De erfenis van de familie Falck – Aslak Nore

Flaptekst
De rijke en machtige familie Falck maakt zich op voor de feestdagen, al bederft ruzie om de aanzienlijke nalatenschap van grootmoeder Vera de sfeer enigszins. Kleindochter Sasha oppert om een expeditie naar Spitsbergen te organiseren, omdat daar de oorsprong ligt van het bloeiende familiebedrijf waar zij nu directeur van is.

Rond dezelfde tijd duikt er in Longyearbyen, de grootste nederzetting op het eiland Spitsbergen, in het holst van de maandenlange nacht een sneeuwscooter op met cyrillische tekens op de zijkant. De bijna bewusteloze bestuurder weet nog net uit te brengen: ‘Raak me niet aan…’ De familie Falck blijkt te moeten dealen met oude vijanden, wat verregaande consequenties heeft voor iedereen…

Recensie
Journalist en auteur Aslak Nore heeft al een behoorlijk aantal boeken op zijn naam staan als hij aan een familiesaga rond de welgestelde en invloedrijke Noorse familie Falck begint. Begin 2023 verscheen Het kerkhof van de zee, het eerste deel van de reeks. Later is de roman – om onbegrijpelijke reden – onder de titel Het testament van de zee uitgebracht. In het in 2024 gepubliceerde De erfenis van de familie Falck gaat de geschiedenis verder, maar staat een socialistisch lid van het geslacht centraal.

Sasha Falck is na het aftreden van haar vader Olav de nieuwe directeur van het familiebedrijf SAGA geworden. Niet iedereen is het hiermee eens is en tot overmaat van ramp worden de naderende kerstdagen ook nog eens overschaduwd door de perikelen rondom de erfenis van grootmoeder Vera. Dit is het begin van een machtsstrijd tussen de familietak uit Bergen en Oslo die vooral draait om het eilandengroep Svalbard (Spitsbergen). In Longyearbyen, de hoofdstad van de archipel, verschijnt plotseling een uitgeputte man op een sneeuwscooter die nog maar net de woorden ‘Raak me niet aan…’ kan uitbrengen. Wat hebben hij en die woorden met de familie Falck te maken?

Om een goed en volledig beeld te krijgen van de voorgeschiedenis van de Falck-clan doet de lezer er verstandig aan om eerst aan het eerste deel van de reeks te beginnen. Het grote voordeel is dat hij dan op de hoogte is van de vele ontwikkelingen die zich al hebben voorgedaan en tijdens het lezen van diens opvolger niet voor al te grote verrassingen komt te staan. Er is echter geen man overboord als dit niet gedaan wordt, want Nore komt regelmatig terug op wat zich eerder heeft voorgedaan. Hoewel de aandacht deze keer meer uitgaat naar Hans Falck wordt de rest van de familie zeker niet vergeten en hierdoor wordt vrij goed inzichtelijk gemaakt hoe ze in elkaar steken en wat ieders rol in het geheel is.

Het verhaal heeft meteen in de proloog een lichte spanning, maakt je nieuwsgierig naar de reden van het daarin realistisch beschreven voorval, maar daarnaast ook naar het vervolg. Langzaam maar zeker worden steeds meer tipjes van de sluier opgelicht en krijgt de lezer een geleidelijk aan een beter overzicht van wat er allemaal gaande is. En dat is nogal wat, want door allerlei dwarsverbanden zit de plot aardig complex in elkaar en daarom is het belangrijk continu op de gebeurtenissen gefocust te blijven. Met name in het begin lijkt het erop dat niets met elkaar te maken heeft, maar hoe verder je komt, hoe duidelijker alles wordt. Dit is mede te danken aan een paar lange brieven en een uitgebreid verslag van een getuigenis van Hans Falck.

Over het algemeen is de schrijfstijl van de auteur vlot en zo nu en dan zelfs poëtisch. Desondanks zijn er zo nu en dan fragmenten die enigszins taai zijn. Deze hebben echter wel degelijk hun nut, omdat hierdoor het totaalplaatje gecompleteerd wordt. Het aantal personages dat hun opwachting maakt, is relatief groot en om te laten zien hoe de Falck-familie in elkaar steekt, is voorin het boek een stamboom opgenomen. Dit is een nuttige toevoeging, want af en toe is het nuttig hier gebruik van te maken. In tegenstelling tot het voorgaande deel is ditmaal een stuk minder spannend. Vooral omdat het nu vooral draait om allerlei intriges, onderlinge conflicten en het beheer van het familiebedrijf SAGA.

Aan het eind van de plot komt de auteur nog met een verrassing voor de dag en lijkt hij eveneens door te laten schemeren wie in het vervolgdeel vooral in de schijnwerpers zal komen te staan. Heel stiekem kijk je dus alweer uit naar dat volgende boek. De erfenis van de familie Falck is daarvoor zonder meer een mooie en sterke opwarmer, ondanks dat het iets minder pakkend is dan diens voorganger.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Aslak Nore
Titel: De erfenis van de familie Falck

ISBN: 9789402714937
Pagina’s: 350

Eerste uitgave: 2024

Standplaats Damascus – David McCloskey

Flaptekst
CIA-officier Sam Joseph wordt naar Parijs gestuurd om de Syrische paleisambtenaar Mariam Haddad te rekruteren. De twee raken verzeild in een verboden relatie, die Haddads rekrutering een boost geeft en voor ongelooflijk veel gevaar zorgt als ze Damascus binnengaan om de man te vinden die verantwoordelijk is voor de verdwijning van een Amerikaanse spion.

De jacht op de moordenaar leidt al snel naar een spoor van spraak­makende moorden en de ontdekking van een duister geheim in het hart van het Syrische regime, waardoor het stel in het vizier komt van de alziende ogen van Assads spionnenvanger, Ali Hassan, en zijn broer Rustum, het hoofd van de gevreesde Republikeinse Garde.

Recensie
Na acht jaar als analist bij de CIA te hebben gewerkt, besloot David McCloskey het roer volledig om te gooien en voor een andere carrière te kiezen. De vele herinneringen die hij vervolgens had te verwerken, scheef hij op. Het document groeide uit tot een manuscript, vijf jaar later werd dit omgevormd tot een officieel boek en in 2021 verscheen Damascus Station, dat begin 2025 door Jan van den Berg en Marieke van Muijden in het Nederlands is vertaald en de titel Standplaats Damascus heeft meegekregen. Het debuut is geïnspireerd op waargebeurde feiten die in de eerste twee jaar van de Syrische opstand (2011-2013) plaatsvonden.

