Categorie archief: Gelezen in 2020

Op slot – Chris McGeorge


Beschrijving
Kara Lockhart is net begonnen aan haar levenslange gevangenisstraf in HMP New Fern – een gloednieuwe zwaarbewaakte gevangenis voor vrouwen. Ze is veroordeeld voor een moord die ze zweert niet te hebben gepleegd.

En dan wordt ze op een ochtend ook nog wakker naast haar vermoorde celmaat. De deur is de hele nacht op slot geweest, en dus is Kara de enige verdachte. Er is alleen een probleem – Kara weet zeker dat zíj het niet gedaan heeft. Dus wie wel? En houdt het verband met haar onterechte veroordeling?

Hoe vind je een moordenaar op een plek waar iedereen er een is?

Recensie
Voor Chris McGeorge was schrijven niet iets dat hij altijd al heeft willen doen, hij vertelde veel liever verhalen. Toen hij jong was maakte hij zijn eigen stripboeken en wilde hij computeranimator bij Pixar Animation Studio’s worden. Daarom volgde hij een opleiding Productie voor film, met als specialisatie regisseren en schrijven. Zijn eindproject voor de Master creatief schrijven was het begin van een carrière als auteur, want hieruit kwam zijn in 2018 verschenen debuut Tik Tak voort. Op slot, dat eind 2020 is uitgegeven, is zijn derde thriller.

Cara Lockhart heeft een levenslange gevangenisstraf gekregen voor een moord die ze niet gepleegd zou hebben. Ze wordt overgeplaatst naar de nieuwe en streng beveiligde gevangenis North Fern, waar ze een cel met Stephanie Barnard moet delen. Op een dag wordt ze wakker en ziet dat haar celgenote is vermoord. Het pistool waarmee ze door haar hoofd geschoten is, is echter niet te vinden en omdat de cel de hele nacht op slot zat, is Cara de enige verdachte. Ze weet zelf dat ze onschuldig is en daarom zet ze alles in het werk om de waarheid te achterhalen.

Net als McGeorge’s twee voorgaande boeken is Op slot een zogeheten ‘locked room mystery’, want de enige setting is de gevangenis. In principe kan een dergelijk concept voor een spannende, beklemmende en misschien wel bijzondere thriller zorgen. In dit geval is daar geen enkele sprake van. Van geen van de hiervoor genoemde elementen is namelijk iets te bespeuren. Het verhaal, dat uit drie delen bestaat, verloopt bijzonder gezapig en in een tergend langzaam tempo. Hierdoor wordt iedere mogelijke vorm van spanning meteen tenietgedaan. Ook het claustrofobische gevoel van opgesloten te zitten en daardoor geen kant op te kunnen, komt in het geheel niet over. Tevens kan de lezer zich met geen mogelijkheid in de personages inleven. Daarvoor zijn ze te irritant, te oppervlakkig of gaat er domweg helemaal niets van ze uit.

De auteur doet diverse verwoede pogingen de spanning op te bouwen. De technieken die hij daarvoor gebruikt, zijn standaard, waar overigens helemaal niets op tegen is. Zo begint hij met een proloog die er in ieder geval nog wel voor zorgt dat de lezer nieuwsgierig wordt naar wat zich in de cel van Cara heeft afgespeeld. In het eerste deel maakt hij een sprong terug naar negenendertig dagen eerder en wordt er uitgebreid beschreven hoe het Cara in de gevangenis vergaat. Leuk om daar een indruk van te krijgen, maar het grootste deel van die eerste akte heeft geen enkel doel. Het tweede deel, met hierin de aanleiding van Cara’s gevangenschap, doet een kleine stap voorwaarts en speelt zich twintig maanden voor het heden af. Het laatste heeft zelfs verschillende tijdsperioden en is het meest verwarrend. Overigens wordt in dat gedeelte wel duidelijk hoe de vork precies in de steel zit. Toch mislukt het doel van McGeorge, want op de proloog na, weet hij de belangstelling van de lezer niet te wekken.

Een van de belangrijkste oorzaken daarvan is dat het verhaal nogal statisch is, het leest voor een groot deel als een verslag. Wel blijkt hieruit dat de auteur in staat is een verhaal te vertellen, maar om het boeiend op te schrijven, vergt een iets andere discipline. Daarnaast bevat Op slot een flink aantal onwaarschijnlijkheden die de geloofwaardigheid absoluut niet ten goede komen. Het toppunt daarvan doet zich voor in de redelijk lange ontknoping, die krijgt het namelijk voor elkaar om de wenkbrauwen van de lezer te laten fronsen. Iets dat McGeorge met zijn derde thriller nauwelijks is gelukt, want die is op alle fronten ondermaats.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Chris McGeorge
Titel: Op slot

ISBN: 9789024590032
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2020

Furie – Katie Lowe


Beschrijving
Na een ongeluk waarbij haar vader en zus omkwamen, krijgt Violet een studiebeurs voor Elm Hollow Academy, een prestigieuze particuliere meisjesschool. De school ligt in een stil kustplaatsje dat een nogal zwarte geschiedenis heeft – in de zeventiende eeuw vonden er heksenprocessen plaats.
Violet sluit vriendschap met drie meisjes en wordt meegesleept door hun fascinatie voor hekserij en occultisme. Maar wanneer negen maanden na haar vermissing het lichaam van een voormalig lid van het vriendinnengroepje wordt gevonden, begint Violet te twijfelen aan haar vrienden, haar docenten en zelfs aan haar eigen vermogen om realiteit van mythes te onderscheiden.

Recensie
Nadat Katie Lowe in 2010 afstudeerde, heeft ze bijna tien jaar gewerkt in de rekruterings- en evenementenbranche. Ze heeft haar hele leven al een passie voor schrijven gehad, op haar achtste smeekte ze haar ouders om een schrijfmachine, en had verwacht dat ze alleen maar non-fictie zou schrijven. Haar agent stelde haar voor om zich ook op fictie te gaan richten, maar pas in 2019, vier jaar later, verscheen haar eerste boek, de literaire thriller Furie. Dit debuut meteen na verschijnen in elf landen uitgegeven.

