, maar ook omdat veel voorvallen zich effectief hebben voorgedaan. Hierdoor komt zo goed als alles wat zich voordoet realistisch en waarheidsgetrouw over.

Het verhaal wordt voor het grootste deel verteld vanuit het perspectief van Odile, en voornamelijk vlak voor en tijdens de bezetting. Toch is ze ruim na de oorlog – we bevinden ons dan in de jaren tachtig én in een ander continent – niet uit beeld, want in de verhaallijn waarin de Amerikaanse tiener Lily de belangrijkste rol heeft, zien we de Française regelmatig terug. Door deze opzet komt de lezer behoorlijk wat over hen beiden te weten en merk je tevens dat hun levens tot op zekere hoogte redelijk parallel lopen en dat ze een tamelijk identiek karakter hebben. Aan de overige personages besteedt Skeslien Charles eveneens voldoende aandacht, waardoor je van hen ook een goede indruk krijgt.

De auteur geeft de sfeer van de verschillende perioden erg goed weer. De omstandigheden tijdens de oorlogsjaren komen, overigens zonder dat er heel uitvoerig op ingegaan wordt, prima over. Dit geldt eveneens voor de teneur van veertig jaar later, met name die in het kleine plattelandsplaatsje Froid in de Noord-Amerikaanse staat Montana, waar zowel Lily als Odile woonachtig zijn. Voor een boekenliefhebber zijn de vele scènes die zich in de Parijse bibliotheek afspelen wellicht het meest aansprekend. Iedere medewerker ventileert haar of zijn liefde voor het boek en daardoor kun je deze roman in zekere zin wel beschouwen als een ode aan het boek, hoewel er natuurlijk veel meer thema’s naar voren worden gebracht. Denk hierbij aan de al genoemde oorlog, maar ook aan een gezonde – en gedoseerde – portie romantiek.

Een zwarte periode in de geschiedenis levert over het algemeen geen vrolijk verhaal op, maar de schrijfstijl van de auteur is zodanig dat haar roman geen zwaarmoedige vertelling is geworden. Skeslien Charles heeft een vlotte pen en haar taalgebruik is regelmatig erg mooi. De overwegend onbekende feiten die ze in het verhaal heeft verwerkt, zijn interessant en laten zien dat er nog veel uit die tijd resteert wat niet verteld is. De aandacht die de auteur daar in De bibliotheek van Parijs daaraan geeft, is derhalve goed en niet meer dan terecht.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Janet Skeslien Charles
Titel: De bibliotheek van Parijs

ISBN: 9789024587094
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2021

Een soort eelt – Rinske Bouwman

Flaptekst
De Nederlandse Sarlag is grotendeels in Mongolië opgegroeid en keert als studente terug naar Utrecht. Ze draagt een groot verdriet met zich mee, maar heeft veel talent om dat uit de weg te gaan. Tijdens de lange dagen die ze maakt op haar werk op de koel-vriesafdeling van de supermarkt, boetseert ze half gesmolten vriesproducten tot vleesbeeldjes en kalmeert ze zichzelf door haar favoriete feiten op te noemen.

Gaandeweg wordt duidelijk wat er gebeurd is in haar gezin, maar ondertussen heeft het onverwerkte verdriet zich al vastgezet in Sarlags lichaam en vindt er een absurde metamorfose plaats.

Recensie
Begin januari 2024 verscheen Een soort eelt, de debuutroman van theatermaker en schrijver Rinske Bouwman. Het boek werd meteen overladen met lovende kritieken en stond in dat jaar tevens op de shortlist voor de Anton Wachterprijs, een tweejaarlijkse prijs voor het beste schrijversdebuut. In haar werk, en dat gaat ook op voor het boek, is rouw over het algemeen het hoofdthema.

Sarlag is een jonge zesentwintig jarige vrouw die in Nederland geboren is, maar in Mongolië opgegroeid. Na een dramatisch voorval in haar familie besluit ze op een dag om voor haar studie naar Utrecht te vertrekken. Ze komt echter in een supermarkt terecht waar ze op de koel-vriesafdeling gaat werken. Om de tijd daar te verdrijven, maar ook om haar gedachten te ordenen, creëert ze van half-ontdooide diepvriesproducten allerlei figuurtjes.

Door het ongewone perspectief in de proloog vraagt de lezer zich af in welke richting de rest van het verhaal zich zal bewegen. Hij wordt in deze inleiding dus enigszins nieuwsgierig gemaakt. In de rest van de plot is dit eigenlijk niet anders, want protagonist Sarlag – een naam die bijzonder toepasselijk gekozen is – zorgt voor vraagtekens, maar is tegelijkertijd dermate intrigerend dat je wilt weten hoe ze in elkaar steekt, waarom ze zich gedraagt zoals ze doet en wat zich in haar verleden allemaal heeft afgespeeld. De auteur licht hierover stukje bij beetje steeds meer op, met name door de diverse flashbacks die meer inzicht geven in haar leven in Mongolië. Hierdoor kom je niet alleen te weten hoe ze daar opgroeide en wat ze er deed, maar ook hoe haar verstandhouding met haar familie en haar favoriete jak was.