Samuel (Sam) Joseph is officier bij de CIA en krijgt de taak toebedeeld om Mariam Haddad, een Syrische paleismedewerkster die op dat moment in Parijs verblijft, te rekruteren. Ze beginnen een relatie die voor beiden riskant is en in Damascus, waar Sam de moordenaar van een CIA-collega moet wreken, voor veel gevaar kan zorgen. Tijdens zijn missie stuit hij op een geheim en krijgen zowel hij als Mariam te maken met de nietsontziende broers Ali en Roestoem Hassan, die allebei in nauw contact staan met president Bashir al-Assad.

De werkelijke omstandigheden in Syrië hebben inmiddels een lichte verandering ondergaan, maar het verhaal speelt zich nog wel af tegen een achtergrond van oorlog en onlusten. Vanzelfsprekend lopen deze conflicten als een rode draad door de plot heen, maar het draait in het boek vooral om de spionageactiviteiten van de CIA en het weerwoord van de Republikeinse Garde en het Veiligheidskantoor van het Presidentiële Paleis. Doordat de auteur ervaringsdeskundige is, is hij in grote lijnen op de hoogte van de ins en outs van met name de Amerikaanse inlichtingendienst. Zijn kennis van operaties en analyses is dan ook vakkundig in Standplaats Damascus verwerkt, waardoor alles erg waarheidsgetrouw en realistisch overkomt en de lezer tevens inzicht geeft in de werkwijze van geheime diensten.

Van de personages vanuit wier perspectief de vele gebeurtenissen worden verteld, zijn Sam Joseph en Mariam Haddad de belangrijkste, maar ook de twee Syrische broers krijgen voldoende aandacht. Over hun professionele werkzaamheden komt de lezer ruim voldoende te weten, maar de informatie omtrent hun persoonlijke omstandigheden blijft enigszins achter. Oppervlakkig zijn ze geen van allen, breedvoerig uitgediept evenmin. Hoe anders is dit voor hoofdstad Damascus, waar het grootste deel van de plot zich afspeelt. De beschrijving van pleinen, straten en andere locaties wordt zodanig beschreven dat je je er een prima voorstelling van kunt maken. De strekking van het inlichtingenwerk wordt eveneens tot in detail naar voren gebracht en daaruit valt af te leiden dat dit vakgebied helemaal niet zo spectaculair is als vaak wordt gedacht en gebracht.

Hoewel het verhaal verre van bloedstollend is, bevat het zonder meer een continue dreiging. De oorlogssituatie, de onberekenbaarheid en wreedheden van diverse Syrische personages, de voorbereidingen van verschillende acties en enkele persoonlijke relaties zijn daar voornamelijk debet aan. Toch zijn er wel degelijk momenten die spannend zijn, met name in de ontknoping, waarin ook nog eens een behoorlijk gewelddadige scène voorkomt. Beklemming is er echter voldoende, want het is geen kleinigheid om continu door de Moeghabarat (geheime politie en militaire inlichtingendienst) in de gaten gehouden te worden en dat overkomt zowel Sam als Mariam zo goed als voortdurend.

De werkelijke feiten waar het debuut van McCloskey op gebaseerd is, zorgen ervoor dat Standplaats Damascus bijzonder levensecht is en de geschetste verrichtingen door de CIA zijn stuk voor stuk intrigerend. De auteur houdt zich verre van James Bondachtige taferelen en dat komt de geloofwaardigheid van de overwegend fictieve spionagethriller meer dan ten goede.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: David McCloskey
Titel: Standplaats Damascus

ISBN: 9789402325621
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2025

Stervensuur – Andreas Gruber

Flaptekst
‘Als je er binnen 48 uur achter komt waarom ik deze vrouw heb ontvoerd, zal ze in leven blijven. Zo niet, dan sterft ze.’ Met dit bericht begint het perverse spel van een seriemoordenaar. Hij hongert zijn slachtoffers uit, verdrinkt ze in inkt of giet ze levend in beton.

Rechercheur Sabine Nemez uit München is wanhopig op zoek naar een verklaring, een motief. Pas als ze een Nederlandse collega binnenhaalt, de markante profiler Maarten S. Sneijder, ontdekken ze in elk geval één patroon: een oud kinderboek dient als wrede inspiratiebron voor de dader – en dat herbergt nog veel meer sinistere ideeën…

Recensie
Oostenrijker Andreas Gruber was nog maar vijf jaar oud toen hij al de behoefte voelde om verhalen te vertellen. Omdat hij toen nog niet kon schrijven, tekende hij ze in stripvorm. Rond zijn twintigste begon hij met korte verhalen, waarmee hij geen succes had bij uitgevers en literaire agentschappen. Zijn eerste publicatie was rond 1997, een sciencefictionverhaal. Hierna kreeg hij de smaak te pakken en begon hij, naar eigen zeggen, pas écht met schrijven en publiceren. In 2013 verscheen zijn thriller Todesfrist, dat (pas) tien jaar later onder de titel Stervensuur in het Nederlands werd uitgebracht.

In dit eerste deel van een serie maakt de lezer kennis met de terugkerende personages rechercheur Sabine Nemez uit München haar Rotterdamse collega Maarten S. Sneijder. Ze worden aan elkaar gekoppeld tijdens een onderzoek naar de moord op verschillende vrouwen. Het is al snel helder dat een seriemoordenaar actief is en dat hij rijmpjes uit een oud kinderprentenboek als inspiratiebron gebruikt als methode om de vrouwen om te brengen. Ofschoon het motief van de moorden hen niet duidelijk is, weten ze wel dat de slachtoffers nog maar maximaal achtenveertig uur na hun ontvoering te leven hebben.

De uitgebreide proloog liegt er niet om, want dit begin zorgt er al meteen voor dat de lezer het verhaal ingezogen wordt. Een bizarre scène die ieder voorstellingsvermogen te boven gaat, geeft het gevoel dat een van de slachtoffers van de moordenaar op dat moment moet hebben goed weer. Tevens rijzen enkele vragen op en ben je nieuwsgierig naar wat er gebeurd is en wat er allemaal nog gaat plaatsvinden. Hierna word je in de rest van de plot, die zich zowel in Duitsland als Oostenrijk afspeelt, getuige van diverse bizarre en lugubere taferelen en is de spanning alom aanwezig. Vanzelfsprekend heeft de auteur voldoende ‘rustmomenten’ ingebouwd, maar die hebben over het algemeen met de gebeurtenissen te maken.

