Categorie archief: Gelezen in 2025

Max, Mischa & het Tet-offensief – Johan Harstad

Flaptekst
Max, Mischa & het Tet-offensief is het verhaal van toneelregisseur Max Hansen, die als puber vanuit Noorwegen naar Amerika emigreert. Hij heeft moeite om zijn jeugd in Stavanger, waar hij als kind van communistische ouders het Tet-offensief naspeelde, achter zich te laten, maar ontdekt in New York dat eigenlijk iedereen daar ontheemd is. In kunstenares Mischa, acteur Mordecai en Vietnamveteraan Owen vindt hij dierbare lotgenoten.

Recensie
Vier jaar nadat Johan Harstad in 2001 zijn literaire debuut maakte met een verzameling korte proza werd zijn eerste roman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? uitgebracht. Hij werd echter vooral bekend door bijzonder lijvige roman Max, Mischa & Tetoffensiven (Max, Mischa & het Tet-offensief, 2017), dat in 2015 verscheen en in 2018 met de Europese Literatuurprijs werd bekroond en waarvan het schrijfproces maar liefst tien jaar heeft geduurd.

Toneelregisseur Max Hansen is vijfendertig jaar oud en woont, sinds hij ruim twintig jaar eerder met zijn ouders en zus Ulrikke vanuit Noorwegen naar de Verenigde Staten is geëmigreerd, in New York. Tijdens een slapeloze nacht in een hotelkamer in Minneapolis, waar hij voor een voorstelling verblijft, denkt hij – soms met weemoed – terug aan zijn leven tot dusver. Aan hoe hij als kind met zijn vriendjes het Tet-offensief naspeelde, aan zijn relatie met de zeven jaar oudere kunstenares Mischa Grey, die hij via zijn vriend Mordecai heeft leren kennen en aan de ontmoeting met zijn oom Owen, met wie hij een goede band heeft opgebouwd.

De verteller van het verhaal is Max Hansen, waarvan de lezer in de eerste paar hoofdstukken de indruk krijgt dat hij een nogal verbitterd en niet al te vrolijk gestemd iemand is. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de toonzetting aan het begin, als hij – moederziel alleen in een hotelkamer – het over zichzelf heeft en de dingen die hij doet. Deze aanvangsfase is een voor het gevoel ellenlange monoloog bestaande uit flinke lappen tekst en geen enkele dialoog. Op dat moment vraag je je werkelijk af waar deze uiteenzetting, die op dat moment echt niet leeft, naartoe gaat, of de teneur ervan nog zal veranderen en of het ruim twaalfhonderd bladzijden lang bij een aaneenschakeling van woorden blijft. Het antwoord is dan kort en krachtig: nee! Want na die relatief korte aanloop verandert een en ander drastisch en wordt alles aanzienlijk levendiger, ondanks dat er nog wel behoorlijk veel breedvoerige fragmenten voorkomen.

Hoewel het in de plot voornamelijk over de lotgevallen van Max gaat en als gevolg daarvan erg veel over hem te weten komt, kom je over de meeste andere personages eveneens bijzonder veel te weten. Ieder van hen, met name Mischa, Mordecai en Owen, is dan ook sterk met de protagonist verbonden en zij vervullen derhalve een belangrijke rol in zijn leven. In feite kan dit ook gezegd worden van de Vietnamoorlog, die als het ware als een rode draad fungeert. Dit gebeurtenis is niet het enige waargebeurde feit dat in de roman is verwerkt, want onder andere de terroristische aanslagen van 11 september 2001 en de zeer zware orkaan Sandy, die in 2012 in het westen van de Caribische zee én aan de oostkust van de Verenigde Staten huishield, worden in beeld gebracht. Tezamen met wat zich in het leven van Max voordoet, zorgt dit ervoor dat het verhaal tamelijk realistisch overkomt.

De schrijfstijl van Harstad is wisselend, de ene keer erg levendig, de andere keer uitvoerig, soms zelfs een beetje op het saaie af en een enkele keer aangrijpend. Tijdens de minder aansprekende tekstgedeelten – vooral wanneer Max een beschouwing geeft over de toneel- of kunstwereld – is het even doorbijten, maar over de hele linie is het allemaal goed te doen en weet de auteur de lezer in zeer hoge mate te boeien. Aan het eind van het exposé, want zo kan dit boekwerk met recht beschouwd worden, wordt het nog enigszins spannend en lijkt Max zich in zijn eigen Apocalyps te bevinden. Hiermee heeft de roman zowaar een ietwat spectaculaire afloop.

Max, Mischa & het Tet-offensief is een boek dat, ondanks een aantal taaie fragmenten, moeilijk weg te leggen is. Max en de zijnen hebben het vermogen de lezer te betoveren en als laatstgenoemde de roman uiteindelijk dichtgeslagen heeft, bekruipt hem de gedachte meer over hen te weten te willen komen. Waarbij je eveneens denkt dat het zo misschien wel goed is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Johan Harstad
Titel: Max, Mischa & het Tet-offensief

ISBN: 9789057598494
Pagina’s: 1232

Eerste uitgave: 2017

Het mysterie van kamer 622 – Joël Dicker

Flaptekst
Aan het begin van de zomer van 2018 verblijft een schrijver in het luxueuze Paleishotel in het Zwitserse Alpendorp Verbier. Hij verblijft in kamer 623 en verbaast zich erover dat de kamer naast hem het nummer 621-bis heeft. Langzamerhand wordt duidelijk dat jaren eerder een moord is gepleegd in kamer 622, waarvan het politieonderzoek nooit is afgerond. De schrijver besluit zich volledig op de onopgeloste moord te storten: wat
gebeurde er twintig jaar eerder in kamer 622?

Recensie
De Zwitserse auteur Jöel Dicker had al enkele boeken geschreven voordat hij in 2012 wereldwijd doorbrak met zijn roman De waarheid over de zaak Harry Quebert, dat ongeveer twee jaar later in een Nederlandse vertaling verscheen. Omdat hij dolgraag een misdaadverhaal wilde schrijven dat zich in Zwitserland afspeelt, maar ook omdat hij zijn liefde voor dit land met zijn lezers wilde delen, begon hij aan Het mysterie van kamer 622 (2020), een proces waar hij tweeënhalf jaar over heeft gedaan en waarvoor hij geen vooropgezet plan in zijn hoofd had zitten.

