Categorie archief: Recensies

Moord op de moestuin – Nicolien Mizee


Beschrijving
Thijs en Judith zijn amper getrouwd wanneer Thijs een hartaanval krijgt. Op de dag dat hij thuiskomt uit het ziekenhuis slaan de buren aan het verbouwen. Schoonzus Cora en zwager Ab besluiten dat een pan soep niet afdoende is: er dient stevig uitgerust te worden. Daartoe wordt een boswachterswoning gehuurd op een landgoed, voor de hele zomer maar liefst, met zijn vieren. Echter: nergens op aarde is het écht rustig, en eenmaal op het landgoed aangekomen blijkt daar een verbeten strijd gaande, ogenschijnlijk over een boom. Een strijd die op bloedstollende en evenzeer dolkomische wijze uit de hand loopt.

Recensie
In 1994 kreeg Nicolien Mizee les in scenarioschrijven van Ger Beukenkamp. Ze ziet hem daarom als haar leermeester. Na deze opleiding stuurt ze hem faxen, om haar gedachten aan hem te laten lezen. Hij beantwoordt ze echter nooit. Het leidde er echter wel toe dat deze ‘faxen aan Ger’ in boekvorm werden uitgegeven, de eerste is De kennismaking, de tweede De porseleinkast en de derde De verpletterende, komt in juli 2019 uit. Haar jongste roman is echter Moord op de moestuin, een boek met thrillerelementen. Dit boek is in februari 2019 gekozen als DWDD boek van de maand.

Judith is halverwege de veertig en nog niet zo lang met Thijs getrouwd, dit huwelijk verbaasde haar familie. Drie dagen daarna krijgt Thijs een hartaanval waardoor hij lang in het ziekenhuis moest blijven. Bij thuiskomst blijkt dat de buren zijn gaan verbouwen. Dat is voor schoonzus Cora en zwager Ab aanleiding om voor hun vieren de hele zomer een boswachterswoning op een landgoed, dat van twee jeugdvriendinnen van Judith en Cora blijkt te zijn, te huren. Omdat Thijs daar rust kan krijgen. Eenmaal gearriveerd, huurt Judith er een moestuin en ontdekt dat er op die volkstuintjes van alles aan de hand is.

“De hele geschiedenis begon toen mijn zuster en zwager een pan soep kwamen brengen.”

Deze openingszin van Moord op de moestuin zorgt ervoor dat de lezer nieuwsgierig wordt. Want het geeft de indruk dat er een verhaal aan vastzit (eigenlijk is vooral dat ene woord ‘geschiedenis’ daar verantwoordelijk voor) en dat zich op en eventueel nabij die moestuin wat heeft afgespeeld. Het duurt echter nog tot over de helft van het verhaal tot er wat actie ontstaat. Tot dan is het vooral het ophalen van herinneringen en Judiths belevenissen op de moestuin, die erg uitvoerig worden beschreven. Die uitgebreide uiteenzetting is niet het meest interessante van het verhaal. Het kan dus gebeuren dat de aandacht van de lezer enigszins verslapt. Hoewel er in het tweede half wat meer gebeurt dan in het eerste, blijft het toch opnieuw een aaneenschakeling van wetenswaardigheden over flora en fauna, met tussendoor flarden van een politieonderzoek.

Op misschien een enkeling na hebben alle personages hun eigen eigenaardigheden. De een wat meer dan de ander, maar eigenlijk lijken ze zo’n beetje geen van allen echt ‘normaal’. Aan de ene kant maakt dat hen kleurrijk en bijzonder, aan de andere kant kan het soms ook storend werken. Omdat er niet zo heel veel variatie in zit, de karakters worden op den duur wat voorspelbaar en dat is jammer. Mizee heeft echter wel weten te voorkomen dat al deze bijzondere figuren vervelend worden, dus de lezer zal zich niet snel aan hen gaan storen.

De schrijfstijl die in dit boek gehanteerd wordt, is vlot en hedendaags. Veel dialogen zijn zoals ze in het echte leven ook gevoerd zouden kunnen worden, waarbij sommige misschien wat extra zijn aangedikt. Dat geldt eveneens voor de humor die de auteur bij tijd en wijle hanteert. Soms is deze aardig, soms ook niet. Het hangt er dan maar net vanaf van welk soort lolligheid de lezer houdt. De plot kent niet echt veel verrassende wendingen, de eerste eigenlijk pas halverwege, maar in feite kan de lezer dit al vanaf het begin zien aankomen. Dat voorspelbare gaat ook op voor de onmisbare moord die uiteindelijk wordt gepleegd, op een bepaald moment kun je er namelijk honderd procent zeker van zijn wie het slachtoffer wordt.

Moord op de moestuin houdt het midden tussen een roman en een detective. Voor het eerste is het iets te simplistisch en voor het tweede niet spannend genoeg. Maar in beide gevallen is één ding zonder meer een zekerheid: het grootste deel van het verhaal is nogal onwaarschijnlijk en daardoor ook niet erg geloofwaardig.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Nicolien Mizee
Titel: Moord op de moestuin

ISBN: 9789038802022
Pagina’s: 240

Eerste uitgave: 2019

Jachthuis – Oscar van den Boogaard


Beschrijving
De vijftienjarige Maxwell is met zijn moeder Elsie op bezoek bij zijn vader Jim in Suriname, die hij sinds diens overplaatsing een paar jaar geleden niet meer heeft gezien. Kort na hun aankomst verdwijnt Elsie in het tropisch regenwoud. Terwijl de kans dat zij wordt teruggevonden met de dag slinkt, realiseert Maxwell zich pas hoezeer hij wordt gegijzeld door het dramatische liefdesleven van zijn moeder. ‘Ik was betrokken in een geheim, nee, ik was het geheim zelf.’ Dat inzicht confronteert hem ruw met zijn eigen verborgen identiteit.

