VerpleegThuis – Teun Toebes

Flaptekst
Op 21-jarige leeftijd maakte Teun Toebes de gedurfde keuze om in een verpleeghuis te gaan wonen, om zich in te zetten voor de zorg en een samenleving waarin mensen met dementie geprikkeld blijven in hun dagelijks leven. In VerpleegThuis beschrijft hij op ontwapenende wijze het leven op de gesloten afdeling en de ontroerende gesprekken die uitmonden in vriendschappen. Mensen met dementie onderwerpen we aan uitsluiting, identiteitsverlies en dominantie van bestaande patronen, maar het leven in het verpleeghuis is een volwaardig onderdeel van de samenleving, waar Teun juist de kern van het bestaan ervaart. VerpleegThuis is een combinatie van vrolijkheid, verbeelding en oprecht activisme – recht uit het hart.

Recensie
Het was een bijzondere, gedurfde en zonder meer dappere stap die Teun Toebes, nog maar eenentwintig jaar oud, maakte door te besluiten een jaar lang op een gesloten afdeling van een verpleeghuis te gaan wonen. Want wie van zijn leeftijd doet hem dit na, sterker nog, wie doet hem dit sowieso na? De toenmalige student zorgethiek zette zich al langer in voor mensen met dementie en wilde nu zelf ervaren hoe de zorg voor deze gestaag groeiende groep verbeterd kan worden, maar ook om aan te tonen dat het heersende beeld over dementie aangepast moet worden. In zijn in 2021 verschenen boek VerpleegThuis vertelt hij over zijn ervaringen in de instelling en beschrijft hij tevens hoe de zorg veranderd kan worden waardoor het leven voor hen die met dementie moeten leven een stuk menselijker en aangenamer wordt.

‘Praat je met Teun, dan gaat het zeker over dementie.’ Met deze eerste zin – op het korte voorwoord en enkele feiten over de hersenaandoening na – begint Toebes zijn verhaal, waarvan hij overigens zegt dat het niet dé waarheid, maar zijn waarheid is. Die tien woorden zijn echter wel kenmerkend voor de persoon die hij is, want uit het boek blijkt overduidelijk dat hij zich het lot van mensen met dementie erg aantrekt, met de manier waarop er op dit moment met hen wordt omgegaan, met de starre regels waar de zorgverleners zich aan moeten houden en de onvrijheden waar zo goed als iedereen met dementie mee te maken heeft, zeker als ze op een gesloten afdeling verblijven. De auteur ziet deze pijnpunten, brengt ze haarfijn naar voren en komt ook met voorstellen hoe deze zorg veel menselijker gemaakt kan worden.

Tijdens zijn verblijf in het verpleeghuis had Toebes uiteraard veel contact met zijn huisgenoten, zoals hij zijn medebewoners consequent noemt. Met ieder van hen gaat hij bijzonder liefdevol en menselijk om. Veel gesprekken en situaties zijn daardoor ontroerend, hoewel enkele ook wel enigszins stuitend en confronterend zijn. Soms is de auteur erg openhartig en stelt hij zich kwetsbaar op, want op een bepaald moment bekent hij heel eerlijk dat hij zijn verblijf en de omstandigheden niet meer ziet zitten, maar met behulp van een vriend weet hij zich te herpakken. Dit is niet de enige emotionele situatie, er zijn er veel meer en die slaan voor een groot deel over op de lezer. Want hoe schrijnend sommige omstandigheden kunnen zijn, komt erg goed over.

Natuurlijk is het niet alleen een en al treurnis, want met zijn huisgenoten heeft Toebes ook veel fijne en mooie uren. Hieruit valt heel duidelijk op te maken dat hij iedereen – volkomen terecht – als gelijke ziet en ook zo met hen omgaat. Zijn liefde voor de mensen, hij lijkt echt een mensenmens te zijn, komt goed tot uiting. Aan het eind van het boek, wanneer de auteur met enkele conclusies komt, lijkt dit nog eens extra benadrukt te worden. In deze gevolgtrekkingen zet hij opnieuw de mens centraal. Want of je nu dementie hebt of niet, je bent en blijft iemand van vlees en bloed en dat lijkt in de huidige maatschappij nog weleens over het hoofd gezien te worden.

Een mooie aanvulling op het verhaal is het vriendenboek aan het eind. Van enkele huisgenoten geeft Toebes namelijk een inkijkje in hun leven. Diverse foto’s maken dit compleet en beide zorgen ervoor dat de lezer hierdoor een globale indruk krijgt van zijn verblijf in het verpleeghuis en zijn omgang met diens huisgenoten. VerpleegThuis is al met al een vlot en helder geschreven relaas over het leven van mensen met dementie, de hindernissen waar tegen aangelopen wordt en hoe er vaak tegen hen aangekeken wordt. Dit boek zou in feite verplichte leeskost moeten zijn voor iedereen in deze samenleving.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Teun Toebes
Titel: VerpleegThuis

ISBN: 9789029544399
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2021

Op een dag zal ik schrijven over Afrika – Binyavanga Wainaina

Flaptekst
De dromerige Binyavanga Wainaina groeit op in de Keniaanse middenklasse, een chaos van luide en kleurrijke geluiden: de föhns in zijn moeders schoonheidssalon, fietsbellen, monteurs in Nairobi, de muziek van Michael Jackson en op de achtergrond altijd het aanstekelijke gelach van zijn broer en zus. Hij hoort erbij, maar zoekt naar zijn eigen identiteit. Boeken vormen zijn toevluchtsoord. Terwijl Wainaina een intieme inkijk geeft in zijn leven en groeipijnen, verandert de politieke situatie in zijn land drastisch en daarmee zijn kijk op alles wat hij tot dan toe vanzelfsprekend vond. Wainaina’s blik is kritisch zonder ooit aan warmte en humor in te boeten.

