De fiets, de fiets – Thijs Zonneveld

Flaptekst
Nederlandse wielrenners dit jaar zijn dominanter dan ze jaren geweest zijn. Mathieu van der Poel wint alle superprestige crossen én het Wereldkampioenschap, de mannen en vrouwen op de baan domineren het WK met maar liefst zes titels en ook op de weg zijn Wout Poels, Tom Dumoulin, Steven Kruijswijk en Niki Terpstra coureurs die om de prijzen rijden. Om van de hegemonie van Anna van der Breggen, Chantal Blaak en Annemiek van Vleuten nog maar te zwijgen. Gouden tijden voor de wielerjournalistiek, kortom. Thijs Zonneveld is bevoorrecht om hen van dichtbij te zien presteren en te vertellen over de ongekende klasse van de huidige wielergeneratie.

Recensie
Oud-wielrenner Thijs Zonneveld is, hoewel hij een juridische opleiding gevolgd heeft, al jarenlang journalist, columnist bij het Algemeen Dagblad en andere nieuwsmedia en tevens auteur van diverse boeken. Een aantal van zijn columns zijn in 2019 samengebracht in het in dat jaar verschenen De fiets, de fiets (en nog veel meer sportverhalen).

Gezien de achtergrond van de auteur bestaat het merendeel van de stukjes in deze bundel uit overwegend korte verhaaltjes en anekdotes over de wielersport. Daarnaast komen ook sporten als voetbal en schaatsen aan bod, en aan de destijds nogal overtrokken hype rond F1-coureur Max Verstappen wordt eveneens enige aandacht besteed. Zonneveld punt in zijn columns deels uit eigen ervaringen en herinneringen, maar tevens hoe hij tegen bepaalde zaken aankijkt. Soms valt tussen de regels zijn mening door te lezen, zoals bijvoorbeeld het in de wielrennerij veelvuldig toegepaste dopinggebruik.

In een bijzonder vlotte en toegankelijke schrijfstijl, met zo nu en dan een humoristische, kritische of cynische ondertoon, laat de auteur de lezer de diverse columns (her)beleven. Omdat het natuurlijk uitsluitend oudere schrijfsels betreft, zijn ze wel enigszins gedateerd – iets dat overigens voor de meeste gebundelde columns geldt – aardig voor het moment dat ze in een krant of tijdschrift geplaatst zijn, maar van blijvende waarde zijn ze echter niet. Uiteraard is dit geen enkel probleem, want de stukjes zijn leuk om te lezen. Het merendeel daarvan is redelijk oppervlakkig, wat in principe helemaal niet erg is. Toch zijn er een paar hoofdstukken die iets meer diepgang hebben, vooral omdat ze over het overlijden van een sporter gaan. Zonneveld gaat hier op een correcte en juiste manier mee om.

Al met al is De fiets, de fiets een boekje dat lekker vlot wegleest, maar waarvan over het algemeen niet zo heel erg veel blijft hangen. Eigenlijk een prima en prettig leesbaar tussendoortje.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Thijs Zonneveld
Titel: De fiets, de fiets (en nog veel meer sportverhalen)

ISBN: 9789048850396
Pagina’s: 192

Eerste uitgave: 2019

In haar voetsporen – Anna E. Wahlgren

Flaptekst
Jill en Isabelle zijn halfzussen. Isabelle heeft het altijd als haar plicht gezien om haar zusje tegen alles te beschermen, terwijl Jill Isabelle wil steunen in haar chaotische leven. En dan verdwijnt Isabelle spoorloos. Volgens de politie wijst alles erop dat Isabelle vrijwillig is vertrokken, maar Jill weigert dit te geloven. Ze weet dat Isabelle geobsedeerd is door true crime en de verdwijning van een jonge vrouw in haar geboorteplaats Gävle onderzocht. Zou ze iets op het spoor zijn? Jill begint haar eigen onderzoek, wat haar leidt naar een gezin dat haar zowel intrigeert als beangstigt. Ze raakt steeds verder verstrikt in een labyrint – ontsnappen lijkt onmogelijk. In haar voetsporen is een psychologische thriller over familiebanden, over een gezin dat uiteenvalt en over het ophouden van een perfecte façade.

Recensie
Met een achtergrond als apotheker en chemisch systeemingenieur zou je niet denken dat Anna E. Wahlgren bijzonder geïnteresseerd is in de psychologie. Toch is dit zo, want toen ze in 2013 besloot om haar eerste boek (Skuggan av henne, 2016) te schrijven – ze heeft er nooit aan getwijfeld dat dit een thriller zou zijn – wist ze dat deze wetenschap hier een aanzienlijke rol in zou spelen. Hier is ze nooit meer van afgeweken, dus ook in In haar voetsporen (2024), haar eerste in het Nederlands vertaalde werk, zijn de psychologische aspecten volop aanwezig.

Hoewel Jill en Isabelle halfzussen zijn, zijn ze zo goed als onafscheidelijk en ondersteunen ze elkaar door dik en dun. Op een dag blijkt Isabelle plotseling te zijn verdwenen en ondanks dat de politie ervan overtuigd is dat ze vrijwillig is vertrokken, heeft Jill daar haar twijfels over. Omdat haar oudere zus zich de laatste tijd erg veel met true crime heeft beziggehouden, denkt Jill dat dit weleens de reden voor haar verdwijning kan zijn. Ze begint haar eigen onderzoek en sluit vriendschap met een gezin dat haar zowel fascineert als verstikt.

Eén woord aan het eind van de behoorlijk lange proloog, waarin protagonist Jill heel summier geïntroduceerd wordt en waaruit haar paniek en wanhoop na de vermissing van Isabelle miniem voelbaar is, zorgt voor een klein beetje nieuwsgierigheid. Deze emotie krijgt, op enkele momenten na, geen passend vervolg, want de diverse gebeurtenissen zijn over het algemeen allemaal nogal voor de hand liggend, ofschoon je niet alles ruim van tevoren ziet aankomen. Desondanks bevat het verhaal wel degelijk een aantal voorspelbaarheden, waaronder de identiteit van degene die verantwoordelijk is voor de vermissing van een jonge vrouw een paar jaar eerder. De auteur doet wel verwoede pogingen om de lezer regelmatig te verrassen met verschillende door haar beoogde wendingen, maar slaagt daar vanwege de al benoemde punten zo goed als nergens in.

