Het lot van de familie Meijer – Charles Lewinsky

Beschrijving
Als op een nacht in 1871 een ver familielid aanklopt, kan niemand van de familie Meijer vermoeden dat hun leven vanaf dat moment radicaal zal veranderen.
Vijf generaties beslaat de geschiedenis van de Meijers, een geschiedenis vol liefdesgeluk en levensdroefenis, en vol strijd om succes en acceptatie. Van de kleine, gave wereld van Endingen naar het mooiste warenhuis naar Zürich, en voorbij de landsgrenzen. En steeds raakt de wereld een stukje meer uit haar voegen.

Recensie
Na zijn studie theaterwetenschappen werkte Charles Lewinsky als assistent-regisseur en later als dramaturg en persoonlijk assistent. In 1975 werd hij redacteur en afdelingshoofd van de afdeling amusement van het tegenwoordige SRF, de Zwitserse nationale televisie. In die hoedanigheid schreef hij het script voor een populaire sitcom. Zijn carrière als auteur begon in 1984, toen hij coauteur was van de politieke roman Hitler auf dem Rütli. Ruim twintig jaar later brak hij met zijn familieroman Het lot van de familie Meijer (2006) internationaal door, waarvoor hij in Frankrijk met een prijs werd onderscheiden.

Het is 1871 en net op het moment dat veehandelaar Salomon Meijer met zijn gezin aan tafel zit om te gaan eten, staat zijn verre neef Janki plotseling voor de deur. Hij wordt binnengelaten, doet zijn verhaal en zal niet meer weggaan. Daarna blijkt dat het rustige bestaan van de Meijers sindsdien niet meer hetzelfde zal zijn als voorheen. Janki trouwt een jaar later met Chanele, de aangenomen dochter – en tevens dienstmeid – van Salomon en zijn vrouw Golde, en begint hij een stoffenwinkel in hun woonplaats Baden.

Het lot van de familie Meijer bestaat uit vijf delen (het laatste bestaat uit één hoofdstuk) en ieder deel omvat een jaartal. De familie-epos begint in 1871 bij Salomon Meijer en vervolgens gaat het per deel/jaartal een generatie verder tot het in 1945 eindigt. Deze opzet zorgt ervoor dat de lezer de diverse generaties van de familie Meijer, maar tevens de aangetrouwde personages, erg goed leert kennen. Daarnaast geeft de auteur een goed beeld van iedere tijdsperiode en de veranderingen, moderniseringen en problemen die alle decennia met zich meebrengen. Wat daarin vooral opvalt, is de Jodenhaat die ook in de negentiende eeuw al speelde. Dat uit zich door een snerende opmerking, een belediging of door iemand van Joodse afkomst ronduit te vernederen. Een verstandig lezer kan niet begrijpen dat iemand een medemens zoiets kan aandoen en stelt zichzelf daarom regelmatig de vraag waarom en of dit echt nodig was en is.

De auteur weet de sfeer van iedere periode bijzonder goed over te brengen. De gedragingen en gewoonten van de mensen, de kleding die ze dragen, het vervoer van destijds, van alles wat voorbijkomt kan een prima voorstelling worden gemaakt. Dat komt natuurlijk vooral door de beeldende schrijfstijl van Lewinsky, maar eveneens door de beschrijvingen die hij overal over geeft. De personages, dus iedereen die met de familie Meijer verwant is, worden goed neergezet en ieder van hen heeft haar of zijn eigenaardigheden en sympathieën. Als lezer krijg je als het ware een band met de meeste van hen. Enkele karakters die in het oog springen, zijn Arthur en – maar dat is vrij laat in de plot – meneer Grün. Eerstgenoemde omdat hij anders is dan de meeste anderen uit die tijd en de tweede omdat hij een erg aangrijpend en indringend persoonlijk verhaal heeft.

Wellicht dat de omvang en de titel van de roman anders doen vermoeden, maar over het geheel genomen, is het erg toegankelijk en leesbaar geschreven en zo nu en dan hanteert de auteur wat humor en mooi geformuleerde, bijna poëtische zinnen. Verder maakt hij met regelmaat gebruik van Jiddische woorden. Veel daarvan worden vlak daarna nader uitgelegd, maar voor de volledigheid is achter in het boek een verklarende woordenlijst opgenomen, hetgeen een goede en nuttige aanvulling is. De hoofdstukken zijn niet zo heel erg lang, maar in het begin is het echter wel even wennen dat zich tussen de overgang van de ene naar de andere scène geen witregel bevindt. Hoewel het in feite maar een kleinigheid is, komt een wisseling van vertelperspectief daardoor aanvankelijk nogal abrupt en vreemd over.

De roman wordt afgesloten met een hoofdstuk dat door oom Melnitz wordt verteld. Tijdens de plot komt deze oude man, die overigens niet meer leeft, bij tijd en wijle opdagen en kan gezien worden als het geweten van de familie. Zijn exacte rol blijft evenwel onduidelijk. Desondanks is Het lot van de familie Meijer een boeiende en interessante familiegeschiedenis.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Charles Lewinsky
Titel: Het lot van de familie Meijer

ISBN: 9789056722609
Pagina’s: 670

Eerste uitgave: 2007

Het zwarte koninkrijk – Szczepan Twardoch

Beschrijving
Warschau, 1939. Jakub Shapiro, vroeger koning van de onderwereld, strijdt een uitzichtloze strijd. Zijn gangsterrijk valt uiteen en het luxe leven is voorbij, zijn vrouw en zonen verlaten hem. Zijn oude geliefde Ryfka neemt hem onder haar hoede. Ze heeft maar één doel: overleven. Tienerzoon Dawid begint voedsel het Joodse getto binnen te smokkelen om zijn moeder en broer in leven te houden. Als de stad in puin ligt, vecht Ryfka met alles wat ze heeft voor het leven van Shapiro, terwijl Dawid nog maar één ding wil: wraak.

Recensie
Szczepan Twardoch leek iemand te zijn van het kaliber twaalf ambachten, dertien ongelukken. Hij heeft namelijk een aantal baantjes gehad, allerlei bedrijfjes opgericht die alle failliet zijn gegaan en is overal waar hij aan de slag ging ontslagen. Schrijven, dat altijd een hobby van hem is geweest, was volgens hem het enige dat overbleef. Hierin bleek hij wel succesvol te zijn, want hij heeft voor enkele korte verhalen prijzen gewonnen en na het verschijnen van De koning (2019) werd hij in zijn thuisland Polen een bestsellerauteur en medio 2021 werd de opvolger Het zwarte koninkrijk uitgebracht.