Vanaf het allereerste moment heb je de indruk dat Sarlag niet weet wat ze met haar tijd aan moet. Ze verliest zichzelf in haar – soms filosofische – gedachten, doet allerlei dingen die een ‘normaal’ mens niet zou doen en lijkt regelmatig in haar eigen (fantasie)wereld te leven. De buitenwereld merkt hier echter niet zo heel erg veel van, want voor hen vertoont ze over het algemeen het gangbaar gewenste gedrag. Lange tijd is niet duidelijk waarom ze zich zo in zichzelf keert, maar ongeveer halverwege de plot vindt een voorval plaats wat daar de oorzaak van is en de impact die dit op Sarlag en haar familie heeft, is behoorlijk groot en ieder van hen gaat daar op zijn of haar eigen manier mee om. Je krijgt de indruk dat een verwijdering plaatsvindt, iets dat in soortgelijke omstandigheden in werkelijk ook geregeld voorkomt.

Bouwman heeft een ingetogen, maar zeer beeldende en invoelende schrijfstijl en dikwijls maakt ze gebruik van mooie zinnen en vergelijkingen. Een goed voorbeeld daarvan kondigt zich al erg snel aan: ‘Ze zullen wel altijd dorst hebben van het zoute traanvocht waarin ze wonen. Ze zijn drenkeling op zee en zijn irissen zijn zinkgaten waar waarschijnlijk zeemonsters wonen.’ Opvallend is dat het aantal dialogen erg beperkt is en als ze er zijn, zijn ze kort en bondig. Een hoog tempo heeft het verhaal niet, maar omdat het continu fascineert, is dit ook helemaal niet nodig. De bizarre wending die het bestaan van Sarlag op een bepaald ogenblik aanneemt, is zowel een merkwaardige als boeiende.

Een soort eelt – een titel die voor meerderlei uitleg vatbaar is – houdt de lezer van begin tot eind bezig en laat zien dat iedereen anders met verdriet omgaat. Eén ding wordt aan het eind wel helder: het is goed om erover te praten, maar ook dat stilzwijgen uit schuldgevoel niet de juiste uiting van emotie is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Rinske Bouwman
Titel: Een soort eelt

ISBN: 9789083335711
Pagina’s: 192

Eerste uitgave: 2024

Het genootschap van onkenbare objecten – Gareth Brown

Flaptekst
Magda Sparks is lid van een geheim genootschap dat onkenbare objecten – alledaagse voorwerpen met magische krachten – vindt en beschermt. Wanneer Frank Simpson, het langstzittende lid, hoort dat er een nieuw artefact in Hong Kong is gevonden, stuurt hij Magda om dit te onderzoeken. Binnen enkele uren nadat ze aankomt in Hong Kong wordt Magda geconfronteerd met een professionele moordenaar die alles lijkt te weten over onkenbare objecten. Magda wordt gedwongen te vluchten en gebruikt daarbij een object dat zelfs de rest van het genootschap niet kent.

Terug in Londen ontdekt Magda dat haar geheim niet het enige is dat verborgen wordt gehouden voor de andere twee leden. Het meest verderfelijke geheim gaat over de aard van de missie van het genootschap. Haar ontdekkingen leiden haar op een gevaarlijke reis, in achtervolging van de professionele moordenaar die ze voor het eerst ontmoette in Hong Kong. Langzaamaan ontdekt Magda dat er nog meer mensen in de wereld zijn die achter deze magische voorwerpen aanzitten, en dat de erfenis van haar eigen familie verbonden is met het verborgen houden van al deze geheimen.

Recensie
In februari 2024 debuteerde de Schotse auteur Gareth Brown met Het boek der deuren en boekte daarmee meteen al behoorlijk wat succes. Meer dan twintig landen besloten namelijk het boek uit te brengen. Anderhalf jaar later verscheen Het genootschap van onkenbare objecten (2025), waarvan de auteur aangeeft dat het schrijven daarvan hem meer moeite heeft gekost – hij heeft er drie keer zo lang over gedaan – dan zijn eerste roman, ondanks dat het verhaal zelf veel eenvoudiger is.

Lang geleden werd Het Genootschap van Onkenbare Objecten opgericht, dat bestaat uit een gezelschap van vier leden. Na het overlijden van haar moeder is Magda Sparks een van hen. Het doel van de club is om alledaagse voorwerpen met magische krachten op te sporen en te beschermen. Als Frank Simpson, het oudste lid, hoort dat in Hongkong een nieuw voorwerp is gevonden, biedt Magda aan dit op te halen. Waar ze niet op rekent, is dat een huurmoordenaar eveneens op zoek is naar dit artefact. Dan blijkt dat zij en de andere leden gevaar lopen én dat er diverse verborgen geheimen zijn.

Het begin van het verhaal – een proloog waarin de sfeer en de paar voorvallen enigszins mysterieus en onheilspellend zijn – maakt de lezer in geringe mate nieuwsgierig naar wat nog komen gaat. Deze inleiding, waar de auteur in de rest van de plot zo goed als geen aandacht meer aan besteedt, is bepalend voor de gebeurtenissen die tien jaar later plaatsvinden. Het geheime genootschap en allerlei magische voorwerpen hebben daarin een behoorlijk bepalende rol. Met name in het begin vraag je je af wat het nut van het vergaren van al die artefacten is, en ook waarom ze eigenlijk zo bijzonder zijn. Na verloop van tijd komt daar uiteraard duidelijkheid over en begrijp je de beweegredenen van Simpson om al die objecten te verzamelen.