Recensie
Na zijn studie rechten en Frans werkte Oscar van den Boogaard voor een korte tijd als advocaat en terwijl hij nog voor een advocatenkantoor werkzaam was, schreef hij het manuscript voor een roman die hij De onsterfelijken had genoemd. Dit werd geen succes, maar in 1990, hij had zijn baan inmiddels opgezegd, debuteerde hij met Dentz. In 2018 verscheen Kindsoldaat, dat een autobiografisch tintje heeft. Twee jaar later kwam Jachthuis uit, eveneens een roman die op zijn eigen jeugd gebaseerd is.

Jim is beroepsmilitair en overgeplaatst naar Suriname. Zijn zoon, de vijftienjarige Maxwell en zijn vrouw Elsie hebben hem al een paar jaar niet gezien als ze besluiten bij hem op bezoek te gaan. Niet lang na hun aankomst verdwijnt Elsie in het tropisch regenwoud. Na een paar dagen is er nog geen enkel levensteken en de kans dat ze gevonden wordt, wordt daarom steeds kleiner. Ondertussen worstelt Maxwell steeds meer met de relatie die zijn moeder met hem heeft, maar ook met haar liefdesleven.

In zijn vorige roman Kindsoldaat beweert Van den Boogaard dat hij de onwettige zoon van Prins Bernhard is en beschrijft hij tevens de familiegeschiedenis van zijn moeder. Het is daarom eigenlijk ook een vanzelfsprekendheid dat in Jachthuis enkele personages voorkomen die in het voorgaande boek ook hun opwachting maakten. Zijn laatste roman is echter geen vervolg, het verhaal staat op zichzelf en nergens is een verwijzing naar het vorige te bespeuren. De enige reden om Kindsoldaat eerder te gaan lezen, is om te weten te komen hoe Elsie’s familie in elkaar steekt. Niets meer, niets minder.

Jachthuis heeft in ieder geval een drietal delen en twee verhaallijnen. De eerste begin in 1979 wanneer Maxwell en Elsie weer in Suriname zijn om Jim te bezoeken. De andere begint met een flashback naar 1968, Maxwell is dan vier jaar oud, wanneer het gezin op last van Prins Bernhard terug naar Nederland wordt gestuurd. Vanaf dat moment lijkt dit subplot in chronologie en geleidelijk in jaren op te lopen, maar dat is niet aldoor even duidelijk. Een verwijzing naar het jaar waarin een hoofdstuk zich afspeelt zou soms geen overbodige luxe zijn geweest. Afgezien daarvan is het absoluut niet moeilijk het verhaal te volgen. In een prettige schrijfstijl weet de auteur de lezer van begin tot eind te boeien en door de verdwijning van Elsie creëert hij ook nog eens de nodige spanning.

Het verhaal waar de lezer in belandt, is bijzonder realistisch. Deels komt dit door de beeldende schrijfwijze van de auteur, maar vooral doordat hij er werkelijk bestaande personen (denk hierbij aan de in Suriname zeer bekende Tante Jacqueline) en ware gebeurtenissen (zoals bijvoorbeeld de Lockheed affaire) in laat voorkomen. Wat echter wel voor vraagtekens zorgt, is de zeer merkwaardige en ongebruikelijke relatie tussen de diverse familieleden, maar ook het gedrag van Maxwell. Dat past niet altijd bij zijn leeftijd. Als hij nog erg jong is, is zijn taalgebruik alsof hij minstens vijftien jaar ouder is. Zoiets komt nogal onnatuurlijk over. Aan de andere kant maakt hij een wat breekbare indruk, hij is vrij machteloos en vaak niet in staat de meeste personages, en in het bijzonder Elsie, iets te weigeren. Dit alles maakt hem toch een intrigerend personage, iets dat overigens ook voor de anderen opgaat.

Vanaf het begin is al heel goed te merken dat Van den Boogaard een deel van zijn eigen herinneringen in het verhaal heeft verwerkt. Dat is af te leiden uit het feit dat sommige situaties en dingen eigenlijk niet verzonnen kunnen zijn. Door die autobiografische elementen te combineren met fictie is Jachthuis in intrigerende, interessante en boeiende roman geworden.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Oscar van den Boogaard
Titel: Jachthuis

ISBN: 9789403143002
Pagina’s: 376

Eerste uitgave: 2020

Koud zonder jou – Igor Znidarsic


Beschrijving
Op klaarlichte dag wordt in de Achterhoek een vrouw van haar fiets gesleurd en ontvoerd. Een dag later treft een wandelaar haar naakte lichaam aan in het bos. Het is doorboord met messteken en op haar onderarm zijn cijfers gekrast. Een paar weken later verdwijnt in dezelfde regio opnieuw een fietsster. De vrouw is door verdrinking om het leven gebracht, met een speelkaart in haar hand geklemd. Ondanks intensief speurwerk van de recherche blijft de toedracht een mysterie. Dan valt er een derde slachtoffer. De rechercheurs vermoeden dat het steeds om één dader gaat: de drie slachtoffers waren allen stevige vrouwen met lang blond haar van een jaar of veertig.

Recensie
Na zijn atheneum-opleiding begon Igor Znidarsic met het schrijven van zowel fictie als non-fictie. Zijn verhalen werden gepubliceerd in tijdschriften zoals Playboy, Panorama en Lava. Terwijl hij als journalist werkzaam was, bleef hij wel doorgaan met het schrijven van fictieve verhalen. Dat leidde er uiteindelijk toe dat in 2011 zijn semi-autobiografische debuutroman Diepgevroren makrelen verscheen. In 2017 werd zijn thriller De blindganger uitgegeven, dit was tevens het eerste deel van een trilogie en werd in dat jaar genomineerd voor de Gouden Strop. Begin april 2020 kwam Koud zonder jou, dat het laatste deel van de drieluik is, uit.

In de bossen van het Nationale Park Sallandse Heuvelrug wordt het naakte lichaam van een vrouw gevonden. In haar rechteronderarm is een aantal cijfers gekrast en haar lichaam vertoont veel steek- en snijwonden. Enkele weken later wordt in dezelfde streek opnieuw een ontkleed vrouwenlichaam gevonden. Zij blijkt te zijn verdronken en in haar hand vindt de politie een speelkaart. De rechercheurs Bianca van Dijk en Joris Vischjager onderzoeken beide moorden, maar hebben nog geen enkel aanknopingspunt. Niet veel later valt er opnieuw een slachtoffer met dezelfde uiterlijke kenmerken als de eerste twee. Dit versterkt het vermoeden dat het om één dader gaat.