Voordat de oorlog in 1939 uitbrak, was Jakub Shapiro een bekend bokser en tevens de koning van de onderwereld van Warschau. De Duitse inval veranderde zijn leven dramatisch, want zijn zorgvuldig opgebouwde imperium viel uiteen en zijn vrouw en kinderen verlieten hem. De enige die zich nog om hem bekommerde was Ryfka Kij, een voormalig bordeelhoudster. Ze heeft maar één doel: samen met hem de oorlog overleven. Shapiro’s zoon Dawid denkt echter met gemengde gevoelens aan zijn vader, die hij al jaren niet heeft gezien. Daarbij zint hij maar op één ding en dat is wraak.

Het zwarte koninkrijk, dat afzonderlijk van het voorgaande boek De koning gelezen kan worden, wordt verteld vanuit de elkaar afwisselende perspectieven van voormalig bordeelhoudster Ryfka en Dawid, de zoon van Jakub Shapiro en het bevat daardoor twee verhaallijnen die in feite niets met elkaar te maken hebben. Toch, maar dat is pas aan het eind van de roman, vloeien beide subplots op een subtiele wijze samen en vormen ze – overigens heel kort – één geheel. De enige overeenkomst die tussen beide verhalen bestaat, is het leven van met name Ryfka, Jakub en Dawid vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wanneer Ryfka en Dawid aan het woord zijn, is dat geen realtimeverslag van wat ze op dat moment aan het doen zijn, maar een terugblik naar wat ze gedaan hebben en hoe ze geleefd hebben. Dat doen ze vanuit het ‘hiermaals’ en later ‘het grauw’. Twee termen die niet nader verduidelijkt worden, maar waarvan je wel kunt nagaan wat daar de betekenis van is. Het relaas van Ryfka leest aanvankelijk nogal moeizaam. Dat komt onder andere doordat ze regelmatig woorden in tegenwoordige en verleden tijd direct achter elkaar gebruikt, maar ook omdat het even wennen is aan de schrijfstijl die Twardoch voor haar verhaal gebruikt. Wat dat laatste betreft, verloopt hetgeen Dawid vertelt wat vloeiender.

Ondanks dit deels stroeve begin zijn alle scènes die de revue passeren bijzonder beeldend. De lezer ziet de ellende die de oorlog teweeg heeft gebracht voor zich: de puinhopen van de stad Warschau, de honger die veel mensen hebben gehad, de deporaties van de joden, et cetera, et cetera. Het aantal personages dat in het verhaal voorkomt, is vrij beperkt en omdat het vooral Ryfka en Dawid zijn waar de meeste aandacht naar uit gaat, kom je over hen aardig wat te weten. Je merkt eveneens dat ze zich tijdens de plot meer en meer ontwikkelen tot de persoon die ze in het hiermaals zijn. Ook het karakter Jakub wordt niet vergeten, de auteur richt zich wat hem betreft vooral op zijn lichamelijke verval. Hij is niet meer de man die hij ooit is geweest.

Het laatste hoofdstuk heeft een andere strekking dan de voorgaande, want – behalve dat het wordt verteld door Jakubs vrouw Emilia – het heeft een afwijkende toonzetting. Het is emotioneler en toont de liefde van een moeder voor haar kind. Het zwarte koninkrijk, dat een niet al te hoog tempo heeft, krijgt hiermee een trieste, maar ook wel mooie afsluiting. Twardoch laat met dit en zijn roman zien dat hij zowel intrigerend, inlevend als realistisch kan schijven.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Szczepan Twardoch
Titel: Het zwarte koninkrijk

ISBN: 9789046827963
Pagina’s: 288

Eerste uitgave: 2021

Moedervlekken – Arnon Grunberg

Beschrijving
Otto Kadoke werkt als psychiater in een crisiscentrum: zijn specialiteit is suicide-preventie, hij dient mensen met een doodswens voor het leven te behouden. Wanneer hij op een dag bij zijn oude en hulpbehoevende moeder op bezoek gaat, doet een van de Nepalese verzorgsters de deur open, gehuld in slechts een handdoek. De psychiater, die zich altijd aan het protocol houdt, wordt overmand door gevoelens van liefde voor het meisje, met als gevolg dat hij de verzorging voor zijn moeder voortaan alleen dient te organiseren.

Kadoke is kinderloos, van middelbare leeftijd, maar niet onaantrekkelijk voor artsen in opleiding: hij heeft er menig weten te verleiden. Na opnieuw een grensoverschrijdende ontmoeting, ditmaal met een suïcidale jonge vrouw, lopen het professionele en privéleven van Kadoke definitief in het honderd: zijn moeders huis wordt een ambulant crisiscentrum.

Recensie
Met zijn debuutroman Blauwe maandagen brak Arnon Grunberg in 1994 zowel nationaal als internationaal definitief door als auteur. Het boek werd bekroond met de Anton Wachterprijs en het Gouden Ezelsoor. Inmiddels heeft hij een omvangrijk oeuvre, waaronder het in 2016 verschenen Moedervlekken. De roman, die op Moederdag werd uitgebracht, is aangekondigd als ‘moederboek’, maar zelf vindt hij dat dit foute verwachtingen schept; hij heeft zelf namelijk nooit de intentie gehad een boek over zijn eigen moeder te schrijven.

Otto Kadoke is psychiater bij de crisisdienst en heeft zich gespecialiseerd in suïcidepreventie. Zijn moeder is hulpbehoevend en wordt verzorgd door twee Nepalese meisjes. Als hij op een dag bij haar langsgaat, verklaart hij aan een van de meisjes zijn liefde, waarop beide verzorgsters besluiten te vertrekken. Het wordt nog erger wanneer Kadoke zijn professionele carrière op het spel zet als hij Michette, een jonge suïcidale vrouw, een alternatieve therapie laat ondergaan en de woning van zijn moeder verandert in een soort privékliniek.