Omdat de plot voornamelijk vanuit het perspectief van Jill wordt verteld – er zijn ook enkele hoofdstukken waarin Isabelle aan het woord is en waaruit afgeleid kan worden wat met haar gebeurd is – krijg je een vrij goed beeld van haar, overigens zonder dat er uitvoerig op haar en haar leven wordt ingegaan. In ieder geval krijg je de indruk dat ze bij vlagen nogal naïef en goedgelovig is, zonder erover na te denken tot actie overgaat en dat ze de gevolgen van haar impulsiviteit niet overziet. De andere personages – het zijn er niet zo heel erg veel – krijgen minder aandacht, maar voldoende om hen enigszins in te kunnen schatten. Een aantal van hen wordt door Wahlgren in kwaad daglicht gesteld, waardoor de lezer zich aanvankelijk afvraagt wie wel of niet te vertrouwen is. Deze goed gekozen techniek werkte, totdat ruim voor de ontknoping helder was hoe de vork precies in de steel zit.

De schrijfstijl van de auteur is over de hele linie toegankelijk, eigentijds en varieert van levendig tot beschrijvend. Hierdoor heb je niet overal een gevoel bij. Vooral in de beginfase springt de auteur plotseling van het heden naar het verleden én van de ene scène naar de andere, de structuur lijkt op die momenten ietwat zoek te zijn. In de loop van de plot verandert dit ten goede en kunnen de diverse situaties beter geplaatst worden. Ondanks enkele licht beklemmende en beangstigende omstandigheden, is de spanning ondermaats. Er gebeurt gewoonweg te weinig om de lezer omver te blazen en de psychologische aspecten waar de auteur patent op heeft, komen vrijwel niet uit de verf.

Het achterliggende idee van In haar voetsporen, waarvan de vertaling in handen lag van Erica Weeda, is niet helemaal origineel, maar evenmin erg slecht. Over het geheel genomen is dit echter een matige thriller die bepaald niet boven de middelmaat uitstijgt en weinig indruk maakt.

 

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Anna E. Wahlgren
Titel: In haar voetsporen

ISBN: 9789026367380
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2024

Vluchtheuvel – Lidewey van Noord

Flaptekst
Aan de rand van een dorpje in de heuvels in Italië staat een wit huis. De wilde natuur aan de ene kant, het pittoreske dorp met zijn karakteristieke inwoners aan de andere kant. Voor Lidewey van Noord was die plek jarenlang een rustpunt in een leven vol avontuur. Maar nu long covid haar leven heeft vertraagd, doet de rust verdacht veel denken aan isolement. Gedurende twaalf maanden volgen we haar pogingen om zich thuis te voelen op de plek waar ze al jaren woont. We leren het landschap kennen en de inwoners van het dorp, die het wat zorgelijk vinden, zo’n alleenstaande straniera van achter in de dertig die niet kan koken. Maar bovenal reflecteert Van Noord op scherpe en nietsontziende wijze op zichzelf en haar eigen keuzes. Want wat doet ze in hemelsnaam in haar eentje op zo’n afgelegen plek? En waarom wil het bij haar maar niet lukken in de liefde?

Recensie
Freelance journalist en redacteur Lidewey van Noord debuteerde in 2016 als auteur met Pellegrina, waarin de wielersport, waarover ze hierna diverse andere boeken geschreven heeft, een belangrijke rol speelt. Haar hele leven heeft ze eveneens al een sterke band met de natuur – ze wilde vroeger altijd boerin worden – en daarom komt dit thema komt in het meeste van haar andere werk voor. Ook in haar nieuwste publicatie Vluchtheuvel (2024) komt dit onderwerp ruimschoots aan bod, waarbij ze zich dan vooral richt op de schoonheid ervan en zonder iemand proberen te overtuigen van haar opvattingen hierover.

Het boek is namelijk veel meer, want het is tevens een globale weergave van Van Noords leven in een klein bergdorpje in het noorden van Italië, waar ze jarenlang heeft gewoond en in die periode min of meer als haar thuis is gaan beschouwen. Ze heeft er vriendschappen gesloten, maar ook kennisgemaakt met een aantal andere inwoners van het stadje. De auteur heeft er mooie momenten meegemaakt, maar eveneens minder fijne dagen, soms zelfs weken, gehad, veelal als gevolg van long covid, waardoor ze regelmatig aan huis gekluisterd zat en haar beperkte energieniveau haar danig parten speelde.

Haar ziekte en verminderde vitaliteit zijn uiteraard van invloed geweest over hoe ze haar dagen doorbracht, maar Van Noord legt hier in haar boek niet voortdurende de nadruk op. Ze doet dit heel gedoseerd en daarom is haar verhaal absoluut geen klaagzang op die voor haar moeilijke omstandigheden. Natuurlijk komen haar gevoelens hierbij wel naar voren, maar die hebben niet allemaal betrekking op haar ongemak. Want ook over kleine ergernissen aan/over anderen, waaronder Filippo, een Italiaanse vriend, is ze openhartig. Soms stelt de auteur zich zelfs enigszins kwetsbaar op. Hierdoor kunnen veel situaties voor de lezer erg herkenbaar zijn.