De vier leden van het genootschap (Frank Simpson, Magda Sparks, Will Pinn en Henrietta (Henry) Wiseman) kunnen beschouwd worden als de protagonisten. Ondanks dat Magda het meest in de schijnwerpers staat, leert de lezer dit kwartet tamelijk goed kennen Tevens merk je dat op ieder van hen wel een en ander aan te merken valt en dat enkelen van hen zo nu en dan ergernis oproepen. Het is lastig om je in te leven in de magie van de verschillende artefacten, want – zo redeneer je met je nuchtere en gezonde verstand – hoe kunnen al die doodse dingen ervoor zorgen dat zich allerlei bizarre, onwerkelijke en soms surrealistische taferelen voordoen. Soms gaat dit zelfs zover dat je je realiseert dat diverse scènes in een Suske & Wiske-strip niet zouden misstaan.

Brown heeft een toegankelijke en vlotte schrijfstijl en de vele situaties geeft hij erg beeldend weer. Desondanks zijn er ook momenten dat het verhaal nogal kinderlijk overkomt. Dit komt door de manier van schrijven, sommige dialogen en het bij vlagen onvolwassen gedrag van Magda. Je kunt je dan niet aan de indruk onttrekken een Young Adult te lezen. Daarentegen zorgt de auteur voor meer dan voldoende afwisseling. Het aantal plotwendingen is aanzienlijk en een enkele keer levert dit bovendien een beetje spanning en spektakel op, maar helaas niet zodanig dat de lezer erdoor overdonderd wordt.

Aan het eind van de plot, in een korte epiloog, lijkt de auteur naar een vervolg te hinten, want sommige personages – ook iemand uit zijn voorgaande boek – lijken daarin terug te keren. Wellicht is dit niet iets om naar uit te kijken, want Het genootschap van onkenbare objecten, keurig vertaald door Arnout Brokking, is geen boek dat een onuitwisbare indruk achterlaat. Sterker nog, het is eerder onwezenlijk en bevreemdend.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Gareth Brown
Titel: Het genootschap van onkenbare objecten

ISBN: 9789021055176
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2025

Los jij de moord op? – Antony Johnston

Flaptekst
Nadat zakenman Howard Kennedy dood wordt aangetroffen in een exclusief kuuroord, zijn er meer vragen dan zekerheden. Hij wordt gevonden op het gazon met een handvork in zijn borst en een rode roos in zijn mond. Alles wijst erop dat hij van het balkon erboven moet zijn gevallen. De kamer die uitkomt op het balkon is echter alleen toegankelijk voor het personeel en zat op slot. De sleutel is onvindbaar, dus iedereen kan de dader zijn.

Hoe is Howard in de kamer gekomen? Wie was er bij hem? Waarom werd hij neergestoken en van het balkon geduwd? Verzamel zo veel mogelijk aanwijzingen en ondervraag alle mogelijke verdachten. Heb jij het in je om deze mysterieuze moord op te lossen?

Recensie
Wie altijd al een keer in de schoenen van een rechercheur heeft willen staan, krijgt nu een kans. Want in Los jij de moord op?, het in 2025 verschenen Nederlandstalige debuut van de Brit Antony Johnston, is het de lezer degene die – de titel zegt het al – een moord mag oplossen. Het idee voor deze interactieve politiethriller ontstond meer dan tien jaar geleden, maar toen wist de auteur nog niet hoe hij een en ander vorm kon geven. Hij is hier over gaan nadenken en begin 2023 had hij zijn eureka-moment en begon hij aan zijn project.

Hierin ben jij de hoofdinspecteur en samen met je nieuwe partner, brigadier McAdam, moet je in het exclusieve kuuroord Elysium de dood van aannemer Howard Kennedy onderzoeken. Aanvankelijk wordt gedacht aan zelfmoord, maar omdat je in zijn borst een handvork aantreft en hij ook nog eens een roos in zijn mond heeft, concludeer je meteen dat het om moord gaat. Eén ding weet je zeker: de man is van een balkon gevallen van een afgesloten kamer die alleen voor personeel toegankelijk is. Omdat de sleutel van deze ruimte zoek blijkt te zijn, kan in feite iedereen de dader zijn.

Voordat het verhaal daadwerkelijk begint, geeft de auteur je – de lezer – een instructie hoe je met het boek moet omgaan om zo de moord op te lossen. De bloemen van Elysium, want deze naam heeft de zaak gekregen, is, zo waarschuwt hij, geen doorsnee zaak, en het boek is geen doorsnee boek. Tijdens en na het lezen van de uitleg merk je dit ook, want om tot een goede verhaallijn te komen, swipe je als het ware van het ene willekeurige hoofdstuk naar het andere. Het heeft dus geen enkele zin om de plot op een normale manier, dus van begin tot eind, te lezen. Als je dit, tegen beter weten in, wel doet, merk je snel dat er geen touw aan vast te knopen is en dat iedere logische volgorde ontbreekt. Met andere woorden, neem deze instructies ter harte en volg ze op. Pas dan heb je de interactieve beleving en zie je dat het verhaal een degelijke opbouw heeft.