Moedervlekken wordt volledig vanuit het perspectief van Otto Kadoke verteld en ondanks dat er over zijn vroegere leven niet zo heel erg veel bekend wordt gemaakt, wordt zijn personage wel degelijk uitvoerig uitgewerkt. Dan merkt de lezer al snel dat de psychiater een typisch Grunberg-karakter is: een wat kleurloze, onzichtbare, maar zeker bijzondere man. Omdat Kadoke na het vertrek van de twee Nepalese meisjes bij zijn moeder intrekt om haar te verzorgen, kom je over haar ook het nodige te weten. Een verrassende onthulling over haar identiteit al vrij vroeg in de plot doet daar niets aan af. Nevenpersonages hebben in verhalen vaak een ietwat ondergeschikte rol, maar voor Michette geldt dat absoluut niet. Zij is van wezenlijk belang; niet alleen voor de verhaallijn, want voor Kadoke en zijn moeder is ze dat eveneens.

De auteur heeft in dit verhaal een aantal maatschappelijke vraagstukken verwerkt, waaronder de problemen in de (mantel)zorg en de bureaucratie bij een crisisdienst. Hij voorkomt echter wel dat hij belerend overkomt, daar is totaal geen sprake van. De schrijfstijl is namelijk erg toegankelijk en net als in veel van zijn andere boeken maakt Grunberg ook nu weer gebruik van een gezonde dosis humor. Hoewel Moedervlekken geen zichtbare tijdlijn heeft, is het van begin af aan duidelijk dat tussen de ene en andere scène minimaal enkele dagen zitten en in sommige gevallen zelfs weken. De af en toe ruime interval heeft echter niet tot gevolg dat het een uitermate snel verhaal is. Het heeft een overwegend rustig tempo en de lange hoofdstukken zijn daar mede debet aan. Het voelt echter niet zo, want omdat er vrij veel gebeurt, en de personages dusdanig interessant zijn, lijkt het erop dat de tijd vervliegt.

Het meest opvallend in deze roman is de relatie tussen Kadoke en zijn moeder. Hij toont met grote regelmaat zijn allesomvattende liefde voor haar – zij doet dat voor hem ook, maar wel veel minder opzichtig en frequent. Wat de psychiater voor zijn moeder voelt, doet heel erg denken aan een oedipuscomplex, maar dan een zonder seksuele gedachten. Het vele geknuffel en geaai is misschien niet zo heel erg vreemd als een jong kind dat doet, maar wanneer het een tweeënveertigjarige man betreft, is het toch een iets ander verhaal. Aan de andere kant heeft hun onderlinge verstandhouding ook wel weer zijn charme.

Dat Moedervlekken door de eerdergenoemde maatschappelijke vraagstukken vragen oproept, is onvermijdelijk. Een aantal antwoorden daarop kan de lezer zelf beantwoorden, maar er zijn er ook een paar die open blijven staan en die stemmen dan tot nadenken. Deze roman is daarom zoveel meer dan alleen maar een leesboek zijn.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Arnon Grunberg
Titel: Moedervlekken

ISBN: 9789048838936
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2016

Ik zal je vinden – Linwood Barclay

Beschrijving
Techmiljonair Miles Cookson heeft meer geld dan hij ooit kan uitgeven, en alles waar hij ooit van heeft gedroomd – behalve tijd. Recent is er een terminale ziekte bij hem geconstateerd, en er is vijftig procent kans dat die erfelijk overdraagbaar is. Voor Miles betekent dit dat hij in zijn verleden moet gaan graven. Twintig jaar geleden is hij namelijk spermadonor geweest. Nu lopen er negen kinderen van hem rond die op het punt staan bepaalde zaken van hem te erven.

Terwijl Miles op zoek gaat naar de kinderen die hij nooit heeft gekend, begint de jonge documentairemaker Chloe Swanson aan een zoektocht naar haar biologische vader. Als Miles en Chloe uiteindelijk met elkaar in contact komen, wordt hun ontmoeting overschaduwd door een reeks mysterieuze en beangstigende gebeurtenissen: een voor een verdwijnen de andere erfgenamen zonder een spoor achter te laten, alsof ze nooit hebben bestaan. Is een van Miles’ kinderen zijn concurrenten aan het uitschakelen? In dat geval moet ook Chloe vrezen voor haar leven.

Recensie
Multimiljonair Miles Cookson hoort dat hij een progressieve hersenaandoening heeft die voor vijftig procent erfelijk is. Twintig jaar eerder was hij zaaddonor en als gevolg daarvan is hij de biologische vader van negen kinderen. Nu wil hij hen vinden om te vertellen dat hij ze één miljoen dollar nalaat. De eerste die hij ontmoet is Chloe Swanson, die middels DNA-analyse heeft ontdekt dat ze een halfbroer heeft: Todd Cox. Als ze naar hem toegaan, blijkt hij te zijn verdwenen en de caravan waarin hij woont is grondig schoongemaakt. Wanneer plotseling ook enkele andere erfgenamen verdwijnen, vraagt Miles zich af wie het op zijn geld gemunt heeft.

Van de titel Ik zal je vinden gaat iets dreigends uit. Het maakt je tevens nieuwsgierig: je vraagt je namelijk af wie gevonden moet worden, wat de dader – gemakshalve moet ervan uitgegaan worden dat die er is – allemaal doet om iemand te vinden en wat hij met hem of haar van plan is. De proloog, die relatief lang is, versterkt dit gevoel, want de lezer wordt een paar keer misleid en de inleiding eindigt met een onvervalste cliffhanger. Daarna springt het verhaal drie weken terug in de tijd en omdat het hoofdstukkenlang over het wel en wee van de hoofdpersonages gaat, zakt de spanning drastisch in. De plot bevat daarentegen diverse onverwachte ontwikkelingen, die echter niet direct tot gevolg hebben dat het evenredig spannend wordt. Dat wordt het pas in de ontknoping, waarin zich tevens een handjevol verrassingen voordoet.

Ik zal je vinden heeft een bovengemiddelde hoeveelheid verhaallijnen, waarvan de lezer zich aanvankelijk afvraagt wat hun onderlinge verband is en wat de exacte rol van het merendeel van de vertellende personages is. Van een aantal is dat, zodra ze ten tonele verschijnen, wel duidelijk, maar dan blijft het in het ongewisse in wiens opdracht ze handelen. Deze opzet is een bewuste keuze van de auteur, hij heeft daarmee immers de intentie het verhaal meer spanning te geven. Hij gaat echter voorbij aan het feit dat dit bij veel lezers voor verwarring kan zorgen. Zij missen, met name in de eerste helft van de plot, een heldere structuur. Uiteindelijk weet Barclay al die verschillende lijnen wel op een knappe manier samen te brengen, waarna ze als één geheel eindigen in een spectaculaire, maar volkomen ongeloofwaardige ontknoping.

