Categorie archief: Recensies

Vlijmscherpe tranen – S.A. Cosby

Flaptekst
Het is vijftien jaar geleden dat Ike Randolph de gevangenis uit liep en sindsdien is hij niet meer in aanraking gekomen met de politie. Maar wanneer twee agenten voor zijn deur staan, weet Ike dat hij als zwarte man op zijn hoede moet zijn.

Ike krijgt het bericht dat elke vader vreest: zijn zoon Isiah en zijn witte echtgenoot Derek zijn vermoord. Hoewel Ike de geaardheid van zijn zoon nooit volledig heeft kunnen accepteren, is hij ontroostbaar.

Ook Dereks vader Buddy Lee schaamde zich voor zijn zoons homoseksualiteit, net zoals Derek zich schaamde voor zijn vaders criminele verleden. Maar Buddy Lee zal niet rusten voor hij weet wie zijn zoon vermoord heeft.

Vastberaden om goed te maken wat ze niet konden toen hun zoons nog leefden, besluiten de twee vaders hun vooroordelen over hun zoons – en over elkaar – aan de kant te schuiven en hun handen ineen te slaan om wraak te nemen op de moordenaar van hun zoons.

Recensie
Nog niet zo heel erg lang geleden werkte S.A. (Shawn Andre) Cosby in een gereedschapswinkel, maar sinds kort is hij fulltime auteur. Zijn in 2020 uitgebrachte en met vele prijzen overladen thriller Blacktop wasteland (Een laatste uitweg, 2022) was zijn grote doorbraak en kwam in een lijstje terecht van de beste boeken van dat jaar. Met Vlijmscherpe tranen (2023) is het dezelfde kant opgegaan, want het kwam na verschijnen meteen binnen op de tiende plaats van de New York Times bestsellerlijst en het is de bedoeling ook dit boek te verfilmen.

Op een dag staan twee agenten op de stoep bij Ike Randolph, die vijftien jaar eerder zijn criminele leven achter zich heeft gelaten. Hij krijgt te horen dat zijn zoon Isiah en diens man Derek om het leven zijn gebracht. Zowel Randolph als Dereks vader, Buddy Lee Jenkins, hebben nooit kunnen accepteren dat hun zoons homoseksueel waren, maar nu Isiah en Derek zijn vermoord, zijn ze diep bedroefd en wil Jenkins nog maar één ding: te weten komen wie de moorden op zijn geweten heeft. Nadat hij Randolph zover heeft gekregen met hem mee te doen, begint hun jacht op de moordenaar.

De scène in het eerste hoofdstuk waarin Randolph te horen krijgt dat zijn zoon om het leven is gebracht, zorgt ervoor dat de lezer meteen in het verhaal getrokken wordt. Je hebt, ondanks dat de relatie met zijn zoon anders was dan het begin doet vermoeden, met hem te doen, want zo’n onheilstijding is natuurlijk niet niets. Je wordt echter ook nieuwsgierig gemaakt, want diverse vragen die alle om een antwoord roepen, steken de kop op. Die antwoorden gaan uiteraard komen, maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Cosby haalt werkelijk alles uit de kast voordat dit punt bereikt is. De plot zit boordevol gewelddadige actie, de auteur weet de lezer regelmatig te verrassen en laat daarbij niet na ook een aantal maatschappelijke thema’s onder zijn aandacht te brengen.

Aanvankelijk krijg je de indruk dat de plot uit twee verhaallijnen bestaat, maar dit is voornamelijk uiterlijke schijn. Al heel snel blijkt namelijk dat enkele leden van een chapter van de motorbende Rare Breed dezelfde doelstelling hebben als Randolph en Jenkins. Het is daarom onvermijdelijk dat hun paden elkaar al in een vroegtijdig stadium kruisen. Dit levert een flink aantal interessante en bloederige confrontaties op. De plot kenmerkt zich sowieso door een grote hoeveelheid ontwikkelingen. Niet alleen aangaande de veelomvattende zoektocht naar de moordenaar, maar ook op het persoonlijke vlak. Jenkins en Randolph zijn gepokte en gemazelde ex-criminelen, ze blijken ook een hart te hebben. Ze groeien in hun rol, maar vooral als mens. Daarom is het onmogelijk een antipathie voor hen te hebben.

In een overwegend hoog, soms zelfs razend tempo volgen de scènes elkaar op en in combinatie met de talloze gebeurtenissen levert dit een verhaal met een aanzienlijke dosis spanning op. Zoals gezegd bevat de plot diverse verrassingen. Toch kan een doorgewinterde thrillerlezer wel enigszins raden wie achter de moorden zit en hoe het in de spectaculaire ontknoping voor een van de personages zal eindigen. Naast het vele geweld zijn er ook verschillende mooie momenten en laat de auteur zien dat veel mensen in het conservatieve zuiden van de Verenigde Staten homofobie en racisme hoog in het vaandel hebben staan. Hiermee toont Cosby aan dat de wereld – want er zijn veel meer landen waar dergelijke haat voorkomt – nog een lange weg heeft te gaan voor deze strijd gestreden is.

De schrijfstijl van Vlijmscherpe tranen is rauw en recht voor z’n raap, wat overigens helemaal bij deze actiethriller past. In ieder geval laat de auteur ook met dit boek zien dat hij niet ten onrechte met allerlei loftuitingen is overladen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: S.A. Cosby
Titel: Vlijmscherpe tranen

ISBN: 9789044365504
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2023

Een – Sarah Crossan

Flaptekst
Grace en Tippi zijn een Siamese tweeling van bijna zeventien die niet anders weten dan dat ze samen zijn. Hun leven verandert echter drastisch wanneer ze niet langer thuis les kunnen krijgen, maar naar de lokale middelbare school moeten. Daar ontkomen ze niet aan gestaar en gepest, maar ontdekken ze ook dat anders zijn soms voordelen heeft. Wat ze echter nog niet weten is dat ze een hartverscheurende beslissing moeten nemen; een beslissing die hun leven nog ingrijpender zal veranderen.

Recensie
Sarah Crossan heeft altijd al auteur willen worden, maar had nooit verwacht dat dit haar zou lukken. Rond haar vijfentwintigste – ze ging op die leeftijd terug naar de universiteit om een master in creatief schrijven te halen – nam ze haar idee om een roman te schrijven pas echt serieus. In 2012 debuteerde ze met de Young Adult The weight of water (Het gewicht van water, 2015), dat meteen goed werd ontvangen. Het in 2015 verschenen boek One (Een, 2016) was op dat moment haar meest uitdagende project, waar ze niet voor niets twee jaar over heeft gedaan.

