Ibiza Club – Linda van Rijn


Beschrijving
Rosa van Leeuwen, beter bekend als dj RedLion, heeft op haar dertigste bereikt waar anderen alleen maar van kunnen dromen. Haar muziek is meer dan succesvol, haar agenda staat standaard volgeboekt met optredens in de grote clubs van Ibiza en ze bezit een enorme villa op het eiland, waar ze sinds een paar jaar woont. Ook al kan ze haar leven makkelijk laten draaien om exclusieve feesten en peperdure champagne, toch kiest Rosa er liever voor wat meer op de achtergrond te blijven. Ze is dol op haar werk, maar besteedt haar vrije tijd het liefst aan haar zoontje Xavier van vier jaar. Met de vader van Xavier is ze niet meer samen, maar ze heeft inmiddels nieuw geluk gevonden bij Timo, een Nederlander die ook al jaren op Ibiza woont en die eigenaar is van een succesvolle club.

Maar dan zet een onverwachte gebeurtenis haar leven op scherp. Rosa begint zich af te vragen of ze Timo wel echt goed kent en of ze samen verder kunnen. En wie is de afzender van de onheilspellende berichten die ze krijgt? Wanneer ook Xavier betrokken wordt in de dreigementen, is er geen tijd meer te verliezen en zal de dader gevonden moeten worden. Maar hoe meer Rosa ontdekt, hoe meer zich de vraag opdringt of ze wel de juiste personen in vertrouwen neemt…

Recensie
Na haar carrière is de reiswereld begon Linda van Rijn, pseudoniem van een tot nu toe nog steeds onbekend gebleven auteur, in 2011 met schrijven. In dat jaar debuteerde ze met Last minute en sindsdien schrijft ze minimaal twee boeken per jaar. Haar vakantiethrillers spelen zich allemaal af op bestemmingen waar ze zelf is geweest. Ze heeft eveneens een aantal minithrillers geschreven en onder het alias Sandrine Jolie een aantal erotische thrillers. Ibiza Club is haar jongste thriller en verscheen begin april 2020. De meeste van haar boeken belanden in de Bestseller 60.

Rosa van Leeuwen, beter bekend als DJ RedLion, is dertig jaar en met haar muziek heeft ze wereldwijd een groot succes. Ze woont al een geruime tijd op Ibiza, waarvan de laatste paar jaar in een luxe villa. Buiten haar werk, waar ze enorm van houdt, geeft ze er de voorkeur aan om niet in de schijnwerpers te staan. Ze is het liefst bij haar vierjarig zoontje Xavier en haar vriend Timo, die eigenaar van een goedlopende club is. Dan krijgt Rosa een aantal berichten die haar leven op z’n kop zetten, ze weer daarna niet meer wie ze wel en niet kan vertrouwen.

De boeken van Van Rijn kenmerken zich over het algemeen door hun luchtige en pretentieloze karakter. De uitgever laat de lezer telkens geloven dat het literaire thrillers zijn (dat staat immers op de cover vermeld), maar ze lijken toch vooral geschreven te zijn om hem te vermaken, hem een paar uurtjes ontspanning geven, waar in principe helemaal niets verkeerd aan is. Dat moet dan echter wel gebeuren, want ook in Ibiza Club doet de auteur een poging dit voor elkaar te krijgen. Daarin slaagt ze maar ten dele.

Het grootste deel van het verhaal wordt namelijk in beslag genomen door een veel te uitgebreide kennismaking met Rosa, haar relatie met Timo, maar ook die die met Matteo, de vader van Xavier. De thrillerelementen blijven in het maar achttien hoofdstukken tellende boek zo goed als achterwege. In de eerste zes probeert Van Rijn er nog wel wat spanning in te brengen, maar een paar zinnetjes zijn veruit te weinig om dat voor elkaar te krijgen. Vervolgens duurt het tot hoofdstuk veertien voordat ze een nieuwe poging waagt, waarin ze overigens hopeloos faalt. Uiteindelijk is het spanningsveld in het voorlaatste hoofdstuk, dat tevens het meest boeiende van het verhaal is, het grootst. Een kinderhand is gauw gevuld, zullen we maar zeggen.

Wat de auteur wel goed over weet te brengen is het gevoel van onmacht dat Rosa op een gegeven moment heeft. In de diverse media verschijnen verschillende nepberichten, ze kan hier echter niets tegen doen, behalve ze ontkrachten. Wie in de publieke belangstelling staat, is in dergelijke situaties blijkbaar altijd een slachtoffer. Hoewel iedereen feitelijk wel weet dat Ibiza een party-eiland bij uitstek is, weet de auteur dit ook redelijk goed weet te geven. Voor het overige is het wat visualisatie betreft allemaal wat oppervlakkig en laat het bij de lezer geen diepe indruk achter.

Net als al haar andere boeken heeft Van Rijn Ibiza Club met een vlotte pen geschreven en uit alles blijkt dat het haar alleen maar bedoeld is voor vermaak. Het heeft namelijk geen diepgang, geen mooi geformuleerde zinnen en op sommige punten is het zelfs voorspelbaar. Helemaal niet erg voor een boek dat enkel ter ontspanning dient, maar door het ontbreken van iedere vorm van spanning is het echter wel thrilleronwaardig.

Waardering: 2/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Linda van Rijn
Titel: Ibiza Club

ISBN: 9789460687556
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2020

Leven of dood – Michael Robotham


Beschrijving
Audie Palmer zit tien jaar gevangenisstraf uit voor een gewapende overval waarbij vier mensen omkwamen. Zeven miljoen dollar is nooit teruggevonden. Alleen Audie weet waar het geld is.

In de gevangenis is hij geslagen, neergestoken en bedreigd doorbewakers en medegevangenen die allemaal op het geld uit zijn. Maar dan verdwijnt Audie de dag voor hij vrijkomt. Iedereen jaagt op hem, maar Audie heeft één doel: hij moet een leven redden voor het te laat is…

Recensie
Op zijn twaalfde wist Michael Robotham al dat hij schrijver wilde worden. De journalistiek zag hij als het ideale vakgebied om deze behoefte te bevredigen. Hij reisde in die professie de wereld rond, ontmoette heel veel mensen en schreef mooie verhalen. Desondanks wilde hij meer, en dat was het schrijven van boeken. Hij werd ghostwriter van meer dan tien autobiografieën en ontdekte toen dat hij de discipline had om ook eigen boeken te gaan schrijven. Dus debuteerde hij in 2003 met De verdenking, het eerste deel van een serie met Joseph O’Loughlin. Daarnaast schrijft hij ook standalones, waaronder Leven of dood, dat in 2015 is verschenen.