Na een verloren liefde vertrekt Joël, een schrijver, voor een paar weken vakantie naar het Palace de Verbier in de Zwitserse Alpen. Als hij naar zijn kamer wordt gebracht, valt hem op dat kamernummer 622 niet bestaat en dat het hotelpersoneel hem hierover geen informatie wil geven. Hij ontmoet de Engelse Scarlett Leonas en ze komen erachter dat een kleine twintig jaar eerder in die kamer een moord is gepleegd en dat het politieonderzoek nooit is afgerond. Vervolgens proberen ze het raadsel dat rond deze moord heerst te ontrafelen.

De korte proloog waarin het schrikbeeld van iedere hotelmedewerker – de vondst van een lijk in een hotelkamer – maakt de lezer al meteen nieuwsgierig naar wat er is gebeurd en geeft eveneens een licht gevoel van spanning. Vervolgens komt verteller alsmede schrijver Joël in beeld, die je honderden pagina’s lang meeneemt in een achtbaan van gebeurtenissen. Deze zijn aanvankelijk nog tamelijk rustig en goed te overzien, maar gaandeweg de plot nemen de vele voorvallen een andere gedaante aan en bevind je je in een wervelwind van intriges, misleiding, bedrog en nog veel meer. Hierdoor is het onmogelijk te doorzien wie te vertrouwen is en wie niet. Dicker weet je daarbij continu te verrassen en eventuele vermoedens over de identiteit van de dader of hoe de vork exact in de steel zit, kunnen telkens overboord worden gegooid.

Het aantal personages dat in de schijnwerpers komt te staan, is niet zo heel erg groot dus het toneel waarop ze mogen acteren is voortdurend overzichtelijk. Geen van hen eist echter de absolute hoofdrol op, want iedereen heeft zijn of haar eigen belangrijke bijdrage. Het doet er in dit verhaal niet toe of je de welgestelde en vooraanstaande topbankier bent of de ‘eenvoudige’ huishoudster of chauffeur. Ondanks dat je hen behoorlijk leert kennen, weet je in feite nooit waar je met ze aan toe bent. Allemaal hebben ze hun eigen eigenaardigheden en daardoor zijn ze stuk voor stuk interessant. Op voorgaande zijn twee uitzonderingen, want over Joël en Scarlett kom je verhoudingsgewijs vrij weinig te weten. Dit is ook helemaal niet nodig, want ze kunnen in zekere zin worden beschouwd als degenen die de lijntjes aan elkaar verbinden, degenen die ervoor zorgen dat de anderen kunnen schitteren.

De opbouw van de plot is bijzonder sterk, want op uiterst sublieme wijze geeft de auteur heel geleidelijk aan steeds meer prijs, maar laat de lezer erg lang in het ongewisse over de toedracht van de moord, de naam van het slachtoffer en de uiteindelijke dader. Het spel daaromheen zit dermate geraffineerd in elkaar dat er sprake is van een continue spanning. Het instrument dat Dicker hiervoor gebruikt is een beproefd concept, want afwisselingen in tijd, allerlei onverwachte, verrassende en uitgekookte ontwikkelingen zijn namelijk niet van de lucht. Het tempo van het verhaal is daardoor ongekend hoog en door al die aangelegenheden hoeft de lezer zich geen moment te vervelen.

Met Het mysterie van kamer 622 heeft Dicker een spannende roman gecreëerd die uitermate vlot leest, een originele insteek heeft en buitengewoon kunstig in elkaar zit. In zijn soort mag dit boek daarom zonder meer een meesterwerk worden genoemd.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Joël Dicker
Titel: Het mysterie van kamer 622

ISBN: 9789403171715
Pagina’s: 576

Eerste uitgave: 2020

De kleuren van het donker – Chris Whitaker

Flaptekst
Amerika, 1975. In het dorpje Monta Clare, Missouri, wordt tiener Joseph ‘Patch’ Macauley ontvoerd. Saint Brown, zet alles op het spel om haar beste vriend te vinden.

Patch ligt alleen in een pikdonkere kamer totdat hij een hand in de zijne voelt. Ze heet Grace en in het donker is haar stem zijn redding. Als Patch ontsnapt, is er echter geen bewijs dat ze ooit heeft bestaan, dus begint hij een grootse zoektocht om haar te vinden.

Terwijl jaren decennia worden en hoop een obsessie, jaagt Patch’s jeugdvriendin Saint op de man die de twee ontvoerde en daarmee de enige jongen van wie ze ooit heeft gehouden een doel in het leven gaf.

Recensie
Een beroving waarbij hij werd neergestoken was de aanleiding voor Chris Whitaker om als therapie te gaan schrijven, hoewel hij nooit de intentie heeft gehad om auteur te worden. Hierna schreef hij een hele tijd niet, totdat hij al zijn geld verloor op de aandelenmarkt. Pas op zijn dertigste ging hij eraan denken om van schrijven toch zijn beroep te maken en zo gedacht, zo gedaan. Hij heeft inmiddels een aantal boeken op zijn naam staan, waaronder het in 2025 verschenen De kleuren van het donker en dat verfilmd wordt tot een televisieserie.

Het is 1975 en de dan dertienjarige Joseph ‘Patch’ Macauly wordt na een heldhaftige daad ontvoerd en in een donkere ruimte verborgen gehouden. Het enige gezelschap dat hij daar heeft, is van een meisje die zegt dat ze Grace heet. Ondertussen doet zijn enige en beste vriendin, de even oude Saint Brown, er alles aan om hem te vinden, wat haar uiteindelijk ook lukt. Als Patch weer is hersteld van de gevolgen van zijn ontberingen, ontketent hij een decennialang durende zoektocht naar Grace. Er wordt namelijk aan getwijfeld of ze wel echt bestaat.

In erg korte hoofdstukken – het zijn er maar liefst tweehonderdeenenzestig – schetst Whitaker het verhaal van Patch en Saint, die elkaar in hun tienertijd hebben leren kennen en sindsdien een innige band hebben ontwikkeld. Deze periode, die iets meer dan een kwart eeuw bestrijkt en afwisselend vanuit beider perspectief wordt verteld, staat vooral in het teken van Patch’ drive om Grace te vinden. Er is echter meer, veel meer, want over zowel de levens van de twee protagonisten, waarvan Patch in bepaald opzicht ook als antagonist kan worden gezien, komt de lezer dermate veel te weten dat hij zich uitstekend met hen kan identificeren en hen eveneens behoorlijk goed leert kennen. Dit laatste geldt overigens ook voor de personages die een nauwe band met de twee hebben. Kortom, de auteur besteedt aan iedereen ruim voldoende aandacht en daardoor is geen van allen oppervlakkig.