Voor de bijna zeventien oude Siamese tweeling Grace en Tippi is het een vanzelfsprekendheid om altijd bij elkaar te zijn, ze weten immers niet beter. Als hun ouders besluiten dat ze niet langer thuis onderwijs kunnen krijgen, maar naar een middelbare school moeten gaan, verandert dit hun leven aanzienlijk. Door hun handicap worden ze beschouwd als freaks, waardoor op- en aanmerkingen niet van de lucht zijn. Ze slaan zich er doorheen en sluiten zelfs een paar vriendschappen. Wat ze echter nooit hebben kunnen voorzien, is dat ze een beslissing moeten nemen die grote gevolgen heeft voor hun toekomstige leven.

Het verhaal, dat zo goed als volledig over het leven van de Siamese tweelingzussen Grace en Tippi gaat, wordt van begin tot eind vanuit het perspectief van de eerste verteld. De gebeurtenissen spelen zich in een klein halfjaar af en gedurende dat tijdsbestek wordt de lezer getuige van wat beide meisjes bezighoudt, hoe er tegen hen aangekeken wordt, wat hun problemen zijn en hoe ze hun (vrije) tijd doorbrengen. Kortom, ze gedragen zich, ondanks hun enorme handicap, als ieder ander meisje van hun leeftijd. Crossan weet dit uitstekend over te brengen, ze zet de tweeling – terecht – neer alsof ze niet aan elkaar vergroeid zijn. Het is dat beiden hier soms zelf de nadruk op leggen, anders heb je dit eigenlijk zo goed als niet in de gaten.

De uitvoering van de Young Adult-roman is bijzonder opvallend en erg ongebruikelijk. De auteur heeft er namelijk voor gekozen het concept van het traditionele doorlopende verhaal los te laten om het in poëzievorm te gieten. Dit is een buitengewoon originele vondst. Daarnaast is het geen sinecure om op deze manier een vloeiend verhaal te vertellen en daarbij ook nog eens zinnen op de juiste momenten afbreken. Crossan is daar wonderwel glansrijk in geslaagd. Je kunt het boek namelijk probleemloos op de conventionele manier lezen, maar ook, zonder dat er iets van de verhaallijn verloren gaat, als vrije versvorm.

Crossan heeft zich uitvoerig in de problematiek van Siamese tweelingen verdiept – dat is een van de redenen dat ze lang over het schrijven van dit boek gedaan heeft – en tijdens het lezen is dit absoluut te merken. Ze weet waar ze het over heeft, tegen welke hindernissen deze tweelingen en hun familie aanlopen en vooral hoe er tegen hen aangekeken wordt. In haar korte naschrift, dat zonder meer een goede aanvulling op de roman is, verduidelijkt de auteur het beeld dat velen van deze mensen hebben. Ze doet dit op een gewone wijze en zeker niet belerend.

Ondanks de opzet van het verhaal is de schrijfstijl opmerkelijk vlot. Dit komt mede doordat de lezer Grace en Tippi in zijn hart sluit en met hen meeleeft, zowel tijdens mooie als verdrietige momenten. En wat misschien wel het belangrijkste is dat naar voren komt, is de liefde die beide meisjes voor elkaar hebben, maar ook voor het leven. Dit alles maakt dat Een een mooi en soms ontroerend boek is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sarah Crossan
Titel: Een

ISBN: 9789020633498
Pagina’s: 240

Eerste uitgave: 2016

Bij twijfel hard zingen – Francis van Broekhuizen

Flaptekst
In Bij twijfel hard zingen gaat Francis van Broekhuizen, ’s lands geliefdste operazangeres, musicalster, tekenaar en tv-personality, dieper in op de belangrijkste gebeurtenissen uit haar leven.

De geliefde en fascinerende Van Broekhuizen, bekend van theater, radio en televisie, weidt op eigenzinnig en ontroerende wijze uit over haar roerige leven, ondersteund door haar eigen humoristische illustraties. Volledig open en eerlijk vertelt zij over haar leven als misdienaar bij de nonnen, haar geloof in God, haar coming-out, gepest worden en natuurlijk haar liefde voor opera en het podium.

Recensie
Na haar succesvolle deelname aan het populaire televisieprogramma De slimste mens is operazangeres Francis van Broekhuizen een echt Bekende Nederlander geworden. Daarvoor was ze echter al regelmatig op televisie te zien, onder andere in de dirigeerwedstrijd Maestro, waarin ze op het laatste moment een zieke sopraan moest vervangen. Ook de radio is geen onbekend terrein voor haar, want op NPO Radio 4 beantwoordt ze vragen over muziek, musici en het muziekleven. Daarnaast treedt ze regelmatig op in het theater, onder andere in de Francis en Dominic Show (samen met Dominic Seldis).

Op een dag ontving Van Broekhuizen een bericht van een uitgever die wel een boek over en van haar wilde publiceren. Ondanks de twijfel die ze had, ging ze hierop in, hetgeen erin resulteerde dat ze in 2022 haar debuut als auteur maakte, want medio dat jaar verscheen Bij twijfel hard zingen, een boek met verhalen, herinneringen en anekdotes uit haar tot dusver veelzijdige leven. In deze autobiografie – zelf ziet ze dit als een uitgebreide momentopname van waar ze zich nu in het leven bevindt – vertelt de zangeres/auteur in chronologie over een flink aantal gebeurtenissen die ze zich nog kan herinneren of die haar door haar ouders verteld zijn. Dit begint op een moment dat ze nog maar twee jaar oud is en eindigt met een overdenking over het fenomeen BN’er zijn.

De vele verhaaltjes (de meeste hoofdstukken zijn namelijk niet al te lang) worden in een overwegend toegankelijke, vlotte en luchtige en soms humoristische schrijfstijl verteld en de meeste daarvan hebben betrekking op de muzikale carrière van Van Broekhuizen. Ze vertelt niet alleen hoe ze met zingen begon of hoe ze op jonge leeftijd spontaan en in het openbaar een lied zong, maar eveneens over haar opleiding aan het conservatorium en haar zanglessen. Over het algemeen doet ze dit vrij beknopt, maar in enkele hoofdstukken weidt ze iets meer over enkele ervaringen uit. Natuurlijk maakt ze zo nu en dan gebruik van vakterminologie en om dit voor iedereen begrijpelijk te maken, legt ze duidelijk uit wat dit allemaal inhoudt.