Recensie
Als kind was de Kenyaanse auteur Binyavanga Wainaina (overleden op 21 mei 2019) een dromerige jongen die het liefst ieder uur van de dag met zijn neus in de boeken zat. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij uiteindelijk een carrière als journalist en auteur had. Nadat hij in 2002 de Caine Prize voor zijn korte verhaal Discovering home won, richtte hij het literaire tijdschrift Kwani? op, waarin jonge Afrikaanse auteurs konden debuteren. In 2011 werd zijn internationaal veelgeprezen literaire autobiografie Op een dag zal ik schrijven over Afrika uitgebracht.

Wainaina begint zijn memoires op het moment dat hij zeven jaar oud is. Vervolgens vertelt hij stapsgewijs – soms bestrijken deze stappen een korte periode, maar er zit tevens weleens een paar jaar tussen – hoe niet alleen zijn leven is verlopen, maar heel globaal ook dat van zijn familie. Toch is het niet alleen een verhaal over zichzelf en zijn naasten, want zijn herinneringen gaan verder. De auteur vertelt eveneens over een aantal landen in Afrika en de veranderingen die zich in die landen voordoen. Zuid-Afrika bijvoorbeeld, waar hij lange tijd verbleef, en waar men moest leren omgaan met het beëindigen van de apartheid. Zijn thuisland Kenya komt vanzelfsprekend ook in zijn opgeschreven herinneringen voor. Hoe de omstreden presidenten Kenyatta en Moi het land naar hun hand zetten, en hoe het na de verkiezingen van 2007 drastisch uit de hand liep.

De memoires geven eveneens inzicht in de onderlinge rivaliteit tussen de diverse Kenyaanse stammen en in de gebruiken en gewoonten van het land. Wat overduidelijk uit het verhaal naar voren komt, is dat Wainaina in dit alles een plek moet zien te vinden, hoe hij zich moet zien te redden in een wereld die eigenlijk niet de zijne is. Dit verklaart ook enigszins het dromerige uit zijn jeugd, en misschien zelfs tijdens zijn volwassenheid. Wellicht dat die vroegere periode al een aanwijzing was dat Wainaina schrijver wilde worden, maar op latere leeftijd was hij hier honderd procent zeker van. In het boek vertelt hij welke stappen hij ondernomen heeft en welke hindernissen hij ondervonden heeft om zijn uiteindelijke doel te bereiken.

Qua schrijfstijl is het nogal wisselend, de ene keer levendig, de andere keer droog en statisch. Zo nu en dan gebruikt de auteur mooie vergelijkingen of een onomatopee (klanknabootsing) om iets duidelijk te maken. Daarnaast wisselt hij regelmatig korte staccato zinnen af met langere, waaruit het literaire aspect van zijn memoires blijkt. Hieruit valt enigszins op te maken dat Wainaina zonder meer over schrijverstalent beschikt, maar tevens dat hij min of meer nog zoekende is. In ieder geval is Op een dag zal ik schrijven over Afrika een behoorlijk debuut van een auteur die zich daarin zowel sterk als kwetsbaar opstelt.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Binyavanga Wainaina
Titel: Op een dag zal ik schrijven over Afrika

ISBN: 9789044525304
Pagina’s: 380

Eerste uitgave: 2011

Het hart van alle dingen – Elizabeth Gilbert

Flaptekst
Alma wordt geboren in een bekende familie van botanisten en groeit op tot een onafhankelijk meisje met een grote honger naar kennis. Het duurt dan ook niet lang voor zij haar eigen onderzoeksproject start. Maar terwijl haar studie haar meetrekt in de mysteries van de evolutie, wijst de man van wie ze houdt haar een tegengestelde richting.

Recensie
Hoewel Elizabeth Gilbert al een tijdje schreef, is ze vooral bekend geworden door haar in 2006 verschenen memoires Eten, bidden, beminnen, waarin ze over haar jaar van spirituele en persoonlijke verkenning vertelt. In 2013 werd Het hart van alle dingen uitgebracht, een roman die door Wall Street Journal het meest ambitieuze en puur denkbeeldige werk van haar twintigjarige carrière werd genoemd. Onder andere The New York Times ging een stapje verder en riep het werk uit tot het beste boek van het jaar van uitgifte.

Engelsman Henry Whittaker en zijn Nederlandse vrouw Beatrijs emigreren aan het eind van de achttiende eeuw naar Pennsylvania, waar in 1800 hun dochter Alma wordt geboren. Net als haar ouders krijgt ze een fascinatie voor de botanie en al op jonge leeftijd heeft ze een grote kennis van deze wetenschap. Alles wijst erop dat ze haar hele leven in het teken van de plantkunde stelt, maar een ontmoeting met de ruim tien jaar jongere Ambrose Pike zorgt voor een kentering die voor beiden grote gevolgen heeft.

In het eerste deel van de roman – het boek beslaat in totaal vijf delen – maakt de lezer kennis met Henry Whittaker, die op jonge leeftijd al min of meer voor ogen had wat hij van zijn eigen leven wilde gaan maken. Een aantal voorvallen zorgt ervoor dat hij hierin steeds meer gedreven raakt en dat is een karaktereigenschap die in feite kenmerkend voor hem is. Het verhaal draait echter niet om deze geboren Engelsman, maar vooral om zijn dochter Alma, want vanaf deel twee wordt hun levensloop voornamelijk vanuit haar perspectief verteld, waardoor haar doen en laten uiteraard het meest onder de aandacht wordt gebracht.

Door wat Alma meemaakt ziet de lezer dat zij een heel duidelijke ontwikkeling doormaakt. Niet wat kennis betreft – vanaf erg jonge leeftijd is ze namelijk al behoorlijk slim – maar vooral als personage, ze maakt een overduidelijke groei door. Hoewel ze in eerste instantie een nogal beschermend en luxe leventje leidt, verandert dit in de plot geleidelijk aan meer en meer en uiteindelijk is ze dusdanig veranderd dat ze niet meer wereldvreemd door het leven gaat. Hierdoor wint ze zonder meer aan sympathie. Dit is onder andere te danken aan haar kennismaking met verschillende interessante en daardoor boeiende personen.