Een jaar nadat haar vader en zus bij een auto-ongeluk om het leven zijn gekomen, krijgt de zestienjarige Violet Taylor een studiebeurs aan de particuliere meisjesschool Elm Hollow. Ze sluit vriendschap met de meisjes Robin, Grace en Alex en hun fascinatie voor het occulte slaat op haar over. Dan wordt, negen maanden na haar vermissing, het lichaam van Emily Frost gevonden. Ze maakte destijds deel uit van het vriendinnengroepje. Na deze vondst begint Violet steeds meer aan hen, aan haar docenten en ook aan zichzelf te twijfelen.

Aan het eigenlijke verhaal gaat een nogal saaie proloog vooraf. Deze inleiding wordt verteld vanuit het perspectief van een dan nog onbekend iemand. Verderop in de plot wordt duidelijk dat dit Violet is, maar dan een aantal decennia later. Na dat begin, dat spannend noch nieuwsgierig makend is, maakt het verhaal een flashback naar het eind van de jaren negentig, hoewel dat nergens uit blijkt. Vanaf dan verloopt het chronologisch en gaat het vooral over de belevenissen en misdragingen van Violet, Grace, Alex en Robin, vier leerlingen van de meisjesschool Elm Hollow. De lezer moet er echter wel de nodige moeite voor doen om het verhaal te doorgronden, zeker in het begin. Dan is het niet duidelijk waar alles toe leidt.

Dit gebeurt aanvankelijk in een tempo dat af en toe nogal slaapverwekkend is. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de auteur flinke stukken tekst spendeert aan kunstgeschiedenis. Gedurende de plot blijkt dat deze informatie wel van invloed is op de gebeurtenissen die plaatsvinden en ook op de handelingen van de meisjes. Desondanks had Lowe er beter aan gedaan hier veel minder aandacht aan te besteden, voornamelijk om ervoor te zorgen dat het verhaal zich in een hoger tempo zou afspelen, maar ook om het boeiender te laten zijn. Zoals het nu is, gebeurt er te weinig en voor een thriller pakt zoiets meestal funest uit. Pas in de tweede helft van het boek gaat de snelheid er iets op vooruit. Dat heeft meteen invloed op de leesbeleving, want het wordt wat interessanter, je wordt een beetje nieuwsgieriger.

Hoewel Lowe door middel van oude volksgeloven als hekserij en occultisme het verhaal spannend probeert te maken, lukt haar dat maar zelden. In totaal zijn er waarschijnlijk zo’n twintig pagina’s die aan dat criterium voldoen. Ook weet ze de mystiek waar Furie het van zou moeten hebben niet op de lezer over te brengen. Daarvoor is het allemaal te klinisch. Waar de auteur wel in geslaagd is, is de uitwerking van het viertal vriendinnen. De lezer komt ruim voldoende over hen te weten waardoor hij zich met ieder van hen kan identificeren, hoewel hun losgeslagen gedragingen voor het grootste deel ongeloofwaardig zijn. Dit laatste geldt overigens ook voor het verhaal zelf. Uiteraard is het niet erg dat een thriller onrealistisch is, dat komt immers veel vaker voor, maar in dit geval is het wel heel extreem.

Alle ingrediënten om van Furie een goede, mysterieuze en spannende thriller te maken zijn aanwezig. Lowe heeft ze echter op een verkeerde manier gebruikt, waardoor haar debuut voor het grootste deel niet vlamt.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Katie Lowe
Titel: Furie

ISBN: 9789044984521
Pagina’s: 384

Eerste uitgave: 2019

Eternal – Steven van Belleghem


Beschrijving
Het is 25 november 2041 als een personenwagen op de San Mateobrug in San Francisco een scherpe bocht naar links maakt en een paar seconden later van de brug naar beneden valt. Voor een zelfrijdend voertuig is dit een onverklaarbaar fenomeen. Romy Bell, programmeur bij het hightechbedrijf X-Com, is meteen verontrust. En dan is er nog die vreemde geluidsopname, een tweede wagen die crasht en de mensen van de security die Romy achterna blijken te zitten. In een paar uur tijd verandert de dag die het hoogtepunt van haar carrière had moeten worden – de lancering van de spectaculaire nieuwe technologie Eternal – in een absolute nachtmerrie.

Recensie
De Vlaming Steven van Belleghem schrijft al tien jaar managementboeken en is parttime marketingprofessor aan de Vlerick Business School en gastdocent aan de London Business School. Daarnaast bekleedt hij nog een aantal functies en is internationaal keynotespreker. Zijn droom was altijd al om een fictief boek te gaan schrijven, waar hij na zijn pensioen aan wilde beginnen. Door bepaalde omstandigheden kwam hij eerder in de gelegenheid eraan te beginnen. Dit betekende dat zijn debuut, de scifi- annex technothriller Eternal, in het najaar van 2020 is verschenen.

Het is 25 november 2041 en Chris Bowman, de CEO van hightechbedrijf X-COM, houdt een presentatie over een nieuw en revolutionair product. Tegelijkertijd belandt de zelfrijdende auto van Jef Smart, een van zijn topwerknemers, in het water, waarbij Jef omkomt. Vlak daarvoor heeft hij zijn manager Romy Bell nog een dringend spraakbericht kunnen sturen. Wanneer Romy het bericht wil beluisteren blijkt het grotendeels te zijn geblokkeerd. Ze krijgt echter genoeg mee om te beseffen dat er gevaar dreigt. Ze besluit te vluchten, maar in een wereld die vooral bestaat uit digitale technieken blijft dat niet onopgemerkt. Ze beseft dat niet alleen zij, maar ook anderen in gevaar zijn.

Omdat het verhaal zich in de toekomst afspeelt en kunstmatige intelligentie (AI) een belangrijke rol heeft, kun je Eternal in zekere zin beschouwen als sciencefiction. Met het grootste gemak kan echter ook gezegd worden dat het een technothriller is. Voor beide zijn goede argumenten te bedenken. Feit is in ieder geval dat de technologie in het boek niet eens zo heel erg ondenkbeeldig en onrealistisch is. Zelfrijdende auto’s zijn er immers al en voor specialisten is het niet zo heel erg lastig om digitale controle uit te oefenen. Het revolutionaire product dat X-Com heeft ontwikkeld is dan wel nieuw, maar toch heeft de wetenschap zijn gedachten hierover allang laten gaan. In het verhaal is het echter allemaal al tot stand gebracht en dat is best een aardig uitgangspunt.