Koud zonder jou is het derde deel van de trilogie rond de rechercheurs Bianca van Dijk en Joris Vischjager, maar daar is niets van te merken. De auteur heeft zelf een keer verteld dat elk deel onafhankelijk van de andere te lezen is en daarmee heeft hij inderdaad niets verkeerd gezegd. In dit laatste deel wordt weliswaar wel doorgegaan op de verdwijning van Bianca’s jongere zusje lang geleden, maar daarbij geeft Znidarsic dusdanig veel informatie dat de trilogie in principe niet op volgorde gelezen hoeft te worden. Wat het verhaal zelf betreft, is er al helemaal niets aan de hand, dit staat volkomen los van die in de twee voorgaande boeken.

Desondanks heeft dit derde deel van de drieluik wel een aantal overeenkomsten met zijn voorgangers. Door middel van in chronologie oplopende flashbacks laat de auteur de lezer zien waardoor de moordenaar tot zijn daden gekomen is, maar maakt hij opnieuw halverwege het verhaal de identiteit van de dader bekend. Het lijkt erop dat Znidarsic de voor hem veilige en vertrouwde weg kiest, een weg die niet zo heel veel ruimte voor uitdagingen en afslagen biedt. Maakt dit Koud zonder jou dan minder interessant? Nee, zeker niet, want de psychologie achter de gedragingen van de dader zijn boeiend, je hoopt nu – eindelijk – te weten te komen wat er met het zusje van Bianca is gebeurd en het verhaal heeft met regelmaat spannende en soms wat lugubere momenten.

Aan de karakters van de vaste personages heeft de auteur niet zo heel veel meer gesleuteld, ze hebben geen zichtbare ontwikkeling doorgemaakt. Bianca is in zekere zin nog steeds wat clichématig. Haar huwelijksperikelen heeft ze nog niet achter zich gelaten, maar ook haar gezinsleven maakt ze ondergeschikt aan het politiewerk. Iets dat je bij wel meer fictieve rechercheurs tegenkomt. Het verhaal zelf heeft ook enkele elementen die niet uniek zijn in een thriller. Er zijn voor de hand liggende verdachten, het onderzoek verloopt aanvankelijk nogal stroef en er is een ongeduldige en bij vlagen onrealistische politiechef. Ook hierbij houdt de auteur zich vast aan een bekend en veelbeproefd concept.

De schrijfstijl van Znidarsic is beeldend en toegankelijk. In soms staccato zinnen brengt hij over wat er speelt en zorgt hij er tevens voor dat de dialogen kort en realistisch zijn. Koud zonder jou is in ieder geval een thriller die de lezer soms wat rillingen bezorgt, die een waardig afsluiter van de trilogie is, maar ook een die wat meer durf had verdiend.

Waardering: 3/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Igor Znidarsic
Titel: Koud zonder jou

ISBN: 9789045219189
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2020

Ibiza Club – Linda van Rijn


Beschrijving
Rosa van Leeuwen, beter bekend als dj RedLion, heeft op haar dertigste bereikt waar anderen alleen maar van kunnen dromen. Haar muziek is meer dan succesvol, haar agenda staat standaard volgeboekt met optredens in de grote clubs van Ibiza en ze bezit een enorme villa op het eiland, waar ze sinds een paar jaar woont. Ook al kan ze haar leven makkelijk laten draaien om exclusieve feesten en peperdure champagne, toch kiest Rosa er liever voor wat meer op de achtergrond te blijven. Ze is dol op haar werk, maar besteedt haar vrije tijd het liefst aan haar zoontje Xavier van vier jaar. Met de vader van Xavier is ze niet meer samen, maar ze heeft inmiddels nieuw geluk gevonden bij Timo, een Nederlander die ook al jaren op Ibiza woont en die eigenaar is van een succesvolle club.

Maar dan zet een onverwachte gebeurtenis haar leven op scherp. Rosa begint zich af te vragen of ze Timo wel echt goed kent en of ze samen verder kunnen. En wie is de afzender van de onheilspellende berichten die ze krijgt? Wanneer ook Xavier betrokken wordt in de dreigementen, is er geen tijd meer te verliezen en zal de dader gevonden moeten worden. Maar hoe meer Rosa ontdekt, hoe meer zich de vraag opdringt of ze wel de juiste personen in vertrouwen neemt…

Recensie
Na haar carrière is de reiswereld begon Linda van Rijn, pseudoniem van een tot nu toe nog steeds onbekend gebleven auteur, in 2011 met schrijven. In dat jaar debuteerde ze met Last minute en sindsdien schrijft ze minimaal twee boeken per jaar. Haar vakantiethrillers spelen zich allemaal af op bestemmingen waar ze zelf is geweest. Ze heeft eveneens een aantal minithrillers geschreven en onder het alias Sandrine Jolie een aantal erotische thrillers. Ibiza Club is haar jongste thriller en verscheen begin april 2020. De meeste van haar boeken belanden in de Bestseller 60.

Rosa van Leeuwen, beter bekend als DJ RedLion, is dertig jaar en met haar muziek heeft ze wereldwijd een groot succes. Ze woont al een geruime tijd op Ibiza, waarvan de laatste paar jaar in een luxe villa. Buiten haar werk, waar ze enorm van houdt, geeft ze er de voorkeur aan om niet in de schijnwerpers te staan. Ze is het liefst bij haar vierjarig zoontje Xavier en haar vriend Timo, die eigenaar van een goedlopende club is. Dan krijgt Rosa een aantal berichten die haar leven op z’n kop zetten, ze weer daarna niet meer wie ze wel en niet kan vertrouwen.

