Auteursarchief: leeskees

Tante Poldi en de knappe Antonio – Mario Giordano

Beschrijving
Het leven van tante Poldi is nooit saai. Ze raakt verwikkeld in de zaak van de vermiste Afrikaan Thomas die maanden geleden met een koffer vol geld naar Europa vertrok en sindsdien spoorloos is. Zijn laatste teken van leven was een ansichtkaart uit Palermo met het verzoek hem meer geld te sturen. Wanneer Poldi Thomas weet op te sporen, is de Afrikaan helaas morsdood en ook niet meer helemaal compleet… Het spoor leidt naar de knappe Antonio, voor wie Poldi niet ongevoelig is. Toch zet ze alles op alles om voor gerechtigheid te zorgen.

Recensie
Omdat de familie van de vader van de Duitse auteur Mario Giordano op Sicilië woont, hij er zelf al zijn zomervakanties doorbracht en er nog steeds vier keer per jaar naartoe gaat, was het voor hem een vanzelfsprekendheid dat de serie met de eigenzinnige tante Poldi zich op dat Italiaanse eiland afspeelt. Hij vindt het een magische, mythische plek die zowel vruchtbaar als destructief is en daarom een goed spanningsveld voor een detective biedt. Het derde deel uit de reeks, Tante Poldi en de knappe Antonio, is in augustus 2021 als e-book uitgebracht.

John Owenya, de Tanzaniaanse ex-man van tante Poldi, staat plotseling voor haar deur en vertelt haar dat zijn halfbroer Thomas Migiro is verdwenen. Thomas heeft iets van de topcrimineel Kigumbe ontvreemd dat een marktwaarde van tien miljoen dollar vertegenwoordigt. Op zijn hotelkamer is een verfrommelde ansichtkaart met een telefoonnummer en de woorden ‘Beautiful Antonio’ gevonden. Poldi besluit om Thomas te gaan zoeken en vindt een deel van zijn zwaar verminkte lichaam. Alles wijst erop dat een zekere knappe Antonio hiermee te maken heeft. Met gevaar voor eigen leven probeert ze hem te vinden.

Ondanks dat de structuur van Tante Poldi en de knappe Antonio identiek is aan die van de twee voorgaande delen, heeft dit derde deel toch een kleine verandering ondergaan. Er zit namelijk iets meer spanning in. Een scène aan het begin van het eerste hoofdstuk is daar een goed voorbeeld van, maar tijdens de plot doen zich nog een paar situaties voor waarin de spanningsboog net even strakker wordt aangespannen. Op die momenten is er meer actie en is de lezer benieuwd hoe die zullen aflopen. Natuurlijk is hij eveneens nieuwsgierig naar tante Poldi en haar onnavolgbare uitspattingen en hierin wordt hij niet teleurgesteld. Ook deze keer komt ze namelijk in een aantal bizarre omstandigheden terecht, waarbij je je af kunt vragen hoe het überhaupt mogelijk is dat ze daarin beland is.

Een ander verschil is dat de naamloze neef deze keer een aanzienlijk grotere rol heeft gekregen. Hij is niet alleen luisteraar en verteller, maar neemt nu actief deel aan het verhaal en de gebeurtenissen. Dat in tegenstelling tot inspecteur Montana, zijn aandeel in de plot is vrij beperkt. In de eerste twee delen van de serie wordt Poldi’s verblijf in Tanzania een aantal keren aangehaald en door de komst van Owenya komt de lezer daar wat meer over te weten. Er blijft echter nog voldoende in nevelen gehuld, dus wellicht dat de komende delen meer over haar Afrikaanse avontuur onthullen. Desondanks laat Poldi zowel haar neef als de lezers versteld doen staan, want ze blijkt in het verleden werkzaamheden te hebben verricht die je niet van haar zou verwachten.

Giordano’s schrijfstijl is overwegend beeldend, bijzonder verzorgd en met grote regelmaat humoristisch en kolderiek. Een uitvoerige beschrijving van de familiesage waar de neef aan werkt blijft deze keer achterwege en dat is gunstig voor het tempo. Soms wordt er even kort op de rem getrapt, want dan draaft de auteur een beetje te veel door in zijn enthousiasme en wijdt hij een tikkeltje te uitgebreid uit over dingen die veel beknopter verteld kunnen worden. De lezer krijgt verder een goede indruk van Sicilië. Net als in de twee eerdere delen lijkt de auteur dit eiland te promoten door zowel het landschap, de kleine plaatsjes en het eten schilderachtig te karakteriseren.

Uiteraard stelt Poldi niemand teleur, want het lukt haar om de moordenaar van Thomas te vinden. De weg daar naartoe is niet bijster realistisch en de knallende ontknoping is dat zeker niet, maar een cosy crime als dit kan dat hebben. Tante Poldi en de knappe Antonio, dat prima is vertaald door Anne-Marie Vervelde, is al met al een luchtige en onderhoudende detective.

Waardering: 3/5

(Dit boek heb ik onlangs voor Hebban gerecenseerd.)

Boekinformatie
Auteur: Mario Giordano
Titel: Tante Poldi en de knappe Antonio

ISBN: 9789026157646
Pagina’s: 326

Eerste uitgave: 2021

Tante Poldi en de hemelse vruchten – Mario Giordano

Beschrijving
Tante Poldi’s humeur is beneden het dieptepunt gezonken: haar water is afgesloten. De veroorzaker blijkt de aantrekkelijke wijnboer Avola te zijn. Wanneer ze verhaal gaat halen valt ze onmiddellijk voor zijn avances en na een dolle nacht is al het leed snel vergeten. Maar dan wordt er een lijk gevonden in Avola’s wijngaard en rechercheur Montana is allesbehalve blij dat het juist Poldi is die Avola een alibi kan verschaffen…

Recensie
Jarenlang koesterde de Duitse auteur Mario Giordano het idee dat hij een grote familiesage wilde schrijven. Tot hij zich realiseerde dat hij verhaal noch hoofdpersoon had. Vervolgens probeerde hij het met het genre waar hij meer bekend mee is: mysterie en misdaad. Hij herinnerde zich zijn eigen tante Poldi en wist dat hij een humoristisch mysterieverhaal ging schrijven met zijn tante als hoofdpersoon en zichzelf als een enigszins onbeholpen verteller. In principe wordt dit een zesdelige reeks, waarvan het in september 2021 verschenen Tante Poldi en de hemelse vruchten het tweede deel is.