Het verhaal wordt verteld vanuit een aantal perspectieven waardoor de lezer met een relatief groot aantal protagonisten te maken krijgt. Het belangrijkst zijn echter Sabine Nemez en Maarten S. Sneijder en over hen kom je dan ook het een en ander te weten. Hoewel laatstgenoemde een nogal bijzondere en alternatieve figuur is, ga je hem gaandeweg de plot steeds meer waarderen en uiteindelijk sluit je hem als het ware in je armen. Dat de auteur voor deze opzet gekozen heeft, is een goede zet, want hierdoor krijgt de lezer de vele ontwikkelingen door verscheidene ogen te zien, wordt alles dus vanuit meer standpunten belicht en ontstaat langzaamaan een steeds beter beeld van wat er zoal speelt.

Aanvankelijk lijkt het er nog niet op dat de verschillende verhaallijnen met elkaar te maken hebben – alhoewel de gemiddelde thrillerlezer dit uiteraard wel vermoedt – maar Gruber laat ze op een intelligente en mooie wijze naar elkaar toegroeien en ten slotte samenkomen. Voordat de even spectaculaire als zinderende ontknoping wordt bereikt, zijn de wendingen talrijk, maar toch niet zodanig dat je hierdoor achterover slaat of volledig verrast wordt. Ze passen gewoonweg in de lijn der verwachtingen, maar wel zodanig dat niets echt voorspelbaar is. Overigens is het de auteur niet gelukt om enkele standaard thrillerkenmerken en -clichés achterwege te laten. Een seriemoordenaar en politietop die hun medewerkers niet steunt zijn daar goede voorbeelden van.

Stervensuur dat vlot, toegankelijk en beeldend geschreven is, is over het geheel genomen een erg sterk, spannend en veelbelovend begin van de serie rond de politiemensen Nemez en Sneijder. Want hun samenwerking, zo blijkt glashelder aan het eind van het boek, zal niet bij een eenmalig gezamenlijk optreden blijven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Andreas Gruber
Titel: Stervensuur

ISBN: 9789044985214
Pagina’s: 450

Eerste uitgave: 2023

Een lang weekend – Laure van Rensburg

Flaptekst
Ellie is een bescheiden en zeer intelligente studente aan New York University. Steven is een knappe en gerespecteerde docent op een elitaire school in Manhattan. In zijn omgeving wordt met jaloezie naar de relatie met zijn jongere vriendin Ellie gekeken.

Wanneer het stel voor het eerst samen een weekend weg gaat, kunnen ze beiden niet wachten om elkaar beter te leren kennen. Maar als ze tijdens een sneeuwstorm vast komen te zitten in het afgelegen huis, slaat de sfeer om en wordt duidelijk dat zowel Ellie als Steven grote geheimen met zich meedraagt – en dat een van hen het weekend niet zal overleven…

Recensie
Zolang Laure van Rensburg zich het kan herinneren heeft met regelmaat geschreven, maar de ambitie om schrijfster te worden was er eigenlijk nooit. Het bloed kroop echter waar het gaan kon en rond 2018 besloot ze haar schrijfactiviteiten weer op te pakken in de hoop dat er iets van haar hand gepubliceerd zou worden. Dit lukte, want enkele van haar korte verhalen verschenen in verschillende tijdschriften en in 2024 werd haar debuut Een lang weekend, waarvoor ze haar inspiratie uit eigen ervaringen en die van andere vrouwen putte, uitgebracht.

De jonge universiteitsstudente Ellie onderhoudt een relatie met de veel oudere Steven, een docent op een school voor leerlingen uit de hogere kringen van Manhattan. Ze besluiten om, voor het eerst, samen een weekend weg te gaan zodat ze meer over elkaar te weten kunnen komen. Als ze ter plekke zijn, breekt er flinke sneeuwstorm los en zijn ze aan zichzelf overgeleverd. Ze kunnen zo goed als niet weg en telefonisch bereik hebben ze niet. Op de tweede dag blijkt dat beiden een geheim hebben te verbergen en hun gezamenlijke weekend dreigt te verzanden in een nachtmerrie waar een van hen niet ongeschonden uit zal komen.

De korte proloog geeft, vanuit het oogpunt van een politieman, een globale indruk van een gewelddadig voorval waarbij het er ogenschijnlijk nogal ruig aan toe moet zijn gegaan. Hierdoor wordt de lezer enigszins nieuwsgierig gemaakt, maar ook niet meer dan dat alleen. Dan maakt het verhaal een sprongetje naar het verleden, wat overigens niet aangegeven wordt, maar uit het verloop van de gebeurtenissen wel duidelijk wordt. Vanaf dat moment wordt de plot door de twee personages Ellie en Steven verteld en ieder van hen geeft een weergave van de omstandigheden zoals zij of hij het ziet. Je kunt dus al vrij snel op je klompen aanvoelen dat er een conflictsituatie gaat ontstaan, zeker als je de inleiding ook nog eens in gedachten houdt.

Het boek is, de proloog niet meegerekend, in drie dagen onderverdeeld – het lange weekend dus. Tijdens de eerste dag gebeurt er in feite bar weinig en kabbelt het verhaal gezapig voor. De volgende dag is anders dan de voorgaande, want de avond ervoor heeft zich iets voorgedaan waardoor de omstandigheden voor een van de twee drastisch anders is geworden. Doordat de lezer al kennis heeft van de inleiding en de korte beschrijving op de achterflap is dit eigenlijk niet heel erg verrassend. Pas op de laatste dag komen de eerste thrillerkenmerken om de hoek kijken en heeft het verhaal een paar spannende momenten, zij het minimaal. Voor het zover is, probeert de auteur door middel van enkele beoogde plotwendingen wel wat spanning te creëren, maar dit komt absoluut niet uit de verf.