De boeken van Van Rijn kenmerken zich over het algemeen door hun luchtige en pretentieloze karakter. De uitgever laat de lezer telkens geloven dat het literaire thrillers zijn (dat staat immers op de cover vermeld), maar ze lijken toch vooral geschreven te zijn om hem te vermaken, hem een paar uurtjes ontspanning geven, waar in principe helemaal niets verkeerd aan is. Dat moet dan echter wel gebeuren, want ook in Ibiza Club doet de auteur een poging dit voor elkaar te krijgen. Daarin slaagt ze maar ten dele.

Het grootste deel van het verhaal wordt namelijk in beslag genomen door een veel te uitgebreide kennismaking met Rosa, haar relatie met Timo, maar ook die die met Matteo, de vader van Xavier. De thrillerelementen blijven in het maar achttien hoofdstukken tellende boek zo goed als achterwege. In de eerste zes probeert Van Rijn er nog wel wat spanning in te brengen, maar een paar zinnetjes zijn veruit te weinig om dat voor elkaar te krijgen. Vervolgens duurt het tot hoofdstuk veertien voordat ze een nieuwe poging waagt, waarin ze overigens hopeloos faalt. Uiteindelijk is het spanningsveld in het voorlaatste hoofdstuk, dat tevens het meest boeiende van het verhaal is, het grootst. Een kinderhand is gauw gevuld, zullen we maar zeggen.

Wat de auteur wel goed over weet te brengen is het gevoel van onmacht dat Rosa op een gegeven moment heeft. In de diverse media verschijnen verschillende nepberichten, ze kan hier echter niets tegen doen, behalve ze ontkrachten. Wie in de publieke belangstelling staat, is in dergelijke situaties blijkbaar altijd een slachtoffer. Hoewel iedereen feitelijk wel weet dat Ibiza een party-eiland bij uitstek is, weet de auteur dit ook redelijk goed weet te geven. Voor het overige is het wat visualisatie betreft allemaal wat oppervlakkig en laat het bij de lezer geen diepe indruk achter.

Net als al haar andere boeken heeft Van Rijn Ibiza Club met een vlotte pen geschreven en uit alles blijkt dat het haar alleen maar bedoeld is voor vermaak. Het heeft namelijk geen diepgang, geen mooi geformuleerde zinnen en op sommige punten is het zelfs voorspelbaar. Helemaal niet erg voor een boek dat enkel ter ontspanning dient, maar door het ontbreken van iedere vorm van spanning is het echter wel thrilleronwaardig.

Waardering: 2/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Linda van Rijn
Titel: Ibiza Club

ISBN: 9789460687556
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2020

Leven of dood – Michael Robotham


Beschrijving
Audie Palmer zit tien jaar gevangenisstraf uit voor een gewapende overval waarbij vier mensen omkwamen. Zeven miljoen dollar is nooit teruggevonden. Alleen Audie weet waar het geld is.

In de gevangenis is hij geslagen, neergestoken en bedreigd doorbewakers en medegevangenen die allemaal op het geld uit zijn. Maar dan verdwijnt Audie de dag voor hij vrijkomt. Iedereen jaagt op hem, maar Audie heeft één doel: hij moet een leven redden voor het te laat is…

Recensie
Op zijn twaalfde wist Michael Robotham al dat hij schrijver wilde worden. De journalistiek zag hij als het ideale vakgebied om deze behoefte te bevredigen. Hij reisde in die professie de wereld rond, ontmoette heel veel mensen en schreef mooie verhalen. Desondanks wilde hij meer, en dat was het schrijven van boeken. Hij werd ghostwriter van meer dan tien autobiografieën en ontdekte toen dat hij de discipline had om ook eigen boeken te gaan schrijven. Dus debuteerde hij in 2003 met De verdenking, het eerste deel van een serie met Joseph O’Loughlin. Daarnaast schrijft hij ook standalones, waaronder Leven of dood, dat in 2015 is verschenen.

Eén dag voordat Audie Palmer wordt vrijgelaten uit de gevangenis, hij heeft er dan tien jaar opzitten, ontsnapt hij. Hij was veroordeeld voor een overval waarbij vier mensen zijn omgekomen en zeven miljoen dollar is ontvreemd. Hij is de enige die nog weet waar dat geld gebleven is. In de gevangenis werd hij regelmatig lichamelijk en geestelijk mishandeld, zowel door andere gevangenen als door bewakers. Na zijn ontsnapping wordt er met man en macht op hem gejaagd, maar heeft iedereen wel goede bedoelingen? Audie heeft echter een missie en dat is het redden van één leven.

Is het nodig dat een thriller zo is geschreven dat de vonken ervan afspatten? Dat het een zinderende spanning heeft? De een zal daarop een bevestigend antwoord geven, de ander zal zeggen dat dit niet altijd zo hoeft te zijn. Er zijn immers verschillende soorten spanning. Leven of dood is er in ieder geval een waarin die spanning niet direct meetbaar is. Het grootste deel van het verhaal heeft bijzonder veel weg van een roman, weliswaar een wat spannendere, maar dat het een thriller is, kan niet met stellige overtuiging worden gezegd. Pas tegen het eind van het verhaal, en dan in het bijzonder in de ontknoping, steekt die spanning de kop op. Maar, en dat moet zeker worden gezegd, er is vanaf het begin wel een soort van spanning aanwezig. De lezer voelt aan dat er wat gaat gebeuren, dat er in het verleden wat gebeurd is wat blijkbaar niet door de beugel kon en dat Audie wat van plan is. Maar was dat is, wordt pas gedurende de plot, en dan ook nog eens heel geleidelijk, pas duidelijk.

Wat het verhaal zonder meer doet, is intrigeren. Het boeit vanaf de eerste tot en met de laatste letter. De diverse perspectiefwisselingen, het door middel van herinneringen steeds meer uit de doeken doen van de voorbije gebeurtenissen, de erg goede uitwerking van de personages en de regelmatige plotwendingen zijn daar onder andere debet aan. Daarnaast is de auteur er een meester in om zowel de situaties als de omgeving beeldend te beschrijven. Zo maakt hij de lezer bijvoorbeeld deelgenoot van het keiharde leven in een gevangenis en dat een gevangene zich er zo goed als niet kan handhaven zonder door een andere gevangene in bescherming genomen te worden.