Eén dag voordat Audie Palmer wordt vrijgelaten uit de gevangenis, hij heeft er dan tien jaar opzitten, ontsnapt hij. Hij was veroordeeld voor een overval waarbij vier mensen zijn omgekomen en zeven miljoen dollar is ontvreemd. Hij is de enige die nog weet waar dat geld gebleven is. In de gevangenis werd hij regelmatig lichamelijk en geestelijk mishandeld, zowel door andere gevangenen als door bewakers. Na zijn ontsnapping wordt er met man en macht op hem gejaagd, maar heeft iedereen wel goede bedoelingen? Audie heeft echter een missie en dat is het redden van één leven.

Is het nodig dat een thriller zo is geschreven dat de vonken ervan afspatten? Dat het een zinderende spanning heeft? De een zal daarop een bevestigend antwoord geven, de ander zal zeggen dat dit niet altijd zo hoeft te zijn. Er zijn immers verschillende soorten spanning. Leven of dood is er in ieder geval een waarin die spanning niet direct meetbaar is. Het grootste deel van het verhaal heeft bijzonder veel weg van een roman, weliswaar een wat spannendere, maar dat het een thriller is, kan niet met stellige overtuiging worden gezegd. Pas tegen het eind van het verhaal, en dan in het bijzonder in de ontknoping, steekt die spanning de kop op. Maar, en dat moet zeker worden gezegd, er is vanaf het begin wel een soort van spanning aanwezig. De lezer voelt aan dat er wat gaat gebeuren, dat er in het verleden wat gebeurd is wat blijkbaar niet door de beugel kon en dat Audie wat van plan is. Maar was dat is, wordt pas gedurende de plot, en dan ook nog eens heel geleidelijk, pas duidelijk.

Wat het verhaal zonder meer doet, is intrigeren. Het boeit vanaf de eerste tot en met de laatste letter. De diverse perspectiefwisselingen, het door middel van herinneringen steeds meer uit de doeken doen van de voorbije gebeurtenissen, de erg goede uitwerking van de personages en de regelmatige plotwendingen zijn daar onder andere debet aan. Daarnaast is de auteur er een meester in om zowel de situaties als de omgeving beeldend te beschrijven. Zo maakt hij de lezer bijvoorbeeld deelgenoot van het keiharde leven in een gevangenis en dat een gevangene zich er zo goed als niet kan handhaven zonder door een andere gevangene in bescherming genomen te worden.

Het grootste deel van het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Audie, je leert hem dus het beste kennen. Uit alles blijkt dat hij een doorzetter is, dat hij erop gebrand is zijn missie te volbrengen. Het kan daarom ook niet anders dan dat de lezer een enorme sympathie voor hem krijgt. Twee andere personages, FBI-agent Desiree Furness en de moordenaar Moss Webster, roepen diezelfde genegenheid op. Ze worden alle drie, hoe uiteenlopend hun achtergrond ook is, als mens neergezet. Iets dat van een aantal anderen niet gezegd kan worden.

Zoals hiervoor al even gememoreerd, bevat de ontknoping de meeste spanning. Het tempo is dan aanzienlijk en als lezer kun je nu écht op het puntje van de stoel gaan zitten. De auteur heeft het allerbeste overduidelijk voor de finale bewaard, terwijl het boek op zich al ijzersterk is. Of Robotham zichzelf met Leven of dood overtroffen heeft, is moeilijk te zeggen. Maar een meesterwerk is het wel degelijk.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Michael Robotham
Titel: Leven of dood

ISBN: 9789023498001
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2015

De plotters – Un-Su Kim


Beschrijving
Het gaat niet om degene die de trekker overhaalt, maar om wie er áchter degene staat die de trekker overhaalt – de plotters, de masterminds in de schaduw.
Als kleine jongen werd Reseng geadopteerd door de misdadiger Oude Wasbeer. Ze woonden in diens bibliotheek, omringd door boeken die niemand ooit las, waar het krioelde van de moordenaars, huurlingen en premiejagers.
Met deze achtergrond is Reseng voorbestemd voor een toekomst als huurmoordenaar. Tot hij de regels breekt. Hij ontmoet een drietal jonge vrouwen: een winkelbediende, haar rolstoelgebonden zus en een loensende obsessieve breister. Zullen deze vrouwen hem bevrijden van zijn lot? Of is Reseng de volgende op de dodenlijst? Wie zal er dan voor zijn katten zorgen? Wie plaatste de bom in zijn toilet? En hoeveel bier moet hij drinken om te zorgen dat hij alles vergeet?

Recensie
De Zuid-Koreaanse auteur Un-Su Kim is een van de meest gezochte schrijvers op internationale boekenmarkten. Zijn bekendheid dankt hij vooral aan zijn in 2010 geschreven literaire thriller De plotters, dat zes jaar later in Frankrijk werd uitgebracht, op de shortlist van de Grand Prix de Literature Policière werd geplaatst en vervolgens wereldwijd de aandacht trok van redacteuren van grote uitgeverijen. Begin 2020 verscheen het boek in een Nederlandse vertaling en de filmrechten zijn inmiddels verkocht aan The Ink Factory.

De 32-jarige Reseng is op jonge leeftijd geadopteerd door een man die De Oude Wasbeer wordt genoemd. Hij groeit op in diens bibliotheek, leert zichzelf lezen en wordt op latere leeftijd huurmoordenaar, net als degenen met wie hij jarenlang heeft samengeleefd. Regelmatig voert hij zijn opdrachten uit, maar als hij weer een moord moet plegen doet hij dat tegen alle regels in op zijn eigen manier. Vanaf dat moment lijkt het erop dat hij zelf op een dodenlijst is beland en is hij zijn leven niet meer zeker.