Bij diverse hoofdstukken staat een klein tekeningetje, gemaakt door Van Broekhuizen zelf. Deze illustraties zijn een leuke toevoeging aan het desbetreffende verhaal en ze lijken ook te willen zeggen dat niet alles in het leven serieus genomen moet worden. Bij twijfel hard zingen – de titel van het boek is ontleend aan een van de verhalen uit het boek – is geen diepgravende autobiografie en de auteur wil daarin evenmin een boodschap uitdragen. Het is echter wel een debuut dat plezierig is om te lezen en dat zonder meer uitstraalt hoe de auteur is. Hierdoor leer je haar iets beter kennen en kun je niets anders dan concluderen dat ze gewoon een erg leuke, aangename en innemende vrouw is.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Francis van Broekhuizen
Titel: Bij twijfel hard zingen

ISBN: 9789021030579
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2022

De verdeelde staten van Amerika – Charles Groenhuijsen

Flaptekst
Komt het nog goed met Amerika? Veel Amerikanen (en trouwens ook veel Nederlanders) zien wat zich in Amerika afspeelt met afgrijzen aan. In de politiek gaat het om de vraag wie het meeste lawaai maakt en tegenstanders het ergste beledigt. Hoe moet dat verder?

In zijn nieuwe boek De verdeelde Staten van Amerika vertelt Charles Groenhuijsen de lezer over twee revoluties in de VS. Er is de rechtse revolutie van de Republikeinen en Donald Trump met hun vlucht naar het extremisme: tegen lhbti, tegen klimaat, en godsdienst gaat boven alles. De jonge generatie heeft een eigen revolutie: met meer tolerantie en minder godsdienst. Ze bouwen aan hun eigen nieuwe Amerika en zijn steeds belangrijker in het stemhokje. In 2024 zal het er weer om spannen!

Recensie
Journalist Charles Groenhuijsen is vooral bekend geworden als Amerika-correspondent voor het NOS Journaal. Later werd hij – in Nederland – eveneens presentator van deze nieuwsuitzendingen. Daarnaast heeft hij diverse boeken geschreven, waarvan de meeste over het land gaan dat hij als zijn tweede vaderland beschouwt: Amerika. Ook in zijn nieuwste boek, De verdeelde staten van Amerika en dat in januari 2024 is uitgebracht, kaart hij diverse onderwerpen aan die, met de presidentsverkiezingen van november in aantocht, bepalend kunnen zijn voor de toekomst van deze grootmacht en wellicht invloed hebben op diens relatie met de rest van de wereld.

In het boek, met een helder voorwoord van auteur Arnon Grunberg, bespreekt Groenhuijsen diverse thema’s als godsdienst, lhbtiq+, immigratie, abortus, vuurwapens en – eigenlijk niet te vermijden – de verkiezingen van 2024. Hierbij hanteert hij telkens eenzelfde opzet: eerst een vooraf en vervolgens het verleden, heden en toekomst, om vervolgens te eindigen met een beknopt overzicht met wat cijfers over de Verenigde Staten, uiteraard alle betrekking hebbend op het besproken onderwerp. Door de keuze voor een dergelijke opzet is de structuur overzichtelijk en weet de lezer te allen tijde waar hij aan toe is en wat hij van de opbouw van de hoofdstukken kan verwachten.

Voordat de auteur zijn analyses op de lezer loslaat, vertelt hij in de inleiding heel beknopt wat zijn band met Amerika is en hieruit kun je niet alleen opmaken dat hij een grote liefde voor het land voelt, maar ook dat het hem pijn doet dat zijn tweede vaderland niet meer is wat het – nog niet eens zo heel erg lang geleden – geweest is. Tevens geeft Groenhuijsen onomwonden aan dat zijn voorkeur bij de Democraten ligt en dat zijn mening over een onderwerp incidenteel weleens naar voren kan komen (dit merk je zo nu en dan inderdaad). Toch berusten zijn analyses uitsluitend op feiten, dit staaft hij door concrete voorbeelden te noemen, door quotes van Amerikaanse schrijvers en/of onderzoekers naar voren te brengen en met verifieerbare informatie voor de dag te komen. Het staat dus onomwonden vast dat niets wat in het boek ter sprake wordt gebracht op leugens of verzinsels berust.

De voormalig correspondent heeft lange tijd in Amerika gewerkt en gewoond, dus hij heeft een uitgebreide en gedegen kennis van en over het land. Natuurlijk merk je dit als lezer, maar de auteur heeft, zoals hij in zijn verantwoording aan het eind van het boek aangeeft, desondanks toch ook veel bronnen geraadpleegd. Dit is uiteraard onvermijdelijk en je hebt zonder meer de indruk dat dit zorgvuldig is gedaan. De talloze voorbeelden zijn immers niet voor niets goed onderbouwd. Veel van wat Groenhuijsen aansnijdt, is informatief, maar door de manier van vertellen komt het niet zo over. Op een vlotte wijze en met duidelijke uitleg wordt steevast de vinger op de juiste zere plek gelegd. Soms gebeurt dit met een kwinkslag, soms is het ronduit schokkend en aangrijpend. Enkele beschreven situaties die het gevolg zijn van legaal wapenbezit zijn hier een uitstekend voorbeeld van, je vraagt je dan werkelijk af wat sommige mensen bezielt en waarom particulieren een wapen mogen bezitten.

Met De verdeelde staten van Amerika wil Groenhuijsen niemand een bepaalde politieke richting insturen, hij legt voornamelijk de vele pijnpunten bloot waar het land momenteel mee te kampen heeft. Het is daarom jammer dat dit boek niet door de Amerikanen zelf gelezen zal worden, Grunberg benoemt dit in zijn voorwoord ook al, want voor velen van hen kan het ongetwijfeld een eyeopener zijn. In ieder geval is dit een boek dat je met de neus op verschillende feiten drukt, dat je zowel met plezier als verbazing leest en dat je doet afvragen of je wel in een land als Amerika zou willen wonen.