Al vanaf het allereerste begin is de lezer bij zowel het verhaal als de personages betrokken. Dit komt onder andere door de wijze waarop ze worden gekarakteriseerd, maar ook door de sfeer die de auteur erg goed weet over te brengen. Natuurlijk dragen de gebeurtenissen hier voor het overgrote deel ook aan bij, want daar staat of valt alles immers mee. Deze spelen zich in een overwegend traag tempo af, maar de plot leest niet als zodanig. Er gebeurt immers genoeg en de verschillende verhaallijnen boeien en intrigeren dermate dat je het gevoel hebt dat de tijd voorbij vliegt. Wie op een intens spannende thriller rekent, komt trouwens bedrogen uit. Zo nu en dan heeft de plot wel degelijk enkele momenten waarbij de spanning om de hoek komt kijken, maar pas in de eindfase komen de thrillerkenmerken meer tot uiting en neemt de snelheid een klein beetje toe.

De schrijfstijl van Whitaker is ongecompliceerd en bijzonder prettig. Dialogen zijn zoals ze in werkelijkheid ook gevoerd kunnen worden, waar nodig hanteert hij een vleugje humor of cynisme en regelmatig maakt hij gebruik van mooie en stilistisch geformuleerde vergelijkingen. Daarnaast bevat het boek een aantal aandoenlijke – misschien zelfs aangrijpende – scènes. Een erg sterk punt van de auteur is dat hij aantoont dat het leven van iemand die lange tijd tegen zijn wil opgesloten heeft gezeten en niets van de wereld om zich heen heeft meegekregen danig anders is dan daarvoor. De psychologische gevolgen daarvan komen heel duidelijk naar voren. In dit geval niet alleen voor Patch, maar ook voor degenen in zijn nabije omgeving.

De kleuren van het donker gaat door voor een literaire thriller, maar in werkelijkheid heeft het boek, dat van begin tot eind fascineert, hoofdzakelijk de kenmerken van een roman. Het is absoluut geen straf om het te lezen, ondanks dat het grotendeels ontbreken van spanning wel een klein minpuntje is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Chris Whitaker
Titel: De kleuren van het donker

ISBN: 9789021053455
Pagina’s: 608

Eerste uitgave: 2025

Koekoeksjong – Søren Sveistrup

Flaptekst
Een gescheiden vrouw wordt op een besneeuwde Valentijnsdag in Kopenhagen als vermist opgegeven door haar dochter en ex-man.

Na haar laatste grote moordzaak is rechercheur Naia Thulin gaan werken in NC3, het National Cyber Crime Center, om meer tijd te hebben voor haar nieuwe vriend en familie, maar ze wordt bij toeval op de vermissingszaak gezet. Thulin ontdekt dat de vermiste vrouw al lange tijd werd gestalkt. De anonieme berichten die ze kreeg waren telkens hetzelfde: een foto van de vrouw, met het bijschrift: Gevonden! Deze berichten doen Thulin denken aan de zaak van de brute, onopgeloste moord op de scholier Emma Holst, die na ruim twee jaar onderzoek de nabestaanden en de Deense politie nog steeds voor een raadsel stelt.

Thulin wordt bij het onderzoek gekoppeld aan onderzoeker Mark Hess. Die is net teruggekeerd van Europol omdat zijn broer in het ziekenhuis ligt, maar de samenwerking tussen Hess en Thulin verloopt problematisch omdat hun eerdere liefdesrelatie mislukte. Als blijkt dat de moordenaar een wel heel sadistisch spel speelt, zetten ze hun verschillen zo goed als mogelijk aan de kant en werken ze samen. Dan verdwijnt er opnieuw iemand. Een race tegen de klok begint en Thulin en Hess moeten, onder grote druk, proberen te voorkomen dat er nog meer slachtoffers vallen.

Recensie
De lezer heeft er lang om moeten wachten, maar een kleine zeven jaar na de verschijning van Oktober (2018), de zeer succesvolle en tot televisieserie verfilmde debuutthriller van scenarioschrijver Søren Sveistrup, is diens opvolger uitgebracht: Koekoeksjong (2025). Opnieuw is er een zeer belangrijke rol weggelegd voor rechercheur Naia Thulin, sinds haar laatste moordzaak werkzaam bij het Nationaal Centrum voor Cybercriminaliteit, en onderzoeker Mark Hess.

Thulin, die eigenlijk geen zware zaken meer wil afhandelen, wordt gevraagd om een de vermissing van een gescheiden vrouw te onderzoeken die al geruime tijd werd gestalkt en anonieme berichten ontving. Dit doet haar denken aan de nog steeds onopgeloste moord op de toen negentienjarige Caroline Holst, inmiddels twee jaar geleden. Samen met Hess duikt ze in zowel de vermissingszaak als de moord op de jonge vrouw. Ze vermoeden dat het om dezelfde dader gaat, die ook nog eens een bizar spelletje speelt. Als er weer iemand verdwijnt, zetten ze alles op alles om nieuwe slachtoffers te voorkomen.

Het eerste hoofdstuk van het verhaal, dat zich in 1992 afspeelt, krijgt de lezer meteen in zijn greep. Niet dat er dan al erg veel gebeurt, maar er heerst een enigszins onheilspellende sfeer en wat misschien wel het meest belangrijk is, is dat je nieuwsgierigheid gewekt wordt. Vervolgens is het zo’n dertig jaar later en staat de politie voor een raadsel als zich in relatief korte tijd een aantal gebeurtenissen voordoen. Uiteraard vraag je je dan af wat die voorvallen met de toestand uit het verleden te maken hebben, laat daar tevens je eigen gedachten over gaan, waarna je denkt te weten hoe de vork in de steel zit. Dan blijkt in de eindfase dat hier helemaal niets van klopt en dat de auteur dus voor een behoorlijke verrassing heeft gezorgd.

Voor het zover is, gebeurt er meer dan genoeg. Sveistrup zorgt voor talloze plotwendingen, diverse intriges en hij vertelt tevens een en ander over de privéomstandigheden van de protagonisten Thulin en Hess. Hiermee gaat hij in feite door met hun ontwikkeling – waar hij in het eerste deel al mee begonnen is – en krijg je een nog beter beeld van beiden. Dit wil overigens niet zeggen dat de lezer iets mist als hij dat niet gelezen heeft. In geen geval, want de verhaallijnen in dit boek zijn uitstekend afzonderlijk van die in het andere te volgen, ondanks dat er wel enkele kleine verwijzingen naar eerdere voorvallen zijn. Vanzelfsprekend zijn er nog diverse andere personages die het boek kleur geven en hetgeen over hen verteld wordt, is voldoende om een gedegen indruk van hen te krijgen. Op één persoon na: de antagonist. Dit is iemand met twee gezichten en derhalve moeilijker te peilen.