In werkelijkheid is Zuid-Korea een van de veiligste landen van Azië. De plotters doet echter anders vermoeden, want hierin lijkt het alsof het land wordt geregeerd door criminelen en huurmoordenaars. Ze hebben een eigen bedrijfstak die nog lucratief blijkt te zijn ook. Er is echter ook een keerzijde, want niemand lijkt er zeker van te zijn om in leven te kunnen blijven, zelfs de man of vrouw die de opdracht krijgt om een moord te plegen niet. Desondanks heerst er geen angstcultuur, iedereen gaat op een vrij normale manier met elkaar om. Een goed voorbeeld daarvan is het eerste hoofdstuk, hoewel er eerlijkheidshalve wel bij gezegd moet worden dat het slachtoffer niet weet dat hij een doelwit is. De scheidslijn tussen een ogenschijnlijk vriendschappelijke omgang en moord is dun, heel erg dun.

Omdat het verhaal volledig vanuit het perspectief van Reseng wordt verteld, leert de lezer hem erg goed kennen. Hij is een keiharde en soms ook niets ontziende huurmoordenaar, maar in feite ontkom je er niet aan door geen genegenheid voor hem te voelen. Hij heeft namelijk ook zijn zachte, en dus goede, kanten. Reseng is opgegroeid en geschoold in de onderwereld van Seoel en als je zijn leven overziet, kun je eigenlijk niet anders dan concluderen dat hij niet beter weet, dat hij een product van zijn opvoeding is. Het is interessant en boeiend om te lezen hoe hij met zijn omstandigheden omgaat, welke keuzes hij maakt en hoe hij zich staande weet te houden in een wereld waarin concurrentie constant op de loer ligt.

Hoewel er al vanaf het begin een aantal moorden wordt gepleegd, heeft De plotters lange tijd niets weg van een thriller. De ontbrekende spanning, de soms gedetailleerde beschrijvingen en de vaak mooie dialogen wekken vooral de indruk dat het een roman is. Op ongeveer twee derde van het verhaal keert het tij volledig omdat zich een aantal onverwachte plotwendingen voordoet. Hierdoor neemt het tempo toe en pakt het nog meer dan het voor het grootste deel al deed. Het meest spectaculaire heeft Kim echter bewaard voor de korte ontknoping. In tien pagina’s schotelt de auteur de lezer meer actie en spanning voor dan tijdens alle voorgaande bladzijden. Gedurende de plot, waarin de nieuwsgierigheid van de lezer licht op de proef wordt gesteld, heeft Kim overduidelijk naar deze climax toegewerkt.

In een aangename en vaak beeldende schrijfstijl weet de auteur de lezer van begin tot eind te boeien. De plotters, mooi vertaald door Valérie Janssen, is een enigszins duistere, ongewone en verrassende thriller met bijzondere, maar meeslepende personages.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Un-Su Kim
Titel: De plotters

ISBN: 9789400511637
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2020

Het grote foute jongensboek – Rob Hoogland & Arthur van Amerongen


Beschrijving
In korte dialogen, maar ook in langere verhalen passeren alle denkbare onderwerpen de revue: de wereld van de media, drank & drugs,voetbal en sport in het algemeen natuurlijk, de grachtengordel, popmuziek, meisjes, politiek, literatuur, misdaad, leven & dood…

Recensie
Arthur van Amerongen heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw vooral als correspondent in het Midden-Oosten gewerkt, vervolgens was hij verslaggever in Latijns-Amerika en tegenwoordig is hij columnist bij De Volkskrant en HP De Tijd. Rob Hoogland begon zijn journalistieke carrière bij Het Noordhollands Dagblad, waar hij sportverslaggever was. Vanaf 1976 was hij werkzaam bij De Telegraaf, waarvoor hij tot aan zijn pensionering een dagelijkse column schreef. Beide journalisten hebben afzonderlijk diverse boeken geschreven. In het voorjaar van 2017 verscheen hun eerste gezamenlijke uitgave Het grote foute jongensboek.

Van Amerongen en Hoogland leerden elkaar pas goed kennen via Facebook en Twitter, waar ze regelmatig met elkaar chatten. Tijdens een van die sessies besloten ze om samen een boek te schrijven waarin ze diverse onderwerpen ter sprake brengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan voetbal, seks, drank en drugs, social media, de islam, de religie in het algemeen, en nog zoveel meer. Tijdens hun dialogen nemen ze geen blad voor de mond en zeggen onverholen wat ze ergens van vinden. De auteurs geven aan dat het een boek voor 50.000 boze blanke linkse mannen die allemaal werken is.

De ideeën voor Het grote foute jongensboek zijn op Facebook ontstaan en daar is in de gedrukte versie alles van te merken. Het boek is opgezet als een tweegesprek, waarin beide heren afwisselend aan het woord zijn. De ene keer is dat wat korter dan de andere keer, maar een dialoog is er zonder meer. Dit gaat gepaard met de nodige zelfspot en sarcasme, humor is ze blijkbaar niet vreemd, maar behalve dit kunnen ze ook nog wel eens grof voor de dag komen. Niet iedereen die in dit boek genoemd wordt, zal dit waarschijnlijk in dank afnemen. Want wat ze zeggen kan soms ronduit beledigend overkomen, en dat alles zo goed als zeker gebracht als een vorm van satire. Je zult echter maar genoemd worden. Dan is het de vraag of je het als dusdanig ervaart.

Het zijn overigens niet alleen korte onderlinge dialogen, het komt namelijk ook regelmatig voor dat een van de heren een anekdote vertelt. Over wat ze hebben meegemaakt of wat ze zich nog herinneren. Dit zijn over het algemeen de meest interessante en boeiendste onderdelen van het boek. Een voorbeeld hiervan is het stukje over Albino en Amalia, een oud echtpaar dat in de Algarve woont. Een ander opmerkelijk verhaaltje is de besnijdenis van Hoogland. In geuren en kleuren vertelt hij hier het een en ander over, waarbij de lezer er niet raar van op moet kijken als dit enigszins is aangedikt.

