Categorie archief: Recensies

De nietige miljoenen – Jess Walter

Flaptekst
De broers Rye en Gig Dolan scharrelen hun kostje bij elkaar, liften mee op goederentreinen en staan bij corrupte koppelbazen in de rij voor een dag werk. Terwijl de zestienjarige Rye snakt naar een vaste baan en een eigen huis, droomt zijn oudere broer Gig van een betere wereld. Samen met andere vakbondsmannen strijdt hij voor een eerlijk loon en een fatsoenlijke behandeling.

Rye deelt het idealisme van zijn broer niet en kiest zijn eigen weg, maar toch valt hij voor Elizabeth Gurley Flynn, een onverschrokken activiste en feministe. Gig daarentegen heeft een oogje op Ursula the Great, een stripteasedanseres die in een kooi optreedt met een vraatzuchtige poema. Zij brengt de jonge mannen in contact met een minstens zo gevaarlijke mijnmagnaat.

De wereld van de broers is een wirwar van uitbuiters, mijnen, bordelen, kroegen en agenten, en het lijkt onmogelijk om daaruit te ontsnappen.

Recensie
Jess Walter – afkomstig uit een arbeidersgezin – was de eerste van zijn familie die de middelbare school heeft afgemaakt. Na een journalistieke carrière schreef hij korte verhalen en als romanschrijver debuteerde hij in 2001 met Riviermoorden. Zijn roman De nietige miljoenen (2021) is gebaseerd op enkele waargebeurde feiten aan het begin van de vorige eeuw waar de activiste Elizabeth Gurley Flynn (1890-1964) een aanzienlijk grote hand in had.

De broers Rye en Gig leiden een min of meer zwervend bestaan en om de kost te verdienen nemen ze allerlei klusjes aan. Terwijl de jongste, Rye, droomt van een vaste baan en een eigen huis, springt zijn broer op de barricaden door te strijden voor betere rechten van arbeiders. De corrupte autoriteiten binden de strijd aan met de activisten en ondertussen kiest Rye zijn eigen pad en ontmoet hij feministe en voorvechtster voor vrijheid Elizabeth Gurley Flynn, terwijl Gig zijn oog heeft laten vallen op de artieste Ursula the Great, die een van de broers introduceert bij de louche mijnwerkersmagnaat Lemuel Brand.

Het verhaal speelt zich volledig af aan het begin van de twintigste eeuw en dit is goed te merken. De auteur geeft de sfeer van die periode uitstekend weer. De omgangsvormen, de rauwheid van die tijd, de armoedige omstandigheden van een groot deel van de bevolking en de enorme tegenstellingen worden waarheidsgetrouw weergegeven. Op zich is dit niet zo vreemd, want de auteur heeft zijn roman immers op werkelijke feiten gebaseerd en daarnaast heeft hij uitvoerig research gepleegd. De opkomst van de vakbeweging, in het bijzonder de activiteiten van de in 1905 opgerichte Industrial Workers of the World (IWW), loopt als een rode draad door het boek heen. Hiermee laat Walter zien dat de strijd voor gelijke rechten een moeizame is geweest.

De vele gebeurtenissen en ervaringen worden voornamelijk vanuit het perspectief van de zestienjarige Rye verteld. Door de wijze waarop de auteur dit doet, krijgt de lezer niet alleen een goed en uitvoerig beeld van hem, maar eveneens van de andere personages die belangrijk zijn in de plot en het leven en de ontwikkeling van de jongen. Alle karakters zijn dan ook prima uitgewerkt waardoor je het gevoel hebt elk van hen behoorlijk goed te kennen. Van meet af aan is echter wel duidelijk dat Rye anders is dan de meeste anderen, hij wil wat van zijn leven maken terwijl hij aan de andere kant eveneens strijdbaar wil zijn en de vakbeweging een warm hart toedraagt. Het lichte dilemma waarmee hij zit, komt goed tot uiting en zal ongetwijfeld met zijn jonge leeftijd te maken hebben, hoewel hij in zijn korte bestaan toch al aardig wat heeft meegemaakt.

Van een rustige en gedegen opbouw is geen sprake, wat overigens absoluut niet inhoudt dat de auteur er een rommeltje van heeft gemaakt. De lezer bevindt zich namelijk meteen in het strijdgewoel en keert daar regelmatig naar terug. Dit gebeurt door middel van enkele geleidelijke sprongetjes in de tijd, terwijl het wel altijd helder is wanneer een scène zich exact afspeelt. Rustige taferelen worden afgewisseld met wat heftigere en zo nu en dan zijn er zelfs een paar ontroerende momenten. Walter heeft goed aangevoeld dat een juiste dosering en afstemming de beste manier is om dit verhaal te vertellen. De vele plotwendingen zijn ongedwongen en misstaan daarbij in het geheel niet.

Aan het eind blikt Rye, hij is dan bijna tweeënzeventig jaar oud, heel summier terug op zijn leven en wat hij ervan gemaakt heeft. Een mooie afsluiting van De nietige miljoenen dat heel duidelijk en soms intens laat zien dat een strijd voor rechtvaardigheid van alle tijden is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jess Walter
Titel: De nietige miljoenen

ISBN: 9789460684531
Pagina’s: 380

Eerste uitgave: 2021

Rode Winter – Marc Cameron/Tom Clancy

Flaptekst
In 1985 stort een F117 neer in de woestijn van Nevada. De Nighthawk is de meest geavanceerde Amerikaanse straaljager en de Sovjet-Unie is er alles aan gelegen om het ultrageheime wapen in handen te krijgen.

Tegelijkertijd neemt in Oost-Berlijn een mysterieuze figuur contact op met de CIA met een spectaculair voorstel: de spionageplannen van zijn regering in ruil voor politiek asiel. Het is een aanbod dat haast te mooi is om waar te zijn, en dus zal iemand naar de andere kant van de Berlijnse Muur moeten gaan om uit te vinden of de overloper de waarheid spreekt.

Het is een klus die Deputy Director James Greer aan maar één persoon durft toe te vertrouwen: Jack Ryan. Maar zal het Ryan lukken, met de Oost-Duitse geheime politie op zijn hielen, om op tijd antwoorden te vinden? Voordat de Koude Oorlog overgaat in een Rode Winter?

Recensie
De eerste spionagethriller waarin CIA-agent Jack Ryan sr. van zich liet horen, was De jacht op de Red October (1984), geschreven door zijn geestelijk vader Tom Clancy. Nieuwe delen volgden en de serie werd een groot succes. Na diens overlijden in 2013 werd de reeks voortgezet door diverse auteurs, waaronder Marc Cameron, die, nadat hij Clancy’s debuut had gelezen, groot fan van de auteur werd. In 2024 verscheen het door Saskia Peterzon-Kotte vertaalde Rode winter, alweer zestiende deel met de zoon van Ryan senior: Jack Ryan junior.