Het aantal personages dat de revue passeert is aanzienlijk, maar, zonder enkele anderen tekort te doen, het zijn voornamelijk Cookson en Swanson die het meest tot de verbeelding spreken. De interactie tussen beide tegenpolen is soms vermakelijk en Cooksons ziekte en de daarbij behorende ongemakken worden goed en realistisch in beeld gebracht. Ondanks allerlei plotwendingen heeft de auteur niet kunnen voorkomen dat het verhaal wat voorspelbaarheden bevat. Dat geldt voor het doen en laten van sommige personages, maar eveneens voor het verloop van bepaalde scènes en situaties.

Barclay heeft met zijn voorgaande boeken laten zien dat hij een begenadigd verhalenverteller en auteur is, maar deze keer valt dat niet helemaal op te maken. De spanning is minimaal en doordat de uitwerking van het goed gevonden thema en de meeste personages niet ten volle wordt benut, is Ik zal je vinden, dat vakkundig is vertaald door Waldemar Noë, een aangenaam, maar overwegend oppervlakkig verhaal.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 3/5

Boekinformatie
Auteur: Linwood Barclay
Titel: Ik zal je vinden

ISBN: 9789022593691
Pagina’s: 416

Eerste uitgave: 2021

De chemicus – Stephenie Meyer


Beschrijving
Bijna niemand weet dat ze ooit voor de Amerikaanse regering werkte. Ze was de onbetwiste expert op haar vakgebied en vormde zelf een van de grootste geheimen van een dienst die zelf zo geheim is dat hij niet eens een naam heeft. tot de dienst ineens besloot dat ze een te groot risico vormde en jacht op haar begon te maken. Tegenwoordig blijft ze zelden lang op dezelfde plek en wisselt ze zo vaak mogelijk van naam. De enige persoon die ze durfde te vertrouwen is vermoord. En nog altijd beschikt ze over informatie die zo gevoelig is dat de dienst haar zo snel mogelijk wil liquideren.

Als de dienst haar een uitweg biedt, beseft ze dat het haar enige kans op een normaal leven is. De nieuwe klus die ze moet aannemen in ruil voor haar leven betekent echter dat ze nog meer gevoelige informatie moet inwinnen – informatie die haar alsnog in levensgevaar zou kunnen brengen. Ze besluit de klus aan te nemen en maakt zich klaar voor de gevaarlijkste missie ooit, die er niet gemakkelijker op wordt als ze valt voor een man die haar kansen alleen maar kan  verkleinen. Ze zal al haar unieke vaardigheden moeten inzetten om in leven te blijven…

Recensie
Stephenie Meyer is vooral bekend geworden door haar eveneens verfilmde Young Adultserie The Twilight. Van deze reeks zijn wereldwijd meer dan honderd miljoen exemplaren verkocht in ruim vijftig landen. In 2010 ontstond bij haar het idee om een spionagethriller te maken, aanvankelijk dacht ze aan een film. Ze maakte er een aantal aantekeningen en vergat het idee. Tot 2013, toen ze het weer oppakte en er een boek in zag. Dat werd De chemicus, dat in 2016 is verschenen en haar eerste thriller voor volwassenen is.

Juliana Fortis werd, toen ze een paar jaar geleden nog voor de Amerikaanse geheime dienst werkte, De Chemicus genoemd. Na de moord op haar collega blijft ze nooit lang op eenzelfde plek en wisselt ze regelmatig van identiteit. Bang om zelf ook vermoord te worden. Op een dag neemt de dienst weer contact met haar op en doet haar een aanbod, dat ze accepteert. De opdracht die ze krijgt, lijkt eenvoudig, maar blijkt een gevaar voor haar eigen leven te zijn. Vanaf dat moment moet ze al haar vaardigheden gebruiken om in leven te blijven.

Het belangrijkste personage in De chemicus is Juliana, oftewel Alex, want dat is haar naam waaronder ze zich bij de anderen bekend heeft gemaakt. De lezer komt dan ook ruim voldoende over haar te weten en merkt al snel dat ze niet altijd even sympathiek overkomt, vooral niet wanneer ze het op een tegenstander gemunt heeft. Toch blijkt ze niet zo slecht te zijn als ze in eerste instantie lijkt. Gedurende de plot maakt ze een heel duidelijke verandering door en verbaast ze zichzelf. Ze wordt innemend en de aanvankelijke antipathie die haar houding en karakter oproepen, slaat om waardoor de lezer haar zelfs aardig begint te vinden. Haar rol in het verhaal is overigens niet dominant, de andere personages die belangrijk zijn, komen daarom ook goed uit de verf.

In de eerste hoofdstukken is het verhaal nogal onduidelijk, vooral omdat niet helder is waarvoor Alex op de vlucht is, wat er de reden van is waarom men haar wil ombrengen, maar ook omdat veel dingen nogal gedetailleerd worden beschreven. Het is dus niet zo heel erg vreemd dat het dan voor de lezer nogal verwarrend is. Na iets meer dan honderd bladzijden komt daar verandering in, het verhaal krijg actie, en als gevolg daarvan meer spanning, het tempo gaat omhoog en, en dat is misschien wel het belangrijkste, het verhaal krijgt steeds meer structuur. Zo krijgt de lezer bijvoorbeeld ook meer informatie over het enigszins paranoïde gedrag van Alex en de redenen waarom ze voortdurend op de vlucht is.

De ontstane spanning blijft gedurende de rest van de plot gehandhaafd, niet continu, maar wel degelijk met regelmaat. Verschillende hoofdstukken eindigen met cliffhangers en er doen zich enkele onverwachte wendingen voor. Aan het eind dreigt het verhaal als een nachtkaars uit te gaan. In de ontknoping lijkt alles namelijk wel heel erg soepel en gemakkelijk te gaan, maar al snel blijkt dat dit bedrog is. Die slotfase van De chemicus is uiteindelijk toch niet zoals die aanvankelijk leek, er doen zich wat bijzondere ontwikkelingen voor en daardoor krijgt het verhaal toch nog een finale zoals die hoort te zijn. De enige smet aan het eind is de epiloog. Dit nawoord geeft wel een antwoord op een enkele openstaande vraag, maar is dusdanig simpel dat deze beter achterwege had kunnen blijven.