Van enige lijn in het boek is niets te bespeuren. Van Amerongen en Hoogland springen van de hak op de tak. Dit is niet hinderlijk, omdat dit boek geen structuur hoeft te hebben. Het is immers geen roman waar een kop en een staart aan moet zitten. Het komt er in feite op neer dat het vooral herinneringen van twee mannen op leeftijd zijn. Soms denken ze daar met een goed gevoel op terug, soms ook weer niet. En met regelmaat wekt hun samenspraak de indruk dat ze twee seksueel gefrustreerde mannetjes zijn die hun jeugd nog niet helemaal achter zich hebben gelaten. Maar, en daar is voor een groot deel ongetwijfeld ook weer sprake van, het zal allemaal weer aardig opgeblazen zijn. En dat is het probleem in dit boek, het is lastig in te schatten wat écht klopt en wat aanzienlijk overdreven is. Een ding is in ieder geval zeker, Het grote foute jongensboek is niet voor iedereen weggelegd.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Rob Hoogland & Arthur van Amerongen
Titel: Het grote foute jongensboek

ISBN: 9789020633511
Pagina’s: 256

Eerste uitgave: 2017

De held – Lee Child


Beschrijving
In zijn eerste non-fictie-uitgave onderzoekt Lee Child, auteur van de wereldwijd succesvolle Jack Reacher-serie, het belang en het doorzettingsvermogen van helden.

Child laat ons niet alleen zien dat deze eeuwenoude mythen een fundamenteel onderdeel zijn van onze mensheid, maar dat onze wereld er nog steeds door beïnvloed en gevormd wordt – juist in een tijd waarin we dat meer nodig hebben dan ooit.

Van het stenen tijdperk tot de Griekse tragedies en van Shakespeare tot Robin Hood: Child neemt je mee langs alle grote helden – inclusief zijn eigen held, Jack Reacher.

Recensie
Lee Child, een pseudoniem voor Jim Grant, is vooral bekend geworden door zijn langlopende serie rond Jack Reacher, een voormalig majoor van de Amerikaanse militaire politie. Daarnaast heeft hij eveneens een aantal korte verhalen geschreven en nu staat er ook een non-fictie op zijn naam. Dat is het eind februari 2020 verschenen essay De held, waarin hij een antwoord probeert te geven op de vraag wat een held is, maar ook wat een held kenmerkt en waarom de een wel en de ander niet als zodanig wordt beschouwd.

Van de Griekse tragedies tot Robin Hood en James Bond.

Wie deze tekst op de cover van De held leest, denkt al gauw dat Child in zijn essay een aantal personages uit de oudheid, uit verhalen, uit films en ook boeken bespreekt. De lezer verwacht dat hij dieper op hen ingaat, wat hen gemaakt heeft tot wat ze zijn. Waarom ze voorop gaan in hun strijd, waarom ze ergens in uitblinken of waarom ze bereid zijn zichzelf op te offeren voor een groter doel. Achteraf kan echter worden geconcludeerd dat deze verwachting zo goed als niet opgaat. Alleen de Engelse volksheld Robin Hood heeft de eer gekregen dat de auteur wat dieper op zijn status ingaat. De rest komt er nogal bekaaid vanaf, James Bond, een van de meest aansprekende spionageheld uit Groot-Brittannië, komt zelfs helemaal niet aan bod, hoewel wel gezegd moet worden dat Ian Flemings Dr. No terloops wel even wordt genoemd.

Child heeft een relatief lange inleiding nodig om het woord ‘hero’ etymologisch te verklaren, waarbij hij begint met de klaproos. En passant neemt hij de Duitse chemicus Felix Hoffmann mee, zet hij de evolutie van de mensheid nogal omslachtig uiteen en maakt daarbij regelmatig gebruik van een rekensom met de generatie vrouwen van zijn moederskant als voorbeeld. Pas tegen het eind van zijn relaas, de lezer heeft inmiddels hoofdstuk zeven bereikt (het essay kent er negen), komen de eerste personages die als held beschouwd kunnen worden om de hoek kijken. Dat gebeurt in een erg kort hoofdstuk en het aantal besproken oudheidkundige helden is zeer beperkt. In het slothoofdstuk gaat de auteur summier op het woord held in, maar ook in welke context het tegenwoordig nog wel eens wordt gebruikt.

Hoewel het er aanvankelijk op lijkt dat de auteur er van alles bijhaalt wat op het moment van schrijven in zijn gedachten opkwam, zit er toch een bepaalde lijn in zijn uiteenzetting. De rode draad die hij daarbij hanteert, is vooral van etymologische aard en daarbij is het in zijn ogen noodzakelijk om bij de Griekse oudheid te beginnen, een paar zijwegen bewandelt om vervolgens met een aantal voorbeelden en met het ventileren van zijn gedachtegang te eindigen in de huidige tijd. De held, in een vertaling van Jan Pott, moet dan ook zeker niet gezien worden als een lofzang op de fictieve held. Het is hoofdzakelijk Childs persoonlijke visie op dit misschien wel wonderbaarlijke fenomeen.

Waardering: 2/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Lee Child
Titel: De held

ISBN: 9789024589258
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2020

Daar waar de rivierkreeften zingen – Delia Owens


Beschrijving
Kya Clark is in haar eentje opgegroeid in het moeras van Barkley Cove in North Carolina, afgesloten van de bewoonde wereld. Om zichzelf te onderhouden ruilt ze vis, en groenten uit haar moestuin voor andere levensmiddelen. Ze voelt zich er thuis, beschouwt de natuur als haar leerschool. Maar als ze in aanraking komt met twee jongemannen uit de stad ontdekt ze dat er ook een andere wereld is. Wanneer een van hen dood wordt gevonden, valt de verdenking onmiddellijk op Kya.

Recensie
Terwijl Delia Owens nog opgroeide, gaf haar moeder haar het advies om later de wildernis in te trekken. Dit nam ze ter harte en na haar studie biologie vertrok ze naar Afrika, waar ze tientallen jaren tussen de wilde dieren, maar ook in afzondering leefde. Dit inspireerde haar om een roman te schrijven waarin isolement, vooral dat van een vrouw, een belangrijke factor is. Dat werd Het moerasmeisje, dat in oktober 2018 is verschenen en begin 2020 opnieuw werd uitgegeven onder de titel Daar waar de rivierkreeften zingen.