Eternal speelt zich in maar drie dagen af en wordt voor het grootste deel verteld vanuit het perspectief van Romy. De lezer leert haar daarom vrij goed kennen. Overigens zorgt Van Belleghem er wel voor dat je je over de overige personages eveneens een prima beeld kunt vormen. De hoofdstukken zijn alle voorzien van een datum en tijdstip. Hierdoor krijgt de lezer het gevoel dat de dagen voorbijvliegen, het tempo is in veel gevallen dus aanzienlijk en vooral in de tweede helft van het boek komt dit tot uiting. Toch zijn er ook momenten dat het wat langdradig is. Dat is vooral in het begin, wanneer Chris zijn presentatie houdt, het geval. Ook de vele technische details, hoe noodzakelijk ze ook zijn, kunnen voor wat oponthoud zorgen. Niet iedereen is immers thuis in het jargon.

De vertragende elementen zijn er trouwens wel de oorzaak van dat het verhaal een gemiddelde spanningsboog heeft. De meest spannende scènes zijn die waarin jacht op Romy en haar medestanders wordt gemaakt, soms lijken die zelfs op een soort kat-en-muis-spelletje. Zoals zo vaak delven de kwaden het onderspit, waarbij het tijdens de plot wel heel erg duidelijk werd wie de onbekende ‘Nummer Drie’ was. Toen de naam in de ontknoping onthuld werd, was dat geen verrassing meer. Het verhaal wordt afgesloten met een wat bijzondere epiloog, want ondanks dat het verhaal afgesloten is, ontstaan daarin toch een enkele nieuwe vragen. Alsof de auteur wil aangeven dat er nog iets in het verschiet ligt.

Al met al is Eternal een aangenaam en vlot futuristisch verhaal waarin Van Belleghem zijn professionele expertise op een mooie en vakkundige manier heeft verwerkt. Verder zal de tijd het moeten uitwijzen of een aantal profetieën van de auteur uit gaan komen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Steven van Belleghem
Titel: Eternal

ISBN: 9789460416583
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2020

Een zondagskind – Tana French


Beschrijving
De achtentwintigjarige Toby uit Dublin beschouwde zichzelf eigenlijk altijd als een zondagskind. Hij heeft een onbezorgde jeugd gehad, voelt zich geliefd door zijn familie en vrienden en heeft gemakkelijk carrière kunnen maken. Totdat hij op een avond bruut overvallen en mishandeld wordt. Om te herstellen zoekt hij toevlucht in het Ivy House, het familiehuis even buiten de stad, vol mooie herinneringen aan vrije zomers die hij daar doorbracht met zijn neef en nicht.

Maar niet lang na zijn komst wordt er een schedel in de tuin ontdekt, netjes weggestopt in een oude iep. Terwijl rechercheurs op zoek gaan wordt Toby gedwongen alles te onderzoeken wat hij dacht te weten over zijn familie, zijn verleden en zichzelf. Na die ene avond blijkt alles veranderd en gaat hij zelfs twijfelen aan zijn eigen onschuld.

Recensie
In haar kindertijd interesseerde Tana French zich voor zowel acteren als schrijven. Ze richtte zich in eerste instantie op het acteren, waarna ze aan een aantal film- en toneelproducties meewerkte. Rond haar vijfendertigste besloot ze om toch met het schrijven van een boek te beginnen en in 2007 kwam haar thrillerdebuut De offerplaats uit. Dit debuut, waarvoor ze een jaar later onder andere de Edgar Allen Poe Award won, maakt deel uit van de voor televisie verfilmde serie Dublin Murders. Eind november 2020 verscheen haar door Irene Paridaans vertaalde thriller, Een zondagskind.

Toby Hennesy is achtentwintig jaar en omdat hij nooit echte problemen in zijn leven heeft gekend, is hij zichzelf als een zondagskind gaan zien. Op een nacht wordt hij overvallen, beroofd en mishandeld, waarna hij in het ziekenhuis belandt. Voor zijn herstel, maar ook om zijn ernstig zieke oom Hugo te helpen, vertrekt hij naar Ivy House, het familiehuis van de Hennesy’s. Op een dag wordt tijdens een familiebijeenkomst een schedel ontdekt. De politie doet verder onderzoek en vindt in een oude iep de overige resten van een lichaam. Vanaf dat moment twijfelt Toby aan zijn familie, maar vooral aan zichzelf.

Van een thriller mag je op z’n minst verwachten het in ieder geval een páár spannende pagina’s bevat. Beter is natuurlijk een spanningsboog die gedurende de hele plot merk- en voelbaar is. Dat kan bijvoorbeeld een aanzienlijke hoeveelheid actie zijn, maar evengoed een psychologisch spelletje dat met de personages wordt gespeeld. Een zondagskind bevat geen van beide. Niet erg, want er zijn immers nog andere mogelijkheden om een verhaal spanning mee te geven. French beheerst dat, in voorgaande boeken heeft ze dat namelijk al bewezen. Dit keer is het echter anders, want in deze in naam literaire thriller valt niets van dien aard te ontdekken. Het enige dat een heel klein beetje thrillerachtig is, is een nogal ongeloofwaardige ondervraging door een rechercheur en vindt pas na ruim een derde van het verhaal plaats.

Ook het tempo van Een zondagskind laat te wensen over. Een van redenen daarvan zijn de bijzonder lange hoofdstukken waar maar geen eind aan lijkt te komen. Dit is overigens niet de hoofdoorzaak van de enorme traagheid. Het gebrek aan snelheid komt vooral door de buitengewoon uitgebreide uiteenzettingen van onder andere de herinneringen van enkele personages, het genealogische onderzoek waar Hugo zich mee bezighoudt en de perikelen van een deel van de familie Hennesy. Door deze gedetailleerde beschrijvingen zijn de personages Toby, zijn neef Leon en zijn nicht Susanna redelijk goed uitgewerkt. Desondanks bekruipt je hoe dan ook het gevoel dat het allemaal wel wat minder had gekund.

French heeft er geen enkel probleem mee om een verhaal te vertellen, dat laat ze ook nu weer zien. Op haar schrijfstijl valt weinig aan te merken, die is verzorgd en helder en zo nu en dan zorgt ze voor een plotwending waardoor het verhaal een iets ander verloop krijgt. Het probleem met dat laatste is dat ze niet zo heel erg verrassend zijn. De lezer kan namelijk op zijn klompen aanvoelen dat Toby en vooral Leon en Susanna degenen zijn die de politie in het vizier krijgt. Ook de rol die Hugo daarbij speelt, is voor een doorgewinterd thrillerlezer te verwachten. Daarnaast herbergt het verhaal tevens een aantal onwaarschijnlijkheden en zijn de gedragingen van onder andere de rechercheurs ver bezijden de realiteit.