Omdat Alma een vooraanstaand botanist en natuurvorser is, wordt in het boek vanzelfsprekend ook ruim aandacht geschonken aan plantkunde in het algemeen. Over het algemeen is dit onderhoudend, maar er zijn wel enkele fragmenten die enigszins saai zijn, de lezer kan dan snel zijn belangstelling verliezen. Alma’s levensgeschiedenis vergoedt echter heel veel, want die is hoe dan ook pakkend, van begin tot eind. Natuurlijk is de roman volledig fictief, maar omdat de auteur waargebeurde feiten in het verhaal verwerkt heeft, er eveneens namen van mensen in voorkomen die werkelijk geleefd hebben en enkele maatschappelijke thema’s aangehaald worden, komt het geheel heel realistisch over. Aan het eind geeft Gilbert de lezer zelfs nog wat stof tot nadenken, want op sommige spirituele vragen wordt geen antwoord gegeven of kan geen antwoord worden gegeven.

Het hart van alle dingen bevat logischerwijs wetenschappelijke termen, maar dit is absoluut niet hinderlijk of lastig. De auteur heeft het voor iedereen begrijpelijk gemaakt. Ook haar schrijfstijl is erg prettig en toegankelijk. Soms leest het boek als een avonturenroman, soms als een liefdesgeschiedenis en soms als non-fictie. Eigenlijk is het van alles een beetje, maar Gilbert heeft er wel voor gezorgd dat ze er geen rommeltje van heeft gemaakt. Al met al is dit een zeer verdienstelijke roman.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Elizabeth Gilbert
Titel: Het hart van alle dingen

ISBN: 9789023483717
Pagina’s: 624

Eerste uitgave: 2013

Vlijmscherpe tranen – S.A. Cosby

Flaptekst
Het is vijftien jaar geleden dat Ike Randolph de gevangenis uit liep en sindsdien is hij niet meer in aanraking gekomen met de politie. Maar wanneer twee agenten voor zijn deur staan, weet Ike dat hij als zwarte man op zijn hoede moet zijn.

Ike krijgt het bericht dat elke vader vreest: zijn zoon Isiah en zijn witte echtgenoot Derek zijn vermoord. Hoewel Ike de geaardheid van zijn zoon nooit volledig heeft kunnen accepteren, is hij ontroostbaar.

Ook Dereks vader Buddy Lee schaamde zich voor zijn zoons homoseksualiteit, net zoals Derek zich schaamde voor zijn vaders criminele verleden. Maar Buddy Lee zal niet rusten voor hij weet wie zijn zoon vermoord heeft.

Vastberaden om goed te maken wat ze niet konden toen hun zoons nog leefden, besluiten de twee vaders hun vooroordelen over hun zoons – en over elkaar – aan de kant te schuiven en hun handen ineen te slaan om wraak te nemen op de moordenaar van hun zoons.

Recensie
Nog niet zo heel erg lang geleden werkte S.A. (Shawn Andre) Cosby in een gereedschapswinkel, maar sinds kort is hij fulltime auteur. Zijn in 2020 uitgebrachte en met vele prijzen overladen thriller Blacktop wasteland (Een laatste uitweg, 2022) was zijn grote doorbraak en kwam in een lijstje terecht van de beste boeken van dat jaar. Met Vlijmscherpe tranen (2023) is het dezelfde kant opgegaan, want het kwam na verschijnen meteen binnen op de tiende plaats van de New York Times bestsellerlijst en het is de bedoeling ook dit boek te verfilmen.

Op een dag staan twee agenten op de stoep bij Ike Randolph, die vijftien jaar eerder zijn criminele leven achter zich heeft gelaten. Hij krijgt te horen dat zijn zoon Isiah en diens man Derek om het leven zijn gebracht. Zowel Randolph als Dereks vader, Buddy Lee Jenkins, hebben nooit kunnen accepteren dat hun zoons homoseksueel waren, maar nu Isiah en Derek zijn vermoord, zijn ze diep bedroefd en wil Jenkins nog maar één ding: te weten komen wie de moorden op zijn geweten heeft. Nadat hij Randolph zover heeft gekregen met hem mee te doen, begint hun jacht op de moordenaar.

De scène in het eerste hoofdstuk waarin Randolph te horen krijgt dat zijn zoon om het leven is gebracht, zorgt ervoor dat de lezer meteen in het verhaal getrokken wordt. Je hebt, ondanks dat de relatie met zijn zoon anders was dan het begin doet vermoeden, met hem te doen, want zo’n onheilstijding is natuurlijk niet niets. Je wordt echter ook nieuwsgierig gemaakt, want diverse vragen die alle om een antwoord roepen, steken de kop op. Die antwoorden gaan uiteraard komen, maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Cosby haalt werkelijk alles uit de kast voordat dit punt bereikt is. De plot zit boordevol gewelddadige actie, de auteur weet de lezer regelmatig te verrassen en laat daarbij niet na ook een aantal maatschappelijke thema’s onder zijn aandacht te brengen.

Aanvankelijk krijg je de indruk dat de plot uit twee verhaallijnen bestaat, maar dit is voornamelijk uiterlijke schijn. Al heel snel blijkt namelijk dat enkele leden van een chapter van de motorbende Rare Breed dezelfde doelstelling hebben als Randolph en Jenkins. Het is daarom onvermijdelijk dat hun paden elkaar al in een vroegtijdig stadium kruisen. Dit levert een flink aantal interessante en bloederige confrontaties op. De plot kenmerkt zich sowieso door een grote hoeveelheid ontwikkelingen. Niet alleen aangaande de veelomvattende zoektocht naar de moordenaar, maar ook op het persoonlijke vlak. Jenkins en Randolph zijn gepokte en gemazelde ex-criminelen, ze blijken ook een hart te hebben. Ze groeien in hun rol, maar vooral als mens. Daarom is het onmogelijk een antipathie voor hen te hebben.

In een overwegend hoog, soms zelfs razend tempo volgen de scènes elkaar op en in combinatie met de talloze gebeurtenissen levert dit een verhaal met een aanzienlijke dosis spanning op. Zoals gezegd bevat de plot diverse verrassingen. Toch kan een doorgewinterde thrillerlezer wel enigszins raden wie achter de moorden zit en hoe het in de spectaculaire ontknoping voor een van de personages zal eindigen. Naast het vele geweld zijn er ook verschillende mooie momenten en laat de auteur zien dat veel mensen in het conservatieve zuiden van de Verenigde Staten homofobie en racisme hoog in het vaandel hebben staan. Hiermee toont Cosby aan dat de wereld – want er zijn veel meer landen waar dergelijke haat voorkomt – nog een lange weg heeft te gaan voor deze strijd gestreden is.