Een van de belangrijkste reden voor deze mislukking is de schrijfstijl die Van Rensburg hanteert. Vanaf het begin is het taalgebruik bijzonder bloemrijk, hetgeen op zich geen probleem hoeft te zijn, maar ze draaft daarin echter danig door, met name tijdens de eerste twee dagen. Dit alles gaat ten koste van het tempo en de eventuele spanning. Pas in de eindfase laat de auteur zien dat ze ook op een andere manier kan schrijven, want de bombastische zinnen zijn dan volledig afwezig. Hierdoor is deze fase veel levendiger en kan de lezer zich aanmerkelijk beter in de personages en gebeurtenissen inleven. Nochtans is het leed dan al geschied, want wat in principe mooi had kunnen zijn, is dan al kapot geschreven.

Voor een groot deel is Een lang weekend behoorlijk voorspelbaar en tezamen met de diverse andere omissies is dit geen debuut dat erg veel indruk maakt. Het thema is goed gekozen, de boodschap die de auteur over wil brengen, is eveneens prima, maar de uitwerking van het geheel laat danig te wensen over.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Laure van Rensburg
Titel: Een lang weekend

ISBN: 9789044984927
Pagina’s: 350
Eerste uitgave: 2022

De verdwenen Jozef – Elizabeth George

Flaptekst
Deborah St. James bezocht het museum die druilerige dag niet alleen om voor de regen te schuilen, maar vooral om aan haar eigen neerslachtigheid te ontkomen.

Tot haar stomme verbazing blijkt ze binnen de kortste keren haar hart uit te storten bij een volslagen onbekende medebezoeker, de Anglicaanse pastoor Robin Sage, terwijl zij Leonardo da Vinci’s Sint-Anne te Drieen bewonderen en zich afvragen waarom Jozef op de schets ontbreekt.

Nog verbaasder is ze enige maanden later als de eerwaarde plotseling blijkt te zijn overleden ten gevolge van een ongelukkige vergiftiging. Maar al snel komen Deborah en haar man Simon tot de conclusie dat hier sprake van boos opzet moet zijn. Zij roepen de hulp in van hun oude vriend inspecteur Thomas Linley en gezamenlijk beginnen ze een speurtocht naar een onthutsende waarheid…

Recensie
Hoewel Elizabeth George een Amerikaanse auteur is, spelen haar thrillers zich voornamelijk af in Engeland. Alleen haar serie Young Adults heeft een andere setting, namelijk een eiland in de staat Washington. Ze debuteerde in 1988 met Tot de dood ons scheidt, het eerste deel van een reeks met inspecteur Thomas Lynley en brigadier Barbra Havers. Het zesde deel, De verdwenen Jozef, is in 1994 in een Nederlandse vertaling uitgebracht en door het thema dat hierin een rode draad is, is ze op dit boek het meest trots.

Om voor de regen te schuilen, maar vooral om een teleurstelling te verwerken, besluit Deborah St. James de Londense National Gallery te bezoeken. In een van de expositieruimtes ontmoet ze Robin Sage, een Anglicaanse pastoor uit het kleine plaatsje Winslough. Een paar maanden later willen zij en haar echtgenoot Simon hem bezoeken, maar hij blijkt als gevolg van een vergiftiging te zijn overleden. Beiden vermoeden dat hier opzet in het spel is, dus nemen ze contact op met hun vriend inspecteur Thomas Lynley. Na diens komst proberen ze de werkelijke reden van de dood van de pastoor te achterhalen en stuiten vervolgens op een schokkende uitkomst.

De eerste hoofdstukken wekken de indruk dat het tempo in De verdwenen Jozef niet al te hoog is en naarmate de plot vordert, blijkt dit geen misplaatst gevoel te zijn. Heel bedaard en misschien zelfs belegen, schrijden de gebeurtenissen zich voort zonder dat zich al te veel spectaculaire situaties voordoen. Het woord gezapig is in feite wel op zijn plaats. Pas tegen het eind komt de vaart er een klein beetje in en ontstaat er eveneens een lichte spanning, die tot dan toe zo goed als volledig ontbreekt. Het ontbreken van die spannende momenten komt vooral omdat de auteur uitgebreid aandacht besteedt aan de persoonlijke omstandigheden van diverse personages. De thriller- of mysteriemomenten zijn eigenlijk alleen zichtbaar als Lynley met zijn onderzoek bezig is, en die zijn verhoudingsgewijs erg spaarzaam.

Omdat George de diverse privéperikelen laat prevaleren, komt de lezer wel het een en ander te weten over de verschillende personages. Hij krijgt dan ook een goede en adequate indruk van hen. De enigen waarvoor dat minder geldt, zijn de terugkerende karakters. Hoewel er wel iets over hen verteld wordt, blijven ze qua verdieping wel achter ten opzichte van de rest. Desondanks hoeft het geen beletsel te zijn om dit boek afzonderlijk van de voorgaande delen uit de serie te lezen. Bij twee individuen kan overigens wel een kanttekening geplaatst worden, want de gedragingen van en gesprekken tussen een vijftienjarige jongen (Nick) en een nog net geen veertienjarig meisje (Maggie) komen verre van overeen met hun leeftijd. Daarmee gaat de auteur enigszins de mist in.

Waar George erg sterk in is, is het weergeven van de sfeer. De desolate ligging van Winslough, de barre weersomstandigheden die het westen van Engeland teisteren, de aristocratie, de problemen waarmee de personages te kampen hebben, ze komen allemaal realistisch over. Niettemin draaft de auteur in haar uitvoerige en bij tijd en wijle bijzonder gedetailleerde beschrijven regelmatig door. Ze haalt dan allerlei dingen aan die helemaal niet ter zake doen en het toch al niet in snelheid uitblinkende verhaal nog meer vertragen.

Moederschap is een van de thema’s in De verdwenen Jozef en loopt als een rode draad door het verhaal heen, zowel op persoonlijk als onwettig vlak, maar in sommige gevallen veel te nadrukkelijk en daardoor worden die op den duur ietwat vervelend. Over het geheel genomen is dit Lynley-mysterie, zeker als je hem vergelijkt met de voorgaande delen, een tegenvaller. Wat overigens niet wil zeggen dat dit een heel slecht boek is, want daar is ook weer geen sprake van.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Elizabeth George
Titel: De verdwenen Jozef

ISBN: 9789022987230
Pagina’s: 506

Eerste uitgave: 1994

Pluk een roos – M.J. Arlidge

Flaptekst
Een jonge vrouw wordt wakker in een koude, donkere kelder. Ze heeft geen idee hoe ze daar terecht is gekomen, of door wie ze is ontvoerd. En dat is pas het begin van haar nachtmerrie.