Een zondagskind bevat in principe alle ingrediënten om er een goede en spannende thriller van te maken. Het idee is goed, de gedachte achter het verhaal eveneens en ook is er het mysterie rond het gevonden lichaam. French heeft daarmee ongetwijfeld goede bedoelingen gehad, maar ze heeft het gerecht deze keer volledig laten mislukken.

Waardering: 2/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Tana French
Titel: Een zondagskind

ISBN: 9789046827437
Pagina’s: 480

Eerste uitgave: 2020

Stil maar – Carla Kovach


Beschrijving
Deborah Jenkins trekt haar jas aan en stapt de stromende regen in, op weg naar huis. Ze zal er nooit aankomen. In plaats daarvan wordt ze gedrogeerd en een busje in getrokken. Ze wordt wakker in een ijskoude, aardedonkere kamer, met een ketting om haar enkel die is vastgezet in de muur. Hier zal ze de komende vier jaar blijven.

Detective Gina Harte kent de zaak van Deborah Jenkins van buiten. De jonge moeder verdween spoorloos en maanden van intensief politieonderzoek leidden tot niets. Deborah wordt al jaren dood gewaand. Dan wordt op de drempel van de bibliotheek een baby gevonden, in lompen gehuld en te vondeling gelegd. Een anonieme beller tipt de politie om -vooral een dna-test te doen. Gina Harte is al snel ter plaatse, maar is niet voorbereid op de uitslag: de pasgeboren baby is het kind van Deborah. Ze leeft nog. Maar waar?

Recensie
Voordat Carla Kovach, de schrijversnaam van Carla Buckley, met het schrijven van boeken begon, schreef ze voor toneel en was ze tevens actrice. In 2013 debuteerde ze met Flame, een bovennatuurlijk Young Adult-drama. In 2014 legde zich ook toe op het schrijven van thrillers, waarvan To let de eerste was die gepubliceerd werd. Vier jaar later kwam The next girl uit, het eerste deel van een serie met inspecteur Gina Harte. Deze thriller verscheen in 2020 in het Nederlands onder de titel Stil maar.

Voor de deur van de bibliotheek wordt een pas geboren baby gevonden. Niet lang daarna krijgt de politie een anonieme tip om het DNA van het kind te testen. Hieruit komt naar voren dat Deborah Jenkins de moeder is. Debora is vier jaar eerder spoorloos verdwenen toen ze van haar werk op weg was naar huis. Intensief politieonderzoek heeft destijds niets opgeleverd. Nu de baby aan haar gelinkt kan worden, wordt het onderzoek heropend in de hoop nieuwe aanwijzingen te vinden die kunnen leiden tot haar verblijfplaats. De vraag is echter of ze nog leeft, maar vooral waar ze dan is.

Voordat het verhaal werkelijk begint, krijgt de lezer een korte proloog, die vanuit het perspectief van de dader verteld wordt, voorgeschoteld. Deze speelt zich vier jaar eerder af en zorgt al meteen voor een aantal vragen. Vervolgens wisselt het verhaal regelmatig van perspectieven, want ook Luke (Deborah’s man), inspecteur Gina Harte en Deborah (Debbie) zelf hebben ieder een belangrijke rol in Stil maar. Dat het vanuit deze wisselende gezichtspunten wordt verteld, komt het tempo ten goede. Er is een redelijk hoog tempo, dat overigens mede het gevolg is van de relatief korte tijdspanne waarin het verhaal zich afspeelt, een ruime week namelijk.

Stil maar is al vanaf het begin beeldend geschreven, eigenlijk op het filmische af. Daaraan is te merken dat Kovach affiniteit heeft met de film- en video-industrie. Door deze manier van schrijven kan de lezer zich alle situaties en omstandigheden bijzonder goed voorstellen en inbeelden. Waar het echter wel wat aan ontbreekt, zijn de verrassende plotwendingen. Het komt er voornamelijk op neer dat het een rechttoe rechtaan-verhaal is van een chronologisch verlopend politieonderzoek. Dat onderzoek blijkt nogal gladjes en soepel te verlopen, er zijn weinig tegenslagen en alle oplossingen en ontdekkingen vallen allemaal net even te mooi op hun plaats. Het ontbreken van de verrassingen zorgt ervoor dat het verhaal praktisch geen spanning heeft.

Wat wel goed uit de verf komt is de uitwerking van een aantal personages. Met name Gina Harte, zij is immers het belangrijkste personage en zal dit boek, maar ook de andere van de serie, moeten dragen. Over haar komt de lezer daarom ook al ruim voldoende te weten en dan blijkt dat ze in het verleden dingen heeft meegemaakt die ze liever wil vergeten en die tevens invloed hebben op de relatie met haar dochter Hannah. Ook de persoon Luke Jenkins wordt uitvoerig uitgewerkt, hoewel zijn karakter misschien wel iets te sentimenteel is. De overige personages worden naar behoren neergezet en de lezer krijgt niet het gevoel iets over hen te missen.

Gedurende de plot worden alle vragen die in het begin zijn ontstaan beantwoord, dus de lezer kan wat dit betreft het boek met een tevreden gevoel dichtslaan. Wel is het zo dat je al in een te vroeg stadium kunt vermoeden uit welke kring de dader moet komen en op een gegeven moment heb je zelfs al een vermoeden wie het is. Dit gaat echter niet ten koste van het leesplezier, dat blijft van begin tot eind. Het bijzonder aangenaam leesbare Stil maar is een niet onverdienstelijk debuut met een aantal interessante personages, waarvan een aantal zich in de komende delen zeker meer zal laten zien.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Carla Kovach
Titel: Stil maar

ISBN: 9789022588277
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2020

Ver van huis – Peter Carey


Beschrijving
Het is 1954. Irene Bobs is een onafhankelijke vrouw zonder enige angst. Boven alles houdt ze van hard rijden. Haar man Titch is de beste autoverkoper van Zuidoost-Australië en samen besluiten ze mee te doen met de Redex Trial, een meedogenloze race rond het continent, over wegen die geen enkele auto kan overleven. Samen met hun navigator Willie Bachhuber, een mislukte leraar met een obsessie voor landkaarten, beginnen ze aan een tocht die hen, zonder enige waarschuwing, ver weg voert van het witte Australië dat ze zo goed kennen. Ver van huis is spannend en verrassend, een met zeer veel vaart geschreven verhaal dat de lezer keer op keer op het verkeerde been weet te zetten. Een meesterwerk vol herkenning, over wie we zijn, hoe we hier zijn gekomen en wat we elkaar onderweg hebben aangedaan.