Meyer’s zijstapje naar een ander genre hoeft in principe niet eenmalig te zijn. Ze beheerst het namelijk ook om een redelijk spannende thriller te schrijven. Want op enkele minpuntjes na is De chemicus zonder meer de moeite waard.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Stephenie Meyer
Titel: De chemicus

ISBN: 9789022579824
Pagina’s: 528

Eerste uitgave: 2016

De Das – Fredrik Persson Winter

Beschrijving
Elk jaar, in de nacht van 5 op 6 november, slaat hij toe, de Das. Een seriemoordenaar die inbreekt in de kelder van het huis van zijn prooi. Zijn slachtoffers worden de grond in gesleept en verdwijnen vervolgens spoorloos.

Op een dag vindt uitgever Annika Granlund voor de deur van haar kantoor een met modder besmeurd manuscript. De titel is De Das en het verhaal is een morbide biografie van een seriemoordenaar die ondergronds leeft. Annika ziet kans met dit manuscript haar noodlijdende uitgeverij te redden, die failliet zal gaan als ze niet snel een bestseller vindt.

Ze besluit het uit te geven, ook al is het een controversieel verhaal. Haar beslissing blijkt dramatische gevolgen te hebben en langzaam maar zeker raakt ze weer in de greep van de duistere krachten die ze als kind dacht te hebben overwonnen.

Wie is de Das? Wie schreef het boek? En wie of wat houdt zich schuil onder de grond?

Recensie
Onder de naam Fredrik Persson schreef de Zweedse advocaat en auteur Fredrik Persson Winter twee jeugdboeken. Omdat een derde werd afgewezen, begon hij uit frustratie aan een kort verhaal waarin een monster voorkwam. Het idee daarvoor kreeg hij door een geluid van graafmachines. Uiteindelijk heeft hij zijn ideeën verwerkt in zijn in 2022 verschenen debuutthriller De Das. Behalve auteur is hij ook een van de makers van de in Zweden succesvolle podcast Fantastisk Podd, dat over het schrijven van sciencefiction, fantasy en horror gaat.

Annika Granlund werkt bij een kleine uitgeverij en op een ochtend vindt ze een bemodderd manuscript, met als titel Ik ben de Das, voor de deur van haar kantoor. Ze leest het door, is er enthousiast over en, ondanks dat de auteur zes jaar eerder spoorloos is verdwenen, geeft ze het uit. Het boek is echter omstreden, omdat jaarlijks, in de nacht van 5 op 6 november, een mysterieuze moord wordt gepleegd. De slachtoffers lijken namelijk in de grond te verdwijnen, waarna er van hen geen spoor meer te vinden is.

Na de proloog, waarin inspecteur Cecilia Wreede op de laatste plaats delict van de jaarlijks toeslaande moordenaar de Das rondloopt, begint ieder hoofdstuk met een paar regels in cursief. Die zinnetjes zijn het verhaal van degene die zich de Das noemt en maken deel uit van het manuscript dat Annika Granlund gevonden heeft. Het is de bedoeling dat die regeltjes de lezer nieuwsgierig maken, maar eveneens voor een verhoogde spanningsboog zorgen. Dat lukt echter niet, want daarvoor zijn ze te kort, ben je, ondanks de niet al te lange hoofdstukken, snel kwijt wat er gezegd wordt en hebben ze totaal geen spanning. Het komt er min of meer op neer dat je niet geneigd bent meteen te willen weten hoe het vervolg van die cursieve fragmenten is.

Het verhaal, dat uit drie delen (akten genoemd) bestaat, wordt afwisselend verteld vanuit de perspectieven van Granlund en Wreede, waarbij eerstgenoemde het meest aan het woord is. Zowel in het eerste als tweede deel gaat het, wat Granlund betreft, voornamelijk over haar privésituatie, de problemen die haar werkgever heeft en de daaraan gerelateerde noodzaak het door haar gevonden manuscript in boekvorm uit te geven. Dit is allemaal aardig om te lezen en te weten, maar spannende momenten levert dat niet op. Een eerste spannend voorval doet zich pas in hoofdstuk vierentwintig (er zijn er negenentachtig) voor en dat heeft dan nog niet eens betrekking op de misdaad en het bijbehorende onderzoek. Vervolgens wordt het pas in de ontknoping enigszins thrillerachtig, maar niet zodanig dat het verrassend of opzienbarend wordt.

De twee belangrijkste personages (Wreede en Granlund) zijn redelijk tot goed uitgewerkt, over hen komt de lezer het meest te weten. Toch kun je je moeilijk met hen vereenzelvigen. Dat komt voornamelijk door hun gedrag. De inspecteur leidt aan tunnelvisie, – dat hoeft niet per se nadelig voor haar karakter te zijn – maar ze is, tegen beter weten in, nogal overtuigd van haar gelijk. Granlund wordt gedurende de plot irritanter en onredelijker; de sympathie die ze had kunnen hebben, is ver te zoeken. De plot is over het algemeen oppervlakkig en is in de eerste twee delen vooral gericht op de persoonlijke perikelen van beide protagonisten. Pas in de derde akte ligt de nadruk iets meer op het politieonderzoek. Veel te laat en te weinig voor een thriller.

Het idee achter het schrijven van De Das is goed, maar het is Persson Winter niet gelukt daar een goede invulling aan te geven. Hij bewijst zonder meer dat hij het beheerst om een vlot lopend verhaal te schrijven, – zijn schrijfstijl is toegankelijk en fijn – maar zijn debuut ontbeert het aan spanning, plotwendingen en verrassingen.

Waardering: 2/5

Boekinformatie
Auteur: Fredrik Persson Winter
Titel: De Das

ISBN: 9789044984897
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2022

De fjord – Jørn Lier Horst

Beschrijving
Het is vijftien jaar geleden dat Simon Meier zijn huis uit liep en spoorloos verdween. En een dag geleden dat het lichaam van politicus Bernard Clausen gevonden werd in zijn vakantiehuisje aan de Noorse kust. Als Wisting op de zaak wordt gezet, ontdekt hij algauw dat hij wellicht ook de missende link naar de verdwijning van Simon Meier heeft gevonden. Maar om echt uit te vinden wat er destijds gebeurde, zal hij moeten samenwerken met een oude vijand. Zijn onderzoek leidt hem door de duistere wereld van Clausens interesses en bezigheden. En de oplossing lijkt dichter bij huis te liggen dan hij ooit had kunnen vermoeden.