In de buurt wordt het lichaam van een andere jonge vrouw gevonden. Ze is nooit opgegeven als vermist, en haar familie heeft zelfs gewoon sms’jes van haar ontvangen. Iemand heeft zich de afgelopen tijd voor haar uitgegeven. Inspecteur Helen Grace weet dat ze de dader zo snel mogelijk moet vinden. Die is niet alleen gestoord, maar ook slim en vindingrijk. Maar zodra Helen probeert uit te vinden wat de motivatie van de moordenaar is, start een bijna onmogelijke race tegen de klok…

Recensie
Realityprogramma’s waarin mensen beoordeeld kunnen worden (Big Brother, Survivor, etc.) waren voor M.J. Arlidge de inspiratiebron voor zijn in 2015 verschenen thrillerdebuut Iene miene mutte. In dit eerste deel van een serie maakt de Southamptonse rechercheur Helen Grace haar opwachting en groeide vervolgens uit tot een succesvol en geliefd personage. De derde editie van de reeks is het in 2016 uitgebrachte Pluk een roos en het idee voor dit boek ontstond tijdens een gezinsvakantie van de auteur.

Na een wild avondje uit wordt de jonge Ruby Sprackling wakker op een vreemd bed in een voor haar onbekende ruimte. Hoe ze daar terecht is gekomen, weet ze niet en evenmin wie, zoals al snel blijkt, haar ontvoerder is. Als op een druk bezocht strand het lichaam van een andere jonge vrouw wordt aangetroffen, wordt het team van Helen Grace erbij geroepen. Onderzoek wijst uit dat beide zaken met elkaar te maken hebben, maar wat het verband is, is een raadsel. De rechercheurs zetten in ieder geval alles op alles om een nieuwe moord te voorkomen.

Kenmerkend voor de boeken van Arlidge zijn de korte hoofdstukken en in dit derde deel van de serie met Helen Grace is dat niet anders. Hierdoor snelt het verhaal in razend tempo voort en heeft de lezer het gevoel dat er voortdurend ontzettend veel gebeurt, terwijl dat in feite niet eens zo hoeft te zijn. Natuurlijk doet zich in dit geval wel degelijk het nodige voor, maar het draait in het boek vooral om het politieonderzoek en het opsporen van de moordenaar. Daarnaast, en dat is een andere verhaallijn, eist de vertroebelde verhouding tussen Grace en haar directe chef Ceri Harwood ook de nodige aandacht op. In bepaald opzicht leveren deze perikelen zelfs wat meer spanning op dan de gebeurtenissen en nasleep rond de verdwijning van Ruby en de vondst van het lichaam.

Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven, waaronder die van enkele nieuwe leden van het rechercheteam. Over deze nieuwelingen wordt globaal wat extra informatie gegeven, zodat de lezer weet met wie hij te maken heeft. De oude bekenden zijn zoals je ze inmiddels kent en hebben, zonder dat je echt veel meer over hen te weten komt, hun waarde en doen, loyaal als ze aan Helen Grace zijn, wat ze moeten en willen doen. Omdat de auteur ook Ruby een stem heeft gegeven, krijg je mee hoe zij zich in gevangenschap voelt, wat ze doormaakt en wat deze vrijheidsberoving met haar doet. Een goede keuze van Arlidge om aandacht aan haar en haar omstandigheden te besteden, want daardoor is meer dan alleen maar een ontvoerd meisje dat door de politie gevonden moet worden.

De schrijfstijl van de auteur is ongecompliceerd, vlot en beeldend. Hieraan is overduidelijk te merken dat hij ervaring heeft met het schrijven van scenario’s, want het verhaal is min of meer op die wijze opgebouwd. Het boek leest daarom heel erg prettig. Toch kan de lezer zich niet aan de indruk onttrekken dat hij het meeste al een keer voorbij heeft zien komen. Ontvoering van een jonge vrouw, de vondst van het lichaam van een ongeveer even oude vrouw, een speurtocht die aanvankelijk niet wil vlotten. Deze, maar eveneens diverse andere standaard thrillerelementen, zijn nogal clichématig. Arlidge komt er echter wel mee weg, want het verhaal is beslist niet vervelend.

Pluk een roos – de keuze voor deze Nederlandstalige titel is in relatie tot het verhaal volstrekt onbegrijpelijk – is al met al een aangename thriller, waarin gruwelijkheden die in de voorgaande twee delen nog wel voorkwamen niet aanwezig zijn. Hierdoor is de spanning eveneens een flink stuk minder zichtbaar. Desondanks is dit derde deel wel degelijk de moeite waard en kijk je heel stiekem alweer uit naar een vervolg.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: M.J. Arlidge
Titel: Pluk een roos

ISBN: 9789022581414
Pagina’s: 398

Eerste uitgave: 2016

Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht – Mark Haddon

Flaptekst
Christopher, de detective in deze ongewone detectiveroman, is een vijftienjarige jongen met een vorm van autisme. Hij weet veel van wiskunde en weinig van mensen. Hij houdt van lijstjes, patronen en de waarheid. Hij houdt niet van de kleuren geel en bruin. Hij is in zijn eentje nooit verder geweest dan het einde van de straat, maar wanneer de hond van de buurvrouw vermoord blijkt te zijn, begint hij aan een reis die zijn hele wereld op z’n kop zet.

Recensie
De Britse auteur Mark Haddon heeft vooral veel kinderboeken geschreven, maar hij werd wereldwijd bekend door Het wonderbaarlijke voorval van de hond in de nacht (2003), zijn eerste roman voor zowel volwassenen als jongeren. Voor dit boek heeft hij in datzelfde jaar de Whitbread Book of the Year Award heeft gewonnen.

Christopher Boone is een vijftienjarige jongen met een vorm van autisme. Hij is erg goed in wiskunde, wil hiervoor het vwo-examen Wiskunde-B1 doen. Aan de andere kant moet hij niets van grote mensenmassa’s hebben, wil niet dat iemand hem aanraakt en houdt niet van de kleuren geel en bruin. Hij moet ook helemaal niets hebben van een ongeregeld leventje. Zijn leefwereld wordt echter op z’n kop gezet als hij ontdekt dat Wellington, de hond van een buurvrouw, vermoord is.