Recensie
Voordat Peter Carey aan zijn literaire carrière begon, was hij copywriter voor enkele reclamebureaus. Hierdoor kwam hij in contact met enkele auteurs en door hen kwam hij in aanraking met Europese en Amerikaanse fictie. Hij besloot om ook te gaan schrijven en na enkele afwijzingen werd een aantal van zijn korte verhalen gepubliceerd. In 1981 debuteerde hij met de roman Bliss, waarmee hij al meteen enkele prijzen won en het begin betekende van zijn succes. In 2018 verscheen Ver van huis, een roman waarin het kolonialisme in Australië aan de kaak wordt gesteld.

Om haar overheersende schoonvader te ontvluchten, verhuizen Irene Bobs en haar man Titch naar het plattelandsstadje Bacchus Marsh, waar ze een handel in tweedehands auto’s willen beginnen.  Op een dag besluiten ze om deel te gaan nemen aan de Redex Trial, een zware autorally dwars door Australië. Ze halen hun buurman Willie Bachhuber over om als navigator met hen mee te gaan, vooral omdat hij een goed kaartlezer is. Ze zijn ervan overtuigd de rally te winnen, zich daarbij niet realiserend dat dit ook zijn prijs heeft.

Ver van huis wordt verteld vanuit twee perspectieven, dat van Irene Bobs en Willie Bachhuber. Wat daarbij opvallend is, is dat dit voor beiden in de ik-vorm gebeurt en dat wil nog wel eens voor wat verwarring zorgen. Het is dan namelijk niet meteen duidelijk wie er aan het woord is. Omdat het laatste hoofdstuk door de ogen van weer een ander wordt verteld, zorgt ook dit aanvankelijk voor wat onduidelijkheid. Wat dit betreft zou de auteur er goed aan hebben gedaan om voor aanvang van de hoofdstukken waarin van perspectief wordt gewisseld aan te geven wie er op dat moment aan het woord is. Een andere mogelijk was het gebruiken van in ieder geval één andere persoonsvorm.

Het verhaal zelf zorgt ook nog wel eens voor vraagtekens, de lezer vraagt zich dan af waar Carey precies naartoe wil, wat het doel van het verhaal is. Het is echter niet zo dat het ingewikkeld is, dat het volkomen structuurloos is. Die is er in beginsel wel, maar komt gewoon niet altijd uit de verf. Wat Ver van huis wel doet, is boeien. Vanaf het begin is de lezer erbij betrokken. Dat komt vooral door de bijzondere omstandigheden, de markante en meest uiteenlopende personages en niet te vergeten het stukje Aboriginal-geschiedenis en hun gebruiken. Wat daarbij vooral in het oog springt, is dat het racisme, het verhaal speelt zich af in 1954, in Australië in die tijd hoogtij viert.

Mijn grote boodschap was niet meer dan een kort berichtje

Humor. Dat is iets dat door de auteur regelmatig gebezigd wordt. In tekst, in situaties en in een aantal erg spitse dialogen. Hoewel het vast en zeker niet zijn bedoeling is geweest, doet het verhaal zo nu en dan wel eens denken aan een klucht. Dit houdt overigens niet in dat de echte essentie ondergesneeuwd raakt, verre van zelfs. In het laatste van de vijf delen van het boek wordt hier de nadruk op gelegd, wanneer Bachhuber, zonder dat hij er naar op zoek is, zijn ware afkomst achterhaalt.

Zonder de anderen te kort te doen, zijn Irene en Willie de krachtigste personages in het boek, zij dragen het verhaal en het is dus ook niet zo heel erg vreemd dat de auteur het door hun ogen vertelt. Dit gebeurt op een erg beeldende manier, de lezer kan zich hen, maar ook alle omstandigheden, heel goed inbeelden. Het is daarom des te spijtiger dat de structuur van het verhaal wel eens ingewikkeld overkomt. Dit alles maakt dat Ver van huis een roman met twee gezichten is.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Peter Carey
Titel: Ver van huis

ISBN: 9789403103105
Pagina’s: 368

Eerste uitgave: 2018

Tel tot tien – Karen Rose


Beschrijving
In zijn lange carrière bij de brandweer van Chicago heeft Reed Solliday nog nooit zoiets meegemaakt als de recente uitbraak van woningbranden. De branden zijn heftig, en nemen snel in aantal toe. De brandstichter lijkt bovendien op persoonlijke wraak uit. Want bij elke nieuwe brand zijn mensen waar Reed en zijn nieuwe geliefde rechercheur Mia Mitchell van houden, het slachtoffer. De dader lijkt uit op dood en vernietiging en lijkt niet te stoppen. De tijd tikt…

Recensie
In tegenstelling tot veel andere auteurs heeft Karen Rose als kind nooit de wens gehad om te gaan schrijven. Ze is al eind twintig als een bepaalde scène in haar hoofd blijft rondspoken. Ze besloot daar meer mee te gaan doen en begon met het schrijven van verhalen. Toch duurde het nog een aantal jaren voordat in 2003 Don’t tell me verscheen. Dit thrillerdebuut werd vijf jaar later onder de titel Sterf voor mij in het Nederlands vertaald. Tel tot tien is alweer haar eenentwintigste thriller die in Nederland en Vlaanderen is uitgebracht.

In Chicago vindt een heftige woningbrand plaats waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen. Omdat de brandweer heeft geconstateerd dat het om moord gaat, wordt de afdeling moordzaken van de politie ingeschakeld. Rechercheur Mia Mitchell wordt belast met het onderzoek en krijgt als partner OFI-inspecteur Reed Solliday toegewezen. Er volgen meer branden en slachtoffers en het wordt eveneens duidelijk dat de brandstichter handelt uit wraak. De politie doet er alles aan om erger te voorkomen, maar de dader lijkt hen steeds een stap voor te zijn. Kan hij zijn gang blijven gaan of wordt hij toch overmeesterd?