De Via Baronessa, de straat waarin tante Poldi woont, is door toedoen van wijnboer Achille Avola van de waterleiding afgesloten en tot overmaak van ramp is Lady, het hondje van haar vriendin Valérie, vergiftigd. Dit betekent een aanslag op haar humeur. Ze besluit Avola op de afsluiting aan te spreken, valt voor zijn charmes en wordt de volgende ochtend in zijn bed wakker. Tijdens een verfrissende wandeling in Avola’s wijngaard vindt ze het lijk van de bekende waarzegster Madame Sahara. Voor Poldi is dit een aanleiding om, tot ongenoegen van commissario Montana, op onderzoek uit te gaan.

Tante Poldi en de hemelse vruchten wijkt qua opzet niet af van het voorgaande deel Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen. Ieder hoofdstuk begint met een in feite overbodige samenvatting waarin in een paar zinnen wordt opgesomd wat de lezer kan verwachten. Dan vertelt tante Poldi haar naamloze neef (Giordano) in geuren en kleuren – de kleinste en intiemste details schuwt ze niet – wat ze tijdens zijn afwezigheid allemaal heeft meegemaakt. De neef hoort dit aan, plaatst zo nu en dan een opmerking, spoort haar aan om vooral verder te vertellen en vervolgens heeft het er alle schijn van dat dit door hem opgeschreven wordt. Een originele en ongebruikelijke insteek, die er echter wel voor zorgt dat verhaal en de personages enigszins afstandelijk overkomen.

Hoewel dit het tweede deel van de serie is, is dat over het algemeen niet te merken. De plot staat op zichzelf en de belangrijkste personages, tante Poldi en inspecteur Montana, worden in het begin kort geherintroduceerd. Juist door deze twee, maar in zekere zin geldt dit voor alle terugkerende karakters, is het niet onverstandig de reeks op nummervolgorde te lezen. Alle onderlinge relaties en verstandhoudingen zijn dan veel beter te begrijpen en te plaatsen en bovendien – niet onbelangrijk – ziet de lezer welke ontwikkeling iedereen doormaakt. Omdat over beide protagonisten iets meer bekend wordt gemaakt leer je hen een klein beetje beter kennen. Toch blijft er nog genoeg over dat niet verteld wordt. Het heeft lijkt er daarom op dat Giordano dit over alle delen spreidt.

Ondanks een behoorlijke hoeveelheid plotwendingen is de spanning in de detective minimaal. Zo nu en dan is er een scène die wat actie heeft en is de lezer uiteraard nieuwsgierig naar de identiteit van de moordenaar, maar boven alles wil hij weten welke capriolen tante Poldi allemaal uithaalt en hoe ze zich als zelfbenoemd speurder in de moordzaak vastbijt. Het aandeel van de neef is een stukje groter geworden. Dat uit zich voornamelijk in een niet zo heel erg boeiende uiteenzetting van de familiesage waar hij aan werkt en die maar niet lijkt op te schieten. Dit gaat ten koste van het overwegend vlotte tempo en, weliswaar in iets mindere mate, het leesplezier.

Net als de structuur, is ook de schrijfstijl onveranderd gebleven. Deze is ten dele beeldend, sowieso met humor doorspekt en zonder enige vorm van twijfel verzorgd en toegankelijk. Zo nu en dan lijkt de auteur zichzelf te verliezen en draaft hij door met enkele té uitgebreide beschrijvingen van iets dat in een paar zinnen gezegd kan worden. Desalniettemin is Tante Poldi en de hemelse vruchten, dat vertaald is door Pieter Janssens en eindigt met een onvervalste cliffhanger, een aangename whodunit die een fractie minder sterk is dan zijn voorganger.

Waardering: 3/5

(Dit boek heb ik onlangs voor Hebban gerecenseerd.)

Boekinformatie
Auteur: Mario Giordano
Titel: Tante Poldi en de hemelse vruchten

ISBN: 9789026157622
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2021

Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen – Mario Giordano

Beschrijving
Zeezicht, zon en rust, meer wil de eigenzinnige tante Poldi niet wanneer ze na haar zestigste verjaardag vanuit München naar Sicilië verhuist. Maar dan verdwijnt haar tuinman Valentino spoorloos. Is hij in de val van de maffia gelopen? Poldi gaat op onderzoek uit en komt op haar tocht de niet-onaantrekkelijke rechercheur Montana tegen. Hij wil niet hebben dat Poldi haar neus in zijn onderzoek steekt, maar wie eenmaal de degens kruist met een Beierse…

Recensie
De Duitse auteur Mario Giordano (1963) debuteerde in 1999 met Black Box, dat gebaseerd is op een waargebeurd voorval in de Amerikaanse Stanford gevangenis en later werd verfilmd. Hiervoor ontving hij de Beierse filmprijs voor het beste scenario. Hoewel hij altijd heeft gezegd nooit over zijn privéleven of familieleden te willen schrijven, verbrak hij zijn aan zichzelf gedane belofte. Want in 2021 verscheen Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen, dat het eerste deel is van een cosy crime-detectiveserie die is gebaseerd op zijn eigen tante.

Tante Poldi heeft gedurende haar leven met flink wat tegenslagen te kampen gehad en om haar hartenwens in vervulling te laten gaan – sterven met zeezicht en familie om zich heen – verlaat ze op haar zestigste verjaardag München om zich voorgoed op Sicilië te vestigen. Op een dag is haar klusjesman Valentino plotseling verdwenen en omdat tante Poldi zich daar zorgen over maakt, gaat ze naar hem op zoek. Ze vindt zijn lichaam op het strand, waarna de knappe inspecteur Montana de leiding over het onderzoek krijgt. Hij wil echter niet dat ze zich ermee bemoeit, maar dat blijkt een misrekening.