Kya Clark is nog maar zes jaar oud als haar moeder, broers en zussen uit haar leven verdwijnen. Ze blijft achter met haar agressieve en aan alcohol verslaafde vader. Dan komt hij op een dag ook niet meer terug en is Kya op zichzelf aangewezen. Ze woont in een vervallen hutje in het moeras en weet zich goed in leven te houden. Later ontmoet ze twee wat oudere jongens en een van hen wordt een paar jaar later dood aangetroffen. Kya is de eerste en eigenlijk enige verdachte, maar komt dat niet vooral omdat mensen een vooroordeel over haar hebben?

Dat Owens een achtergrond als biologe heeft, is al vanaf het prille begin van het verhaal te merken. Zorgvuldige en gedetailleerde beschrijvingen van natuur en dier. Ze doet dit echter zeer gedoseerd, want nergens krijgt de lezer het gevoel dat er een overdaad aan informatie is. Het geeft vooral weer hoe Kya haar leven in het moeras beleeft, samen met de dieren en planten. Door de manier waarop de auteur dit geschreven heeft, is het beeldend, bijna filmisch. Alsof je je als lezer zelf ook in het moeras bevindt en, net als Kya, één bent met de natuur en de omgeving. Ook is het niet moeilijk om je de gevoelens van het moerasmeisje, zoals Kya wordt genoemd, voor te stellen.

Naast het verhaal van Kya, dat in 1952 begint, heeft Daar waar de rivierkreeften zingen, ook nog een andere verhaallijn. Deze laatste speelt zich vooral in 1969 af en vangt aan met de vondst van het ontzielde lichaam van de jonge dorpsbewoner Chase Andrews en vervolgens het onderzoek naar zijn dood. Het grootste deel van het verhaal is echter weggelegd voor Kya, want de lezer maakt mee hoe zij van een jong zesjarig meisje uitgroeit tot vrouw. Beide verhaallijnen zijn interessant en boeiend, maar wel op hun eigen manier. Dat van Kya is vooral een prachtige roman, dat van het onderzoek en wat daaruit voortvloeit, heeft veel weg van een thriller. Het is daarom ook niet zo heel erg vreemd dat het verhaal ook zijn spannende momenten heeft.

In een erg fijne, soms mooie en zonder meer toegankelijke schrijfstijl neemt de auteur de lezer mee naar verschillende decennia en is heel goed te merken dat er gedurende die tientallen jaren niet veel is veranderd in het fictieve en conservatieve stadje Barkley Cove. De rassenscheiding bestaat er nog steeds en iemand die zich anders gedraagt dan gebruikelijk wordt geacht, wordt al snel als vreemd en zonderling beschouwd. Dat Kya er in de ontknoping genadig vanaf komt, kan in dat licht bezien enigszins verrassend worden genoemd. Toch heeft diezelfde ontknoping nog een andere verrassing in petto, die doet zich voor in het laatste hoofdstuk en daardoor vallen alle puzzelstukjes op zijn plaats en blijft de lezer niet met één of meer onbeantwoorde vragen achter.

Het soms aandoenlijke Daar waar de rivierkreeften zingen is meer dan een erg goed geschreven roman. Het heeft spanning, het geeft de lezer regelmatig een goed gevoel en het toont bovendien de schoonheid van de natuur. Hoewel het voor Owens lastig zal zijn haar overweldigende debuut te overtreffen, heeft ze wel bereikt dat de lezer Kya in zijn hart sluit.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Delia Owens
Titel: Daar waar de rivierkreeften zingen

ISBN: 9789044358902
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2020

Alexanders erfenis, de sterkste wint – Robert Fabbri


Beschrijving
Babylon, 323 v. Chr.: Alexander de Grote ligt op sterven en laat het grootste en angstaanjagendste rijk achter dat de wereld ooit heeft gezien. Terwijl hij zijn laatste adem uitblaast in een kamer met zeven lijfwachten, weigert Alexander een opvolger te benoemen. Maar wie gaat de touwtjes dan in handen nemen, als er geen natuurlijke opvolger is?

Zodra het nieuws over de onverwachte dood van de koning ook de meest afgelegen uithoeken van het rijk heeft bereikt, heerst er vooral ongeloof. Maar al snel begint de gewetenloze strijd om de troon. In een web van intriges, complotten en samenzweringen wisselen de bondgenootschappen elkaar af. Wie komt er als winnaar uit de strijd? Iedereen blijkt zijn eigen agenda te hebben…

Recensie
Al zijn hele leven lang heeft Robert Fabbri een passie voor de klassieke oudheid, maar het Romeinse keizerrijk heeft zijn absolute voorkeur. Na vijfentwintigjarige als regieassistent in de film- en televisiewereld te hebben gewerkt, besloot hij het over een andere boeg te gooien en startte hij in 2008 een carrière als auteur. Hij begon aan een negendelige serie over de Romeinse keizer Vespasianus, waarvan eind 2012 het eerste deel verscheen: Tribuun van Rome. Het begin 2020 uitgekomen Alexanders erfenis, de sterkste wint, is het eerste deel van een nieuwe reeks, waarin de nalatenschap van Alexander de Grote het thema is.

Het is 323 voor Christus wanneer Alexander de Grote op sterven ligt. In zijn laatste uren wordt hij bijgestaan door zijn zeven lijfwachten. Ieder van hen wil Alexanders opvolger worden, maar de koning van Macedonië wijst tot hun ongenoegen echter niemand aan. Na diens overlijden ontstaat er al snel een enorme machtsstrijd. Door middel van verraad, bondgenootschappen, politieke spelletjes en uithuwelijking probeert ieder van hen de felbegeerde troon te bemachtigen. Zij zijn echter niet de enigen die hierop uit zijn. Want ook andere bloedverwanten mengen zich in het conflict.