Het eerste dat opvalt als je het boek openslaat, is de bijzondere en afwijkende nummering van de hoofdstukken. Je vraagt je af waarom dat is gedaan, maar uiteindelijk wordt dit wat verderop in de plot uitgelegd en dan weet je dat dit eigenlijk wel een leuke en originele vondst is en ook nog eens een die prima past bij protagonist Christopher Boone. De lezer leert deze vijftienjarige jongen erg goed kennen, want het verhaal wordt volledig vanuit zijn perspectief verteld. De roman, die eveneens heel goed kan doorgaan voor een jeugdboek (dit is een bewuste keuze van de auteur), begint er al meteen mee dat hij de poedel van de buurvrouw vindt. Dit zorgt ervoor dat er een klein beetje spanning ontstaat, want net als Christopher wil je zelf ook wel weten wie het hondje heeft omgebracht, al heb je op een bepaald moment in de plot wel een vermoeden, zonder dat daar overigens aanwijzingen voor zijn.

Behalve dat de vijftienjarige vertelt over het voorval met de hond, is er in feite nog een andere verhaallijn. Hierin komen voornamelijk de persoonlijke dingen van hem naar voren, wat hem allemaal bezighoudt, hoe hij denkt en doet, en waar hij wel en niet van houdt. De lezer neemt als het ware een kijkje in zijn hoofd en uit alles blijkt dat hij anders denkt en doet dan het merendeel van de mensen. Het is dus overduidelijk dat hij een vorm van autisme heeft. Iemand die hier kennis van heeft of bekend mee is, herkent veel van Christophers gedrag en diens doen en laten. Dat wiskunde een belangrijke plaats in zijn leven inneemt, keert regelmatig terug in de plot. Zo nu en dan wordt dit begeleid met een aantal wiskundige formules die voor een leek volstrekt onbegrijpelijk zijn en veelal als taai en saai zullen overkomen.

De schrijfstijl van Haddon is eenvoudig en geheel in lijn van de gedachtegangen van de jongen. Hierdoor kan de lezer zich volledig in zijn belevingswereld verplaatsten en komt het op geen enkel moment geforceerd of kinderlijk over. Zo nu en dan is wat er gebeurt grappig, waaruit op te maken valt dat de auteur een humoristische ondertoon niet schuwt, ondanks dat wat Christopher overkomt en ondervindt serieus en soms aandoenlijk is. In ieder geval weet hij de lezer wel voor zich in te nemen en heb je regelmatig met hem te doen, onder andere als het erop lijkt dat zijn vader en moeder hem niet altijd begrijpen of goed met hem om lijken te gaan.

Al met al is Het wonderbaarlijke voorval van de hond in de nacht een zowel onderhoudende als aandoenlijke en soms aangrijpende roman, waarin de lezer op een ongecompliceerde wijze deelgenoot wordt van het reilen en zeilen van een jongen met een vorm van autisme.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Mark Haddon
Titel:Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht

ISBN: 9789025417789
Pagina’s: 286

Eerste uitgave: 2003

Suikerdood – Unni Lindell

Flaptekst
Zestien jaar geleden is er onder verdachte omstandigheden een baby gestorven. Het hoofd van de landelijke recherche heeft vrienden die hij niet moet hebben. Een psychopaat die een perfect dubbelleven leidt, heeft een netwerk met vertakkingen tot ver in politieke kringen. En Kari Helene Bieler herinnert zich plotseling wat er destijds gebeurd is. Dat vormt de aanzet tot een verbijsterende thriller vol gruwelijkheden, waarbij rechercheur Marian Dahles samenwerking met hoofdinspecteur Cato Isaksen en de rest van het politiekorps zwaar op de proef wordt gesteld.

Recensie
Voordat Unni Lindell met het schrijven van thrillers begon, had ze al een aantal kinder- en kookboeken op haar naam staan. Ze ging over naar het spannende genre omdat je het onder andere kunt hebben over mensen die buiten de maatschappij staan, maar ook dat die verhalen zowel literair kunnen zijn en tegelijkertijd spanning bevatten en snel zijn. In 1996 introduceerde ze in Het dertiende sterrenbeeld de Oslose inspecteur Cato Isaksen en inmiddels zijn er tien delen van de serie verschenen, waarvan het in 2010 uitgebrachte Suikerdood het achtste is.

Een jonge vrouw herinnert zich plotseling hoe zestien jaar eerder haar pasgeboren broertje om het leven is gekomen. Ze neemt hierover contact op met Martin Egge, het hoofd van de landelijke recherche. Ze speken af, maar voordat hun ontmoeting plaats kan vinden, wordt Egge door een auto aangereden. De politie doet onderzoek en dan blijkt dat het slachtoffer vrienden heeft die hij beter niet kon hebben. Rechercheur Marian Dahle, een protegé van Egge, is ontdaan door wat hem overkomen is en doet er, tot ongenoegen van Isaksen, alles aan om erachter te komen wie voor die daad verantwoordelijk is.

Ondanks dat Suikerdood al het achtste deel van de serie met Caro Isaksen is, is het boek prima afzonderlijk van de andere te lezen. Goed, er zijn enkele verwijzingen naar wat zich eerder heeft voorgedaan en van de terugkerende personages wordt niet uitbundig veel verteld, maar dit hoeft op zich geen enkel beletsel te zijn om niet aan dit boek te gaan beginnen. In de eerste hoofdstukken worden verschillende van hen geïntroduceerd, dus krijg je al in een vroeg stadium een globaal beeld van de diverse personen die van belang zijn. Toch vinden er ook meteen al diverse situaties plaats die van belang zijn voor het verdere verloop van de gebeurtenissen en het onderzoek van de politie. Hierdoor is die aanvangsfase niet alleen maar een opsomming van diverse wetenswaardigheden.

Het verhaal kabbelt in een rustig tempo voort, maar er zijn zonder meer voldoende ontwikkelingen te bespeuren, waaronder een aantal onverwachte. Deze houden de lezer bij de les houden waardoor hij zich geen moment hoeft te vervelen. Bijzonder spannend is het in een groot deel van de plot niet, maar er wel degelijk een geladenheid die ervoor zorgt dat je te weten wilt komen wat er verder gebeurt. Aan het eind van het boek gaat de snelheid zienderogen omhoog, doen zich onverwachte situaties voor en neemt de spanning zienderogen toe. Ogenschijnlijk zijn er een paar verhaallijnen, maar ze hebben alle met elkaar te maken. Ze komen in de loop van de plot dan ook keurig samen, waarna tot slot nog eens alle puntjes op de i worden gezet, zodat niemand met onbeantwoorde vragen achterblijft.