De moord zelf, de ondervraging van diverse verdachten, de setting en ook nog eens de bijkomstige weersomstandigheden zijn eigenlijk niet eens zo heel erg bijzonder en doen qua sfeer enigszins denken aan de televisieserie Midsomer Murders en de karakters van de rechercheurs (jijzelf en je partner McAdam) hebben in de verte iets weg van die van inspecteur Thomas Lynley en zijn assistent Barbara Havers, beiden uit de boeken van Elizabeth George. Ongeacht de beslissingen die je neemt – aan het eind van ieder hoofdstuk kun je één of meer keuzes maken – bevat de plot allerlei wendingen waarmee de auteur niet alleen probeert je op het verkeerde been te zetten, maar je ook laat nadenken over de volgende te nemen stap.

Net als in ieder ander politieonderzoek krijg je tijdens de ondervragingen te maken met verdachten die liegen of bepaalde feiten verzwijgen. Dit is behoorlijk cliché, maar wel conform de werkelijkheid. Hierdoor loopt je speurwerk natuurlijk vertraging op, maar door deductie en het trekken van de juiste conclusies zal het uiteindelijk lukken de moordenaar te ontmaskeren. Veel spanning moet je echter niet verwachten. Dit is niet erg, want je nieuwsgierigheid naar de gevolgen van de keuzes die je maakt vergoeden veel. Je wilt per slot van rekening toch weten of er een goede rechercheur in je schuilt.

Hoewel Los jij de moord op?, dat vertaald is door Marike Groot en Sander Brink, dat als verhaal niet zo heel veel om het lijf heeft en evenmin uniek is, is het concept wel degelijk uitzonderlijk. De rol van de lezer is actief en daarom is deze politiethriller een onderhoudende en afwijkende leesbelevenis.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Antony Johnston
Titel: Los jij de moord op?

ISBN: 9789402324587
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2025

De Afghaanse leeuwinnen – Khalida Popal

Flaptekst
Augustus 2021. Kabul valt in handen van de Taliban. Van de ene op de andere dag verandert het leven van vrouwen in heel Afghanistan. Voor de vrouwen van het nationale voetbalteam betekent dit dat ze vanwege het beoefenen van hun sport in direct levensgevaar verkeren.

Khalida Popal, de aanvoerder en medeoprichter van het team, kwam al eerder met de Taliban in aanraking. Ze werd geboren in Afghanistan, maar ontvluchtte samen met haar familie het schrikbewind en groeide op in een vluchtelingenkamp in Pakistan. Bij haar terugkeer in Afghanistan in 2007 richtte ze het vrouwenelftal op, dat haar een gevoel van macht, vrijheid en kameraadschap gaf. Het opkomen voor vrouwenrechten in de sport was helaas niet zonder gevaar en in 2011 werd Khalida opnieuw gedwongen om haar moederland te ontvluchten.

Als vluchteling in Denemarken zette Khalida zich in voor het blootleggen van wijdverbreid seksueel misbruik door de voormalige president van de Afghaanse voetbalbond. Wanneer Kabul in de zomer van 2021 valt is Khalida veilig, maar haar achtergebleven teamgenoten niet. Samen met een klein maar machtig netwerk van bondgenoten orkestreert ze een evacuatieactie om haar team in veiligheid te brengen.

Recensie
De situatie van vrouwen in Afghanistan was sowieso al niet florissant en rooskleurig, maar sinds de Taliban in augustus 2021 de macht van het land opnieuw in handen kregen, verslechterde hun positie zienderogen. Voor de dames van het nationale voetbalteam hield dit in dat ze vanaf dat moment groot gevaar liepen en dat ze hun leven niet meer zeker waren. Alleen maar omdat ze een sport beoefenden waar ze zo van hielden, waar ze zich vrij in voelden en waar ze plezier in hadden. Khalida Popal, oprichter en aanvoerder van het team en tevens voorvechter van vrouwenrechten, kreeg al eerder met de Taliban te maken en vluchtte vele jaren eerder met haar familie naar Pakistan, waar ze in een vluchtelingenkamp opgroeide. In De Afghaanse leeuwinnen (2025) vertelt ze onder andere over de omstandigheden in haar moederland, haar inzet voor het vrouwenvoetbal en haar definitieve vlucht.

Khalida begin haar levensverhaal in 1996 – ze is dan negen jaar oud – en uit wat ze vertelt, maakt de lezer op dat ze tot dan niet eens een onprettige jeugd heeft gehad. Zij en haar jongere broers waren gelukkig, kregen van hun ouders veel vrijheid en beslissingen werden democratisch genomen. Dit veranderde toen de Taliban de macht overnamen en alles in het land anders werd. Angst en wantrouwen regeerden en het gevoel dat vervolgens bij de mensen heerste, wordt door de auteur erg goed overgebracht. Dit geldt in feite ook voor de buitengewoon beperkte leefwereld van met name de Afghaanse vrouwen. Deze wordt op een indringende wijze in beeld gebracht waardoor je met de neus op de feiten wordt gedrukt en je je realiseert dat het leven in vrijheid leven toch wel ontzettend waardevol is.  

Van jongs af aan heeft de auteur een eigen wil gehad, destijds misschien wel meer dan nu, maar het tekent wel haar standvastigheid en doorzettingsvermogen. Uit het werk dat ze verricht, het feit dat ze geen blad voor de mond neemt en haar strijd voor de rechten van de vrouw valt op te maken dat ze een sterke persoonlijkheid heeft en, zeker in een land als Afghanistan, dingen heeft gedaan waarvoor veel lef en moed nodig is. Ze is, zo valt regelmatig uit haar verhaal op te maken, een wereld binnengedrongen die door mannen wordt gedomineerd en daarin heeft ze zich zo goed mogelijk staande gehouden. Ondanks het gevaar dat ze daardoor voor zichzelf, haar familie en de meisjes en jonge vrouwen van het voetbalteam liep, zette ze door. Dan kun je eigenlijk niets anders doen dan daar enorme bewondering voor hebben.