De oorzaak van de dood van Alexander de Grote is door mysterie omgeven en tevens een bron van talloze theorieën. Fabbri geeft hier geen uitsluitsel over, maar Alexanders overlijden heeft hem echter wel geïnspireerd om een tiendelige serie rond zijn nalatenschap te schrijven. De sterkste wint is het eerste deel en bij het schrijven daarvan is de auteur niet over één nacht ijs gegaan. Het is van meet af aan te merken dat er een zorgvuldige en uitgebreide research aan vooraf is gegaan. Ook Fabbri’s enorme feitenkennis over die periode uit de geschiedenis draagt bij aan een goed onderbouwd verhaal dat bijzonder geloofwaardig overkomt. Dat de meeste personen die erin voorkomen werkelijk bestaan hebben, is daarbij eveneens van groot belang.

Het enorme aantal personages zorgt echter ook voor veel onduidelijkheid. Ondanks dat de auteur achter in het boek een namenlijst heeft opgenomen (er is tevens een inlegvel bijgevoegd), duurt het toch vrij lang tot de lezer doorheeft wie nu wie is, maar ook wat zijn of haar rol in het verhaal is. Deze te uitgebreide gewenningsfase, maar ook de lastige geografische benamingen, zorgen er aanvankelijk voor dat het verhaal niet zo toegankelijk is. Als de lezer dit stadium gepasseerd is, treedt er een kentering op. Het verhaal wordt een stuk interessanter, het tempo gaat aanzienlijk omhoog en er ontstaat zo nu en dan een spanningsveld waardoor het steeds boeiender wordt.

Een erg sterk punt van Fabbri is zijn schrijfstijl, die is beeldend, zelfs op het filmische af. Zo kan de lezer zich er bijvoorbeeld een prima voorstelling van maken dat een aanzienlijke kudde olifanten met toenemende snelheid een groep van honderden gevangen verplettert. Wat daarna van de arme stakkers overblijft, is niet veel meer dan een bloederige massa. Dergelijke gedetailleerde beschrijvingen worden Fabbri nog wel eens verweten, maar, zo zegt de auteur zelf: ‘dat is nu eenmaal wat en hoe ik schrijf’. Situaties als deze zijn echter wel een realistische weergave van hoe het er in die periode aan toeging.

Politieke intriges en de daaraan gerelateerde machtsspelletjes zijn van alle tijden. Ze kwamen in het rijk van Alexander voor, maar ook tegenwoordig schuwen sommige leiders ze niet. Je zou dus kunnen zeggen dat er in al die duizenden jaren niets is veranderd, behalve dan de manier waarop. In De sterkste wint, dat prima is vertaald door Joost Zwart, komt die nietsontziende machtsstrijd goed tot uiting. Ondanks dat het wat stroef begint, wint het gedurende de plot alleen maar aan kracht. Daarmee is het een veelbelovend begin van de nieuwe reeks rond Alexanders erfenis.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Robert Fabbri
Titel: Alexanders erfenis, de sterkste wint

ISBN: 9789045216188
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2020

De meisjes zonder naam – Mikaela Bley


Beschrijving
Op een koude winterdag wordt de 17-jarige Linn afgezet bij de meisjeskostschool Täcktahammar in Sörmland. Na enkele stormachtige jaren hoopt ze hier weer wat grip op haar leven te krijgen. Maar algauw raakt ze verwikkeld in enkele conflicten met haar nieuwe schoolgenoten. Wanneer een van de leerlingen spoorloos verdwijnt, realiseert Linn zich dat ze zelf ook gevaar loopt.

Dan krijgt misdaadverslaggever Ellen Tamm van TV4 bericht dat het ongeïdentificeerde lichaam van een meisje is gevonden vlak bij het stadje Nyköping. De politie classificeert de zaak als moord. Nadat het lichaam van een tweede meisje is gevonden reist Ellen af naar de kostschool, op zoek naar antwoorden. Ze moet de waarheid achterhalen voordat er nog meer meisjes sterven.

Recensie
Al van jongs af aan heeft Mikaela Bley ervan gedroomd om te schrijven en verhalen te creëren. Ze had ze altijd al in haar hoofd, maar nooit op papier gezet. Een schrijfcursus die ze had gevolgd, was de aanzet om ermee te beginnen. Ze nam ontslag als inkoper bij het Zweedse tv-station TV4 en debuteerde in 2016 met Dochter vermist, het eerste deel van een serie met TV4-verslaggeefster Ellen Tamm. Vier jaar later verscheen De meisjes zonder naam, het vierde deel uit de reeks. Haar boeken worden inmiddels in verschillende landen uitgebracht.

De 17-jarige Linn Rosén is een succesvol blogster en influencer, maar onder andere met school wil het niet zo lukken. Haar moeder stuurt haar naar het meisjesinternaat Täcktaholm, waar ze haar opleiding af moet maken. Wrijving met de meeste andere meisjes geven haar een slecht gevoel en nadat een van haar klasgenoten in rook lijkt te zijn opgegaan, beseft ze dat ze gevaar loopt. Ellen Tamm ontvangt een tip dat het lichaam van een meisje gevonden is. Ze is vermoord. Als niet veel later opnieuw een meisjeslichaam gevonden wordt, wil Ellen nog maar één ding, de waarheid achterhalen en nieuwe slachtoffers voorkomen.

Een veelgebruikte uitdrukking bij een teamsport is ‘Never change a winning team.’. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat je niet moet afwijken van een formule waarmee je succes hebt. Daarom hanteert Bley in De meisjes zonder naam hetzelfde concept als in de drie voorgaande delen: een onderverdeling in opeenvolgende dagen en een verhaal dat verteld wordt vanuit wisselende perspectieven. Het effect daarvan is dat het zich in een redelijk tempo afspeelt, niet uitzonderlijk hoog, maar ook niet tergend langzaam. Dat het zowel vanuit het gezichtspunt van Linn als Ellen wordt verteld, zorgt ervoor dat de lezer wil weten hoe het ieder van hen vergaat, het maakt enigszins nieuwsgierig.

Dat Ellen een oude bekende is, hoeft in principe geen beletsel te zijn om dit vierde deel afzonderlijk van de eerdere drie te lezen. Het verhaal is op zichzelf staand en de enige reden om de serie op volgorde te lezen, is om de ontwikkeling van de terugkerende personages vanaf het begin te willen volgen. Ook de persoonlijke omstandigheden van Ellen kunnen een argument zijn om toch bij het eerste deel te starten. Maar noodzakelijk is dit niet, want gedurende de plot krijgt de lezer voldoende informatie om haar, maar ook haar voorgeschiedenis, te kunnen doorgronden. De uitwerking van haar personage, maar ook dat van Linn, is ruim voldoende.