Toch beschrijft Van Noord over het algemeen de mooie dingen die ze meemaakt en ziet. Dit zitten hem bijvoorbeeld in kleine details als een prachtig bloempje langs de kant van de weg, een vogel op haar balkon of het opkomen van een tomatenplantje. De schoonheid hiervan wordt liefdevol beschreven en laat zien dat ze enorm om de natuur geeft. De auteur kan hier welhaast lyrisch over vertellen, en veelvuldig heb je als lezer het gevoel dat je naast haar staat, ze zich tot jou persoonlijk richt en je ook nog eens ziet wat zij allemaal ziet. Kortom, haar schrijfstijl is derhalve bijzonder beeldend en invoelend.

Van Noord heeft in het jaar waarover ze in haar boek vertelt vrij veel nagedacht. Over haar verstandhouding met de al eerder genoemde Filippo, over haar zelfgekozen afzondering, over gesloten vriendschappen en over nog heel veel meer. Dit heeft tot bepaalde en soms moeilijke keuzes geleid, waar ze, vooral aan het eind van haar boek, de nodige aandacht aan besteedt en die iedereen wel bekend kunnen of zullen voorkomen. Het dubbele gevoel dat de auteur uiteindelijk krijgt over een lastige beslissing is voor de lezer eveneens voelbaar, dus begrijp je helemaal voor welk dilemma ze is komen te staan.

Behalve dat Vluchtheuvel een kijkje in een periode uit het leven van de auteur geeft en waarin ze haar ziel een klein beetje blootlegt, kan het boek ook gezien worden als een ode aan de natuur en de pracht en grootsheid daarvan. Dit heeft ze op een boeiende manier gedaan, waardoor zowel het boek als de wederwaardigheden van Van Noord aansprekend en intrigerend zijn.

(Met dank aan Atlas Contact/De Club van Echte Lezers voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Lidewey van Noord
Titel: Vluchtheuvel

ISBN: 9789045046419
Pagina’s: 280

Eerste uitgave: 2024

Een mooie dag om te sterven – R.J. Ellory

Flaptekst
In 1984 stopte John Costello?s leven. Maar zijn hart bleef kloppen?

Hij en zijn vriendin Nadia waren het slachtoffer van een van de beruchtste Amerikaanse seriemoordenaars aller tijden. Nadia was op slag dood, maar wonderbaarlijk genoeg overleefde Costello de brute aanval. Door die gebeurtenis is hij ernstig geestelijk beschadigd en wordt zijn leven beheerst door angsten en neuroses. Desondanks is er niemand die méér weet over seriemoordenaars dan hij.

Twintig jaar later overspoelt een nieuwe golf van moorden New York, schijnbaar willekeurig, tot Costello een complex patroon ontdekt dat de delicten onderling verbindt. Maar deze duistere kennis brengt zijn leven opnieuw in gevaar.

Recensie
De meeste boeken van de Britse auteur R.J. Ellory spelen zich in de Verenigde Staten af en – niet geheel zonder reden – schrijft hij ze in Amerikaans Engels. Op deze manier kan hij namelijk precies opschrijven wat hij bedoelt, omdat het ritme anders is dan het Engels uit zijn eigen land. De setting van zijn in 2011 verschenen thriller Een mooie dag om te sterven is New York, en voor dit boek heeft hij bijzonder nauwgezet de meest verschrikkelijke seriemoordenaars bestudeerd die de wereld heeft gekend en een aantal daarvan noemt hij dan ook bij naam.

In 1984 heeft een seriemoordenaar het op het leven van John Costello en zijn vriendin Nadia gemunt. Zij komt om, hij overleeft de aanval, maar raakt hierdoor wel psychisch beschadigd. Ruim twintig jaar later wordt New York geteisterd door diverse moorden, waarbij het er alle schijn van heeft dat ze door dezelfde dader gepleegd zijn. Inspecteur Ray Irving leidt het onderzoek en roept op een gegeven moment de hulp van Costello in, die aanmerkelijk meer over seriemoorden weet dan hijzelf. De laatste ontdekt een patroon, waardoor zijn leven opnieuw in gevaar komt.

Ellory begint het verhaal met een ongebruikelijk lange en misschien wel gedurfde proloog. Door deze lengte bestaat het gevaar dat de lezer al vrij snel afgeleid raakt, dat zijn nieuwsgierigheid niet gewekt wordt – een inleiding is uiteindelijk in eerste instantie daarvoor bedoeld – en, nog erger, dat hij al snel afhaakt. De auteur slaagt echter met vlag en wimpel, want dit uitgebreide begin heeft al iets onheilspellends, iets duisters, waardoor de lezer eigenlijk dan al weet dat de thriller niet meer stuk kan gaan. Dit wordt in de rest van de plot bewaarheid, met name omdat de spanning en dreiging continu aanwezig zijn. De jacht op de seriemoordenaar zorgt voor een flink aantal fascinerende scènes, maar de onderlinge relatie tussen enkele personages doet daar in feite niet voor onder.

Ray Irving, John Costello en in iets mindere mate journalist Karen Langley zijn, de omstandigheden even niet meegerekend, de drie protagonisten die Een mooie dag om te sterven behoorlijk wat kleur geven. Van dit drietal is Costello de meest markante figuur, in het bijzonder door zijn nogal naar autisme neigende levenswijze. De met ups en downs gepaard gaande wisselwerking tussen dit trio past precies en doet nergens geforceerd aan. Het moet overigens wel gezegd worden dat de overige personages in principe niet onderdoen voor deze drie, maar ze zijn om voor de hand liggende redenen nou eenmaal minder in beeld.

De fictieve moorden in dit verhaal zijn ontleend aan die van daadwerkelijke seriemoordenaars die in de Verenigde Staten huisgehouden hebben. Dit is een van de factoren waardoor de thriller buitengewoon realistisch overkomt. Een ander aspect zijn bijvoorbeeld de dialogen, deze zijn erg ongedwongen en als het ware uit het leven gegrepen. De sfeer en het gevoel komen ontzettend goed over. Zo kan de lezer zich de gemoedstoestand van Irving heel goed voorstellen als hij weer een teleurstelling te verwerken krijgt of niet de medewerking krijgt die nodig is om vooruitgang te boeken. Tussen de regels door laat Ellery doorschemeren dat in de VS politieke strategie soms een hogere prioriteit heeft dan het oplossen van misdaden. Iets dat een rechtgeaarde politieman als Irving maar moeilijk kan accepteren.