Tijdens een in 1985 gehouden geheime missie boven de woestijn van Nevada komt een met de nieuwste technologieën uitgeruste bommenwerper in de problemen en stort neer. Een restant van het vliegtuig wordt door een Stasi-agent meegesmokkeld, waarna een jacht op hem begint. Ongeveer tegelijkertijd neemt een potentiële Oost-Duitse overloper contact op met de CIA en in ruil voor politiek asiel wil hij hen belangrijke en vertrouwelijke informatie verstrekken. Om te achterhalen of zijn bedoelingen betrouwbaar zijn en of hij de waarheid spreekt, wordt Jack Ryan ingeschakeld.

Spionagethrillers zijn er in ruime mate en anno 2024 biedt het schrijven ervan veel creatieve mogelijkheden. Omdat dit nieuwste boek een prequel is, heeft Cameron ervoor gekozen om de gebeurtenissen te laten plaatsvinden tijdens de Koude Oorlog, het concept waar Clancy mee groot geworden is. Ondanks het feit dat de huidige verhoudingen tussen Rusland en het westen momenteel op behoorlijk gespannen voet staan, is het wel de vraag of een dergelijke setting nog wel van deze tijd is, al is het alleen maar omdat een en ander nogal gedateerd overkomt. De lezer zal zijn best moeten doen om zich naar het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw te verplaatsen, de hedendaagse technieken te vergeten en zich in te beelden dat de Berlijnse muur nog overeind staat.

Het duurt lange tijd voordat het enigszins inzichtelijk wordt waar de auteur met het verhaal naartoe wil, en zelfs dan is het lang niet altijd duidelijk wat er precies aan de hand is. Dit komt onder andere omdat Cameron het zichzelf nodeloos ingewikkeld heeft gemaakt. Zo komen de inlichtingendiensten BND, CIA, KGB en Stasi regelmatig opdraven en mag zelfs de FBI een duit in het zakje doen, maar wie waarvoor verantwoordelijk is, is dikwijls een raadsel. Dat is de verhaallijn die zich in de Verenigde Staten afspeelt eveneens. Omdat er geen enkele connectie met de overloper en de voorvallen in Oost-Duitsland is, is alles wat daarover wordt verteld geheel overbodig. Daarnaast is het aantal personages dusdanig hoog dat de lezer vaak niet meer weet wie nu wie is. Niet voor niets is voor in het boek een uitgebreid overzicht opgenomen met de namen van de belangrijkste personen. Zoiets is vaak al een teken aan de wand.

Met de spanning is het over het algemeen karig gesteld, pas ver in de plot is hier voor het eerst sprake van. Voor een groot deel is het gebrek hieraan te verklaren door details als het veelvuldig benoemen van allerlei vliegtuigtypen of het vermelden van het merk rekenmachine. Dergelijke nutteloze feiten vertragen de plot drastisch, geven overbodige informatie en bovendien leiden ze af van waar het werkelijk om gaat. Ruim over de helft ontstaat er meer structuur waardoor het verhaal minder warrig is. De lezer herkent dan een échte verhaallijn, de ontwikkelingen volgen elkaar in een iets hoger tempo op en zijn tevens aanzienlijk dynamischer.

De rol van protagonist Jack Ryan jr. is relatief gezien nog niet zo heel erg groot, zijn personage is derhalve niet heel grondig uitgewerkt, maar beslist voldoende om een globaal beeld van hem te krijgen. Ondanks zijn relatief geringe, maar wel geslaagde inbreng, kan hij niet voorkomen dat Rode winter, waarvan het einde nogal gezocht is, een ietwat tegenvallende exercitie is.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Marc Cameron/Tom Clancy
Titel: Rode winter

ISBN: 9789044936254
Pagina’s: 496

Eerste uitgave: 2024

In eeuwigheid – Camilla Grebe

Flaptekst
Op een mooie dag in augustus heten Lykke en haar man Gabriel hun vrienden welkom bij hun jaarlijkse zomerfeest. Hun zeventienjarige tweeling Harry en David is er ook, met hun beste vriendin Bonnie. De drie zijn al hun hele jeugd bevriend, maar langzaam lijkt de vriendschap te veranderen. Als Lykke de volgende dag met een kater opstaat, wordt het lichaam van Bonnie gevonden in het huisje achter in de tuin waar de pubers samen sliepen. De beide jongens verklaren niets gemerkt te hebben, maar de deur is van binnenuit op slot gedraaid, niemand had het huisje in kunnen sluipen. Acht jaar later wordt Lykke zelf verdacht van moord, en weigert ze een verklaring af te geven. Wat is er werkelijk gebeurd in die fatale zomernacht?

Recensie

Camilla Grebe, een pseudoniem van Camilla Christina Eriksson, heeft al eerste vrouwelijke auteur tweemaal de Glass Key Award, een prijs voor het beste Scandinavische boek, gewonnen. Ze debuteerde in 2009 met de thriller Vrede, die ze samen met haar zus Åsa Träff schreef. Hierna heeft ze nog diverse andere boeken geschreven, zowel solo als samen met een andere schrijver. Haar jongste uitgave is In eeuwigheid, dat in 2023 is verschenen en kenmerken heeft van een gesloten-kamermysterie.

Ieder jaar in augustus houden Lykke en Gabriel Andersen een zogeheten kreeftenfeest. Hun zeventienjarige tweelingzoons Harry en David zijn hierbij aanwezig, net als Bonnie, met wie de jongens al sinds hun jeugd bevriend zijn. De volgende ochtend treft Lykke het meisje levenloos en naakt op haar bed in het huisje waar de tweeling verblijft aan. Beide knapen weten nergens vanaf en alle sloten zijn van binnenuit vergrendeld. Het lijkt daarom uitgesloten dat iemand anders verantwoordelijk voor haar dood kan zijn. Als Lykke acht jaar later zelf van moord wordt verdacht, hult ze zich in stilzwijgen en komen de gebeurtenissen van de zomer van toen weer bovendrijven.