(Met dank aan Atlas Contact/De Club van Echte Lezers voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Charles Groenhuijsen
Titel: De verdeelde staten van Amerika

ISBN: 9789045040899
Pagina’s: 334

Eerste uitgave: 2024

Argylle – Elly Conway

Flaptekst
Een hogesnelheidstrein op weg naar Moskou.
Een CIA-vliegtuig dat neerstort in de jungle van de Gouden Driehoek.
Een door de nazi’s geroofde buit, begraven in de afgelegen bergen van Polen.
Een verdwenen schat – het achtste wereldwonder – die al zeventig jaar wordt vermist.

De droom van een Russische oligarch om zijn land in volle glorie te herstellen, brengt de wereld tot op de rand van de afgrond. Meesterspion Frances Coffey, een levende legende binnen de CIA, is de enige die het tij nog kan keren. Maar om haar plan te doen slagen, heeft ze iemand met heel specifieke kwaliteiten nodig.

Argylle is een man met een duister verleden en Coffey weet hoezeer hij daarmee worstelt. Maar ze weet ook dat hij juist dáárdoor de vaardigheden bezit die haar team nodig heeft. En dus zit er maar één ding op: alles op alles zetten om van deze outsider een spion te maken.
Zijn training voert Argylle van de jungle in Thailand naar de boulevards van Monaco, en van de kloosters op Oros Athos tot een vergeten grot diep in de bergen. Een levensgevaarlijke reis die hem eindelijk de juiste richting kan geven in zijn leven, maar die hem ook zijn leven kan kosten…

Recensie
Nadat de verschijningsdatum diverse keren werd uitgesteld verscheen wereldwijd op 4 januari 2024 dan eindelijk de spionagethriller Argylle, het langverwachte en veelbesproken debuut van Elly Conway. Het is vrijwel zeker dat dit een pseudoniem is van een auteur wiens identiteit in nevelen is gehuld. Ondanks de vele naspeuringen is nog niemand erin geslaagd diens werkelijke naam te achterhalen. Het boek is het eerste deel van een serie rond CIA-spion Aubrey Argylle en de verfilming van het nog niet gepubliceerde vierde deel zal op 1 februari in de bioscoop te zien zijn.

De puissant rijke en ongeliefde Vasili Federov wil de nieuwe president van Rusland worden om zijn land in oude glorie te herstellen. Zijn populistische denkbeelden roepen veel weerstand op en kunnen grote gevolgen hebben voor de wereldvrede. De enige die deze missie kan voorkomen is voormalig meesterspion en tegenwoordig COO van de CIA, Frances Coffey. In haar team mist ze nog iemand met bijzondere vaardigheden en die vindt ze in de persoon van de in de Thaise jungle levende en een nogal obscuur verleden hebbende Aubrey Argylle. Zijn werving als spion is echter wel een risico.

Spionagethrillers waarin de Verenigde Staten en Rusland (of in het verleden de Sovjet-Unie) elkaars vijanden zijn, zijn van alle tijden. Conway heeft in haar debuut voor hetzelfde uitgangspunt gekozen, maar daar is eigenlijk alles mee gezegd. Politieke intriges blijven uit, hoewel de reden dat de CIA in actie komt in beginsel wel een dergelijke achtergrond heeft. Want de doelstelling van Federov is immers om de oude Sovjet-Unie weer nieuw leven in te blazen. Hiervoor heeft hij de steun van de Russische bevolking nodig en daarom heeft hij hen beloofd de Barnsteenkamer – tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers uit het Catharinepaleis in St. Petersburg geroofd – te vinden en terug aan Rusland te geven. Zijn streven om het Sovjettijdperk in ere te herstellen, is niet ondenkbeeldig, want wil Poetin niet hetzelfde? De auteur speelt hiermee enigszins in op de actualiteit en gebruikt hierbij diverse waargebeurde feiten.

Hoewel de vlot, toegankelijk en bij vlagen gedetailleerd geschreven thriller voldoende realistische kenmerken heeft, bevat hij eveneens genoeg scènes die ieders voorstellingsvermogen te boven gaat. De rekrutering van Argylle bij de CIA is hier een goed voorbeeld van, maar bij een aantal opdrachten die het operationele team uitvoert, kun je eveneens vraagtekens zetten. De onprofessionaliteit straalt er op die momenten vanaf. Aan de andere kant levert dit wel leesplezier en spanning op, want de missies zorgen voor veel benarde situaties, allerlei elkaar in rap tempo opvolgende ontwikkelingen, talloze verrassingen en evenzoveel spektakel, met de ontknoping als absolute apotheose. Bij een aantal scènes wordt de geloofwaardigheid het nodige geweld aangedaan en soms komen ze zelfs buitengewoon amateuristisch over, maar omdat dit allemaal prima in het verhaal past, kan en mag dit door de vingers worden gezien.

Het aantal personages in het verhaal, dat vanuit verschillende perspectieven verteld wordt, is aanzienlijk, maar omdat bij lange na niet aan ieder van hen uitgebreid aandacht wordt besteed, blijft het altijd overzichtelijk en weet de lezer voortdurend met wie hij te maken heeft. Het is echter Argylle die het meest in de schijnwerpers staat. Hierdoor kom je bijvoorbeeld niet alleen te weten wat zijn ouders beroepsmatig hebben gedaan, dat hij een sympathieke jonge vent is die het hart op de juiste plek heeft zitten, maar ook dat er rondom hem nog wel een mysterieus tintje hangt. Hij heeft het in ieder geval in zich om uit te groeien tot een succesvolle en geliefde cultheld.

Argylle, vertaald door Joost van der Meer en William Oostendorp, is geen spionagethriller in de klassieke betekenis. De nadruk ligt vooral op het voorkomen dat een populist aan de macht komt en hierna een bedreiging voor de wereldvrede gaat vormen. Conway toont hiermee aan dat de CIA in de loop der jaren met zijn tijd is meegegaan, en met haar eigentijdse en actievolle debuut is ze daarin zonder meer geslaagd.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Elly Conway
Titel: Argylle

ISBN: 9789044934113
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2024

Een vrouwelijke Odysseus, N’zid – Malika Mokeddem

Flaptekst
Een vrouw komt bij bewustzijn op het dek van een zeilboot midden op de Middellandse Zee. Ze weet niet hoe ze daar gekomen is, wat ze daar doet, noch wie zij is. Volgens haar paspoort is haar naam Myriam Dors. Ze besluit naar een haven te zeilen en ontmoet daar Loïc Lemoine, die haar vanwege de enorme bult op haar voorhoofd aanraadt een arts te raadplegen. Ze probreert voor hem te verbergen dat ze zich totaal niets meer herinnert, behalve dat ze in haar element is op zee. Loïc blijkt Myriam op zee te volgen en waarschuwt haar: twee ongure types hebben naar haar gevraagd. Op de radio hoort ze een bericht over de in Algerije verdwenen Fransman Jean Rolland. Myriam weet zeker dat ze er iets mee te maken heeft. Maar wat? En wie is Jamil?