De opzet van Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen is anders dan anders. Het is geen verhaal ván deze eigenzinnige en enigszins excentrieke dame, maar een verhaal óver haar. De plot wordt namelijk verteld door haar niet bij naam genoemde neef, hoewel het wel duidelijk is dat de auteur zelf hier symbool voor staat – beiden zijn immers schrijver. Deze neef is tevens luisteraar, want zijn tante vertelt hem haar belevenissen die hij later optekent in een ogenschijnlijk geschreven document. Wat ook ongebruikelijk is, is dat ieder hoofdstuk begint met een paarregelige samenvatting van waar het in dat hoofdstuk over gaat. De reden daarvan is onbekend en van toegevoegde waarde is het niet. Het ziet ernaar uit dat het vooral notities voor zichzelf zijn.

Giordano’s schrijfstijl komt nogal wisselvallig over. De belangrijkste oorzaak daarvan is de door hem gehanteerde structuur, de manier waarop hij het verhaal vertelt. Er zijn momenten dat het beeldend is en dat de lezer zich in personages en omstandigheden kan inleven, maar aan de andere kant zijn er voldoende voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Dan is het beschrijvend en gedetailleerd, waardoor de lezer het gevoel heeft er van een afstand naar te kijken. Toch is dit niet vervelend, want het toegankelijke, eigentijdse, humoristische en soms cynische taalgebruik van de auteur maakt heel veel goed. Verschillende Italiaanse woorden en uitdrukkingen zijn een mooie en toepasselijke toevoeging.

Daarnaast zijn de personages die de revue passeren stuk voor stuk bijzonder, maar het is tante Poldi die de show steelt. Ondanks dat ze nog maar kort op Sicilië is en afwijkend gedrag vertoont, heeft ze zich in haar omgeving al buitengewoon geliefd gemaakt. Door haar ongedwongenheid sluit de lezer deze Beierse vrouw, alsof het zijn eigen tante is, eveneens in zijn hart. Zij is dan tevens degene die ervoor zorgt dat je te weten wilt komen wat er is gebeurd, wie de moord heeft gepleegd en bovenal hoe het verder met haar gaat. Veel andere spanning heeft de plot niet en daar is het de auteur in feite niet om te doen. Zijn doel is om de lezer een onderhoudende whodunit voor te schotelen en daarin is hij geslaagd.

Wel kenmerkt de plot zich door diverse onverwachte ontwikkelingen, zodat je de facto nooit weet waar je aan toe bent. Eigenlijk is dat inherent aan het doen en laten van tante Poldi; het lukt haar om de mensen om haar heen regelmatig te verrassen en versteld te laten staan. Dat doet ze in veel mindere mate ook met de lezer, want Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen – sfeervol vertaald door Sylvia Wevers – is een luchtige cosy crime-detective zonder pretenties.

Waardering: 3/5

(Dit boek heb ik onlangs voor Hebban gerecenseerd.)

Boekinformatie
Auteur: Mario Giordano
Titel: Tante Poldi en de Siciliaanse leeuwen

ISBN: 9789026154461
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2021

Tsomo’s karma – Kunzang Choden

Beschrijving
Een jaar na de dood van haar moeder besluit de vijftienjarige Tsomo een reis te ondernemen naar de tempel, om daar haar moeder een laatste eer te bewijzen. Op die reis ontmoet ze Wangchen, een ontmoeting die bepalend zal zijn voor haar leven. Hun huwelijk is verre van gelukkig. De vernederingen die Tsomo door hem moet ondergaan, leiden tot haar besluit om weg te gaan uit het dorp. Dit is het begin van haar grote reis waarvan ze nooit zal terugkeren. De reis brengt haar steeds verder door Bhutan en India. Een confrontatie met de wereld in het algemeen en met de pre-moderne Bhutanese samenleving in het bijzonder, een reis waarin ze zichzelf vindt en waarin ze groeit als persoon, maar vooral ook als vrouw.

Recensie
De Bhutanese schrijfster Kunzang Choden is de eerste auteur uit haar land die een roman in het Engels geschreven heeft. Deze taal leerde ze op een school in India, waar ze op haar negende naar toegestuurd werd. Later studeerde ze psychologie en sociologie en is ze voor het United Nations Development Program in Bhutan gaan werken. De debuutroman in kwestie is The circle of Karma dat in 2005 is uitgebracht en in 2009 in het Nederlands is vertaald onder de titel Tsomo’s karma.

Tsomo is opgegroeid in een groot huis in het dorp Wangleng. Als ze veertien jaar oud is, overlijdt haar moeder en een jaar later besluit ze om naar een tempel in Trongsa te gaan om haar moeder te herdenken. Tijdens haar reis ontmoet ze Wangchen, waar ze mee trouwt. Het is geen goed huwelijk en door een aantal vernederingen besluit ze haar geboortedorp te verlaten. Haar reis leidt haar door Bhutan en India en op de ene plek blijft ze langer dan op de andere. Ze kent gelukkige en ongelukkige momenten, maakt nieuwe vrienden, maar kan nooit de rust en vrede vinden waar ze naar verlangt.

Tsomo’s karma, dat met een proloog die zich in het heden afspeelt begint, wordt volledig vanuit het perspectief van Tsomo verteld. Ze is inmiddels non, maar ook oud. Na deze inleiding maakt het verhaal een flinke sprong terug en gaat het naar het jaar dat Tsomo nog een klein meisje is. Vanaf dat moment verloopt de plot chronologisch en volgt de lezer haar levenspad. Omdat er geen gebruik wordt gemaakt van tijdsaanduidingen is het niet altijd duidelijk wanneer een periode uit haar leven zich precies afspeelt. Het is soms raden, maar door de diverse beschrijvingen valt er over het algemeen wel uit op te maken wanneer dat tijdvak is. Behalve een reis door het leven van Tsomo, is het in zekere zin ook een reis door de tijd.