Lange tijd laat de auteur de lezer twijfelen of gissen naar de identiteit van de moordenaar. Pas in de spannende ontknoping wordt hij met hem geconfronteerd. Wellicht dat dit einde enigszins geforceerd kan aanvoelen, maar welbeschouwd is daar geen enkele sprake van. De cirkel, die in 1984 begon en tweeëntwintig jaar later eindigt, is dan in ieder geval rond. De een zal vinden dat het recht zijn beloop heeft gekregen, de ander vindt wellicht van niet. Feit is dat Ellory met Een mooie dag om te sterven een thriller van formaat heeft geschreven.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: R.J. Ellory
Titel: Een mooie dag om te sterven

ISBN: 9789026135910
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2011

Hoogzomer – Kim Faber & Janni Pedersen

Flaptekst
Inspecteur Martin Juncker is nog altijd verbitterd over zijn degradatie naar een klein politiebureau in het saaie provinciestadje Sandsted. Lang heeft hij niet om daarbij stil te staan, aangezien er een advocaat vermoord is in het stadspark en Juncker het onderzoek moet leiden.

Ondertussen onderzoekt journaliste Charlotte Junckersen een anonieme tip: de terroristische aanslag die zes maanden eerder plaatsvond in Kopenhagen had voorkomen kunnen worden. Haar ex-man, Martin Juncker, weigert zich erover uit te laten uit angst dat hun levens in gevaar komen. Rechercheur Signe Kristiansen, Junckers oude partner, is wel bereid om de zaak verder te onderzoeken, maar heeft haar handen vol aan enkele privézaken. Maar als er een onthoofd lichaam wordt aangetroffen en er een verband lijkt te zijn met de aanslag, bijt Signe zich alsnog vast in het onderzoek…

Recensie
In 2020 debuteerde het echtpaar Kim Faber en Janni Pedersen als schrijversduo met het goed ontvangen Winterland. Dit is het eerste deel van een serie waarin inspecteur Martin Juncker en rechercheur Signe Kristiansen de hoofdrol hebben. Een jaar later verscheen het tweede boek uit de reeks, dat de titel Hoogzomer heeft meegekregen.

Martin Juncker krijgt, na zijn degradatie en verplaatsing naar een klein politiebureau in het provinciestadje Sandsted, de leiding over een onderzoek naar de moord op een plaatselijk gerespecteerde advocaat. Zijn vrouw en journalist Charlotte, van wie hij gescheiden leeft, ontvangt een tip die erop wijst dat een terroristische aanslag zes maanden eerder voorkomen had kunnen worden. Martin gaat hier niet op in, maar Signe wil wel gerechtigheid. Ze verdiept zich in de zaak, maar heeft ondertussen ook te maken met een onthoofd lichaam en enkele persoonlijke zaken.

Natuurlijk is het om allerlei redenen altijd aan te raden een serie op volgorde van verschijnen te lezen, maar op zich kan Hoogzomer wel afzonderlijk van het voorgaande deel gelezen worden. De auteurs komen veelvuldig – misschien zelfs wel iets té veel – terug op wat zich allemaal eerder heeft afgespeeld. Over zowel de terugkerende personages als diverse gebeurtenissen wordt ruim voldoende verteld zodat de lezer nergens de indruk krijgt iets te missen. Wel wordt op verschillende omstandigheden doorgegaan, dus gaat het verhaal min of meer verder waar het destijds geëindigd is, uiteraard aangevuld met een aantal nieuwe ontwikkelingen.

Faber en Pedersen leggen in deze thriller vooral de nadruk op de persoonlijke situaties van Juncker, diens vrouw Charlotte en zijn collega Kristiansen. Daarom duurt het vrij lang voordat het verhaal echt loskomt. Pas in de eindfase, wanneer zo goed als alle privéperikelen al voorbij zijn gekomen, ontstaat er actie en spanning. Voor het echter zover is, heeft de plot een nogal rustig karakter en vorderen de verwikkelingen in een gestaag tempo. Er lijkt op het oog niet zo heel veel te gebeuren, terwijl er in feite wel het een en ander plaatsvindt. Toch is alles een stuk minder spectaculair dan in Winterland, het vorige en eerste deel van de reeks.

Het verhaal bestaat uit drie verhaallijnen en aanvankelijk heeft het er alle schijn van dat ze geen van alle met elkaar te maken hebben. Uiteindelijk kan één daarvan toch met een ander subplot in verband worden gebracht. Dit gebeurt op uiterst subtiele wijze, maar omdat je dit wel ziet aankomen, is het eigenlijk niet heel erg verrassend. Toch bevat de plot wel degelijk een behoorlijke hoeveelheid wendingen, maar veel daarvan zorgen er niet voor dat de lezer regelmatig op het verkeerde been wordt gezet. Interessant zijn al die twists overigens wel, want ze zorgen in sommige gevallen toch weer voor een andere kijk op het geheel.