De schrijfstijl van Vlijmscherpe tranen is rauw en recht voor z’n raap, wat overigens helemaal bij deze actiethriller past. In ieder geval laat de auteur ook met dit boek zien dat hij niet ten onrechte met allerlei loftuitingen is overladen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: S.A. Cosby
Titel: Vlijmscherpe tranen

ISBN: 9789044365504
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2023

Een – Sarah Crossan

Flaptekst
Grace en Tippi zijn een Siamese tweeling van bijna zeventien die niet anders weten dan dat ze samen zijn. Hun leven verandert echter drastisch wanneer ze niet langer thuis les kunnen krijgen, maar naar de lokale middelbare school moeten. Daar ontkomen ze niet aan gestaar en gepest, maar ontdekken ze ook dat anders zijn soms voordelen heeft. Wat ze echter nog niet weten is dat ze een hartverscheurende beslissing moeten nemen; een beslissing die hun leven nog ingrijpender zal veranderen.

Recensie
Sarah Crossan heeft altijd al auteur willen worden, maar had nooit verwacht dat dit haar zou lukken. Rond haar vijfentwintigste – ze ging op die leeftijd terug naar de universiteit om een master in creatief schrijven te halen – nam ze haar idee om een roman te schrijven pas echt serieus. In 2012 debuteerde ze met de Young Adult The weight of water (Het gewicht van water, 2015), dat meteen goed werd ontvangen. Het in 2015 verschenen boek One (Een, 2016) was op dat moment haar meest uitdagende project, waar ze niet voor niets twee jaar over heeft gedaan.

Voor de bijna zeventien oude Siamese tweeling Grace en Tippi is het een vanzelfsprekendheid om altijd bij elkaar te zijn, ze weten immers niet beter. Als hun ouders besluiten dat ze niet langer thuis onderwijs kunnen krijgen, maar naar een middelbare school moeten gaan, verandert dit hun leven aanzienlijk. Door hun handicap worden ze beschouwd als freaks, waardoor op- en aanmerkingen niet van de lucht zijn. Ze slaan zich er doorheen en sluiten zelfs een paar vriendschappen. Wat ze echter nooit hebben kunnen voorzien, is dat ze een beslissing moeten nemen die grote gevolgen heeft voor hun toekomstige leven.

Het verhaal, dat zo goed als volledig over het leven van de Siamese tweelingzussen Grace en Tippi gaat, wordt van begin tot eind vanuit het perspectief van de eerste verteld. De gebeurtenissen spelen zich in een klein halfjaar af en gedurende dat tijdsbestek wordt de lezer getuige van wat beide meisjes bezighoudt, hoe er tegen hen aangekeken wordt, wat hun problemen zijn en hoe ze hun (vrije) tijd doorbrengen. Kortom, ze gedragen zich, ondanks hun enorme handicap, als ieder ander meisje van hun leeftijd. Crossan weet dit uitstekend over te brengen, ze zet de tweeling – terecht – neer alsof ze niet aan elkaar vergroeid zijn. Het is dat beiden hier soms zelf de nadruk op leggen, anders heb je dit eigenlijk zo goed als niet in de gaten.

De uitvoering van de Young Adult-roman is bijzonder opvallend en erg ongebruikelijk. De auteur heeft er namelijk voor gekozen het concept van het traditionele doorlopende verhaal los te laten om het in poëzievorm te gieten. Dit is een buitengewoon originele vondst. Daarnaast is het geen sinecure om op deze manier een vloeiend verhaal te vertellen en daarbij ook nog eens zinnen op de juiste momenten afbreken. Crossan is daar wonderwel glansrijk in geslaagd. Je kunt het boek namelijk probleemloos op de conventionele manier lezen, maar ook, zonder dat er iets van de verhaallijn verloren gaat, als vrije versvorm.

Crossan heeft zich uitvoerig in de problematiek van Siamese tweelingen verdiept – dat is een van de redenen dat ze lang over het schrijven van dit boek gedaan heeft – en tijdens het lezen is dit absoluut te merken. Ze weet waar ze het over heeft, tegen welke hindernissen deze tweelingen en hun familie aanlopen en vooral hoe er tegen hen aangekeken wordt. In haar korte naschrift, dat zonder meer een goede aanvulling op de roman is, verduidelijkt de auteur het beeld dat velen van deze mensen hebben. Ze doet dit op een gewone wijze en zeker niet belerend.

Ondanks de opzet van het verhaal is de schrijfstijl opmerkelijk vlot. Dit komt mede doordat de lezer Grace en Tippi in zijn hart sluit en met hen meeleeft, zowel tijdens mooie als verdrietige momenten. En wat misschien wel het belangrijkste is dat naar voren komt, is de liefde die beide meisjes voor elkaar hebben, maar ook voor het leven. Dit alles maakt dat Een een mooi en soms ontroerend boek is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Sarah Crossan
Titel: Een

ISBN: 9789020633498
Pagina’s: 240

Eerste uitgave: 2016

Bij twijfel hard zingen – Francis van Broekhuizen

Flaptekst
In Bij twijfel hard zingen gaat Francis van Broekhuizen, ’s lands geliefdste operazangeres, musicalster, tekenaar en tv-personality, dieper in op de belangrijkste gebeurtenissen uit haar leven.

De geliefde en fascinerende Van Broekhuizen, bekend van theater, radio en televisie, weidt op eigenzinnig en ontroerende wijze uit over haar roerige leven, ondersteund door haar eigen humoristische illustraties. Volledig open en eerlijk vertelt zij over haar leven als misdienaar bij de nonnen, haar geloof in God, haar coming-out, gepest worden en natuurlijk haar liefde voor opera en het podium.