Doordat de auteur het verhaal op deze manier geschreven heeft, geeft het een goed beeld van de cultuur van Bhutan, de gebruiken van dit land, het bijgeloof dat veel mensen hadden of hebben, maar ook van het Boeddhistische geloof. Omdat dit voor de westerse wereld een redelijk onbekend gebied is, is het interessant en boeiend om hier meer over te weten te komen. De roman is volledig fictief, maar onder andere door het verwerken van de hiervoor genoemde elementen kan het ook maar zo waargebeurd zijn. Het leven van Tsomo zal vele Bhutanese vrouwen niet vreemd in de oren klinken.

De schrijfstijl van de auteur is beeldend en prettig, maar lijkt soms wat simpel. De lezer kan zich bijzonder goed in Tsomo inleven; hij voelt en leeft met haar mee en begrijpt hoe ze zich in vele situaties moet voelen. Toch kan hij zich niet aan de indruk onttrekken dat ze in veel gevallen wel wat naïef is. Voor een heel groot deel zal dit komen doordat ze opgroeide in een tijd dat het voor meisjes en vrouwen niet gebruikelijk was om te leren lezen en schrijven. Ze werden destijds – en er zullen ongetwijfeld nog regio’s zijn waar dit nog steeds zo is – als lagere wezens beschouwd. Dit heeft dan ongetwijfeld invloed op je ontwikkeling als mens. Het is dus niet zo heel erg vreemd dat Tsomo zich over de dingen die in haar leven niet goed gingen schuldig heeft gevoeld.

Uiteindelijk weet Tsomo de rust te vinden die ze verdient en is haar reis ten einde gekomen. Voor de lezer geldt dit eveneens en na de afsluitende epiloog, die verteld wordt vanuit het perspectief van haar vriendin Lham Yeshi, kun je niet anders dan concluderen dat Tsomo’s karma een enigszins onbekende wereld opent. En die is zeer de moeite waard.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Kunzang Choden
Titel: Tsomo’s karma

ISBN: 9789044514483
Pagina’s: 382

Eerste uitgave: 2009

Neem een geit – Claudia de Breij

Beschrijving
Niemand vertelt je hoe te leven. Als je kinderen krijgt staan er boekhandels vol opvoedboeken tot je beschikking, maar welke levenslessen krijg je mee als volwassene? Wie vertelt je hoe om te gaan met liefde, dood, vriendschap, ambitie en kinderen? Claudia de Breij (net 40) worstelt met deze vragen en gaat te rade bij een groep wijze mannen en vrouwen. Zij vertellen hoe zíj de dingen hebben aangepakt. Claudia de Breij trekt daar honderd levenslessen uit, en stopt daar ook een paar van haarzelf – en haar kapper – bij.

Recensie
Vlak voor haar vijfendertigste verjaardag kreeg cabaretière Claudia de Breij (1975) het idee voor haar in 2015 verschenen boek Neem een geit. Ze, zo zei ze zelf, was zoekender in het leven dan tijdens het schrijven van het boek en merkte dat haar leven een nieuwe fase inging. Hierdoor werd ze onzeker en bedacht ze dat er mensen moesten zijn die dat gevoel kenden, mensen met een flinke dosis levenservaring. Het duurde, door allerlei zaken, echter nog zes jaar voordat ze tien bekende zeventigers benaderde die alles waarmee ze worstelde al een keer hadden meegemaakt. Ze sprak met hen over vraagstukken als rouw, het opvoeden van kinderen, liefdesverdriet en het ouder worden.

Neem een geit, dat bestaat uit een aanzienlijk aantal korte hoofdstukken, wordt voorafgegaan door een inleidende tekst van de inmiddels overleden filosoof en Denker des Vaderlands René Gude. Hij geeft daarin een eerste wijze les: dat je vooral te rade moet gaan bij anderen. Daarmee bedoelt hij dat anderen al eens hebben meegemaakt waar jij nu problemen mee hebt. De Breij nam zijn raad ter harte en sprak onder andere met Hanneke Groenteman, Hans Wiegel, Erica Terpstra en Geert Mak. Ze begint echter eerst met een niet al te lang, maar enigszins persoonlijk getint hoofdstuk. Dit is op zich wat oppervlakkig, de auteur laat niet het achterste van haar tong zien (dat hoeft in feite ook niet), maar maakt wel duidelijk wat de aanleiding van haar gesprekken is geweest.

Die gesprekken gaan verder dan alleen maar wat oppervlakkigheid, hoewel je wel merkt dat lang niet alles is opgetekend. De meeste van de geïnterviewde BN’ers hebben De Breij verteld met welke dilemma’s, problemen en vraagstukken zij tijdens hun leven mee te maken hebben gehad en misschien nog wel te maken hebben. De conclusie van dit alles was dat ze er stuk voor stuk levenswijzer van zijn geworden. Vaak werden verstandige en o zo ware opmerkingen geplaatst, zoals die ene van Hans Wiegel: ‘vertrouwen geeft vertrouwen’. Hij plaatst die opmerking nadat De Breij hem had gezegd de stukken waarin hij geciteerd wordt ter controle naar hem toe te sturen. Hij wilde hier niets van weten, hij vertrouwde de auteur volledig op haar discretie. En zo werkt het inderdaad, want als je het vertrouwen van iemand niet beschaamt, vertrouwt die ander jou op haar of zijn beurt ook.