Recensie
Het was eigenlijk de bedoeling dat het niet in het Nederlands vertaalde Nøkkelvitnet (2014) de enige thriller was die Jørn Lier Horst zou schrijven. Het succes was echter dusdanig dat een tweede en derde niet uitbleven. Uiteindelijk koos hij ervoor om zijn baan als rechercheur op te zeggen om vervolgens fulltime auteur te worden. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een van de meest gelauwerde Noorse thrillerauteurs en vooral bekend van de serie rond inspecteur William Wisting. In 2021 verscheen het dertiende deel van de reeks: De fjord, dat tevens het tweede uit het ‘Cold Case Kwartet’ is.

Inspecteur William Wisting krijgt van de procureur-generaal de geheime opdracht om uit te zoeken waar het enorme geldbedrag dat in de vakantiewoning van de onlangs overleden politicus Bernhard Clausen gevonden is vandaan komt. Tijdens het onderzoek stuiten hij en zijn team op de onopgeloste zaak van de vijftien jaar eerder verdwenen Simon Meier en het heeft er alle schijn van dat er een verband bestaat tussen zijn verdwijning en het gevonden geld. Ze ontdekken eveneens dat Clausen een aantal geheimen heeft meegenomen in zijn graf. Het achterhalen van wat er allemaal precies gebeurd is, wordt hierdoor een stuk lastiger.

De fjord, het tweede deel van het ‘Cold Case Kwartet’ en alweer het dertiende met inspecteur William Wisting in de hoofdrol, laat zich uitstekend afzonderlijk van zijn voorgangers lezen. Ondanks dat er een paar niet van belang zijnde verwijzingen naar De Katharinacode, het voorgaande boek van deze vierluik, in voorkomen, staat het verhaal volledig op zichzelf. Zonder dat Lier Horst de eerste hoofdstukken gebruikt om het handjevol terugkerende personages uitgebreid te introduceren, komt je tijdens de plot ruim voldoende over hen te weten om je een vrij goed beeld van hen te kunnen vormen. Opvallend daarbij zijn de gemoedelijkheid en rust die de aimabele Wisting uitstraalt, maar de goede band die hij met zijn dochter Line heeft, is eveneens een van zijn sterke kanten.

Het verhaal bestaat uit overwegend korte hoofdstukken, die er echter niet voor zorgen dat de plot zich in een razend tempo afspeelt. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat Wisting en zijn team geen vorderingen maken, maar door hun gedetailleerde en nauwkeurige onderzoek vallen de diverse puzzelstukjes steeds meer op hun plaats. Dit gaat, zonder dat er sprake is van enorme verrassingen, gepaard met een aantal interessante ontwikkelingen. De fjord moet wel even op gang moet komen, maar als dat eenmaal is gebeurd, wordt het stapsgewijs intrigerender. Een van de gevolgen daarvan is dat het spanningsveld, dat aanvankelijk nog ontbreekt, geleidelijk aan iets groter wordt. De ontknoping heeft enkele actiescènes en daardoor bereikt de spanning daar zijn hoogtepunt.

Qua opzet wijkt De fjord niet veel af van het voorgaande deel van het kwartet: de plot wordt verteld vanuit de afwisselende perspectieven van voornamelijk Wisting en Line – later zijn er tevens een paar hoofdstukken waarin Adrian Stiller van de Landelijke Recherche leidend is, maar ten opzichte van het vorige deel is zijn rol dit keer aanzienlijk minder. Wat ook niet anders is, is de beeldende en breedvoerige schrijfstijl van de auteur. De sfeer van het onderzoek, de onderlinge relatie tussen de personages en in geringere mate de Noorse omgeving, komen daarom goed en natuurgetrouw over.

Met De fjord, dat vakkundig is vertaald door Kim Snoeijing, toont Lier Horst andermaal aan dat hij een van de succesvolste thrillerauteurs van Noorwegen is. De kennis die hij als rechercheur heeft opgedaan, heeft hij bekwaam in het verhaal verwerkt. Het politieonderzoek en de verschillende personages hebben derhalve een geloofwaardige uitstraling.

(Dit boek heb ik voor Hebban gerecenseerd.)

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jørn Lier Horst
Titel: De fjord

ISBN: 9789044933031
Pagina’s: 376

Eerste uitgave: 2021

2084: Het einde van de wereld – Boualem Sansal

Beschrijving
Ati woont in Abistan, een immens rijk vernoemd naar de profeet Abi. In dit rijk is de bevolking onderworpen aan één god. Iedere persoonlijke gedachte wordt uitgebannen, dankzij een surveillancesysteem dat overal aanwezig is en toegang heeft tot ieders ideeën en handelingen. Officieel leven de mensen unaniem in de vreugde van het geloof, zonder vragen te stellen. Wanneer Ati na een verblijf in een sanatorium naar huis reist, ziet en hoort hij dingen dingen hem doen twijfelen aan de opgelegde zekerheden. Hij begint een onderzoek naar het bestaan van een volk van afvalligen, die geen geloof hebben en in getto’s wonen.

Recensie
Nadat de Algerijnse auteur Boualem Sansal op vijftigjarige leeftijd met pensioen ging, begon hij aan het schrijven van romans. De moord op president Mohamed Boudiaf in 1992 en de opkomst van het islamitisch fundamentalisme is zijn vaderland waren voor hem de inspiratie om over Algerije te schrijven. In 1999 debuteerde hij met Le Semant des barbare, dat in Frankrijk met de Prix du Premier Roman werd bekroond. Zijn roman Onvoltooide geschiedenis was in 2011 zijn Nederlandstalige debuut. Twee jaar later verscheen 2084: Het einde van de wereld, een dystopische roman waarvoor hij een aantal prijzen heeft gewonnen.

Ati is begin dertig en woont in Qodsabad, de hoofdstad van het gigantische rijk Abistan. Het land is vernoemd naar de profeet Abi, de gezant van hun god Yölah. De bewoners van het land lijken tevreden te zijn met het leven dat ze leiden. Ze doen wat er van hen verwacht wordt en zijn trouw aan hun geloof aan één god. Als Ati, nadat hij een jaar in een sanatorium verbleef, terugkeert naar zijn woonplaats hoort hij onderweg dingen waardoor hij aan het ogenschijnlijk gelukkige en zekere bestaan in Abistan gaat twijfelen. Niet veel later gaat hij op zoek naar antwoorden.