Ook nu is de schrijfstijl van de auteurs prettig, vlot en eigentijds en het duo heeft, zoals in Scandinavische thrillers wel vaker gebruikelijk is, een maatschappelijk onderwerp in het verhaal verwerkt. Over het algemeen is het verhaal realistisch, maar desondanks zijn er ook een paar situaties die de geloofwaardigheid een klein beetje geweld aan doen. Dit alles neemt niet weg dat Hoogzomer een aangenaam tweede deel van de serie is, maar wel stukken minder spectaculair dan zijn voorganger.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Kim Faber  & Janni Pedersen
Titel: Hoogzomer

ISBN: 9789402707243
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2021

Harlem Shuffle – Colson Whitehead

Flaptekst
Voor zijn klanten en buren in 125th street in Harlem is Ray Carney een beschaafde meubelverkoper die een fatsoenlijk leven probeert te leiden. Zijn vrouw is in verwachting van hun tweede kind, en ook al wonen ze in een krap appartement te dicht bij het metrospoor: hij heeft veel bereikt, hij is tevreden. Wat weinig mensen weten, is dat Ray afkomstig is uit een geslacht van bendeleden en boeven, en dat zijn brave burgermansbestaan barsten begint te vertonen. Barsten die steeds groter worden dankzij zijn louche, onfortuinlijke neef Freddy, die dankbaar gebruikmaakt van Rays keurige façade – en hem ondertussen steeds dieper de Harlemse onderwereld in sleurt. Terwijl Ray worstelt met zijn dubbelleven wordt het hem steeds duidelijker wie de touwtjes in handen heeft in Harlem. Lukt het Ray om hier zonder kleerscheuren uit te komen – om zijn neef te redden, zijn deel van de winst te pakken en tegelijkertijd zijn reputatie hoog te houden?

Recensie
Voordat Colson Whitehead met het schrijven van boeken begon, was hij muziek- en televisierecensent bij The Village Voice, een gratis wekelijkse tabloidkrant in New York. In 1999 debuteerde hij met de roman De Intuïtionist en ruim vijftien jaar later brak hij met De ondergrondse spoorweg (2016), waarvoor hij een aantal prijzen won, definitief door. In 2021 verscheen Harlem Shuffle, dat zich afspeelt in het Harlem van ongeveer halverwege de eenentwintigste eeuw.

Ray Carney stamt uit een crimineel geslacht en hij probeert er alles aan te doen dit achter zich te laten. Hij is de trotse eigenaar van een winkel voor nieuwe en tweedehands meubelen, is gelukkig getrouwd met Elizabeth, heeft een dochter en een tweede kind is op komst. Zijn neef Freddie, die zich wel in het criminele circuit bevindt, betrekt hem tegen zijn zin bij een roofoverval en het gevolg daarvan is dat Ray steeds dieper in de onderwereld van Harlem terechtkomt. Toch doet hij er alles aan om boven dit milieu uit te stijgen en zijn goede reputatie te behouden.

De roman, die zich voornamelijk in de jaren zestig de vorige eeuw afspeelt, bestaat uit drie delen en elk daarvan beschrijft een jaar uit het leven van Ray Carney. In ieder jaar, niet opeenvolgend overigens, staat één criminele activiteit waarbij de meubelhandelaar min of meer betrokken raakt centraal. Hierdoor komt hij in aanraking met allerlei onderwereldfiguren en moet hij zich met enkele duistere zaakjes bemoeien. Desondanks is het onmogelijk hem niet in je armen te sluiten, want de beste man is buitengewoon sympathiek en zal uit zichzelf niemand kwaad willen doen. Omdat het verhaal zo goed als volledig vanuit zijn perspectief wordt verteld, komt de lezer erg veel over hem en zijn bezigheden te weten. De lezer krijgt hierdoor het gevoel dat hij hem al lange tijd kent, misschien zelfs wel een vriend van hem is. Dit heeft Whitehead erg goed voor elkaar gekregen.

Een ander sterk punt van de auteur is dat hij de sfeer van destijds uitstekend weergeeft. Dit komt niet alleen door het op die periode afgestemde taalgebruik, maar ook door de diverse waargebeurde feiten die in het verhaal verwerkt zijn. Voorbeelden hiervan zijn de rassenongelijkheid en de daaraan gerelateerde discriminatie, het onnodig doodschieten van de 15-jarige donkere jongen James Powell door een blanke politieman en de onlusten die hieruit voortvloeiden. De roman heeft daarom een uitermate realistisch karakter. Ook laat de auteur de verschillen tussen rijk en arm heel duidelijk naar voren komen, hetgeen overduidelijk voor een tweedeling binnen het eigen ras zorgt.

De schrijfstijl van de auteur is rechttoe rechtaan en direct, hoewel hij eveneens mooi geformuleerde zinnen gebruikt. Tevens worden humor en cynisme op zijn tijd niet geschuwd. Hoewel het boek in de eerste plaats een roman is, is het misdaadgehalte behoorlijk groot. De plot bevat een continue spanning en er zijn diverse ontwikkelingen die de lezer regelmatig weten te verrassen. Het tempo, een paar momenten uitgezonderd, is voortdurend hoog, zodat het erop lijkt dat er telkens wel iets gebeurt. Natuurlijk is dit niet zo, want er zijn namelijk diverse fragmenten die wat minder enerverend zijn, onder andere die die over de meubelzaak gaan. Ze passen en horen echter wel bij het geheel, alleen al omdat ze met Carney’s professie te maken hebben.

Alles bij elkaar genomen is Harlem Shuffle, dat inmiddels een vervolg heeft gekregen, een intrigerende, boeiende en meeslepende roman waarin de misdaad als een rode draad door het leven van een goedwillende meubelhandelaar loopt. Whitehead toont met dit werk aan dat hij een kundig verhalenverteller is die de lezer aan een boek gekluisterd kan laten zitten. En dat is niet iedere auteur gegeven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Colson Whitehead
Titel: Harlem Shuffle

ISBN: 9789025471262
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2021

Uitzicht van dichtbij – Megan van Kessel

Flaptekst
Na een onstuimige periode verhuist Maggie met haar man naar een omgebouwde kerk net buiten de stad. Ze ontmoet dorpsgenoten, legt een tuin aan en probeert te nestelen op een plek die maar niet als een thuis wil voelen. Nadat hun zoon is geboren, probeert ze haar afwezige vader via een geboortekaartje te betrekken bij haar leven, maar een reactie blijft uit. De stilte is oorverdovend en dwingt haar terug te blikken op die ene zomer aan zee. Waarom lukt het haar nog altijd niet om de juiste balans te vinden? Niet alleen tussen mens en moederschap, maar ook in verlangen naar alledaagsheid en een drang naar uitzonderlijkheid. Waarom reageert haar vader niet? Wat is er mis met haar tuin? Hebben al die dingen misschien met elkaar te maken?