Uit de korte proloog kan de lezer opmaken dat er iets onheilspellends staat te gebeuren of al gebeurd is. Of dit inderdaad zo is en wat dat dan mag zijn, wordt verderop in de plot, en vooral aan het eind van het verhaal, wel duidelijk. Voor het echter zover is moet diezelfde lezer lange tijd zijn geduld bewaren, want, ondanks dat er veel sprongen in tijd worden gemaakt (welke interval hiertussen zit, is over het algemeen niet bekend) vordert de plot behoorlijk traag. Pas in de slotfase zijn er enkele sporadische momenten dat het tempo iets hoger ligt. In principe is dit alles niet eens zo heel bezwaarlijk – vaak wordt zoiets gecompenseerd met een veelheid aan gebeurtenissen – maar in dit geval valt dit nogal tegen. De auteur legt vooral de nadruk op enkele psychologische aspecten, hoewel die niet volledig uit de verf komen. De beklemmende sfeer die daar zo kenmerkend voor is ontbreekt grotendeels.

Toch zijn er wel degelijk enkele situaties die iets van spanning met zich meebrengen en zo nu en dan ben je zonder meer nieuwsgierig naar wat zich na afloop van het kreeftenfeestje daadwerkelijk heeft voorgedaan én waarom Lykke acht jaar later van moord is beschuldigd. Natuurlijk komt hier uiteindelijk uitsluitsel over, maar heel verrassend of opzienbarend is dit in feite niet. In het verhaal wordt uitgebreid aandacht besteed aan de persoonlijke levens en perikelen van de Andersens. In bepaald opzicht is dit wel logisch, want de sterfgevallen en besognes van het gezin zijn onlosmakelijk met elkaar te verbonden. Desondanks ligt de nadruk net wat te veel op de werkzaamheden van zowel Lykke als Gabriel.

De belangrijkste personages zijn Lykke en politieman Manfred Ollson. Het verhaal wordt afwisselend – zowel in het heden als het verleden – vanuit hun perspectief verteld. Dit houdt niet in dat Gabriel, Harry en David er bekaaid van afkomen. Integendeel zelfs, want ook zij krijgen voldoende podium. Daarom is het niet erg lastig om je een beeld van ieder van hen te kunnen vormen, ondanks dat er niet diepgravend en uitvoerig op hun karakters wordt ingegaan. Het is allemaal toereikend.

Grebe hanteert een erg prettige schrijfstijl en de langzame aard van de plot heeft geen enkele invloed op de leesbeleving. Door de verschillende intriges ga je wel twijfelen aan de oprechtheid van de meeste personen. Het ziet ernaar uit dat dit precies is wat de auteur wil bereiken. In eeuwigheid is over het geheel bezien geen thriller die je op het puntje van de stoel laat zitten en laat evenmin een diepe indruk achter, maar hij zorgt wel voor een aantal uren leesgenot.

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Camilla Grebe
Titel: In eeuwigheid

ISBN: 9789403129655
Pagina’s: 414

Eerste uitgave: 2023

Cultus – Camilla Läckberg & Henrik Fexeus

Flaptekst
Wanneer een klein jongetje van een kinderdagverblijf in de buurt Södermalm van Stockholm verdwijnt, worden rechercheur Mina Dabiri en haar team weer ingeschakeld. Ze ontdekken gelijk overeenkomsten met een andere verdwijning die niet goed eindigde. Alles wijst erop dat er meer kinderen zullen verdwijnen. Mina neemt daarom voor het eerst sinds de dramatische gebeurtenissen van twee jaar eerder contact op met mentalist Vincent Walder. Hun band is bijzonder gebleken, maar lukt het ze ook om degenen die het meest kwetsbaar zijn te beschermen?

Recensie
Ondanks dat Camilla Läckberg en Henrik Fexeus elkaar niet veel vaak zagen, waren ze toch al meer dan tien jaar bevriend. Dit veranderde nadat Fexeus een idee opperde om een boek te schrijven over een mentalist die bij een moord betrokken raakt. Van het een kwam het ander en uiteindelijk verscheen in 2021 hun gezamenlijke thriller Box, het eerste deel van een beoogde trilogie met rechercheur Mina Dabiri en mentalist Vincent Walder. Het tweede deel, Cultus, werd een jaar later uitgebracht.

Tijdens zijn verblijf op een kinderdagverblijf blijkt een vijfjarig jongetje plotseling te zijn verdwenen. Het rechercheteam waar Mina Dabiri deel van uitmaakt, wordt ingeschakeld en al snel komen de rechercheurs erachter dat deze vermissing veel overeenkomsten vertoont met een slecht afgelopen zaak van een jaar eerder. Ze hebben eveneens het vermoeden dat meer kinderen kunnen verdwijnen. Omdat mentalist Vincent Walder hen eerder geholpen heeft, schakelt Dabiri hem opnieuw in, in de verwachting dat hij hen opnieuw van dienst kan zijn. De vraag is nu of ze daarin ook deze keer gelijk zal krijgen?

Omdat dit het tweede deel van een trilogie is, worden de meeste personages in de beginfase kort geïntroduceerd en zijn er een paar kleine verwijzingen naar het voorgaande boek. Desalniettemin kan Cultus uitstekend afzonderlijk gelezen worden. Het verhaal staat uiteraard op zich en waar nodig geven de auteurs nog een klein beetje aanvullende informatie zodat de lezer weer enigszins weet wat zich eerder heeft afgespeeld. Läckberg en Fexeus hanteren ook deze keer een beproefd en succesvol concept, want de twee verhaallijnen, die logischerwijs wel met elkaar in verband staan, zorgen ervoor dat de lezer continu nieuwsgierig blijft en de gebeurtenissen met volle aandacht blijft volgen.

Het rechercheteam dat de zaak mag oplossen is ongewijzigd, maar deze keer krijgen ze hulp van politieonderhandelaar Adam Blom, waarvan je al snel het vermoeden hebt dat zijn aanwezigheid niet bij een eenmalig optreden blijft. Hoewel de meeste aandacht uitgaat naar Dabiri en Walder – het grootste deel van de plot wordt immers vanuit hun perspectief verteld – worden de overige personages ruim voldoende uitgelicht om een nog beter beeld van hen te krijgen. Dan merk je eveneens dat iedereen een ontwikkeling heeft doorgemaakt, hetgeen bij de een wel iets meer te merken is dan bij de ander. Van een enkeling wordt zelfs iets onbekends of minder bekends uit het verleden onthuld, wat hun gedrag in het heden positief beïnvloedt.

De spanning is mondjesmaat aanwezig en een grote hoeveelheid spektakel moet de lezer evenmin verwachten. Toch blijft het verhaal hem van begin tot eind bezighouden, want zowel op het persoonlijke als politionele vlak zijn de diverse verwikkelingen zodanig dat lastig is het boek aan de kant te leggen. Hoewel het op een bepaald moment wel vrij duidelijk is in welke hoek de dader gezocht moet worden, proberen de auteurs je desondanks op het verkeerde been te zetten, waardoor je enigszins gaat twijfelen of je vermoeden toch niet verkeerd moet zijn. Uiteindelijk eindigt de plot in een spannende ontknoping waarvan de afloop de lezer aan de ene kant wel, maar aan de andere kant niet in het ongewisse laat.