Recensie
Na haar succesvolle deelname aan het populaire televisieprogramma De slimste mens is operazangeres Francis van Broekhuizen een echt Bekende Nederlander geworden. Daarvoor was ze echter al regelmatig op televisie te zien, onder andere in de dirigeerwedstrijd Maestro, waarin ze op het laatste moment een zieke sopraan moest vervangen. Ook de radio is geen onbekend terrein voor haar, want op NPO Radio 4 beantwoordt ze vragen over muziek, musici en het muziekleven. Daarnaast treedt ze regelmatig op in het theater, onder andere in de Francis en Dominic Show (samen met Dominic Seldis).

Op een dag ontving Van Broekhuizen een bericht van een uitgever die wel een boek over en van haar wilde publiceren. Ondanks de twijfel die ze had, ging ze hierop in, hetgeen erin resulteerde dat ze in 2022 haar debuut als auteur maakte, want medio dat jaar verscheen Bij twijfel hard zingen, een boek met verhalen, herinneringen en anekdotes uit haar tot dusver veelzijdige leven. In deze autobiografie – zelf ziet ze dit als een uitgebreide momentopname van waar ze zich nu in het leven bevindt – vertelt de zangeres/auteur in chronologie over een flink aantal gebeurtenissen die ze zich nog kan herinneren of die haar door haar ouders verteld zijn. Dit begint op een moment dat ze nog maar twee jaar oud is en eindigt met een overdenking over het fenomeen BN’er zijn.

De vele verhaaltjes (de meeste hoofdstukken zijn namelijk niet al te lang) worden in een overwegend toegankelijke, vlotte en luchtige en soms humoristische schrijfstijl verteld en de meeste daarvan hebben betrekking op de muzikale carrière van Van Broekhuizen. Ze vertelt niet alleen hoe ze met zingen begon of hoe ze op jonge leeftijd spontaan en in het openbaar een lied zong, maar eveneens over haar opleiding aan het conservatorium en haar zanglessen. Over het algemeen doet ze dit vrij beknopt, maar in enkele hoofdstukken weidt ze iets meer over enkele ervaringen uit. Natuurlijk maakt ze zo nu en dan gebruik van vakterminologie en om dit voor iedereen begrijpelijk te maken, legt ze duidelijk uit wat dit allemaal inhoudt.

Bij diverse hoofdstukken staat een klein tekeningetje, gemaakt door Van Broekhuizen zelf. Deze illustraties zijn een leuke toevoeging aan het desbetreffende verhaal en ze lijken ook te willen zeggen dat niet alles in het leven serieus genomen moet worden. Bij twijfel hard zingen – de titel van het boek is ontleend aan een van de verhalen uit het boek – is geen diepgravende autobiografie en de auteur wil daarin evenmin een boodschap uitdragen. Het is echter wel een debuut dat plezierig is om te lezen en dat zonder meer uitstraalt hoe de auteur is. Hierdoor leer je haar iets beter kennen en kun je niets anders dan concluderen dat ze gewoon een erg leuke, aangename en innemende vrouw is.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Francis van Broekhuizen
Titel: Bij twijfel hard zingen

ISBN: 9789021030579
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2022

De verdeelde staten van Amerika – Charles Groenhuijsen

Flaptekst
Komt het nog goed met Amerika? Veel Amerikanen (en trouwens ook veel Nederlanders) zien wat zich in Amerika afspeelt met afgrijzen aan. In de politiek gaat het om de vraag wie het meeste lawaai maakt en tegenstanders het ergste beledigt. Hoe moet dat verder?

In zijn nieuwe boek De verdeelde Staten van Amerika vertelt Charles Groenhuijsen de lezer over twee revoluties in de VS. Er is de rechtse revolutie van de Republikeinen en Donald Trump met hun vlucht naar het extremisme: tegen lhbti, tegen klimaat, en godsdienst gaat boven alles. De jonge generatie heeft een eigen revolutie: met meer tolerantie en minder godsdienst. Ze bouwen aan hun eigen nieuwe Amerika en zijn steeds belangrijker in het stemhokje. In 2024 zal het er weer om spannen!

Recensie
Journalist Charles Groenhuijsen is vooral bekend geworden als Amerika-correspondent voor het NOS Journaal. Later werd hij – in Nederland – eveneens presentator van deze nieuwsuitzendingen. Daarnaast heeft hij diverse boeken geschreven, waarvan de meeste over het land gaan dat hij als zijn tweede vaderland beschouwt: Amerika. Ook in zijn nieuwste boek, De verdeelde staten van Amerika en dat in januari 2024 is uitgebracht, kaart hij diverse onderwerpen aan die, met de presidentsverkiezingen van november in aantocht, bepalend kunnen zijn voor de toekomst van deze grootmacht en wellicht invloed hebben op diens relatie met de rest van de wereld.

In het boek, met een helder voorwoord van auteur Arnon Grunberg, bespreekt Groenhuijsen diverse thema’s als godsdienst, lhbtiq+, immigratie, abortus, vuurwapens en – eigenlijk niet te vermijden – de verkiezingen van 2024. Hierbij hanteert hij telkens eenzelfde opzet: eerst een vooraf en vervolgens het verleden, heden en toekomst, om vervolgens te eindigen met een beknopt overzicht met wat cijfers over de Verenigde Staten, uiteraard alle betrekking hebbend op het besproken onderwerp. Door de keuze voor een dergelijke opzet is de structuur overzichtelijk en weet de lezer te allen tijde waar hij aan toe is en wat hij van de opbouw van de hoofdstukken kan verwachten.

Voordat de auteur zijn analyses op de lezer loslaat, vertelt hij in de inleiding heel beknopt wat zijn band met Amerika is en hieruit kun je niet alleen opmaken dat hij een grote liefde voor het land voelt, maar ook dat het hem pijn doet dat zijn tweede vaderland niet meer is wat het – nog niet eens zo heel erg lang geleden – geweest is. Tevens geeft Groenhuijsen onomwonden aan dat zijn voorkeur bij de Democraten ligt en dat zijn mening over een onderwerp incidenteel weleens naar voren kan komen (dit merk je zo nu en dan inderdaad). Toch berusten zijn analyses uitsluitend op feiten, dit staaft hij door concrete voorbeelden te noemen, door quotes van Amerikaanse schrijvers en/of onderzoekers naar voren te brengen en met verifieerbare informatie voor de dag te komen. Het staat dus onomwonden vast dat niets wat in het boek ter sprake wordt gebracht op leugens of verzinsels berust.