De auteur zorgt voor een hoge mate van afwisseling, waardoor het verhaal nooit saai of vervelend is. Het ene moment is er iets in een van de privélevens van de protagonisten aan de hand, het andere moment gebeurt er iets onverwachts in het onderzoek zodat dit het rechercheteam zich ergens anders op moet richten. In feite weet je dus nooit waar je echt aan toe bent. Door deze opzet bevat de thriller meer dan voldoende spanning, die zo nu en dan zelfs grotere vormen aanneemt. Bijna on-Scandinavisch. Een rijmpje dat kinderen bij het spelen van verstoppertje zingen en waar de dader gebruik van maakt, is een mooie vondst en vergroot de geheimzinnigheid.

Sveistrups schrijfstijl is vlot, toegankelijk en beeldend, waardoor goed te merken is dat hij ervaring heeft met het schrijven van scenario’s. Het tempo van het verhaal ligt redelijk hoog, hoewel er ook diverse rustmomenten zijn ingebouwd. De lezer heeft betrekkelijk lang moeten wachten op de tweede Thulin en Hess, maar dit is achteraf gezien alleszins de moeite waard, want met Koekoeksjong heeft de auteur weer een prima thriller afgeleverd.  

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Søren Sveistrup
Titel: Koekoeksjong

ISBN: 9789400510944
Pagina’s: 608

Eerste uitgave: 2025

Schrikkeldag – Inge Spaan

Flaptekst
Op 29 februari 2012 verdrinkt een vijfjarig meisje in een sloot dicht bij haar huis. Vier jaar later kost een fatale woningbrand een geliefde dorpsbewoner het leven. Een jonge man crasht met zijn motor tijdens de schrikkeldag in 2020.

Ieder schrikkeljaar komt een bewoner uit het dorp Warchem onder raadselachtige omstandigheden om het leven. Toeval… of niet? Aafke is als buitenstaander niet overtuigd van het verband, maar wordt meegetrokken in verhalen uit het verleden door haar vriend en dorpsbewoner Stef.

Vastbesloten om achter de waarheid te komen gaat ze op onderzoek uit. Hoewel de wildste geruchten de ronde doen, laat Aafke zich niet zomaar afschrikken. Tot ze anonieme telefoontjes begint te krijgen die haar bang maken. Zou zij dit schrikkeljaar het volgende slachtoffer kunnen zijn?

Recensie
Als kind en tiener gebruikte Inge Spaan haar creativiteit om te schrijven, maar daar kwam op een gegeven moment de klad in en heeft ze hier ongeveer twintig jaar niets meer mee gedaan. Haar dochters openden haar ogen en schreef ze zich in 2018 zich in aan de Schrijversacademie. Niet lang daarna deed ze mee aan een schrijfwedstrijd en behaalde de finale. Later werkte ze dit verhaal verder uit en vervolgens debuteerde ze in 2020 met Oververhit. Vier jaar later, op 29 februari 2024, verscheen haar vijfde thriller Schrikkeldag en waarin deze bijzondere dag van wezenlijk belang is.

Voor de inwoners van het Overijsselse dorpje Warchem is schrikkeldag sinds 2012 nooit meer hetzelfde. Zowel in dat jaar, als in 2016 en 2020 kwam een van hun dorpsgenoten onder mysterieuze omstandigheden om het leven. De bewoners zijn van mening dat de sterfgevallen met elkaar te maken hebben, maar Aafke Oldenhave, een buitenstaander, is daar niet van overtuigd. Daarom wil ze meer over de voorvallen te weten komen en gaat op onderzoek uit. Tegelijkertijd krijgt ze enkele telefoontjes van een man die niet veel te zeggen lijkt te hebben. Ze vraagt zich nu af of zij misschien het volgende slachtoffer is.

Het verhaal wordt verteld vanuit de afwisselende perspectieven van de protagonisten Aafke Oldenhave en haar vriend Stef Bolder. Dat van eerstgenoemde speelt zich volledig in het heden (februari 2024) af dat van de laatste zo’n twintig jaar eerder. Deze opzet zorgt ervoor dat de lezer aanvankelijk enigszins nieuwsgierig wordt gemaakt, vooral naar het verband tussen beide verhaallijnen, wat de aanleiding is van de diverse gebeurtenissen die iedere schrikkeldag in het kleine dorpje plaatsvinden en of er op de laatste dag van februari 2024 opnieuw iets gaat gebeuren. De plot is dusdanig opgebouwd dat de lezer tot zo goed als het eind wel enkele vragen blijft houden, maar kan niet voorkomen dat veel toch vrij voor de hand liggend is. Zo hoef je bijvoorbeeld geen helderziende te zijn om te weten dat het verleden van Stef onlosmakelijk met de schrikkeldagvoorvallen te maken heeft en ook de identiteit van de veroorzaker daarvan is bepaald geen verrassing.

De auteur doet er alles aan om spanning te creëren, maar slaagt daar maar mondjesmaat in. Slechts heel incidenteel doet zich een moment voor dat gematigd opwindend genoemd kan worden, maar dan ook nog eens heel erg minimaal. Beoogde cliffhangers ontberen het effect dat ze in beginsel moeten hebben, waardoor de nieuwsgierigheid van de lezer nagenoeg niet geprikkeld wordt. Situaties die voor plotwendingen moeten doorgaan komen absoluut niet uit de verf, omdat ze, net als verschillende verdachtmakingen, veel te doorzichtig zijn en ook nog eens te vloeiend in elkaar overlopen. De lezer wordt verrast noch van zijn sokken geblazen. Over het algemeen verloopt alles veel te braaf.

Het aantal personages dat ertoe doet, is beperkt, maar desondanks matig uitgewerkt. De enige over wie je iets meer te weten komt, is Stef, maar de auteur laat achterwege om dieper op een traumatische ervaring uit zijn verleden in te gaan. Soms lijkt ze zelfs de indruk te wekken dat de lezer hiervan op de hoogte is, want in principe een verkeerd uitgangspunt is. Wat de auteur redelijk goed weet over te brengen is het wantrouwen en de achterdocht binnen een dorpsgemeenschap. Het komt immers voor dat bewoners van een erg klein plaatsje niets van buitenstaanders en andersdenkenden moeten hebben, voor hen zijn en blijven ze vaak toch vreemden.