Waar een kleine kanttekening bij geplaatst kan worden, is de bijna obsessieve adoratie van Walder voor Dabiri. Vooral in de eerste helft van het boek wordt de lezer hier regelmatig mee geconfronteerd, de frequentie daarvan is net iets te veel van het goede en gaat op den duur enigszins storen. Afgezien daarvan is Cultus zonder meer een thriller die de moeite waard is.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Camilla Läckberg & Henrik Fexeus
Titel: Cultus

ISBN: 9789044361988
Pagina’s: 656

Eerste uitgave: 2022

Dunkelblum zwijgt – Eva Menasse

Flaptekst
Op het eerste gezicht is Dunkelblum een stadje als alle andere. Maar achter de façade van deze Oostenrijkse gemeente gaat het verhaal van een gruwelijke misdaad schuil. Op de hoogte van deze gebeurtenis – en zwijgend over daad en daders – zijn de oudere Dunkelblumers sinds jaar en dag met elkaar verbonden. In de nazomer van het jaar 1989, terwijl aan de andere kant van de nabijgelegen grens met Hongarije al drommen ddr-vluchtelingen zich ophopen, verschijnt er een mysterieuze bezoeker in het stadje. Plotseling komt er van alles in beweging: op een veld aan de rand van de stad wordt een skelet opgegraven en er verdwijnt een jonge vrouw. Op geheimzinnige wijze duiken sporen van het oude misdrijf op, en de Dunkelblumers worden geconfronteerd met een verleden waarvan ze dachten dat het al lang voorbij was.

Recensie
Na haar studie begon Eva Menasse aan een succesvolle carrière als journalist. Ze was onder andere correspondent in Wenen en Praag en heeft onder andere voor de Frankfurter Algemeine Zeitung geschreven. In 1997 debuteerde ze als auteur met De laatste sprookjesprinses, een kinderboek dat ze samen met Elisabeth en Robert Menasse schreef. Hierna heeft ze een aantal romans geschreven, waarvan de laatste, Dunkelblum zwijgt, in 2022 is uitgebracht en waarvoor ze in dat jaar de Bruno-Kreisky-Preis voor het beste politieke boek heeft ontvangen.

Het Oostenrijkse Dunkelblum oogt als een vriendelijk en rustig grensstadje en lijkt daarmee op vele andere plaatsjes. Toch is het er allemaal niet zo vredig als op het eerste gezicht lijkt, want zowel de gemeente als de oudere inwoners dragen een geheim met zich mee dat terugvoert naar een misdaad die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd gepleegd. Als aan het eind van de zomer van 1989 een bezoeker vragen stelt over wat er destijds is gebeurd, doen zich plotseling enkele vreemde en niet te verklaren voorvallen voor en worden de Dunkelblumers geconfronteerd met het verleden.

Lastig en moeizaam. Deze paar woorden geven exact aan hoe de lezer de roman kan beleven. Een heldere verhaallijn is zo goed als niet te ontdekken, een duidelijke structuur is onherkenbaar en de auteur springt van de ene naar de andere scène en van het heden naar het verleden zonder dat je dit doorhebt. Het geheel komt hierdoor nogal warrig over en je weet in feite zo goed als niet waar je aan toe bent. Het aantal personages is buitengewoon talrijk – Menasse heeft niet voor niets achter in het boek een enorm lange personenlijst opgenomen – waardoor de lezer bijna niet weet met wie hij te maken heeft, welke rol iemand precies heeft en wat hun onderlinge relatie is. Het is dan ook uitgesloten dat hij zich met een van hen kan vereenzelvigen.

Wat evenmin bijdraagt aan duidelijkheid is de schrijfstijl van de auteur. Deze is overwegend klinisch, zodat je de indruk hebt een verslag te lezen. Dit gevoel wordt versterkt doordat bij vermeende dialogen geen aanhalingstekens worden gebruikt. Op zich hoeft dit natuurlijk geen enkel probleem te zijn – zoiets komt vaker voor in boeken – maar in dit geval werkt deze opzet in het geheel niet, en dat is voornamelijk te wijten aan het ontbreken van dergelijke leestekens. Zinnen die geen gesprek zijn, lopen daarna ook nog eens gewoon door. Omdat het verhaal niet leeft, er als het ware geen ziel in zit, is het bijzonder moeilijk de gebeurtenissen in je op te nemen. Zodra je een zin, alinea of hoofdstuk gelezen hebt, ben je het voorgaande alweer vergeten.

Het verhaal bestaat uit drie delen en pas in de loop van het laatste gedeelte van de roman begint er iets dat aan helderheid doet denken door te schemeren. Het lijkt er dan op dat er een verband ontstaat, dit is echter gedeeltelijk zo, want over het algemeen van korte duur. Daarnaast vordert de plot in een ontzettend traag tempo waardoor de indruk wordt gewekt dat er geen enkele progressie plaatsvindt. En misschien is dit ook wel zo, want de Dunkelblumers blijven immers volharden in stilzwijgen. Totdat er uiteindelijk toch een kleine kentering plaatsvindt en er zowaar een klein beetje structuur dreigt te ontstaan. Veel, maar dan ook veel te laat om de roman te kunnen redden.

De gedachte achter Dunkelblum zwijgt is in principe niet verkeerd of ondenkbeeldig, er zullen vast en zeker dorpsgemeenschappen zijn geweest die zijn eigen oorlogsverleden liever doodzwegen, maar een idee vertalen naar een boeiend en lezenswaardig verhaal is iets anders. Menasse is daar niet in geslaagd, want haar veel bejubelde roman is door zijn saaiheid een ware worsteling om doorheen te komen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Eva Menasse
Titel: Dunkelblum zwijgt

ISBN: 9789025472276
Pagina’s: 528

Eerste uitgave: 2022

Oog om oog – M.J. Arlidge

Flaptekst
Zes criminelen in Engeland hebben anonimiteit verkregen. Door de ongelooflijke wreedheden uit hun verleden leek een nieuwe start en re-integratie onmogelijk, totdat de overheid besloot hen een tweede kans te geven: elk van hen kreeg een nieuwe identiteit, in een nieuwe stad, met een nieuwe baan – en niemand die het ooit te weten zou komen. Dat dachten ze tenminste.