Het grootste deel van het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Audie, je leert hem dus het beste kennen. Uit alles blijkt dat hij een doorzetter is, dat hij erop gebrand is zijn missie te volbrengen. Het kan daarom ook niet anders dan dat de lezer een enorme sympathie voor hem krijgt. Twee andere personages, FBI-agent Desiree Furness en de moordenaar Moss Webster, roepen diezelfde genegenheid op. Ze worden alle drie, hoe uiteenlopend hun achtergrond ook is, als mens neergezet. Iets dat van een aantal anderen niet gezegd kan worden.

Zoals hiervoor al even gememoreerd, bevat de ontknoping de meeste spanning. Het tempo is dan aanzienlijk en als lezer kun je nu écht op het puntje van de stoel gaan zitten. De auteur heeft het allerbeste overduidelijk voor de finale bewaard, terwijl het boek op zich al ijzersterk is. Of Robotham zichzelf met Leven of dood overtroffen heeft, is moeilijk te zeggen. Maar een meesterwerk is het wel degelijk.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Michael Robotham
Titel: Leven of dood

ISBN: 9789023498001
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2015

De plotters – Un-Su Kim


Beschrijving
Het gaat niet om degene die de trekker overhaalt, maar om wie er áchter degene staat die de trekker overhaalt – de plotters, de masterminds in de schaduw.
Als kleine jongen werd Reseng geadopteerd door de misdadiger Oude Wasbeer. Ze woonden in diens bibliotheek, omringd door boeken die niemand ooit las, waar het krioelde van de moordenaars, huurlingen en premiejagers.
Met deze achtergrond is Reseng voorbestemd voor een toekomst als huurmoordenaar. Tot hij de regels breekt. Hij ontmoet een drietal jonge vrouwen: een winkelbediende, haar rolstoelgebonden zus en een loensende obsessieve breister. Zullen deze vrouwen hem bevrijden van zijn lot? Of is Reseng de volgende op de dodenlijst? Wie zal er dan voor zijn katten zorgen? Wie plaatste de bom in zijn toilet? En hoeveel bier moet hij drinken om te zorgen dat hij alles vergeet?

Recensie
De Zuid-Koreaanse auteur Un-Su Kim is een van de meest gezochte schrijvers op internationale boekenmarkten. Zijn bekendheid dankt hij vooral aan zijn in 2010 geschreven literaire thriller De plotters, dat zes jaar later in Frankrijk werd uitgebracht, op de shortlist van de Grand Prix de Literature Policière werd geplaatst en vervolgens wereldwijd de aandacht trok van redacteuren van grote uitgeverijen. Begin 2020 verscheen het boek in een Nederlandse vertaling en de filmrechten zijn inmiddels verkocht aan The Ink Factory.

De 32-jarige Reseng is op jonge leeftijd geadopteerd door een man die De Oude Wasbeer wordt genoemd. Hij groeit op in diens bibliotheek, leert zichzelf lezen en wordt op latere leeftijd huurmoordenaar, net als degenen met wie hij jarenlang heeft samengeleefd. Regelmatig voert hij zijn opdrachten uit, maar als hij weer een moord moet plegen doet hij dat tegen alle regels in op zijn eigen manier. Vanaf dat moment lijkt het erop dat hij zelf op een dodenlijst is beland en is hij zijn leven niet meer zeker.

In werkelijkheid is Zuid-Korea een van de veiligste landen van Azië. De plotters doet echter anders vermoeden, want hierin lijkt het alsof het land wordt geregeerd door criminelen en huurmoordenaars. Ze hebben een eigen bedrijfstak die nog lucratief blijkt te zijn ook. Er is echter ook een keerzijde, want niemand lijkt er zeker van te zijn om in leven te kunnen blijven, zelfs de man of vrouw die de opdracht krijgt om een moord te plegen niet. Desondanks heerst er geen angstcultuur, iedereen gaat op een vrij normale manier met elkaar om. Een goed voorbeeld daarvan is het eerste hoofdstuk, hoewel er eerlijkheidshalve wel bij gezegd moet worden dat het slachtoffer niet weet dat hij een doelwit is. De scheidslijn tussen een ogenschijnlijk vriendschappelijke omgang en moord is dun, heel erg dun.

Omdat het verhaal volledig vanuit het perspectief van Reseng wordt verteld, leert de lezer hem erg goed kennen. Hij is een keiharde en soms ook niets ontziende huurmoordenaar, maar in feite ontkom je er niet aan door geen genegenheid voor hem te voelen. Hij heeft namelijk ook zijn zachte, en dus goede, kanten. Reseng is opgegroeid en geschoold in de onderwereld van Seoel en als je zijn leven overziet, kun je eigenlijk niet anders dan concluderen dat hij niet beter weet, dat hij een product van zijn opvoeding is. Het is interessant en boeiend om te lezen hoe hij met zijn omstandigheden omgaat, welke keuzes hij maakt en hoe hij zich staande weet te houden in een wereld waarin concurrentie constant op de loer ligt.

Hoewel er al vanaf het begin een aantal moorden wordt gepleegd, heeft De plotters lange tijd niets weg van een thriller. De ontbrekende spanning, de soms gedetailleerde beschrijvingen en de vaak mooie dialogen wekken vooral de indruk dat het een roman is. Op ongeveer twee derde van het verhaal keert het tij volledig omdat zich een aantal onverwachte plotwendingen voordoet. Hierdoor neemt het tempo toe en pakt het nog meer dan het voor het grootste deel al deed. Het meest spectaculaire heeft Kim echter bewaard voor de korte ontknoping. In tien pagina’s schotelt de auteur de lezer meer actie en spanning voor dan tijdens alle voorgaande bladzijden. Gedurende de plot, waarin de nieuwsgierigheid van de lezer licht op de proef wordt gesteld, heeft Kim overduidelijk naar deze climax toegewerkt.