Net als vier van haar voorgaande thrillers speelt Tel tot tien zich ook in Chicago af. De namen enkele personages zullen de Rose-fan bekend voorkomen, maar de twee belangrijkste, Mitchell en Solliday, zijn voor iedereen nieuw. Het grootste deel van het verhaal wordt dan ook vanuit hun perspectief verteld, maar er is eveneens een aanzienlijke rol voor de brandstichter weggelegd. De lezer leert hen alle drie vrij goed kennen, hoewel je van laatstgenoemde pas in een laat stadium meer te weten komt. Over zijn achtergrond kan niet eerder iets worden prijsgegeven, omdat dat funest is voor de plot. Het is dus een bewuste keuze van de auteur om voor deze opzet te kiezen.

Het verhaal speelt zich in een kleine twee weken af, hetgeen de snelheid ten goede komt. In die korte tijdspanne gebeurt er vrij veel en is de druk op de politie om de zaak snel op te lossen gigantisch. Dit zorgt ervoor dat het spanningsveld behoorlijk is, maar ook dat de lezer zich in de frustraties van Mia en Reed kan inleven, daardoor met hen meeleeft en vooral hoopt dat het hen lukt de dader op korte termijn te ontmaskeren. Hoewel de lezer al na tweehonderd pagina’s een sterk vermoeden heeft wie de dader is, iets dat op drie vijfde van het boek bevestigd wordt, blijf je tot praktisch het eind wel nieuwsgierig naar zijn werkelijke beweegreden, waardoor de spanningsboog nog steeds strak gespannen staat.

Rose staat bekend om een flinke dosis romantiek in haar thrillers, ze wordt immers niet voor niets de koningin van de romantische spanning genoemd. Ook Tel tot tien bevat uiteraard passages met romantische onderonsjes, want vanaf hun allereerste, maar wel stroeve kennismaking weet je al dat Mia en Reed zich tot elkaar aangetrokken voelen en dat er een romance ontstaat. Het is echter heel gedoseerd en staat het eigenlijke doel, het vinden van de brandstichter en moordenaar, nergens in de weg. Daarnaast is hun onderlinge interactie boeiend en niet altijd even fijnzinnig, en dat maakt hen beiden juist zo interessant en hebben ze tevens kunnen uitgroeien tot twee sterke personages.

Als verhaal vormt het door Hans Verbeek vertaalde Tel tot tien een afgerond geheel en de deur staat aan het eind ook niet op een kier, hoewel het niemand moet verbazen als Mitchell en Solliday op een gegeven moment opnieuw ten tonele zullen verschijnen. Dat verdienen zij, maar de lezer ook. Vooral omdat hun gezamenlijke debuut het verdient om een vervolg te krijgen.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Karen Rose
Titel: Tel tot tien

ISBN: 9789026147784
Pagina’s: 496

Eerste uitgave: 2020

Toevluchtsoord – Jérôme Loubry


Beschrijving
De jonge journaliste Sandrine heeft haar grootmoeder nooit gekend. Als ze hoort dat de vrouw is overleden, wil Sandrine graag de plaats bezoeken waar zij vrijwel haar hele leven heeft gewoond: een eiland voor de Franse kust. Sandrine reist af naar het koude, grijze eiland en maakt kennis met de bewoners. Net als haar oma zijn zij in 1946 op het eiland komen wonen en nooit meer weggegaan.

Al snel realiseert Sandrine zich dat de bewoners een gruwelijk geheim bewaren. Er is destijds iets vreselijks gebeurd, en de bewoners zijn na al die jaren nog altijd doodsbang. Iets weerhoudt hen ervan het eiland te verlaten. Alsof ze gevangenen zijn… Steeds sterker vermoedt Sandrine dat ook zij slachtoffer is van deze dreiging. En dat die misschien ook een rol heeft gespeeld in de onfortuinlijke dood van haar oma.

Een paar dagen later krijgt inspecteur Damien Bouchard te horen dat er een jonge vrouw op het strand is aangetroffen, zwaar getraumatiseerd en onder het bloed. De vrouw, die Sandrine heet, beweert een vreselijke ontdekking te hebben gedaan op een eiland niet ver van de Franse kust.

Het probleem? Niemand heeft ooit van dat eiland gehoord.

Recensie
Op zijn negende vroeg Jérôme Loubry als kerstcadeau een typemachine. Omdat dit te duur was, kreeg hij het niet. Dit weerhield hem er echter niet van om zijn lang gekoesterde wens waar te maken: het schrijven van een echt boek. Nadat hij jarenlang in de horeca werkte, besloot hij in 2016 om schrijver te worden. Een jaar later verscheen zijn eerste boek, Les chiens de Détroit en sindsdien groeide hij uit tot een van de meest veelbelovende Franse thrillerauteurs. Les refuges is zijn derde thriller en is in 2020 met als titel Toevluchtsoord in een Nederlandse vertaling verschenen.

Sandrine Vaudrier verneemt van de notaris dat haar grootmoeder, die ze nooit gekend heeft, is overleden. Om de laatste zaken af te handelen vertrekt ze naar het Franse kusteiland waar haar oma lange tijd heeft gewoond. Vanwege de duistere sfeer die er hangt, wil ze er snel weer weg. Damien Bouchard is inspecteur in een rustig plaatsje aan de Franse kust en op een dag hoort hij dat er een jonge vrouw op het strand aangetroffen is. Haar kleding is doordrenkt met bloed en ze zegt dat er kinderen op een eiland zijn vermoord. Er is echter wel een probleem, want het eiland lijkt niet te bestaan.

De Elfenkoning, een in 1782 door Goethe geschreven gedicht, wordt op diverse manieren geïnterpreteerd. Zo is het voor velen een symbool van de dood, maar voor anderen staat het voor pedofilie. Al die verschillende zienswijzen heeft Loubry in het verhaal gebruikt en hierdoor krijgt het een toch enigszins macaber randje. Dat uit zich onder andere door de sfeer die de ene keer mysterieus is en de andere keer ronduit beklemmend. In grote mate wordt het echter ook veroorzaakt door een aantal voorvallen die plaatsvinden of plaatsgevonden hebben. Daarbij speelt een omstreden project uit de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld ook een bescheiden rol.