Sociaal medewerkster Olivia begeleidt gevangenen om te re-integreren in de maatschappij. Maar als de échte identiteit van haar ex-gevangenen gelekt wordt aan de familie van het slachtoffer maakt Olivia kennis met de meest duistere kanten van de mens. Want de familieleden willen allemaal, stuk voor stuk, gerechtigheid voor het onrecht dat hun geliefden jaren geleden is aangedaan. En zeg nou eerlijk, wie zou er geen wraak willen voor een onvergeeflijke daad?

Recensie
In 2014 debuteerde scenarioschrijver M.J. Arlidge als auteur met de thriller Eeny Meeny (Iene miene mutte, 2015), het eerste deel van een serie waarin de eigengereide inspecteur Helen Grace de hoofdrol heeft. Hij heeft ook enkele standalones geschreven, waaronder het in augustus 2023 verschenen Oog om oog. Het gegeven dat enkele oud-criminelen, die een zware misdaad pleegden toen ze kind waren, na hun – vaak relatief korte – straf onder een andere naam en in een andere plaats beschermd verder kunnen leven, terwijl er pogingen zijn en worden ondernomen om hun nieuwe identiteit te achterhalen, vormden de inspiratiebron voor dit boek.

Nadat ze hun straf erop zat, ontvingen zes kindmoordenaars volledige anonimiteit. Ze kregen een andere naam, wonen in een andere plaats en ook hun verleden werd aangepast, dit alles met de garantie dat niemand kan achterhalen wie ze ooit zijn geweest. Als blijkt dat er toch informatie over hen is uitgelekt, ontstaan er bij steeds meer mensen wraakgevoelens over wat de slachtoffers, allen kinderen, en hun familie is aangedaan. De roep om gerechtigheid wordt daarom steeds groter en vergeldingsacties blijven niet uit, maar is dit wel de juiste manier om genoegdoening te krijgen?

Voordat het eigenlijke verhaal begint, vertelt Arlidge in het kort waarom hij deze thriller geschreven heeft. Dit is al interessant om te lezen, maar de vraag waar hij zijn relaas mee beëindigt kan de lezer in feite voor een dilemma zetten. Want hoe voel jij je als je tegenover de moordenaar van je kind komt te staan? Dit is een intrigerend gegeven, want je weet natuurlijk niet hoe je gaat reageren, maar dat je je niet prettig voelt, zal zo goed als zeker zijn. In de plot draait het om zes voormalig delinquenten die, toen ze zelf nog kind waren, één of meer kinderen om het leven hebben gebracht. De situatie van ieder van hen is anders, maar in één ding staan ze gelijk: de familie van het slachtoffer is uit op wraak en zijn erop uit om voor eigen rechter te gaan spelen.

Dit levert zonder meer een boeiend en intrigerend verhaal op, dat over het algemeen niet bovenmatig spannend is. Toch gebeurt er meer dan voldoende, waardoor de lezer van begin tot eind bij alles betrokken blijft. Hij voelt namelijk aan dat escalaties in de lucht hangen, maar natuurlijk niet wanneer dit gaat gebeuren en op welke manier. De auteur werkt hier heel geleidelijk aan steeds meer naartoe en als het moment suprême eenmaal daar is, is de desbetreffende scène behoorlijk gruwelijk en beangstigend, zowel voor het slachtoffer als voor de lezer. Situaties als deze komen overigens niet zo heel veel voor, Arlidge richt zich vooral op de psychologische effecten van de kindermoorden en hetgeen daar het gevolg van is, overigens zowel bij de daders als de nabestaanden. Daarnaast staat de vraag of eigengericht aanvaardbaar is of niet uiteraard ook centraal in het geheel.

De plot wordt afwisselend verteld vanuit diverse perspectieven, zoals een reclasseringsambtenaar, de vader van een slachtoffer en enkele kindmoordenaars. Hierdoor krijg je een goed beeld van hoe ieder van hen de verschillende voorvallen beleeft of beleefd heeft. De keuze van de auteur om een en ander van een paar kanten te belichten is een goede, want dit maakt het totaalplaatje compleet. Bij sommige personages wordt aandacht aan hun privéomstandigheden besteed, hoewel de meeste daarvan wel degelijk met de gebeurtenissen te maken hebben.

Het tempo waarin alles zich afspeelt ligt behoorlijk hoog en de schrijfstijl is kenmerkend voor Arlidge: vlot, beeldend en niet al te ingewikkeld. Oog om oog is echter geen simpele of luchtige thriller, daarvoor is het goed uitgewerkte thema te beladen. Daarnaast laat de auteur je tevens nadenken over het dilemma of je in bepaalde omstandigheden wel of niet eigen rechter mag zijn. Het antwoord daarop is misschien moeilijker dan op het eerste gezicht lijkt.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: M.J. Arlidge
Titel: Oog om oog

ISBN: 9789022599594
Pagina’s: 592

Eerste uitgave: 2023

De gevangen koningin – Kristen Ciccarelli

Flaptekst
Er waren eens twee zussen, die door een bijna onbreekbare band voor eeuwig aan elkaar verbonden waren. Als ze boos werden, versplinterden spiegels. Als ze blij waren, bloeiden er bloemen. Het was magie waar ze zuinig op waren, totdat Essie omkwam bij een vreselijk ongeluk, en haar ziel in deze wereld werd opgesloten.

Roa komt uit de Struiklanden, een gebied dat jarenlang is onderdrukt door de koning van Firgaard. Het leek dan ook de perfecte kans toen Dax, haar jeugdvriend en kroonprins van Firgaard, haar om hulp smeekte om zijn vader af te zetten. Roa beloofde Dax en zijn zus Asha te helpen met een leger, als hij haar koningin zou maken. Nu is Roa een ongeliefde struiklanderkoningin, ver van huis en getrouwd met de jongen die verantwoordelijk was voor het ongeluk van haar zusje. En het ergste: Dax komt zijn gemaakte beloften niet na, en haar volk lijdt nog steeds. Dan doet zich een kans voor om alles recht te zetten, een kans voor Roa om te ontsnappen, haar volk te redden en haar zus te wreken.

Ze hoeft alleen maar de jonge koning te vermoorden.

Recensie
Nadat Kristen Ciccarelli vroegtijdig haar studie afbrak, had ze diverse baantjes en uiteindelijk besloot ze, omdat ze het gelukkigst wordt van het schrijven van verhalen, fulltime auteur te worden. In 2017 debuteerde ze met De laatste Namsara, het eerste deel van de Iskari-trilogie en het vervolg daarop, De gevangen koningin, werd een jaar later uitgebracht. Inmiddels is ze uitgegroeid tot bestsellerauteur en haar boeken zijn in meer dan tien talen vertaald.