Recensie
Als meisje luisterde de Algerijnse schrijfster Malika Mokeddem naar de verhalen die haar grootmoeder haar vertelde. Na haar studie medicijnen werkte ze eerst als nierspecialist en later als huisarts. In 1985 besloot ze hiermee te stoppen om zich volledig op het schrijven van boeken te richten. Vijf jaar later debuteerde ze met de roman Les hommes qui marchent (Blauwe mensen, 1998), waarvoor ze een Algerijnse literatuurprijs won. In 2003 verscheen Een vrouwelijke Odysseus, N’zid, dat twee jaar eerder in het Frans is uitgebracht.

Op een zeilboot op de Middellandse Zee komt een vrouw bij bewustzijn. Ze heeft een hoofdwond, weet niet waardoor dit komt en tot overmaat van ramp is ze haar geheugen ook nog eens kwijt. Als ze haar boot in de haven van Siracusa aanlegt, ontmoet ze een man die haar adviseert een bezoek aan een arts te brengen. Ze volgt deze raad op, maar verzwijgt dat ze zich niets meer kan herinneren. Tegen het advies van de arts in gaat ze toch weer met haar zeilboot de zee op, waarna blijkt dat twee duistere figuren naar haar op zoek zijn. Als ze een bericht op de radio hoort, krijgt ze het vermoeden dat ze daarmee te maken heeft.

Het verhaal begint met het beschrijven van de omstandigheden waarin een vooralsnog onbekende vrouw zich verkeert en hoe ze er op dat moment aan toe is. De lezer heeft eigenlijk meteen in de gaten dat ze zich dingen niet herinnert, dat ze aan geheugenverlies lijdt. Dit zorgt ervoor dat je nieuwsgierig wordt naar wat haar is overkomen, waarom ze zich – want dat is ook wel duidelijk – in haar eentje op een zeilboot bevindt en vooral wie ze is, waar ze vandaan komt. Hierdoor ontstaat er een klein beetje spanning, die overigens niet  lang duurt, wat uiteraard helemaal niet erg, want het boek immers geen thriller is. Omdat er veel vraagtekens zijn vanwege de onduidelijke gebeurtenissen en de vrouw zelf is het spanningsveld in de hele plot wel degelijk latent aanwezig.

Stukje bij beetje krijgt de vrouw, wier naam op een bepaald moment vanzelfsprekend wel wordt achterhaald, haar herinneringen terug. Dit gaat heel geleidelijk en in een overwegend traag tempo – het verhaal blinkt sowieso niet uit in snelheid – maar uiteindelijk komen zij en de lezer toch te weten wie ze is, wie ze kent en wat er exact gebeurd is. Je moet echter wel veel geduld hebben om op alle ontstane vragen een antwoord te krijgen. Het grootste deel van het verhaal bestaat uit gedachten van de vrouw en die zijn soms filosofisch van aard. Dergelijke mijmeringen zorgen ervoor dat een aanzienlijk aantal fragmenten nogal stroef leest en soms behoorlijk saai zijn. Daar tegenover staan trouwens voldoende passages die wél levendig zijn, waaronder die met Loïc Lemoine, de man die ze heeft ontmoet en haar min of meer beschermt.

Omdat de vrouw moederziel alleen over de Middellandse Zee zeilt, is een vergelijking met Odysseus, de mythische figuur die eveneens in zijn eentje allerlei omzwervingen ondernam, snel gemaakt. Een één-op-één-overeenkomst is er echter niet, want de belevenissen van de Griekse held waren aanmerkelijk omvangrijker dan die van de vrouw. Dit neemt echter niet weg dat ze niet voldoende heeft meegemaakt. In de boeken van Mokeddem speelt Algerije altijd een rol, dat is in deze roman niet anders. Zo verwijst ze bijvoorbeeld naar de opstand van 1961 toen tienduizenden Franse Algerijnen voor een protest naar de Parijse binnenstad trokken en waarbij ongeveer tweehonderd demonstranten om het leven kwamen.

Een vrouwelijke Odysseus, N’zid is geen eenvoudig boek om te lezen, maar over het algemeen wel onderhoudend. Soms is de schrijfstijl ervan alledaags, soms poëtisch, in ieder geval beeldend en bij vlagen ingewikkeld. Kortom, een zeiltocht en leeservaring met hindernissen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Malika Mokeddem
Titel: Een vrouwelijke Odysseus, N’zid

ISBN: 9789044501353
Pagina’s: 222

Eerste uitgave: 2003

De jongen in de gestreepte pyjama – John Boyne

Flaptekst
Als de negenjarige Bruno op een dag uit school komt, zijn al zijn spullen in kratten gepakt. Hun nieuwe huis staat naast een hek dat zich uitstrekt zover het oog reikt, een hek dat Bruno afschermt van de vreemde mensen die hij daarachter ziet bewegen. Op een van zijn ontdekkingstochten ontmoet Bruno een jongen wiens leven en ­omstandigheden zeer verschillen van die van hem. Toch sluiten de jongens vriendschap, maar het is een vriendschap die niet zonder gevolgen blijft…

Recensie
De Ierse auteur John Boyne debuteerde in 2000 met de roman Dief van de tijd en heeft sindsdien nog twaalf romans voor volwassenen, zeven young adults en een verhalenbundel geschreven. Met zijn meest bekende boek De jongen in de gestreepte pyjama, dat in 2006 is verschenen, brak hij wereldwijd door en inmiddels zijn er meer dan zeven miljoen exemplaren van verkocht. Het concept voor deze roman, die in 2008 verfilmd is, heeft hij in tweeënhalve dag geschreven. Ondanks het grote succes kreeg het boek veel kritiek, met name omdat het volgens critici de sympathie voor nazi’s aanmoedigt.