Voordat het verhaal begint, richt Sansal zich in een kort waarschuwingsbericht tot de lezers. Hierin laat hij hen weten dat alles wat in zijn roman staat verzonnen is. De wereld die hij daarin schetst bestaat niet en, maar dat vertelt hij niet, is louter ontsproten aan zijn fantasie. In het begin van het verhaal wordt duidelijk waarom hij de lezer probeert gerust te stellen. Want Abistan, het rijk waarover hij vertelt, is namelijk een totalitaire staat waarin de bewoners geen enkele zeggenschap hebben, waarin ze gedwee hun religieuze leiders (moeten) volgen, waarin verklikkers en spionnen rondlopen en waarin andersdenkenden en misdadigers en plein public worden onthoofd. Kortom, het is geen land waarin je plezierig en gelukkig zou kunnen leven, maar omdat de bewoners niet beter weten, en daarnaast dermate geïndoctrineerd zijn, zijn ze in de veronderstelling dat ze het goed hebben.

De auteur weet het beklemmende gevoel van het leven in een dergelijke dystopie uitstekend over te brengen. Je voelt als het ware de willoosheid van zijn bewoners, ziet de beelden van een allesverwoestende oorlog voor zich, maar ook de ellende die daardoor veroorzaakt is. Verder kan hij zich bijzonder goed vereenzelvigen met Ati, vooral omdat hij zich als een van de bijzonder weinigen afvraagt of het leven in Abistan wel zo goed is als het wordt voorgedaan. In zeker opzicht kan hij als dissident worden beschouwd, al wordt hij niet als zodanig benoemd. Feit is wel dat hij door de machthebbers in de gaten wordt gehouden. Hij is dus min of meer kwetsbaar en daardoor heeft hij zonder meer de sympathie van de lezer.

Het verhaal bestaat uit vier delen, boeken genoemd. Voorafgaand aan ieder deel geeft de auteur een korte samenvatting van wat de lezer in dat gedeelte kan verwachten. De reden daarvan is niet duidelijk en van toegevoegde waarde is het evenmin. Wat verder opvalt, is dat de roman zo goed als geen dialogen heeft. Sansal vertelt en beschrijft voornamelijk. Dat gebeurt over het algemeen op een beeldende en toegankelijke schrijfwijze, hoewel er wel degelijk passages zijn waar iets moeilijker doorheen te komen is. Deze zijn sterieler en een beetje saai. Ondanks de toegankelijkheid zul je je aandacht wel bij het verhaal moeten houden, alleen al om te voorkomen dat je anders het spoor enigszins bijster raakt.

Ofschoon de plot volledig fictief is, zijn er situaties die min of meer herkenbaar zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het doel van IS: het oprichten van een Islamitische Staat, actueel toen Sansal zijn boek schreef. Een dystopische wereld zoals de auteur in 2084: Het einde van de wereld weergeeft, is misschien té ver gezocht, maar dat er groeperingen zijn (geweest) die zo’n grootmacht nastreven, is niet ondenkbeeldig.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Boualem Sansal
Titel: 2084: Het einde van de wereld

ISBN: 9789044537048
Pagina’s: 284

Eerste uitgave: 2016

Shuggie Bain – Douglas Stuart

Beschrijving
Hugh ‘Shuggie’ Bain brengt in de jaren tachtig zijn jeugd door in een vervallen sociale huurwoning in Glasgow. Agnes, zijn moeder, is alles voor Shuggie. Zij behoudt haar trots door er altijd goed uit te zien. Toch zoekt ze steeds vaker troost in drank. Shuggie probeert intussen uit alle macht normaal te zijn, ook al ziet iedereen dat hij ‘anders’ is dan de andere jongens. Agnes steunt haar zoon, maar haar verslaving begint alles te overschaduwen, zelfs de liefde voor haar Shuggie.

Recensie
Nadat Douglas Stuart tweeëndertig afwijzingen had gekregen, was er eindelijk een uitgever die het aandurfde om zijn debuutroman Shuggie Bain (2021) te publiceren. Dat heeft geen van beide windeieren gelegd, want in 2020, het jaar waarin het oorspronkelijk verscheen, won de roman de prestigieuze Booker Prize en is het in minimaal achtendertig talen vertaald. Het boek, waar hij tien jaar lang aan heeft geschreven, is gebaseerd op zijn eigen jeugd, maar niet per definitie autobiografisch.

De vijfjarige Hugh ‘Shuggie’ Bain woont samen met zijn familie bij de ouders van zijn moeder Agnes. Nadat zijn aan alcohol verslaafde moeder zich voor de zoveelste keer heeft misdragen, verhuizen ze, zonder vader, naar een vervallen sociale huurwoning in een buitenwijk van Glasgow. Agnes doet er alles aan om er goed uit te blijven zien, maar haar drankzucht neemt steeds grotere vormen aan. Ondanks dat Shuggie haar verzorgt en ondersteunt, wil hij niets anders dan een normaal leven leiden; anderen vinden echter dat hij anders is.

Het verhaal begint in 1992, wanneer Shuggie zestien jaar oud is en alleen op een kamer woont. In dit eerste hoofdstuk komt de lezer een paar dingen over hem te weten. Daaruit valt op te maken dat de jongen al het een en ander heeft meegemaakt dat hoe dan ook van invloed is geweest op zijn leven tot dusver. Wat dat is geweest wordt uitgebreid uit de doeken gedaan in het vervolg, want meteen na dit begin vindt er een sprong terug in de tijd plaats en verplaatst de plot zich naar 1981. Vanaf dat moment leer je Shuggie, maar ook zijn moeder Agnes goed kennen en kom je te weten hoe het leven van vooral hen door de jaren heen verloopt.

De auteur laat dat vanuit wisselende perspectieven zien, maar het zijn voornamelijk Shuggie en zijn moeder die hun verhaal vertellen. Wat daarbij het meest in het oog springt, is dat de rode draad het alcoholisme van Agnes is en dat zij daardoor de meeste aandacht in de roman opeist. Het lijkt er daarom op dat het uitsluitend om haar gaat, maar de rol die Shuggie heeft moet zeker niet onderschat worden. Ondanks haar zo goed als voortdurende dronkenschap blijft hij als enige van de drie kinderen trouw aan zijn moeder en laat hij met regelmaat zijn onbaatzuchtige liefde voor haar zien. Desondanks is Shuggie Bain ook een roman waarin armoede, ongeluk en triestheid belangrijke elementen zijn.