In een aangename en vaak beeldende schrijfstijl weet de auteur de lezer van begin tot eind te boeien. De plotters, mooi vertaald door Valérie Janssen, is een enigszins duistere, ongewone en verrassende thriller met bijzondere, maar meeslepende personages.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Un-Su Kim
Titel: De plotters

ISBN: 9789400511637
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2020

Het grote foute jongensboek – Rob Hoogland & Arthur van Amerongen


Beschrijving
In korte dialogen, maar ook in langere verhalen passeren alle denkbare onderwerpen de revue: de wereld van de media, drank & drugs,voetbal en sport in het algemeen natuurlijk, de grachtengordel, popmuziek, meisjes, politiek, literatuur, misdaad, leven & dood…

Recensie
Arthur van Amerongen heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw vooral als correspondent in het Midden-Oosten gewerkt, vervolgens was hij verslaggever in Latijns-Amerika en tegenwoordig is hij columnist bij De Volkskrant en HP De Tijd. Rob Hoogland begon zijn journalistieke carrière bij Het Noordhollands Dagblad, waar hij sportverslaggever was. Vanaf 1976 was hij werkzaam bij De Telegraaf, waarvoor hij tot aan zijn pensionering een dagelijkse column schreef. Beide journalisten hebben afzonderlijk diverse boeken geschreven. In het voorjaar van 2017 verscheen hun eerste gezamenlijke uitgave Het grote foute jongensboek.

Van Amerongen en Hoogland leerden elkaar pas goed kennen via Facebook en Twitter, waar ze regelmatig met elkaar chatten. Tijdens een van die sessies besloten ze om samen een boek te schrijven waarin ze diverse onderwerpen ter sprake brengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan voetbal, seks, drank en drugs, social media, de islam, de religie in het algemeen, en nog zoveel meer. Tijdens hun dialogen nemen ze geen blad voor de mond en zeggen onverholen wat ze ergens van vinden. De auteurs geven aan dat het een boek voor 50.000 boze blanke linkse mannen die allemaal werken is.

De ideeën voor Het grote foute jongensboek zijn op Facebook ontstaan en daar is in de gedrukte versie alles van te merken. Het boek is opgezet als een tweegesprek, waarin beide heren afwisselend aan het woord zijn. De ene keer is dat wat korter dan de andere keer, maar een dialoog is er zonder meer. Dit gaat gepaard met de nodige zelfspot en sarcasme, humor is ze blijkbaar niet vreemd, maar behalve dit kunnen ze ook nog wel eens grof voor de dag komen. Niet iedereen die in dit boek genoemd wordt, zal dit waarschijnlijk in dank afnemen. Want wat ze zeggen kan soms ronduit beledigend overkomen, en dat alles zo goed als zeker gebracht als een vorm van satire. Je zult echter maar genoemd worden. Dan is het de vraag of je het als dusdanig ervaart.

Het zijn overigens niet alleen korte onderlinge dialogen, het komt namelijk ook regelmatig voor dat een van de heren een anekdote vertelt. Over wat ze hebben meegemaakt of wat ze zich nog herinneren. Dit zijn over het algemeen de meest interessante en boeiendste onderdelen van het boek. Een voorbeeld hiervan is het stukje over Albino en Amalia, een oud echtpaar dat in de Algarve woont. Een ander opmerkelijk verhaaltje is de besnijdenis van Hoogland. In geuren en kleuren vertelt hij hier het een en ander over, waarbij de lezer er niet raar van op moet kijken als dit enigszins is aangedikt.

Van enige lijn in het boek is niets te bespeuren. Van Amerongen en Hoogland springen van de hak op de tak. Dit is niet hinderlijk, omdat dit boek geen structuur hoeft te hebben. Het is immers geen roman waar een kop en een staart aan moet zitten. Het komt er in feite op neer dat het vooral herinneringen van twee mannen op leeftijd zijn. Soms denken ze daar met een goed gevoel op terug, soms ook weer niet. En met regelmaat wekt hun samenspraak de indruk dat ze twee seksueel gefrustreerde mannetjes zijn die hun jeugd nog niet helemaal achter zich hebben gelaten. Maar, en daar is voor een groot deel ongetwijfeld ook weer sprake van, het zal allemaal weer aardig opgeblazen zijn. En dat is het probleem in dit boek, het is lastig in te schatten wat écht klopt en wat aanzienlijk overdreven is. Een ding is in ieder geval zeker, Het grote foute jongensboek is niet voor iedereen weggelegd.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Rob Hoogland & Arthur van Amerongen
Titel: Het grote foute jongensboek

ISBN: 9789020633511
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2017

De held – Lee Child


Beschrijving
In zijn eerste non-fictie-uitgave onderzoekt Lee Child, auteur van de wereldwijd succesvolle Jack Reacher-serie, het belang en het doorzettingsvermogen van helden.

Child laat ons niet alleen zien dat deze eeuwenoude mythen een fundamenteel onderdeel zijn van onze mensheid, maar dat onze wereld er nog steeds door beïnvloed en gevormd wordt – juist in een tijd waarin we dat meer nodig hebben dan ooit.

Van het stenen tijdperk tot de Griekse tragedies en van Shakespeare tot Robin Hood: Child neemt je mee langs alle grote helden – inclusief zijn eigen held, Jack Reacher.

Recensie
Lee Child, een pseudoniem voor Jim Grant, is vooral bekend geworden door zijn langlopende serie rond Jack Reacher, een voormalig majoor van de Amerikaanse militaire politie. Daarnaast heeft hij eveneens een aantal korte verhalen geschreven en nu staat er ook een non-fictie op zijn naam. Dat is het eind februari 2020 verschenen essay De held, waarin hij een antwoord probeert te geven op de vraag wat een held is, maar ook wat een held kenmerkt en waarom de een wel en de ander niet als zodanig wordt beschouwd.

Van de Griekse tragedies tot Robin Hood en James Bond.

Wie deze tekst op de cover van De held leest, denkt al gauw dat Child in zijn essay een aantal personages uit de oudheid, uit verhalen, uit films en ook boeken bespreekt. De lezer verwacht dat hij dieper op hen ingaat, wat hen gemaakt heeft tot wat ze zijn. Waarom ze voorop gaan in hun strijd, waarom ze ergens in uitblinken of waarom ze bereid zijn zichzelf op te offeren voor een groter doel. Achteraf kan echter worden geconcludeerd dat deze verwachting zo goed als niet opgaat. Alleen de Engelse volksheld Robin Hood heeft de eer gekregen dat de auteur wat dieper op zijn status ingaat. De rest komt er nogal bekaaid vanaf, James Bond, een van de meest aansprekende spionageheld uit Groot-Brittannië, komt zelfs helemaal niet aan bod, hoewel wel gezegd moet worden dat Ian Flemings Dr. No terloops wel even wordt genoemd.