Het verhaal zit psychologisch behoorlijk in elkaar en daardoor ontstaat er vooral in het begin een heel beperkte spanningsboog. De verstandhouding tussen de meisjes onderling is voelbaar, tussen enkele van hen lijkt sprake te zijn van een bepaalde mate van rivaliteit. Het lukt de auteur echter niet om hier een vervolg aan te geven. Ondanks dat er meer dan genoeg gebeurt, blijft het spanningsveld klein en zijn er veel te weinig verrassende ontwikkelingen. Halverwege het verhaal krijgt de lezer een vermoeden wat er op het internaat aan de hand is, wie de moorden heeft gepleegd en wat er uiteindelijk gaat gebeuren. De ontknoping bevestigt deze voorspelbare en niet verrassende hypothese.

In Zweden wordt Bley de nieuwe thrillerkoningin genoemd. Dat ze kan schrijven heeft ze wel bewezen en dat laat ze in De meisjes zonder naam, dat vertaald is door Tineke Jorissen-Wedzinga en Sophie Kuiper, opnieuw zien. Maar dat ze in haar eigen land na het schrijven van een paar thrillers al tot vorstin benoemd is, is schromelijk overdreven. Daarvoor zal ze zich toch nog wat meer moeten ontwikkelen.

Waardering: 3/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Mikaela Bley
Titel: De meisjes zonder naam

ISBN: 9789400511316
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2020

Meisjes zoals wij – Cristina Alger


Beschrijving
FBI-agente Nell heeft nooit een goede relatie gehad met haar vader, rechercheur Martin Flynn. En ‘thuis’, Suffolk County, zal altijd doordrenkt blijven van herinneringen aan Nells moeder, Marisol, die op brute wijze werd vermoord toen Nell zeven jaar was. Wanneer haar vader tijdens een motorongeluk omkomt, keert Nell terug naar het huis waar ze is opgegroeid en raakt betrokken bij het onderzoek naar de moorden op twee jonge vrouwen. Hoe dieper Nell graaft, hoe waarschijnlijker het is dat haar vader er iets mee te maken had- en dat zijn vrienden bij de lokale politie zijn sporen wissen. En hoe zit het met de moord op haar moeder? Nell is de enige die nu de juiste antwoorden kan vinden.

Recensie
Toen Cristina Alger nog op de kleuterschool zat, vertelde ze haar moeder altijd verhalen terwijl ze in de badkuip zat. Daarom denkt ze dat dat het begin was van haar wens om schrijfster te worden. Na haar studie is ze echter advocaat geworden, maar als hobby begon ze toen ook met schrijven. Dat deed ze vooral tijdens de lange vluchten die ze voor haar werk moest maken. In 2012 debuteerde ze met haar roman De darlings van New York. Na dit succes besloot ze om fulltime auteur te worden. Begin maart 2020 verscheen haar jongste boek, de thriller Meisjes zoals wij.

Ondanks het weinige contact dat FBI-agente Nell Flynn met haar vader had, is ze wel aanwezig bij het verstrooien van zijn as. Haar vader Martin is niet veel eerder bij een verkeersongeluk om het leven gekomen. Hoewel ze verlof heeft, wordt ze door de lokale politie gevraagd om te assisteren bij het onderzoek naar de moord op twee jonge vrouwen. Nell komt erachter dat haar vader, die ook politieman was, met die moorden te maken had, maar ook dat de politie iets te verbergen heeft. Omdat ze niet meer weet wie ze wel en niet kan vertrouwen, is ze vooral op zichzelf aangewezen.

In de eerste paar hoofdstukken van Meisjes zoals wij gebeurt nog niet zo heel erg veel. Het is vooral een uitgebreide schets van de situatie en een introductie van de personages. Daarbij wordt vooral de nadruk gelegd op Nell, dus in dat begin komt de lezer al redelijk wat over haar te weten. Door middel Nell’s herinneringen neemt die kennis gedurende de plot overigens alleen maar toe. Aanvankelijk lijkt ze wel enigszins cliché, ze slaat een goedbedoeld advies in de wind en komt daarom wat eigenwijs over. Toch merk je al snel dat ze een boeiend en intrigerend personages is. Zo kent ze de gevestigde orde van de lokale politie al jaren, maar desondanks weerhoudt dat haar niet om hen aan te pakken. Ze toont karakter en zet door.

Op het moment dat het verhaal in een rustig tempo lijkt voort te kabbelen en je denkt dat dit nog wel even zo zal blijven duren, ontstaan de eerste vragen. We zijn dan ongeveer op een kwart. De nieuwsgierigheid van de lezer wordt dan op de proef gesteld, want pas veel later komt er een antwoord op die vragen. Dat betekent echter niet dat er tot die tijd niets gebeurt, want naarmate de plot vordert en de ontknoping steeds dichterbij komt, word je getrakteerd op een aantal onverwachte, en daardoor verrassende, ontwikkelingen. Omdat er tijdens het verloop van het verhaal mondjesmaat wat van de geheimen wordt prijsgegeven, wordt het steeds interessanter en heeft het een opbouw die aan kracht wint, maar waarbij het spanningsveld ook geleidelijk wat groter wordt.