Het is 1943 en de negenjarige Bruno woont met zijn ouders en zus in een groot huis in Berlijn. Als hij op een middag uit school komt, ziet hij dat al zijn spullen uit de kasten zijn gehaald en in kratten zijn gestopt. Ze verhuizen namelijk naar een andere woning, ver weg. Hun nieuwe onderkomen staat naast een lang hek waarachter Bruno mensen in identieke gestreepte pyjama’s ziet bewegen. Tijdens een ontdekkingstocht ziet hij een jongen op de grond achter dit hek zitten, ze raken aan de praat en worden vrienden. Het is echter een vriendschap die verstrekkende gevolgen heeft.

Boeken over de Tweede Wereldoorlog of die zich in die periode afspelen zijn er legio en over het algemeen is ieder verhaal bijzonder en uniek. De jongen in de gestreepte pyjama is ook een roman waarin deze oorlog als leidraad is gebruikt, maar het boek is anders dan vele andere en daarom is het zonder meer origineel in zijn soort. Het verhaal wordt namelijk volledig vanuit het perspectief van de negenjarige Bruno verteld, maar in tegenstelling tot veel andere romans gaat het niet specifiek over de verschrikkingen die zich in die jaren voordeden, hoewel er natuurlijk wel uit op te maken valt dat veel mensen in ellendige omstandigheden moesten leven, met name degenen die gedwongen werden om in concentratiekampen te verblijven.

Het belangrijkste thema uit het verhaal is vriendschap, in dit geval dus die tussen Bruno en de jongen achter het hek, Shmuel. Beiden hebben een geheel verschillende afkomst, de een (Shmuel) weet precies wat er aan de hand is, de ander (Bruno) lijkt volkomen onwetend van de omstandigheden van de mensen achter het hek en de oorlog in het algemeen. Desondanks vinden ze elkaar, praten samen en worden uiteindelijk vrienden. Het heeft er dan ook alle schijn van dat de auteur naar voren wil laten komen dat – hoe ellendig een situatie ook kan zijn – kinderen bij het sluiten van vriendschappen niet letten op afkomst, kleur, of iets dergelijks. Ze zijn nog niet beïnvloed door allerlei meningen en/of vooroordelen. Hierin is hij zonder meer geslaagd.

Boyne kreeg veel kritiek omdat het boek sympathie voor de nazi’s aanmoedigt, maar dat is nogal overtrokken. De rol van de nationaalsocialisten is namelijk zo goed als nihil en hun slechte kant komt wel degelijk naar voren. Geschiedkundig bevat het verhaal wel een aantal onjuistheden en onwaarschijnlijkheden, maar daar moet doorheen gekeken kunnen worden. De auteur heeft namelijk nergens de intentie gehad om een historisch en op feiten gebaseerd boek te schrijven. Wat hij wilde is dat kinderen geroerd zouden zijn door de karakters van de twee jongens. Dit moet hem wel zijn gelukt, want zowel Bruno als Shmuel zijn ondanks alles ontwapenend, dus de lezer sluit hen sowieso in zijn hart.

De jongen in de gestreepte pyjama heeft een zeer eenvoudige schrijfstijl, bijna op het kinderlijke af. Niet vreemd, omdat Boyne het tijdens het schrijfproces steeds meer als kinderboek is gaan beschouwen. Maar hoe dan ook, de roman is voor iedere leeftijdscategorie zonder meer de moeite van het lezen waard. 

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: John Boyne
Titel: De jongen in de gestreepte pyjama

ISBN: 9789079088171
Pagina’s: 208

Eerste uitgave: 2006

De moord op Windsor Castle – S.J. Bennett

Flaptekst
Windsor Castle, 2016. De aanloop naar de negentigste verjaardag van de Britse koningin Elisabeth kan als een rustige, veilige en gelukkige tijd in haar regeringsperiode worden beschouwd. Totdat een gast van prins Philips Dine & Sleep-feestje dood wordt aangetroffen in een kasteelkamer. Een slecht gebonden knoop doet MI5 vermoeden dat er sprake is van moord. De koningin laat het onderzoek over aan de professionals – totdat deze haar trouwe dienaren als verdachten aanwijzen. Met behulp van haar assistent-secretaris Rozie begint ze een schaduwonderzoek. Terwijl ze haar koninklijke taken vervult, vermoedt niemand in het koninklijk huis, de regering of het publiek dat de vastberaden Elisabeth haar scherpe blik en jarenlange ervaring ondertussen inzet om de echte moordenaar voor het gerecht te brengen.

Recensie
Al op jonge leeftijd was S.J. (Sophia) Bennett verslaafd aan boeken en daarom wilde ze romanschrijfster worden. Omdat ze  dit té graag wilde en er bang voor was, lukte haar dit niet. Toen ze begin dertig was schreef ze haar eerste detectiveverhaal, maar dit leidde niet tot publicatie. Ze wanhoopte niet, schreef verschillende prijswinnende Young Adult-boeken en ging vervolgens over op het schrijven van verhalen voor volwassenen. De in 2021 verschenen detective De moord op Winsdor Castle is haar eerste boek dat in het Nederlands vertaald is en tevens het begin van een serie met Queen Elizabeth.

Op de ochtend na een Dine & Sleep-feest op Windsor Castle wordt een van de artiesten die tijdens het evenement optrad dood aangetroffen in zijn kamer. Hoewel het erop lijkt dat hij tijdens een seksueel experiment om het leven is gekomen, concludeert MI5 op basis van een slecht geknoopte strop dat de jonge man vermoord is. De veiligheidsdienst heeft al snel enkele verdachten op het oog: een paar bedienden van de koningin. Omdat Elizabeth zich dit niet kan voorstellen begint ze, geholpen door Rozie, haar assistent-secretaris, met een eigen onderzoek in de hoop de werkelijke moordenaar te kunnen ontmaskeren.

Het verhaal wordt voornamelijk verteld vanuit het perspectief van koningin Elizabeth II, wat natuurlijk niet zo heel erg vreemd is, want zij is immers degene die in de voetsporen van een detective treedt. Maar doet ze al dit speurwerk zelf? Eigenlijk niet, want uiteraard heeft ze – zoals een echte vorstin betaamt – daar haar mensen voor. Wat ze wel doet is het denkwerk achter de schermen, ze reduceert en deduceert en voert de gesprekken met MI5 en politiefunctionarissen. Hierbij gaat ze buitengewoon subtiel te werk, zodat de laatsten het gevoel hebben dat zij voor een oplossing zorgen. Hare Majesteit cijfert zichzelf als het ware weg en gunt de eer aan anderen, toch enigszins kenmerkend voor haar karakter in dit boek. Ze komt namelijk over als uitermate sympathiek, vriendelijk en sociaal over. Kortom als een vrouw die niemand tegen het hoofd wil stoten en daarom neemt ze de lezer voor zich in.