Al die levenslessen, misschien kun je zelfs beter spreken over levenswijsheden, hebben in zekere zin een filosofische achtergrond, maar omdat het allemaal vrij luchtig wordt beschreven, krijg je die indruk niet. De schrijfstijl van De Breij is toegankelijk, vlot en een scheut humor gaat ze niet uit de weg. Wat deze oudere generatie Nederlanders haar verteld heeft, is ontstaan uit ervaringen uit hun eigen leven. Iedereen kan daar zonder meer wat aan hebben, maar zal dat wel voor zichzelf moeten uitmaken. Over het geheel genomen is Neem een geit een aardige opsomming van een aantal wijsheden, maar wie gewoon haar of zijn gezond verstand gebruikt, kan ook een heel eind komen.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Claudia de Breij
Titel: Neem een geit

ISBN: 9789048826216
Pagina’s: 240

Eerste uitgave: 2015

Even goede vrienden – Jane Fallon

Beschrijving
Amy dacht dat ze álles wist van haar beste vriendin Melissa. Maar ja, Amy dacht ook dat ze verloofd was met de man van haar dromen. Tot die dag dat ze onverwacht vroeg thuiskomt en daar de spullen van een andere vrouw ziet liggen. Spullen die haar verdacht bekend voorkomen…

De meeste vrouwen zouden op dat moment instorten. Amy heeft een beter plan: ze blijft in haar rol als liefhebbende verloofde, maar dan wel met een eigen agenda…

Recensie
Voordat Jane Fallon auteur werd, werkte ze bij de televisie als redacteur en producer. Ze heeft meegewerkt aan een aantal series, waaronder de bekende soap EastEnders. Haar ambitie was altijd al om romans te schrijven, maar ze durfde haar concepten nooit aan anderen te laten lezen. In 2006 realiseerde zich dat het nu of nooit was. Ze nam ontslag en gaf zichzelf een jaar om een boek te publiceren. Dat werd het in 2007 uitgebrachte Op de man af. Twaalf jaar later, in juli 2019, verscheen haar achtste roman Even goede vrienden.

Actrice Amy Forrester is in New York en werkt mee aan een nieuwe serie die onlangs in première is gegaan. In Londen woont ze samen met haar verloofde Jack, met wie ze trouwplannen heeft. Om hem en haar bijna jarige vriendin Melissa (Mel) te verrassen, komt ze onverwacht een lang weekend over. Als ze thuiskomt, merkt ze dat het er opgeruimder is dan anders en ziet ze een groot aantal spullen van Mel staan. Amy besluit om niet meteen de confrontatie met hen aan te gaan en bedenkt een scenario dat verstrekkende gevolgen heeft.

Even goede vrienden wordt voor het grootste deel verteld vanuit het perspectief van Amy en daardoor leert de lezer haar vrij goed kennen en komt hij eveneens het te weten wat een actrice die (nog) niet tot de top behoort moet doen om een rol in een productie te bemachtigen. Vanwege het werk dat de auteur bij de televisie gedaan heeft, weet ze wat dit inhoudt en waar ze het over heeft. Dat is te merken, wat de pogingen die Amy onderneemt om weer aan het werk te gaan, komen bijzonder realistisch over. Dit geldt wat minder voor het plannetje dat ze bedacht heeft om Jack en Mel een hak te zetten, maar het is niet zo erg dat de lezer zich niet kan voorstellen dat Amy niet zo heel blij is met deze ontstane situatie.

De auteur lijkt ook helemaal niet de bedoeling te hebben gehad om een zo natuurgetrouw mogelijke roman te schrijven. Het is geschreven om de lezer te vermaken, hem allerlei situaties voor te schotelen die bij een typische wraakactie horen. Daarin is Fallon zonder meer geslaagd. Wat haar eveneens gelukt is, is dat de lezer zich met Amy gaat vereenzelvigen, hij leeft en voelt met haar mee. Dat gaat op voor zowel de Amy van vroeger – door middel van haar herinneringen zijn er diverse flashbacks, waarin onder andere haar vriendschap met Mel wordt belicht – als de Amy van nu.

Ondanks de omstandigheden waarin Amy terecht is gekomen, is Even goede vrienden een luchtig en vlotlezend verhaal. Het heeft op momenten een enigszins serieuze ondertoon, maar omdat Fallon niet vies is van een flinke vleug humor, is het over algemeen buitengewoon onderhoudend en soms zelfs vermakelijk. Doordat er vrij veel gebeurt, speelt de plot zich in een redelijk hoog tempo af. Daarnaast weet de auteur de lezer zo nu en dan te verrassen met enkele niet te voorziene plotwendingen. Uiteindelijk, maar dat was in feite wel te verwachten, is het voor Amy eind goed, al goed, want ze komt erachter wie haar echte vrienden zijn.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jane Fallon
Titel: Even goede vrienden

ISBN: 9789026155840
Pagina’s: 432

Eerste uitgave: 2019

Brandoffer – M.W. Craven

Beschrijving
In het Engelse Lake District blijkt een seriemoordenaar mensen levend te verbranden in de prehistorische steencirkels. Hij laat geen sporen na en de politie heeft geen enkele aanwijzing. Dan ontdekt men dat er in de verkoolde overblijfselen van het derde slachtoffer een naam staat gekerfd: Washington Poe. Tegen wil en dank wordt Poe, een afgedankte detective, gekoppeld aan een briljante maar sociaal onhandige partner: Tilly Bradshaw. Samen ontdekken ze een spoor dat alleen voor Poe’s ogen bestemd is.

Naarmate het aantal slachtoffers toeneemt, leert Poe dat er ergere dingen zijn dan levend verbrand worden…

Recensie
In juni 2020 bracht uitgeverij Luitingh-Sijthoff het door de Britse auteur M.W. Craven geschreven Zwarte zomer uit, het oorspronkelijke tweede deel van een serie met Washington Poe en Tilly Bradshaw. Precies een jaar later verscheen het met de Gold Dagger Award bekroonde Brandoffer, dat het eerste deel van de reeks is en daarom wordt beschouwd als prequel op de voorgaande uitgave. Door deze ongebruikelijke keuze leert de lezer Poe en Bradshaw in dit nieuwe boek pas goed kennen, maar komt hij eveneens meer over hun achtergrond te weten.