De ontlading vindt, zoals in thrillers vaak wel gebruikelijk is, plaats in de ontknoping. Het tempo gaat dan fors omhoog, de spanning neemt zienderogen toe en een aantal niet te voorspellen wendingen maken de climax compleet. Na deze finale zijn de vragen die de lezer had stuk voor stuk beantwoord en is het verhaal in feite afgerond. Ook voor Nell kan nu het spreekwoordelijke hoofdstuk gesloten worden, ze heeft een aantal persoonlijke dingen verwerkt en kan daarmee verder gaan in haar eigen leven. Omdat ze daarbij ook een nieuwe start maakt, lijkt Alger de deur in de epiloog op een heel kleine kier te hebben gezet voor in ieder geval nog één boek waarin Nell voorkomt. Dat zou dan geen verkeerde beslissing zijn, want de FBI-agente is interessant en boeiend genoeg om uit te groeien tot een stabiel seriepersonage. Maar vooralsnog moet de lezer ervan uitgaan dat het alleen bij Meisjes zoals wij, overigens keurig vertaald door Gerda Baardman en Jan de Nijs, zal blijven.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Cristina Alger
Titel: Meisjes zoals wij

ISBN: 9789046825747
Pagina’s: 272

Eerste uitgave: 2020

De moed om te vergeven – Ndaba Mandela


Beschrijving
In De moed om te vergeven beschrijft Ndaba Mandela hoe het was om op te groeien bij, en te leren van, een van de grootste leiders die de wereld ooit heeft gekend – zijn grootvader, Nelson Mandela.

Ndaba werd in 1982 geboren in Soweto. Na een turbulente jeugd verhuist hij op twaalfjarige leeftijd naar het presidentiële paleis van de net verkozen Mandela. In dit inspirerende boek verweeft Ndaba op kleurrijke wijze de verhalen uit zijn jeugd met de raad en daad van Madiba, waarmee hij een nieuw beeld schetst van de man met wie zoveel mensen een unieke verbinding voelen.

Nelson Mandela’s vreedzame strijd tegen onderdrukking en voor sociale gerechtigheid heeft de wereld veranderd, en zijn nalatenschap heeft niets aan relevantie ingeboet. De moed om te vergeven bevat zijn lessen over onder meer veerkracht, vrede en hoop, en laat zien dat iedereen de kracht bezit om zichzelf en de wereld te veranderen.

Recensie
Op zijn zevende, het was 1989, ontmoette Ndaba Mandela zijn grootvader Nelson Mandela, die toen nog gevangen zat in de Victor Verster-gevangenis, voor de eerste keer. Vier later, Mandela was inmiddels vrij man, trok hij bij grootvader in en werd vervolgens door hem opgevoed. Hij is een van de oprichters van de Africa Rising Foundation en woordvoerder van UNAIDS, maar ook een van de grondleggers van de jaarlijkse Nelson Mandela Day. In 2018, vlak voor de 100ste geboortedag van zijn grootvader, verscheen zijn boek De moed om te vergeven.

De moed om te vergeven is vooral een beknopte biografie, waarin Ndaba Mandela over onder andere zijn relatie met zijn grootvader, vaak De Oude Man of Madiba genoemd, vertelt, maar ook hoe het was om bij hem op te groeien, over de vele gesprekken die hij met hem gevoerd heeft, maar ook dat hij het niet altijd met hem eens was en dat er, in feite net als in ieder ander gezin, zo nu en dan problemen waren. Hij geeft echter ook aan dat hij erg veel heeft geleerd van zijn grootvader, die hij toch als wijs en verstandig man beschouwde.

Het boek is niet alleen de levensbeschrijving van de auteur zelf, maar geeft ook, zij het bescheiden, wat inzicht in het persoonlijke leven van Nelson Mandela. Daarnaast, en dat geeft Ndaba ook aan in zijn dankwoord, zijn het bovenal herinneringen die hij zelf heeft meegemaakt, waarbij hij tevens gebruikgemaakt heeft van ‘hulpmiddelen’ als brieven, openbare stukken en filmpjes. Het geheel is gelardeerd met een paar anekdotes en enkele volksverhalen van de Xosha. De auteur merkt daarbij wel op dat het specifiek zijn eigen herinneringen betreft en dat anderen het wellicht anders zien.

Hoewel Ndaba ongetwijfeld niet alles verteld zal hebben, is hij toch heel open. Een aantal voorbeelden daarvan is dat hij er openlijk voor uitkomt dat hij in zijn tienerjaren niet al te hard gestudeerd heeft, dat hij later aardig wat drugs gebruikt heeft en dat hij zich ook wel aan het drinken van te veel alcohol heeft bezondigd. Veel probeerde hij voor zijn grootvader te verzwijgen, maar, zo bekent hij, dat kon hij niet. Daarover had hij dan wel weer een slecht gevoel en stelde hij zich vervolgens kwetsbaar op door veel dingen toch aan Madiba op te biechten. Zijn opa was soms boos, maar vaak vooral teleurgesteld. Maar zijn kleinzoon veroordelen om zijn gedrag, dat heeft hij nooit gedaan. De auteur wil daarmee aangeven dat het Nelson Mandela vooral ging om zijn kleinzoon een aantal levenslessen te leren. Zodat hij later een verstandig en wijs man zou worden.

Natuurlijk kan de auteur er niet aan ontkomen om ook de politieke situatie van Zuid-Afrika aan te halen, in feite is die inherent aan de omstandigheden waarin zijn grootvader heeft verkeerd, zowel voor, tijdens en na zijn gevangenschap. Zoals eigenlijk voor het hele boek geldt, heeft Ndaba daar geen hoogdravend of taai verhaal van gemaakt. De gehanteerde schrijfstijl is toegankelijk en vlot en daardoor leest het boek bijzonder aangenaam. In een van de laatste hoofdstukken wordt het enigszins aangrijpend, dat is wanneer hij vertelt dat zijn grootvader steeds fragieler wordt en uiteindelijk komt te overlijden. Ronduit interessant en leerzaam zijn de wetenswaardigheden over de tradities en rituelen van de Xosha, waar de Mandela’s immers van afstammen.

De belangrijkste reden dat Ndaba Mandela dit boek geschreven heeft, is omdat hij graag ziet dat jongeren niet alleen de rol die zijn grootvader gehad heeft begrijpen, maar ook zijn normen en waarden, vooral die in de strijd tegen de rassenongelijkheid. De moed om te vergeven is meer dan een biografie alleen, het is een eerbetoon aan Nelson Mandela, zijn wijsheid, zijn verstandige levenslessen en zijn gevoel voor rechtvaardigheid. En daarin is de auteur zonder meer geslaagd.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Ndaba Mandela
Titel: De moed om te vergeven

ISBN: 9789400509955
Pagina’s: 286

Eerste uitgave: 2018