In tegenstelling tot de meeste voorgaande delen van de serie is de rol van Isaksen een stuk beperkter. De hoofdrol is deze keer weggelegd voor rechercheur Marian Dahle, een collega van de inspecteur en een tijdje geleden aan zijn team toegevoegd. De lezer leert haar kennen als iemand die haar eigen gang wil gaan en bijzondere capaciteiten heeft, die overigens niet altijd op waarde worden ingeschat. In ieder geval is ze een personage, die in de loop van het verhaal steeds meer sympathie kweekt, om in de gaten te houden, zoveel wordt wel duidelijk.

De schrijfstijl van Lindell is over het algemeen zeer toegankelijk en beeldend, waarbij de kleinste details niet overgeslagen worden. Hierdoor komt het boek erg filmisch over en zie je de vele omstandigheden zo voor je. Al met al is Suikerdood een thriller die wel degelijk weet te boeien en heel stiekem alweer nieuwsgierig maakt naar een vervolg.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Unni Lindell
Titel: Suikerdood

ISBN: 9789021438870
Pagina’s: 344

Eerste uitgave: 2010

De hel van Bangkok – Johan van Laarhoven, Tijn Elferink & Robbert Blokland

Flaptekst
In juli 2014 wordt Johan van Laarhoven wereldnieuws als de Thaise politie zijn villa in Pattaya binnenvalt, waar hij met zijn vrouw en kinderen woont. Van Laarhoven hoopt in Thailand rustig van zijn pensioen te genieten, na het verkopen van zijn vier coffeeshops in Tilburg en Den Bosch. Van Laarhoven krijgt een celstraf opgelegd van honderddrie jaar, zijn vrouw krijgt achttien jaar. Ze worden onder meer veroordeeld voor witwassen, omdat ze in Thailand geld hebben uitgegeven dat Van Laarhoven in Nederland verdiende met de gedoogde verkoop van cannabis. Van Laarhoven wordt opgesloten in Klong Prem, een van de beruchtste gevangenisen van Azië.

Maar zijn zaak – en de dubieuze rol van het Openbaar Ministerie hierin – trekt de aandacht van de media. De Nationale Ombudsman komt met een vernietigend rapport over het handelen van politie, het OM en het ministerie
van Justitie en Veiligheid. Onder druk van de Tweede Kamer reist de toenmalig minister van Justitie en Veiligheid naar Thailand voor een gesprek met de Thaise premier. Kort daarna komt er eindelijk een einde aan de onschuldige gevangenschap van Van Laarhoven.

Nu vertelt hij voor het eerst het verhaal over de mensonterende omstandigheden in de hel van Bangkok. En over zijn strijd met justitie – een strijd die hem zijn gezin kostte.

Recensie
Op 23 juli 2014 werd de Brabander Johan van Laarhoven zonder daar zelf maar iets voor te hoeven doen wereldnieuws. De voormalige coffeeshopeigenaar en oprichter van het coffeeshopketen The Grass Company werd toen samen met zijn vrouw Tukta in zijn villa in Thailand, waar hij sinds 2008 woont, gearresteerd op verdenking van witwassen en drugs- en vrouwenhandel. Hoewel hij geheel onschuldig is, wordt hij door een Thaise rechtbank veroordeeld tot honderddrie jaar gevangenisstraf en komt daardoor terecht in Klong Prem, een van de beruchtste gevangenissen van het land en van heel Azië. In De hel van Bangkok, begin januari 2025 uitgebracht en door Tijn Elferink en Robbert Blokland opgetekend, doet hij uit de doeken hoe hij de verschrikkelijke en mensonwaardige omstandigheden in gevangenschap heeft doorstaan.

Voordat de auteurs tot de essentie van Van Laarhovens uitgebreide verhaal komen, geven ze in een korte proloog eerst wat summiere informatie over hoe hij als vijftienjarige jongen was en wat de Amerikaanse band The Doors voor hem destijds heeft betekend. Dit is onder andere bedoeld om de lezer te laten weten hoe hij toen in elkaar stak en wat zijn ambities waren. Gedurende het relaas wordt zo nu en dan iets meer over de Brabander verteld, waaronder diens ondernemingsgeest en het opzetten van het lucratieve coffeeshopketen. Uit alles blijkt dat hij dit altijd op een eerlijke, doorzichtige en legale manier heeft willen doen en ook gedaan heeft. Er was echter één discrepantie: de ondoorzichtige en tegenstrijdige Nederlandse wetgeving rondom het verhandelen en inkopen van cannabis. Het gat in de regelgeving is voor de oud-ondernemer uiteindelijk zijn noodlot geworden.

Het verhaal dat Van Laarhoven met dit boek wil vertellen, is niet alleen bedoeld om te laten zien welke ontberingen hij in Thaise gevangenschap heeft moeten ondergaan, maar eveneens om aan te tonen dat de overheid, met name het Openbaar Ministerie en enkele politiefunctionarissen, moedwillig hebben gelogen en bedrogen. Met onderbouwde voorbeelden laten de auteurs zien dat Johan altijd in zijn recht heeft gestaan, zijn cannabisimperium voortdurend eerlijk en doorzichtig heeft bestierd en daarmee nooit een misstap heeft begaan. Het onrecht dat hem en Tukta is aangedaan, kan door de lezer worden gevoeld, mede aangewakkerd door de oprechte en openhartige wijze waarop alles wordt verteld.

De omstandigheden in Klong Prem, maar ook die in Remand (het huis van bewaring waar het echtpaar tot hun rechtszaak opgesloten zit) worden uitstekend in beeld gebracht en de verschrikkelijke, erbarmelijke en mensonwaardige situatie in deze gevangenissen kun je als het ware op je netvlies zien. Ondanks de uitzichtloze stand van zaken en onzekerheden blijft Johan de moed er vaak inhouden, hoewel hij er ook eerlijk voor uitkomt dat hij de hoop weleens verliest en sombere gedachten heeft. Volkomen begrijpelijk, want het is niet niets wat hij en Tukta moeten trotseren. Regelmatig schiet het door je hoofd wat je zelf in vergelijkbare omstandigheden zou doen.