De voormalig correspondent heeft lange tijd in Amerika gewerkt en gewoond, dus hij heeft een uitgebreide en gedegen kennis van en over het land. Natuurlijk merk je dit als lezer, maar de auteur heeft, zoals hij in zijn verantwoording aan het eind van het boek aangeeft, desondanks toch ook veel bronnen geraadpleegd. Dit is uiteraard onvermijdelijk en je hebt zonder meer de indruk dat dit zorgvuldig is gedaan. De talloze voorbeelden zijn immers niet voor niets goed onderbouwd. Veel van wat Groenhuijsen aansnijdt, is informatief, maar door de manier van vertellen komt het niet zo over. Op een vlotte wijze en met duidelijke uitleg wordt steevast de vinger op de juiste zere plek gelegd. Soms gebeurt dit met een kwinkslag, soms is het ronduit schokkend en aangrijpend. Enkele beschreven situaties die het gevolg zijn van legaal wapenbezit zijn hier een uitstekend voorbeeld van, je vraagt je dan werkelijk af wat sommige mensen bezielt en waarom particulieren een wapen mogen bezitten.

Met De verdeelde staten van Amerika wil Groenhuijsen niemand een bepaalde politieke richting insturen, hij legt voornamelijk de vele pijnpunten bloot waar het land momenteel mee te kampen heeft. Het is daarom jammer dat dit boek niet door de Amerikanen zelf gelezen zal worden, Grunberg benoemt dit in zijn voorwoord ook al, want voor velen van hen kan het ongetwijfeld een eyeopener zijn. In ieder geval is dit een boek dat je met de neus op verschillende feiten drukt, dat je zowel met plezier als verbazing leest en dat je doet afvragen of je wel in een land als Amerika zou willen wonen.

(Met dank aan Atlas Contact/De Club van Echte Lezers voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Charles Groenhuijsen
Titel: De verdeelde staten van Amerika

ISBN: 9789045040899
Pagina’s: 334

Eerste uitgave: 2024

Argylle – Elly Conway

Flaptekst
Een hogesnelheidstrein op weg naar Moskou.
Een CIA-vliegtuig dat neerstort in de jungle van de Gouden Driehoek.
Een door de nazi’s geroofde buit, begraven in de afgelegen bergen van Polen.
Een verdwenen schat – het achtste wereldwonder – die al zeventig jaar wordt vermist.

De droom van een Russische oligarch om zijn land in volle glorie te herstellen, brengt de wereld tot op de rand van de afgrond. Meesterspion Frances Coffey, een levende legende binnen de CIA, is de enige die het tij nog kan keren. Maar om haar plan te doen slagen, heeft ze iemand met heel specifieke kwaliteiten nodig.

Argylle is een man met een duister verleden en Coffey weet hoezeer hij daarmee worstelt. Maar ze weet ook dat hij juist dáárdoor de vaardigheden bezit die haar team nodig heeft. En dus zit er maar één ding op: alles op alles zetten om van deze outsider een spion te maken.
Zijn training voert Argylle van de jungle in Thailand naar de boulevards van Monaco, en van de kloosters op Oros Athos tot een vergeten grot diep in de bergen. Een levensgevaarlijke reis die hem eindelijk de juiste richting kan geven in zijn leven, maar die hem ook zijn leven kan kosten…

Recensie
Nadat de verschijningsdatum diverse keren werd uitgesteld verscheen wereldwijd op 4 januari 2024 dan eindelijk de spionagethriller Argylle, het langverwachte en veelbesproken debuut van Elly Conway. Het is vrijwel zeker dat dit een pseudoniem is van een auteur wiens identiteit in nevelen is gehuld. Ondanks de vele naspeuringen is nog niemand erin geslaagd diens werkelijke naam te achterhalen. Het boek is het eerste deel van een serie rond CIA-spion Aubrey Argylle en de verfilming van het nog niet gepubliceerde vierde deel zal op 1 februari in de bioscoop te zien zijn.

De puissant rijke en ongeliefde Vasili Federov wil de nieuwe president van Rusland worden om zijn land in oude glorie te herstellen. Zijn populistische denkbeelden roepen veel weerstand op en kunnen grote gevolgen hebben voor de wereldvrede. De enige die deze missie kan voorkomen is voormalig meesterspion en tegenwoordig COO van de CIA, Frances Coffey. In haar team mist ze nog iemand met bijzondere vaardigheden en die vindt ze in de persoon van de in de Thaise jungle levende en een nogal obscuur verleden hebbende Aubrey Argylle. Zijn werving als spion is echter wel een risico.

Spionagethrillers waarin de Verenigde Staten en Rusland (of in het verleden de Sovjet-Unie) elkaars vijanden zijn, zijn van alle tijden. Conway heeft in haar debuut voor hetzelfde uitgangspunt gekozen, maar daar is eigenlijk alles mee gezegd. Politieke intriges blijven uit, hoewel de reden dat de CIA in actie komt in beginsel wel een dergelijke achtergrond heeft. Want de doelstelling van Federov is immers om de oude Sovjet-Unie weer nieuw leven in te blazen. Hiervoor heeft hij de steun van de Russische bevolking nodig en daarom heeft hij hen beloofd de Barnsteenkamer – tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers uit het Catharinepaleis in St. Petersburg geroofd – te vinden en terug aan Rusland te geven. Zijn streven om het Sovjettijdperk in ere te herstellen, is niet ondenkbeeldig, want wil Poetin niet hetzelfde? De auteur speelt hiermee enigszins in op de actualiteit en gebruikt hierbij diverse waargebeurde feiten.