Child heeft een relatief lange inleiding nodig om het woord ‘hero’ etymologisch te verklaren, waarbij hij begint met de klaproos. En passant neemt hij de Duitse chemicus Felix Hoffmann mee, zet hij de evolutie van de mensheid nogal omslachtig uiteen en maakt daarbij regelmatig gebruik van een rekensom met de generatie vrouwen van zijn moederskant als voorbeeld. Pas tegen het eind van zijn relaas, de lezer heeft inmiddels hoofdstuk zeven bereikt (het essay kent er negen), komen de eerste personages die als held beschouwd kunnen worden om de hoek kijken. Dat gebeurt in een erg kort hoofdstuk en het aantal besproken oudheidkundige helden is zeer beperkt. In het slothoofdstuk gaat de auteur summier op het woord held in, maar ook in welke context het tegenwoordig nog wel eens wordt gebruikt.

Hoewel het er aanvankelijk op lijkt dat de auteur er van alles bijhaalt wat op het moment van schrijven in zijn gedachten opkwam, zit er toch een bepaalde lijn in zijn uiteenzetting. De rode draad die hij daarbij hanteert, is vooral van etymologische aard en daarbij is het in zijn ogen noodzakelijk om bij de Griekse oudheid te beginnen, een paar zijwegen bewandelt om vervolgens met een aantal voorbeelden en met het ventileren van zijn gedachtegang te eindigen in de huidige tijd. De held, in een vertaling van Jan Pott, moet dan ook zeker niet gezien worden als een lofzang op de fictieve held. Het is hoofdzakelijk Childs persoonlijke visie op dit misschien wel wonderbaarlijke fenomeen.

Waardering: 2/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Lee Child
Titel: De held

ISBN: 9789024589258
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2020

Daar waar de rivierkreeften zingen – Delia Owens


Beschrijving
Kya Clark is in haar eentje opgegroeid in het moeras van Barkley Cove in North Carolina, afgesloten van de bewoonde wereld. Om zichzelf te onderhouden ruilt ze vis, en groenten uit haar moestuin voor andere levensmiddelen. Ze voelt zich er thuis, beschouwt de natuur als haar leerschool. Maar als ze in aanraking komt met twee jongemannen uit de stad ontdekt ze dat er ook een andere wereld is. Wanneer een van hen dood wordt gevonden, valt de verdenking onmiddellijk op Kya.

Recensie
Terwijl Delia Owens nog opgroeide, gaf haar moeder haar het advies om later de wildernis in te trekken. Dit nam ze ter harte en na haar studie biologie vertrok ze naar Afrika, waar ze tientallen jaren tussen de wilde dieren, maar ook in afzondering leefde. Dit inspireerde haar om een roman te schrijven waarin isolement, vooral dat van een vrouw, een belangrijke factor is. Dat werd Het moerasmeisje, dat in oktober 2018 is verschenen en begin 2020 opnieuw werd uitgegeven onder de titel Daar waar de rivierkreeften zingen.

Kya Clark is nog maar zes jaar oud als haar moeder, broers en zussen uit haar leven verdwijnen. Ze blijft achter met haar agressieve en aan alcohol verslaafde vader. Dan komt hij op een dag ook niet meer terug en is Kya op zichzelf aangewezen. Ze woont in een vervallen hutje in het moeras en weet zich goed in leven te houden. Later ontmoet ze twee wat oudere jongens en een van hen wordt een paar jaar later dood aangetroffen. Kya is de eerste en eigenlijk enige verdachte, maar komt dat niet vooral omdat mensen een vooroordeel over haar hebben?

Dat Owens een achtergrond als biologe heeft, is al vanaf het prille begin van het verhaal te merken. Zorgvuldige en gedetailleerde beschrijvingen van natuur en dier. Ze doet dit echter zeer gedoseerd, want nergens krijgt de lezer het gevoel dat er een overdaad aan informatie is. Het geeft vooral weer hoe Kya haar leven in het moeras beleeft, samen met de dieren en planten. Door de manier waarop de auteur dit geschreven heeft, is het beeldend, bijna filmisch. Alsof je je als lezer zelf ook in het moeras bevindt en, net als Kya, één bent met de natuur en de omgeving. Ook is het niet moeilijk om je de gevoelens van het moerasmeisje, zoals Kya wordt genoemd, voor te stellen.

Naast het verhaal van Kya, dat in 1952 begint, heeft Daar waar de rivierkreeften zingen, ook nog een andere verhaallijn. Deze laatste speelt zich vooral in 1969 af en vangt aan met de vondst van het ontzielde lichaam van de jonge dorpsbewoner Chase Andrews en vervolgens het onderzoek naar zijn dood. Het grootste deel van het verhaal is echter weggelegd voor Kya, want de lezer maakt mee hoe zij van een jong zesjarig meisje uitgroeit tot vrouw. Beide verhaallijnen zijn interessant en boeiend, maar wel op hun eigen manier. Dat van Kya is vooral een prachtige roman, dat van het onderzoek en wat daaruit voortvloeit, heeft veel weg van een thriller. Het is daarom ook niet zo heel erg vreemd dat het verhaal ook zijn spannende momenten heeft.

In een erg fijne, soms mooie en zonder meer toegankelijke schrijfstijl neemt de auteur de lezer mee naar verschillende decennia en is heel goed te merken dat er gedurende die tientallen jaren niet veel is veranderd in het fictieve en conservatieve stadje Barkley Cove. De rassenscheiding bestaat er nog steeds en iemand die zich anders gedraagt dan gebruikelijk wordt geacht, wordt al snel als vreemd en zonderling beschouwd. Dat Kya er in de ontknoping genadig vanaf komt, kan in dat licht bezien enigszins verrassend worden genoemd. Toch heeft diezelfde ontknoping nog een andere verrassing in petto, die doet zich voor in het laatste hoofdstuk en daardoor vallen alle puzzelstukjes op zijn plaats en blijft de lezer niet met één of meer onbeantwoorde vragen achter.