Popal is bijzonder openhartig in haar memoires, want ze geeft ruiterlijk toe dat ze het diverse keren erg moeilijk heeft gehad en een keer dermate wanhopig was dat ze een eind aan haar leven probeerde te maken. Ze geeft eveneens een groot aantal voorbeelden van nare en traumatische ervaringen van enkele jonge vrouwen uit het voetbalteam. Wat hen overkomen is, is dermate heftig, aangrijpend, schrijnend en emotioneel dat je er stil van wordt. Tegelijkertijd realiseert de lezer zich dat het volstrekt onbegrijpelijk is dat er anno 2025 nog steeds talloze mannen zijn die de vrouw als minderwaardig beschouwen, als hun eigendom en gebruiksvoorwerp.

Hoewel het voetbal de rode draad – aan de ontsnapping van het vrouwenteam aan de Taliban wordt overigens relatief weinig aandacht besteed – in De Afghaanse leeuwinnen (vertaald door Margreet de Boer en Martine Both) is, behelst het verhaal veel meer dan deze sport alleen. De auteur wil met haar boek duidelijk maken dat de positie van vrouwen gelijkwaardig moet zijn aan die van de man en dat er nog behoorlijk wat mis is op dat gebied. In haar nawoord, dat een goede en nuttige toevoeging is, komt Popal hierop terug en geeft aan dat vrouwen niet moeten stoppen hun stem te laten horen. Alleen dan is het mogelijk dat er iets verandert.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Khalida Popal
Titel: De Afghaanse leeuwinnen

ISBN: 9789402326536
Pagina’s: 272

Eerste uitgave: 2025

Het verdwenen verhaal van Marceau Miller – Marceau Miller

Flaptekst
Sinds de verdwijning van zijn zusje twintig jaar geleden balanceerde schrijver Marceau Miller op het scherpst van de snede. Elk boek dat hij schreef, elke rotswand die hij zonder uitrusting beklom zag hij als zijn laatste. Tot het echt zover is, en een onbekend persoon vanaf een rotswand aan het Meer van Genève neerkijkt op zijn verbrijzelde lichaam. In een nagelaten brief onthult Marceau de locatie van een verborgen manuscript, en belooft hij de waarheid over de verdwijning van zijn zusje uit de doeken te doen, waarna een adembenemende zoektocht begint.

Recensie
Het komt niet vaak voor dat een boek nog voor verschijnen een sensatie is. Dit gebeurde onlangs wel met de thriller Het verdwenen verhaal van Marceau Miller (2025), dat geschreven is door een auteur met het pseudoniem Marceau Miller en al vóór de publicatiedatum door minstens tien landen is gekocht. De verwachting is dat het een rage onder boekverkopers gaat worden. Dit onverwachte succes kan voor een groot deel worden toegeschreven aan het mysterie rond de identiteit van de schrijver, waarvan alleen de navolgende biografie is bekendgemaakt: waarschijnlijk geboren in 1978, zou televisiescenarist en auteur zijn en in Frankrijk wonen.

Een ander aspect dat ongetwijfeld meespeelt, is het feit dat Miller, dus de auteur zelf, beschouwd kan worden als de hoofdpersoon van het verhaal. Dit doet hij niet als levend personage, want na een val tijdens het rotsklimmen overlijdt hij. Een paar weken later ontvangt zijn vrouw Sarah een nagelaten brief waarin Miller verwijst naar een manuscript waarin hij de werkelijke toedracht van de dood van zijn zus Jade, twintig jaar eerder, onthult. Hierna begint een zoektocht naar het document en komen geheimen naar boven die tot dusver altijd verborgen zijn gebleven.

In de bijzonder korte proloog maakt de lezer op een enigszins ongewone manier kennis met het personage Marceau Miller: hij geeft namelijk een live-verslag van zijn val in de diepte, terwijl hij zich tegelijkertijd realiseert dat het voor hem einde verhaal is. Maar zorgt deze scène ervoor dat je nieuwsgierig wordt naar de reden van zijn noodlot? Nee, eigenlijk niet. Schiet de inleiding dan zijn doel voorbij? Dat ook weer niet, want dat de protagonist en de auteur van het boek één en dezelfde persoon zijn, is een interessant gegeven en daarom ben je wel benieuwd hoe dit in het vervolg van de plot zijn beslag gaat krijgen.

Daarin wordt het grootste deel van de gebeurtenissen, die één dag voor de dood van Miller aanvangen, door diens vrouw Sarah verteld. Hun omstandigheden, en ook dat van hun vrienden, lijken heel gewoon en alledaags te zijn, maar gaandeweg het verhaal blijkt dat ieder van hen zijn of haar eigen geheimen heeft. Ook vinden er zo nu en dan vreemde en ongebruikelijke voorvallen plaats die voor een kleine wending zorgen. Al deze factoren zijn bedoeld om de spanning te vergroten, maar daar slaagt de auteur echter mondjesmaat in. Het meest curieuze zijn in feite de oorzaak van de dood van Jade en het verdwenen manuscript van Miller. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dat er iemand is die wil voorkomen dat de waarheid naar boven komt, is van meet af aan duidelijk. In de ontknoping wordt onthuld wie dat is, maar een heel erg grote verrassing is dit niet.