Bradshaw werkt als analist bij de SCAS, een onderdeel van de National Crime Agency, en ontdekt dat op de verkoolde resten van een lichaam twee woorden staan gekerfd. Hierop besluit de directeur van de SCAS om Poe, die wegens een intern onderzoek is geschorst, erbij te halen. Want op de overblijfselen van dit derde slachtoffer van een seriemoordenaar valt zijn naam te lezen. De schorsing wordt opgeheven en Poe en Bradshaw worden aan het onderzoeksteam toegevoegd. Samen komen ze tot de ontdekking dat er meer aan de hand is dan alleen het levend verbranden van een aantal mannen.

In de proloog laat Craven de lezer er getuige van zijn dat een van deze mannen in brand gestoken wordt. Hij laat zien wat er op dat moment gebeurt en dat de man beseft dat hij niets meer kan doen om te voorkomen dat hij gaat sterven. Hoewel deze scène enigszins zakelijk beschreven wordt, laat het tegelijkertijd niets aan de verbeelding over. Je ziet wat er gebeurt en lijdt en brandt als het ware met het slachtoffer mee. Vervolgens komen Tilly Bradshaw en Washington Poe in beeld en dat is een kennismaking die je niet snel gaat vergeten. Bradshaw is een uitermate beschermend opgevoede einzelgänger en Poe een eigenzinnige man die een verleden met zich meedraagt, maar een groot rechtvaardigheidsgevoel heeft. Twee tegenpolen die samen een bijzonder en uiteenlopend duo vormen en het hart van de lezer al snel weten te veroveren.

Tijdens de eerste hoofdstukken van Brandoffer gebeurt er, op de ontdekking van Poe’s naam op het lichaam van de verbrande man na, nog niet zoveel. Het gaat in die fase vooral om het introduceren van de belangrijkste personages en het prijsgeven van informatie over hen en de voorgaande moorden. Dat verandert op het moment dat besloten wordt dat Poe en Bradshaw de politie van Cumbria gaan assisteren bij het oplossen van de moorden. Het verhaal wordt dan krachtiger en omdat je bij het onderzoek en de personages betrokken raakt, gaat het steeds meer intrigeren. Van uitzonderlijk spannende situaties is dan nog geen sprake, wat overigens niet wil zeggen dat er geen spanningsveld gecreëerd wordt. Dat gebeurt wel degelijk, maar de opbouw daarvan gaat heel geleidelijk. Naarmate de plot vordert, nemen namelijk zowel de onverwachte ontwikkelingen als de spanning toe.

Ruim voor de ontknoping in zicht is, weet de lezer zo goed als zeker wie de dader is. Niet veel later wordt dit, omdat Poe tot diezelfde conclusie gekomen is, bevestigd. Het verhaal belandt daarna in een hogere versnelling en de moordenaar doet een alles onthullende bekentenis die maakt dat je zijn daden begrijpt, maar natuurlijk niet goed kunt keuren. Vlak voor de meeslepende ontknoping krijgt Poe van hem ook nog iets over zijn eigen verleden te horen waardoor hij een besluit van zijn moeder in een ander daglicht kan plaatsen.

Ondanks het feit dat de dader bekend heeft, zijn er aan het eind nog wel enkele openstaande vragen die ervoor zorgen dat Poe voor een dilemma komt te staan. Uiteindelijk neemt hij een beslissing met mogelijk verstrekkende gevolgen en een voor hem onzekere toekomst. De Poe & Bradshaw-serie zal dit moeten uitwijzen. In ieder geval is Brandoffer, dat vertaald is door Fons Oltheten, een uitstekende en veelbelovende start.

Waardering: 4/5

(Dit boek heb ik onlangs voor Hebban gerecenseerd.)

Boekinformatie
Auteur: M.W. Craven
Titel: Brandoffer

ISBN: 9789024594917
Pagina’s: 336

Eerste uitgave: 2021

De schaduw van mijn moeder – Nikola Scott

Beschrijving
Het is 1958. De jonge Elizabeth is naar een landhuis aan de Engelse kust gestuurd om de laatste dagen van haar zieke moeder niet te hoeven meemaken. Ondanks de ziekte van haar moeder lukt het Elizabeth om te genieten van wat een zonnige zomer lijkt te worden. Maar dan wordt ze verliefd, zonder iemand in de buurt om haar te waarschuwen voor haar naïviteit.

Tientallen jaren later treft Addie, Elizabeths volwassen dochter, een onbekende vrouw voor haar deur die beweert dat ze haar zus is. Addie gelooft haar niet, maar als ze haar vader ernaar vraagt, komt ze erachter dat alles wat ze dacht te weten over haar vroegere leven één grote leugen is. De twee zussen besluiten op onderzoek uit te gaan, en ontdekken de opzienbarende waarheid over een verdwenen kind en een zomer die het leven van hun moeder voorgoed veranderde.

Recensie
De Duitse auteur Nikola Scott heeft na haar studie Engels en Duits zowel bij een Londense als New Yorkse uitgeverij gewerkt als redactrice van misdaad- en vrouwenfictie. Van schrijven en lezen heeft ze altijd al gehouden, maar ze kwam erachter dat ze redacteur zijn net zo leuk vond. Nadat ze met haar gezin weer in Duitsland woonde, besloot ze toch om fulltime schrijfster te worden. Een gesprek met een vriendin inspireerde haar tot het schrijven van haar in 2018 verschenen debuutroman De schaduw van mijn moeder.

Elizabeth Holloway is in 1958 zeventien jaar oud als ze door haar ouders naar Hartland, een landhuis aan de Engelse kust, wordt gestuurd om daar haar vakantie door te brengen. Haar moeder is ernstig ziek en haar ouders willen niet dat ze haar langer ziet lijden. Het bevalt haar daar en wordt er verliefd op een iets oudere man. Ruim veertig jaar later komt een onbekende vrouw in het leven van Elizabeths dochter Adele (Addie) die beweert haar tweelingzus te zijn. Beide vrouwen gaan op onderzoek uit en ontdekken wat er de reden van is geweest dat ze destijds van elkaar gescheiden werden.