Hoewel de vlot, toegankelijk en bij vlagen gedetailleerd geschreven thriller voldoende realistische kenmerken heeft, bevat hij eveneens genoeg scènes die ieders voorstellingsvermogen te boven gaat. De rekrutering van Argylle bij de CIA is hier een goed voorbeeld van, maar bij een aantal opdrachten die het operationele team uitvoert, kun je eveneens vraagtekens zetten. De onprofessionaliteit straalt er op die momenten vanaf. Aan de andere kant levert dit wel leesplezier en spanning op, want de missies zorgen voor veel benarde situaties, allerlei elkaar in rap tempo opvolgende ontwikkelingen, talloze verrassingen en evenzoveel spektakel, met de ontknoping als absolute apotheose. Bij een aantal scènes wordt de geloofwaardigheid het nodige geweld aangedaan en soms komen ze zelfs buitengewoon amateuristisch over, maar omdat dit allemaal prima in het verhaal past, kan en mag dit door de vingers worden gezien.

Het aantal personages in het verhaal, dat vanuit verschillende perspectieven verteld wordt, is aanzienlijk, maar omdat bij lange na niet aan ieder van hen uitgebreid aandacht wordt besteed, blijft het altijd overzichtelijk en weet de lezer voortdurend met wie hij te maken heeft. Het is echter Argylle die het meest in de schijnwerpers staat. Hierdoor kom je bijvoorbeeld niet alleen te weten wat zijn ouders beroepsmatig hebben gedaan, dat hij een sympathieke jonge vent is die het hart op de juiste plek heeft zitten, maar ook dat er rondom hem nog wel een mysterieus tintje hangt. Hij heeft het in ieder geval in zich om uit te groeien tot een succesvolle en geliefde cultheld.

Argylle, vertaald door Joost van der Meer en William Oostendorp, is geen spionagethriller in de klassieke betekenis. De nadruk ligt vooral op het voorkomen dat een populist aan de macht komt en hierna een bedreiging voor de wereldvrede gaat vormen. Conway toont hiermee aan dat de CIA in de loop der jaren met zijn tijd is meegegaan, en met haar eigentijdse en actievolle debuut is ze daarin zonder meer geslaagd.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Elly Conway
Titel: Argylle

ISBN: 9789044934113
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2024

Een vrouwelijke Odysseus, N’zid – Malika Mokeddem

Flaptekst
Een vrouw komt bij bewustzijn op het dek van een zeilboot midden op de Middellandse Zee. Ze weet niet hoe ze daar gekomen is, wat ze daar doet, noch wie zij is. Volgens haar paspoort is haar naam Myriam Dors. Ze besluit naar een haven te zeilen en ontmoet daar Loïc Lemoine, die haar vanwege de enorme bult op haar voorhoofd aanraadt een arts te raadplegen. Ze probreert voor hem te verbergen dat ze zich totaal niets meer herinnert, behalve dat ze in haar element is op zee. Loïc blijkt Myriam op zee te volgen en waarschuwt haar: twee ongure types hebben naar haar gevraagd. Op de radio hoort ze een bericht over de in Algerije verdwenen Fransman Jean Rolland. Myriam weet zeker dat ze er iets mee te maken heeft. Maar wat? En wie is Jamil?

Recensie
Als meisje luisterde de Algerijnse schrijfster Malika Mokeddem naar de verhalen die haar grootmoeder haar vertelde. Na haar studie medicijnen werkte ze eerst als nierspecialist en later als huisarts. In 1985 besloot ze hiermee te stoppen om zich volledig op het schrijven van boeken te richten. Vijf jaar later debuteerde ze met de roman Les hommes qui marchent (Blauwe mensen, 1998), waarvoor ze een Algerijnse literatuurprijs won. In 2003 verscheen Een vrouwelijke Odysseus, N’zid, dat twee jaar eerder in het Frans is uitgebracht.

Op een zeilboot op de Middellandse Zee komt een vrouw bij bewustzijn. Ze heeft een hoofdwond, weet niet waardoor dit komt en tot overmaat van ramp is ze haar geheugen ook nog eens kwijt. Als ze haar boot in de haven van Siracusa aanlegt, ontmoet ze een man die haar adviseert een bezoek aan een arts te brengen. Ze volgt deze raad op, maar verzwijgt dat ze zich niets meer kan herinneren. Tegen het advies van de arts in gaat ze toch weer met haar zeilboot de zee op, waarna blijkt dat twee duistere figuren naar haar op zoek zijn. Als ze een bericht op de radio hoort, krijgt ze het vermoeden dat ze daarmee te maken heeft.

Het verhaal begint met het beschrijven van de omstandigheden waarin een vooralsnog onbekende vrouw zich verkeert en hoe ze er op dat moment aan toe is. De lezer heeft eigenlijk meteen in de gaten dat ze zich dingen niet herinnert, dat ze aan geheugenverlies lijdt. Dit zorgt ervoor dat je nieuwsgierig wordt naar wat haar is overkomen, waarom ze zich – want dat is ook wel duidelijk – in haar eentje op een zeilboot bevindt en vooral wie ze is, waar ze vandaan komt. Hierdoor ontstaat er een klein beetje spanning, die overigens niet  lang duurt, wat uiteraard helemaal niet erg, want het boek immers geen thriller is. Omdat er veel vraagtekens zijn vanwege de onduidelijke gebeurtenissen en de vrouw zelf is het spanningsveld in de hele plot wel degelijk latent aanwezig.

Stukje bij beetje krijgt de vrouw, wier naam op een bepaald moment vanzelfsprekend wel wordt achterhaald, haar herinneringen terug. Dit gaat heel geleidelijk en in een overwegend traag tempo – het verhaal blinkt sowieso niet uit in snelheid – maar uiteindelijk komen zij en de lezer toch te weten wie ze is, wie ze kent en wat er exact gebeurd is. Je moet echter wel veel geduld hebben om op alle ontstane vragen een antwoord te krijgen. Het grootste deel van het verhaal bestaat uit gedachten van de vrouw en die zijn soms filosofisch van aard. Dergelijke mijmeringen zorgen ervoor dat een aanzienlijk aantal fragmenten nogal stroef leest en soms behoorlijk saai zijn. Daar tegenover staan trouwens voldoende passages die wél levendig zijn, waaronder die met Loïc Lemoine, de man die ze heeft ontmoet en haar min of meer beschermt.