Elferink en Blokland hebben de persoonlijke ervaringen van Johan van Laarhoven op een heldere, invoelende, begrijpelijke, respectvolle en soms aangrijpende manier verwoord. Het drietal blijft bij de feiten en waar nodig worden namen genoemd. De bijzonder dubieuze rol die sommigen in deze trieste affaire hebben gespeeld, komt goed naar voren. Hierdoor kun je sterk gaan twijfelen of het Nederlandse rechtsstelsel wel zo goed en vertrouwenwekkend is als het lijkt. Misleiding, oneerlijkheid en corruptie hebben er in ieder geval voor gezorgd dat Van Laarhoven zijn vertrouwen in de rechtsstaat volledig is kwijtgeraakt, hetgeen op basis van zijn verhaal volstrekt plausibel is. De hel van Bangkok kan derhalve gezien worden als een eyeopener, maar ook als waarschuwing.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Johan van Laarhoven, Tijn Elferink & Robbert Blokland
Titel: De hel van Bangkok

ISBN: 9789400512979
Pagina’s: 296

Eerste uitgave: 2025

Waar is het fout gegaan – Lionel Shriver

Flaptekst
Vlak voor zijn zestiende verjaardag schiet Kevin Khatchadourian in koelen bloede zeven klasgenoten, een lerares en een kantinemedewerker dood. Zijn motief: geen. Spijt of berouw van zijn daden heeft hij niet. Omdat hij minderjarig is, is zijn straf mild.

Zijn moeder Eva is verbijsterd door de slachtpartij en vraagt zich constant af: waar is het fout gegaan? Ligt de fout bij haar manier van opvoeden of is Kevin zelf door en door slecht? In totale afzondering kijkt ze terug op haar verleden en dat van Kevin.

Recensie
Bestsellerauteur Lionel Shriver debuteerde in 1987 met The female of the species en heeft inmiddels een aanzienlijk aantal romans geschreven waardoor haar palmares behoorlijk is. Haar grote doorbraak beleefde ze met het controversiële Waar is het fout gegaan (ook uitgebracht onder de titel We moeten het even over Kevin hebben) dat oorspronkelijk in 2003 werd uitgebracht en drie jaar later in het Nederlands is vertaald. Voor dit boek ontving ze in 2005 de Orange Prize for fiction, een jaarlijkse literatuurprijs voor een Engelstalige roman geschreven door een vrouw.

De bijna zestienjarige Kevin Khatchadourian schiet op een dag in april zeven klasgenoten, een lerares en een medewerker van de kantine van zijn school dood. Een specifieke reden voor zijn daad heeft hij niet en spijt evenmin. Vanwege zijn minderjarige leeftijd komt hij er relatief genadig van af. Zijn moeder Eva is uiteraard geschokt en vraagt zich af wat ze in de opvoeding van haar zoon verkeerd heeft gedaan. Komt het misschien omdat hij van nature een slecht karakter heeft of ligt het aan zijn vader, die hem altijd de hand boven het hoofd heeft gehouden?

Het verhaal wordt volledig verteld vanuit het perspectief van Eva Khatchadourian, de moeder van Kevin. Ze richt zich in briefvorm tot haar echtgenoot Franklin, van wie ze, zo vermoed je al meteen, gescheiden leeft. Hoewel je niet weet of dit zo is, of wat er eventueel gebeurd is, aanvaard je dit als een vaststaand feit, terwijl de situatie natuurlijk ook heel anders kan zijn. Het is opvallend dat de correspondentie eenzijdig is, maar dit hoeft per definitie niet vreemd te zijn, want Eva kan de bedoeling hebben om wat ze kwijt wil van zich af te schrijven. En, zo blijkt in de loop van de plot steeds meer, in zekere zin is dit ook zo.

Door wat Eva allemaal opschrijft, komt de lezer behoorlijk wat over haar en haar gezin te weten. Niet alleen van het heden, maar ook erg veel uit het verleden. Je leert haar, Franklin en hun kinderen erg goed kennen en kunt eigenlijk wel zeggen hoe ze in elkaar steken, hoe hun karakter is, wat hun sterke en minder sterke kanten zijn. De auteur geeft hen een gezicht en daarom voelen ze absoluut niet aan als personages uit een roman. Eva’s eigenlijke doel van de correspondentie lijkt voornamelijk bedoeld te zijn om haar verhaal en frustraties kwijt te kunnen. Na Kevins geboorte is het leven van Eva en Franklin volledig anders geworden, vooral omdat de problemen met hem, en geleidelijk aan ook tussen henzelf, groeiden. Natuurlijk realiseer je je dat alles wat verteld wordt alleen de waarheid van Eva is, maar wat ze zegt komt buitengewoon geloofwaardig over.

Aanvankelijk is het wel even doorbijten, want tot relatief ver in de plot is de schrijfstijl nogal steriel en daardoor onpersoonlijk. Dit verandert uiteindelijk te goede, want op een gegeven moment begint het verhaal te leven en krijg je als lezer veel meer binding met de belangrijkste personages. Tegelijkertijd neemt het tempo, dat tot dan niet al te hoog was, aanmerkelijk toe en leest de roman een stuk vlotter. Gebeurtenis na gebeurtenis volgen elkaar vlug en vloeiend op en in de ontknoping komt een en ander tot een angstwekkende en enigszins spannende apotheose, waarvan je op zich wel wist dat iets dergelijks eraan zat te komen. Het eind bevat daarnaast ook nog iets moois en onverwachts en voor de lezer voelt dit wel als een verrassing aan.

De worsteling waar een moeder mee zit nadat haar zoon een verschrikkelijke daad heeft verricht, komen goed tot uiting, maar ook de houding van de vader tijdens het hele opvoedingsproces wordt prima uitgelicht. Waar is het fout gegaan/Laten we het even over Kevin hebben is, ondanks de stroeve aanloop, van begin tot eind boeiend en op enkele momenten moeilijk, en af en toe zelfs indrukwekkend.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Lionel Shriver
Titel: Waar is het fout gegaan

ISBN: 9789022991909
Pagina’s: 398

Eerste uitgave: 2006