Aan de schrijfstijl is te merken dat de auteur een achtergrond als scenarist heeft. Veel scènes worden uitvoerig en gedetailleerd beschreven, evenals het doen en laten van de niet voortdurend aansprekende personages (ze hebben allemaal iets weg van een wolf in schaapskleren en bij tijd en wijle gaat dit wel een beetje tegenstaan). Een van de sterkere elementen van het boek is de beschrijving van de omgeving. Het Meer van Genève, de rotswanden, de uitgestrekte bossen, je kunt ze moeiteloos voor je zien, ook al ben je nog nooit daadwerkelijk in die omgeving geweest.

Het verdwenen verhaal van Marceau Miller, waarvan de vertaling in handen lag van Aniek Njiokiktjien en Renate Hagenouw, is over het geheel genomen niet onaardig, maar geenszins het spektakelstuk dat je hoopt en misschien wel verwacht. Er is veel te weinig spanning, de wendingen die er zijn, zijn nauwelijks opzienbarend en echte verrassingen komen eigenlijk niet voor. De populariteit van de thriller is voornamelijk te danken aan het mysterie rond de ware identiteit van de auteur en is derhalve niets meer of minder dan een ordinaire hype.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Marceau Miller
Titel: Het verdwenen verhaal van Marceau Miller

ISBN: 9789401625050
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2025

De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf – Maria Kager

Flaptekst
Frida’s excentrieke vader is niet geschikt voor de rol van vader en ook niet voor die van gevangenisdirecteur. Hij drinkt en rookt te veel, neemt zijn dochter mee uit stelen, geeft haar zelfverdedigingslessen met echte wapens en voelt meer affiniteit met de gedetineerden in de koepel dan met zijn collega’s bij Justitie. Als het evenwicht in huis wordt verstoord door een noodlottig ongeluk, begint de gevangenis een steeds grotere rol in het gezinsleven te spelen.

Jaren later vraagt Frida zich af in hoeverre de koepel haar leven heeft bepaald. Je kan het kind uit de gevangenis halen, maar hoe haal je de gevangenis uit het kind?

Recensie
Maria Kager is opgegroeid naast de koepelgevangenis in Haarlem en ze heeft altijd al het gevoel gehad dat deze setting uitstekend in een roman zou passen. Een gevangenis spreekt immers tot de verbeelding en zo goed als niemand weet wat zich er binnen de muren afspeelt. Dit alles inspireerde haar tot het schrijven van haar deels autobiografische debuutroman De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf (2024). Het boek ontving meteen lovende kritieken en won in het jaar van uitgifte zowel de publieks- als juryprijs van De Bronzen Uil.

De vader van Frida Wolf is gevangenisdirecteur en is behoorlijk anders dan de meeste andere vaders. Hij drinkt en rookt bovenmatig veel, neemt regelmatig iets uit winkels mee zonder daarvoor te betalen en heeft een te goede band met de gevangenen. Een zwaar ongeluk zorgt ervoor dat het gezinsleven drastisch anders wordt en de gevangenis een grotere rol in zijn leven gaat spelen. Vele jaren later vraagt Frida zich af welke invloed deze gebeurtenissen op haar leven hebben gehad.

De in 2016 gesloten Koepelgevangenis in Haarlem loopt als een rode draad door het verhaal, dat volledig wordt verteld vanuit het perspectief van een steeds ouder wordende Frida Wolf, heen. Logisch als je in aanmerking neemt dat haar vader er directeur is en het gezin ook nog eens tegenover het gebouw woont. Toch neemt het gevangenencomplex geen heel erg prominente plaats in de plot in, want in hoofdzaak draait het in de roman voornamelijk om een deel van het leven van Frida, haar relatie met vooral haar vader en – uiteraard – een stuk van haar bijzondere en onorthodoxe opvoeding. Door deze opzet krijgt de lezer een prima indruk van de familie Wolf en kan hij hen behoorlijk goed karakteriseren.

Het aantal personages dat hun opwachting mag maken, is beperkt en daarmee heeft de auteur een goede keuze gemaakt. Aan ieder van hen is voldoende aandacht besteed en stuk voor stuk zijn ze gedegen uitgewerkt. Eén ding hebben ze echter gemeen: ze zijn allemaal markant en sommigen zelfs excentriek. Kager verspeelt haar hand overigens niet, want de gedragingen van die personen blijven binnen de marge van wat aanvaardbaar en acceptabel is. Omdat het debuut deels autobiografisch is, vraag je je tijdens het lezen regelmatig af wat werkelijk voorgevallen is en wat verzonnen is, vooral omdat erg veel scènes te bijzonder zijn en enigszins ongeloofwaardig overkomen. De auteur komt hier trouwens wel mee weg, want alles wat gebeurt past prima in het verhaal.

Over het algemeen is de schrijfstijl van de auteur vlot en toegankelijk en door het straffe tempo vliegt de lezer door het verhaal heen. Desondanks zijn enkele taaiere fragmenten, zoals die over vader en zoon Metzelaar, beiden architect van gevangeniscomplexen, iets lastiger door te komen. Voor de geïnteresseerde vast en zeker interessant, maar in een roman ietwat misplaatst. Voor de vele voetnoten in het desbetreffende hoofdstuk geldt in feite hetzelfde: ze zijn informatief, maar de toegevoegde waarde daarvan valt te bezien. Aan de andere kant zorgt Kager veelvuldig voor een luchtige noot, want het boek bevat diverse humoristische fragmenten. Een mooie en goede tegenhanger van enkele aangrijpende en trieste momenten.