Roa en haar zus Essie, beiden afkomstig uit het door de koning van Firgaard onderdrukte gebied de Struiklanden, hebben een bijzonder hechte band. Hier komt een eind aan als Essie door een ongeluk om het leven komt. Inmiddels is Roa getrouwd met Dax, de kroonprins en tevens haar jeugdvriend, waardoor ze nu koningin is geworden. Omdat Dax in haar ogen verantwoordelijk is voor de dood van haar zus en evenmin de aan haar gedane beloften nakomt, wil ze er alles aan doen om dit recht te zetten. Dit houdt echter wel in dat ze de koning, dus haar man, om het leven moet brengen.

Hoewel het niet meteen in het oog springt, gaat het verhaal in feite verder waar het in het eerste deel van de trilogie, De laatste Namsara, gebleven is. Er is echter een wezenlijk verschil, want deze keer worden de vele gebeurtenissen vanuit het perspectief van Roa, de Struiklandse die sinds haar huwelijk met kroonprins Dax de koningin van Firgaard, verteld. Om niet alleen te weten wat háár, maar in wezen de héle voorgeschiedenis is, is het, ondanks enkele korte terugblikken, wel verstandig om niet klakkeloos in dit tweede boek te gaan beginnen, maar in het voorgaande. Hierdoor voorkom je in ieder geval dat je belangrijke en dus wezenlijke informatie mist.

De plot bevat opnieuw diverse spannende momenten, maar er is aanmerkelijk minder actie dan in het vorige boek van het drieluik. Niet erg, want de nadruk ligt deze keer op de diverse intriges, politieke steekspelletjes en min of meer ook op onderling vertrouwen. Binnen deze context haalt de auteur er een maximaal rendement uit, want de lezer vraagt zich voortdurend af hoe alles zal ver- en aflopen en wie uiteindelijk aan het langste eind gaat trekken. Om dit te bereiken krijgt de lezer allerlei wendingen voorgeschoteld, sommige onverwacht, andere iets minder. Om uiteindelijk in een ontknoping te belanden die wat meer spektakel biedt, enkele verrassingen heeft en waarin – misschien eindelijk – toch nog een paar draken tevoorschijn komen.

Het verhaal speelt zich uiteraard in een fantasiewereld af, maar dit wil niet zeggen dat je geen herkenbare elementen uit de werkelijke maatschappij herkent. Emoties als jaloezie, haat, liefde en trouw zijn bij de diverse personages absoluut niet onbekend en ze gaan ermee om als ware ze echte mensen van vlees en bloed. Daarom is het goed dat Ciccarelli dergelijke gevoelens een rol laat meespelen, want de verschillende karakters, die overigens alle sterk zijn neergezet, krijgen hierdoor een ziel en als lezer leef je met de meeste van hen mee.

De sfeer van de omgeving en ook die van de omstandigheden komen goed over. Dit is onder andere te danken aan de beeldende schrijfstijl van de auteur. Daarnaast leest het verhaal ook nog eens erg vlot en prettig. Desondanks is De gevangen koningin iets minder intens en sterk dan zijn voorganger, maar dit neemt niet weg dat Ciccarelli hiermee opnieuw een prima boek geschreven heeft.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Kristen Ciccarelli
Titel: De gevangen koningin

ISBN: 9789463490221
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2018

De noodkreet in de fles – Jussi Adler-Olsen

Flaptekst
Afdeling Q werkt aan de oplossing van een reeks mysterieuze branden, maar krijgt dan de melding van Schotse collega’s dat ze een flesje hebben gevonden. Dit bevat een stukje papier dat met bloed is beschreven en slechts gedeeltelijk te lezen is. Langzaam maar zeker weten brigadier Mørck en zijn assistent Assad het bericht te duiden: het is een in 1996 geschreven schreeuw om hulp in verband met de ontvoering en verdwijning van twee jongens. Mørck en Assad raken op deze manier betrokken bij een gruwelijke zaak van verdwenen kinderen die door hun ouders nooit als vermist zijn opgegeven.

Recensie
Sinds 1995, na een carrière als uitgever, is Jussi Adler-Olsen fulltime auteur, hoewel hij daarvoor al enkele boeken heeft uitgebracht. In 1997 verscheen Het Alfabethuis, zijn eerste thriller die in enkele landen meteen een bestseller werd. Ruim tien jaar later bracht hij De vrouw in de kooi (2008) uit, het eerste deel van een serie rond Carl Mørck, een politieman uit Kopenhagen die Afdeling Q, waar onopgeloste misdaden onder de loep genomen worden, leidt. Een jaar later publiceerde hij De noodkreet in de fles, het derde deel van de reeks en in 2010 de winnaar van de Glazen Sleutel.

De medewerkers van Afdeling Q werken aan een complexe zaak over een aantal branden waarbij slachtoffers zijn gevallen. Als Schotse collega’s een briefje uit een in 1996 gevonden aangespoelde fles naar hen doorsturen, gaat hun aandacht hier volledig naar uit. De zo goed als onleesbare tekst op het briefje blijkt met bloed te zijn geschreven. Na veel puzzelwerk kunnen ze achterhalen dat het om een schreeuw om hulp gaat van twee ontvoerde jongens. Dit voorval staat echter niet op zichzelf en tijdens het onderzoek komen Mørck en zijn assistent Assad in een wereld van zwijgzame religieuze gemeenschappen terecht.

Het moet geen pretje zijn om te zijn ontvoerd en je vervolgens vastgeketend op een onbekende en onfrisse plek te bevinden. Adler-Olsen brengt het gevoel dat dit met zich meebrengt goed weer in de proloog waar het verhaal mee begint. Tegelijkertijd rijzen bij de lezer diverse vragen op, want wanneer speelt zich dit af, wat is er exact met de twee jongens gebeurd en weten ze zich nog uit hun benarde situatie te redden? In feite word je hierdoor al meteen bij deze gebeurtenis betrokken. Maar, zo blijkt in het vervolg van de plot, er speelt natuurlijk veel meer, en ook hier kan de lezer zich eigenlijk zo goed als niet van losmaken. Neem bijvoorbeeld alleen al de zwijgzaamheid van de leden van verschillende religieuze groeperingen, waardoor niet alleen veel onder tafel wordt geschoven, maar ook het politieonderzoek dusdanig wordt belemmerd dat een oplossing niet snel te verwachten valt.