Toevluchtsoord is ingedeeld in een viertal delen, die bakens worden genoemd, waarbij ieder baken zijn eigen toevlucht vertegenwoordigt. Daarbinnen wordt het vanuit een aantal perspectieven verteld, waarvan die van Sandrine en Damien de belangrijkste zijn, maar ieder personage heeft overigens wel zijn of haar eigen verhaal. Deze afzonderlijke verhaallijnen zijn – eigenlijk vanzelfsprekend – ook met elkaar verbonden en smelten uiteindelijk bijzonder geraffineerd tot één geheel samen. Aan het eigenlijke verhaal, dat zich voor een klein deel in 1949 en voornamelijk in 1986 afspeelt, gaat een soort proloog vooraf. Deze inleiding is het heden (2019) en pas in het laatste baken wordt weer naar die periode teruggekeerd. En juist dat heden wijst de lezer op de psychologie waarmee het verhaal doorspekt is.

Het psychologische aspect is er ook de reden van dat Toevluchtsoord niet bol staat van het soort spanning zoals men dat van bijvoorbeeld een actiethriller kent. Het is veel verfijnder, want al vanaf het begin wordt de lezer nieuwsgierig gemaakt naar de ware toedracht van alle gebeurtenissen. Dat willen weten veroorzaakt dus wel degelijk een spanningsveld, maar ook het feit dat het verhaal steeds meer begint te intrigeren. De af en toe opduikende cliffhangers en enkele onverwachte plotwendingen zijn daar eveneens debet aan. Ook weet de auteur de lezer zo nu en dan op het verkeerde been te zetten. Als je denkt alles door te hebben, weet hij je op die momenten toch weer te verrassen. Het beste bewaart hij echter voor het eind, want wat er dan wordt onthuld, was totaal niet te voorzien. De lezer wordt dan overrompeld en realiseert zich dat de auteur de plot ingenieus in elkaar heeft gezet.

Dat Loubry een van de meest veelbelovende Franse thrillerauteurs is, bewijst hij met zijn door Saskia Taggenbrock vertaalde Toevluchtsoord. Het is namelijk een prima aanzet om zijn andere werk ook in het Nederlandse taalgebied uit te laten brengen.

Waardering: 4/5

(Het boek heb ik onlangs gerecenseerd voor Hebban.)

Boekinformatie
Auteur: Jérôme Loubry
Titel: Toevluchtsoord

ISBN: 9789402315776
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2020

Stoner – John Williams


Beschrijving
William Stoner wordt aan het einde van de negentiende eeuw geboren als zoon van een arme boerenfamilie. Tot groot verdriet van zijn ouders kiest hij voor een carrière als docent Engels. Hij wijdt zijn leven aan de literatuur en aan de liefde – en faalt op beide fronten. Zijn huwelijk met een vrouw uit een gegoede familie vervreemdt hem verder van zijn ouders, zijn carrière verloopt moeizaam en zijn vrouw en dochter keren zich tegen hem. Een nieuwe liefdesrelatie wordt verbroken om een schandaal op de universiteit te voorkomen. Stoner sterft uiteindelijk in anonimiteit, zoals ook zijn hele leven zich in de marge heeft afgespeeld.

Recensie
Voordat John Williams tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst nam bij de Amerikaanse luchtmacht had hij een niet zo succesvolle carrière achter de rug. Tijdens zijn dienstverband in Azië begon hij aan het schrijven van zijn eerste roman Nothing but the night (Niets dan de nacht), dat in 1948 verscheen en in 2015 in het Nederlands is vertaald. Zijn bekendste werk is het in 1965 uitgebrachte Stoner, dat veertig jaar later werd heruitgebracht en in 2012 in een Nederlandse vertaling verscheen. Behalve romans schreef hij ook een aantal studieboeken en twee gedichtenbundels. Hij overleed in 1994 aan longproblemen.

William Stoner was voorbestemd om het boerenbedrijf van zijn vader over te nemen, maar in 1910 koos hij een andere weg en schreef zich in aan de Universiteit van Missouri. Na zijn studie, hij behaalde een doctorsgraad, bleef hij aan de universiteit verbonden en werd er docent Engels, een beroep dat hij tot zijn dood in 1956 uitoefende. Hij was midden twintig toen hij trouwde, maar zijn vrouw Edith en later ook zijn dochter Grace leken zich tegen hem te keren. Hij krijgt een minnares, maar die relatie moet hij verbreken. Vele jaren later sterft hij zoals hij eigenlijk altijd is geweest: onopvallend.

Hoewel Stoner absoluut geen biografie is, leest het in zekere zin wel als zodanig. Want het is namelijk het levensverhaal van William Stoner, dat begint wanneer hij negentien jaar oud is en eindigt in het jaar dat hij komt te overlijden. Omdat hij zijn leven voornamelijk op de universiteit doorbracht, maakt hij niet veel opzienbarends mee, of het moet al het avontuurtje zijn dat hij met een van zijn studentes heeft gehad. De lezer moet en kan daarom ook niet verwachten dat het verhaal zich in een razend tempo afspeelt en dat zich allerlei plotwendingen voordoen. Maakt dat deze roman een saaie belevenis waar niet doorheen te komen valt? Nee, verre van zelfs. Naarmate de plot vordert wordt het, ondanks een ietwat stroef begin, almaar boeiender en gaat het steeds meer intrigeren.

Dit is voor een groot deel te danken aan de interessante en sterke personages, waarvan Stoner vanzelfsprekend de meeste sympathie oproept. Als lezer ga je hem meer en meer waarderen en heb je ook regelmatig met hem te doen. Bovenal omdat hij de indruk wekt een eenzaam en ongelukkig leven te lijden. Daar, en dat blijkt ook uit het nawoord van de Ierse auteur John McGahern, is echter geen sprake van, omdat hij in feite best wel tevreden met zijn leven was. Het verhaal wordt vanuit één perspectief verteld, dat van Stoner. De lezer leert hem hierdoor bijzonder goed kennen, zonder zich overigens al te veel met hem te identificeren. Hij is echter wel degene die zich, zonder de overige personages te kort te doen, het meest geliefd maakt bij dezelfde lezer. Om de simpele reden dat hij, ondanks zijn tekortkomingen, een opmerkelijk mens is.