Het soms aandoenlijke Daar waar de rivierkreeften zingen is meer dan een erg goed geschreven roman. Het heeft spanning, het geeft de lezer regelmatig een goed gevoel en het toont bovendien de schoonheid van de natuur. Hoewel het voor Owens lastig zal zijn haar overweldigende debuut te overtreffen, heeft ze wel bereikt dat de lezer Kya in zijn hart sluit.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Delia Owens
Titel: Daar waar de rivierkreeften zingen

ISBN: 9789044358902
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2020

Alexanders erfenis, de sterkste wint – Robert Fabbri


Beschrijving
Babylon, 323 v. Chr.: Alexander de Grote ligt op sterven en laat het grootste en angstaanjagendste rijk achter dat de wereld ooit heeft gezien. Terwijl hij zijn laatste adem uitblaast in een kamer met zeven lijfwachten, weigert Alexander een opvolger te benoemen. Maar wie gaat de touwtjes dan in handen nemen, als er geen natuurlijke opvolger is?

Zodra het nieuws over de onverwachte dood van de koning ook de meest afgelegen uithoeken van het rijk heeft bereikt, heerst er vooral ongeloof. Maar al snel begint de gewetenloze strijd om de troon. In een web van intriges, complotten en samenzweringen wisselen de bondgenootschappen elkaar af. Wie komt er als winnaar uit de strijd? Iedereen blijkt zijn eigen agenda te hebben…

Recensie
Al zijn hele leven lang heeft Robert Fabbri een passie voor de klassieke oudheid, maar het Romeinse keizerrijk heeft zijn absolute voorkeur. Na vijfentwintigjarige als regieassistent in de film- en televisiewereld te hebben gewerkt, besloot hij het over een andere boeg te gooien en startte hij in 2008 een carrière als auteur. Hij begon aan een negendelige serie over de Romeinse keizer Vespasianus, waarvan eind 2012 het eerste deel verscheen: Tribuun van Rome. Het begin 2020 uitgekomen Alexanders erfenis, de sterkste wint, is het eerste deel van een nieuwe reeks, waarin de nalatenschap van Alexander de Grote het thema is.

Het is 323 voor Christus wanneer Alexander de Grote op sterven ligt. In zijn laatste uren wordt hij bijgestaan door zijn zeven lijfwachten. Ieder van hen wil Alexanders opvolger worden, maar de koning van Macedonië wijst tot hun ongenoegen echter niemand aan. Na diens overlijden ontstaat er al snel een enorme machtsstrijd. Door middel van verraad, bondgenootschappen, politieke spelletjes en uithuwelijking probeert ieder van hen de felbegeerde troon te bemachtigen. Zij zijn echter niet de enigen die hierop uit zijn. Want ook andere bloedverwanten mengen zich in het conflict.

De oorzaak van de dood van Alexander de Grote is door mysterie omgeven en tevens een bron van talloze theorieën. Fabbri geeft hier geen uitsluitsel over, maar Alexanders overlijden heeft hem echter wel geïnspireerd om een tiendelige serie rond zijn nalatenschap te schrijven. De sterkste wint is het eerste deel en bij het schrijven daarvan is de auteur niet over één nacht ijs gegaan. Het is van meet af aan te merken dat er een zorgvuldige en uitgebreide research aan vooraf is gegaan. Ook Fabbri’s enorme feitenkennis over die periode uit de geschiedenis draagt bij aan een goed onderbouwd verhaal dat bijzonder geloofwaardig overkomt. Dat de meeste personen die erin voorkomen werkelijk bestaan hebben, is daarbij eveneens van groot belang.

Het enorme aantal personages zorgt echter ook voor veel onduidelijkheid. Ondanks dat de auteur achter in het boek een namenlijst heeft opgenomen (er is tevens een inlegvel bijgevoegd), duurt het toch vrij lang tot de lezer doorheeft wie nu wie is, maar ook wat zijn of haar rol in het verhaal is. Deze te uitgebreide gewenningsfase, maar ook de lastige geografische benamingen, zorgen er aanvankelijk voor dat het verhaal niet zo toegankelijk is. Als de lezer dit stadium gepasseerd is, treedt er een kentering op. Het verhaal wordt een stuk interessanter, het tempo gaat aanzienlijk omhoog en er ontstaat zo nu en dan een spanningsveld waardoor het steeds boeiender wordt.

Een erg sterk punt van Fabbri is zijn schrijfstijl, die is beeldend, zelfs op het filmische af. Zo kan de lezer zich er bijvoorbeeld een prima voorstelling van maken dat een aanzienlijke kudde olifanten met toenemende snelheid een groep van honderden gevangen verplettert. Wat daarna van de arme stakkers overblijft, is niet veel meer dan een bloederige massa. Dergelijke gedetailleerde beschrijvingen worden Fabbri nog wel eens verweten, maar, zo zegt de auteur zelf: ‘dat is nu eenmaal wat en hoe ik schrijf’. Situaties als deze zijn echter wel een realistische weergave van hoe het er in die periode aan toeging.

Politieke intriges en de daaraan gerelateerde machtsspelletjes zijn van alle tijden. Ze kwamen in het rijk van Alexander voor, maar ook tegenwoordig schuwen sommige leiders ze niet. Je zou dus kunnen zeggen dat er in al die duizenden jaren niets is veranderd, behalve dan de manier waarop. In De sterkste wint, dat prima is vertaald door Joost Zwart, komt die nietsontziende machtsstrijd goed tot uiting. Ondanks dat het wat stroef begint, wint het gedurende de plot alleen maar aan kracht. Daarmee is het een veelbelovend begin van de nieuwe reeks rond Alexanders erfenis.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Robert Fabbri
Titel: Alexanders erfenis, de sterkste wint

ISBN: 9789045216188
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2020