De teamleden van Afdeling Q (Mørck, Assad, Rose en in zekere zin haar plotseling aanwezige tweelingzus Yrsa ook) weten hier met hun enigszins onorthodoxe werkwijze een goede en mooie draai aan te geven. Hierdoor krijg je min of meer een zwak voor hen en besef je telkens weer dat ze allen markante, maar boeiende personages zijn, waar telkens steeds iets meer over wordt bekendgemaakt, ook wat in de voorgaande twee delen nog niet naar voren is gekomen. De auteur zorgt er wel voor de mix van privé en zakelijk goed gedoseerd is en geeft bij lange na niet alles over hen prijs. De lezer blijft daarom nog wel nieuwsgierig wat hij in het vervolg van de reeks nog meer over hen te weten zal komen.

Het verhaal heeft een aantal verhaallijnen, maar ze hebben niet allemaal een onderling verband. Helemaal niet erg, temeer omdat niet aan ieder subplot uitvoerig aandacht wordt besteed. Toch verliest Adler-Olsen ze niet uit het oog, want aan het eind komt hij er wel degelijk weer op terug en rondt hij ze eveneens af. Een gevolg is dat zich tevens allerlei wendingen voordoen, waaronder uiteraard diverse onverwachte. Toch is een groot deel van de plot niet heel erg zinderend en pas in de ontknoping bereikt de spanning zijn echte hoogtepunt. Daarentegen intrigeert het boek van begin tot eind wel degelijk, en waar van een samenhang wel sprake is, wordt op een subtiele en ingenieuze wijze bijeengebracht.

De noodkreet in de fles is een niet voortdurend snelle thriller – op de juiste momenten gaat het er een stuk bedaarder aan toe – maar wel een overwegend vlot en toegankelijk geschreven verhaal, waarin de auteur ook een bescheiden hoeveelheid humor, sarcasme en soms cynisme in is verwerkt.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jussi Adler-Olsen
Titel: De noodkreet in de fles

ISBN: 9789044622690
Pagina’s: 496

Eerste uitgave: 2010

Laat het feest beginnen – Niccolò Ammaniti

Flaptekst
Fabrizio Ciba, een auteur die ooit een enorme bestseller schreef, maar nu al jaren droogstaat qua ideeën, kan maar niet beslissen of hij zal vluchten naar een Spaans eiland om daar zijn nieuwe roman te schrijven, of dat hij toch naar de megaparty zal gaan die de grootste vastgoedmagnaat van Rome, Sasà Chiatti, heeft georganiseerd in de hoop nog meer publiciteit voor zichzelf te genereren.

Saverio Moneta, bijgenaamd Mantos, is de leider van de Beesten van Abaddon. Terwijl hij overdag op zijn lazer krijgt van zijn baas (tevens zijn schoonvader) en in de avond geterroriseerd wordt door zijn zonnebankbruine, hysterische echtgenote, spreekt hij één keer in de week in het diepste geheim af met zijn satanische volgelingen om de basiselementen van de Liturgie van de Duisternis door te nemen en te discussiëren over de beste manier om een offerlam te slachten. Moneta staat onder aan de voedselketen, en de enige weg is die naar boven. Zijn volgelingen en hij slagen erin om – onder het mom van ober – te infiltreren in de party van Chiatti. Niemand is voorbereid op hun snode plannen…

Recensie
Bestsellerauteur Niccolò Ammaniti, die in 1996 definitief doorbrak met de verhalenbundel Fango (Het laatste oudejaar van de mensheid, 2003), is al jarenlang zowel de lieveling als het enfent terrible van de hedendaagse Italiaanse literatuur. Sinds zijn in 1994 verschenen debuut Kieuwen heeft hij inmiddels een groot aantal boeken en verhalen geschreven. Zijn werk varieert van absurdistisch tot serieus. Het in 2009 uitgebrachte Laat het feest beginnen! valt onder de eerste categorie en belandde na verschijning in Italië in de bestsellerlijsten om niet veel later op de eerste plaats terecht te komen.

Saverio Moneta, de leider de Beesten van Abaddon, wil zijn satanische sekte de grootste van Italië maken en zichzelf en zijn handjevol volgelingen onsterfelijk maken. Hij krijgt de kans om op een groot feest in een Romeins park aanwezig te zijn en wil daar zijn plan ten uitvoer brengen. Schrijver Fabrizio Ciba is, evenals vele andere beroemdheden, ook op dat evenement aanwezig. Hij hoopt hierdoor op meer publiciteit. Wat echter niemand kan voorzien, zijn de plannen die Moneta heeft bedacht en waardoor alles een andere wending krijgt dan oorspronkelijk bedoeld.

De roman, die uit vier delen bestaat, heeft twee verhaallijnen en wordt voornamelijk verteld vanuit de perspectieven van Saverio Moneta en Fabrizio Ciba. Lange tijd ziet het er naar uit dat beide subplots niets met elkaar te maken hebben, maar uiteraard komen ze, hoewel dit wel geruime tijd duurt, uiteindelijk samen, overigens wel zonder dat de twee personages echt met elkaar te maken krijgen. Het zijn vooral de omstandigheden en de setting die hun afzonderlijke belevenissen samenvoegen. Wat hen zowel voor en tijdens het feestelijke evenement overkomt, is over het algemeen bijzonder, met grote regelmaat absurdistisch en van iedere vorm van realisme gespeend. De auteur heeft evenwel nooit de bedoeling gehad een verhaal te schrijven dat de werkelijkheid ook maar een klein beetje benadert.

Ammaniti laat met zijn boek echter wel zien dat het verschil tussen de zogenaamde elite en de gewone mens nogal uiteenlopend is. De eerste groep – dit geldt uiteraard niet voor iedereen die hierbinnen valt – doet er alles aan om in de schijnwerpers te staan en om te laten zien dat ze succes hebben, terwijl de tweede het liefst in de schaduw blijft staan, anoniem wil zijn. De personages die hij daarvoor laat opdraven zijn over het algemeen tamelijk bijzonder en absoluut uniek. Sommigen, waaronder de schrijver en de satanist komen over als volslagen mislukkelingen, terwijl anderen daarentegen extreem en decadent gedrag vertonen. Een goed voorbeeld daarvan is Paolo Bocchi, beroemd chirurg en bekende van Ciba.