De schaduw van mijn moeder wordt zo goed als volledig verteld vanuit het perspectief van Addie, maar het bevat ook dagboekteksten die door haar moeder, Elizabeth (Lizzie) Holloway, geschreven zijn. Lizzie is in 1958 begonnen met haar dagboek en daarom zijn er regelmatig flashbacks die een chronologisch verloop hebben. De aantekeningen die Lizzie gemaakt heeft, vertellen hoe ze in die periode leefde, wat ze deed, hoe ze de man ontmoette van wie ze in verwachting raakte en wat de gevolgen daarvan waren. De sprongen naar het verleden zijn van grote invloed op het verhaal in het heden; sterker nog, ze zijn zelfs noodzakelijk.

Doordat Abbie het verhaal vertelt, komt de lezer vrij veel over haar te weten en leert haar dus goed kennen. Ondanks dat de andere personages (uit het heden) wat minder prominent naar voren worden gebracht, kom je over hen eveneens voldoende te weten om je een prima beeld van en over hen te kunnen vormen. Van de bijpersonages gaat de meeste aandacht naar Phoebe, de aanvankelijk onbekende vrouw, uit. Dat is niet verwonderlijk, want de rol die zij heeft, is van wezenlijk belang, in het bijzonder bij het speurwerk dat zij en Abbie naar hun verleden doen. Omdat veel dagboekfragmenten vrij uitgebreid zijn, blijft ook Lizzie niet onderbelicht. Vooral met haar heeft de lezer het te doen.

Scott weet de sfeer die er aan het eind van de jaren ’50 en begin ’60 heerste goed weer te geven. Het is duidelijk dat ze zich daarin verdiept heeft. De positie van de ongehuwde en in verwachting zijnde vrouw was zichtbaar anders dan tegenwoordig. Hoewel het relatief nog niet eens zo heel lang geleden is, kun je je zo goed als niet voorstellen dat de rol van de man destijds nogal overheersend was, dat de vrouw in feite weinig of niets te vertellen had. Daarnaast moet eveneens niet uitgevlakt worden dat halverwege de eenentwintigste eeuw religie nog een grote impact op de maatschappij had. De auteur brengt dit goed naar voren.

Hoewel een van de thema’s in de roman niet helemaal uniek is, is het verhaal zonder meer origineel en anders dan andere. Dat komt doordat het vanuit een andere invalshoek bekeken wordt. Dat Scotts debuutroman niet overwegend vrolijk is, blijkt al snel. Het heeft emotie, is bij vlagen aangrijpend, maar heeft desondanks wel een paar mooie en gelukkige momenten. Dit alles maakt van De schaduw van mijn moeder een boeiende en soms indringende familiegeschiedenis.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Nikola Scott
Titel: De schaduw van mijn moeder

ISBN: 9789402755121
Pagina’s: 480

Eerste uitgave: 2018

Blue Motel – Michael Berg

Beschrijving
Vijfentwintig jaar geleden kwam de welgestelde man van Grace Forrester door verdrinking om het leven. Op dat moment verbleven ze op het Griekse eiland Corfu. Na zijn dood heeft Grace het eiland ieder jaar bezocht, dus ook deze keer verblijft ze weer in het bungalowpark Blue Motel. Ze herdenkt haar man altijd op de plek waar hij verdronken is en op weg daar naartoe wordt ze vergezeld door Nikos. Hij is journalist en neemt de kans waar om Grave te interviewen, maar hij heeft echter ook een ander plan.

Recensie
Michael Berg, het pseudoniem van Michel van Bergen Henegouwen, had al een veelzijdige carrière achter de rug voor hij ging schrijven. Hij schreef onder andere teksten voor internationale kindertelevisieseries en liedjes voor verschillende artiesten. In 2004 vertrok hij naar Frankrijk om boeken te schrijven. Vier jaar later verscheen zijn debuut Twee zomers, dat tevens het eerste deel is van een serie met Chantal Zwart. Voor het Amerikaanse Ellery Queen Mystery Magazine schreef hij twee korte verhalen. Een van de cadeaus van Hebban Adventskalender van 2019 was zijn kortverhaal Blue Motel.

Vijfentwintig jaar geleden kwam de welgestelde man van Grace Forrester door verdrinking om het leven. Op dat moment verbleven ze op het Griekse eiland Corfu. Na zijn dood heeft Grace het eiland ieder jaar bezocht, dus ook deze keer verblijft ze weer in het bungalowpark Blue Motel. Ze herdenkt haar man altijd op de plek waar hij verdronken is en op weg daar naartoe wordt ze vergezeld door Nikos. Hij is journalist en neemt de kans waar om Grave te interviewen, maar hij heeft echter ook een ander plan.

Het erg korte Blue Motel heeft een beperkt aantal personages, maar het draait vooral om Grace en Nikos. Het verhaal wordt daarom min of meer vanuit hun perspectieven verteld. De lezer komt echter niet zo heel erg veel over hen te weten, dus blijven ze vrij oppervlakkig. Gezien de lengte van dit verhaaltje is dat niet zo verwonderlijk, het is per slot van rekening vrijwel onmogelijk om erg diep op hun karakters in te gaan. Daar is het de auteur overigens ook niet om te doen.

In de eerste alinea lijkt het erop dat het verhaal al snel een beetje spanning krijgt, maar dat is alleen maar schijn. Wat spannend had kunnen worden, wordt namelijk meteen de kop ingedrukt doordat een eventuele verrassing tenietgedaan wordt. Dan is het eigenlijk niets meer of minder dan een aardig verhaal. Ook verderop in de plot doen zich geen onverwachte ontwikkelingen voor, sterker nog, het is van begin tot eind vrij voorspelbaar. De lezer ziet namelijk van mijlenver aankomen wat er komen gaat en ook wat er vijfentwintig jaar geleden precies gebeurd is en waarom.