Recensie
Na haar studie aan de Gerrit Rietveld Academie schreef Megan van Kessel essays en verhalen voor diverse kranten en tijdschriften. Ze wilde echter meer en begon aan het schrijven van een roman, waar ze behoorlijk lang over heeft gedaan. Uiteindelijk verscheen in het voorjaar van 2023 haar debuutroman Uitzicht van dichtbij, dat deels gebaseerd is op haar eigen ervaringen.

Maggie en haar man Alfons zijn verhuisd naar een tot woning herbouwde kerk in een dorp niet ver van de grote stad. Ze doet er alles aan om in de dorpsgemeenschap te integreren, maar het lukt haar niet om zich er echt thuis te voelen. Nadat hun zoon Felix is geboren, stuurt ze een geboortekaartje naar haar vader, met wie ze al geruime tijd geen contact heeft. Als hij niets van zich laat horen, gaat ze in haar herinneringen terug naar het jaar 2000, naar een vakantie aan zee. Terwijl ze ondertussen met een groot aantal onbeantwoorde vragen zit.

De roman wordt volledig verteld vanuit het perspectief van Maggie, hoofdzakelijk in het heden, maar er zijn regelmatig terugblikken naar twintig jaar eerder, toen ze nog een jong meisje was. De lezer krijgt hierdoor een behoorlijke indruk van en over haar en vooral de relatie met haar vader, of misschien juist wel het gebrek daaraan, komt regelmatig naar voren. Toch duurt het betrekkelijk lang voordat de reden daarvan helder wordt, en zelfs dan wordt er niet heel erg diep op ingegaan. Heel anders wordt het als ze, pas ver in de plot, door omstandigheden geroepen en wellicht ook enigszins uit schuldgevoel, weer meer contact met hem heeft. Hun onderlinge verstandverhouding is dan aangrijpender en aandoenlijker dan die ooit is geweest. Voor het zover is, bestaat het verhaal voornamelijk uit gewone huis-tuin-en-keuken-situaties.

Hoewel de emotionelere thema’s aan het eind van de plot een stuk meer tot uiting komen, heeft dit debuut over het algemeen een luchtige toonzetting, is vlot geschreven, zijn de dialogen eigentijds en realistisch en is het daarnaast eveneens beeldend. De lezer kan de diverse taferelen zonder daar al te veel moeite voor te doen voor zich zien. Van Kessel hanteert eveneens een gezonde dosis humor, waarbij het zo nu en dan zelfs een klein beetje cynisch wordt. Omdat het tempo van het verhaal behoorlijk hoog ligt en zich talloze ontwikkelingen, waaronder enkele verrassende, voordoen, kan het boek, dat overigens ook niet al te dik is, in geen tijd uit zijn.

Naast Maggie zijn er nog een paar personages die in meer of mindere mate onder de aandacht van de lezer worden gebracht. Zij zijn echter niet heel erg grondig uitgewerkt waardoor ze helaas nogal oppervlakkig blijven. Je krijgt alleen maar een globale indruk van hen en dat is, omdat ze toch wel interessant zijn of een eigen verhaal te vertellen hebben, jammer. Desalniettemin blijkt zonder meer dat de auteur het in zich heeft om een volledige roman te schrijven. Uitzicht van dichtbij is in ieder geval alvast een goed begin, ondanks dat de roman niet continu kan overtuigen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Megan van Kessel
Titel: Uitzicht van dichtbij

ISBN: 9789038811673
Pagina’s: 208

Eerste uitgave: 2023

Xerox – Fien Veldman

Flaptekst
In een Europese stad print een klantenservicemedewerker brieven. Ze is opgegroeid in een buurt waar ze het liefst niets meer mee te maken wil hebben, maar wanneer ze een pakket ontvangt van een anonieme afzender blijkt dat niet zo eenvoudig. Uit wanhoop begint ze tegen haar printer te praten. Die printer – haar partner, vriend, kind en huisdier ineen – hapert, net als zij.

Recensie
Fien Veldman, die altijd heeft gedacht dat ze journalist zou worden, begon aan het eind van haar studie Literatuurwetenschappen met het schrijven van fictie. Aanvankelijk alleen voor verhalenwedstrijden, voornamelijk om inkomsten te genereren. Ze won diverse prijzen met haar essays en kwam erachter dat ze van schrijven ook haar beroep kon maken. In 2023 bracht ze haar debuutroman Xerox uit.

Vanuit een eenvoudige wijk van een provincieplaatsje is een jonge vrouw naar een grote stad verhuisd om haar verleden achter zich te laten. Ze werkt als medewerkster klantenservice bij een pas opgericht bedrijf en de printer, waar ze brieven op uitprint, is haar enige uitlaatklep. Ze vindt dit prima, want ze kan haar verhalen aan hem kwijt. Als ze op een dag een afhaalbericht voor een pakket van een onbekende afzender ontvangt, moet ze, tegen haar zin, haar kantoorruimte én gesprekspartner regelmatig verlaten.

In eerste instantie lijkt de naamloze vertelster van het grootste deel van het verhaal een heel gewone vrouw te zijn die volop in het leven staat. Ze woont in een eveneens naamloos blijvende stad, waarin overigens met een klein beetje verbeeldingskracht Amsterdam herkend kan worden, en heeft een baantje waar ze ogenschijnlijk tevreden mee is. De lezer krijgt een ander beeld van haar als op een bepaald moment tot hem doordringt dat de cursieve tekstfragmenten dialogen zijn die aan de printer op haar tafel gericht zijn. Daarvoor denk je nog dat dit haar gedachten zijn, of herinneringen, maar niets blijkt minder waar. Totaal verknipt is deze jonge vrouw echter niet, misschien alleen wat meer terughoudender en teruggetrokkener dan anderen, meer is het in feite niet.