Ondanks dat het idee achter Schrikkeldag, dat een ongecompliceerde en eenvoudige schrijfstijl heeft, zonder meer goed en origineel is, houdt de uitwerking daarvan niet over. De plot bevat te veel onwaarschijnlijkheden, is grotendeels ongeloofwaardig, weet de lezer amper te verrassen en is over de hele linie veel te mager.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Inge Spaan
Titel: Schrikkeldag

ISBN: 9789402714524
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2024

De nomade – Anya Niewierra

Flaptekst
De 39-jarige reisjournalist Olga Liebke woont met haar zonderlinge vader in het Harzgebergte. Olga heeft een innige band met haar inmiddels dementerende pa. Haar moeder stierf in het kraambed en ze heeft verder geen familie. Tenminste, zo is het verhaal. Maar dan vertelt haar vader herinneringen die niet rijmen met de geschiedenis zoals zij die kent. Ze gaat twijfelen over haar achtergrond en ontdekt documenten uit de voormalige Sovjet-Unie. Olga reist naar de driehoek Polen, Litouwen en Belarus en stuit op een huiveringwekkend geheim.

Recensie
Toen Anya Niewierra twaalf jaar oud was, vroeg een leraar haar waar haar achternaam vandaan kwam. Het antwoord hierop moest ze destijds schuldig blijven, maar zette haar toen wel aan het denken. Ze deed navraag bij haar vader, kreeg antwoorden en liet het deze niet los. Ongeveer vijftig jaar later ging ze er toch mee aan de slag en schreef ze De nomade (2024), waarin de zoektocht naar je eigen identiteit centraal staat. Verder ligt een waar gebeurd voorval in 2021 ten grondslag aan de gebeurtenissen in het voor het overige fictieve verhaal.

Journalist en documentairemaker Olga Liebke weet niet beter dan dat haar moeder één dag na haar geboorte, bijna veertig jaar geleden, is overleden. Haar vader, met wie ze een goede band heeft, is inmiddels een oude man en dementerend. Regelmatig laat hij het een en ander los over zijn verleden en wat hij dan vertelt, komt niet overeen met wat Olga zich daarvan herinnert. Ze twijfelt hierdoor steeds meer over haar achtergrond en als ze documentatie vindt die naar de voormalige Sovjet-Unie verwijzen, wil ze meer over haar afkomst te weten komen.

Op de achtergrond speelt het voormalige Oostblok een belangrijke rol van betekenis bij veel gebeurtenissen in het heden en daarom laat de auteur zien hoe de omstandigheden en sfeer van destijds geweest zijn. Beide wordt goed weergegeven en de lezer kan zich uitstekend voorstellen hoe het leven onder een alles controlerende dictatuur moet zijn geweest. Wantrouwen, angst en gedwee doen wat opgedragen wordt. Het zijn maar drie voorbeelden, maar hieruit valt wel op te maken hoe het leven er voor de bevolking was. Niets van dit alles is verzonnen, want Niewierra heeft, zo blijkt ook uit de achter in het boek opgenomen verantwoording, gedegen en uitvoerig onderzoek gedaan. Omdat de het meeste op waargebeurde feiten gebaseerd is, komt het verhaal derhalve bijzonder realistisch over. Ook de situatie van Olga is niet ondenkbeeldig, want die zal zich ongetwijfeld meer hebben voorgedaan.

Het leeuwendeel van de plot draait om Olga’s zoektocht naar haar verborgen verleden en bijgevolg daarvan heeft het boek vooral de kenmerken van een roman. De lezer wordt daarom wel nieuwsgierig naar de ware achtergrond van de journalist, maar veel spanning levert dit vooralsnog niet op. Pas in de laatste fase, wanneer het voor haar behoorlijk gevaarlijk wordt, doen zich diverse spannende momenten voor en word je zo nu en dan op het verkeerde been gezet. Je weet dan evenmin wie je wel en niet kunt vertrouwen, dus het zaadje van de twijfel wordt ook nog eens geplant. Uiteindelijk zit alles net even iets anders in elkaar dan je regelmatig vermoedt, ondanks dat je enkele dingen kort van tevoren wel ziet aankomen.

De onderwerpen die Niewierra in het verhaal verwerkt heeft, zijn over het algemeen niet de meest vrolijke, maar aan de manier van schrijven is dit niet te merken. Die is namelijk onveranderd vlot, toegankelijk, natuurgetrouw en uitermate beeldend. Incidenteel zijn er enkele aandoenlijke en/of aangrijpende scènes, die voornamelijk te maken hebben met Olga’s dementerende vader. Je kunt je dan enigszins voorstellen hoe hij en zijn dochter zich moeten voelen. Dankzij de geschiedkundige feiten, die overigens vakkundig fictief gemaakt zijn, is het boek tevens leerzaam, want je komt iets meer te weten over relatief onbekendere landen als Belarus en Litouwen.

Hoewel De nomade van begin tot eind boeit en erg goed is opgebouwd, blijven de thrilleraspecten lichtelijk achter, ondanks dat de spanningsboog stukje bij beetje iets strakker wordt aangespannen. De ontknoping, waarin een interessante onthulling, maakt de plot helemaal af en laat de lezer met een bevredigend gevoel achter.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Anya Niewierra
Titel: De nomade

ISBN: 9789021047447
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2024

De redder – Mathijs Deen

Flaptekst
Nederlandse vakantiegangers vinden aan de kust van Northumberland de skeletresten en een reddingsvest van een drenkeling. Het reddingsvest blijkt afkomstig te zijn van de sleepboot Pollux, die eenentwintig jaar eerder ten noorden van Rottumerplaat is gezonken. Reddingsbrigades van Ameland en het Duitse eiland Norderney konden destijds alle bemanningsleden redden, behalve de kapitein.

De recherche onderzoekt de zaak. Is de gevonden man de vermiste kapitein? Waarom willen de vrouw en dochter van de kapitein niet meewerken aan het onderzoek? De herinneringen van de redders spreken elkaar tegen. Is het te lang geleden om de precieze omstandigheden te achterhalen? Of hebben de redders andere motieven en verbergen ze iets?

Liewe Cupido laat de zaak over aan een jonge collega en vertrekt naar Texel. Hij is bezig met de dood van zijn eigen vader, die verdronk toen hij zestien was, en wil daar een oud-visser over spreken. Maar als zijn collega Xander Rimbach op Norderney wordt vergiftigd, raakt hij alsnog bij de zaak betrokken.

Recensie
Een thrillerserie die zich afspeelt in het Duitser en Nederlandse waddengebied. Dit is wat de Duitse uitgever van Mathijs Deen een paar jaar geleden voor ogen had. De auteur ging met dit idee aan de slag en kwam in 2022 met De Hollander voor de dag. Het eerste deel van de reeks bleek een schot in de roos te zijn, want het boek was meteen goed voor een Gouden Strop-nominatie. Met De redder het in 2024 verschenen derde deel verdiende hij deze prijs wel en over hoofdpersonage Liewe Cupido wordt in Duitsland zelfs een tv-serie gemaakt.