De schrijfstijl die Berg in dit korte verhaal hanteert is toegankelijk, eenvoudig en gevrijwaard van enige vorm van diepgang. Zo moet Blue Motel in feite ook gezien worden, het is een luchtig niemendalletje dat een verloren kwartiertje goed kan opvullen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Michael Berg
Titel: Blue Motel

ISBN: 9789000000041
Pagina’s: 15

Eerste uitgave: 2019

Aan niemand vertellen – Simone van der Vlugt

Beschrijving
Lois is een jonge rechercheur Moordzaken, afdeling Noord-Holland Noord. Op het eerste gezicht leidt ze een overzichtelijk leven: ze heeft een eigen appartement in het centrum van Alkmaar en een uitdagende, spannende baan.

Als op een mistige novemberavond het verminkte lichaam van een man wordt gevonden, worden Lois en haar collega op deze bizarre zaak gezet. De eerste naspeuringen lijken nergens toe te leiden. Het slachtoffer, David Hoogland, was een vrolijke basisschoolleraar met een leuke vriendin en een brandschoon verleden. Niemand kan echter het foldertje van de kunstexpositie van Maaike Scholten verklaren, dat wordt gevonden in Davids broekzak. En wie is Tamara – de vrouw zonder achternaam – de telkens opduikt? Het onderzoek strandt, tot een tweede en zelfs een derde moord nieuwe aanwijzingen leveren. Lois weet zich meer en meer te verdiepen in de psychologie van de moordenaar, geholpen door haar eigen moeilijke jeugd en een opbloeiende vriendschap met een psychiater. Kan zij voorkomen dat er meer doden vallen?

Recensie
In 2020 ontving Simone van der Vlugt, een van Nederlands meest bekende en succesvolste auteurs, een koninklijke onderscheiding voor haar 25-jarige schrijverschap. Van haar boeken, voornamelijk thrillers, zijn inmiddels meer dan drie miljoen exemplaren verkocht, enkele zijn vertaald en tevens heeft ze diverse prijzen in ontvangst mogen nemen. Doorgaans schrijft ze standalones, maar in 2012 verscheen Aan niemand vertellen, het eerste deel van een trilogie waarin rechercheur Lois Elzinga het belangrijkste personage is. In 2018 heeft televisieproductiebedrijf Endemol deze drieluik verfilmd tot de driedelige miniserie Lois.

Rechercheur Lois Elzinga bevindt zich op het verjaardagsfeest van haar zwager Guido als ze een dringende oproep krijgt. Een wandelaar heeft het lijk van David Hoogland gevonden, hij is vermoord. Samen met haar collega Fred onderzoekt ze de moord, maar omdat David bij iedereen geliefd lijkt te zijn, schieten ze niet op. Niet veel later wordt er opnieuw een man omgebracht. Het is een vroegere vriend van David. Alles wijst erop dat het om dezelfde dader gaat. In Davids broekzak hebben ze wel een flyer gevonden van een expositie van kunstenares Maaike Scholten. Wat is de link met beide mannen?

In het eerste hoofdstuk worden Lois en haar collega Fred aan de lezer geïntroduceerd. Dat gebeurt onder niet bijster prettige omstandigheden, want een wanhopige man dreigt zelfmoord te plegen en heeft zijn ongeveer acht- of negenjarige zoontje bij zich. Het is een spannende scène en niets wordt aan de verbeelding overgelaten. Daarna moet het politiekoppel meteen schakelen, want ze krijgen de melding van de moord voor hun kiezen. Voor de auteur is dat tevens een mooi moment om de lezer nader met Lois kennis te laten maken, zonder dat de lezer dan al echt veel over haar te weten komt. Tegelijkertijd is het gedaan met de spanning uit het begin en wordt het niets meer of minder dan een verhaal waarin het politieonderzoek het meest van belang is.

Aan niemand vertellen wordt vanuit verschillende perspectieven verteld, maar het is vooral uit dat van Lois. Daardoor leer je haar gedurende de plot wel een stuk beter kennen. Een ander belangrijk personage is Maaike, dus over haar komt de lezer eveneens het een en ander te weten. Hoewel zij een nogal problematische persoonlijkheid heeft, is ze over het algemeen vrij doorzichtig. De lezer heeft snel door hoe ze in elkaar steekt en wat er precies met haar aan de hand is. Deze kennis zorgt er samen met een aantal andere situaties en scènes voor dat de plot nogal voorspelbaar verloopt. Er zijn hoegenaamd geen verrassingen, ontwikkelingen zijn te voor de hand liggend en de auteur maakt veelvuldig gebruik van elementen en omstandigheden die je vaker in een doorsneethriller ziet.

De schrijfstijl van Van der Vlugt is bijzonder toegankelijk, prettig en zonder meer verzorgd. Ze weet waar ze het over heeft, niets komt geforceerd of gezocht over en zowel het onderzoek van en het handelen door de politie komt is het algemeen realistisch. Het enige waar een klein vraagteken bij gezet kan worden, is het optreden van Lois in de ontknoping. Dit is in feite tegen de regels en ze brengt zichzelf ermee in gevaar. Dit is echter een futiliteit, want het geeft namelijk ook weer aan dat ze bevlogen is en koste wat kost de zaak wil oplossen.

Hoewel dit boek niet echt doorgaat voor een psychologische thriller bevat het wel elementen die daaraan voldoen. Het is interessant om te zien hoe de auteur dit in het verhaal heeft verwerkt, maar het is niet allemaal even geloofwaardig. Al met al kunnen er diverse kanttekeningen worden geplaatst. Schrijftechnisch valt er aan Aan niemand vertellen niets aan te merken, maar als thriller voldoet het niet.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Simone van der Vlugt
Titel: Aan niemand vertellen

ISBN: 9789049803087
Pagina’s: 296

Eerste uitgave: 2012