Naast Elizabeth zijn er nog talloze andere personages, waarvan assistent-secretaris Rozie ook regelmatig ten tonele verschijnt. Zij is een doortastende jonge vrouw van Nigeriaanse afkomst en weet continu haar mannetje te staan. Een goede tegenhanger van de anderen. Hoewel het aantal personen dat in het verhaal voorkomt groot is, is het altijd duidelijk met wie je te maken hebt. Dit geldt tevens voor de plot, die is evenmin ingewikkeld. Er is in feite één verhaallijn, maar die heeft wel diverse kleine afslagen waardoor zich een paar onverwachte situaties voordoen. Het hoofddoel is echter het ontmaskeren van de moordenaar, waarbij vanzelfsprekend verschillende theorieën de revue passeren en je tot aan het eind in het ongewisse blijft. Wat dat betreft is dit een echte whodunit.

Omdat Bennett de namen van sommige werkelijk bestaande personen noemt en ook een beperkt aantal werkelijk gebeurde voorvallen in het verhaal verwerkt heeft, komt het – hoe onrealistisch het eigenlijk is – toch redelijk geloofwaardig over. De lezer heeft daarom niet continu het gevoel iets volledig absurds of onmogelijks te lezen. Ondanks de diverse ontwikkelingen bevat de plot niet zo heel erg veel spannende scènes, het is vooral de continue nieuwsgierigheid naar de identiteit van de moordenaar en diens beweegreden(en) die ervoor zorgen dat je alles van begin tot eind met veel interesse leest.

De schrijfstijl van de auteur is vlot en over het algemeen beeldend, waarbij ze de sfeer van een koninklijk huis enigszins laat doorschemeren. Toch is het niet alleen grandeur en statigheid, want op zich is het allemaal vrij gemoedelijk, kneuterig en een tikkeltje humoristisch. Al met al is De moord op Windsor Castle een bijzonder plezierige kennismaking met Queen Elizabeth als verwoed speurder.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: S.J. Bennett
Titel: De moord op Windsor Castle

ISBN: 9789046827635
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2021

Dit zijn de namen – Tommy Wieringa

Flaptekst
Een grensstad in de steppe. Uit de vlakte duikt een groep verwilderde vluchtelingen op. Ze veroorzaken angst en onrust in de stad. Als Pontus Beg, commissaris van politie, ze laat oppakken, wordt in hun bagage het bewijs van een misdaad gevonden. Beg ontrafelt de geschiedenis van hun helletocht, die gaandeweg verweven raakt met de ontdekking van het verhaal over zijn eigen afkomst. De ontmoeting met een oude rabbijn, de laatste Jood van de stad, leert hem de waarheid kennen over zichzelf. Met humor en wijsheid verbindt Tommy Wieringa de duistere binnenwereld van de mens met de vraag naar wie wij zijn en of verlossing mogelijk is.

Recensie
In 1995 debuteerde Tommy Wieringa met de roman Dormantique’s manco, maar zijn grote doorbraak kwam tien jaar later met Joe Speedboot, dat genomineerd werd voor een groot aantal prijzen en er enkele won. Dit zijn de namen, dat in 2012 werd uitgebracht, won een jaar later de Libris Literatuurprijs en is in 2016 bewerkt tot een toneelvoorstelling. Hij liet zich voor dit boek inspireren door een artikel over een groep vluchtelingen die na maanden over de Oekraïense steppe te hebben rondgezworven in een stad aankwam. Ook zijn eigen familiegeschiedenis heeft een rol van betekenis gespeeld bij het schrijven van dit boek.

Nadat ze een tijd lang hebben rondgezworven over de steppe arriveert een vijftal uitgemergelde en sterk verhongerde mensen in de grensstad Michailopol. Dit zorgt voor onrust en angst bij de bewoners. Commissaris van politie Pontus Beg kan niet anders dan hen aanhouden en vastzetten. Een van zijn collega’s doet in de spaarzame bagage van een van een lugubere vondst die wijst op een gepleegde misdaad. Aan Beg de taak om uit te zoeken wat er precies aan de hand is en wat de vluchtelingen hebben moeten doorstaan. Hierbij merkt hij dat hun geschiedenis niet eens zo heel veel afwijkt van de zijne.

De roman heeft twee verhaallijnen en in één daarvan maakt de lezer kennis met politiecommissaris Pontus Beg. Uit wat over hem verteld wordt, maak je direct op dat het een wat treurige, eenzame en misschien ook wel enigszins ongelukkige man is. Wellicht is dit inherent aan de omgeving, want de stad waar hij woont en werkt, blinkt niet uit in levendigheid. Aan de troosteloosheid en desolaatheid ervan wordt in de plot in ieder geval regelmatig aandacht geschonken. Dit laatste geldt eveneens voor de kleiner wordende groep mensen uit de tweede verhaallijn. Zij zijn om onbekende reden uit hun eigen vertrouwde omgeving vertrokken en zwerven sindsdien over de steppe rond, op zoek naar een plek waar ze een beter bestaan kunnen leiden. Een vergelijking met de vluchtelingenstroom waar vooral Europa de laatste jaren mee te kampen heeft, is onvermijdelijk.

In het verhaal komt een beperkt aantal personages voor en hierdoor weet je precies met wie je te maken hebt en wie welke rol heeft. Aan sommigen van hen worden meer aandacht besteed dan aan anderen, maar dat is geen enkel probleem. Zo kom je over Beg aanmerkelijk meer te weten dan over elk van de vluchtelingen. Desondanks is het toch vrij gemakkelijk om van de laatsten een prima beeld te krijgen, onder andere omdat ze in de slotfase door Beg ondervraagd worden, waardoor ze – soms met tegenzin – min of meer gedwongen zijn iets van zichzelf prijs te geven. Hoewel ieder karakter wel iets heeft en ze zonder meer intrigerend zijn, is het onmogelijk om je met een van hen te identificeren. Daarvoor zijn ze niet aansprekend genoeg. De enige die hierop een uitzondering had kunnen zijn, is de Ethiopiër, maar over hem wordt helaas niet zo heel veel verteld.