Tijdens hun vakantie in het Engelse district Northumberland vindt een gezin het geraamte van een drenkeling. Uit de resten van een reddingsvest, dat eveneens aangetroffen wordt, kan opgemaakt worden dat het slachtoffer opvarende van de ruim twintig jaar eerder vergane sleepboot Pollux was. Snel blijkt dat het waarschijnlijk om de kapitein van het schip gaat. DNA-onderzoek moet uitwijzen of dit inderdaad zo is, maar de familie van de man staan hier afwijzend tegenover. Rechercheur Liewe Cupido laat de zaak over aan zijn jonge collega Xander Rimbach en vertrekt zelf naar Texel waar hij hoopt meer over de oorzaak van de verdrinking van zijn vader te weten te komen.

Dit derde deel van de waddenreeks kan in principe prima afzonderlijk van de twee voorgaande geleden worden. Het verhaal staat op zichzelf, over de terugkerende personages – protagonist Liewe Cupido is wellecht de enige uitzondering – wordt ruim voldoende verteld zodat de lezer hen goed kan plaatsen en de auteur verwijst nauwelijks naar gebeurtenissen die eerder hebben plaatsgevonden. Het enige waardoor je de delen op volgorde van verschijnen zou willen lezen, is het persoonlijke trauma (daarover kan in feite wel gesproken worden) dat Cupido heeft vanwege de dood van zijn vader, vele jaren geleden. Zijn missie is om hier meer duidelijkheid over te krijgen en deze keer heeft die doelstelling een iets prominentere rol gekregen. Hierdoor ligt tegelijkertijd de inbreng van de rechercheur voor een groot deel op een ander vlak en is tevens een stukje beperkter dan voorheen. Dit is niet erg, want hierdoor komen andere personages meer in beeld en krijg je een betere en andere indruk van hen.

Zonder dat de spanning tot een ongekende hoogte stijgt, weet het verhaal van begin af te boeien en zorgt het er tevens voor dat de lezer continu nieuwsgierig is en blijft naar wat zich in het heden voordoet en naar wat zich in het verleden heeft afgespeeld. Uiteraard hebben die voorvallen met elkaar te maken, maar pas aan het eind van de plot maakt de auteur inzichtelijk wat zich allemaal precies heeft voorgedaan. Heel geleidelijk aan, in een tamelijk rustig tempo en met diverse wendingen werkt Deen naar het einde toe. In de ontknoping, waarin de thrillerkenmerken het best tot uiting komen, komt de ware aard van een van de personages naar boven en blijkt tegelijkertijd hoe een en ander precies in elkaar steekt. Hierdoor kan de zaak waaraan Cupido en Rimbach hebben gewerkt als afgerond worden beschouwd.

Ook deze keer zijn de sfeer, de toonzetting van alles, de beschrijving van het waddengebied en ditmaal eveneens de karakterisering van veel eilanders de sterke pijlers van het verhaal. De auteur geeft dit op een dusdanige manier weer dat de lezer zich al lezend in die omgeving bevindt. Een nadeel hiervan is wellicht dat het boek daardoor meer van een roman dan van een thriller wegheeft, maar, en dat moet hoe dan ook gezegd worden, wel een iets spannendere. Deen heeft eveneens een aantal thema’s in het boek verwerkt, die het zonder meer een dieper tintje geven. In een prettige en realistische schrijfstijl gidst hij je als het ware door de levens van diverse personen heen en aan het eind wordt de deur ook nog eens wagenwijd opengezet naar een vervolg. Cupido en de zijnen zullen dus opnieuw van zich laten horen.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Mathijs Deen
Titel: De redder

ISBN: 9789021341736
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2024

De duiker – Mathijs Deen

Flaptekst
Als een Nederlandse berger op zoek naar een container in de Duitse Bocht tot zijn verrassing het wrak ontdekt van de Hanne, een kleine vrachtvaarder die in 1950 in een zuidwesterstorm verging, slaat zijn enthousiasme algauw om in sombere gelatenheid. Want de Hanne blijkt niet alleen voor een miljoen euro aan koper te herbergen, maar ook het stoffelijk overschot van een duiker: zijn handen gevouwen en de polsen met handboeien vastgemaakt. Het onderzoek van rechercheur Liewe Cupido leidt naar een duikclub op Terschelling. Hoe dichter Cupido de dader op het spoor komt, hoe meer hij verstrikt raakt in een confronterende zaak waarin vaders en zonen elkaar tot het uiterste proberen te beschermen.

Recensie
De Hollander, de eerste Waddenthriller van Mathijs Deen werd in 2022, het jaar van verschijnen, meteen genomineerd voor de Gouden Strop. Deze prijs won hij wel voor De duiker (2023), het tweede deel van de serie en waarvan hij pas besloot het te gaan schrijven toen zijn uitgever hem om een opvolger van zijn thrillerdebuut vroeg. Hierna ging hij op reis om een aantal locaties die hij in het boek wilde laten voorkomen te bezoeken. Hieronder de Duitse havenplaats Wilhelmshaven, dat geen al te beste reputatie geniet.

Sil van Hee, de schipper van een Nederlandse berger, ziet op de sonar een signaal dat er eigenlijk niet hoort te zijn. Het blijkt om wrak te gaan dat tientallen jaren eerder gezonken is. Dit is echter niet het enige dat hij opmerkt, want tijdens het bekijken van de beelden bespeurt hij ook het lichaam van een duiker, wiens handen en voeten geboeid zijn. Omdat de man overduidelijk vermoord is, wordt rechercheur Liewe Cupido bij het onderzoek betrokken. Dit leidt hem naar een duikclub op Terschelling en wordt hij tevens geconfronteerd met vaders en zonen die elkaar ten koste van alles willen beschermen.

Het verschil kan bijna niet groter zijn, want waar het eerste deel van de Waddenserie er een nogal ongebruikelijke, behoorlijk statische schrijfstijl op nahield en waarbij het ook nog eens op een script van een film of televisieserie leek, is het deze keer allemaal een heel stuk anders. Het verhaal is namelijk een stuk levendiger, de dialogen zijn veel realistischer en zinnen zijn vloeiender. De auteur heeft overduidelijk progressie gemaakt en de talrijke gebeurtenissen verlopen daarom aanmerkelijk vlotter en zijn eveneens een stuk beter te volgen.