Wat Williams eveneens goed weet over te brengen, is de sfeer. Het verhaal speelt zich vooral af in de eerste helft van de twintigste eeuw en die tijdgeest komt prima tot uiting. Hoe mensen zich destijds gedroegen, hoe de normen en waarden waren, niets daarvan komt geforceerd en gemaakt over. Daarnaast is de schrijfstijl van de auteur erg toegankelijk, aan niets is te merken dat dit boek al meer dan vijftig jaar geleden geschreven is. Er zijn echter wel een paar passages waar de lezer zijn aandacht bij moet houden, dan is het wat droog. Dat ligt hoofdzakelijk aan het feit dat die gedeelten zich tijdens de colleges afspelen en er lesstof behandeld wordt. Het past echter wel in de context van het verhaal, dus is het zonder meer noodzakelijk dat het in de roman voorkomt.

Na het verschijnen is Stoner overladen met allerlei lovende kritieken. Dat is niet ten onrechte, want Williams’ derde roman is er een die je bijblijft. En dat is niet veel boeken gegeven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: John Williams
Titel: Stoner

ISBN: 9789048826056
Pagina’s: 320

Eerste uitgave: 2012

Oktober – Søren Sveistrup


Beschrijving
Op de eerste dinsdag van oktober keert Rosa Hartung terug op haar post als minister van Sociale Zaken. Na de dramatische verdwijning van haar twaalfjarige dochter heeft ze een jaar verlof genomen. Linus Berger, een psychisch gestoorde man, heeft de moord op Hartungs dochter bekend, maar kan zich niet meer herinneren waar hij de verschillende lichaamsdelen van het meisje heeft begraven.

Op dezelfde dag dat Hartung terugkeert in het parlement, wordt een jonge, alleenstaande moeder op brute wijze vermoord in haar huis in een buitenwijk van Kopenhagen. Ze is gemarteld en een van haar handen is eraf gehakt.
Wanneer de rechercheurs Thulin en Hess arriveren op de plaats delict treffen ze een kastanjepoppetje aan. Het poppetje blijkt een sinister geheim bij zich te dragen, al wordt dit eerst aangezien voor een bizar toeval. Maar als er nog een vrouw wordt vermoord – en dit keer mist het slachtoffer beide handen – beginnen Thulin en Hess te vermoeden dat er een verband is tussen de zaken.

En het heeft er alle schijn van dat de missie van de moordenaar nog niet voorbij is…

Recensie
Op zijn twintigste, hij volgde op dat moment een studie literatuurwetenschap aan de Universiteit van Kopenhagen, droomde Søren Sveistrup er al van om een boek te gaan schrijven. Het ontbrak hem echter aan ideeën en hij wist evenmin hoe hij het moest aanpakken. Hij stopte met zijn studie, begon vervolgens aan een opleiding aan de filmacademie, waar hij leerde samenwerken en kennismaakte met het schrijven van scenario’s. Vijfentwintig jaar later schreef hij de prijswinnende televisieserie The Killing en in 2018 verscheen Oktober, zijn eerste en tot nu toe enige thriller.

Het is begin oktober als de rechercheurs Naia Thulin en Mark Hess het verminkte lichaam van een vrouw vinden. Een opvallend kenmerk is dat een van haar handen ontbreekt en het lijkt er ook op dat de moordenaar een handtekening heeft achtergelaten: een kastanjemannetje. Het poppetje bevat een aanwijzing die verwijst naar Kristine Hartung, de dochter van Rosa Hartung. Ze is een jaar eerder verdwenen en hoewel er nooit een lichaam gevonden is, heeft iemand wel haar moord bekend. Nadat er nog enkele vergelijkbare moorden worden gepleegd, hebben Thulin en Hess het vermoeden dat Kristines verdwijning hiermee te maken heeft.

Dat Sveistrup de bedenker en scenarioschrijver van de succesvolle televisieserie The Killing is, is bijzonder goed te merken. Aan de manier van schrijven, die beeldend en gedetailleerd is, aan het behoorlijke tempo waarin Oktober zich afspeelt, aan de dialogen, aan de overwegend korte hoofdstukken en aan het feit dat hij de juiste sfeer weet over te brengen. Al deze elementen zorgen ervoor dat de lezer vanaf het begin bij het verhaal, maar ook bij de belangrijkste personages, betrokken is. Het taalgebruik is helder, bij vlagen krachtig en hoe dan ook eigentijds en realistisch. Het is dus niet zo heel erg vreemd dat bij de lezer zo nu en dan de gedachte opkomt dat het boek geschikt is om het voor een korte serie te gaan verfilmen.

Oktober heeft een bijzonder sterk begin waarin het nodige gebeurt en er ook niet veel aan de verbeelding wordt overgelaten. De lezer wordt meteen met een aantal vragen opgezadeld, maar om die beantwoord te krijgen zal hij het nodige geduld moeten uitoefenen. Pas in de ontknoping van het omvangrijke boek komt er uitsluitsel en wordt het verhaal afgerond. Voor het echter zover is, is er dus een lange weg te gaan. Deze weg bestaat uit diverse delen, waarbij ieder deel een dag in oktober voorstelt. Tijdens de eerste paar dagen van het verhaal worden de personages voorgesteld, maar dat gaat niet ten koste van de plot. De verhaallijn blijft behouden en aan het eind van de meeste dagen is de spanning op zijn hoogst. Je kunt als het ware zeggen dat die dagen wat aanloop nodig hebben om te kunnen eindigen in een climax.

Tijdens de plot doen zich verschillende onverwachte wendingen voor, maar ze zijn niet dermate spectaculair dat de lezer hierdoor omver geblazen wordt. Eigenlijk liggen ze een beetje in de lijn van het verhaal, waarin de ontwikkelingen wel steeds interessanter worden naarmate het vordert. Daarbij zorgt Sveistrup er ook voor dat de lezer nieuwsgierig blijft, hij creëert een aantal verdachten, zinspeelt er zelfs op dat de lezer, net als de politie overigens, een enkeling als de dader beschouwt. Maar uiteindelijk blijkt iedereen het bij het verkeerde eind te hebben en moet de moordenaar in een hoek gezocht worden die niet was te voorzien.

Het aantal personages, de belangrijkste zijn ruim voldoende uitgewerkt, is niet al te groot en de meeste van hen zijn boeiend. Van hen springen Thulin en Hess het meest in het oog en het kan maar zo zijn dat Sveistrup ze in een eventueel volgend boek opnieuw mogen opduiken. Aan het eind van het zonder meer geslaagde Oktober heeft de auteur de deur namelijk op een kier gezet.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Søren Sveistrup
Titel: Oktober

ISBN: 9789400510340
Pagina’s: 544

Eerste uitgave: 2018