Aan het eind maakt de auteur een drastische sprong voorwaarts en is Frida een stuk ouder dan in alle voorgaande hoofdstukken. Deze overgang is wel erg groot en plotseling, alsof zich tussentijds niets meer heeft voorgedaan. Toch is dit een passende afsluiting, want met weemoed kijkt Frida dan terug naar een periode waarvan ze zich afvraagt of die wel was zoals ze zich herinnert. De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf is al met al een zeer verdienstelijk debuut.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Maria Kager
Titel: De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf

ISBN: 9789029547369
Pagina’s: 328

Eerste uitgave: 2024

Asfalt – Niels van Droogenbroeck

Flaptekst
Naar jaarlijkse traditie gaan Jules en Yassine samen liften. Dit jaar is Boedapest hun bestemming, maar de weg van de vrienden leidt niet naar de Hongaarse hoofdstad. Voor Jules eindigt de trip in een politiekantoor. Van Yassine is geen spoor meer.

Ook Do en Stef trekken naar Boedapest. Het is hun eerste liftreis en ze moeten meteen vluchten voor een gewapende boer, worden voor dood achtergelaten langs de autosnelweg en gaan op tour met een beginnende rockband. Maar onderweg groeien ze ook naar elkaar toe. Hun ontluikende liefde stelt hen voor een hartverscheurende keuze.

Recensie
In 2022 maakte televisie-redacteur Niels van Droogenbroeck zijn debuut als auteur met de roman Limonade met pulp, ondanks dat hij op nog maar zestienjarige leeftijd al een eerste boek schreef, dat overigens niets geworden is. Zelf zegt hij hierover dat hij daarmee wel heeft laten zien dat hij wíl schrijven. Dit bewijst hij andermaal, want in juni 2025 werd Asfalt uitgebracht.

Hierin maakt de lezer kennis met twee koppels die onafhankelijk van elkaar besluiten naar de Hongaarse hoofdstad Boedapest te liften. Het eerste stel, de vrienden Jules en Yassine, reizen tijdens de zomervakantie al jaren samen, maar bereiken deze keer hun bestemming niet. Na de onverwachte en plotselinge verdwijning van Yassine is Jules’ eindpunt het politiebureau. De andere twee, Do en Stef, hebben elkaar pas één keer ontmoet, maar hebben een gemeenschappelijke vriend die sinds kort in Boedapest studeert. Ze besluiten hem te bezoeken, krijgen onderweg een hechtere band en worden verliefd op elkaar. Hierdoor worden ze wel gedwongen een keuze te maken.

De roman begint met een scène in het politiebureau waardoor de lezer nieuwsgierig wordt naar de aanleiding van de ondervraging van Jules. Daarnaast heeft dit eerste hoofdstuk iets weg van een thriller, waardoor er eveneens een lichte spanning ontstaat. Beide elementen zorgen er in ieder geval voor dat je meteen bij het verhaal betrokken bent. Vervolgens gaat de plot vijf dagen terug in de tijd en maak je eerst kennis met Jules en Yassine en later met de andere twee: Do en Stef. De verhaallijnen van de twee duo’s, die overigens onafhankelijk van elkaar reizen (aan het eind van het boek blijkt waarom) wisselen elkaar af, maar hebben één overeenkomst: hun liftactiviteiten.

Tijdens hun onderneming ontmoeten ze mensen van allerlei pluimage en het merendeel van hen, zo niet iedereen, is nogal markant. De lifters belanden daarnaast regelmatig in bizarre, onwaarschijnlijke en absoluut uitzonderlijke situaties. Dit zorgt voor soms kolderieke, maar ook weleens hachelijke taferelen. Omdat de auteur deze momenten bijzonder beeldend beschrijft, kan de lezer zich erg goed voorstellen hoe dit er allemaal uit moet zien. Vanwege de perspectiefwisselingen en de vele gebeurtenissen heeft het verhaal een hoog tempo, vlieg je er als een concorde doorheen en hoef je je geen seconde te vervelen. Hoewel de auteur de personages niet heel uitgebreid beschrijft, krijg je wel degelijk een goede indruk van hen, in ieder geval ruim voldoende om hen te kunnen karakteriseren.

De schrijfstijl van Van Droogenbroeck is vlot, toegankelijk en eigentijds. Wat erg sterk van hem is, is dat hij het taalgebruik heeft afgestemd op de personages. Zo maken Jules en Yassine bij tijd en wijle gebruik van straattaal, terwijl dit niet geldt voor de ingetogener Do en Stef. Leuk is dat de auteur de plot heeft doorspekt met woordgrappen, woordspelingen en andere taalgrapjes. Toch sluit hij zijn ogen evenmin voor diverse maatschappelijke thema’s, want onderwerpen als klimaatverandering, dementie, identiteitsproblematiek (en nog een aantal andere) heeft hij heel geraffineerd in de plot verwerkt. Behalve een groot aantal luchtige scènes en omstandigheden wordt er dus ook voldoende aandacht besteed aan serieuzere zaken.