Op het oog zijn er twee verhaallijnen: dat van een nogal baldadige jongen die diverse keren met de politie in aanraking is gekomen én de vondst van het lichaam van de eenzame duiker. Beide hebben echter wel degelijk met elkaar te maken en de manier waarop ze uiteindelijk samenvloeien, is zowel subtiel als ingenieus. Omdat Deen heel geleidelijk naar dit punt toewerkt, blijft de lezer voortdurend nieuwsgierig, hoewel hij op een bepaald moment wel een vermoeden heeft hoe de vork precies in de steel zit. Toch is de plot absoluut niet voorspelbaar en gebeurt er meer dan voldoende om je te laten twijfelen. Je wordt namelijk regelmatig een zijpad ingestuurd waardoor je je afvraagt of je eigen theorie nog wel klopt. Door deze opzet blijft de lezer hoe dan ook bij het verhaal en wat zich zoal voordoet betrokken.

Hoewel dit boek een vervolgdeel van een serie is, is dit nergens te merken, dus is het prima afzonderlijk te lezen. Protagonist Liewe Cupido mag dan het terugkerende personage zijn, maar zo heel veel is er in De Hollander niet over hem bekendgemaakt. Dat wordt deze keer iets meer gedaan, maar desondanks blijft er nog genoeg mysterieus rond zijn persoontje zweven. Hij maakt echter een zichtbare ontwikkeling door en dat maakt hem, ondanks dat hij natuurlijk wel een markante persoonlijkheid blijft, sympathieker. Intrigerend aan hem is vooral zijn verleden, want het lijkt erop dat dit hem gevormd heeft. Met name de oorzaak rond de dood van zijn vader heeft sporen nagelaten en hierover wil Cupido het een en ander weten. Hij is dus ook nog eens met een eigen onderzoekje bezig.

De lezer moet opnieuw geen zinderende spanning of lugubere taferelen te verwachten, maar dit houdt niet in dat er helemaal niets te beleven is. Een van de sterkste aspecten in de thriller is de sfeer die er heerst. Een klein voorbeeld hiervan is het unheimische gevoel dat de havenplaats Wilhelmshaven geeft, de auteur slaat hiermee in feite de spijker op z’n kop. Daarnaast zijn de personages geloofwaardig neergezet en lijken zo uit het echte leven te zijn geplukt. Dit alles zorgt ervoor dat De duiker een meer dan waardig vervolgdeel van de Waddenserie is en de lezer tegelijkertijd belangstellend doet uitzien naar nieuwe belevenissen van Cupido.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Mathijs Deen
Titel: De duiker

ISBN: 9789021341156
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2023

De Hollander – Mathijs Deen

Flaptekst
Een Nederlands patrouilleschip stuit op een verdronken wadloper, aangespoeld op de drooggevallen zandplaat De Hond. Voordat de vloed het lichaam meesleurt, bergt de bemanning het en neemt het mee naar Delfzijl. Het slachtoffer heeft de Duitse nationaliteit, de zandplaat bevindt zich in betwist grensgebied. De Duitse justitie eist dat het slachtoffer onmiddellijk wordt uitgeleverd, maar de Nederlandse brigadecommandant weigert. Een internationaal conflict is geboren.

Terwijl de leidinggevenden ruzie maken, stuurt de tweede man van de Bundespolizei See in Cuxhaven heimelijk een rechercheur naar Delfzijl om op informele wijze een onderzoek te starten. Zijn naam is Liewe Cupido, Duitser van geboorte, opgegroeid op Texel. Zijn Duitse collega’s noemen deze eigenzinnige, zwijgzame collega ‘de Hollander’. Het slachtoffer blijkt een ervaren wadloper en hoe meer Cupido te weten komt, hoe raadselachtiger de omstandigheden omtrent diens dood lijken te worden.

Recensie
Auteur en radiomaker Mathijs Deen schreef tijdens zijn schooltijd al verhalen voor de schoolkrant en zijn eerste gepubliceerde werk verscheen in het niet meer bestaande literaire tijdschrift Schrijver en Caravan. Later publiceerde hij diverse romans en in 2022 bracht hij zijn eerste thriller De Hollander uit. Dit is het eerste deel van de meteen al goed ontvangen Waddenserie, waarin de Duits-Nederlandse inspecteur Liewe Cupido de hoofdrol.

Op De Hond, een zandbank aan de monding van de Eems, vindt de Nederlandse marechaussee het lichaam van een verdronken wadloper gevonden. Omdat het bijna vloed is, besluiten ze de drenkeling mee te nemen naar Delfzijl. Hier ontdekken ze dat het slachtoffer de Duitse nationaliteit heeft en weten ze dat de oosterburen hem gaan opeisen – de zandbank bevindt zich namelijk in betwist grensgebied. Om honderd procent duidelijkheid te krijgen over de doodsoorzaak krijgt inspecteur Liewe Cupido het verzoek de zaak informeel te onderzoeken. Hij komt erachter dat meer aan de hand is dan aanvankelijk leek.

Een verhaal dat zich zowel op de de Duitse als Nederlandse Wadden afspeelt, komt zo goed als niet voor en daarom is dit een originele keuze van de auteur. Het is eveneens goed te merken dat hij het gebied kent en zich er tevens in heeft verdiept, want de grilligheid, en dus het plotselinge gevaar, waar het kustgebied bekend om staat, komt prima over. Daarnaast is het Duits-Nederlandse conflict rond de zandplaat De Hond in de plot verwerkt en dat zorgt voor een redelijk realistische inslag. Dit geldt echter niet voor alles, want er zijn namelijk ook diverse onwaarschijnlijke situaties, zoals een actie van een ogenschijnlijk doorgedraaide brigadecommandant van de marechaussee.

De diverse gebeurtenissen worden vanuit het perspectief van verschillende personages verteld en met name in het eerste stadium van het verhaal is het niet altijd even helder wie nu wie is en waarvoor hij of zij verantwoordelijk is. Geleidelijk aan verandert dit en heb je een beter beeld van hen. Met geen van allen krijgt de lezer een band, want over het algemeen zijn en blijven ze nogal steriel en vrij oppervlakkig. Het bijzondere is dat een hond die op een bepaald moment komt opduiken de meeste sympathie oproept. Voor de plot gaat het euvel in heel grote lijnen ook wel op, want alle voorvallen en omstandigheden worden tamelijk gevoelloos beschreven, waardoor zo goed als niets echt leeft.