Omdat de vrouw moederziel alleen over de Middellandse Zee zeilt, is een vergelijking met Odysseus, de mythische figuur die eveneens in zijn eentje allerlei omzwervingen ondernam, snel gemaakt. Een één-op-één-overeenkomst is er echter niet, want de belevenissen van de Griekse held waren aanmerkelijk omvangrijker dan die van de vrouw. Dit neemt echter niet weg dat ze niet voldoende heeft meegemaakt. In de boeken van Mokeddem speelt Algerije altijd een rol, dat is in deze roman niet anders. Zo verwijst ze bijvoorbeeld naar de opstand van 1961 toen tienduizenden Franse Algerijnen voor een protest naar de Parijse binnenstad trokken en waarbij ongeveer tweehonderd demonstranten om het leven kwamen.

Een vrouwelijke Odysseus, N’zid is geen eenvoudig boek om te lezen, maar over het algemeen wel onderhoudend. Soms is de schrijfstijl ervan alledaags, soms poëtisch, in ieder geval beeldend en bij vlagen ingewikkeld. Kortom, een zeiltocht en leeservaring met hindernissen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Malika Mokeddem
Titel: Een vrouwelijke Odysseus, N’zid

ISBN: 9789044501353
Pagina’s: 222

Eerste uitgave: 2003

De jongen in de gestreepte pyjama – John Boyne

Flaptekst
Als de negenjarige Bruno op een dag uit school komt, zijn al zijn spullen in kratten gepakt. Hun nieuwe huis staat naast een hek dat zich uitstrekt zover het oog reikt, een hek dat Bruno afschermt van de vreemde mensen die hij daarachter ziet bewegen. Op een van zijn ontdekkingstochten ontmoet Bruno een jongen wiens leven en ­omstandigheden zeer verschillen van die van hem. Toch sluiten de jongens vriendschap, maar het is een vriendschap die niet zonder gevolgen blijft…

Recensie
De Ierse auteur John Boyne debuteerde in 2000 met de roman Dief van de tijd en heeft sindsdien nog twaalf romans voor volwassenen, zeven young adults en een verhalenbundel geschreven. Met zijn meest bekende boek De jongen in de gestreepte pyjama, dat in 2006 is verschenen, brak hij wereldwijd door en inmiddels zijn er meer dan zeven miljoen exemplaren van verkocht. Het concept voor deze roman, die in 2008 verfilmd is, heeft hij in tweeënhalve dag geschreven. Ondanks het grote succes kreeg het boek veel kritiek, met name omdat het volgens critici de sympathie voor nazi’s aanmoedigt.

Het is 1943 en de negenjarige Bruno woont met zijn ouders en zus in een groot huis in Berlijn. Als hij op een middag uit school komt, ziet hij dat al zijn spullen uit de kasten zijn gehaald en in kratten zijn gestopt. Ze verhuizen namelijk naar een andere woning, ver weg. Hun nieuwe onderkomen staat naast een lang hek waarachter Bruno mensen in identieke gestreepte pyjama’s ziet bewegen. Tijdens een ontdekkingstocht ziet hij een jongen op de grond achter dit hek zitten, ze raken aan de praat en worden vrienden. Het is echter een vriendschap die verstrekkende gevolgen heeft.

Boeken over de Tweede Wereldoorlog of die zich in die periode afspelen zijn er legio en over het algemeen is ieder verhaal bijzonder en uniek. De jongen in de gestreepte pyjama is ook een roman waarin deze oorlog als leidraad is gebruikt, maar het boek is anders dan vele andere en daarom is het zonder meer origineel in zijn soort. Het verhaal wordt namelijk volledig vanuit het perspectief van de negenjarige Bruno verteld, maar in tegenstelling tot veel andere romans gaat het niet specifiek over de verschrikkingen die zich in die jaren voordeden, hoewel er natuurlijk wel uit op te maken valt dat veel mensen in ellendige omstandigheden moesten leven, met name degenen die gedwongen werden om in concentratiekampen te verblijven.

Het belangrijkste thema uit het verhaal is vriendschap, in dit geval dus die tussen Bruno en de jongen achter het hek, Shmuel. Beiden hebben een geheel verschillende afkomst, de een (Shmuel) weet precies wat er aan de hand is, de ander (Bruno) lijkt volkomen onwetend van de omstandigheden van de mensen achter het hek en de oorlog in het algemeen. Desondanks vinden ze elkaar, praten samen en worden uiteindelijk vrienden. Het heeft er dan ook alle schijn van dat de auteur naar voren wil laten komen dat – hoe ellendig een situatie ook kan zijn – kinderen bij het sluiten van vriendschappen niet letten op afkomst, kleur, of iets dergelijks. Ze zijn nog niet beïnvloed door allerlei meningen en/of vooroordelen. Hierin is hij zonder meer geslaagd.

Boyne kreeg veel kritiek omdat het boek sympathie voor de nazi’s aanmoedigt, maar dat is nogal overtrokken. De rol van de nationaalsocialisten is namelijk zo goed als nihil en hun slechte kant komt wel degelijk naar voren. Geschiedkundig bevat het verhaal wel een aantal onjuistheden en onwaarschijnlijkheden, maar daar moet doorheen gekeken kunnen worden. De auteur heeft namelijk nergens de intentie gehad om een historisch en op feiten gebaseerd boek te schrijven. Wat hij wilde is dat kinderen geroerd zouden zijn door de karakters van de twee jongens. Dit moet hem wel zijn gelukt, want zowel Bruno als Shmuel zijn ondanks alles ontwapenend, dus de lezer sluit hen sowieso in zijn hart.

De jongen in de gestreepte pyjama heeft een zeer eenvoudige schrijfstijl, bijna op het kinderlijke af. Niet vreemd, omdat Boyne het tijdens het schrijfproces steeds meer als kinderboek is gaan beschouwen. Maar hoe dan ook, de roman is voor iedere leeftijdscategorie zonder meer de moeite van het lezen waard. 

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: John Boyne
Titel: De jongen in de gestreepte pyjama

ISBN: 9789079088171
Pagina’s: 208

Eerste uitgave: 2006