De dialogen, en eveneens in het verhaal, dat overigens uit vier delen met elk hun eigen strekking bestaat, een monoloog van de als personage beschouwde printer zorgen er wel voor dat je ruim voldoende over de vertelster te weten komt. Denk hierbij aan een aantal gebeurtenissen uit haar verleden. De ene keer zijn haar gesprekken met de printer en wat het apparaat zelf te vertellen heeft interessanter dan de andere keer, daarom kan de roman niet volledig boeien. De auteur schetst echter voldoende situaties die de lezer nieuwsgierig maken. Voorbeelden daarvan zijn de zoektocht naar het pakket, de vraag wat erin zit en een lichtblauwe post-it die op de voordeur van de jonge vrouw is geplakt. Dergelijke situaties zijn zelfs een klein beetje spannend.

Personages en locaties worden door Veldman bewust naamloos gehouden. Door deze keuze zijn ze inwisselbaar, want de personen kunnen in feite iedereen zijn, en de steden overal ter wereld. Op werkplekken ben je vervangbaar en in veel gevallen een onbeduidend nummer, ook al kun je zelf denken dat je onmisbaar en belangrijk bent. Een nadeel van deze anonimiteit is dat je je eigenlijk echt nergens mee verbonden voelt, hoewel de emoties van enkele karakters wel degelijk een rol spelen en je dan toch enigszins met hen meevoelt. Aan het eind van de plot komt het thema digitalisering nog even naar voren en realiseer je je dat de ontwikkeling van de kunstmatige intelligentie nog lang niet op zijn retour is. Hiermee heeft de roman een onmiskenbaar actueel tintje.

De schrijfstijl van de auteur is prettig, vaak beeldend, eigentijds en zo nu en dan cynisch. Het is daarom niet verwonderlijk dat het boek uitermate vlot leest. Toch is Xerox een eigenaardig en wellicht zelfs bijzonder debuut. Enerzijds intrigerend, anderzijds wat eentonig en saai. Maar één ding is zeker, opvallend is de roman wel.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Fien Veldman
Titel: Xerox

ISBN: 9789025473082
Pagina’s: 224

Eerste uitgave: 2023

Tosca – Maud Vanhauwaert

Flaptekst
In een brief aan haar uitgever legt vertaalster May uit hoe een treffend potloodportret het begin vormde van een verstikkende uitwisseling van woorden met Aline, een jonge vrouw die zich al lijkt te verzoenen met haar nakende dood.

Hoe harder May deze Aline probeert te leren kennen, te begrijpen, te redden, hoe meer May met lege handen lijkt te staan. En lege pagina’s.

Recensie
Van de Vlaamse dichteres Maud Vanhauwaert verscheen in 2011 haar eerste poëziebundel Ik ben mogelijk, maar omdat ze nieuwsgierig was naar het schrijven van een langer verhaal besloot ze op een dag ermee te beginnen. Toen ze hiermee klaar was, heeft ze nog geruime tijd getwijfeld om het uit te brengen. Na lang wikken en wegen kwam het er dan toch van en in het najaar van 2023 publiceerde ze haar debuutroman Tosca.

Na een lezing over de dichteres Vanja Lavrova ontvangt vertaalster en universiteitsdocent May Solovjov een Facebookbericht van de jonge Aline Verstraeten. Dit, maar ook de tekening die het meisje van haar heeft gemaakt, is het begin van een moeizaam verlopend contact. Het feit dat Aline regelmatig toespeling maakt naar het beëindigen van haar leven is daar mede debet aan. May trekt zich haar lot steeds meer aan, doet verwoede pogingen te achterhalen wat het meisje dwarszit zodat ze haar kan helpen, maar lijkt telkens tegen een muur aan te lopen.

De plot draait om een drietal personages en hierdoor kan onomwonden gesteld worden dat de auteur ervoor gekozen heeft om eenvoud boven overdaad te stellen. Het grote voordeel hiervan is dat er behoorlijk uitvoerig op hen ingegaan wordt en dat de lezer zich met elk van hen kan identificeren. Ze zijn geloofwaardig – dit geldt zelfs voor kat Machu Picchu, die ooit bij May en haar vrouw Lou is komen aanwaaien – en de omstandigheden en problemen waarin ze terechtkomen en waarmee ze te maken krijgen, komen in werkelijkheid ook voor en zijn over het algemeen realistisch. Het zal daarom niemand verbazen dat de roman verschillende thema’s naar voren brengt. Denk hierbij onder andere aan dementie, homofobie, zelfmoord en vruchtbaarheidsbehandelingen. Niet ieder onderwerp komt even uitgebreid aan bod, maar ze zijn wel alle uit het dagelijks leven gegrepen.

Aanvankelijk lijkt het erop dat de roman in een volledig andersoortig jasje is gestoken dan vaak gebruikelijk is, maar over het geheel genomen valt dit nogal mee. Het verhaal bestaat in feite uit één brief die May aan haar uitgever Daniël schrijft en waarin ze vertelt waarom ze zich het voorgaande jaar in stilzwijgen heeft gehuld. Dit is uiteraard een origineel concept, maar de opbouw heeft daarentegen niet het uiterlijk van een gangbare brief. Absoluut niet erg, want daardoor leven de ervaringen van May en Aline veel meer, ze zijn intenser, mede door wat het bijzondere en ogenschijnlijk schuchtere meisje in diverse berichtjes, brieven en later ook verbaal aan de oudere vrouw vertelt.

Hoewel de onderwerpen die in het boek onder de aandacht worden gebracht niet de vrolijkste zijn, heeft Vanhauwaert er wel voor gezorgd dat haar debuut geen zware bevalling is. Op toegankelijke en soms poëtische wijze beschrijft ze de vele situaties en zo nu en dan schuwt ze een luchtige noot niet. Tussendoor trakteert ze de lezer op een aantal gedichten die in meer of mindere mate allemaal met een gebeurtenis uit de roman te maken hebben. Toch kun je je afvragen wat de toegevoegde waarde van deze poëzie is, temeer omdat ze in relatie tot het verhaal tamelijk nietszeggend zijn.