Deze laatste drie kenmerken zijn tekenend voor de sfeer van het verhaal. Die is er ook een van een troosteloos en uitzichtloos bestaan. Het verval en de groeiende werkloosheid waar grote delen van Glasgow gedurende de jaren tachtig van de vorige eeuw mee te maken hadden, komen bijzonder goed tot uiting. Alle waargebeurde feiten en natuurgetrouwe omstandigheden hebben tot gevolg dat de roman uitermate realistisch is. Dit wordt versterkt door de schrijfstijl van Stuart, die is ongecompliceerd en alledaags en omdat hij veelvuldig gebruikmaakt van het platte en enigszins volkse dialect dat, zeker in de armere wijken, gesproken werd, wordt dit nog eens extra benadrukt.

Vanaf het allereerste hoofdstuk ben je bij het wel en wee van de personages betrokken – er doen zich soms situaties voor die ronduit aandoenlijk en aangrijpend zijn – en zit je in wezen al midden in het verhaal. Naarmate de plot vordert, gaat het meer en meer intrigeren en krijg je een band met de meeste personages, hoewel het vooral Shuggie is die je hart verovert. Met Shuggie Bain heeft Stuart een indringend en indrukwekkend debuut geschreven, waarmee hij de lat voor een volgende roman erg hoog heeft gelegd.

Waardering: 5/5

Boekinformatie
Auteur: Douglas Stuart
Titel: Shuggie Bain

ISBN: 9789046827574
Pagina’s: 448

Eerste uitgave: 2021

De Katharinacode – Jørn Lier Horst

Beschrijving
Het is weer de tijd van het jaar: voor de vierentwintigste keer pakt William Wisting het dossier van de verdwijning van Katharina Haugen. De zaak werd nooit opgelost en elke jaar belt Wisting met Katharina’s echtgenoot, Martin Haugen. Het terugkerende contact tussen de politieinspecteur en de weduwnaar is in de loop der jaren uitgegroeid tot een vriendschap. Maar dit jaar is het donker in Haugens huis als Wisting er aankomt. Haugen is spoorloos verdwenen.

Op dezelfde dag krijgt Wisting bezoek van Adrian Stiller, een jonge rechercheur van de afdeling Georganiseerde misdaad. Hij heeft een verband ontdekt tussen de verdwijning van Katharina en de zaak waar hij aan werkt. De samenwerking met de gecompliceerde Stiller blijkt een ware uitdaging voor de rustige, ervaren Wisting.

Recensie
Voordat de Noorse auteur Jørn Lier Horst fulltime auteur werd, was hij hoofdrechercheur bij de afdeling moordzaken van de politie in het district Vestfold. Daarvoor heeft hij criminologie, filosofie en psychologie gestudeerd. In 2004 debuteerde hij als auteur met de thriller Nøkkelvitnet (Key wittness), dat gebaseerd is op een waargebeurde moord en niet in het Nederlands vertaald is. Dat gebeurde een jaar later wel met Toen Felicia verdween, het tweede deel van een reeks waarin hoofdinspecteur William Wisting de hoofdrol heeft. In 2017 verscheen De Katharinacode, het eerste deel van het Cold Case Kwartet.

De verdwijning van Katharina Haugen, vierentwintig jaar geleden, houdt William Wisting nog steeds bezig. Haar omvangrijke dossier kent hij grotendeels uit zijn hoofd en ieder jaar brengt hij op de dag dat ze verdween haar man Martin een bezoek; hij beschouwt hem inmiddels als een vriend. Ook dit jaar gaat hij weer naar hem toe, maar zijn woning is verlaten. Een dag later krijgt hij bezoek van Adrian Stiller van de Landelijke Recherche. De zaak van de vermiste Nadia Krogh is heropend en hierbij is de hulp van Wisting nodig. Dan ontdekken ze dat er een verband bestaat tussen beide vermissingen.

Hoewel dit alweer het twaalfde boek is waarin William Wisting voorkomt, is De Katharinacode uitstekend afzonderlijk van de andere te lezen. Het verhaal staat op zichzelf, nergens wordt verwezen naar een van de voorgaande delen en de terugkerende personages worden ruim voldoende uitgewerkt om de lezer een goed beeld van en over hen te geven. In het begin worden ze kort geïntroduceerd en gedurende de plot krijgt je geleidelijk aan wat meer over hen te weten. Tijdens de eerste hoofdstukken geeft de auteur ook wat informatie over de zaak-Katharina en uit wat daarover bekend wordt gemaakt, valt af te leiden dat haar verdwijning vierentwintig jaar geleden een mysterie was en dat nu in feite nog steeds is.

Dat wordt het nog meer als Adrian Stiller met een andere cold case op de proppen komt. De vraag is namelijk wat de vermissing van Nadia Krogh met die andere oude zaak te maken heeft. De enige overeenkomst die er is, is Martin Haugen – hij is daarom de rode draad in het door Stiller en Wisting geleide onderzoek. Dat onderzoek verloopt, net als het verhaal zelf, in een niet al te hoog tempo. Stukje bij beetje komt er nieuwe informatie naar voren, maar wel dusdanig dat de twee zaken met elkaar gelinkt kunnen worden. Dit is niet opzienbarend, want deze ontwikkeling was eigenlijk al van begin af aan te voorzien.

Ondanks het trage verloop dat De Katharinacode heeft, is het wel boeiend en interessant. Zonder dat het verhaal bol staat van actie (pas in de ontknoping is hier in geringe mate sprake van) en een zinderende spanning ontbreekt, is er wel continu een latente spanningsboog aanwezig. Die bestaat er vooral uit dat de lezer wil weten wat er werkelijk met Katherina Haugen en Nadia Krogh gebeurd is, maar toch ook wat het politieonderzoek gaat opleveren. Om dat speurwerk enigszins te sturen, heeft Stiller een ietwat onorthodox plan bedacht, waarbij hij journaliste Luna, de dochter van Wisting, bij betreft. Dit is een mooie toevoeging en heeft hoe dan ook een belangrijke meerwaarde voor zowel het onderzoek als het verhaal.

In een bijzonder vlotte, toegankelijke, zeer gedetailleerde en vooral beeldende schrijfstijl loodst Lier Horst de lezer door het Noorse landschap en maakt hem deelgenoot van minutieus recherchewerk. Over het geheel genomen is De Katharinacode niet bijster spannend, maar wel degelijk intrigerend. Pakkend vanaf de allereerste bladzijde en door zowel het tempo als de aandacht voor persoonlijke relaties, is het een Scandithriller bij uitstek.

Waardering: 4/5

Boekinformatie
Auteur: Jørn Lier Horst
Titel: De Katharinacode

ISBN: 9789044979442
Pagina’s: 400

Eerste uitgave: 2020