Deen hanteert is zijn eerste thriller een tamelijk afwijkende, misschien wel specifieke schrijfstijl. Zinnen zijn vaak kort en bondig, dialogen bestaan regelmatig uit een paar woorden en het geheel leest als een draaiboek voor een film of televisieserie. Zinnen lopen derhalve niet altijd vloeiend in elkaar over, hetgeen tevens opgaat voor een aantal scènes. Soms krijg je de indruk dat het allemaal een beetje van de hak op de tak is, dat er geen lijn in het verhaal zit, terwijl dit wel degelijk aanwezig is. Qua spanning loopt het boek evenmin over. Het enige echt dreigende moment, dat nog niet eens iets met de moord te maken heeft, doet zich pas aan het eind voor, wanneer er een gevecht tegen het water ontstaat.

Goed beschouwd is het waddengebied, dat genoeg in zich heeft, een mooie locatie voor een spannend verhaal, maar in dit thrillerdebuut komt dit niet helemaal goed uit de verf. Er zijn weinig tot geen opwindende situaties en het verhaal is zo nu en dan zelfs voorspelbaar. Toch neemt dit niet weg dat de auteur met De Hollander laat zien dat hij het in zich heeft een thriller te kunnen schrijven en in de vervolgdelen zal hij de markante inspecteur Cupido vast en zeker meer gezicht geven.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Mathijs Deen
Titel: De hollander

ISBN: 9789021340159
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2022

Het klaprozenjaar – Corina Bomann

Flaptekst
Nicole groeide op als enig kind zonder vader en sindsdien droomt ze ervan zelf ooit een groot gezin te hebben. Als ze tot haar grote vreugde merkt dat ze zwanger is, lijkt haar droom werkelijkheid te worden… tot bij een onderzoek duidelijk wordt dat haar baby een erfelijke hartafwijking heeft. Maar zij en haar man noch haar moeder zijn de oorzaak van het defecte gen. Bang en vol brandende vragen gaat Nicole naar haar moeder, die in het verleden nooit over Nicoles vader wilde praten.

Geconfronteerd met het verdriet van haar dochter begint -Marianne te vertellen: over de jaren na de Tweede Wereld-oorlog en de verbittering over alles wat Duits was die toen heerste; over haar grote liefde uit Frankrijk en de tijd die hen langzaam maar zeker uit elkaar dreef; over de grote eenzaamheid die ze sindsdien elke dag voelde. Nicole, diep geraakt door het verhaal van haar moeder, besluit dat het tijd wordt om de wonden uit het verleden te helen en haar kind een -toekomst te geven, en ze gaat op zoek naar haar vader…

Recensie
Corina Bomann debuteerde in 2001 met haar roman Der Schattengeist en haar eerste boek dat in het Nederlands is vertaald was het in 2014 uitgebrachte Het vlindereiland. Ze brak pas echt goed door met de serie De vrouwen van de Leeuwenhof, waarvan het eerste deel in 2019 werd uitgebracht en sindsdien is ze niet meer weg te denken in de wereld van de Feelgoodroman. Een paar jaar eerder verscheen Het klaprozenjaar (2017), waarin onder andere de naweeën van de Tweede Wereldoorlog nog zichtbaar zijn.

Van haar gynaecologe hoort Nicole Schwarz dat het kind waarvan ze in verwachting is een erfelijke hartafwijking heeft. Noch in de familie van haar moeder, die haar alleen heeft opgevoed, noch in die van de verwekker van het kind, komt deze aandoening voor. Het kan dus niet anders dan dat de oorzaak van het probleem aan vaderskant ligt. Haar moeder Marianne heeft echter nooit iets over haar vader willen vertellen, maar op aandringen van Nicole doet vertelt ze nu na tientallen jaren stilzwijgen haar verhaal. Dit leidt er uiteindelijk toe dat ze naar hem op zoek gaat.

De lezer maakt al meteen kennis met protagonist Nicole Schwarz en kan zich haar gevoel, nadat ze te horen heeft gekregen dat haar nog ongeboren kind een erfelijke hartafwijking heeft, erg goed voorstellen. Een dergelijke mededeling hoop en verwacht je immers nooit te hoeven vernemen en als dat toch onverhoopt gebeurt, komt het aan als een harde klap. Deze boodschap is in zekere zin een van de rode draden van het verhaal, want wat zich in de plot voordoet, is allemaal hier naartoe te herleiden. Dit geldt eigenlijk zowel voor de verhaallijn in het heden, als die in het verleden, waarin naar voren komt waarom haar moeder Marianne nooit heeft willen vertellen wie haar vader is.

Behalve de medische aandoening bevat het boek nog een aantal andere thema’s, zoals vertroebelde relaties en de destijds – dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog – vijandige houding tussen Duitsland en Frankrijk. Deze zijn alle door het hele verhaal verweven, zowel in de verhaallijn van Nicole (in het heden) als die van Marianne (in het verleden). Wat beide vrouwen te vertellen hebben, is over het algemeen verschillend van aard, maar eveneens onlosmakelijk met elkaar verbonden. In ieder geval zorgt dit alles er wel voor dat de lezer enigszins nieuwsgierig wordt naar hoe het hen allebei vergaat. Op zich is dit allemaal niet zo heel erg verrassend en soms was een en ander zelfs te voorzien. Voor het overige kabbelt de plot rustig voort, met zo nu en dan een onverwachte situatie.

Doordat de gebeurtenissen vanuit de perspectieven van Nicole en Marianne worden verteld, kom je wel het nodige over hen te weten, maar heel uitvoerig gaat de auteur niet op hun karakters en persoonlijkheden in. Toch krijg je een behoorlijke indruk van hen, en de ene keer is dat iets positiever dan de andere keer, want beiden zijn nog weleens erg wisselvallig van aard. Dit laatste geldt ook wel voor de schrijfstijl, die soms wat simpel en eenvoudig oogt, maar ook regelmatig iets fijnzinniger is, hoewel je niet moet verwachten dat Bomann ineens prachtige en bloemrijke metaforen hanteert.

Over het geheel genomen is Het klaprozenjaar absoluut geen vervelende roman om te lezen, maar een literair hoogstandje is het evenmin. Dit is natuurlijk ook helemaal niet de bedoeling van de auteur. Ondanks de ongecompliceerde geest van het verhaal, heeft het desondanks wel een paar emotionelere fragmenten en lijkt het tevens de boodschap uit te stralen dat als je maar met elkaar praat veel misverstanden voorkomen kunnen worden. En dit laatste is uiteraard een waarheid als een koe.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Corina Bomann
Titel: Het klaprozenjaar

ISBN: 9789402309171
Pagina’s: 446

Eerste uitgave: 2017