Voordat May haar brief definitief afrondt, word je een aantal keren verrast en op het verkeerde been gezet. Het verhaal heeft bij vlagen zelfs een gezonde dosis spanning. Aan het eind van het relaas blijkt dat de lezer zich, overigens geheel onwetend daarvan, zich enigszins heeft laten misleiden door de twee protagonisten, want de waarheid is namelijk niet altijd zoals zij in eerste instantie lijkt te zijn. Dit alles maakt dat Tosca een intrigerend, indringend en mooi debuut is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Maud Vanhauwaert
Titel: Tosca

ISBN: 9789493320086
Pagina’s: 244

Eerste uitgave: 2023

Huizenruil – Stefan Ahnhem

Flaptekst
Carl en Helene willen hun relatie nieuw leven inblazen door een lange, verre reis te plannen. Ze vinden al snel de ideale bestemming: een prachtig huis in Californië, waar ze via een huizenruil kunnen verblijven. Het andere stel zal de zomer in hun villa in Stockholm doorbrengen. Maar zodra ze in Santa Cruz arriveren, bekruipt Carl en Helene een onheilspellend gevoel. Zag het huis er wel uit als op de foto’s? En wat doet het andere stel eigenlijk in hun huis? Gelukkig heeft Carl in elke kamer van hun huis camera’s geïnstalleerd.

Recensie
Stefan Ahnhem heeft zijn succes te danken aan de populaire serie met Fabian Risk, waarvan De laatste spijker (2023) in principe het slotdeel is. Desondanks werkt hij momenteel aan een nieuwe thriller waarin de inspecteur wederom zijn opwachting maakt. Hij heeft sowieso niet stilgezeten, want medio 2024 verscheen Huizenruil, waarvoor de auteur het idee kreeg tijdens een vakantie van hem en zijn gezin, jaren eerder aan de Amerikaanse westkust. Omdat ze zelf een vakantiehuis in de archipel van Stockholm hebben, dachten ze na over een eventuele ruil van huizen, wat uiteindelijk leidde tot het schrijven van dit boek.

Daarin zit de relatie van Carl en Helene Wester al een tijdje in het slop en om weer dichter tot elkaar te komen, hebben ze een vakantie naar het Californische Santa Cruz gepland, waar ze een maand in de woning van Adam en Scarlett Harris terecht kunnen. Tegelijkertijd verblijft dit koppel dan in hun villa in Stockholm. Als ze bij het huis arriveren, begint Carl te twijfelen of hun keuze wel de juiste was omdat wat hij veel eerder op de foto’s zag heel anders was. Helene weet zijn wantrouwen weg te nemen, maar kan niet voorkomen dat hij zich niet kan ontspannen.

Met zijn nieuwste thriller heeft Ahnhem het over een heel andere boeg gegooid, want in Huizenruil draait het grotendeels om de psychologie, terwijl in de zes delen van de ‘Fabian Risk’-serie de politionele activiteiten centraal staan. De strekking van dit verhaal, waarmee de auteur laat zien dat hij het beheerst om diverse schrijfstijlen te hanteren, is daarom geheel anders dan – en onvergelijkbaar met – zijn voorgaande werk. Het gaat soms zelfs zover dat de lezer zich kan afvragen of dit boek wel écht door de tot dusver zo succesvolle auteur geschreven is, óf dat dit eventueel zijn eerste schreden op het schrijverspad waren en de tijd voor uitgifte nu rijp was.

De vier protagonisten (Carl, Helene, Scarlett en Adam) zorgen ervoor dat diezelfde lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar hun leven, naar hoe ze zijn en naar wat hen nog te wachten staat. Het sfeertje dat Ahnhem hierbij creëert, is er een van leugens, bedrog en achterdocht. Hierdoor boezemt geen van hen vertrouwen in en sympathie voor een van de vier op te brengen, is hierdoor zo goed als onmogelijk. Dit is overigens precies wat de auteur voor ogen had, dus daarin is hij zonder meer geslaagd. Een nadeel is dat het kwartet in grote lijnen behoorlijk voorspelbaar is. Al ruim voor het eind weet je precies wie wat voor ogen heeft, op wie ze hun pijlen gericht hebben en waarom ze doen wat ze doen. Het zijn echter de details die nog lichtelijk verrassend zijn.

Hoewel zowel in de woning in Santa Cruz als die in Stockholm enkele vreemde, geheimzinnig lijkende en soms luguber ogende voorvallen plaatsvinden, zorgen ze niet voor een grote hoeveelheid spanning. Pas in de slotfase, tijdens een benauwende scène, doet zich een eerste écht beklemmende situatie voor, maar de afloop daarvan kon al een klein beetje worden voorzien. De psychologische geladenheid komt evenmin uit de verf, voornamelijk omdat de dialogen van de personages tamelijk geforceerd en onnatuurlijk zijn en daarnaast doen de vier er de grootst mogelijke moeite voor om vooral zichzelf centraal te stellen. Het beoogde effect gaat hierdoor compleet verloren.

In zijn nawoord vertelt de auteur dat het verhaal gebaseerd is op enkele waargebeurde en tevens onwaarschijnlijke feiten. Vaak kan zoiets leiden tot een intrigerende en spannende thriller, maar in dit geval is daar geen enkele sprake van. De plot van Huizenruil, dat vertaald is door Tineke Jorissen-Wedzinga, is nogal mager uitgewerkt, waardoor spannende momenten nauwelijks voorkomen en de personages oppervlakkig en niet aansprekend zijn. Al met al heeft Ahnhem, die erg veel tijd aan dit boek heeft besteed en met eerder werk heeft aangetoond dat hij vele malen beter kan, deze keer geen goede beurt gemaakt.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Stefan Ahnhem
Titel: Huizenruil

ISBN: 9789044363852
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2024