De schrijfstijl van de auteur is vlot, toegankelijk en buitengewoon beeldend. Van de eerste tot en met de laatste bladzijde ziet de lezer iedere scène op zijn netvlies verschijnen, hoe kolderiek of ongeloofwaardig ze ook zijn. Daarnaast bevat het verhaal een flinke hoeveelheid humor, ofschoon niet iedere lezer hiervan zal houden. Veel taferelen zijn dusdanig dat ze in een klucht niet zouden misstaan. In de eerste plaats is dit boek natuurlijk een roman, maar het bevat tevens de eigenschappen van een thriller (er zijn diverse spannende momenten), een horrorverhaal (zombie-achtige situaties doen hieraan denken) en met wat inbeeldingsvermogen eveneens een geringe dosis sciencefiction. Ammaniti laat hiermee zien dat het schrijven van verschillende stijlen hem niet vreemd is.

Laat het feest beginnen! lijkt een kritische noot te zijn tegen de Italiaanse upperclass, maar kan in feite net zo goed van toepassing zijn op iedereen ter wereld die zich daaronder vindt vallen. In ieder geval is de auteur erin geslaagd hen en hun gedragingen enigszins belachelijk te laten zijn. Dat heeft hij met verve gedaan, waardoor de roman, die er overigens een hoog tempo op nahoudt, van begin tot eind blijft boeien.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Niccolò Ammaniti
Titel: Laat het feest beginnen!

ISBN: 9789048802630
Pagina’s: 304

Eerste uitgave: 2010

De zwarte wolvin – Juan Gómez-Jurado

Flaptekst
Zeven maanden nadat Antonia Scott en Jon Gutiérrez hun vorige zaak hebben afgerond, treffen ze elkaar aan de oever van de rivier de Manzanares. In de rivier, die dwars door Madrid loopt, is een drijvend lijk aangetroffen. Antonia concludeert dat het slachtoffer van grote hoogte in de rivier is terechtgekomen. Is ze van een brug gesprongen, of geduwd?

Terwijl Jon en Antonia zich opmaken om de zaak tot op de bodem uit te zoeken, belt Mentor hen met de boodschap dat ze onmiddellijk naar Marbella moeten afreizen. Ze moeten koste wat het kost Lola Moreno opsporen, de vrouw van een beruchte Russische maffioso die diezelfde ochtend dood is aangetroffen. Mentor vermoedt dat Lola waardevolle informatie kan verschaffen over de maffia in Spanje, en misschien zelfs meer weet over het lijk in de rivier. Het enige probleem? Sinds de moord op haar man is Lola verdwenen. En Antonia en Jon blijken niet de enigen die naar haar op zoek zijn.

Recensie
In Spanje, het thuisland van Juan Gómez-Jurado was De rode koningin, het in 2021 verschenen eerste deel van de trilogie met Antonia Scott en Jon Gutiérrez, goed voor een verkoop van meer dan twee miljoen exemplaren en tevens twee jaar op rij het meest gelezen boek van het land. Dit succes was tevens zijn wereldwijde doorbraak, want zijn werk wordt in meer dan veertig landen verkocht. De zwarte wolvin is het tweede deel van de reeks en is in 2022 uitgebracht.

Aan de oever van de Manzanares, een rivier die dwars door Madrid loopt, wordt het levenloze lichaam van een vrouw gevonden en al snel blijkt dat ze vanaf een brug in het water is terechtgekomen. De vraag is of dit door moord of zelfmoord is gebeurd. Jon Gutiérrez en Antonia Scott krijgen echter niet de kans dit te onderzoeken, want ze worden naar de kustplaats Marbella gestuurd. Hier moeten ze de en spoorloos verdwenen Lola Moreno, echtgenote van een die ochtend om het leven gebracht Russisch maffialid, zien te vinden. Een probleem is echter dat ook anderen naar haar op zoek zijn.

Hoewel het er aanvankelijk op lijkt dat dit boek los van het voorgaande deel van de trilogie gelezen kan worden, is dit eigenlijk alleen maar uiterlijke schijn. Deze tweede thriller met Scott en Gutiérrez gaat namelijk verder waar De rode koningin geëindigd is. Als je ervoor kiest hier niet mee te beginnen, mis je zonder meer belangrijke informatie en dus een stuk voorgeschiedenis. Toch begint de auteur wel met een summiere beschrijving van de twee protagonisten, maar die is bij lange na niet toereikend om voldoende over hen te weten te komen. In de plot verandert dit wel enigszins, maar in feite blijft dit beperkt tot een aantal algemeenheden waarvan wordt veronderstelt dat de lezer hiervan al op de hoogte is. Toch komt sowieso naar voren dat ze allebei bijzondere en unieke personages zijn, die daarnaast erg op elkaar gesteld zijn.

Aanvankelijk lijkt het erop dat de plot uit twee verhaallijnen bestaat, maar de auteur laat deze opzet al snel varen zodat er uiteindelijk één overblijft. De talloze gebeurtenissen worden verteld vanuit verschillende perspectieven en hierdoor krijgt de lezer een goed beeld van de diverse personages, waar ze voor staan en wat zich allemaal voordoet. Dit is meer dan voldoende, ondanks het relatief rustige begin van de plot. Naarmate de tijd verstrijkt, intrigeert het verhaal steeds meer, wisselen spannende momenten zich af met rustige passages en word je – onder andere doordat de auteur hoofdstukken met cliffhangers afsluit – continu nieuwsgierig gemaakt. De ontknoping is spectaculair en wordt het gevonden lijk in de rivier in Madrid op uitermate subtiele wijze gelinkt aan wat er in Marbella is voorgevallen.

De schrijfstijl van de auteur is beeldend, welhaast filmisch en in grote mate verhalend. Zo nu en dan relativeert hij de spannende en actierijke scènes met humor en cynisme. Deze kenmerken zijn erg gedoseerd en vervelen eigenlijk nooit, en ook herhaalt hij een zinnetje van maar vijf woorden regelmatig, ze blijven eigenlijk best wel leuk. Doordat Gómez-Jurado enkele waargebeurde feiten, waaronder het witwassen van zwart geld door de Russische maffia in Marbella, in het verhaal verwerkt heeft, heb je eigenlijk niet het gevoel dat alles wat verteld wordt volledig verzonnen is. Een aantal scènes is echter wel wat dik aangezet en hierdoor onrealistisch, maar omdat het volledig in het geheel past, is dit absoluut niet storend.

In de epiloog warmt de auteur de lezer alvast op voor het laatste deel van de trilogie, want een paar enorme cliffhangers zorgen ervoor dat je eigenlijk niet kunt of wilt wachten om meer over Scott en Gutiérrez te weten te komen en in welke hachelijke omstandigheden ze dan terecht zullen komen. De zwarte wolvin is in ieder geval een prima vervolg van de trilogie en boeit van begin tot eind.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Juan Gómez-Jurado
Titel: De zwarte wolvin

ISBN: 9789022595497
Pagina’s: 396

Eerste uitgave: 2022