Aan het eind van de plot komen de afzonderlijke verhaallijnen samen en eenmaal zover staat de lezer een tweetal onverwachte verrassingen te wachten, waarvan er een eigenlijk niet eens zo heel erg verbazingwekkend is. Hiermee heeft de roman wellicht een afsluiting die niet iedereen zal bevredigen of bekoren, maar wel in de lijn der gebeurtenissen past. Al met al is Asfalt een onderhoudende roadtrip waarin zowel humoristische, aandoenlijke, trieste en mooie momenten voorkomen.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Niels van Droogenbroeck
Titel: Asfalt

ISBN: 9789022342015
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2025

Congolese wiskunde – In Koli Jean Bofane

Flaptekst
Célio Matemona (bijgenaamd Célio Mathématik) groeit op in armoede, maar droomt van een toekomst als wiskundige. Het kostbaarste bezit van deze wees is een oud schoolboek van zijn vader, die gedood werd tijdens een conflict. Met de theorieën en formules uit het boek probeert Célio het lot, dat hem tot nog toe niet gunstig gezind was, naar zijn hand te zetten. Wanneer hij een baan krijgt aangeboden als adviseur van de president lijkt zijn droom in vervulling te gaan.

Recensie
Hoewel In Koli Jean Bofane al tientallen jaren niet meer in zijn thuisland woont, is hij nog steeds een van de meest vooraanstaande auteurs van Congo. Hij debuteerde in 1996 met een parabel over dictatuur: Pourquoi le lion n’est plus le roi des animaux. In 2011 werd zijn eerste in het Nederlandse vertaalde roman Congolese wiskunde (2008) uitgebracht. Met dit boek wilde hij de bevolking van Congo en Kinshasa een hulde brengen door een beschrijving van hun leven te geven, ook al bevond het land zich door de naweeën van de oorlog toen in een uitermate moeilijke periode.

Door zijn omgeving wordt Célio Matemona, die vanwege zijn passie voor wiskunde ook wel Célio Mathématika wordt genoemd, gezien als een intellectueel. Hij is echter opgegroeid in armoede en al een aantal jaren wees. Van zijn vader, die tijdens een conflict om het leven kwam, kreeg hij ooit een oud wiskundeboek en door gebruik te maken van allerlei theorieën en formules die daarin vermeld staan, probeert hij zijn leven, dat hem tot dusver geen succes opleverde, zin te geven en zijn toekomst veilig te stellen.

Hoewel het verhaal voor het grootste deel vanuit het perspectief van Célio Matemona wordt verteld, krijgt de lezer eveneens behoorlijk wat fragmenten door de ogen van een van de andere personages voorgeschoteld. Door deze keuze krijgt hij een goede indruk van iedereen die belangrijk is voor de diverse gebeurtenissen, ondanks dat de een meer in beeld komt dat de ander. Wat misschien nog wel veel belangrijker is, is dat de auteur een behoorlijk realistische weergave schetst van een land dat de gevolgen ondervindt van allerlei opstanden, oorlogen en misschien zelfs nog van de kolonisatie. In de roman leeft de bevolking ogenschijnlijk goed, ofschoon er wel degelijk armoede heerst, maar het democratiseringsproces waar de president en zijn vazallen mee schermen lijkt alleen maar voor de bühne.

De politieke omstandigheden zijn sowieso bepalend voor de diverse aangelegenheden en voorvallen. Al snel krijgt de lezer een indruk van de verschillende middelen die gebruikt worden om de inwoners van met name Kinshasa in bedwang te houden, te beïnvloeden of te misleiden. Corruptie en onderdrukking is een handelsmerk van de machthebbers en door middel van manipulatie en enscenering doen ze er alles aan de angstige Kinezen een waarheid te laten zien die in feite niet bestaat. De auteur laat in het boek uiteraard een fictieve situatie zien, maar omdat dergelijke praktijken in een dictatuur voorkomen, komt alles toch wel realistisch en waarheidsgetrouw over.

Bofane hanteert in zijn eerste roman een wisselende, maar niet onaangename schrijfstijl. Het ene moment is het informatief, het andere weer erg beeldend. Dit zorgt er op zich wel voor dat je continu bij het verhaal en de gebeurtenissen betrokken blijft. De informatieve tekstgedeelten zijn interessant en leerzaam, want je krijgt een globale indruk van de Congoleze geschiedenis. Bij de meer levendige scènes ziet de lezer – zeker hij die in een van de Afrikaanse landen is geweest – voor zich wat er gebeurt en hoe de omgeving eruitziet. In ieder geval wordt de sfeer die er heerst erg goed weergegeven en deze komt ook over zoals die vaak is. Daarnaast is het taalgebruik van de auteur regelmatig erg mooi, dan maakt hij gebruik van prachtige vergelijkingen en fraaie beeldspraak.

Ofschoon de wiskunde een rol in het verhaal en de gebeurtenissen heeft, heeft deze wetenschap absoluut niet de hoofdrol en derhalve is het boek voor de niet-wiskundigen onder de lezers prima te volgen. Congolese wiskunde is vooral een weergave van een land en bevolking die gebukt gaan onder de enorme last van een turbulent verleden en waar de dictatoriale macht nog steeds van profiteert. Bofane heeft dit op een doeltreffende en invoelende manier beschreven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: In Koli Jean Bofane
Titel: Congolese wiskunde

ISBN: 9789044516173
Pagina’s: 318

Eerste uitgave: 2011