Beg is overigens de enige die een ontwikkeling doormaakt, dit komt voornamelijk omdat hij ontdekt heeft van Joodse afkomst te zijn en daarom meer over zijn achtergrond en het Joodse geloof wil weten. De gesprekken die hij hierover met een rabbijn heeft zijn niet alleen interessant, maar er blijkt ook uit dat wat de groep vluchters moet doormaken vergelijkbaar is met wat anderen vele duizenden jaren eerder ook al ondervonden hebben (de veertigjarige woestijntocht onder leiding van Mozes). Behalve dergelijke geschiedkundige feiten heeft Wieringa ook enkele actuele thema’s, waarvan racisme het meest in het oog springt, in de roman verwerkt.

Over het algemeen is de schrijfstijl rechttoe rechtaan, maar zo nu en dan gebruikt de auteur mooie vergelijkingen waardoor het iets poëtischer wordt. Al met al is Dit zijn de namen, ondanks de niet al te florissante omstandigheden, een vlotte en goed geschreven roman die zonder meer de moeite waard is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Tommy Wieringa
Titel: Dit zijn de namen

ISBN: 9789403110202
Pagina’s: 302

Eerste uitgave: 2012

Scherven – Bret Easton Ellis

Flaptekst
Los Angeles, 1981. Bij Bret, een zeventienjarige scholier op de exclusieve privéschool het Buckley, komt een nieuwe leerling in de klas: Robert Mallory. Hij is slim, knap en charismatisch, maar heeft een geheimzinnig verleden, dat hij verborgen houdt voor zijn medeleerlingen. Bret raakt geobsedeerd door hem, en bovendien door een seriemoordenaar die de stad terroriseert. De Treiler, zoals hij genoemd wordt, lijkt steeds dichter in de buurt van de vriendengroep en vooral van Bret te komen, met groteske dreigementen en gruwelijke geweldsdelicten.

De toevalligheden zijn onmiskenbaar, of zijn ze het construct van een tiener met veel fantasie? Hebben zijn vrienden wel in de gaten in welk Gevaar ze verkeren? Gekweld door wellust en ongezonde obsessies vervalt Bret in paranoia en raakt hij steeds meer geïsoleerd. De scheidslijn tussen de Treiler en Robert Mallory vervaagt steeds meer en het dreigt tot een botsing te komen.

Recensie
Bret Easton Ellis was nog maar eenentwintig jaar oud toen hij in 1985 debuteerde met de drie jaar later verfilmde roman Less than zero (Minder dan niks). Het in 2010 verschenen Imperial bedrooms (De figuranten) is een sequel op zijn wereldwijde succesvolle eerste boek. Hierna heeft het dertien jaar geduurd voordat er, tegen verschillende verwachtingen in, in 2023 nieuw werk van hem verscheen: The Shards (Scherven). Hierin keert hij terug naar zijn jeugd, naar het laatste jaar dat hij op de middelbare school zat en nog maar zeventien jaar oud was.

Voor de zeventienjarige Bret, leerling van de exclusieve privéschool Buckley in Los Angeles, breekt het laatste schooljaar aan en, hoewel het ongebruikelijk is, komt er een nieuwe leerling in de klas: Robert Mallory. Zijn achtergrond is mysterieus en hij ziet er goed uit, voor Bret een aanleiding om hem met grote aandacht te volgen. Tegelijkertijd is de Treiler, een seriemoordenaar, in de stad actief en het lijkt erop dat hij steeds dichter bij Bret en zijn vrienden komt. Dit heeft grote invloed op het functioneren van de jongen, waardoor hij niet alleen steeds meer lijkt te vereenzamen, maar ook dingen ziet die mogelijk niet waar zijn.

Het verhaal, waarin verschillende verhaallijnen voorkomen, wordt voornamelijk vanuit het perspectief van de zeventienjarige scholier Bret verteld. De scholier kan gezien worden als de jongere versie van de auteur zelf, want in feite blikt hij in de plot terug naar 1981, het jaar waarin de diverse gebeurtenissen zich afspelen. Feiten uit diens eigen leven zijn vermengd met een grote portie fictie en daarom is de roman enigszins autobiografisch getint. De lezer krijgt dit vermoeden ook al in de proloog, wanneer Ellis iets over zichzelf, maar ook waarom hij het boek geschreven heeft. Hierbij kun je je overigens niet aan de indruk onttrekken dat deze inleiding weleens ten dele verzonnen kan zijn, iets dat ongetwijfeld klopt, gezien de rest van de plot.

Over het algemeen is het tempo van Scherven niet al te hoog. Dit is absoluut niet erg, want er gebeurt meer dan voldoende, de auteur besteedt veel aandacht aan de personages waardoor je veel over hen te weten komt, er zijn allerlei intrigerende intriges en met grote regelmaat loopt de spanning – de roman vertoont op die momenten alle kenmerken van een thriller – behoorlijk op. Hoewel de lezer het grootste deel van het verhaal met verteller Bret meeleeft, gaat hij daarentegen soms aan hem twijfelen. Want is hij wel wie hij lijkt en heeft/speelt hij niet een of andere dubbelrol waar hij of zelf geen weet (meer) van heeft, of wil hij daar niet voor uitkomen? Het slot van het boek geeft hierover geen uitsluitsel, maar laat hierover wél iets doorschemeren.

Ellis brengt de sfeer van het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw goed over en iemand die deze periode ook heeft meegemaakt, herkent er veel in. Natuurlijk wordt dit gevoel versterkt door de vele muziek die genoemd wordt, maar bijvoorbeeld ook het nog volledig ontbreken van de mobiele telefoon is daar debet aan. Verder is de auteur erg gedetailleerd en laat hij bij veel scènes – met name de veelvuldig voorkomende seksueel getinte – niets aan de verbeelding over. Hij noemt het beestje bij zijn naam en gaat in feite niets uit de weg. Wel valt hij af en toe in herhaling, maar dat is geenszins storend en in dit lijvige boek mag het eigenlijk geen naam hebben.

Na een korte en ietwat stroeve aanloop gaat de lezer al vrij snel op in het van begin tot eind boeiend en toegankelijk en vlot geschreven Scherven. De roman herbergt zowel spanning, fictie en autobiografische elementen en is daarom moeilijk in een specifiek hokje onder te brengen. Omdat de combinatie van genres in dit geval erg goed uitpakt, laat Ellis min of meer zien dat hij verschillende kanten op kan en dit toont zijn veelzijdigheid als schrijver.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Bret Easton Ellis
Titel: Scherven

ISBN: 9789026362.57
Pagina’s: 574

Eerste uitgave: 2023